In August (Paul Laurence Dunbar), Stefan van Dierendonck, Martin Piekar

 

 

Middaglandschap in augustus door Pierre Bonnard, 1915

 

In August

When August days are hot an’ dry,
When burning copper is the sky,
I ‘d rather fish than feast or fly
In airy realms serene and high.

I ‘d take a suit not made for looks,
Some easily digested books,
Some flies, some lines, some bait, some hooks,
Then would I seek the bays and brooks.

I would eschew mine every task,
In Nature’s smiles my soul should bask,
And I methinks no more could ask,
Except—perhaps—one little flask.

In case of accident, you know,
Or should the wind come on to blow,
Or I be chilled or capsized, so,
A flask would be the only go.

Then could I spend a happy time,—
A bit of sport, a bit of rhyme
(A bit of lemon, or of lime,
To make my bottle’s contents prime).

When August days are hot an’ dry,
I won’t sit by an’ sigh or die,
I ‘ll get my bottle (on the sly)
And go ahead, and fish, and lie!

 

Paul Laurence Dunbar (27 juni 1872 – 9 februari 1906)
Dayton (Ohio), de geboorteplaats van Paul Laurence Dunbar

 

De Nederlands schrijver en gewezen priester Stefan Clemens Maria (Stefan) van Dierendonck werd geboren in Gemert op 4 augustus 1972. Zie ook alle tags voor Stefan van Dierendonck op dit blog.

Uit: En het regende brood

“De rozen lijken zich te herstellen,” zei ik. De doos was van karton, de zilveren tape zorgvuldig aangedrukt; op een hoek zag ik een grillige kring van opgedroogd water. “Weerbarstige planten zijn dat toch. Snoeien moet je Ieren, dat blijkt maar weer. Ik hoop dat ze in de toekomst weer het hoofdaltaar kunnen sieren.”
Ik zweeg.
“Goed. Dit pakket is verzonden door Clemens Driessen, en blijkbaar enkele maanden zoekgeraakt in de post. Het is een wonder dat het nog is opgedoken.” Even leek hij te grinniken; toen hernam hij zich. “Natuurlijk staat Clemens’ geval me nog helder voor ogen. Ik herinner me onze gesprekken over zijn coeliakie, over zijn onvermogen om die een plaats te geven in zijn priesterschap. Ik weet hoe aangeslagen je was door zijn ontijdige einde. Onze hele gemeenschap heeft voor jou en voor je leerling gebeden; we hebben je ondersteund in de verwerking van je verdriet. Vergeet dat niet nu ik je deze doos ga overhandigen. Jij hebt er recht op om de laatste boodschap van Clemens in te zien. Ik heb het in gebed voor de Heer gebracht en het besproken in dc raad van monniken. We zijn er zeker van dat Hij het zo wil. Moge je antwoorden vinden en vrede.”
Hij tilde zijn handen van de doos. De flappen veerden omhoog. De tape bleek doorgesneden; de abt had alles ingezien en beoordeeld, natuurlijk. Tenslotte is hij als vader door de gemeenschap gekozen, door God in die taak bevestigd, een goede herder voor zijn kudde. Ik begreep het maar al te goed. Niettemin bleef de oude slang mijn hart knellen, mijn longen pletten, mijn maag knijpen; mijn lijf was te klein voor mijn organen en het beest.
“Dank u,” zei ik, met mijn blik op de kiezels in de betonnen vloer, en ik nam het karton en liep naar de deur.
“Graag had ik de doos bij de vespers terug,” sprak de abt achter me.
Ik liep door naar mijn vrijwillige privé cel, mijn kamer in een anoniem gebouw. Nooit had ik die als mijn bezit beschouwd, zoals de regel voorschrijft; nu was hij veranderd in mijn domein. Ik sloot de deur achter me, draaide de sleutel om. Ook voor het eerst.
De verhuisdoos plaatste ik op mijn werktafel. Ik ging zitten, langzaam.”

 

Stefan van Dierendonck (Gemert, 4 augustus 1972)

 

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

Zie onder het vlees de poging om de urn op te blazen door afwezigheid

Het sensationele elders en zijn
Inclusieve duisternis van agitatie
Een sluisdeur in de natuur, een visval op
De tweede blik onder het vlees
Vreet stoffig geruis zich vrij
Eerst de stemmenvangst dan – alsjeblieft niet –
De moraal, ondermijnt geen kopieerfouten
Dit is het stempel van de vereniging
Der niet-stemmers

De verstomden
In het koor van de ongehoorden
Zijn niet de ontstemden, hun monden vol
Angst en rimpels, die zich druk maken over de
Ontgrenzing van stemloosheid en stem
Alleen stem en stemloosheid zijn onder
Het vlees te horen, fonemen
De bijl van de domheid ontstemt
Op de meest elliptische manier

Wat is dat
Voor 1 groep niet-stemmers?

Je redenen zullen worden genegeerd, dat beloof ik.

Nu is het
Party, party, partytijd met champagne-receptie.
Tot leedvermaak achteraf.
Alles is even onbestemd onder
Het vlees, kijk eens onder het vlees.
Is er nog utopie en hoop is er nog
Een bedelaar, bepaald door gisteren, voordat
Het geschiedenis voordat het voorbij is. Het maakt
Niet uit dat feiten niet met gevoelens
Overeenkomen, dat dat een feit is
Klopt niet dat morgen
Een nieuwe dag is klopt ook niet.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e augustus ook mijn blog van 4 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 4 augustus 2019 en ook mijn blog van 4 augustus 2017 en ook mijn blog van 4 augustus 2013 en mijn drie blogs van 4 augustus 2011 en mijn blog over Robert Beck.

Sommersonate (Georg Trakl), Marica Bodrozić, Mirko Wenig

 

 

Een vijver in de zomer door Peder Mørk Mønsted, 1906

 

Sommersonate

Täubend duften faule Früchte.
Busch’ und Bäume sonnig klingen,
Schwärme schwarzer Fliegen singen
Auf der braunen Waldeslichte.

In des Tümpels tiefer Bläue
Flammt der Schein von Unkrautbränden.
Hör’ aus gelben Blumenwänden
Schwirren jähe Liebesschreie.

Lang sich Schmetterlinge jagen;
Trunken tanzt auf schwülen Matten
Auf dem Thymian mein Schatten.
Hell verzückte Amseln schlagen.

Wolken starre Brüste zeigen,
Und bekränzt von Laub und Beeren
Siehst du unter dunklen Föhren
Grinsend ein Gerippe geigen.

 

Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)
Salzburg, de geboorteplaats van Georg Trakl

 

De Duitse dichteres en schrijfster Marica Bodrozić werd geboren op 3 augustus 1973 in Zadvarje in het toenmalige Joegoslavië. Zie ook alle tags voor Marica Bodrozić op dit blog.

Uit: Pantherzeit: Vom Innenmaß der Dinge

„Der Frühling ist gekommen. Seine Schönheit und sein Licht sind überirdisch wirksam. Mit der wärmenden Sonne ist unsere Innenzeit einhergegangen. Auf der ganzen Welt sitzen die Menschen in ihren Wohnungen fest. COVID-19 hat uns alle auf die gleiche Weise getroffen: als atmende Einzelwesen, die mit dem empfindlichsten Organ ihres Körpers mit allen anderen Einzelwesen verbunden sind. Vielleicht haben wir das vergessen, diese Verbindung, die die Luft uns zuweist. „Alles, was man vergessen hat”, schreibt Elias Canetti, „schreit im Traum um Hilfe.” Diese Pandemie trägt traumhafte Züge, sie fühlt sich auf eine merkwürdige Weise zeitgleich wirklich und unwirklich an, sie agiert nach Gesetzen, die wir nicht oder noch nicht genau genug kennen. Sie hat die Regie über unsere Gedanken übernommen. Aber es gibt immer noch die Innenwelt, den Blick, der mitgestaltet, weil er genauer sieht und ein Sehen ermöglicht, das alles ändern kann.
Meine Innenwelt möchte dieser äußeren Regie der kollektiven Gedanken widerstehen, ich kann sie lesen, das genügt; also verschlingt sie mich auch nicht. Eine starke Ruhe kehrt in mich ein. Mein Kind sieht mich in diesem Augenblick an, in dem sich alles in mir neu sortiert. Gregor schaut erst unsere Tochter, dann lange und ausdauernd mich an. Ohne zu sprechen wissen wir beide, was wir in diesem Augenblick denken. Denn so viele Jahre haben wir uns immer wieder gefragt, was in unserer Zeit an der Stelle eines Kriegs auf uns zukommen könnte, das unser al-ler Leben verändert. Wir haben über Wasserknappheit nachgedacht, über Klima-katastrophen, über die Gier der wenigen Reichen, über Diktaturen. Aber so etwas haben wir uns nie vorstellen können. Jetzt ist eine Zeitenwende da, und wir sind ihr Anfang, der anderen einmal Geschichte sein wird. Es könnte lange dauern, denke ich. Mein inneres Leben greift gleichsam von alleine auf tiefere Flüge der Seele zurück, die Brücke ist einmal mehr das Buch, diese Welt aus Blättern, die mir schon so viele Male das Leben gerettet hat, die mich zum Atem geführt hat, der aus der Ruhe kommt.“

 

Marica Bodrozić (Zadvarje, 3 augustus 1973)

 

De Duitse dichter Mirko Wenig werd geboren op 3 augustus 1977 in Gera. Zie ook alle tags voor Mirko Wenig op dit blog.

 

Kleinsteedse Indianen

Ze rijden niet. Maar
ze bewaken
de maan als ze ’s avonds
samenkomen beneden
op de parkeerplaats waar
de bezorgauto’s staan:
ze worden bespied
door de ogen van buren
achter de gordijnen.

En de een schreeuwt in de wind,
de ander voert kunstjes uit
op de achterkant van zijn skateboard.
O, ze vertrouwen de stilte niet,
hebben geen bivak opgeslagen,
en steeds weer,
het bij elkaar steken van de hoofden,
het uitwisselen van kusjes
met bleke meisjes.
aan de overkant, op de spoordijk,
groeien kabels uit het gras;
hier zijn geen treinvonken meer te zien.

Dan plotseling, het vertrek.
Ze gaan naar huis of
naar een café
waar geen bier meer is: onderweg
veranderen de scheuren in het asfalt
in kleine slangetjes.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mirko Wenig (Gera, 3 augustus 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e augustus ook mijn blog van 3 augustus 2023 en ook mijn blog van 3 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 3 augustus 2016 en mijn blog van 3 augustus 2015 en eveneens van 3 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Im Sommerwind (Reinhold Fuchs), Jussi Adler-Olsen, Conrad Aiken

 

 

Tarweveld in de zomer door Ludmilla Ukrow, 2021

 

Im Sommerwind

Hoch stehen des Roggens mattgoldene Wände
Zur Rechten und Linken in flimmerndem Duft.
Schwellender Segen rings und kein Ende;
Kosend, wie schmeichelnde Mutterhände,
Streichelt die nickenden Ähren die Luft.

Sinnend vom Feldrain im Schwarzdornschatten
Laß ich ins Weite die Blicke gehn. –
Herz, o wie sanft sich die Sorgen bestatten,
Wenn um glühenden Mohn über grünende Matten
Hauche von blühenden Rosen wehn!

Was du in sternlosen Nächten geduldet,
Was du verloren, versäumt und verschuldet,
Dünkt dich ein Traum, der verweht und zerrinnt,
Während wie segnender Feen Schreiten
Rings in den wogenden Halmengebreiten
Flüstert und säuselt der Sommerwind.

 

Reinhold Fuchs (8 juni 1858 – 12 mei 1938) 
Leipzig, de geboorteplaats van Reinhold Fuchs

 

De Deense schrijver Carl Henry Valdemar Jussi Adler-Olsen werd geboren op 2 augustus 1950 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jussi Adler-Olsen op dit blog.

Uit: Dossier 64 (Vertaald door Kor de Vries)

“Proloog
November 1985
Op een onvoorzichtig moment ging haar gevoel met haar op de loop. Het koele, broze champagneglas tussen haar vingers, het geroezemoes van stemmen en de soepele hand van haar man om haar middel. Afgezien van verliefdheid waren er slechts fracties van seconden in een verre jeugd die dit gevoel konden oproepen. De geborgenheid van haar grootvaders gekeuvel. Gedempt gelach, terwijl je in slaap viel. Gelach van mensen die allang verdwenen waren. Nete perste haar lippen op elkaar om haar gevoel niet met haar op de loop te laten gaan. Dat gebeurde af en toe. Ze rechtte haar rug en keek uit over het rijke palet aan fleurige jurken en ranke ruggen. Er waren veel mensen afgekomen op het feestdiner ter ere van de Deense winnaar van de Grote Scandinavische Prijs voor Medicijnen van dit jaar. Onderzoekers, artsen, de hotshots van het land. Een gezelschap waar ze niet echt voor was geboren, maar waar ze zich in de loop van de jaren steeds beter op haar gemak voelde. Ze haalde diep adem en wilde een tevreden zucht slaken, toen ze door de menigte van hoog opgestoken haar en mannen met strak geknoopte vlinderdasjes veel te duidelijk een blik op zich gericht voelde worden. Deze ondefinieerbare, verontrustende elektrische ontladingen die alleen ogen kunnen uitzenden die niets goeds met je voor hebben. Ze dook instinctief opzij, als een opgejaagd dier dat dekking zoekt in het struikgewas. Ze legde haar hand op de arm van haar man en probeerde te glimlachen, terwijl haar ogen heen en weer schoten tussen de in feestkleding gestoken lijven en de lichte rook van de kroonluchters. Een vrouw gooide in een moment van vrolijkheid haar hoofd achterover en maakte zo een blik op de achterste muur van de zaal mogelijk. Dáár stond hij. De gestalte stak als een vuurtoren boven iedereen uit. Ondanks zijn ronde rug en zijn kromme benen een massief, reusachtig wild dier dat zijn ogen als schijnwerpers over de menigte liet glijden. Ze voelde opnieuw zijn intense observatie diep in haar lijf en wist heel zeker dat alles in haar leven in een paar seconden in elkaar zou storten als ze op dit moment niet reageerde.”

 

Jussi Adler-Olsen (Kopenhagen, 2 augustus 1950)

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

Preludes voor Memnon

XLII

Sluit het dagboek in je hart, dat de natuur bijhoudt;
Rep van het berijpte, kreupele waterkersblad;
Zie dat de hagendoornboog met ijs is opgetuigd,
En dat de slak, mettertijd, door malheur bevangen raakt;
Ontwerp de winter op een vensterglas,
Laat in een door de herfst uitgewoond web een waterig zonnetje schijnen;
Herinner je de zomer als de vliegen niet meer zoemen;
Herinner je de lente als de kille spin slaapt.

Zo’n dagboek zegt ook het volgende: het hart
Sloeg vandaag twee of drie keer zonder goede reden,
Voor vrienden en geliefden die voor hun tijd gestorven zijn,
Voor wijsheid die te laat kwam, en voor niets.
Noteer ‘de hand die schudt’, ‘het oog dat staart’;
‘De stap die wankelt tussen vanwaar en vandaar’;
Aanschouw dat rozenbottels en bessen het helderst rood
Opgloeien als Noordpool en zon het verst van elkaar af staan.

Teken aan dat de maan er is, koud als altijd,
Met de eeuwen op haar gelaat, en ijs en sneeuw,
Zoals alleen de tot stand brengende geest kan weten,
Wanneer liefde en haat twijgen zijn die beven.
PS: het is opgehouden met regenen.
De wind draait vanuit het zuidwesten naar het zuiden,
Alle rampen zijn vergeten, pijntjes vergeven,
En de veranderlijke Poolster straalt voor eeuwig.

Zeg dan: ik was onderdeel van het ontwerp van de natuur,
Kende haar koude hart, want ik was bewustzijn,
Dat ermee begon haar te haten en op het laatst haar zegende.
Ik geloofde in haar, twijfelde, geloofde opnieuw.
Mijn geliefde korstmos had dezelfde wortels als ik,
De sneeuwvlok was mijn vader; ik keer terug,
Na dit intermezzo vol vertrouwen en vragen,
Naar het hart van Moeder aarde, even pijnlijk als toen ik ontstond.

 

Vertaald door Hans Dekkers & René Huigen

 

Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e augustus ook mijn blog van 2 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 2 augustus 2018 en ook mijn blog van 2 augustus 2017 en ook mijn blog van 2 augustus 2011 deel 2.

Gerrit Krol, Mehis Heinsaar

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol werd geboren op 1 augustus 1943 in Groningen. Zie ook alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

 

Existentie

Heldere nacht met zijn sterren –

minstens één kleine ster is er,
door niemand ooit gezien.

Eén lantaarn vannacht
die heeft geschenen op de tegels
voor niets.

Eén straatlantaarn die heeft geschenen
de hele nacht in een kamer.

Eén man is er die fietst
in de donkere morgen.

Eén man die niet heeft geslapen
en stilstaat voor het licht,

één gedachte, één zweepslag.

 

Distantie

Als je door de wolken vliegt maak je het mee:
hoe wit de wereld is
en dicht,
baard van sinterklaas,
kleefband
plakt waar het dunste is,
waar het glinstert
in de diepte: de Noordzee

in de microscoop de zon
een gele vla

staat aan de randen op.

 

Fur

Ongerept, ongestreken
zonder stemrecht, onvoorzichtig
onbevreesde onverlaat
opvallend langs de kreek
die zilverwit – daar
gaat hij, zoolganger
zonder Winchester, ongevraagd
ongegrond, onverminderd
onheilspellend, ontveld
gestroopt leven
door het ruggemerg
te scheiden, te drenken
te verven, te bezielen
pelswerk, laatste ventiel.

 

Gerrit Krol (1 augustus 1934 – 24 november 2013)

 

De Estse schrijver Mehis Heinsaar werd geboren op 1 augustus 1973 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Mehis Heinsaar op dit blog.

 

VOOR EN NA

Voor en na
grote oorlogen,
filosofiestudies
en glazen miljoenensteden,
romances van ravissante beauty’s,
gastronomische wonderwerken
en veroveringen
van ongenaakbare bergtoppen,

voor en na
geniale ontdekkingen
op het gebied van de kwantumfysica,
allesverwoestende epidemieën,
bewonderenswaardige tirannen en
een kortstondige triomf
van de democratie

scharrelt er
op een augustusmorgen,
als de vale mist
nog boven de zee hangt,
een mager vosje
langs de lange, zandige kust bij Rooslepa
richting Spitham.

De koele, windstille ochtend
maakt zoetjesaan plaats
voor een warme, zonnige dag.

 

Vertaald door Frans van Nes

 

Mehis Heinsaar (Tallinn, 1 augustus 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 1 augustus 2019 en ook mijn blog van 1 augustus 2017 en ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 3.

Cees Nooteboom, Triztán Vindtorn

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

Uit: De omweg naar Santiago

“Door Aragón naar Soria
Het is niet te bewijzen en toch geloof ik het: op sommige plaatsen in de wereld wordt je aankomst of vertrek op geheimzinnige wijze vermeerderd door de emoties van al diegenen die daar eerder zijn vertrokken of aangekomen. Wie een ziel heeft die licht genoeg is, voelt een zachte weerstand in de lucht rond de Schreierstoren, die te maken heeft met de hoeveelheid verdriet van de afscheid-nemers, een soort verdriet dat wij niet meer kennen. Onze reizen duren geen jaren meer, wij weten exact waar wij heen gaan, en onze kans op terugkeer is veel groter. Bij de ingang van de kathedraal van Santiago de Compostela staat in het portaal een marmeren zuil met diepe vingerindrukken, een emotionele, expressionistische klauw, gemaakt door miljoenen handen, waaronder de mijne. Maar het is al een vertroebeling als ik zeg ‘waaronder de mijne, want ik heb nooit met zoveel emotie na het eind van een voettocht die meer dan een jaar duurde die zuil beetgegrepen. Ik was geen middeleeuwer, ik geloofde niet, en ik kwam met de auto. Als je mijn hand daar wegdenkt, als ik er nooit geweest ben, staat die klauw daar nog steeds, door de vingers van al die doden in het harde marmer uitgesleten. Toch had ik, door mijn hand in die negatieve hand te leggen, op een geheimzinnige manier deel aan een gezamenlijk kunstwerk. Een gedachte wordt zichtbaar in materie; dat is altijd wonderlijk. De kracht van een idee dreef vorsten, boeren en monniken ertoe hun hand juist op die plaats aan die zuil te slaan, elke afzonderlijke hand verwijderde de allergeringste hoeveelheid keihard marmer waardoor er, juist omdat dat marmer er niet meer was, een hand zichtbaar werd.
Ik bedenk die dingen terwijl ik langzaam, in de zeer vroege juli-ochtend, op Barcelona afvaar. Daar zal ik een auto huren en dwars of met een slinger over de hele breedte van Spanje voor de derde maal in mijn leven naar Santiago de Compostela rijden. Geen pelgrimage naar de apostel, zoals die van de anderen, eerder naar een vroeger, schimmig geworden zelf, het hernemen van een voorbije passage. Op zoek naar wat? Een van de weinige constante dingen in mijn leven is mijn liefde, een mindere uitdrukking is er niet, voor Spanje. Vrouwen en vrienden zijn uit mijn leven verdwenen, maar een land loopt niet zo gauw weg. Toen ik als twintigjarige in 1953 voor het eerst in Italië kwam, dacht ik dat ik alles gevonden had waar ik, zonder dat bewust te weten, naar had gezocht. De mediterrane schittering sloeg in als een bom, het hele leven één geniaal, openbaar theater tussen de achteloze decorstukken van duizenden jaren grote kunst.”

 

Cees Nooteboom (31 juli 1933 – 11 februari 2026)

 

De Noorse dichter Triztán Vindtorn werd geboren als Kjell Erik Vindtorn in Drammen op 31 juli 1942. Zie ook alle tags voor Triztán Vindtorn op dit blog en ook mijn blog van 31 juli 2010.

 

De wereld is een prachtige blauwe citroen

De wereld is een prachtige blauwe citroen
zo gewichtloos als alle woorden
wanneer we haar proberen te beschrijven…
wat bevrijd is, draagt ook de verlangens met zich mee
en de angst dat het doel niet bereikt zal worden
tot nu toe kun je de vingers van je geliefde tellen
en op je tenen uit je slaap sluipen alsof je uit een bos komt
tot nu toe kun je de voordeur horen kraken…

binnenkort zal er een vuur door
al je kamers razen en je huis verwoesten…
alle taalparasieten zullen exploderen
en ons gefabriceerde beeld van geluk verbrijzelen
jij half verstikt in de meedogenloze nacht van kleuren
jij te midden van de schuimkoppen van woorden en zinnen
jij alleen op de kust met een omgekeerde zee
als enige zichtbare buur.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Triztán Vindtorn (31 juli 1942 – 4 maart 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e juli ook mijn blog van 31 juli 2018 en ook mijn blog van 31 juli 2017 en ook mijn blog van 31 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Aly Freije, Emily Brontë

De Nederlandse dichteres Aly Freije werd geboren in Veelerveen op 30 juli 1944. Zie ook alle tags voor Aly Freije op dit blog.

 

Boven keukentafels

I

Tafelkleed onderuit gerukt, alle pionnen op de grond
op een teruggetrokken buitenpost in een regenbos
spelen wij Mens erger je niet.

Alles heeft een prijs, haten we voor altijd

roze wandlampjes, tantes dwingende stem.
Waar gehakt wordt laat zij gaten vallen, snijden
we ons aan het zwijgen, klettert alweer de regen
wacht het spel.

Bij de stadsvijver deelt zij haar ligstoel
met krijsende meeuwen, eist
gezonde organen, frisse lucht, duikt
uren in de winter onder.

Er moet gelasterd zijn, beklaagd
met een omweg trekken ze naar de engte
van haar trapportaal.

Wat niet gezien wordt sluipt
toch mee naar boven.

Wat is waarheid, wat werkelijkheid hier
waar een vrouw zich steeds verder oprolt
in verwoede verhalen
onder instabiel gesternte, wisselvallig weer.
Grepen de spoorbomen bij de overweg
per ongeluk niet in?

Schaamte legt een deken, niets
wordt aan keukentafels nog opgevangen
tussen servet en tafellaken houdt alles zich stil.

II

Wat doet het meisje dat gaat zoeken, ze graaft
door kweekgras naar wijdvertakte wortelstelsels
haalt vergroeiingen naar boven.
Onder duivelsgras stuit ze met een spitvork
op geheimen, schudt hersenspinsels los.

Broeierig zijn de gangen van het stropakkenhuis
opnieuw volgt ze een spoor.
In een nauwe doorgang kerft
roestig pakdraad met de lauwe geur van bloed
een boodschap in haar bil.

Wat doet het meisje aan een keukentafel
dat over ijsschotsen de overkant wil halen.
Ze trotseert gezichten, spreekt de honden toe, zingt
zigzagt langs scherpe randen, waagt de sprong.
Wat ze vindt is alweer weggeschoven
onder kruiend ijs.

 

Aly Freije (Veelerveen, 30 juli 1944)

 

De Engelse dichteres en schrijfster Emily Brontë werd geboren in Thornton in Yorkshire op 30 juli 1818. Zie ook alle tags voor Emily Brontë op dit blog.

Stil sluimerende mist rond de spits

Stil sluimerende mist rond de spits
Zwijgend over stormen morgen
Nee de dag heeft zijn vocht versnikt
Geplengd zijn godganse zorgen

O ik ben terug in mijn kindertijd
Jong, onwetend wederom
Mijn vaders dak veilig boven mij
En de muren oud rondom

Bewolkt valt de avond hemelsbreed
De dag trekt zich van mij terug
Donzen mist blauwe mist in mei kleedt
Einders onbereikbare rug

Nevel staat in het lange groene gras
Als ochtendtranen zo zwaar
En dromerige geuren van wat was
Drijven mij naar een vervlogen jaar

 

Vertaald door Anjet Daanje

 

Emily Brontë (30 juli 1818 – 19 december 1848)
Cover biografie uit 2018

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2025 en ook mijn blog van 30 juli 2024 en ook mijn blog van 30 juli 2020 en eveneens mijn blog van 30 juli 2019 en ook mijn blog van 30 juli 2017 en ook mijn blog van 30 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Chang-Rae Lee, Thomas Rosenlöcher

De Koreaans-Amerikaanse schrijver Chang-Rae Lee werd geboren op 29 juli 1965 in Seoel. Zie ook alle tags voor Chang-Rae Lee op dit blog.

Uit: A Tender Age: A Novel

“Alife can catch up to you. It’s a wonder, really. One morning, maybe you woke up too early, the span of years will collapse and meet you in full. There’s no great thwack. Hardly even a jolt. You could follow the usual motions of the day. But here you are, resolving to pay more attention. You need to pay more attention. Otherwise, you can easily mis-place your everyday fortunes, the fact, say, that you have a loving spouse who is inordinately talented and impassioned; children who have grown up to be wry and kind, and for whom you’d give your life without pause; work that is consuming enough but not ruinously; friends to share food and drink with, and to tell silly stories. Still, I don’t always cherish things as deeply as I should. I try as hard as I can and continue to fail. I want to be here, even if I’m often dreaming. Each moment is a singular moment, particular in its coordinates, the countless dimensions in which those coordinates can be observed and measured a marvelous conspiracy that fixes us in a way that will never be repeated. And yet we can’t help but keep going back to old times, futilely scratching at a spot. It doesn’t matter how significant a certain event or instance was, sometimes the barest irritation will draw incommensurate attention and the skin can go raw before you realize it. Lately, I can’t seem to help but linger on this time or that, those tender ages rife with curiosities, and go over in serial fashion what I might have done or said to defuse a tricky situation or take a more principled stand or else assuage my frustrated heart. So many chances, ceded. What remains are these disparate patches of existence that end up knitting vaster and less randomly than you would have ever imagined. The other day, for instance, I was suddenly thinking about the circumstances of how our girls got our dog. It’s no big thing. We met him when he was three months old, while we were on a vacation in Florida. Old friends happened to live there, a family with a boy and a girl the same ages as our daughters, and during an afternoon visit with them the wife casually mentioned that they were looking for someone to adopt their new puppy. Our girls were playing tug-of-war with the dog, a black-and-white toy terrier and Shih Tzu mix, squealing as he wrenched at the snout of the armadillo plush toy and made his tiny throaty growls, and when they heard her say adopt they both cried out, “Please, Momma, please!”

 

Chang-Rae Lee (Seoel, 29 juli 1965)

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog.

 

De kameel

Dwars door de steppen wandelt de kameel,
de last der wereld zeulen is zijn deel,

achter een heuvel rust hij uit, gebukt,
daar ’t donker zwaar op zijn twee bulten drukt,

de reis is ver en hij moet verder gaan,
beschenen door de sterren of de maan,

bij ochtendstond en als de zon weer straalt,
met schrale kwastjesstaart, de knieën kaal,

totdat hij zich een dag – er was geen rust -,
met elke stap meer losmaakt van zijn last,

waarop men zegt: Daar ligt hij aan de kant,
zijn oog vol vliegen en zijn mond in ’t zand,

anders gezegd: Hij loopt nog immer door,
is aan de kim een donkere stip nog maar,

een stip die voor hemzelf gedurig slinkt,
die haast geheel in ’t dorre zand verzinkt,

totdat vóór hem, bij ’t almaar verder gaan,
de lang beloofde naalde-ogen staan,

Ze blinken in de zon en zijn zo wijd
dat hij er al doorheen is voor hij ’t weet,

en alweer groter wordt met elke schree,
waarmee hij nu het paradijs betreedt,

waar hij door lam en leeuw al wordt verbeid,
ze staren naar zijn bulten, zo vol nijd

dat hij beschaamd glasheldere tranen weent,
totdat de Here Jezus hem verschijnt,

die heeft toen, met zegenend handgebaar
geëffend, eindelijk, zijn bultenpaar.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

Thomas Rosenlöcher (29 juli 1947 – 13 april 2022) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juli ook mijn blog van 29 juli 2024 en ook mijn blog van 29 juli 2022 en ook mijn blog van 29 juli 2017 deel 1 en ook deel 2.

Remco Campert, Claudia Gabler

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

Leven met je

Van top tot teen gloeien
alsof ik word geslagen en gestreeld
door een zon en een storm.

Hoe je mij vult, zoete regen,
beide oren in,
tot ik huid over liefde ben.

Zoals verhalen mij bewogen,
toen ik jong was,
doe je mijn aarde beven.

Bossen branden
en wij openen onze huizen
voor elkanders vlammen.

 

Impasse op de heide

een kempse zon schijnt hier
de wereld ontdaan van de franje
der stadse bijgeluiden
ligt als een hersenloos zoogdier
eeuwen te herkauwen
ver van de ijle bomen
der gedachten, eronder
ligt de weg op mij te wachten
wat doe ik in dit niemandsland
ik loop over het dier
dat niet beweegt maar
het speeksel van de uren
van haar kaken druipen laat
ik denk niet meer dan:
pierre laat de zon weer stevig branden.

 

Zo blijf je aan de gang

Wat zich afspeelt in de schaduw
in de slaapkamer, in dat huis
waar ze steeds ingaan
– muziek gaat open en dicht –
is voor mij niet na te gaan

volop in de zomer
speel ik met houtjes, met mieren, met knikkers
graaf gangen
nooit langer dan mijn arm

Nu zelf een schaduw
een bed, een huis
muziek zonder begin of eind
mier op weg naar een stroopvlek

maar wat zich daarbuiten afspeelt
is voor mij niet na te gaan.

 

Remco Campert (28 juli 1929 – 4 juli 2022)

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

 

Mijn mouwloze truien hingen ineens in alle grote
musea ter wereld. Ik kon zoveel drinken als ik wilde
en had nog steeds dorst.
Ze hadden me kamers met ramen beloofd waar de
regen tegenaan kletterde, en toen hadden ze kleine stukjes lever
gewikkeld in spek.
Ik wilde in een hoek spugen, maar er was geen hoek vrij. Iedereen
om me heen sprak Russisch, en ik vroeg me af
of ze er ooit genoeg van zouden krijgen.
De beschaving eiste het, en er waren buttons voor iedereen.
Op het allerlaatste moment lukte het me om uit de bus te springen
voordat hij naar Joegoslavië terugreed.
Eerst namen ze geen hand voor de mond, en toen vroeg iedereen
ineens om ongewassen ingewanden op
tandenstokers. Maar er was alleen maar vettig fingerfood en
we zaten meteen vol.
De gedachte aan slapen werd obsessief, als dat
al niet zo was.
Nutteloos oververhitte hotelkamers en gekke Serviërs die de
hele nacht aan hun auto’s sleutelden.
Toen viel het water uit en moesten we ongewassen vertrekken,
wat ik niet zou vermelden als er niet op hetzelfde
moment een telefoontje uit Duitsland was gekomen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970)

 

Zie voor de schrijvers van de 28e juli ook mijn blog van 28 juli 2020 en eveneens mijn blog van 28 juli 2019 en ook mijn blog van 28 juli 2017 en ook mijn blog van 28 juli 2011 deel 2.

Michael Longley

De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. De dichter overleed op 22 januari jongstleden op 85-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog.

 

THE LEVERET

This is your first night in Carrigskeewaun.
The Owennadornaun is so full of rain
You arrived in Paddy Morrison’s tractor,
A bumpy approach in your father’s arms
To the cottage where, all of one year ago,
You were conceived, a fire-seed in the hearth.
Did you hear the wind in the fluffy chimney?
Do you hear the wind tonight, and the rain
And a shore bird calling from the mussel reefs?
Tomorrow I’ll introduce you to the sea,
Little hoplite. Have you been missing it?
I’ll park your chariot by the otters’ rock
And carry you over seaweed to the sea.
There’s a tufted duck on David’s lake
With her sootfall of hatchlings, pompoms
A day old and already learning to dive.
We may meet the stoat near the erratic
Boulder, a shrew in his mouth, or the merlin
Meadow-pipit-hunting. But don’t be afraid.
The leveret breakfasts under the fuchsia
Every morning, and we shall be watching.
I have picked wild flowers for you, scabious
And centaury in a jam-jar of water
That will bend and magnify the daylight.
This is your first night in Carrigskeewaun.

 

Fifty Years

You have walked with me again and again
Up the stony path to Carrigskeewaun
And paused among the fairy rings to pick
Mushrooms for breakfast and for poetry.

You have pointed out, like a snail’s shell
Or a curlew feather or mermaid’s purse,
The right word, silences and syllables
Audible at the water’s windy edge.

We have tracked otter prints to Allaran
And waited for hours on our chilly throne,
For fifty years, man and wife, voices low,
Counting oystercatchers and sanderlings.

 

A Hundred Doors

God! I’m lighting candles again, still
The sentimental atheist, family
Names a kind of prayer or poem, my muse
Our Lady of a Hundred Doors.

Supervised by a xenophobic
Sacristan, I plant in dusty sand
Names and faces that follow me
As far as windows in the floor:

Marble stumps aching through glass
For their pagan temple, the warm
Inwardness Praxiteles brought out.
The intelligence of stone.

The sacristan who picks my flame-
Flowers and blows them out, only minutes
Old, knows I am watching and he
Doesn’t care as he shortens my lives.

 

DE WATERVAL

Als je mijn gedichten zou lezen, allemaal, bedoel ik,
Mijn levenswerk, in één keer, op één plek,
Laat het dan hier zijn, bij deze halfslachtige waterval
Die elk kiezelbekken zijn eigen stem gunt,
Vochtige stenen en lettergrepen, en dan, als het donker wordt
En je naar huis gaat langs verwilderde wijngaarden en
Kastanjebomen, ooit leveranciers van dwarsbalken, maan
Vormige noten, meel en knisperende vulling voor matrassen,
Laat ze dan hier achter, op de pagina, in je geestesoog, verlicht
Als de vuurvliegjes bij de waterval, een muur van sterren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Longley (27 juli 1939 – 22 januari 2025)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juli ook mijn blog van 27 juli 2020 en eveneens mijn blog van 27 juli 2018 en ook mijn blog van 27 juli 2017 en ook mijn blog van 27 juli 2011 deel 2.

Arthur Japin, Dan Coman

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

Uit: Honden in het museum

“Basso is mijn eigen hond. Het is dankzij hem dat al die honden in museums me begonnen op te vallen. Honden op straat trouwens ook. Als je zelf een hondje hebt, herken je dat misschien: vanaf de eerste dag begin je anders naar de wereld te kijken. Met meer aandacht en meer liefde. Waar ik ook kom, sinds Basso bij ons is komen wonen, zijn honden het eerste wat me opvalt, overal. Sinds Basso’s komst bekijk ik de dingen met zijn blik. Daar worden ze mooier van. Ik vertrouw hem volledig en laat me graag door hem leiden. Door de stad, door het bos of dit verhaal, hij is de beste gids die je je kunt wensen.
We zullen Basso hard nodig hebben, want ons onderwerp — museumhonden — is ongelooflijk leuk, maar ook grenzeloos. Iemand moet ons richting geven! In de loop der eeuwen zijn er namelijk zoveel honden voor kunstenaars onmisbaar geweest, en zoveel hebben er hun plaats in de kunstgeschiedenis verdiend, dat het mij al begint te duizelen zodra ik erover nadenk.
Basso is ook de enige hond die ik ken die wél eens een museum heeft bezocht. Twee keer zelfs mocht hij met ons mee naar binnen. In Toscane. Daar begrijpen ze kennelijk beter wat een plezier een hond aan kunst beleeft. Kortom: Basso is een ervaringsdeskundige. Hij zal ons rondleiden en zorgt ervoor dat wij niet verdwalen in dit eindeloze labyrint van hondenkunst. En dat is maar goed ook, want voor het eerste deel van ons verhaal moeten we naar binnen in… een koude, oeroude, griezelig verlaten en pikdonkere grot.
In een grot is het allemaal begonnen, de vriendschap tussen mens en hond. Ergens diep in een rots rond het begin der tijden. Basso weet hier alles van omdat hij een deel van het jaar zelf tussen de overblijfselen van de oertijd woont. Samen met ons. In Zuid-Frankrijk. In een vallei vol prehistorische grotten. Hij is daar ook wel eens in geweest en hij weet er de weg. Bovendien: ’s ochtends plast Basso vaak even tegen Cro-Magnon.
Cro-Magnon is de grot waar voor het eerst botten van een oermens zijn gevonden. Naast hem lagen de resten van zijn hond. Dat klinkt een beetje naar, maar als je erover nadenkt, is het eigenlijk juist heel mooi. Ze lagen daar samen al vijftigduizend jaar. Zo lang en innig hielden ze elkaar gezelschap. Je kunt rustig zeggen dat de eeuwige vriendschap tussen hond en mens in die grot werd geboren.”

 

Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)

 

De Roemeense dichter en schrijver Dan Coman werd geboren op 27 juli 1975 in Gersa in de provincie Bistrita-Nasaud. Zie ook alle tags voor Dan Coman op dit blog.

 

Koekjes met appelmoes

Ik blijf bij Mara bij het raam.
Een prachtige winterdag.
Het sneeuwt terwijl we koekjes met appelmoes eten.
Zonder iets te zeggen.
Ieder met de hele winterochtend voor zich.
Soms stoppen we met eten en
drukken we onze neuzen tegen het glas.
We blijven zo staan zonder iets te zeggen.
Haar adem verwarmt langzaam mijn gezicht.
En langzaam, heel langzaam, verspreidt Mara’s adem
warmte door het park.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dan Coman (Gersa, 27 juli 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juli ook mijn blog van 26 juli 2020 en eveneens mijn blog van 26 juli 2018 en ook mijn blog van 26 juli 2017 en eveneens mijn blog van 26 juli 2015 deel 2.