De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.
Zon op de bunker
een man uitkleden in een bunker
en zeggen
goochelen
goochelen zonder handen
goochelen zonder iets te hebben geleerd
goochelen zonder trúcjes
goochelen zonder kleren aan
goochelen zonder apparaten
de man een glimlach
glimlach glimlach glimlach
glimlach glimlach glimlach
droge ogen
bewakers die elkaar aankijken
en opeens twee kommetjes
handen onder de neus geduwd
krijgen vol vocht
nu kijkt hij ze aan
kwaad
ze slikken als honden
zijn handen leeg
ik heb niet gezegd dat ik vond
dat dit niet kan of dat dit zo is
ik heb niet gezegd dat de man
gestuurd wordt of sympathiek is
goochelen
de man lacht
de bewakers kijken elkaar aan
en zijn handen blijven leeg
of
de man lacht
de bewakers kijken elkaar aan
zijn handen blijven leeg
de bewakers trekken de deur met
de tralies dicht
en terwijl de man naar zijn
handen kijkt lopen ze vol
de man lacht
en de nerveuze vingers
van de bewakers
halen de trekker over
het water valt op de grond
de bewakers zien het water
en proberen de man
bij bewustzijn te brengen
hun vingers wroeten naar de kogels
in de wonden
of een van hen
doet dit
terwijl de andere de deur
uitloopt
een groot roestig
containerschip koopt
en een kat
met beide de zee
afstruint
dat hij ooit een man was
die als jongetje trots van
de botsauto’s thuiskwam
nooit was geraakt
de andere hakte de rest
van de bomen
in het bos om
en werd een wijs man

Onafhankelijk van geboortedata
De Australische dichteres en schrijfster Judith Beveridge werd geboren in 1956 in Londen, Engeland. Zie ook alle tags voor Judith Beveridge op dit blog.
Steenbok
Door de bodem van een oude colafles volgt hij
de vlucht van een stormvogel, totdat deze wordt verscheurd door
zeewind en een nieuwe, wazige afdruk van de zon.
Langs de pier hoort hij de mannen met hun
molens, met hun valuta van vochtig zand. Zijn hengel
trilt – niet verzwaard met vis, maar met
de namen van stormen: Harmattan, Vendavales –
turbulente winden die de voorhoede vormen van
gevaarlijke zeestraten. Hij trapt tegen een hoop visschubben:
galeonballast, een schat aan dukaten gemorst
uit een oude Hollandse dogger. De mannen zullen hem weldra
wegjagen, deze luidruchtige held die
brigs plundert. Maar nu is de fles een hoorn waarin
hij zoveel adem uitblaast, en de lucht heeft
een klank geleend van een luchtgat, van wind
die door de roestende steunbalken van een brug zingt.
Een krab zeeft zandkorrels voor zijn hol; Zijn klauw,
een oude zeeroverhaak, deelt
dubloenen en dreigementen uit. Ach, maar weet je – als je
de hand van dit kind zou nemen, als je
zijn blik in de jouwe zou houden en zou wachten op
elke circulatie van zijn ademhaling; als je
de gepiratiseerde scènes van dagdromen zou bekijken
die zich afspelen door een stortvloed aan glas – dan
zou je de koperkleurige zon zien. Je zou lang
over dit strand lopen met je gedachten
handelend in weer en wind, de stormvogels die
gelijke tred houden met de grillige lijnen van dromen
die binnenvaren met de klinkerstormen. Het verleden
en het heden zouden geen depressies zijn
tegenover elkaar, noch zouden er zandkorrels zijn
die je lot afschuren… Op de kust,
een meeuw, gedood door de storm van de nacht. Met zijn hengel
werpt de jongen hem omhoog, de handschoen van een duellist
waarin hij zojuist het Zorroteken kerfde met zijn zwaard… Nee, de wereld
zou geen golf zijn die zijn ineenstorting herhaalt,
maar welke schat aan verhalen een jongen ook maar kan vinden
tussen visschubben, zand en de gewone
uitstroom van wind; een jongen die niets weet
van de verbanden tussen stormen; noch van
de mannen die het snelle verval van het weer registreren
in maatstaven van misbruik; die niets weet
over het betalen voor die oude reis naar de dood.
Vertaald door Frans Roumen

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 17 juli 2023 en ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.




























