Erik Vlaminck, Wislawa Szymborska

De Vlaamse schrijver Erik Vlaminck werd geboren in Kapellen op 2 juli 1954. Zie ook alle tags voor Erik Vlaminck op dit blog.

Uit: Het Nachtlicht

“De hufters laten me alle uithoeken van het havengebied zien. Ik heb er geen benul van hoelang ze me al meevoeren.
Ik kan mezelf voor de kop slaan dat ik zo dwaas was om tegen een reclamebord te gaan wateren, terwijl ik had kunnen weten dat die dienstkloppers hun rondjes rond het Sint-Jansplein reden.
‘Antwerpen 93 – Culturele hoofdstad van Europa’ stond in grote rode letters op het paneel en ik probeerde om met mijn straal het middelpunt van de o van Europa te raken. Altijd wanneer ik ergens sta te pissen, probeer ik op iets te mikken. Het is een gewoonte uit mijn kindertijd. Mijn moeder heeft me dat aangeleerd: het scheelde wanneer ze het altijd stinkende gemak op onze achterkoer proper moest maken.
Ik had verdomme braaf en kruiperig de idiote vragen moeten beantwoorden die de jongste van de twee geüniformeerde posturen me stelde, een magere panlat met een degoutante kop erop. Op zijn bovenlip kweekt hij dan ook nog een venijnig borstelsnorretje. Aan zijn uniform is af te lezen dat de blaaskaak adjudant is. De oudste lijkt me meer mens. Hij heeft geen strepen op zijn epauletten. Gendarmes die een beetje mens zijn, hebben nooit strepen op hun epauletten.
Bij het begin van de rit vond ik het zelfs prettig om te zitten waar ik zat. Ik werd naar een andere tijd teruggeslingerd. De mannen van de wet rijden met krak dezelfde Volkswagen Transporter zoals ik er jaren geleden zelf een had, voor ik de grond onder mijn zere poten en het dak boven mijn kop verloor. De Volkswagen van de dienders is wit met een rode streep, die van mij was citroengeel, RAL 1012.
Als ik mijn ogen dicht deed, leek het alsof ik de metalige ratel van de motor van mijn eigen camionette hoorde. Alsof ik op weg was om ergens schilderwerk te gaan uitvoeren. Alsof we onderweg waren om naar de Ardennen op vakantie te gaan. Ons Marie-Louise, onze Kevin en ik, samen uitkijkend naar een weekje Camping Paradiso in Hulsonniaux aan de Lesse… Ik mag er verdomme niet op doordenken of ik zou beginnen te janken.
Ik herken trouwens het gesputter van de motor wanneer adjudant Snorremans het gaspedaal lost. Er zit vuiligheid in de carburator.”

 

Erik Vlaminck (Kapellen, 2 juli 1954)

 

De Poolse dichteres Wisława Szymborska werd geboren op 2 juli 1923 in Bnin. Zie ook alle tags voor Wislawa Szymborska op dit blog.

 

Ik bedenk de wereld

Ik bedenk de wereld, tweede uitgave,
tweede verbeterde uitgave,
voor de mallerds om te lachen,
de tobbers om te tobben,
de kalen om te kammen,
de katten om te klagen.

Eerst is er het hoofdstuk:
De taal van plant en dier,
met voor elke soort
de desbetreffende woordenschat.
Zelfs een gewoon goedendag
uitgewisseld met een vis
zal jou, de vis en iedereen
in je leven sterken.

Dan breekt het los, dat in het waken
van de woorden lang voorvoelde,
die improvisatie van het bos!
Die epiek van uilen!
Aforismen van de egel,
door hem bedacht terwijl hij,
meenden wij te weten,
steeds maar lag te slapen.

De tijd (hoofdstuk twee)
heeft het recht zich met alles
te bemoeien, met goed en kwaad.

Maar – die welke zeeën verplaatst,
welke bergen verplettert, de sterren
laat draaien, krijgt geen enkele macht
over geliefden, want zij zijn te naakt,
te innig omhelsd, de ziel onder de arm,
als een bange mus die waakt.

De ouderdom is alleen de moraal
die hoort bij een slecht leven.
Ah, dus allen blijven jong!
Het lijden (hoofdstuk drie)
is voor het lichaam geen schande.
De dood
komt in je diepste slaap.

En je zult dromen
dat ademhalen niet meer hoeft,
dat een stilte zonder adem
heel aardige muziek is.
Als een vonk zo klein
doof je in de maat.

Zo is de dood. Het deed meer pijn,
toen een roos je vingers prikte.
Je onderging een ergere schrik
toen je een blaadje vallen zag.

Zo is de wereld. Zo
het leven. En doodgaan is niet meer.
Al het andere is als Bach,
die tijdelijk gespeeld wordt
op een zaag.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Wislawa Szymborska (2 juli 1923 – 1 februari 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Czeslaw Milosz

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

In Szetejnie

1

Jij was mijn begin en nu ben ik weer met jou, hier waar ik de vier
windstreken heb leren kennen.

Laag, achter de bomen, de streek van de Rivier, achter mij en de
gebouwen de streek van het Bos, rechts de streek van de Heilige
Voorde, links die van de Smidse en het Veer.

Waar ik ook heb gezworven, over welke continenten ook, altijd hield ik
mijn gezicht gericht naar de Rivier

en onderging de geur en smaak van de doorgebeten wit-rode sappigheid
van de kalmoes,

en hoorde de oude heidense liederen van de oogsters, van het veld
komend wanneer de zon van de warme avonden achter de heuvels
doofde.

In het verwilderde groen zou ik de plaats van het tuinhuisje kunnen
aanwijzen, waar jij me dwong om mijn eerste scheve letters te zetten.

Maar ik probeerde me los te rukken, vluchtte in mijn verstopplaatsen,
want ik wist zeker dat ik het letters schrijven nooit zou leren.

Ik verwachtte echter niet daarnaast deze kennis: dat botten tot stof
vervallen, tientallen jaren verstrijken, maar de aanwezigheid dezelfde is.

Dat wij, zoals jij en ik, in het land van de eeuwige spiegels kunnen
verblijven, tegelijkertijd wadend door ongemaaid gras.

 

2

Jij hield de leidsels en getweeën reden we met één paard voor de brik
naar het grote dorp bij het bos.

De takken van de appel- en perenbomen doorbuigend onder hun
overdaad, veranda’s met houtsnijwerk, wakend over malven en wijnruit.

Je oud-leerlingen, nu boeren, onderhielden ons met een gesprek over de
oogst, de vrouwen lieten hun weefgetouwen zien en jullie delibereerden
lang over de kleuren van schering en inslag.

Op tafel ham en worst, een honingraat in een lemen kom, en ik dronk
broodkwas uit een blikken kroes.

Ik verzocht de directeur van de kolchoz om mij het dorp te tonen, hij
nam me mee in de auto naar lege akkers die zich tot het bos uitstrekten,
en stopte voor een groot rotsblok.

‘Hier was het dorp Peiksva’, zei hij niet zonder triomf in zijn stem,
zoals iemand spreekt die altijd met de overwinnaars is.

Ik merkte op dat een deel van het blok was afgehouwen, men had de
steen dus met een hamer willen breken om zelfs dat spoor te doen verdwijnen.

 

3

In de zomerdageraad rende ik het vogelrumoer in, ik kwam terug, en
tussen moment en moment heb ik mijn werk geschreven.

Al was het moeilijk om de poot van de n door te trekken en met die van
de u te verbinden, en een waagstuk om de brug tussen de r en de z op te gaan.

Ik hield de penhouder zo dun als een rietje en doopte de pen in de inkt,
een zwervende klerk met een inktpot aan de riem.

Nu denk ik dat mijn werk de plaats van het geluk inneemt en dat het
door afgrijzen en medelijden wordt aangetast.

Toch moet de geest van deze plek erin zijn, zoals hij in jou is die hij
van kinds af leidde.

Kransen van eikenbladeren, de klok van het ave in de vork van de linde,
luidend voor de meidienst, ik wilde goed zijn en niet tussen de
zondaren lopen.

Maar wanneer ik me nu probeer te herinneren hoe het was: alleen de
put en daar zo donker dat ik niets begrijp.
We weten alleen: de zonde bestaat, en de straf, wat de filosofen ook zeggen.

Moge mijn werk de mensen tot nut zijn en zwaarder wegen dan mijn kwaad.

Jij, wijs en rechtvaardig, bent de enige die me gerust zou weten te
stellen, uitleggend dat ik gedaan heb zoveel als ik kon.

Dat het hek van de Zwarte Tuin dichtgaat, vrede, vrede, dat wat ten
einde is, ten einde is.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juni ook mijn blog van 30 juni 2019 en ook mijn blog van 30 juni 2018 en ook mijn blog van 30 juni 2014 en eveneens mijn blog van 30 juni 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Into the streets May First! (Alfred Hayes), Aleksander Wat

 

City Building door Thomas Hart Benton, 1931

 

Into the streets May First!

Into the streets May First!
Into the roaring Square!
Shake the midtown towers!
Shatter the downtown air!
Come with a storm of banners,
Come with an earthquake tread,
Bells, hurl out of your belfries,
Red flag, leap out your red!
Out of the shops and factories,
Up with the sickle and hammer,
Comrades, these are our tools,
A song and a banner!
Roll song, from the sea of our hearts,
Banner, leap and be free;
Song and banner together,
Down with the bourgeoisie!
Sweep the big city, march forward,
The day is a barricade;
We hurl the bright bomb of the sun,
The moon like a hand grenade.
Pour forth like a second flood!
Thunder the alps of the air!
Subways are roaring our millions –
Comrades, into the square!

 

Alfred Hayes (18 april 1911 – 14 augustus 1985)
Brick Lane in Whitechapel, Londen, de geboorteplaats van Alfred Hayes

 

De Poolse schrijver en dichter Alexander Wat werd geboren op 1 mei 1900 in Warschau. Zie ook alle tags voor Aleksander Wat op dit blog.

 

Een Perzische fabel

Aan een grote rappe stroom
lag op de stenen oever
een schedel en die schedel
schreeuwde: Allah jah illah.

En er was zoveel afgrijzen
in die kreet, zo’n vurige bede
en de wanhoop was zo diep,
dat ik aan de stuurman vroeg:

Wat doet hem nu vrezen? En waar kan hij om smeken?
Welk Godsoordeel kan hem wreder nog hier wreken?

Toen rolde een golf aan
hij greep de schedel mee
sloeg hem met woeste kracht
tegen de kant te pletter.

Er is geen laatste grens
-sprak daarop dof de stuurman-
erger kent geen bodem.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Aleksander Wat (1 mei 1900 – 29 juli 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e mei ook mijn blog van 1 mei 2021 en ook mijn blog van 1 mei 2020 en eveneens mijn blog van 1 mei 2019 en ook mijn blog van 1 mei 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Menno Wigman, Tadeusz Różewicz

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Wigman werd geboren in Beverwijk op 10 oktober 1966. Zie ook alle tags voor Menno Wigman op dit blog.

 

Eindpunt

In bed. De tijd waait weg.
Alleen mijn sigaret en ik.

Hoe komt het toch dat ik,
die sta en val op een gedicht

waarin de wereld feller is,
soms dagen lang niet leven kan?

Ik kan niet leven met gemis
en als ik bij Larissa blijf

verlies ik tijd. Tot aan mijn dood
zal ik mijn grootste vijand zijn.

 

Lichaam, mijn lichaam

Lichaam, mijn lichaam, hoeveel handen
van hoeveel vreemden kreeg je op je af?

Ooit was de dood een klamme kappershand.
Toen kwam de vrieskou van een stethoscoop.

Weer later brak je in een tandartsstoel
of zat een valse leerkracht aan je hoofd.

En dan die metro’s met dat drukke vlees,
dat restvolk dat als vissen langs je gleed

in winkels, liften, stegen en coupés,
lichaam, mijn lichaam, denk toch aan de geur

van eerste kamers en verliefde lakens,
de lente die het in ons werd. Want wij

zijn bang. En angst duurt soms een lichaam lang.
Straks lig ik daar en wordt mijn haar gekamd.

 

Sluipwesp

Een wesp, een sluipwesp, pal onder mijn glas,
die zomer dat ik niks te vrezen had.
Zijn onbeholpen dood in mijn cognac
en ik die nog in vrijheid was. Luister:
ik zag een schilderij waarop doodleuk

een mes was neergelegd en vroeg me af
of die schilder nooit aan gekken had gedacht.
Luister: ik had een vrouw die handen had,
twee handen met een onbeheersbaar gat.

Dus stal ik wel eens wat. Of brak ik in.
Geen woord over die nacht dat ik was betrapt.
Natuurlijk kwam dat mes niet echt van pas.

Hier spreekt een dapper hoofd vol dom verdriet
dat zestig maanden tegen glas aan vliegt.

 

Menno Wigman (10 oktober 1966 – 1 februari 2018)

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

eerst

is er het woord
de grote vreugde van het scheppen

na het gedicht
begint
de oneindigheid

leg je oor te horen

voor de begenadigden
verandert deze
in God

maar voor de dichter
gaat de afgrond open

jaren later
wordt hij opgegraven
van modder
stof aarde ontdaan

een steen uit de hemel
een meteoor
van vuur gespeend

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e oktober ook mijn blog van 10 oktober 2021 en ook mijn blog van 10 oktober 2018 en ook mijn blog van 10 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 10 oktober 2015 deel 2 en eveneens deel 3.