Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Hermann Lenz

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies twintig jaar! Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog en Romenu’s eerste lustrumpagina.

 

De vrienden

Bij ’t portret van Jaap en Okke
Hun houding drukt hun diepste wezen uit
De grootste zit, in wakkren droom verloren,
Op ’t rijzen van de stem des bloeds te hooren,
De nachtegaal die in harts meinacht fluit.

Hij wond zijn arm los om zijn makker heen
In groote goedheid, niet om steun te ontvangen.
Wie luistert naar zijn innigste verlangen,
Hij vindt zijn vastheid in zichzelf alleen.

De jongste staat, zijn oogen moedig open,
Gereed om met zijn onbevlekte kracht
Het schoone leven naar zijn wil te dwingen.

Gelukkigen! Zij hebben wat zij hopen:
De reine houdt de wereld in zijn macht,
En die gelooft, bezit reeds alle dingen.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

 

Dan dooft de kleine prins het licht

We woonden nog op het kasteel
en vader stapte binnen
met wat voor ons
de eerste teletijdmachine was
een commodore
een plastic bak met vensterglas
waarachter
ik de nieuwe wereld zag
met broertjes vocht ik
om de aandacht van het ding
de gunst
van de betovering –
het spel
met de Perzische prins

We belden later
later eenzaam in
als onverbonden wezen
weifelend zocht de modem
vertraging
van het verlangen
contact

Maar we leefden net zolang
tot elk van ons
zichzelf
in de ban van het ding
volledig omringde met schijn
met de glans van de ring
met het schijnsel
van schermen
online scheen alles
onmiddellijk
nabij

Op een kleine planeet groeide toen het idee
dat je in deze wereld
helemaal
je hele zelf kan zijn
astronaut
in het diepst van je gedachten
ongebonden
tijdloos tollend om je eigen as
planeet
zonder zon

Alleen
je blijkt niet alleen zo alleen
in de ruimte woekert
oneindig
de braamstruik
ik zie het aan
en breid mijn databundel uit
schrijf
en schrijf
om
er te zijn

We tasten, we zweven
soms lijkt iets dichtbij
maar weet jij
of weet ik veel
want wat is er waar
dit hier
jij daar
zonder nabijheid
is alles verhaal

 

Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Terugblik

Geen huis gebouwd,
Geen zoon gekregen,
Alleen boeken geschreven.

Is dat genoeg?
Nee, dat is niet genoeg.

Zelfs bezittingen
zijn een lastig iets voor je,
Een twijfelachtig iets uiteraard.

Je woonde op zolder
Met meubels uit het verleden.
Die heb je lang gekend.

Wat anderen “leven” noemen,
Was hard werken voor jou.
Gelukt is het je nooit.

Als je het maar net redt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e maart ook mijn blog van 21 maart 2022 en ook mijn blog van 21 maart 2021 en ook mijn blog van 21 maart 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2019 en ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 2 en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

De Lente (Frederik van Eeden), Ricus van de Coevering

 

 

Voorjaar door Sabine Frey, 2011

 

De Lente

Reeds is het statig eiber-paar gekomen,
’t geduldig rijs wringt stil de knoppen los,
de zoele lente luwt door ’t zonnig bosch
en wiegt mijn geest in weemoeds-zoete droomen.

Violengeur stijgt op uit vochtig mos,
een bronzen gloed verjongt de dorre boomen,
en primula’s en dotterbloemen zoomen
de groene wei met gouden voorjaarsdos.

Wat heb ik, milde! naar uw komst gesmacht!
wat scheen uw toeven lang! — is ’t niet mijn leven
dat door uw donzen adem wordt gewekt?

Eens zult ge niet meer keeren, als ge trekt,
des weerziens zaligheid mij niet meer geven
en grimmig grijnst dan d’eindelooze nacht.

 

Frederik van Eeden (3 april 1860 – 16 juni 1932)
Haarlem, de geboortestad van Frederik van Eeden in de lente

 

De Nederlandse schrijver Ricus van de Coevering werd op 20 maart 1974 in Asten geboren. Zie ook alle tags voor Ricus van de Coevering op dit blog.

Uit: De hooier

“Timo stapte uit bed, misschien voor de laatste keer als scholier. Alleen het woord al, scholier: pokdalig en mager, onhandig en verlegen. Straks was hij misschien student in de stad, student biotechniek. De film 2001: A Space Odyssey van Stanley Kubrick had hem op het idee gebracht om iets in die richting te gaan doen. Tijdens een filmavond op school gebeurde het. Hij zat helemaal achter in de aula, waar de Abtrünnigen en einzelgängers zaten, toen een sprookjesachtig verlangen met een schokje in hem wakker werd. Op het witte doek gebruikte een mensaap een langwerpig bot voor het eerst als werktuig en sloeg er een andere mensaap mee dood, om het wapen vervolgens met een brul de lucht in te gooien. De camera volgde de vlucht — en in de volgende scène was het gereedschap veranderd in een ruimteschip dat door het heelal reist. Hoe de mens eens het universum ontdekken zal, als intergalactisch, bijna onsterfelijk wezen in het gewichtloze oneindige; de filmmuziek deed hem op een prettige manier huiveren, de ‘Sonnenaufgang’ vooral, uit het symfonische gedicht van Richard Strauss, opus 3o. Het oergeluid van de pauken, die hele compositie, zo indrukwekkend als het besef van de geboorte van het universum zelf. Thuisgekomen die avond, deed hij op zijn computer onderzoek naar de film — en zo kwam hij via Kubrick en Strauss al snel bij Nietzsche uit. Hij las over de dood van God, gestorven aan medelijden om de mensen, en over de afwezigheid van moraal en waarheid, over de ondergang en overgang die de mens tegelijkertijd is. In de maanden daarna leerde hij citaten uit zijn hoofd en wanneer iets menselijks hem niet beviel dan dacht hij: der Mensch ist ein Seil, geknüpft zwischen Tier und Obermensch — ein Seil über einem Abgrunde. Aangenaam, Timo Vinck, student Bachelor of Science richting Biotechniek — zo stelde hij zich in zijn fantasieën soms al voor. Zo gepassioneerd als de docenten tijdens de open dagen over hun vak spraken, over de mogelijkheden die de mens nog te wachten staat, hoe aanstekelijk hun visioenen waren, de snelheid van de ontwikkelingen; een paar decennia geleden een mensenoor op de rug van een muis, zo’n schelp van kraakbeen die bij dat beestje zijn ruggengraat uit groeit, en inmiddels nanogereedschap om genetisch materiaal mee open te knippen en aan te passen. Om de mens te mogen helpen, al is het maar een klein stapje hoger op de aardse houtje-touwtje ladder! Was hij maar eerder ergens zo enthousiast over geweest.”

 

Ricus van de Coevering (Asten, 20 maart, 1974)

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 20e maart ook mijn blog van 20 maart 2025 en oook mijn blog van 20 maart 2021 en ook mijn blog van 20 maart 2020 en eveneens mijn blog van 20 maart 2019 en ook mijn blog van 20 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3 en ook deel 4.

Lina Kostenko

De Oekraïense schrijfster en dichteres Lina Kostenko werd op 19 maart 1930 geboren in Rzhyshchiv. Zie ook alle tags voor Lina Kostenko op dit blog.

 

The Sin of Great and Yet Untimely Bliss

The sin of great and yet untimely bliss
brings punishment and pain the sinner weathers.
Above that great Icarian abyss,
I am a woman dressed in wax and feathers.

The wax will melt. I’ll fall into the sea
and struggle, overwhelmed by your deep ocean.
The uncalled anguish of this thirst in me
I’ll only cure by your divine devotion.

The window now shows autumn. Life persists.
Forget the past and make a firm decision.
You are prepared for deadly turns and twists.
In this world we could not avoid collision.

 

With Your Eyes You Said

“Beloved.” With your eyes you said the word.
Within our souls a struggle had awoken.
And like the ring of crystal hardly heard,
the things we didn’t say were left unspoken.

The train of life sped on beyond back then.
The silence screeched like brakes unduly broken.
So many words were scribbled down in pen.
The things we didn’t say were left unspoken.

Night turned to day, and day turned into night.
Fate wobbled on the scales with every token.
The words rose like the sun in me, so bright —
The things we didn’t say were left unspoken.

 

O Slake My Thirst Upon Your Voice

To slake my thirst upon your voice,
upon that stream of loving madness,
that jubilation and that sadness,
to taste strange magic and rejoice.
To listen in attentive rapture
so keenly I forget my thought.
To wrestle free of quiet’s capture
with jests so desperately sought.
To drink your words as if to borrow
the strength I’ll need to break the dull
and unintelligible sorrow
of the inevitable lull.
To let our sudden silence sever
our words from us as if by choice.
And so defenselessly forever
to wait to savor your sweet voice!

 

Hoe ingelukkig staan de sprookjeskijkers!

Hoe ingelukkig staan de sprookjeskijkers!
Mijn hart springt op als plotsklaps ik ontwaak.
’t Is winter, Perzië, sering gelijkend,
geen vogel die haar nu onveilig maakt.

Mijn ijspaleizen, torens diepgevroren,
en waar ik ben, heel even geen idee –
ginds in mijn kindertijd, verhalen horend,
ben ik in Irpin’, ’t rijk van Berendej?

Heel even geen idee dat dit mijn raam.
‘k Bezie de dennenwereld vol verbazing.
Dan ben ik ijlings wakker. En je naam
vervult mijn hart met smart en zonnestralen.

 

Vertaald door Arie van der Ent

 

Lina Kostenko (Rzhyshchiv, 19 maart 1930)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e maart ook mijn blog van 19 maart 2022 en ook mijn blog van 19 maart 2020 en eveneens mijn blog van 19 maart 2019 en ook mijn blog van 19 maart 2017 deel 1 en eveneens deel 2

Tonnus Oosterhoff, Lina Kostenko

De Nederlandse dichter en schrijver Tonnus Oosterhoff werd geboren in Leiden op 18 maart 1953. Zie ook alle tags voor Tonnus Oosterhoff op dit blog.

 

Zekere Indianen

Tussen blind en alziend woont een stam waarvan
de leden enkel omlaag kunnen kijken.
Hun horizon, twee meters in ’t rond, verschuift bij iedere pas.
In de rotsbodem hebben voorouders pijlen gekrast naar de beek,
de heldere, koele. Als de indianen zich oprichten
duizelt het hun de wereld wordt duister:

In liefde ontbrand voor een paar voeten en dijen
lopen ze levenslang hand in hand. Schaduw
verschijnt en verdwijnt. Het is een raadsel.

 

We gingen vroeg naar bed, kortste nacht, langste dag

We gingen vroeg naar bed, kortste nacht, langste dag.
Shasta Merilyn, spamhaai, zij schreef me een brief.

Langste dag, de natuur herstelt zich van de lente:
moedereend Candy wordt bij een aanval van meeuwen
van zes kuikens beroofd. Eén blijft nog, die is voor de snoek.
Wij gingen vroeg naar bed, de zon scheen door de gordijnen.
Weer lukte het niet. Hoe ver moet je gaan om in de buurt te komen?
Het wordt alweer dag.

De jonge bruidegom springt uit het bruidsbed,
danst de tent die zijn hemelse vader hem spande.
Na één dag op, afgeleefd ligt ’s nachts het jongetje bij zijn voedster.
Bij het eerste licht springt de bruidegom
het bed uit, rent de aarde bijzijde.

Het gefluister van de voedster,
spraak zonder klank, ware kennis.
Eunuch met doorgesneden stembanden, bevoegd het meetlint te
dragen.
De dag vertelt het de nacht, de nacht fluistert.

Shasta moet blijven schrijven of ze zakt naar de bodem.
Ze moet blijven schrijven zonder omwegen:
‘Tired of wasting uncountable $ to grow your Penis but result not
what you expect? our magic pills can give you length you deserved.’
Dit gaat in een heel vreemde taal over mij, vreemde mij. Welke
lengte verdien ik?

 

Tonnus Oosterhoff (Leiden, 18 maart 1953)

 

De Oekraïense schrijfster en dichteres Lina Kostenko werd op 19 maart 1930 geboren in Rzhyshchiv. Zie ook alle tags voor Lina Kostenko op dit blog.

 

Zijn woorden eng wanneer ze zwijgen

Zijn woorden eng wanneer ze zwijgen,
Wanneer ze loeren in de stilheid,
Wanneer je de juiste moet kiezen,
maar er is niets onaangeroerd.

Door woorden werd iemand gekweld,
begon ermee en moest het einde maken.
Miljarden mensen hebben iets gezegd,
alleen jij moet ze voor het eerst gebruiken.

De schone en de lelijke werden al herhaald.
En alles was: bloeitijden en vervallen.
Poëzie is toch altijd ongeëvenaard,
het is de aanraking met onze zielensnaren.

 

Vertaald door Olia Sokovykh, Kateryna Chamieieva en Iryna Vasyfrk

 

Lina Kostenko (Rzhyshchiv, 19 maart 1930)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e maart ook mijn blog van 18 maart 2021 en ook mijn blog van 18 maart 2020 en eveneens mijn blog van 18 maart 2019 en ook mijn blog van 18 maart 2018 deel 2 en eveneens deel 3 en ook mijn blog van 18 maart 2017 deel 3.

Rense Sinkgraven, César Vallejo

De Nederlandse dichter Rense Sinkgraven werd op 17 maart 1965 geboren in het Friese Sint Jacobiparochie. Zie ook alle tags voor Rense Sinkgraven op dit blog.

 

Achter de dijken

Ik kom je tegen in een eerder leven,
of een ander heden, het is om het even.
Dit wilde ik je nog zeggen, zeg ik.
Jij luistert, knikt, alsof je het begrijpt.
Reikt mij je hand.

We zitten naast elkaar en zwijgen.
Onze wereld is geheel en rond, zal nooit
verdwijnen. Kijk, zeg je, dit was het dan.
De tijd raast voort achter de dijken.
Ik kan niet blijven.

 

Stille getuige

De witte stoelen.
Een zomer die niet kwam.
In de schemer lijkt het wit zo wit,
sacraal, maar ook sinister.

Alsof hier mensen waren
die voorgoed verdwenen zijn.
Stille getuigen
die blijven zwijgen.

De witte ligstoel, jij.
Gekreukeld kleed met rozen.
Bij het hek, de man die wacht.
Op jou, op mij.

 

Schaduw is mijn grond

Camera op statief.
Hier zie ik het niet, zeg je.
Jij zoekt zoals een dichter kijkt.
Tot het gevonden wordt, of niet.

Onrustig loop je rond.
Barmhartig schijnt de zon.
Het licht is kil, er ligt een schim.
Schaduw is mijn grond.

Is het moment voorbij?
Beeld van wat had kunnen zijn?
Bittere kou, niemand nabij.
Boven je macht fotografeer je mij.

Wie ben ik dan?
Jij meet het licht, de sluitertijd.
Voor mij een kleine eeuwigheid.
Hier blijf ik achter

 

Rense Sinkgraven (Sint Jacobiparochie, 17 maart 1965)

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

Van pure warmte heb ik het koud

Van pure warmte heb ik het koud,
zuster Afgunst!
Leeuwen likken mijn schaduw
en de muis knaagt aan mijn naam,
moeder ziel van mij!

Naar de rand van de diepte ga ik,
zwager Ondeugd!
De rups tokkelt op zijn stem,
en de stem tokkelt op haar rups,
vader lijf van mij!

Mijn liefde staat voorop,
kleindochter Duif.
Op de knieën, mijn ontzetting
en het hoofd voorover, mijn angst!
moeder ziel van mij!

Totdat op een dag zonder twee,
vrouwe Graf,
mijn laatste ijzer klinkt
als een adder die slaapt,
vader lijf van mij…!

 

Vertaald door Bart Vonck

 

César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)
Borstbeeld in Madrid

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e maart ook mijn blog van 17 maart 2025 en ook mijn blog van 17 maart 2024 en ook mijn blog van 17 maart 2023 en ook mijn blog van 17 maart 2020 en eveneens mijn blog van 17 maart 2019 en ook mijn blog van 17 maart 2018 deel 1 en ook deel 2.

Dirk von Petersdorff, César Vallejo

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dirk von Petersdorff werd geboren op 16 maart 1966 in Kiel. Zie ook alle tags voor Dirk von Petersdorff op dit blog.

Uit: Wie bin ich denn hierhergekommen

„Anna lag genau im Lichtstreifen, den der Vollmond ins Zimmer warf. Tim blieb draußen vor dem Haus stehen. Durch das bodentiefe Fenster sah er sie ausgestreckt auf
dem Fußboden wie in einem Lichtrahmen. Sie hatte die Arme an den Körper gelegt und die Augen geschlossen. Als sie sich gerade kennengelernt hatten, waren sie einmal
nachts mit den Fahrrädern ans Meer gefahren und weit hinausgeschwommen, um das Mondlicht zu durchqueren, um zu wissen, wie es sich anfühlte, da hindurch zuschwimmen. War es ein Knistern im kühlen Wasser? Er versuchte, sich zu erinnern. Sie lag da im Rahmen wie ein Bild, und er rührte sich nicht draußen vor der Fensterscheibe. Das Mondlicht war hell und weiß, da kam es ihm vor, als wäre der Boden eine Marmorplatte, Anna unbewegt und still. Er ging schnell weiter zur Haustür und öffnete sie leise.
Im Ofen glühte ein Holzscheit. Mitte Mai war es noch einmal kühl geworden. Vor dem Ofen lagen im Kreis: ein Paar Socken, eine Espresso-Tasse mit Zuckerdose, ein Haarband, der Plan für die kommende Woche, wie Anna ihn immer anlegte, und ein Taschenbuch, «Einführung in den Koran». Sie kam aus ihrer Mondlicht-Ecke heraus, und
sie setzten sich auf den Dielenboden. Sie war noch benommen von ihrer Entspannungsübung, und er sah auf den Wochenplan, eine A4-Seite im Querformat. Für morgen stand dort WARZT, 8:30. Ein Termin bei dem Hautarzt, der seit Wochen ergebnislos gegen die Warzen auf den Füßen ihres Sohnes Elias ankämpfte. Für heute Nachmittag hatte sie ein «J» fürs Joggen eingetragen.
Als er auf das Buch über den Koran blickte, fing sie an zu reden: Als sie für Elias «Räuber Ratte» kaufte, habe sie das in der Buchhandlung mitgenommen, weil sie das Gefühl habe, so wenig zu wissen. «Ich verstehe nicht mal die Schaubilder zum Klimawandel bei Spiegel ONLINE. Und abends sitze ich vor einem schmalen Ofen in einer dunklen
riesigen Welt und habe keine Ahnung, was im Koran steht, nicht im Geringsten.» Sie schlürfte den Bodensatz aus ihrer Espresso-Tasse. Tim sah sich das Inhaltsverzeichnis an.“

 

Dirk von Petersdorff (Kiel, 16 maart 1966)

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

Zwarte steen op een witte steen

Ik zal sterven in Parijs bij zware regen,
op een dag waaraan ik mijn herinnering al heb.
Ik zal sterven in Parijs – en ik voel geen angst –
misschien op een donderdag, als vandaag, in de herfst.

Donderdag zal het zijn, want vandaag, donderdag,
terwijl ik deze verzen schrijf, heb ik gebroken
de botten aangedaan en, vandaag als nooit tevoren,
heb ik me weerom gezien, met heel mijn weg, alleen.

César Vallejo is dood, iedereen
sloeg hem hoewel hij hen niets deed,
ze ranselden hem hard met een stok en hard

ook met een touw; getuigen zijn
de botten en de donderdagen,
de eenzaamheid, de regenbuien, de wegen…

 

Vertaald door Heleen Sittig en Jorge Heredia

 

César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e maart ook mijn blog van 16 maart 2021 en ook mijn blog van 16 maart 2020 en eveneens mijn blog van 16 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Ben Okri, Andreas Okopenko

De Nigeriaanse dichter en schrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook alle tags voor Ben Okri op dit blog.

Uit: Songs of Enchantment

“YES, THE SPIRIT-CHILD is an unwilling adventurer into chaos and sunlight, into the dreams of the living and the dead. But after dad’s last fight, after his magnificent dream, my adventures got deeper and stranger. My spirit-companions were the invisible causes of this deepening. They persisted in trying to lure me back to their realm, but now they chose another method, a method more terrifying than any they had employed before. They chose to draw me deeper into the horrors of ex-istence as a way of forcing me to recoil from life. But they didn’t count on the love that made me want to stay on this earth. They didn’t count on my curiosity either. It took dad a long time to recover from his mythic battle with the man from the Land of Fighting Ghosts. He became withdrawn, and something about him changed irrevocably. After dad’s fight, and after the good wind stopped blowing, a new cycle launched itself into our universe. In those days it didn’t rain, but I didn’t go to school any more. I stopped be-cause even at school my spirit-companions tormented me. Their songs distracted and confused me, and when I copied down the wrong things I got into trouble. There was a history class, for example, in which the teacher was horrified to find my exercise book covered in complex mathematical equations. I didn’t know where they had come from. When we were being taught mathematics under a dying silk-cotton tree the face of a penitent oppressor of our people stared at me from the trunk. On one day I saw the radiant face of Pharaoh Akhnaton, on another the faces of the unborn. When I stared at them, mesmerised, the teacher flogged me for not paying attention. In the English class my spirit-companions sang polyphonic chorales at me in a blending of seven traditional languages. It became impossible to concentrate. There were even times when the spirits whis-pered things in my ears and I blurted out what the teacher was going to say mo-ments before he did. The worst thing was that I seemed to know our examination questions before they were set, and I knew the answers as well. The teachers found this very peculiar. Suspicious of the accuracy of my answers, they often failed me because they thought I had been cheating. In short, my spirit-companions played havoc with my education. They made me seem strange to the other children, and so I didn’t have many friends.”

 

Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Andreas Okopenko werd in Košice (Slowakije) geboren op 15 maart 1930. Zie ook alle tags voor Andreas Okopenko op dit blog.

 

Een proces in rode inkt

Rode inkt wordt in wit water gegoten.
In het avondlicht keert Odysseus terug naar huis in Ithaca.
In zijn parken spelen de kinderen van vreemden.

Hij stelt een vraag die jullie moeten begrijpen:
Waar zijn de lichten van het uitgebrande Chicago?
Hij stelt de vraag veelbetekenend, baardig en zwaarlijvig.

Boven zijn haar zoemen muggen van de bosrand.
De lijnen die ze trekken gloeien als venkel in de wind.
Uit het bos sjouwen mannen houten emmers met boomhars.

Aan de horizon klinkt onophoudelijk een scheepshoorn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andreas Okopenko (15 maart 1930 – 27 juni 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn blog van 15 maart 2024 en ook mijn blog van 15 maart 2023 en ook mijn blog van 15 maart 2020 en eveneens mijn blog van 15 maart 2019 en ook mijn blog van 15 maart 2015 deel 2.

Jochen Schimmang, Volker von Törne

De Duitse schrijver Jochen Schimmang werd geboren op 14 maart 1948 in Northeim. Zie ook alle tags voor Jochen Schimmang op dit blog.

Uit: Mein Ostende

„Auf einer Rückreise aus dem englischen Südwesten erwischte ich in Dover nicht mehr die Fähre, die ich eigentlich hatte nehmen wollen, sondern erst die folgende, und kam damit schon am sehr fortgeschrittenen Abend in Ostende an. Dort plagte mich der Hunger, und da ich wusste, dass ich ohnehin erst mitten in der Nacht nach Hause kommen und um diese Zeit selbst in Köln wohl kaum noch etwas zu essen finden würde, fuhr ich mit dem Auto erstmals in meinem Leben die endlos lange Promenade mit ihren zahllosen Restaurants ab. Unglücklicher-weise handelte es sich gerade um die Wochen im Jahr, in denen die meisten von ihnen geschlossen hatten, bevor sie rechtzeitig vor Weihnachten zur Wintersaison wieder öffneten. Nur sehr wenige waren erleuchtet, und als ich zögernd das einladendste von ihnen betrat, den Old Fisher, wäre ich am liebsten gleich wieder gegangen, denn es saß dort kein einziger Gast. Am Meer isst man bekanntlich zeitig, weil der Appetit schon am frühen Abend kommt: eines der unabdingbaren Kapitel in der großen Erzählung von der Heilkraft des Meeres und der Seeluft. Es ging auf halb elf zu, ich war ersichtlich zu spät. Doch eine Frau in den Dreißigern, mit rötlichen Locken, wasserblauen Augen und einem leichten Rosenteint, als sei sie einem Gemälde von Franwis Boucher entsprungen, kam auf mich zu und bedeutete mir freundlich, Platz zu nehmen. Ich wählte einen Tisch direkt am Fenster und ahnte hinter der menschenleeren Promenade im Dunkel das Meer. Ich meine mich zu erinnern, dass ich ein Seezungenfilet aß. Es war nicht die ganz große Küche, aber ausgezeichnet zubereitet und präsentiert, wie in Belgien nicht anders zu erwarten, zu einer Zeit, als man in (West-)Deutschland das Essen als kulturellen Akt gerade erst zu entdecken begann. Niemand schien ungeduldig darauf zu warten, dass ich fertig wurde; auch meinen Kaffee konnte ich in aller Ruhe trinken und mich von einem sehr anstrengenden Tag erholen, der frühmorgens noch in Dorset begonnen hatte. Fast schien es mir, als sei dieses Restaurant an diesem Novemberabend nur für mich geöffnet gewesen und habe den ganzen Tag auf mich gewartet. Deshalb bleibt es für mich bis heute eines der besten der Welt. Dann fuhr ich zwei Stunden lang über die bekannten hell erleuchteten belgischen Autobahnen, verfuhr mich auch nicht im verknoteten Wirrwarr des Brüsseler Autobahnnetzes, fiel an der Grenze bei Aachen in die Dunkelheit zurück und war eine weitere Stunde später zu Hause.“

 

Jochen Schimmang (Northeim, 14 maart 1948)

 

De Duitse dichter Volker von Törne werd geboren op 14 maart 1934 in Quedlinburg. Zie ook alle tags voor Volker von Törne op dit blog.

 

ROOK

Voor Reuwen

Ooit leefde het land. Groene wagens
reden door het dorp. In het vroege licht
snoven de paarden
aan de rivier.

Waar zijn ze gebleven, de ketelmakers
en de muzikanten? Aan welke oever
grazen hun paarden? Onder welke maan zingen hun
violen?

Niemand heeft ze gezien. Spoorloos,
rook in de wolken,
zijn ze
vertrokken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Volker von Törne (14 maart 1934 – 30 december 1980)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e maart ook mijn blog van 14 maart 2020 en eveneens mijn blog van 14 maart 2019 en ook mijn blog van 14 maart 2015 deel 2.

Yuri Andrukhovych

De Oekraïense dichter en schrijver Yuri Andrukhovych werd geboren op 13 maart 1960 in Iwano-Frankiwsk. Zie ook alle tags voor Yuri Andrukhovych op dit blog.

 

Rib

I’d like to donate a rib
to an anatomy workshop.
There one finds the giant hearts of butchers and lovers,
the sagging and bloated lungs of smokers,
trumpeters and glass-blowers,
the melancholy innards of drunks,
a tattooed order of a hero (right above the nipple)
and the hands of the last executioner
after the twelfth sentence…
Not another word about the rest of the creatures.
I’d like to donate a rib.
Perhaps something would come out of it —
a fish,
or a woman,
or a branch of
a forgotten tree
gingko…

 

Heorgian Family

Kikabidze, she said, firmly,
His name was Kikabidze.

What a ridiculous idea – to buy a prostitute a beer
at 2 a.m.,
pretending to be a businessman from the Baltic States
on delegation in Kiev!

On the other hand – what a chance
to listen to what these people know
about the country they live in,
about those who will never live in it,
about those who won’t be able to live at all.

They killed him, she tells me,
he stuck his nose into lots of things,
he was the best journalist
in our country.

I can’t correct her mistake,
I can’t know how it really was,
what his name really was.

I just want to believe in my own lie:
I am a businessman from the Baltic States
(yes, a businessman from the Baltic States!),
and all day long
in this country
I’ve got to sign contracts, drink to them,
down coffee, Cognac, sip Atenol,
send faxes and text messages
to get out of here all the sooner
and back to my Riga.

And she
repeats and repeats:

Kikabidze,
Kikabidze was his name.

 

In het thuisland van Roodkapje

Men zegt dat er in januari niemand komt.
Geen ziel te bekennen in het paleis of de bijgebouwen,
hangsloten op de deuren, tuinplanten in zakken,
de beelden eveneens, de bomen kaal.
Ik heb het ergens eerder gezien.

Maar in mei bloeit alles
met patiënten.
Hele stoeten Duitsers
op rolschaatsen, op fietsen.
Verliefde stelletjes, de eerste brigade gepensioneerden
in korte broeken. Oh, en nog eentje,
een kunstenaarsgemeenschap,
een nest van romantiek! Ze kopen
frisdrank in de orangerie en, eindeloos verrukt
door de uniekheid van de plek, de tijd, zichzelf en anderen,
volgen ze het programma verder –
naar het standbeeld
van Roodkapje.
(Blijkbaar vond in dit bos
dat ongelukkige incident met de wolf plaats).

Wat de patiënten zelf betreft,
ze trekken drie keer per dag naar het terras
op het afgesproken tijdstip,
volgens het programma van het naar binnen schrokken van eten,
en vullen de tijd met gesprekken in alledaagse talen
(Bettina von Arnim, zeggen ze, Bettina von Arnim.
Dat is het wachtwoord). Het is hier zo mooi, in mei,
dat je niets wilt doen.

“Bettina von Arnim” – zeg ik tegen het wijnglas
en tegen de asbak. O, wat heb ik een pech!
O, wat ben ik toch ondankbaar! En waarom dit ongemak?
En waarom blijf ik zo koppig denken
aan ontsnapping, aan een dwangbuis,
aan gestreepte gevangenispyjama’s?

Niemand weet wat hij
van iemand kan verwachten. Dat is tenslotte waarom we patiënten zijn –
om de boel op stelten te zetten.

De eerste drie dagen
merkte niemand zijn verdwijning op.

Op de vierde dag vroeg iemand zich af
waar hij in vredesnaam gebleven was, die joviale dikbuikige Fin
met zijn gulp permanent open
en de geur van bier onder zijn oksels. (Bovenstaande
details zullen uit beleefdheid niet hardop worden uitgesproken.
Natuurlijk zal er iets gezegd worden,
iets neutralers, zoals bijvoorbeeld
“En waar is onze Finse vriend?”)

Op de vijfde dag is het tijd voor het personeel
om zijn kamer leeg te halen.

En dan komt de waarheid aan het licht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Yuri Andrukhovych (Iwano-Frankiwsk, 13 maart 1960)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e maart ook mijn blog van 13 maart 2021 en eveneens mijn blog van 13 maart 2019 en ook mijn blog van 13 maart 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Dave Eggers, Naomi Shihab Nye, Raoul de Jong

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: De cirkel (Vertaald door Gerda Baardman, Liedwien Biekmann, Brenda Mudde en Elles Tukker)

“Mijn god, dacht Mae. Dit is het paradijs. De campus was immens en grillig, een explosie van Stille Oceaan-kleuren, en toch tot in het kleinste detail zorgvuldig overwogen, door de meest expressieve handen vormgegeven. Op een stuk land waar ooit een scheepswerf had gezeten, toen een drive-inbioscoop, toen een rommelmarkt, toen drie keer niks, bevonden zich nu zachtgroene heuvels en een fontein van Calatrava. En een picknickterrein met in concentrische cirkels opgestelde tafels. En tennisbanen, gravel én gras. En een volleybalveld waarop de peuters van de bedrijfs-crèche gillend ronddartelden, meanderend als waterstroompjes. Te midden van dit alles was ook nog plek om te werken: anderhalve vierkante kilometer geborsteld staal en glas, het hoofdkantoor van het machtigste bedrijf ter wereld. De hemel erboven was strakblauw. Dit alles passeerde Mae toen ze van de parkeerplaats naar het hoofdgebouw liep en erg haar best deed eruit te zien alsof ze daar thuishoorde. Het wandelpad kronkelde om citroen- en sinaasappelbomen heen en de steenrode kinderkopjes waren hier en daar vervangen door tegels met dwingende, inspirerende teksten. ‘Droom’, stond er op een, het woord was er met een laser ingebrand. ‘Doe mee’, stond er op een andere. Het waren er tientallen: ‘Zoek de overeenkomsten’. ‘Wees creatief’. ‘Fantaseer’. Ze stapte bijna op de hand van een jongen in een grijze overall; hij was bezig een nieuwe steen te plaatsen met de tekst ‘Adem’. Op een zonnige maandag in juni stond Mae voor de hoofdingang, recht onder het glas waarin het logo was geëtst. Hoewel het bedrijf nog geen zes jaar bestond, hoorden de naam en het logo — een cirkel om een raster van verstrengelde lijnen met een kleine c in het midden — al tot de bekendste ter wereld. Er werkten hier, op de grootste campus, meer dan tienduizend mensen, maar de Cirkel had overal op de aardbol kantoren en nam iedere week honderden briljante jonge geesten aan. Vier jaar op rij was het uitgeroepen tot het meest bewonderde bedrijf ter wereld. Mae wist dat ze zonder Annie nooit de kans zou hebben gekregen om op zo’n plek te werken. Annie was twee jaar ouder en ze hadden tijdens hun studie drie semesters een kamer gedeeld in een lelijk gebouw dat ze leefbaar hadden gemaakt door hun bijzondere band, een als tussen vriendinnen, als tussen zussen of nichtjes die wilden dat ze zusjes waren en dus een reden hadden om nooit uit elkaar te gaan.”

 

Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Genieten van het werk

“We maken schoon om ruimte te creëren voor kunst.”
Micaela Miranda, Freedom Theatre, Palestina

Werk was een stralend toevluchtsoord toen de wind zijn tanden
in mijn hoofd zette. Alles waar we van houden verdwijnt,
drijft weg – maar je kon dit stukje vloer vegen,
dit terras of deze veranda, witte steentjes verzamelen in een emmer,
het stukje grond harken voor toekomstige beplanting, het aanrecht afwissen
met een doek. Een heerlijke natte grijze doek, wring hem goed uit
het scheelt zoveel. De tuin ontdoen van rondwaaiende stukjes plastic.
De glorie van het doen. De adem van het doen.
Soms voorkwam de simpelste handeling dat angst
verbrokkelde tot een totaal gebrek aan energie, of dat verdriet
zich vermenigvuldigde, of dat verdriet de enige persoon was
die in het huis woonde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

De Nederlandse schrijver, columnist, programmamaker en danser Raoul de Jong werd geboren in Rotterdam op 12 maart 1984. Zie ook alle tags voor Raoul de Jong op dit blog.

Uit: Dagboek van een puber

Geen van mijn vrienden kan zich herinneren wat zij in hun puberdagboeken schreven: twee gooiden hun dagboeken weg, een derde had het zijne verbrand en een vierde duwde het hare door de papierversnipperaar. Toen ik in de zomer van 2017 op de zolder van mijn achtentachtigjarige opa een eenentwintig jaar oud schrift vond, snapte ik waarom ze dat hadden gedaan. Sinds mijn oma is overleden, blijf ik soms een paar dagen bij mijn opa logeren. Overdag werk ik dan achter mijn laptop aan de eettafel, terwijl opa in een gemakkelijke stoel naast het raam de krant leest en commentaar geeft op het wereldnieuws. Dat is elke dag iets anders, maar komt geruststellend genoeg al drieëndertig jaar toch ook op ongeveer hetzelfde neer: het gaat slecht, het wordt slechter en er is niets wat wij daaraan kunnen doen, behalve klagen. Om stipt zes uur eten we: aardappelen, groenten, en iets uit de bio-industrie. Daarna doen we de afwas en zetten koffie, de rest van de avond kijken we tv. Tros Radar, Kassa, of iets anders over bedonderaars en bedriegerij met Antoinette Hertsenberg. Om elf uur begin ik te gapen en zeg dat ik morgen weer vroeg op moet. ‘Weet je waar de handdoeken liggen?’ vraagt opa dan. ‘In de kast naast de badkamer, al mijn hele leven,’ antwoord ik, en ik geef hem een kus en ga naar de zolder. Maar die avond zei opa: ‘De schoonmaakster heeft een doos gevonden.’ ‘Goh,’ zei ik. Ja, knikte hij, ‘met dingetjes. Van jou.’ Als ik er vanavond even naar keek, konden we de doos morgenochtend bij het vuilnis zetten. De doos stond al op me te wachten, pontificaal op het hoofdkussen van mijn logeerbed. Ik deed hem open en werd bruusk geconfronteerd met een krantenknipsel uit het Dep Dagblad van 2003. ‘Over tien jaar woon ik in Amsterdam of New York, heb succes met mijn werk en heb tienduizend nieuwe, leuke, hippe vrienden, onder wie Katja Schuurman’ stond onder een foto van mijn achttienjarige zelf, die druipend van zelfoverschatting de camera in kijkt. Ik kieperde de doos leeg en vond: — drie boetes en één aanmaning van de Ns — een nooit verstuurd kaartje aan een vriendin (ik ben op vakantie met mijn moeder, gezellig dat het is!!!) — een kaartje voor een concert van No Doubt .”

 

Raoul de Jong (Rotterdam, 12 maart 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e maart ook mijn blog van 12 maart 2020 en eveneens mijn blog van 12 maart 2019 en ook mijn blog van 12 maart 2018 en ook mijn blog van 12 maart 2017 deel 2.