Simon Carmiggelt, Arne Rautenberg

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

Uit: Kroeglopen 2 (Een rondje)

“Een paar weken terug is ome Jan plotseling gestorven. Op weg van de kroeg naar zijn kamertje zakte hij in de steeg als een lampion in elkaar en was meteen elders. Het hart, hè. De vaste jongens hoorden het pas de volgende ochtend, toen ze aan de tapkast stonden uit te wasemen. Ze zeiden eerst dat je ’t je eigen niet kon voorstellen. Toen namen ze een pilsje en zeiden dat ze, even zo vrolijk, tékenden voor zo’n dood.
‘Ze hebben ‘m uitgedraaid als ’t knoppie van ’t licht,’ zei de kastelein. ‘Wat kun je nou mooier hebben?’
En dan, hij was zevenenzeventig, dus hij had niks te mopperen. Al vele jaren zat hij de hele dag in de kroeg, geen woeste zuiper, maar wel, wat de Engelsen noemen always willing to bend an elbow. Toen hij vierenveertig was, had de dokter gezegd: ‘Als u zo doorgaat, leeft u geen maand meer.’ Hij was zo doorgegaan. De enige verandering die hij in zijn leven aanbracht, was dat hij sindsdien nimmer meer een dokter bezocht. Zo wordt een mens ongehinderd zevenenzeventig. Omdat hij een wandelend bewijs was van de medische ignorantie en de heilzaamheid van een ongezonde levenstrant, werd hij in de kroeg behandeld als een heilige koe. Sterk moet hij in elk geval geweest zijn, want de Duitsers hadden vier oorlogsjaren lang in Mauthausen ijverig geprobeerd hem dood te schoppen, ’t Had hem niet eens haatdragend gemaakt.
‘Al dat mishandelen is natuurlijk niet goed voor je gestel,’ zei hij wel eens, ‘maar ik moet toegeven, je had er ook geschikten onder, die niet sloegen. Nou ja, zo’n enkel klapje…’
Ofschoon hij een uitstekende echtgenoot en een liefhebbende vader zou zijn geweest, had hij kind noch kraai. Aan trouwen was hij nooit begonnen.
‘Dat komt, ik heb een zéér gelukkige jeugd gehad,’ zei hij, ‘en als ik dan een meisje ontmoette, dacht ik altijd: ze is wel aardig, maar toch niet zoals mijn moedertje.’
Dat woord ‘moedertje’ liet hij als een witte duif los in de sigarenmist van de kroeg en hij keek het na door ogenzilt. Ook zijn vader had hij diep bemind, ’t Was een fervente wandelaar geweest, die op hoge leeftijd nog doodleuk naar Haarlem liep. Een vrolijk iemand ook, altijd vol kwinkslagen en fopperijen, maar op de middag van zijn sterven was hij plotseling bevangen door de oermelancholie waaraan niemand ontkomt, en hij had, star naar het plafond kijkend, gezegd: ‘Ik heb ’t, geloof ik, allemaal verkeerd gedaan.’
‘Ben je belazerd, ouwe, je hebt ’t juist prachtig gedaan,’ had ome Jan geantwoord.”

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

te grote woorden

vlees

bleek afgelikt
tussenstuk jij
blauw gespikkeld,
kruist het pad
van de warme
handen verderop
betegelde muren de
botten
huid en vandaag gespannen
over til nog
een steen uit het
gras draai
zijn vochtige kant
voor je gezicht in het
gat in de aarde — kijk:
ongedierte, hoe het
kriebelt in het licht
in het licht

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 7e oktober ook mijn blog van 7 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Victor Vroomkoning, Ulrike Ulrich

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

ik hou van mensen die blijven…

ik hou van mensen die blijven, zei hij,
we stonden samen onder het afdak te turen
naar het kantwerk van de winterbomen
en door zijn woorden had ik moeite om weg te gaan

hij voerde me door de geschonden lanen van zijn jeugd,
langs vergane boomgaarden, nabij tere beken,
voor een gesloopt huis hield hij halt en
keek heimelijk door het venster van zijn eerste liefde
aarzelend sloop er zomer in zijn stem
en ik zag dat hij even weg was

 

De Liefde, O, De Liefde!

Een steelse blik is haar begin
een bliksemschicht van hart naar hoofd,
de reactoren van het menselijk geluk.
Ze tuit je lippen tot een kus, legt je lus
van armen om een hals, wang aan wang
je wrijft en later, lager kruis aan kruis.

Als ze blijft, de liefde die je bliefde
wat broedt ze uit? Ze aait, ze paait,
ze likt, verstikt, ze vergt, ze tergt.
Ze paart, ze baart, ze sticht, verplicht.
De Liefde, O, De Liefde! Ze zweert en
deert, ze levert tranen van noodlottigheid.

Soms haat je haar omdat ze dingen met je doet
die je weliswaar niet wilt maar die je niet kunt
laten omdat zij het liefste wat er is, De Liefde is.

 

Wachten op de nacht


Vanmorgen was hij nog een spelend kind
in een tuin vol beelden, vanmiddag een
jongleur met toverballen op een marktplein
in de schemering een hemellichaam aan een
trapeze zonder net, maar met de avond viel
hij uit zijn luchtig leven in het vlees terug
van een schouwer, de twee handen om zijn
kop gevouwen, overdenkend hoe het kind
dat in hem opkwam zoveel plaats innam.

Nu dooft hij langzaam uit, soms is er nog
een glimp van helderheid waarin de wereld
oplicht, een gelaat dat bij een naam past
bij een ding een ander ding totdat het weten
hem ontvallen zal en er geen dag meer kraait.

 

Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulrike Ulrich werd geboren in op 6 oktober 1968 in Düsseldorf. Zie ook alle tags voor Ulrike Ulrich op dit blog.

 

Vertrek

Ze heeft zich al lange tijd voorbereid op haar vertrek.
Ze verzamelt haar moed en de belangrijkste spullen.
Ze maakt lijstjes van wat ze niet mag vergeten.
Ze levert geleende boeken in.
Bij de loket laat ze mensen voorgaan in de rij.
Ze controleert of de sporen er nog liggen.
Ze kijkt naar de mensen die vertrekken.
’s Avonds, wanneer de langeafstandstreinen de hele nacht doorrijden,
kijkt ze zonder schaamte in de slaapcoupés.
Ze kijkt naar de gezichten van de alleenreizenden met veel bagage.
Ze gaat naar het station en zoekt naar aansluitende treinen.
Als ze terugkomt, vraagt hij haar niet waar ze is geweest.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 Ulrike Ulrich (Düsseldorf, 6 oktober 1968)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e oktober ook mijn blog van 6 oktober 2025 en ook mijn blog van 6 oktober 2021 en ook  mijn blog van 6 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

John Taggart, Roberto Juarroz

De Amerikaanse dichter en criticus John Taggart werd geboren op 5 oktober 1942 in Guthrie Center, Iowa. Zie ook alle tags voor John Taggart op dit blog.

 

Orange Berries Dark Green Leaves

Darkened not completely dark let us walk in the darkened field
trees in the field outlined against that which is less dark
under the trees are bushes with orange berries dark green leaves
not poetry’
s mixing of yellow light blue sky darker than that
darkness of the leaves a modulation of the accumulated darkness
orange of the berries another modulation spreading out toward us
it is like the reverberation of a bell rung three times
like the call of a voice the call of a voice that is not there.

We will not look up how they got their name in a book of names
we will not trace the name’
s root conjecture its first murmuring
the root of the berries their leaves is succoured by darkness
darkness like a large block of stone hauled on a wooden sled
like stone formed and reformed by a dark sea rolling in turmoil.

 

Refrains For Robert Quine

And goes is gone
cause for mourning head
in hands in tears gonna be a long long wait for the resurrection
of the dead.

There are birds there is birdsong
unmourning and unmournful at sunrise in the white light
there is a garden with high walls around it
jardin de plaisir
of mint and lavender of hyssop in hedges glassy beads of water on velvet leaves
purple-flaked lupin spikes above velvet pulmonaria
there is a gardener la belle jardinière bare-breasted and bare-footed
bouquets
of all flowers in her arms and woven in her hair.

2
And it hurts not good but
bad
to see a man head in hands in tears it breaks you up
to see a man come down in tears.

There are birds there is birdsong
having come through hunger and danger
there is free song
a free weaving of many songs
song against song and other songs clustered/spun out in a blending of wavy pitches
tant
doucement the phrase means what the songs mean
freshness
that meaning so sweetly and freely as a gardener weaves flowers in her hair.

 

John Taggart (Guthrie Center, 5 oktober 1942)

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

Achtste reeks. 72

Wat eerst uitgewist:
de schaduw of het lichaam,
het gisteren geschreven woord,
of het vandaag geschreven woord,
de donkere dag,
of de heldere dag?

Er moet een orde worden gevonden.
Het leren uitwissen van de wereld
zal ons later helpen onszelf uit te wissen.

 

Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

 

Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e oktober ook mijn blog van 5 oktober 2018 en ook mijn blog van 5 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 5 oktober 2014 deel 2.

Zo is het leven (Jan de Bas), Roberto Juarroz

 

 

Vier vrienden door Maud Earl, 1893

 

Zo is het leven

Hond. Vier poten in de mand.
Kijken. Blaffen. Hijgen. Vier
poten uit de mand. Lopen.
Stilstaan. Lopen naar de mand.

Hond. Vier poten in de mand.
Kijken. Blaffen. Hijgen. Vier poten
uit de mand. Lopen. Blaffen.
Hijgen. Hond. Vier poten

in de mand. Kijken. Blaffen.
Hijgen. Zitten. Blaffen Hijgen.
Liggen. Blaffen. Hijgen. Hond.
Vier poten in de mand.

 

Jan de Bas (Waddinxveen, 13 januari 1964)
Een pauw in Kinderboerderij Dierendal in Waddinxveen

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

ACHTSTE REEKS. 2

Ook de woorden vallen op de grond,
als vogels die plotseling dol worden
van hun eigen bewegingen,
als voorwerpen die opeens hun evenwicht verliezen,
als mensen die struikelen terwijl er geen obstakels zijn,
als poppen vervreemd door hun stijfheid.

En in dat geval bouwen
de woorden zelf een trap vanaf de grond
om weer naar het betoog van de mens te klimmen,
naar zijn gestamel
of zijn laatste woorden.

Maar er blijven er een paar liggen.
En soms vind je ze
bijna verborgen achter hun schutkleur,
alsof ze wisten dat iemand ze zou oppakken
om een nieuwe taal met ze te maken,
een taal die alleen uit gevallen woorden bestaat.

 

Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

 

Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn blog van 4 oktober 2018 en ook mijn blog van 4 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 4 oktober 2015 deel 2.

Kira Wuck, Roberto Juarroz

De Nederlandse dichteres Kira Wuck werd geboren in Amsterdam op 3 oktober 1978. Zie ook alle tags voor Kira Wuck op dit blog.

 

Eenzaamheid ruikt naar kalfslever in een ovenschaal
de geur plakt in elke hoek van het huis
sneeuw en hoge bomen bakenen wegen af
Je komt niet weg voordat alles ontdooit
daarom trouwt men hier snel

Soms hakt er iemand een wak in het ijs
om te kijken of hij nog leeft
in de sauna worden vriendschappen geruild voor bier
Woorden zijn spaarzaam als het licht
als iemand wat vraagt
plak ik de mijne onder de sneeuw

In de keuken drink ik de laatste slokken
uit wijnglazen die op de afwas wachten
gekookte varkenshoofden gapen me aan
sneeuw wordt van daken geveegd

Ik verstop mij in een lichte roes onder het tafelkleed
pulk de inhoud uit een broodje
kijk waar muren elkaar raken

 

Vertrek

Op de nachtpont spelen trompetten
de wind blaast resten uit mijn haar
handen grijpen ramen vast die maar
niet dicht willen gaan
Een jongen op de oever zwaait mij
wild gedag
ik ken jou niet, zeg ik
jawel zegt de jongen
we halen er een spiegeltje bij
als het niet beslaat –
dan ben je vertrokken

 

Uitzicht

Vroeger had ze een kat die te bol werd
om te rennen
ze breidt nog steeds truitjes en zoekt
zijn haar
de televisie staat aan, maar meestal op
een tussenkanaal
ze noemt het uitzicht

Ze kijkt naar de foto op het nacht-
kastje
een magere man met spitse oren
hij zorgt dat ze haar gebedjes niet
vergeet
ze draait zijn gezicht naar de muur
de verpleegster draait hem bij het
afstoffen terug

Nog voordat de maan vertrokken is
kijkt ze hoe de bruine prut in de kan
druppelt
de stad is klein door haar raam
ze is er in drie stappen vanaf de keuken

 

Kira Wuck (Amsterdam, 3 oktober 1978)

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

ELFDE REEKS. 1. 3

Een tekst die de buitenlucht verdraagt,
in de zon kan worden gelezen of in de regen,
in de schreeuw of de nacht,
in de naakte tijd.

Een tekst die de oneindigheid verdraagt,
de kieren die zich verspreiden als stuifmeel,
het meedogenloze lezen van de goden,
het ongeletterde lezen van de woestijn.

Een tekst die de buitenlucht
totaal weerstaat.
Een tekst die zelfs gelezen kan worden
in de dood.

 

Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

 

Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn blog van 3 oktober 2020 en evenens mijn blog van 3 oktober 2018 en ook mijn blog van 3 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 3 oktober 2015 deel 2.

Dimitri Verhulst, Wallace Stevens

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

Uit: De laatkomer

“Hoewel volkomen opzettelijk, is het zeer tegen mijn zin dat ik iedere nacht opnieuw in mijn bed schijt. Mij te verlagen tot deze zelfonterende daad is waarlijk de lastigste consequentie van de ietwat zotte levensweg die ik op mijn oude dag ben ingeslagen. Maar ik zou mijn verplegers en verpleegsters achterdochtig stemmen indien ik het in mijn slaap drooghield. Wens ik niet uit mijn rol van seniele grijsaard te vallen, dan heb ik geen andere keus dan op regelmatige basis mijn luiers te bevuilen. Want dat is het inderdaad: een rol. Ik ben helemaal niet zo dement als ik mijn omgeving doe geloven! Het zuur van mijn urine is ermee begonnen mijn billen aan te vreten en ik moet zeggen: mij zijn aangenamere sensaties bekend. De zalfjes die ronde Sonja en Aïscha dagelijks tussen mijn billen strijken terwijl ze kletsen over het appetijtelijke lijf van de vertegenwoordiger van Kukident kleefpasta die zijn producten aan dit tehuis hier slijt, verzachten geen knijt. Maar nogmaals, dat incontinente gedrag van me kan onder geen beding uit mijn script worden geschrapt. U moet het zich maar even proberen voor te stellen wat het zou geven wanneer plots werd ontdekt dat ik al een paar maanden met succes dementie veins! Dat ik al vele, vele weken onzin uitkraam of apathisch in mijn stoel zit te wiebelen terwijl ik, om zomaar iets te noemen, nog altijd hedendaagse politieke kwesties kan uitleggen. Het ziekenfonds zou zich bestolen voelen en mij voor de rechter slepen; het personeel, en al helemaal het vrouwelijk personeel van geriatrisch gesticht Winterlicht, zich misbruikt weten, aangetast in z’n integriteit, en mij met genoegen de schedel inslaan. Het medelijden dat mijn kinderen nu nog net voor me weten op te brengen zou zich hertalen in een grenzeloze schaamte voor hun vader. En mijn echtgenote, het kreng, zou, gesteld dat ze mij overleeft, en dat zal ze, mijn graf bedelven onder grote hoeveelheden mezenvoeder, zodat mijn nagedachtenis gedurig door de vogels werd bescheten. Dus neen, er is geen alternatief. Alle bruggen zijn verbrand, mij rest geen weg terug. Eenmaal in het oud-peetjeshuis, altijd in het oudpeetjeshuis. Ik wist waar ik aan begon. Doch dat neemt niet weg dat, van alle aspecten eigen aan het geloofwaardig neerzetten van een compleet seniele senior, de moedwillige terugkeer naar de onzindelijkheid mij het lastigst valt. Het is vaak met tranen in mijn ogen geweest dat ik hier ’s nachts mijn darmen binnenstebuiten perste. Een gebrek aan wilskracht kan mij de laatste maanden niet worden verweten, maar liggend in mijn eigen kleverige drek ben ik toch een aantal maal aan mijn onderneming beginnen twijfelen. Dat waren de zeldzame stonden waarin ik mij afvroeg: ‘Is dit het allemaal wel waard? Ben ik toch niet een tikkeltje te ver gegaan?’ Ondertussen heb ik op die vragen mijn definitieve antwoord wel klaar. Gelukkig maar.”

 

Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 eneveneens alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

Zondagmorgen

II

Moet zij haar weelde aan de doden schenken?
Wat is goddelijkheid, als die alleen
In stille schaduwen bestaat en dromen?
Vindt zij niet in de streling van de zon,
In geurig fruit en lichtend groene vleugels,
Of andere balsem van de schone aarde,
Wat zij als hemels in zich koesteren kan?
Goddelijkheid moet in haarzelve wonen:
Hartstocht van regen, stemmingen van sneeuw,
Klachten van eenzaamheid of ongekooide
Verruktheid als het bos bloeit; vlagende
Emoties in de herfst op natte wegen;
Pijnen en vreugden beide, met behoud
Van zomertwijgen en van wintertakken.
Naar deze maten is haar ziel beschikt.

 

Vertaald door Lloyd Haft

 

Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)
De dichter zwaaiend met een wandelstok, ca. 1922

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e oktober ook mijn blog van 2 oktober 2024 en ook mijn blog van 2 oktober 2023 en ook mijn blog van 2 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 2 oktober 2018.

October (J.C. Bloem), Wallace Stevens

 

 

October’s Flame door Robert Strong Woodward, 1932

 

October

De hooge vloed des zomers is vergleden;
Nog gister wiegden we in zijn diepen schoot,
Nu proeven wij, bij ’t ’s morgens buiten treden,
Iets in de lucht van zaligheid en dood.

Dit is de teerste maand van ’t jaar: October,
Die van in damp gebroken licht verzaad,
Geheiligd, onaantastbaar-kuisch en sober,
Langs een gewijde en stille wereld gaat.

Een nieuwe weelde lokt: het zijn de stralen,
Van warmte en wellust algeheel ontdaan,
Die door een sfeer van ijle nevels dalen,
Als najaarsdraden in een vochte laan.

En, nauw-omstrengeld, dwalen door die prachten
Twee zielen, waarvan de een voor de ander zwicht,
Broeder en zuster van mijn herfstgedachten,
De dunne schaduw en het dunne licht.

De schaduw heeft het zware en fulpen donker
Van ’t zomerlijke lommer afgeleid,
En aan het milde licht bleef glans noch flonker,
Alleen een wonderlijke helderheid.

De luister van deze aarde is niet te dooven.
Mijn liefde wemelt in een zonnestraal
Rondom de laatste rozen dezer hoven,
Als spel van luiten aan een koningsmaal.

En mijn verlangens trekken met de scharen
Van vogels krijtend lang de blauwe lucht,
Die dichtbij ’t stralend hart des hemels varen,
Terwijl mijn loomte aan de aarde kleeft en zucht.

Ik denk aan u, droom van dit korte leven,
En van zijn barren gloed het rustloos vuur.
Het bloed mijns harten wildë ik u geven –
Zie: ’t werd een roode wingerd langs den muur.

O latere geliefden langs deez’ paden,
Wanneer mijn stof al wervelt op den wind,
Herdenkt mij: toen mijn voeten het betraden,
Heb ik dit landschap ook zoozeer bemind.

Herdenkt, herdenkt mij dan – maar niet verweven
Met de gedachte aan die de harten bluscht,
Maar als gij naar de grenzen reikt van ’t leven,
In najaarsnachten, warm van liefde en lust.

 

J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Oudshoorn, de geboorteplaats van J. C. Bloem

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

Zondagmorgen

I

Peignoirgenoegens, late koffie en
Sinaasappels genoten in de zon,
De groene vrijheid van een kaketoe,
Verdrijven samenspannend op het kleed
De heilige huiver van de offerdood.
Zij droomt een beetje en zij voelt, hoe zwart
Die oude catastrophe naderkruipt,
Zoals de windstilte waterlichtjes dooft.
De groene vleugels, scherpe geur van ’t fruit,
Lijken trofeeën in een stoet van doden
Over wijde wateren, zonder geluid.
Zo haar dag: wijd water, zonder geluid,
Voor haar dromende voeten uitgelegd,
Een zee begaanbaar tot in Palestina,
Het zwijgende domein van bloed en graf.

 

Vertaald door Lloyd Haft

 

Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn blog van 1 oktober 2025 en ook mijn blog van 1 oktober 2021 en ook mijn blog van 1 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 1 oktober 2018 en ook mijn blog van 1 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Hendrik Marsman, Wallace Stevens

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Marsman werd geboren op 30 september 1899 in Zeist. Zie ook alle tags voor Hendrik Marsman op dit blog.

Uit: Tempel en kruis

VII

‘O vleesch dat uzelve bevlekt
met het beursche vleesch der cultuur,
wees een plant weer, een stroomend wier
in de zwarte rivier der natuur.

al de woorden verdampen als dauw
en het zaad dat vruchtbaar zou zijn
in den buik van een bloeiende vrouw
verkwijnt in het knapenlijf

van den gladden hermafrodiet,
de hetaire die ’t embryo doodt;
slaap niet met het intellect,
paar niet met een kouden schoot.

want nog steeds is addergebroed
de vrucht van inteelt geweest
en ook de infant van den geest
zal den weg gaan van alle vleesch.

zie, de maan heeft het schrift al gevlekt
dat uw pen dreef in het papier;
ook het vers dat het merg u onttrekt
zal als het gras zoo kort zijn van duur.

verzink in het dal van den slaap,
in den humus der wereldgrond –
een bedwelming zonder naam,
een vergetelheid zonder grond.’

VIII

Vroeg in den morgen dwaalt hij door de stad.
de stilte schrikt, en vluchtig slaat de straat
de leege oogen op naar het gezicht
der oude scheemring aan den overkant,
een wezenloos gelaat, of zij zichzelve
in den spiegel ziet.
hij volgt de gracht,
het doode water slaapt in ’t bronzen bed
tusschen de werven nog, geen zon belaagt
in het beschimmeld duister van de brug

met judaspenning het geheim der visch.
de boomen stil, ’t blad houdt den adem in
van het doorschijnend lispelend verhaal
dat het zich eindeloos herhalen wil
en vreest den overval der dageraad.

 

Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940)
De jonge Hendrik Marsman in 2016, 17 jaar oud

 



De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

The dwarf

Nu is het september
En het web geweven,
Het web is nu geweven
En je moet het aan.

De winter is gereed, je moet hem dragen,
Winterweb, wintergeweven wind,

Zomerse gedachten
Die het brein erover heenplakt
Ten spijt – lappen op een lappenpop.

De geest is nu gewrocht.
Langzaam, langzaam
Werd eraan gevlochten.

Dit is wat je bent,
Je uiteindelijke mannetje
Geweven, geweven
En hij wil nu gedragen.

Masker noch gewaad, dit
Wezen uit de vale zomer
Losgerukt, spiegel van de kou, komt zitten

Thuis naast je lampje:
Slokken van je glaasje,
Morsen met je mok.

Kijk maar: rijp
Tussen de baardstoppels al.

 

Vertaald door Lloyd Haft

 

Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)
Ingekleurde portretdfoto uit 1948

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook mijn blog van 30 september 2023 en ook mijn blog van 30 september 2020 en eveneens mijn blog van 30 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Jon Fosse, W. S. Merwin

De Noorse schrijver en dichter Jon Fosse werd geboren in Haugesund op 29 september 1959. Zie ook alle tags voor Jon Fosse op dit blog.

 

IETS OVER DE TONEELSPELER

in wat zich roert
als het leven
altijd in verweesde beweging
is iets rustig
en zwaar
als het leven zelf
zwaar is           Voor sommigen
wordt het leven te licht
en tegelijkertijd te zwaar
en zij stappen uit het gebeuren
en staan daar
wankel
beschaamd
en weten niet wat te zeggen
ze hebben niets te zeggen
en daarom moet er iets gezegd            En ze stappen naar voren
met passen licht en doelgericht als de wind
stappen ze naar voren
en dan staan ze daar
zwaar van zichzelf
in elkaars licht
terwijl de schaamte
vervliegt
gewichtloos als de engel van de hond
 
En dan gaan de vleugels van de engel open
en vouwen zich om hen heen
 
En dan is het gezegd

 

DE BERG HOUDT ZIJN ADEM IN

een diep inademen
en toen stond de berg daar
toen stond de berg daar
en zo staat de berg daar
 
en buigt zich neer
en neer
in zichzelf
en houdt zijn adem in
 
terwijl wind en water
strelen en slaan
houdt de berg zijn adem in

 

GEWOON WETEN

de zang, de zang van de zee
glijdt neer langs de steile rotsen
en verder langs hemel
 
in blauwe zweefvlucht, als een schemeren
naar waar wij samenzijn
en waar wij nooit iets zeggen
 
en gewoon weten

 

Vertaald door Marianne Molenaar

 

Jon Fosse (Haugesund, 29 september 1959)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927. Zie ook alle tags voor W. S. Merwin op dit blog.

 

Bij het vallen van de avond

Wanneer het tijd is, volg ik de zwarte hond
de duisternis in die de geest van de dag is

Ik zie daar niets anders dan de zwarte hond
de hond die ik ken, die voor mij uit loopt

zonder om te kijken – o, het is de zwarte hond
op wie ik nu, na al die jaren, vertrouw

nadat ik jarenlang het vertrouwen van de zwarte hond genoot
door tijden van licht en door schaduw heen

verder, de blindheid van de zwarte hond in
waar de kamers van het donker al bekend waren

en geen angst in zich droegen voor de zwarte hond
die mij voorzichtig de blinde trap op leidde

 

Vertaald door Frans Roumen

 

W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e september ook mijn blog van 29 september 2025 en ook mijn blog van 29 september 2020 en eveneens mijn blog van 29 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Philip Huff, W. S. Merwin

De Nederlandse dichter en schrijver Philip Huff werd geboren op 28 september 1984 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Philip Huff op dit blog.

Uit: Open

“Negen jaar lang hebben we weinig onbesproken gelaten, maar dit wel: de zomer van 2020 stond ik in het Rijksmuseum voor Maria Magdalena in extase van Artemisia Gentileschi, ik keek naar het gezicht van Jezus’ metgezellin en mogelijke geliefde en besefte dat ik jou al maanden niet meer zo in vervoering had gezien.
Ik was moe. Moe van de lange nachten met de hitte en de muggen, moe van de zomer. We waren samen naar Portugal geweest, naar Ierland, maar jij had nog nooit zo ver van mij vandaan gevoeld. Ook niet toen ik nog in New York woonde. Ik was moe en ik was boos.
Ik wist dat gevoelens getijden kenden, maar ook dat die vergelijking een valse was: liefde is niet gelijkmatig als de zwaartekracht. Ik wist dat, als de tijdslijn van een relatie lang genoeg was, dit soort dingen gebeurden. Onze wittebroodsjaren waren voorbij, we hadden een roze periode gekend, en nu een blauwe. Ik wist ook dat je dan moest volhouden, een maand, een jaar, totdat je elkaar weer had gevonden, in een volgende roze periode. Maar ik had niet langer het gevoel dat we samen in de dagelijkse loopgraven van het bestaan zaten. Of misschien wel, maar dan aan andere kanten van het front.
Ik voelde elke dag je walging. Je vroeg mij niets meer. Wilde niets meer met mij doen. Je wilde niet mee naar het museum, en als we wel samen voor dat schilderij hadden gestaan, had jij mij niets gevraagd en ik had niet durven zeggen wat ik dacht: dat ik moe was en boos.
En toch… en toch liep ik door. Als een afgematte voetsoldaat. Maar ik wist, met elke polsslag, ik voelde, tot in elke vezel, dat deze aanpak geen verzoening bracht.
Waarom zei ik niets?
Dit praten, dit schrijven, dit altijd weer praten met jou. Ik doe het zodat ik zeker weet dat ik alles wat ik je wil zeggen ook daadwerkelijk zeg. Ik doe het, om het helder te krijgen, allemaal.
Wat Renate Rubinstein zei: Liever had ik geschreven met sereniteit en liefst in glorie, maar als die er niet zijn, dan kan het ook gewoon.”

 

Philip Huff (Zwolle, 28 september 1984)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927. Zie ook alle tags voor W. S. Merwin op dit blog.

 

Weerkaatsend licht

Toen ik net leerde lezen, stelde ik me voor
dat bruggen iets te maken hadden met vogels
en met wat op kooien leek, al wist ik
dat het geen kooien waren; het moet herfst zijn geweest
met het stoffige licht dat flikkerde op de tramleidingen
en die oranje plekken die in brand leken te staan ​​op de foto’s
en nu is het inderdaad herfst, de heldere
dagen niet ver van zee, met een briesje dat snuffelt
aan droog gras dat gisteren nog groen was
de lege maïs die staat te trillen en een dons
van spookbloemen dat de verwaarloosde velden sluiert
en overal de kleuren – ik kan mijn ogen
er niet vanaf houden: alles rood, zelfs de brede stromen
rood; het is het seizoen van de trekvogels
die ’s nachts vliegen en de draaiende aarde onder zich
voelen; ik werd wakker in de stad en hoorde
de roep van de plevier, steeds weer opnieuw
voordat ik in slaap viel, en hier, ver stroomafwaarts
samenscholend en weerkaatsend vlak bij de oever
hebben de langste bruggen hun slanke vleugels gespreid

 

Vertaald door Frans Roumen

 

W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e september ook mijn blog van 28 september 2020 en eveneens mijn blog van 28 september 2018 en ook mijn blog van 28 september 2017 en eveneens mijn blog van 28 september 2014 deel 1 en eveneens deel 2.