Gerhard Kofler, Else Lasker-Schüler

De Oostenrijkse dichter Gerhard Kofler werd geboren op 11 februari 1949 in Bozen. Zie ook alle tags voor Gerhard Kofler op dit blog.

 

ARCANGELO CORELLI

die harmonie erleuchtet die farben und das ohr es versinkt drin

und nimmt hier das klassische maß diesen barocken Zeiten
wo auch das flüchtige auge auf ewig sanft sich verbreitet

während abgewogen der wahn ist und das improvisieren
sich verbindet mit der form die nachdenkt und die sich sammelt

so wird vom ruhigen punkt aus geboren der klang an die großen horizonte
und ein meer das vereint sich mit Frankreich und sogar mit den Deutschen

doch es tritt italienisch ganz die stimme in den Parnaß ein
die auf der arche ein engel mit dem herzen an die wellen verschenkte

auch sie überzeugt von der feinheit des spiels das breit ist und lebhaft
entwichen sind die furien und versunken die leere manier schon

und es spiegelt in diesem wasser der blick sich des großen erfindens
Verwandlungen des genies in der wiederkehr eigner strukturen

so wird zum museum das meer der klänge und man hat den Zugang
zu lebzeiten wie ein verliebter oder eben so wie die verse

und zu dir aus der Romagna der in Rom sich der Welt groß eröffnet
spreche ich von hier aus und berühre die letzten berge Italiens

auch grüße ich Salamone den Juden den vater in der Weisheit der künste
und alle geigen im flug die nun zurückkehren zu ihren nestern

Vorläufer oder im gefolge siehe da ich finde sie um dich hier
der ungezwungen du die kirche in die kammer dir brachtest

und öffnetest von neuem eine tür für die stimme der Weihnacht
weit in gedanken und aufgeregt in den mythen

von den extremen wiesest du ab instinktiv ihre monsterköpfe
es war die enge nicht von der du zur weit segeln wolltest

und immer noch segelst in der summenden summe der klänge
von denen die mode dich nicht abreißt um dich dann zusammenzunähen

berühmt warst du lebend während andere nur durch die gräber
in lebendiger kunst zu uns zu reden vermochten

doch ich rede schon zuviel und schon lächelt die schöne königin aus Schweden
ich entkomme dem mund und wiedergefunden finde ich im ohr halt

alt ist das gefühl doch verjüngt erschafft dich wieder das zuhörn

 

Gerhard Kofler (11 februari 1949 – 2 november 2005)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Else Lasker-Schüler werd geboren in Elberfeld op 11 februari 1869. Zie ook alle tags voor Else Lasker-Schüler op dit blog.

 

ABRAHAM EN IZAÄK

Abraham bouwde in het land van Eden
Van aarde en gebladerte een stad
En oefende er om met God te spreken.

Bij zijn vrome hut rustten de engelen graag 
Abraham herkende elk van hen
Aan de hemeltekens van hun vleugelschreden.

Totdat ze op een keer bang in hun dromen
Gemekker hoorden van geplaagde bokjes,
Waarmee Izaäk offer speelde achter zoethoutbomen.

God sprak vermanend: Abraham!!
Toen brak hij schelpen af en sponzen van de golvenkam 
Om daar het hoge altaar mee te tegelen

Daar bond hij op zijn rug zijn zoon, zijn enige  
Om aan zijn grote Heer te doen wat recht –
Die echter hield veel van zijn knecht.

 

Vertaald door Kees Kok

 

Else Lasker-Schüler (11 februari 1869 – 22 januari 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 11e februari ook mijn blog van 11 februari 2023 en ook mijn blog van 11 februari 2021 en ook mijn blog van 11 februari 2019 en eveneens mijn blog van 11 februari 2018 deel 2.

Johan Harstad, Edzard Mik, Bertolt Brecht

De Noorse schrijver Johan Harstad werd geboren op 10 februari 1979 in Stavanger. Zie ook alle tags voor Johan Harstad op dit blog.

Uit: Ambulance (Vertaald door Paula Stevens)

“Mijn nagels zijn tot op de wortel afgekloven. Mijn vingen doen pijn, ik bijt nu vanaf de zijkant, om te voorkomen dat ik een zenuw raak, om die pijnscheuten te vermijden die elke keer dat ik met mijn tanden een zenuwvezel raak als kleine bliksemschichten door me heen jagen, die korte schokjes die mijn vingers, knokkels en handen laten verkrampen. Als ik buiten ben, moet ik wanten dragen om het ijselijke gevoel van onbeschermd weefsel dat in aanraking komt met de buitenlucht wat te dempen. Ik probeer mijn vingers in mijn handpalmen te verbergen. Gebalde vuisten.
Hou vol. Zo simpel is het ongeveer. Of zo moeilijk Als een bezwering tegen iets, of voor iets. Slechts dat ene, korte zinnetje, die twee woorden, uit een krant geknipt, vergeeld aan de randen, opgeplakt op de deur naar de gang, naar de ogenschijnlijk eindeloze reeks kamers en deuren van het ziekenhuis, naar de Eerste Hulp, de parkeerplaats, de ambulances, de mensen, een krantenknipsel met twee woorden: Hou vol. Zwart op wit.
De bank met de grove stof, de bruine bekleding, ik zit naar de andere ambulancechauffeurs te kijken. Ze lezen de krant, zetten de radio aan, proberen de nieuwsberichten te horen, maar de antenne werkt niet mee, wil niet blijven staan, hij valt opzij zodra je hem loslaat Het is half acht ’s ochtends, het is dinsdag, een dinsdagochtend in februari, en er zijn daarbuiten zoveel mensen die gered moeten worden, zoveel mensen die liggen te wachten, naar het plafond liggen te staren, of die hun ogen gesloten hebben, ze proberen de pijn in hun rug te negeren, in hun benen, in hun armen, hun ademhalingsproblemen, of ze zijn al in shock, zijn apathisch, het maakt hun niet uit of er iemand komt, maar dat gebeurt wel, er zal iemand komen om ook jou te redden, we zullen ervoor zorgen dat de antenne overeind blijft staan, we zullen de kranten lezen, onze koffie drinken, en jij zult worden ontdekt, iemand zal bellen en over jou vertellen, we zullen onze jassen aantrekken, naar de ambulances rennen, we zullen je uit je kamer halen, je weer op de been helpen, we zullen je alles geven wat je maar terug wilt hebben, maar je moet wel eerst worden gevonden. Je moet volhouden, waar je ook bent.”

 

Johan Harstad (Stavanger, 10 februari 1979)

 

De Nederlandse schrijver Edzard Mik werd geboren in Groningen op 10 februari 1960. Zie ook alle tags voor Edzard Mik op dit blog.

Uit: Goede tijden

“Julia trok haar slipje omlaag en verdween uit de spiegel, alleen haar kruin was nog zichtbaar, en, dreigend erboven, het gevaarte van de stortbak. Ze keek naar haar benen. Strak en glad waren ze, nauwelijks nog háár benen. Ze had ze geschoren, ze schoor ze altijd als ze naar Sjef ging. Aantrekkelijk hoefde ze voor hem niet te zijn, gladde benen deden er in hun vriendschap niet toe, maar van beenharen ontdaan voelde ze zich gereinigd en van zichzelf verlost en daarmee ontvankelijk voor zijn gave om haar van de grond te tillen en te verheffen. Buiten het toilet gerommel, Vink die zijn jas pakte. `Als je daar gaat wachten, lukt het helemaal niet met plassen,’ riep ze, en ze hoorde hem naar de woonkamer lopen en de deur sluiten. Hij was lief voor haar geweest en had lekker gekookt. Hij had er zelfs op aangedrongen met haar naar Sjef te gaan. Ik moet mijn stroefheid maar eens aan de kant zetten, ik wil die vriend van jou beter leren kennen, had hij gezegd. En na maanden had hij haar weer aangekeken, met een lange, gespannen blik die hij probeerde te verzachten door er uit alle macht bij te glimlachen. Waar ze zijn generositeit aan te danken had, wist ze niet. Ze durfde het zich niet eens af te vragen en was op slag verkrampt geraakt. Zoals toen ze elkaar pas had- den ontmoet en hij voor haar kookte in zijn spelonk, een klein, vochtig appartement dat als een schandvlek tussen de huizen was weggemoffeld; de pasta kookte over, de kalfsfricandeau bakte aan, in de koffie strooide hij zout, maar hij keek haar aan, alles wat er misging was voor haar het verheugende maar ook angstaanjagende bewijs dat hij haar aankeek. Meteen na de koffie was ze gevlucht, en ze herinnerde zich hoe hij verbouwereerd in de deuropening had gestaan, een kurkentrekker in zijn hand.
Het schemerde en donkerte nestelde zich in de kamer. Vink liet zich in een fauteuil zakken. Dat plassen van Julia kon nog wel even duren. Vroeger had het hem ontroerd als hij haar ineengedoken op de wc had zien zitten, haar voeten wijd uiteen, haar knieën bij elkaar, haar schaamhaar wegglippend tussen haar dijen en haar hoofd schuin naar hem opgericht, alsof ze iets ondeugends deed. Toen kon ze nog plassen als hij erbij stond. Maar zijn ontroering was verdwenen en zij voelde zich geremd, kneep af als ze hem dichtbij wist. Het regende al een etmaal niet meer, maar de Maas bleef stijgen.”

 

Edzard Mik (Groningen, 10 februari 1960)

 

De Duitse dichter en schrijver Bertolt Brecht werd op 10 februari 1898 in de Zuid-Duitse stad Augsburg geboren. Zie ook alle tags voor Bertolt Brecht op dit blog.

 

Vragen van een lezende arbeider

Wie bouwde het zevenpoortige Thebe?
In de boeken staan de namen van koningen.
Hebben de koningen de rotsblokken aangesleept?
En het meermaals verwoeste Babylon
Wie heefd het zoveel keren opgebouwd? In welke huizen
Van het goudglanzige Lima woonden de bouwvakkers?
Waarheen gingen op de avond toen de Chinese muur af was
De metselaars? Het grote Rome
Staat vol triomfbogen. Wie richtte ze op? Over wie
Triomfeerden De Caesars? Had het veel bezongen Byzantium
Alleen paleizen voor zijn inwoners? Zelfs in het legendarische Atlantis
Schreeuwden in de nacht toen de zee het opslokte
De verzuipenden om hun slaven.

De jonge Alexander veroverde Indië.
Alleen hij?
Caesar versloeg de Galliërs.
Had hij niet op zijn minst een kok mee?
Philips van Spanje weende, toen zijn vloot
Was vergaan. Weende anders niemand?
Frederik de Tweede zegevierde in de zevenjarige oorlog. Wie
Zegevierde buiten hem?

Elke bladzijde een zege.
Wie kookte het zegemaal?
Om de tien jaar een groot man.
Wie betaalde de kosten?

Zoveel verhalen.
Zoveel vragen

 

Vertaald door Geert van Istendael

 

Bertolt Brecht (10 februari 1898 – 14 augustus 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e februari ook mijn blog van 10 februari 2022 en ook mijn blog van 10 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Kees Verheul, Elizabeth Bishop

De Nederlandse schrijver, vertaler, slavist en essayist Kees Verheul werd geboren in Hengelo op 9 februari 1940. Zie ook alle tags voor Kees Verheul op dit blog.

Uit: Bevrijde jeugd

“Hoe betrouwbaar is het geheugen? Nog een jaar of tien geleden meende ik duidelijk te weten wat mijn vroegste herinnering was. Negentiendrie-, misschien zelfs tweeënveertig. Onze voorkamer in een hard, glansloos ochtendlicht. Kennelijk zondag want mijn vader is thuis. Ik troon op een wollig kussen – het dure, vol dieprood en zwarte patronen, dat mijn vader eens toen ik nog niet bestond met een prijsvraag gewonnen heeft. Aan weerskanten van mij de leunstoelen van mijn ouders. Hun schoenen. Daarboven hun benen, hun knieën. Hun hoofden schemeren haast onbereikbaar hoog en ver. Ze luisteren roerloos. Uit de radio achter mij – niet de latere van de ptt maar de vooroorlogse, met gloeilampen, die op ons mooiste kastje staat – buldert een stem. Mijn vader houdt zijn gezicht in die richting. Mijn moeder tuurt door het raam naarbuiten. Maar ook al verraadt hun lichaam geen reactie op het getier dat onze hele kamer vult, ik voel het ontbreken van de normale veiligheid van het bij elkaar zitten. Alsof mijn vader en moeder ergens diep achter hun kleren zijn weggevlucht, onvindbaar voor die stem, en ik opeens alleen zit tussen twee poppen. Het was Hitler. Een van zijn oorlogstoespraken.
Aan de authentieke kern van het bovenstaande twijfel ik nog steeds niet, daarvoor zijn de indrukken en mijn emotie van gemis te sterk. Maar dat dit het allereerste zou zijn dat ik me herinner? Alsof ik niet willekeurig twee, drie andere prehistorische beelden naar boven zou kunnen halen – scènes uit het overgangsgebied tussen pure zinnelijkheid en beginnend realiteitsbesef van voor je vierde. Deze warme zomermiddag bijvoorbeeld. Mijn broer loopt in een badpak over het terrasje achter ons huis. Af en toe komt hij in mijn gezichtsveld. Achter mij hoor ik door het open raam mijn moeders gescharrel in de keuken. In mijn zinken teiltje vol water, eveneens op het terras, heb ik geen aandacht voor hem of haar, wel een onbestemd besef dat ik mij door hun aanwezigheid geen zorgen hoef te maken om de buitenwereld. Dus concentreer ik me vrij op het zwaantje van celluloid dat ik tussen mijn vingers klem en dat mij steeds ongelukkiger maakt en steeds kwader. Waarom schiet het hooghartige ding telkens naar de oppervlakte, met telkens datzelfde triomfantelijke sprongetje boven water, wanneer ik het op de bodem loslaat?”

 

Kees Verheul (9 februari 1940 – 16 maart 2024)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.

 

In de wachtkamer

In Worcester, Massachusetts,
kwam ik samen met Tante Consuelo
haar tandartsafspraak na
en zat op haar te wachten
in de wachtkamer van de tandarts.
Het was winter. Het werd vroeg
donker. De wachtkamer zat
vol grote mensen,
overschoenen en jassen,
lampen en tijdschriften.
Een poos die lang leek te duren
bleef mijn tante daarbinnen
en terwijl ik wachtte
las ik de National Geographic
(ik kon lezen) en bestudeerde
zorgvuldig de foto’s:
het binnenste van een vulkaan,
zwart en vol as; en
dan stroomde hij over
in beekjes van vuur.
Osa en Martin Johnson
gekleed in rijbroek,
rijglaarzen en met tropenhelmen op.
Een dode man die aan een paal hing
-‘Long Pig’ zei het onderschrift.
Babies met puntige hoofden
van top tot teen omwikkeld met touw;
zwarte, naakte vrouwen met halzen
helemaal omwikkeld met draad
als de glazen staafjes van gloeilampen.
Hun borsten waren afschuwelijk.
Ik las het helemaal door.
Ik was te schuw om te stoppen.

En toen keek ik naar de omslag:
de gele randen, de datum.

Plotseling, daarbinnen,
klonk een oh! van pijn
– Tante Consuelo’s stem –
niet erg luid of erg lang.
Ik was totaal niet verbaasd;
zelfs toen wist ik dat zij
een vrouw was, dwaas en verlegen.
Ik had van mijn stuk kunnen raken
maar raakte dat niet. Wat mij volstrekt
overviel was
dat ik het was:
mijn stem, in mijn mond.
Zonder ook maar te denken
was ik mijn dwaze tante,
ik – wij – vielen, vielen,
onze ogen star gericht op de omslag
van de National Geographic,
februari, 1918.

……..

Ik zei tot mezelf: nog drie dagen
en je bent zeven jaar oud.
Ik zei het om het gevoel te stoppen,
van de ronde, draaiende wereld
in koude, blauwzwarte ruimte te vallen.
Maar ik voelde: je bent een Ik,
je bent een Elizabeth,
je bent een van hen.
Waarom moet jij er ook een zijn
Ik durfde nauwelijks te kijken
om te zien wat ik dan wel was.
Ik wierp een blik opzij
– ik kon niet hoger kijken –
naar schimmige grijze knieën,
broeken, rokken, laarzen
en de verschillende paren handen
die onder de lampen lagen.
Ik wist dat er nooit
iets vreemders was gebeurd, dat niets
vreemders ooit gebeuren kon.
Waarom zou ik mijn tante zijn,
of mezelf of willekeurig wie?
Welke overeenkomsten –
laarzen, handen, de familiestem
die ik voelde in mijn keel, of zelfs

de National Geographic
en die vreselijke hangborsten –
hielden ons allen tezamen
of maakten ons allen tot één?
Wat – ik wist er geen
woord voor – wat ‘onwaarschijnlijk’…
Hoe kwam het dat ik hier was,
zoals zij, en een kreet van pijn hoorde
die luider en erger had kunnen worden
maar dat niet geworden was?

De wachtkamer was licht
en te heet. Zij schoof onder
een grote zwarte golf,
en nog een en nog een.

Toen was ik erin terug.
Het was oorlog. Buiten,
in Worcester, Massachusetts,
heerste nacht en moddersneeuw en kou
en nog steeds was het de vijfde
februari, 1918.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e februari ook mijn blog van 9 februari 2022 en ook mijn blog van 9 februari 2019 en mijn blog van 9 februari 2017 en ook alle drie blogs van 9 februari 2014.

Rachel Cusk, Elizabeth Bishop

De Canadese schrijfster Rachel Cusk werd geboren op 8 februari 1967 in Saskatoon. Zie ook alle tags voor Rachel Cusk op dit blog.

Uit: Parade (Vertaald door Jeske van der Velden)

“Op een bepaald punt in zijn carrière begon de kunstenaar G, misschien omdat het de enige manier was die hij kon bedenken om zijn tijd en zijn plaats in de geschiedenis te duiden, ondersteboven te schilderen. Op het eerste gezicht leek het alsof de schilderijen per ongeluk verkeerd om waren gehangen, totdat de rechtsonder in de hoek prijkende signatuur duidelijk maakte dat er een nieuwe werkelijkheid was aangebroken. Zijn vrouw geloofde dat hij met deze ontwikkeling onbewust iets verontrustends had uitgedrukt over de toestand van vrouwen en vroeg zich af of het gevolgen zou hebben voor zijn succes, maar de kunstcritici onthaalden de omgekeerde schilderijen enthousiaster dan ooit tevoren en G werd gefêteerd met een nieuwe ronde prijzen en eerbetuigingen, die iedereen hem sowieso genegen leek te geven, wat hij ook deed. Ze woonden in een bosrijke streek op enige afstand van de stad, want ondanks de goedkeuring die de wereld G schonk, voelde hij zich boos op en gekwetst door diezelfde wereld en kon hij het niet opbrengen haar te vergeven. Zijn vroege werk was op brute wijze bekritiseerd en al verzekerde men hem dat zijn vermogen om te schokken juist het onomstotelijke bewijs was van zijn talent, was G die aanvallen nooit echt te boven gekomen. Zijn kracht school niet zozeer in het afweren van pogingen om hem te vergiftigen en vernietigen, als wel in het absorberen ervan, in het doorslikken van het vergif en zich erdoor laten veranderen, zodat zijn overleven niet simpelweg een verhaal over veerkracht was, maar eerder een uitgesponnen kruisiging die de wereld uiteindelijk dwong tot zelfkastijding vanwege wat ze hem had aangedaan. Pas dankzij de bossen had G een uitweg gevonden uit zijn artistieke impasse, uit zijn gevoel gevangen te zitten tussen het anekdotische van de representatie en het gebrek aan engagement van de abstractie. Hij had veel tijd besteed aan het observeren van de plaatselijke houthakkers, en telkens als hij zag hoe een boom werd geveld had het probleem van verticaliteit zich aan hem opgedrongen. Eerst had hij de mannen en de bomen geschilderd in een soort vereenzelvigde staat, waarin de stammen en lichamen inwisselbaar waren. Toen had hij gezien dat ook de lichamen konden worden geveld, afgesneden van hun eigen wortels en op vergelijkbare wijze op hun kant gekeerd of in stukken gehakt. En uiteindelijk was hij op het omkeringsidee gekomen, als oplossing voor dit geweld en als manier om het principe van heelheid terug te brengen, zodat de wereld weer intact was, maar ondersteboven gekeerd en daardoor bevrijd van de werkelijkheid met haar beperkingen.”

 

Rachel Cusk (Saskatoon, 8 februari 1967)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.

 

Een koude lente

Voor Jane Dewey, Maryland

Nothing is so beautiful as spring. – Hopkins

Een koude lente:
over het grasveld een vreemde paarse gloed.
Twee weken minstens aarzelden de bomen;
de blaadjes wachtten af,
maar lieten goed zien hoe ze zouden worden. Ten slotte daalde
plechtig groen stof
over je uitgestrekte, lukraak verspreide heuvels.
Op een dag, in een kille witte guts zonlicht,
werd op een daarvan een kalfje geboren.
De moeder hield op met loeien en
was lang bezig met de nageboorte,
een armzalige vlag,
maar het kalfje krabbelde prompt overeind
en leek geneigd tot vrolijk gedrag.

De volgende dag
was een stuk warmer.
Groenig witte kornoelje drong door in het bos,
ieder bloemblad geschroeid, zo leek het, door een sigarettenpeuk;
en de wazige judasboom stond ernaast,
bewegingloos, maar bijna meer
in beweging dan welke omlijnde kleur dan ook.
Vier herten sprongen al oefenend over je hekken.
De jonge eikenblaadjes deinden door de bedaarde eik.
Zanggorsen waren opgelierd voor de zomer
en in de esdoorn liet de complementaire kardinaalvogel
een zweep knallen en de slaper ontwaakte
en strekte vanuit het zuiden zijn mijlenlange groene leden.
Op zijn muts werden de seringen wit,
later dwarrelden ze neer als sneeuw.
Nu de avond valt
komt een nieuwe maan op.
De heuvels vervagen. Plukken hoog opgeschoten gras
verraden waar een koeienvlaai ligt.
De brulkikkers laten zich horen,
slappe snaren door dikke duimen beroerd.
Onder de buitenlamp, tegen je witte voordeur
plakken de allerkleinste nachtvlinders, als Chinese waaiers,
zilver en zilvergerand over
bleekgeel, oranje of grijs heen geplooid.
Nu, vanuit het dichte gras, beginnen
de vuurvliegjes op te stijgen:
omhoog, omlaag, dan weer omhoog:
oplichtend als ze klimmen,
gezamenlijk drijvend naar dezelfde hoogte,
net als de belletjes in champagne.
Later stijgen ze veel hoger.
En je schaduwrijke weiden zullen nu elke avond
deze bijzondere, lumineuze huldeblijken
aan kunnen bieden, de ganse zomer lang.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e februari ook mijn blog van 8 februari 2019 en ook mijn blog van 8 februari 2015.

Charles Dickens, Lioba Happel

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook alle tags voor Charles Dickens op dit blog.

Uit: Hard Times

“He had reached the neutral ground upon the outskirts of the town, which was neither town nor country, and yet was either spoiled, when his ears were invaded by the sound of music. The clashing and banging band attached to the horse-riding establishment, which had there set up its rest in a wooden pavilion, was in full bray. A flag, floating from the summit of the temple, proclaimed to mankind that it was ‘Sleary’s Horse-riding’ which claimed their suffrages. Sleary himself, a stout modern statue with a money-box at its elbow, in an ecclesiastical niche of early Gothic architecture, took the money. Miss Josephine Sleary, as some very long and very narrow strips of printed bill announced, was then inaugurating the entertainments with her graceful equestrian Tyrolean flower-act. Among the other pleasing but always strictly moral wonders which must be seen to be believed, Signor Jupe was that afternoon to ‘elucidate the diverting accomplishments of his highly trained performing dog Merrylegs.’ He was also to exhibit ‘his astounding feat of throwing seventy-five hundred-weight in rapid succession backhanded over his head, thus forming a fountain of solid iron in mid-air, a feat never before attempted in this or any other country, and which having elicited such rapturous plaudits from enthusiastic throngs it cannot be withdrawn.’ The same Signor Jupe was to ‘enliven the varied performances at frequent intervals with his chaste Shaksperean quips and retorts.’ Lastly, he was to wind them up by appearing in his favourite character of Mr. William Button, of Tooley Street, in ’the highly novel and laughable hippo- comedietta of The Tailor’s Journey to Brentford.’
Thomas Gradgrind took no heed of these trivialities of course, but passed on as a practical man ought to pass on, either brushing the noisy insects from his thoughts, or consigning them to the House of Correction. But, the turning of the road took him by the back of the booth, and at the back of the booth a number of children were congregated in a number of stealthy attitudes, striving to peep in at the hidden glories of the place.
This brought him to a stop. ‘Now, to think of these vagabonds,’ said he, ‘attracting the young rabble from a model school.”

 

Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)
Cover

 

De Duitse dichteres, schrijfster en vertaalster Lioba Happel werd geboren op 7 februari 1957 in Aschaffenburg. Zie ook alle tags voor Lioba Happel op dit blog.

 

Je hangt mij al lang het oog uit.

Je hangt mij al lang het oog uit.
En daar zit je dan, neergestreken op een stoel!

En de nacht lacht.
En een ster blaakt –
Omwille van mij?
Omwille van jou?

Kus me, als dat mag, nog een keer –
Tik in mijn oor!
Kom nog eens terug!
Zonder adjectieven.
Of ga weg!

Ik kom in de benen –
Asjeblieft een gedicht!
Vaarwel, adieu, jij gekwelde, opgehangene!
In mijn nachtoog –
Vaarwel, adieu!

Zo teder als jij bent,
ben ik behoorlijk hardvochtig!

Ik heb genoeg van je!

Ik open de deur –
Het stuift buiten!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lioba Happel (Aschaffenburg, 7 februari 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e februari ook mijn blog van 7 februari 2019 en eveneens mijn blog van 7 februari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Thomas von Steinaecker, Dermot Bolger

De Duitse schrijver en journalist Thomas von Steinaecker werd geboren op 6 februari 1977 in Traunstein. Zie ook alle tags voor Thomas von Steinaecker op dit blog.

Uit: Ende offen – Das Buch der gescheiterten Kunstwerke

„Plötzlichen Eingebungen gehorcht Michelangelo auf der Stelle. Er schläft in seinen Stiefeln. Bei seinem Tod 1564 defilieren Dutzende Jünger an seinem Leichnam vorbei. Sie sind in derselben Soutane gekleidet wie ihr Meister. Hier arbeitete kein anonymes Kollektiv mehr wie noch im Mittelalter. Hier schuf ein einzigartiges Individuum. Und nicht zu Gottes Ehren, sondern den Menschen zur Feier. Signed and sealed: Michelangelo, Superstar. Im Glanz einer solchen Aura beginnen Fragmente zu leuchten. Von nun an konnte es passieren, dass auch das Unvollkommene vollkommen war. Von nun an gab es eine Figur, die erst in der Aufklärung ihren Namen erhalten und sich seit der Romantik größter Popularität erfreuen sollte: das Genie. Poeta alter deus (Shaftesbury)! Ein Original, dessen in die Kunst über-setzte Regeln natürlich und deshalb natürlich absolut sind (Kant)! Prometheus (Goethe)! Flackernd, intuitiv, grenzwahnsinnig, und vor allem leidend. Kurz und exzessiv hatte sein Leben zu sein (da damals ausschließlich männlich konnotiert). Genies, das sind Unvollendete. Moment. Einschub zum Einschub in der Klammer. Auch in diesem Buch werden die geneigte Leserin und der geneigte Leser wieder einmal mehr von Männern und ihren Problemen erfahren als von Frauen. Kann es wirklich sein, dass Männer seltener fertig werden als Frauen? Sind Männer flattriger? Und zugleich: vor Schöpferkraft strotzend, vor Kraft kaum zum Gehen fähig, you name it. Genius, das stand bei den Römern nicht zufällig für die Zeugungskraft des Mannes. Weibliche Genies – lange Zeit ein Oxymoron. Sind Frauen in Wirklichkeit also einfach fleißiger, fokussierter und strukturierter? Wirklich jetzt? Was zweifellos der Fall ist: dass Männer auch in der Kunst Privilegien genossen, die Frauen sich erst sehr spät erkämpften, was die Anzahl ihrer bekannten Vertreterinnen in Musik, Literatur, Film, Architektur und Malerei über die Jahrhunderte sehr überschaubar macht.“

 

Thomas von Steinaecker (Traunstein, 6 februari 1977)

 

De Ierse dichter, schrijver en uitgever Dermot Bolger werd geboren op 6 februari 1959 in Dublin. Zie ook alle tags voor Dermot Bolger op dit blog.

 

Kleine X’jes

Onverwacht draait de telescoop deze oktobermiddag,
Ik zie mezelf, weer klein gemaakt, door de objectieflens:

Ik ben niet de weduwnaar die onlangs mijn vrouw heeft begraven,
Noch de plichtsgetrouwe zoon die waakte terwijl mijn vader,
Als een aangeslagen bokser, vocht om de dood te slim af te zijn,

Verward en woedend, met zijn handen in cartoonachtige handschoenen
Om te voorkomen dat hij aan de slang van zijn morfinepomp trok.

Vandaag ruimen we het huis op waar hij zestig jaar heeft gewoond.
In de slaapkamer waar ik geboren ben, herinneren mijn broers en zussen zich

Hoe hun enige aanwijzing voor mijn geboorte als kinderen
Achter deze gesloten deur angstige instructies waren om te bidden.

Als we de zolder openmaken, ontdekken we de koffer
Die mijn moeder had ingepakt voor haar laatste ziekenhuisopname:

Een toilettas en talkpoeder, kleren die ze nooit meer heeft kunnen dragen,
Een tas vol gebeden en de opgevouwen brief
Die ik als tienjarige schreef voor mijn zusje.

Ik besteed één pagina aan haar te vertellen dat ik braaf ben, en prop dan
drie pagina’s vol met gekrabbelde X’en – elk een kus voorstellend.

Vorige week zong een kleindochter die ze nooit gekend heeft op het podium,
Stralend en helder, in een band genaamd Kleine X’jes Ogen

.
Vierenveertig jaar lang, in een brief in een tas in een koffer op deze zolder,
Waren deze sterrenstelsels van X’en de verbannen ogen van een verward kind.

Maar – terwijl ik ze openvouw – zie ik mezelf staren naar wie ik nu ben,
In dit leven dat ik me nooit had kunnen voorstellen toen ik slordige X’en
Krabbelde voor een vrouw die ik voor het laatst lachend in een ziekenhuisbed zag liggen,

Die ze in haar tas stopte toen de verpleegsters haar hoofd kaal schoren
Ter voorbereiding op een operatie waarvan ze nooit zou herstellen:

In de hoop dat ik op een dag haar tas zou openen en verrast zou zijn
En mijn X’en terug zou vinden: grote X’en voor kusjes, kleine X’jes voor ogen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dermot Bolger (Dublin, 6 februari 1959)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e februari ook mijn blog van 6 februari 2019 en ook mijn blog van 6 februari 2011 deel 2.

Geert Buelens, William S. Burroughs, Edzard Mik

De Vlaamse dichter, essayist en columnist Geert Buelens werd geboren in Duffel op 5 februari 1971. Zie ook alle tags voor Geert Buelens op dit blog.

 

Transit (Gelukzoeken)

Wij zijn samen onderweg
en kussen de zegelring van wie daar om vraagt

Beter worden we er niet van
al schept het misschien een band

Die we kunnen gebruiken
ankerloos als we zijn

Wagen na wagen trekt aan ons voorbij
wat de afstand alleen maar vergroot

Overal vogels, scharminkels van het ongebondene
een aansporing en aanfluiting gelijk

Een paar dozijn zou nog kunnen
maar toch geen honderden, elke dag opnieuw

We zullen worden gezien
als luxepaarden, als kamelen zonder baat

De tegenstand wordt al georganiseerd
maar wij zetten door, iets anders hebben we nooit geleerd

 

Lament

De verenigde vezelfabriek en marche
Lament
De aorta & de aars & het gat
Lament
Het klagen van het vlees & het moeras
Lament
De overdosis recycleren & de barst
Lament
De ekster op de galg & de grimas
Lament
De kwadratuur van het mirakel & de blaas
Lament
De overdruk op het bestel & de magneet
Lament
De zuigkracht van het bloed & de profeet
Lament
Het roffelen van het ritme & het dak
Lament
Het doorgaan van de maat & de matrak
Lament
Het overgeven van de eeuw & van het spel
Lament
De coalitie van de geeuw & van de rel
Lament.
            Het is het wegen van het veel & van het meer
            Het is het raadsel van de spankracht van de veer
            Het is het spektakelstuk, het galafeest, de eer
            Het is het dogma, het axioma & de leer
Het krimpen van de stof & van de naad
Lament
Het overtollig vet wegsnoeien & verraad
Lament
Het suggereren van de stop & het ventiel
Lament
Het laten groeien van de rentevoet, de hiel
Lament
Het zwaktebod, de faling, het patroon
Lament
Het opslaan van de kracht, de durf, de hoon
Lament
            Het is de lafheid & de moed, de heroïek
            Het is het spiegelbeeld van deze mozaïek
            Het is een schouwspel zonder goden of publiek
            Het is de kanker, de bevruchting, de koliek

 

Geert Buelens (Duffel, 5 februari 1971)

 

De Amerikaanse schrijver William S. Burroughs werd geboren in Saint Louis (Missouri) op 5 februari 1914. Zie ook alle tags voor William S. Burroughs op dit blog.

 

Mijn benen, Señor

Zolderkamer en raam, mijn schaatsen aan de muur
De priester kon de badkamer zien, lichtgele houten lambrisering
toilet, jonge benen, glanzende zwarte beenharen
“Het zijn mijn benen, señor.”
De glans van haarstoppels spoelt zijn lavendelkleurige horizon af
hij voelde de jongen kreunen en wat het betekende
gezicht van een rotjong op de tafel van de dokter
ik was de schaduw van de wassende avond en vreemde ruiten.
ik was de vlek en het gejammer van gemiste tijden in de weerspiegelde hemel
plekken vervuild water onder zijn lavendelkleurige horizon, raam
Vlek gekrabbeld door een jongen, koude, verloren knikkers in de kamer
De sjofele tafel van de dokter… zijn gezicht…
De huid van de jongen spreidt zich uit naar iets anders.
“CHRISTUS, WAT ZIT ERIN?” schreeuwt hij
vlees en botten rezen op als een tornado
“DAT DOET PIJN”
ik was de vlek en het gejammer van glanzende achterbeenharen
zilverpapier in de wind, rafelige geluiden van een verre stad.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William S. Burroughs (5 februari 1914 – 2 augustus 1997)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver Edzard Mik werd geboren in Groningen op 10 februari 1960. Zie ook alle tags voor Edzard Mik op dit blog.

Uit: Mea culpa

“Zijn vrouw kwam overeind maar Nazim hief zijn arm en stond erop zelf thee voor ons te halen. Hij ontworstelde zich aan zijn fauteuil en moest bij elke stap uit alle mogelijke posities van hoofd, schouders, romp en armen de juiste kiezen om zijn evenwicht te hervinden. Het was de eerste keer dat ik met eigen ogen zag dat hij nooit helemaal hersteld was. Ik begreep er niets van, dat wil zeggen, ik begreep wel hoe het een tot het ander leidde, de wurgende wetmatigheid van oorzaak en gevolg, maar wat ik begreep, begreep ik niet écht: ik kon me niet voorstellen dat de man die nu schommelend als een galjoen in de keuken verdween dezelfde was als de jongen die ooit met zijn broers voor ons was opgedoken en even later was afgevoerd, ons achterlatend in stervend zwaailicht. Ik keek naar Sybil en vroeg me af of ze in dezelfde afgrond staarde. Het kon niet anders of het duizelde haar zoals het mij duizelde. Ze had niets gedaan maar alles ge- zien, aangelicht door straatlantarens had die opeenvolging van gebeurtenissen zich voor haar ogen afgespeeld, van ons allen wist zij nog het beste wat er was gebeurd, dubieus voorrecht van de getuige. Maar haar gezicht glom, haar handen hield ze tussen haar dijen, haar onderbenen stonden uiteen, haar voeten staken naar binnen, ze zat er als een schoolmeisje bij, en als ze al ten prooi was aan vertwijfeling, dan liet ze daar niets van blijken. Uit de keuken gekletter, in de woonkamer stilte, en achter het raam gleed de stad al even stil weg in het dal. Ik liet mijn blik ronddwalen, sofa en fauteuils groot, kitsch-lamp, foto van de Bosporus, wandkleed met de Bosporus, vaas met de Bosporus, dat was het wel zo’n beetje, nee, er was meer, natuurlijk was er meer, in de hoek, bij de deur naar de gang, zag ik zijn rolstoel, opgevouwen. Zijn vrouw verroerde zich niet, haar hoofddoek sneed een ovaal uit haar gezicht, haar ogen waren groot en vochtig. Misschien kwam het door de zuiverheid van haar blik maar ik was ervan overtuigd dat ze niet van die vechtpartij wist, hij had haar er nooit over verteld, zij wist niet anders of hij was invalide geraakt door een ongelukkige val, motorongeluk of hersenbloeding, voor haar moesten Sybil en ik volstrekte vreemden zijn die uit de hemel waren komen vallen.”

 

Edzard Mik (Groningen, 10 februari 1960)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e februari ook mijn blog van 5 februari 2021 en ook mijn blog van 5 februari 2019.

Ben Lerner, Grigore Vieru

De Amerikaanse dichter, schrijver, essayist en criticus Benjamin S. (Ben) Lerner werd geboren op 4 februari 1979 in Topeka, Kansas. Zie ook alle tags voor Ben Lerner op dit blog.

 

Index of Themes

Poems about night
and related poems. Paintings
about night,
sleep, death, and
the stars.
I know one poem from
school under the stars, but
belong to no school
of poetry.
I forgot it by heart. I remember only
it was set in the world and its theme
parted.

Poems
about stars and
how they are erased by street
lights,
streets
in a poem about force
in the schools within it. We learned
all about night in college,
how it applies,
night college under the stars where we
made love
a subject. I completed my study of form

and forgot it.
Tonight,
poems about summer

and the stars are sorted by era
over me.
Also poems about grief
and dance. I thought I’d come to you
with these themes
like my senses.
Do you remember me
from the world?
I was sat there and we spoke

on the green, likening something
to prison, something
to film.
Poems about dreams
like moths about streetlights
until the clichés
glow, soft
glow of the screen
comes off on our hands,
blue prints on the windows.
How pretentious
to be alive now,

let alone again
like poetry and poems
indexed by
cadence is falling about us while
parting. It was important to part
yesterday

in a serial work about lights
so that distance could enter the voice
and address you
tonight.
Poems about you, prose
poems.

 

Ben Lerner (Topeka, 4 februari 1979)

 

De Moldavische dichter en schrijver Grigore Vieru werd geboren in Pereita op 4 februari 1935. Zie ook alle tags voor Grigore Vieru op dit blog.

 

De hemel viel uit je ogen

De hemel viel uit je ogen
En verkruimelde.
De zon viel van je gezicht
En bevroor.
Bevroren kwam de koele wind
Zonder jouw vlijtige handen.
Op zoek naar jou,
verborgen de bronnen zich in de velden.
Als een omgevallen boom,
Is de taal zelf
Hoorbaar alsof ze valt.
God, zo eenzaam
Zo eenzaam
Ben ik nog nooit geweest!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Grigore Vieru (4 februari 1935 – 18 januari 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e februari ook mijn blog van 4 februari 2025 en ook mijn blog van 4 februari 2019 en eveneens mijn blog van 4 februari 2018 deel 1 en ook deel 2.

Georg Trakl, Ferdinand Schmatz

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

Drei Träume

III

Ich sah viel Städte als Flammenraub
Und Greuel auf Greuel häufen die Zeiten,
Und sah viel Völker verwesen zu Staub,
Und alles in Vergessenheit gleiten.

Ich sah die Götter stürzen zur Nacht,
Die heiligsten Harfen ohnmächtig zerschellen,
Und aus Verwesung neu entfacht,
Ein neues Leben zum Tage schwellen.

Zum Tage schwellen und wieder vergehn,
Die ewig gleiche Tragödia,
Die also wir spielen sonder Verstehn,

Und deren wahnsinnsnächtige Qual
Der Schönheit sanfte Gloria
Umkränzt als lächelndes Dornenall.

 

Amen

Verwestes gleitend durch die morsche Stube;
Schatten an gelben Tapeten; in dunklen Spiegeln wölbt
Sich unserer Hände elfenbeinerne Traurigkeit.

Braune Perlen rinnen durch die erstorbenen Finger.
In der Stille
Tun sich eines Engels blaue Mohnaugen auf.

Blau ist auch der Abend;
Die Stunde unseres Absterbens, Azraels Schatten,
Der ein braunes Gärtchen verdunkelt

 

Blutschuld

Es dräut die Nacht am Lager unsrer Küsse.
Es flüstert wo: Wer nimmt von euch die Schuld?
Noch bebend von verruchter Wollust Süße
Wir beten: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

Aus Blumenschalen steigen gierige Düfte,
Umschmeicheln unsere Stirnen bleich von Schuld.
Ermattend unterm Hauch der schwülen Lüfte
Wir träumen: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

Doch lauter rauscht der Brunnen der Sirenen
Und dunkler ragt die Sphinx vor unsrer Schuld,
Daß unsre Herzen sündiger wieder tönen,
Wir schluchzen: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

 

Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Zie ook alle tags voor Ferdinand Schmatz op dit blog.

 

psalm 150
(wie alles heeft, prijst graag)

1 ja, het schalt, zingt in den hogen het geprezene, vult de tent met blauw,
maar zingt het in slaap, als het maar het grote beklemtoont, als het in den
hogen wijst, wijdte die nooit nadert en juist die volledig is.

2 zingt in den hogen, wat zich in lofprijzing verzamelt, is altijd slechts
één, iedere daad heerlijk, draagt (op) en steekt (niet) omhoog, wat
het verschil uitmaakt: de schepping, de macht (binnen hem).

3 zingt in den hogen, de mond niet alleen, alles wat dient, blik,
letter, papier, snaar – bazuint, schrijft, citeert, klinkt
voort, het.

4 zingt in den hogen, op trommel of mond, alles draait om
zijn zij in het rond, fluit en slag.

5 zingt in den hogen, ook het donkerste staal, wordt licht, klinkt
goed (bombamdebimbam).

6 zingt in den hogen, alles wat ademt, lang en houdt aan (hem),
schalt, maar zingt het in slaap!

 

Vertaald door Geert van Istendael

 

Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook mijn blog van 3 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Mariae Lichtmess (Emmy Hennings), Hella Haasse, Norbert Bugeja

 

 

Mozaïek van de presentatie van Jezus in de tempel in de Rozenkransbasiliek te Lourdes

 

Mariae Lichtmess
(Die Darstellung Jesu im Tempel)

Maria machte ihr Kind bereit.
Was gurrte die Taube leise?
Heut wird das Licht der Welt geweiht.
O, nehmt mich mit auf die Reise.

Maria und Josef gingen über Land.
Es flog voran die Taube,
Wie eines Engels Glaube,
Und braucht zur Führung kaum ein Band.

Hat bis zum Tempel man wohl weit?
Komm Fuhrmann, zeige dich bereit,
Und nimm die drei auf deinen Wagen.
Du siehst, hier wird ein Kind getragen.

O, Kind, noch hast dus1 gut und warm
Auf deinem ersten Opfergang.
Hier trägt die Liebe die Liebe im Arm.
Schon keimte die Saat und die Taube sang.

Dann wieder war es Glockenklang,
Wie Engelsgruss der durch die Seele drang.
Es sang die Sonne über dem Feld:
Gelobet seist du Licht der Welt.

 

Emmy Hennings (17 februari 1885 – 10 augustus 1948)
De Museumshafen in Flensburg, de geboorteplaats van Emmy Hennings

 

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

Uit: Ik stuur deze brief maar op goed geluk weg. Brieven 1939-1950, s

“Brief aan Haasses ouders en broer in Batavia, 11 september 1939

Lieve Allemaal,
Moesten jullie veel porto betalen voor mijn vorige brief? Ik wist niet precies hoeveel er op moest voor de zeepost, ik dacht 6 cent, dat had Oma gezegd, en ik had geen tijd meer om ’t op ’t postkantoor te gaan vragen, omdat de brief nog diezelfde avond met de Oranje weg moest. Maar de volgende dag las ik in de krant dat de vliegdienst weer ingesteld was en dat de Nandoe dien morgen was vertrokken. Ik hoorde ook dat mijn brief te laat was geweest voor de Oranje, zodat ik denk dat hij nu met het vliegtuig is meegegaan. Hoe gaat het met jullie? Hier is alles weer gewoon, je let niet eens meer op mobilisatie of zandzakken en ander oorlogstuig. Ze zeggen dat de oorlog wel een jaar of drie zal duren. Ik hoop het niet! – Anneke en ik hebben van kamer geruild. Ik heb nu de grote voorkamer met 3 ramen op de gracht. Mijn meubels staan er prachtig in, het ziet er zo artistiek en gezellig uit. Douwe heeft een vriend die binnenshuis foto-opnamen kan maken, misschien kan die mijn kamer ook eens nemen. Er is weer van allerlei gebeurd. Douwe en ik hebben het zotste avontuur van ons leven meegemaakt. Enfin, nu moeten wij er voor boeten. Het is een tragikomische geschiedenis, getiteld: ‘Wij gaan op een middag om 6 uur de stad in om goedkoop te eten’. Luistert! Zondagmiddag’s eten D. en ik gewoonlijk in de ‘Petite Marmite’ dat is een kantoormensen eetgelegenheid waar je voor 80 cent soep, voorgerecht, groenten, aard. en vlees, toetje en koffie krijgt, meer dan genoeg en uitstekend klaargemaakt. D. heeft daar een abonnement. Gisteren zouden wij ’t ook weer doen. Wij waren wat laat, zodat er geen plaats meer te krijgen was (er kunnen n.l. maar ± 25 mensen in). Wij hadden echter veel te veel honger om te wachten en besloten ons heil elders te zoeken. Nu waren wij eens op een avond in een café in de Leidse straat geweest dat ‘Fleur’ heet. Het was een goedkope gelegenheid, zoiets als Heck, en een bedevaartsoord voor soldaten + meisje, en Zaterdagavond-dagjesmensen. Op de tafeltjes lagen kaarten die ’t bestaan vermeldden van een, blijkbaar bij ‘Fleur’ horend, eet-restaurant in de straat daarachter. Dit nu herinnerden wij ons gisteren ter onzaliger ure.”

 

Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

 

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook alle tags voor Norbert Bugeja op dit blog.

 

FOTO NR. 7

Van mij naar jou is er een seconde, een lach,
er is een volle waslijn die uitkijkt over de zee.
Na het gekkigheid bij It-Toqba z-Zghira*
probeerde ik je te bereiken. En misschien omdat
er geen licht is in dit huis,
in de nog steeds echoënde gang,
in de kamers boven en beneden, op de bodem van deze put
die jouw onvruchtbare woorden kreunt en mompelt ,
vond ik niemand. Alleen in jouw keuken,
knallen mijn uitgehongerde ingewanden over de jongen
die geboren wilde worden en zichzelf hangend aantrof
aan de uitgedroogde borst die ontsproot in de woestijn;
bijna als een stad waaruit iedereen is weggevlucht.

En het is nutteloos om je te verschuilen achter oude muren,
en blootsvoets te lopen over de wegen van je moeder,
en trots de ruïnes van je schoonheid te bewonen;
want je bent nooit moeder geweest, en je zult het ook nooit worden.

Uit de deur van je buurman kwam een meisje tevoorschijn,
haar ogen, twee kanonskogels gekruist
op de cornetto bij de kleine opening van haar mond.
Ze staart je aan, ze probeert je niet te bereiken.
Als een mijn op de zeebodem van de haven die nooit ontploft
bekijkt ze je, de afbladderende verf, en lacht
een moment, naar jou, en liegt dat je mooi bent.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

 

Zie ook alle tags voor Maria Lichtmis op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.


  • It-Toqba z-Zghira is een kleine inham, gelegen onder de bastions van de historische maritieme stad Vittoriosa (Birgu) in Malta