Rob Waumans, Gottfried Benn

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

Uit: De solist

“Amandine Lucile Aurore Dudevant en haar twee kinderen vertrokken vanuit Parijs, reisden naar het zuiden en stapten bij Lyon op de boot over de Rhóne naar Avignon. Daar namen ze paard en wagen en trokken langs de Middellandse Zee naar Perpignan en door de Pyreneeën de grens over naar Barcelona. Frédéric Chopin reisde niet met zijn geliefde maar vertrok in gezelschap van een vriend naar het zuiden en ging in Port-Vendres aan boord van de oceaanstomer naar Barcelona. Vanuit daar vertrokken ze gezamenlijk, met z’n vieren, met de El Mallorquin naar Palma, waar ze in de tweede week van november arriveerden. Mallorca. Zoals altijd liep alles anders dan hij van tevoren had bedacht. Allereerst zinde het hem niet dat Amandine per se haar kinderen mee wilde nemen. Hoe was het mogelijk om fatsoenlijk te werken als er twee onruststokers om hen heen drentelden? Ze zouden een blok aan hun been worden. Zij wilde werken aan haar nieuwe boek en ook hij was hier niet om vakantie te vieren. Ze kwamen hier allebei met een doel en dat zou alleen maar verder uit zicht raken. Maar Amandine hield voet bij stuk, ze wilde haar kinderen onder geen beding achterlaten. En dus legde hij zich erbij neer, al was het maar omdat hij wist dat hij zonder haar, helemaal alleen, zijn bestemming niet zou bereiken. Hij voelde zich al maanden zwak, hij hoestte veel, en hij had haar hulp nodig. Ook al waren ze geliefden, steeds vaker betrapte hij zich erop dat zijn liefde voor haar vooral bestond uit de behoefte om door haar verzorgd te worden. Frédéric en Amandine namen hun intrek in een appartement aan de Carrer de la Mar, dicht bij de zee, in het drukke centrum maar ook praktisch naast het koninklijk paleis van La Almudaina, terwijl ze naar een permanente woning zochten. Een week nadat ze op Mallorca waren gearriveerd, betrokken ze een vrijstaand huis even buiten Palma. Daar wachtte Chopin op zijn half-vleugel. De transporteurs in Parijs hadden hem hooguit twee weken reistijd beloofd, de piano werd verscheept vanaf Marseille, maar die twee weken waren al ruimschoots verstreken en nog steeds was hij verstoken van zijn instrument. Chopin huurde een eenvoudige piano, om de dreunende inspiratie die zich in zijn lichaam een weg naar buiten probeerde te banen, de ruimte te geven. Hij hoorde de zon en de droogte van de zomer in het instrument terug.”

 

Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

Dag die de zomer besluit

Dag die de zomer besluit,
het hart ontving het teken wel:
de vlammen hebben zich geuit,
de stromen en het spel.

De beelden worden matter,
onttrekken zich aan de tijd,
wat weerspiegeld nog door water,
maar ook dat water is wijd.

Je hebt een slag ervaren,
draagt de aanval nog, het op de vlucht slaan,
terwijl de meuten, de scharen,
de troepen verder gaan.

Rozen en wapenspanners,
pijlen en vlammen wijd -:
de tekens zinken, de standers -:
onherroepelijkheid.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

Gottfried Benn (2 mei 1886 – 7 juli 1956)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2022 en ook mijn blog van 2 mei 2021 en ook mijn blog van 2 mei 2018 en ook mijn blog van 2 mei 2017 en ook mijn blog van 2 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Into the streets May First! (Alfred Hayes), Aleksander Wat

 

City Building door Thomas Hart Benton, 1931

 

Into the streets May First!

Into the streets May First!
Into the roaring Square!
Shake the midtown towers!
Shatter the downtown air!
Come with a storm of banners,
Come with an earthquake tread,
Bells, hurl out of your belfries,
Red flag, leap out your red!
Out of the shops and factories,
Up with the sickle and hammer,
Comrades, these are our tools,
A song and a banner!
Roll song, from the sea of our hearts,
Banner, leap and be free;
Song and banner together,
Down with the bourgeoisie!
Sweep the big city, march forward,
The day is a barricade;
We hurl the bright bomb of the sun,
The moon like a hand grenade.
Pour forth like a second flood!
Thunder the alps of the air!
Subways are roaring our millions –
Comrades, into the square!

 

Alfred Hayes (18 april 1911 – 14 augustus 1985)
Brick Lane in Whitechapel, Londen, de geboorteplaats van Alfred Hayes

 

De Poolse schrijver en dichter Alexander Wat werd geboren op 1 mei 1900 in Warschau. Zie ook alle tags voor Aleksander Wat op dit blog.

 

Een Perzische fabel

Aan een grote rappe stroom
lag op de stenen oever
een schedel en die schedel
schreeuwde: Allah jah illah.

En er was zoveel afgrijzen
in die kreet, zo’n vurige bede
en de wanhoop was zo diep,
dat ik aan de stuurman vroeg:

Wat doet hem nu vrezen? En waar kan hij om smeken?
Welk Godsoordeel kan hem wreder nog hier wreken?

Toen rolde een golf aan
hij greep de schedel mee
sloeg hem met woeste kracht
tegen de kant te pletter.

Er is geen laatste grens
-sprak daarop dof de stuurman-
erger kent geen bodem.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Aleksander Wat (1 mei 1900 – 29 juli 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e mei ook mijn blog van 1 mei 2021 en ook mijn blog van 1 mei 2020 en eveneens mijn blog van 1 mei 2019 en ook mijn blog van 1 mei 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Alexander Osang, Ulla Hahn

De Duitse schrijver en journalist Alexander Osang werd geboren op 30 april 1962 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Osang op dit blog.

Uit: Fast hell

Ich kannte Uwe aus New York, obwohl er eigentlich aus Ostberlin kam wie ich. Ich weiß nicht mehr genau, wann ich ihn zum ersten Mal sah, wahrscheinlich Anfang der Zweitausender auf einer Party bei Solveigh, die aus der Nähe von Dresden stammte, aber seit über dreißig Jahren in Brooklyn lebte. Ich hatte eine kleine ostdeutsche Gemeinde in New York Meine Frau natürlich, die in Berlin-Lichtenberg groß wurde, Solveigh, die kurz vor dem Mauerfall einen New Yorker Juden heiratete, der seine Sommerferien im Sozialismus verbracht hatte, Sabine, die aus einem Dorf bei Erfurt kam und Ende der Achtziger ausgereist war, ihren Freund Bert, der nach einem Fluchtversuch aus Ostberliner Haft freigekauft worden war, Kathleen aus Gera, die ein Jahr in unserem verrumpelten Büro arbeitete, obwohl sie aussah wie ein Filmstar, ein junges Thüringer Ärztepaar, das irgendwann nach New Mexico weiterzog, später dann auch Else, die eigentlich Sabine hieß, aus Eilenburg kam und einem Mönch in einen Tempel nach Manhattan gefolgt war. Uwe gehörte dazu. Keine Ahnung, wovor der weggelaufen, wem der gefolgt war. Er trat mir aus dem Gewirr der Riesenstadt entgegen. Er war schwul, glatzköpfig und besaß ein Haus in Spanish Harlem, das er in einer Art Stadtlotterie gewonnen hatte. Die Sommer verbrachte er auf Fire Island, wo auch wir ein Ferienhaus gemietet hatten. Er bewohnte mit zwei pensionierten Tänzern des Bolschoi-Balletts einen Bungalow in Cherry Grove, dem gay village der Insel. Unser Haus stand in Oakleyville, wo niemand war, außer uns, einem verschrobenen Verwalter namens Sam, der einst Affären mit Yoko Ono und Greta Garbo gehabt haben soll, sowie einem einheimischen Messie namens Chuck, der den Klimawandel anzweifelte, obwohl seine Insel langsam aber sicher im Atlantischen Ozean versank. Einmal im Sommer liefen wir durch die Hitze am Strand entlang und besuchten Uwe in Cherry Grove, wo er auf einer Terrasse im Schatten saß und schon auf uns zu warten schien. Wenn ich dort ankam, fühlte ich mich, als sei ich nur kurz weg gewesen. Uwe gehörte zu den Menschen, in deren Gegenwart ich sofort anfing zu berlinern. Ich habe nie einen Mann an Uwes Seite gesehen. Ich kannte nur Geschichten von seinen Partnern. Sie klangen meist tragisch.“

 

Alexander Osang (Berlijn, 30 april 1962)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

 

Bewijssituatie

Had jij, had ik, zouden wij
in het kielzog van het vacuüm steeds meer
op leeftijd gekomen zijn
geloof verzet misschien bergen
maar nooit een conjunctief
Niet eens een foto
van alle hoop
al het geduld

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2025 en ook mijn blog van 30 april 2020 en eveneens mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

K. P. Kaváfis, Monika Rinck

De Griekse dichter Konstantínos Petros Kaváfis werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863. Zie ook alle tags voor Konstantínos Petros Kaváfis op dit blog.

 

De satrapie

Wat een ongeluk dat, hoewel je bent geschapen
voor de mooie en grote daden,
je onrechtvaardig lot je altijd
aanmoediging en succes onthoudt;
dat zinloze gewoontes, kleinigheden
en onbenulligheden je belemmeren.
En wat is de dag verschrikkelijk waarop je bezwijkt
(de dag waarop je je liet gaan en bezwijkt)
en je je op reis begeeft naar Susa,
en naar monarch Artaxerxes gaat,
die je welwillend aanstelt aan zijn hof
en je satrapieën en dergelijke aanbiedt.
En jij neemt ze aan, in vertwijfeling,
die zaken die je niet wenst.
Je ziel zoekt naar iets anders, weent om iets anders:
de lof van het Volk en van de Sofisten,
het zo begeerde, onschatbare Bravo,
de Agora, het Theater en de Kransen.
Hoe zal Artaxerxes je dit kunnen geven,
waar zul je dit vinden in de satrapie
en wat voor leven zul je leiden zonder dit alles.

 

Philhelleen

Zorg er voor dat het graveren bekwaam gebeurt.
De gelaatsuitdrukking ernstig en majesteitelijk.
Het diadeem liefst wat smal:
die brede van de Parthen zijn niet naar mijn smaak.
Het opschrift zoals gebruikelijk in het Grieks;
niet overdreven, niet hoogdravend –
opdat de proconsul het niet misduiden kan,
hij die alles bespiedt en doorgeeft naar Rome –
maar vererend niettemin.
Iets zeer uitgelezens op de keerzijde:
een of andere mooie jonge discuswerper.
Bovenal druk ik je op het hart, er op toe te zien
(Sithaspes, bij god, laat het niet vergeten worden)
dat na het Koning en het Redder,
met sierlijke letters gegraveerd wordt: Philhelleen.
En kom me nu niet aan met spitsvondigheden
als ‘Waar zijn de Hellenen?’ en ‘Waar is het Grieks
hier achter de Zagros en voorbij Phraäta’.
Aangezien talloze anderen, barbaarser dan wij,
het schrijven, zullen ook wij het schrijven.
Vergeet tenslotte niet dat soms
sofisten uit Syrië naar ons toe komen
en verzenmakers en andere nietsnutten,
zodat we niet zonder Griekse beschaving zijn, dunkt me.

 

Een van de goden

Wanneer een van hen, omstreeks het uur dat het avond wordt,
over de agora van Seleukia ging,
als een lange en volmaakt mooie jongeman,
met de vreugde om onsterfelijkheid in de ogen,
met zijn geparfumeerde zwarte haren,
keken de voorbijgangers naar hem
en men vroeg elkaar of men hem kende
en of hij een Griek uit Syrië, dan wel een vreemde was. Maar sommigen
die met meer aandacht naar hem keken
begrepen, en maakten baan,
en terwijl hij verdween onder de zuilengangen,
in de schaduwen en in de lichten van de avond,
op weg naar de buurt die alleen ’s nachts
tot leven komt met orgieën en drinkgelagen
en elke soort van roes en wellust,
vroegen zij zich af wie van Hen dit misschien was
en voor welk verdacht genot
Hij afgedaald zou zijn naar de straten van Seleukia
uit de Vereerde, Heilige Verblijven.

 

Vertaald door Hans Warren en Mario Molegraaf

 

K. P. Kaváfis (29 april 1863 – 29 april 1923)

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

de soufflé (Honingprotocollen)

Horen jullie dat, zo honen honingprotocollen: je moet nu simpelweg niets doen.
Alsof een doorwerkt (als een spons verzadigd) bewustzijn
het voorwerk weigerde. Ik kan me niet verstaanbaar maken. Proberen we het zo:
Je nodigt eters uit, om acht uur en er ligt rood vlees, een berg meel,
smerige wortels en een dozijn eieren en je zegt: dit is de soufflé,
zoals u wilt, of als het dat nu niet is maar over drie uur,
of als ik iemand anders zou zijn, dan zou het precies dat zijn: de soufflé.
Dan vragen de gasten meer bezorgd dan teleurgesteld: wat is er dan gebeurd?
Wat hebt u dan gedaan toen u geen soufflé gemaakt hebt?
Gejammer! De tristesse van de weigering die de verkwisting aan zichzelf
en aan de verkwisters toeschrijft. Omdat de verkwisters hun zorgvuldigheid verkwisten,
verkwisten ze? Zichzelf! Tot zover het vooranalytische laten rondslingeren,
wat echter ook geen oplossing is. Het is of troebel of puur. Zoals je wilt.
Of beter: afhankelijk van waar je op uit bent. Zo bekeken is ook het pure
troebel, zeer troebel. Waarbij de troebelheid erbij blijft in het recht van het pure te zijn.
Maar de gasten hebben het recht aan hun zijde als ze zeggen:
een soufflé ziet er anders uit.

 

Vertaald door Miek Zwamborn

 

Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e april ook mijn blog van 29 april 2019.

Gerbrand Bakker, Monika Rinck

De Nederlandse schrijver Gerbrand Bakker werd geboren in Wieringerwaard op 28 april 1962. Zie ook alle tags voor Gerbrand Bakker op dit blog.

Uit: Moeder, na vader

“Mijn moeder – geboren op 17 december 1934 – zegt best vaak: ‘Zo lang je eet, ga je niet dood.’ Meestal zegt ze dat als ze ziek of niet lekker is. Mijn vader hield op met eten en ging dus wél dood.
Hij is, iets anders kan ik er niet van maken, overleden aan spit. Eind mei 2021 klom hij uit de droge sloot naast zijn huis met enorme rugpijn. Hij had daar onkruid staan trekken. Tegen de tijd dat hij stierf, dat was 14 augustus, had hij allang geen pijn meer. Die hele periode van dik tweeënhalve maand komt me nu onwerkelijk voor, en ook verwarrend en raadselachtig. Hoe kan iemand doodgaan aan spit? Waarom gaat iemand überhaupt dood? We hadden onlangs vrienden te eten en ik kreeg tussen neus en lippen te horen dat die en die dood was. ‘Waarom?’ vroeg ik. Niet ‘waaraan’, omdat de overleden man nog zo jong was. Nee, waarom? Alsof doodgaan een keuze is, iets waar je zelf de hand in hebt, iets wat je eventueel zelf zou kunnen regisseren. Ik werd uitgelachen om mijn vraag: wie vraagt er nu waarom in plaats van waaraan?
En toch is het een vraag die me in het geval van mijn vader nogal bezighoudt. Hem mankeerde niets. Hij was tot het moment dat die pijn in zijn rug schoot een, zoals dat dan heet, ‘kranige oude man’. Hij was weliswaar in april 90 geworden, maar zijn vader werd 96, dus hij had nog zeker zes jaar te gaan. Tenminste: als je er een competitie van maakt. En dat is het natuurlijk niet; je kunt er namelijk niet zelf actief voor zorgen dat je zo oud mogelijk wordt, want kanker, hartverlammingen, een verkeersongeluk, een verdwaalde of gerichte kogel of een val van een keukentrapje verstoren die poging best regelmatig.
De eerste weken zijn mij een beetje ontgaan. Omdat we in de Eifel zaten, zag ik hem niet. Ik hoorde door de telefoon hoe het ging. Meestal sprak ik dan met mijn moeder, maar omdat ze de telefoon altijd op de speaker zet, kon mijn vader op de achtergrond meeschreeuwen. Na een paar dagen hevige pijn heeft mijn broer hem naar de huisarts gereden. Hij kreeg pijnstillers. Maar hij kon nauwelijks omhoog of omlaag. Dat verstoorde de routine die mijn vader en moeder samen opgebouwd hadden: hij kon mijn moeder, die slecht ter been is en last heeft van een haperend hart, niet langer helpen de dingen te doen die hij altijd voor zijn rekening had genomen.”

 

Gerbrand Bakker (Wieringerwaard, 28 april 1962)

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

Stro

Horen jullie dat, zo honen honingprotocollen, nu heeft de gevoeligheid
zich uitgestrekt, nu heeft ze alle ruimtes overspannen en aangestoken.
Aardse treurigheid, de berken werden grijs, de hond heeft een oog verloren.
As, vlokkend talmen, boetedoening, vermoeidheid, verdriet misschien, toch is het je plicht
erdoorheen te gaan, als ware het licht waarin de ellende staat met handen
die jij gebonden acht. Dan zie je: het wordt minder, het begrijpen.
Helderheid ontstaat alleen nog door de intensiteit van de schok. Een geluidloze knal.
Je kunt het niet meer bevatten, bent ongedurig, en in een poging toch te begrijpen,
kom je er aan de andere kant weer uit, reliëf dat niet bestaat,
tremolo dat niet bestaat, als had je tevergeefs in de nevel gegrist,
een nevelpaardje je erin geluisd (huuhot, die grijze stort zich op mij,
ik val door hem heen) en bent diep beneden, gevoelig, onbegrepen,
in afwachting van de schok. Maar plotseling, hier, alles geel, vol stro!

 

Vertaald door Miek Zwamborn

 

Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e april ook mijn blog van 28 april 2021 en ook mijn blog van 28 april 2020 en eveneens mijn blog van 28 april 2019 deel 1 en ook deel 2.

Marcus Jackson

De Amerikaanse dichter Marcus Jackson werd geboren op 28 april 1983 in Toledo, Ohio. Na zijn bachelor aan de Universiteit van Toledo vervolgde hij zijn poëziestudie aan de masteropleiding creatief schrijven van NYU en als Cave Canem-fellow. Zijn gedichten zijn verschenen in onder andere The American Poetry Review, The New Yorker en The New York Times Magazine. Zijn dichtbundel, “Rundown”, werd in 2009 uitgegeven door Aureole Press. Zijn debuutbundel, “Neighborhood Register”, verscheen in 2011, en zijn tweede volledige bundel, “Pardon My Heart”, werd in 2018 uitgegeven door TriQuarterly Books/Northwestern University Press. Marcus Jackson doceert aan de MFA-programma’s van Ohio State University en Queens University of Charlotte.

 

What of Fire?

My therapist has approved my drinking of three whiskeys per night,
her eyes forbearing, knowing well the ruthlessness of night.

The sun having fled as a father might flee, my cousin fathered
a narrow terror while he robbed, with a pistol, a fellow citizen one night.

The encouraging lies of a mother are greatly underpaid job-keepers;
slovenly kings have dealt much wrong money to generals and knights.

My childhood was a lengthy scene of make believe and disaccord—
my favorite things being rain and watching my mother’s cigarettes ignite.

What of fire, among its timelessness and musculature, is not
more divine when burning past the open gates of night?

 

Evasive Me

Of course there’s a certificate, bleeding
carbon at the creases and impressions,

detailing my metrics and lineage the night
I entered the earthly air in a new hospital

built by the intricate partnership between
Rust Belt governance, capitalism

and Christ, though I lie to people I like,
saying I was born in a garden so near

the sea that my mother—multilingual
and remarkably tall—rinsed me at the fringe

of the tide the morning after labor,
the horizon cloudless and birdless

while the sand whispered spells of protection,
depth, and solemnity upon the pair of us,

and amid this farce my dear listeners
don expressions of distrust or ire

as likely they should, faced with evasive
me, so wearied even before boyhood

by the truth that I’ve forever disallowed
my ears and my mouth any songs not made

from the water, dirt, wind, salt, and fire
of American manipulation.

 

Marcus Jackson (Toledo, 28 april 1983)

Robert Anker, Edwin Morgan

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

Vergeetkist

Ik vond in de beroemde boekenkist op zolder
Een telefoonboek waar jouw naam nog in stond
Snel dichtgeklapt maar zoals de snelle stofjes
Die ontsnapten aan het zonlicht zo kolkten
Mijn gedachten om je stralende naam en om
Je gapende gestalte waar die zijn kon
In de tijd en natuurlijk heb ik toch nog
Snel je nummer ingetoetst en een kind nam op
En of het door dat kind kwam dat ik plotseling

Trok ik uit dezelfde boekenkist te voorschijn
Het busboekje van toen mijn moeder nog haar tijd
Geheel bewonen moest en die ze moest bereizen
Met de bus die langs dorpsweg en binnendijk
Trillen doverhellend stoppend voor een geit
Leer en dieselolie hoofdpijn verspreidend –
O al die tijden en daartussen al die lijnen
Alles wat beschreven was en dan verdwijnt

 

De zon daalt, wij hebben ons verinnerlijkt in ons bootje

De zon daalt, wij hebben ons verinnerlijkt in ons bootje
en varen zoet vereenzaamd in een landschap
waarbij ik roei en jij met elegante handslag het water
in het water schept opdat wij zinkende niet zinken
in het water waar zo pas zie ik omkijkend land was
en ver voor mij op de kant was de kindertijd en wuift nog
o god wat hou ik toch van de knieën uit je rok!

 

Heimwee naar Carmiggelt

De man zat met moe haar
op een bank in de herfs
zei hij dof
zei hij eenvoudig.
Ik ben niet ostentatief ongelukkig
ik draag mijn zelfspot
als een zijden harnas
riep hij
hield hij vol.
Ach je knoeit wat je rommelt wat
en je hebt je rust
je levensavond.
Anna heette ze wist ik nu
gehuld in een mooie gave neurose
een fineer van droefenis over haar stem
een lichtbruin korstje op haar stem
bloemen gezellig
voor als je ontevreden bent
of sad.
Ik op een paaltje? Ik was lid van het Concertgebouw
nu rielèks ik rielèksen daar gaat het om
dat wel natuurlijk
zei de kastelein laf
een wat schemerige man
een heerachtige verschijning
een losse jongen
men schreef een goudbruine namiddag
in december.
Daarom heeft die verongelijkte uitdrukking
zich metterwoon op mijn gezicht gevestigd
zei hij filosofisch
heeft u ooit intensief samengehangen
met schertsartikelen
vroeg hij getoucheerd
vroeg hij vriendelijk verweesd
nee maar dat vind ik nou leuk
sprak de kastelein moedeloos
en loosde onafgebroken
levensbloesem.

 

Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook alle tags voor Edwin Morgan op dit blog.

 

Een kleine catechismus van de demon

Wat is een demon? Bestudeer mijn leven.
Wat is een berg? Ga er nu op uit.
Wat is vuur? Het is voor eeuwig.
Wat is mijn leven? Een val, een roep.
Wat is de diepte? Ga er nu op uit.
Wat is donder? Jouw kracht neemt af.
Wat is de film? Hij draait, hij vertelt.
Wat is de film? Onder de watervallen.
Waar is het theater? Onder de heuvel.
Waar is de demon? Hij wandelt over de heuvels.
Waar is de overwinning? Op de hoge toppen.
Waar is het vuur? Ver in de diepte.
Waar is de diepte? Bestudeer de demon.
Waar is de berg? Ga er nu op uit.
Bestudeer mijn leven en ga er nu op uit.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Edwin Morgan (27 april 1920 – 19 augustus 2010)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april verder ook mijn blog van 27 april 2024 en ook mijn blog van 27 april 2020 en eveneens mijn blog van 27 april 2018 en ook mijn blog van 27 april 2016 en mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Carl Christian Elze

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

 

fötotomische ballade

das fault sich schnell im mutterleib & aast dahin, das kalb
verdreht, blockiert. des muttertiers ziegelrote augenschlitze.
ein guter mann pflanzt seine faust ins fleisch, setzt kalt

die säge an & sägt dem milchvieh durch die aufgeschäumte ritze
die leibfrucht klein: ein vorderbein & noch ein bein & noch
– dem guten mann steckt in der hirnhaut eine mörderhitze –

ein letztes bein! in scheiben heckt der rumpf durchs loch!
die färse presst die fehlgeburt, als wär sie nicht in stücken!
der gute mann am kettenglied, zieht – jede schläfe pocht –

den kopf wie einen stöpsel raus: aufgetürmter rücken
die wirbel: messerstecherei, das fleckvieh stöhnt entschimmelt.
in der wanne liegt nun alles, stirn an steiß, die fliegen zücken

das geschlecht: gebrumme. auf den puzzleteilen: gewimmel.
ein lichtstrahl fällt ins zink & wirft sich dort aufs rot & schwarz.
die mutter glotzt, im fleisch verschnürt, in eine pfütze himmel.

der gute mann befiehlt: „das aus dem blick geschafft!“

 

anatolische stunde

er hatte die hellblauen augen auf mir
ich vergaß, wer ich war & aß wie sein hund
versunken in brot, trunken vor butter.

wir sprachen ein deutsch hinterm haus
an den hängen, gebrochene sätze von städten
da wo man federn lässt & kinder.

wir gingen rauchend, die jacken voll nüsse
zwischen den bäumen die blicke der kühe sanft
sämig ihren geschmack noch am gaumen.

wir kamen auf feinde zu sprechen, verwundete
stellen im feld, sein gesicht wie ein stein, denn nachts
steigt das wild aus den zedern & scharrt.

wir tranken den cocktail in die körper wie schlaf
wir schliefen am tisch langsam ein, nur der hund
blieb breitköpfig schwer auf den beinen.

 

lied

& ziehe & ziehe immer am zimmer, am kopf
im spiegel, wie hässlich das wird, wie klaffend
hässlich das wird, dein zimmer im spiegel im kopf
herausziehen wollen! liebestrunkenen kopf
alle die schätze wie splitter wie klinge wie pfeil
herausziehen wollen! wie klaffend das wird
wie spaltholz, gaumenspalte, wolfsrachen!
jetzt die finger ausdrehen, ganz still stehen
im zimmer, im spiegel, nachschwingen sehen
die weißen kissen auf den schwarzen felsen
dein schwarzes haar & wie es still wird nie
dies leichte zittern noch bei jeder fahrt
unter uns die schnellen linien. lilien. weiße
kissen. ganz still stehen im zimmer. ganz still
stehen im zimmer. vermissen. königskind, psst.

 

het verschil

het verschil tussen een steen
en een hond
lijkt voor mensen enorm te zijn.
beweging en groei
voortplanting en ontwikkeling
stofwisseling en prikkelbaarheid
de kenmerken van alle levende wezens: de onwrikbare zes
op elke school ter wereld
worden ze onderwezen. ze volledig
benoemen en uitleggen
waarom een kaarsvlam niet leeft
ook al flikkert hij in de wind
wordt altijd beloond.
10-jarigen stoppen met praten
tegen stenen, tegen hun knuffels en stokken.
hun hersenen veranderen, onmerkbaar,
van complexere, vertakkende sterrenstelsels
in simpele datasnelwegen
die alleen nog maar in cirkels lopen.
uiterlijk groeien onze schedels
inclusief hun gegroefde vulling,
maar het zijn alleen de rustplaatsen die groeien,
niet de wegen. alleen de rustplaatsen
groeien uit tot steeds grotere gaten
om daarin duizenden
te verzamelen. alle rustplaatsen van alle hersenen
zijn volledig overbevolkt. Op elke
vierkante millimeter dwalen reizigers rond,
miljoenen volwassen,
vermoeide, gedaantes
van kinderkamers dromende invaliden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Carl Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2020 en eveneens mijn blog van 26 april 2019 en ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Erik Menkveld, Ted Kooser

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

Droomwater

Door roodbruin ijzerhouden zijn bodem verhullend
raast het meters lager dan de weerszijdse paden,
geïntensiveerde dovenetel overwoekert de taluds.

Zwaar verval. Een ophaalbrug. Smaller, blauwer, roerloos
wordt het na een kilometer – vastgestoken met riet.
Waarna ik het zie: schitterend, ongemerkt

eindigen tegen een betonnen rand, met links daarachter
open grasland en een terrein waar men blokhutten
te koop aanbiedt en achtkantige priëlen.

 

Onder kandelabers

O dat prachtigst lachen! Nauwelijks.
Eerste stralen van een zinderende dag?
Welwater? Welzand? Onder kandelabers
waar de dames onbewaakt het malle paard
berijden, heren van liefde klappen
lijk een gebroken spa – jaren zocht ik het
zo nergens dat het zich hier vinden laat.

 

Kastanienallee, Berlijn

Kinderkoppen nog altijd
nat als voor de wende, woonpakhuizen

even grauw en volgekalkt, met dure
retro-etalages ook al (‘Sgt. Peppers’)

en ik daar toen als enige domweg
gelukkig hoogstwaarschijnlijk

met mijn nieuwe herinneringen
van Remco C. op zak en alle tijd

voor lantarenpalen vol trance party’s
waar ik geen mens zou kennen.

 

Erik Menkveld (25 april 1959 – 30 maart 2014)

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook alle tags voor Ted Kooser op dit blog.

 

Depressieglas

Het leek alsof het roze vaatwerk
dat ze voor speciaal bezoek bewaarde
altijd koud was,
van de plank gehaald in rinkelende stapels,
de borden als de ijsschotsen
die ze uit de wateremmer brak,
op winterochtenden, de wijde kopjes
als tulpen die te vroeg opengingen
en door de vorst werden gebeten. Daarin
werd de koffie koud, hoe snel je hem
ook dronk, terwijl een zware
alledaagse mok een scheutje
het grootste deel van een gesprek
warm zou houden. Het was moeilijk
om jouw deel aan de roddel bij te dragen
met koude koffie, maar het was
desalniettemin een bijzondere gelegenheid,
om aan haar keukentafel te zitten
en te nippen aan het bittere filtraat
van de roddels van de afgelopen week uit kopjes
die ze in een jaar tijd had verzameld
in de supermarkt, met één gratis kopje
voor elke tweeënhalve kilo bloem.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e april ook mijn blog van 25 april 2020 en eveneens mijn blog van 25 april 2019 en ook mijn blog van 25 april 2016 en mijn blog van 25 april 2015 deel 2.

Frans Coenen, George Oppen

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

Uit: Van mijn doode hondje  (Een Herinnering.)

“Zou ik er wel van spreken? Over een paar dagen zal het schrijnen der herinnering, die smartelijke schrik bij het plotseling herdenken immers weer voorbij zijn. Dan heeft de dagestroom ons al ver weg gevoerd en is het levensaspect weer nieuw, zoodat wij enkel nog maar weten van het verdriet, doch niet meer voelen. Zoo zou ik dan kunnen zwijgen, bedenkend de geringheid van het feit en hoe spoedig het nagevoel over is.
De dood van een hondje! Het is niet veel in ’t wereldgebeuren en kan gauw vergeten zijn. Maar ik wil niet gauw vergeten. Ik wil nog vasthouden, wat ik eens beleefde en wat mij sterk vervuld heeft: het zachte, verteederde neigen tot dat kleine leven, en de smartelijke leegte van gemis bij zijn dood. Dit beleefde ik eens en het was niet zoo weinig. Dan wil ik er nu ook niet haastig en schuw aan voorbijgaan, in kleinmoedige angst voor een pijn, die wellicht het allerbeste beteekent, dat het lage leven ons te bieden heeft.
Laat ik dan eerst mij duidelijk bezinnen hoe hij was. In ’t begin, negen jaar geleden, en later.
Toen wij hem bij den hondekoopman kochten, keek hij schril en spichtig uit zijn hooge hokje neer: een bekoorlijk levendig smouskopje met verwarde zijig blonde haren voor twee groote glanzende oogen. Hij kostte niet duur en wij hadden het gevoel dat hij misschien wel gestolen kon zijn. Immers zóó piep jong was hij niet, trots zijn ongelooflijk levendig en driftig aardje en hij bleek zijn menschen en wereld al bijzonder goed te kennen, veel te goed voor een hondje, dat pas uit het nest komt. Aan het touwtje, waarmee wij hem thuis brachten, liep hij zonder eenige bevreemding of schroom mede, het scheen zelfs of hij het was, die ons met zijn driftige, fijne trippelpootjes leidde naar een hem bekend doel. En eenmaal in huis en losgemaakt, holde hij licht en vlug alle trappen op en weer af, snuffelde de kamers en gangen door op een grappig zakelijke en zeer positieve manier, alsof zijn blijven er van afhing, dat hij alle dingen naar zijn smaak bevond.
Zoo was zijn eerste entree en zoo bleef hij bij ons: volkomen op zijn gemak, maar voorloopig nog maar matig vriendelijk. Hij had het aanvankelijk ook te druk, was tezeer geïnteresseerd in alles, om voor ons nog veel aandacht te hebben. Hij kende ons ook maar zoo kort en gedacht misschien zijn vorig gezin, dat hem gewis nog betreurde.”

 

Frans Coenen (24 april 1866 – 23 juni 1936)
Portret door Ferdinand Hart Nibbrig, 1894

 

De Amerikaanse dichter George Oppen (eig. George Oppenheimer) werd geboren op 24 april 1908 in New Rochelle, New York. Zie ook alle tags voor George Oppen op dit blog.

 

Wereld, wereld —

Mislukking, nog ergere mislukking, niets gezien
Vanuit de uitkijkpost,
Te veel gezien in de greppel.

Zij die niet willen kijken
Hoewel ze het op hun huid voelen
Worden niet doorboord;

Men kan ze niet tellen
Hoewel ze aanwezig zijn.

Het is volkomen wild, het wildst
Waar verkeer is
En bevolking.

‘Gedachten springen op ons af’ omdat we hier zijn. Dat is de waarheid.
Zelfonderzoek, deze voorschriften,

Zijn een medische modegril, een poging om te ontsnappen,
Om zichzelf te verliezen in het zelf.

Het zelf is geen mysterie, het mysterie is
Dat er iets is waarop we kunnen staan.

We willen hier zijn.

De daad van het zijn, de daad van het zijn
Meer dan jezelf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

George Oppen (24 april 1908 – 7 juli 1984)
Met echtgenote Mary

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn blog van 24 april 2021 en ook mijn blog van 24 april 2020 en eveneens mijn blog van 24 april 2019 en ook mijn blog van 24 april 2016 deel 2.