Sander Kollaard, Kathleen Jamie, Alexander Rybak

De Nederlandse schrijver Sander Kollaard werd geboren op 13 mei 1961 in Amstelveen. Zie ook alle tags voor Sander Kollaard op dit blog.

Uit: Einde verhaal

“Dit is mijn verhaal en dus mijn begin. In Zijn begin lag het einde al besloten maar laat ik meteen afstand nemen van een kinderachtige aanname – het idee van een onvermijdelijk verloop. Deze wereld kent geen onvermijdelijk verloop. Draai de klok terug en zet haar weer in gang en de uitkomst zal een andere zijn – niet volstrekt anders natuurlijk, maar anders. Wetenschappers hebben het over toeval of chaos of entropie, maar jargon is niet nodig. Denk aan losse eindjes, rafelrandjes, de steken die jullie altijd laten vallen. Denk aan vergeetachtigheid en slijtage en verval. Denk aan dwars en scheef, inval en impuls, craquelé, barsten en scheuren. Denk aan jullie dna, zo stipt, maar desondanks niet in staat tot een vlekkeloze kopie – en dat is maar goed ook want zonder foutjes hier en daar zouden jullie er nooit zijn geweest. Denk aan Heraclitus en de rivier waar je nooit twee keer in kunt stappen, in een dubbele betekenis, want zowel jij als de rivier zijn die tweede keer niet wat ze waren – en hetzelfde geldt voor een rondje hardlopen in het park, een maaltje stamppot boerenkool of een spelletje kiekeboe met je jongste kind. Of denk simpelweg aan de anonieme stukken grond die in elke stad te vinden zijn, plekken die uit het planologisch oog verloren zijn, kleine jungles van verwilderde struiken en roestig hekwerk en een vergeten stapel zand en de geur van kleine kadavers, het niemandsland en iedersland waar jullie kinderen zo graag spelen, voor even bevrijd van volwassenen en hun onbegrijpelijke orde.
Deze wereld kent geen onvermijdelijk verloop. Wat die Eindtijd betreft zullen we dus nog wel zien. Wat ze tot nu toe heeft gebracht is een tafereel van ontregeling, van overstromingen en kou, van honger, paniek en volksverhuizingen, en van incidentele ongerijmdheden om het er allemaal nog eens goed in te wrijven – zoals de paradijsvogel die ik op het dak van de koetsenstalling zag zitten, de kleuren flets in het schaarse licht, het petje van verse sneeuw een tikje belachelijk. Al die chaos is angstaanjagend genoeg maar nog altijd herkenbaar. We hebben nog geen sterren gezien die naar de aarde vallen, geen bloedrode maan of zwarte zon, geen apocalyptische ruiters, geen hoer van Babylon, geen Laatste Oordeel, geen hemels Jeruzalem met straten van goud, of wat er verder ook aan spektakel in Zijn verhaal te vinden is.”

 

Sander Kollaard (Amstelveen, 13 mei 1961)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog

 

 Het doosje

In welke rivier zwom de vis
die een haak aan een lijn aanzag voor een vlieg
en zo zijn laatste adem uitblies, zodat een zilveren mes
zijn nog verse, onkruidgroene huid
van zijn vlees kon snijden, om te bewaren
en vervolgens voorzichtig om dit kleine doosje te wikkelen,
dat de dokter zijn
aderlatingsmes bevat, en het scherpe
dat hij nu tegen je binnenarm drukt,
zodat een simpele beweging een ader kan openen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

De Noorse violist, zanger, componist, acteur en schrijver van Wit-Russische afkomst Alexander Igorjevitsj Rybak werd geboren in Minsk, Sovjet-Unie, op 13 mei 1986. Alexander viert vandaag zijn 40e verjaardag. Zie ook alle tags voor Alexander Rybak op dit blog.

 

Uit: Trolle og den magiske fela [Trolle and the Magic Fiddle]

Stjernen vår

Nar alt er morkt og tomt
Og hjertet grater stumt
Se opp, der skinner stjernen var
Og leger alle sar

Se, den skinner kun for oss
Der vakner hver en blomst
Og snart vil morket svinne hen
Jeg er hos deg min venn

Det var en gang en tid
Da hapet var forbi
De skjov meg vekk gang pa gang
Jeg flyktet fra meg selv
Jeg hadde ingen valg

For sent for meg a snu
Men sa en dag kom du
Og vekket alle hap igjen
Du kalte meg din venn

Hva enn som hender meg
Jeg glemmer aldri deg
Og ingen fjell far skille oss
Var stjerne viser vei
Og snart vil morket svinne hen
Jeg er hos deg min venn

 

Our Star

Alva:
When when it feels dark and heavy on your soul
And the heart cries silently
Look up, our star is shining there
And heals all wounds

Look, it only shines for us
Flowers awakens everywhere
And the darkness will soon fade away
I’m with you, my friend

Trolle:
There once was a time
When hope was over
They pushed me away again and again
I fled from myself
I had no choice

Too late for me to turn back
But then one day you came
And woke all hope again
You called me your friend

Trolle and Alva:
Whatever happens to me
I’ll never forget you
And no mountain can keep us apart
Our star shows us the way
And the darkness will soon fade away
I’m with you, my friend

 

Vertaald door Mónika Menyhért

 

Alexander Rybak (Minsk, 13 mei 1986)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2023 en ook mijn blog van 13 mei 2022 en ook mijn blog van 13 mei 2020 en eveneens mijn blog van 13 mei 2019 en ook mijn blog van 13 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Hagar Peeters, Cecilia Quílez

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

Aan mijn dartele veranderlijkheid

Je bent een kleine dartele veranderlijkheid
die de vorm van mijn vinger aanneemt
waarmee ik je om mijzelf wind.

Je domein is een oogwenk.
Je knipt met je vingers mijn reden tot chaos
in een caleidoscoop van verwarring draai je
het radarwerk van mijn innerlijk aan diggelen.
Je bent een bruid van scherven en gruis.

Gevangen in je handen
bleef de vogel de vogel
zonder vleugels,
vergroeid met je vingers, mijn vlerken
opende je hem of sloot hem willekeurig.

Nee, je bent een spring-in-het-veld.
Elke hechting scheurt open,
waar je aanraakt, vertrek je.
Je bent de goederentrein die mij als verstekeling meevoert
en je kantelt langs elke vallei om mij uit te schudden.
Mijn losrakende veertjes vergezellen me.

 

Honds lamento

Je zou maar een hond met zo’n vacht in dit weer zijn
aan dat touw met die vrouw steeds maar naast je.
Ze haast je voort door haar straten en laat je
niet snuffelen aan palen maar slaat je
als je een maatje hebt gevonden dat samen plassen wil.

Haar schrilte drilt en bedisselt je tot je
bot vangt en de buurt ’s avonds wakker wilt janken.
Dan graait ze met haar rode nagels, ze tergt je
en krijst zelfde wijk de schrik op het lijf dus je verbergt je
uit schaamte maar steeds vertoont zij zich naast je.

Al draaf je je dood, er is geen ontkomen aan haar.
Je hebt haar nooit gekozen, je wilde
die blonde haar borsten bekluiven.
Soms denk je daaraan, dan huiver je.
Minder dan een stuiver ben je
aan de poot van haar tafel.

 

Prins Hendrik, de Zeevaarder

Tronend in de schittering der sferen,
In zijn kleed met nacht en eenzaamheid omrand,
Met aan zijn voet de nieuwe zee, de dode eeuwen –
Is hij de een’ge vorst die werkelijk de wereld
Houdt in de holte van zijn hand.
Fernando Pessoa (16.9.1928)

Als een donkerblauw uniform door mariniers gedragen
valt om de schouders van het land het water.
Zijn kraag van forten slaat hij op tegen de wind
van vijandelijke belegering, gestrikt naar Franse snit.
Een anker houdt het knoopsgat van zijn jas, het zeegat, dicht.

Zijn hand reikt tot zijn pet, een eiland,
richt in het duister zijn vuurtorenlantaarn
op waar hij eeuwen oog in oog mee staat:
het schuimen van zee, de zeewering zijn arm
die hij gestrekt langs zijn lichaam in de houding houdt.

Zijn hoofd, Kop van Holland, rekt zich uit
en tuurt de einder af naar verre schepen
die vooruitzicht bergen in hun ruimen
maar halverwege schipbreuk leden en hier zijn gestrand.

 

Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Spaanse dichteres Cecilia Quílez Lucas werd geboren in Algeciras in 1965. Zie ook alle tags voor Cecilia Quílez op dit blog.

 

AMNATIO MEMORIAE

In de duinen
waar ik je niet vond
zochten we elkaar.
We zijn kiezels
van de herinnering.
Weke flanken
bloeden.
De tijd weerhoudt
dode tijd.
Wij zijn het gemurmel
van de tempels.
Wij geloven elkaar
en wenen
hoewel er niet méér zee is
dan degene die ons uit elkaar houdt.
Beminnen, ja, altijd liefde,
zoals alles altijd geweest is,
zal het morgen zijn.

 

Vertaald door Fa Claes

 

Cecilia Quílez (Algeciras, 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e mei ook mijn blog van 12 mei 2020 en eveneens mijn blog van 12 mei 2019.

Ida Gerhardt, Cecilia Quílez

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

Sonnet voor mijn moeder

Gij hebt, Moeder, dit leven zwaar gedragen.
Gelijk ik het zwaar draag. Wij zijn verwant.
Wij horen in dit stormbevochten land
van kavels, tussen dijk en stroom geslagen.

Ik heb uw gang: die driftige en toch trage
voetstap, die onverzettelijke trant.
Uw harde hand herken ik in mijn hand,
onwrikbaar om de schrijfstift heengeslagen.

Machtig zijn wij, in liefde en in haat.
Gij hebt u dóódgehaat, hatend het meest
uzelve, om de liefde die gij schond.

Ik ben genezen van het bitter kwaad.
En eer in stugheid, wie gij zijt geweest:
van mijn talent de donkere moedergrond.

 

Alpha en Omega

(Lukas II 49)

Het mooiste werk: Grieks in het eerste jaar.
Het Griekse alphabet staat op het bord.
‘Kijk kinderen, dat is een kandelaar.
‘Maak dat de Omega gaaf getrokken wordt.’

Behoed dit eerst beginnen voor gevaar;
dat niet het werk, nauwlijks ontkiemd, verdort.
-Zie, als het buiten vroege lente wordt,
liggen de kleine Griekse bijbels klaar.

Pasen: een jongen leest met heldere stem
van Jezus, twaalf jaar, in Jeruzalem;
en hoe hij voor de schriftgeleerden las.

En elk kind in de luisterende klas
begrijpt het vragend: ‘Wist gij niet?’… van Hem
die in de dingen van zijn Vader was.

 

Woestijn

Geen enkel raam dat werkt. De tocht der buitendeur
tot in de laatste hoek der schilferige gangen.
En zwijg van de wc’s. – Een nameloze geur
blijft veertig weken aan de klamme muren hangen.

Lokalen, vaalgeworden platen: vochtvlek, scheur.
Flarden gordijnen schuiven langs verroeste stangen.
Orpheus – met inktmop-ogen – slaakt zijn laatste zangen.
De Gratiën, kromgetrokken, oefenen horreur.

Zet u niet op die stoel: ge valt, als Eli, dood;
tussen de zitting en de leuning geen synthese –
Steun op de tafel niet: hij heeft een manke poot.

Wat op de banken staat, moet ge vooral niet lezen.
-Trek recht uw rug en arbeid voor uw dagelijks brood.
Gij kunt aan déze tucht, tot eerlijkheid genezen.

 

Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Spaanse dichteres Cecilia Quílez Lucas werd geboren in Algeciras in 1965. Zie ook alle tags voor Cecilia Quílez op dit blog.

 

DE DORST

De legers zijn voorbijgegaan
naast mijn onzichtbare boom.
Die van mijn dromen,
degene die me beschutte
in mijn kleine bedje.
Ook deze keer zagen ze me niet
omhoog geklauterd in de kruin van de vijgenboom,
beschermd in het sap van zijn vrucht.
Ze trokken voorbij en van ver merkte ik
de onverbiddelijke zweep op het kruis van de dieren,
de opgewonden ruiters,
de kapotte stenen van het veetrekpad.
Ik heb voor ze moeten onderdoen
en niemand heeft iets gemerkt.
Mijn mond heb ik vol zout.
Velen werden tot het wonder
van het water geroepen,
en alleen hier
bleef de dorst over.

 

Vertaald door Fa Claes

 

Cecilia Quílez (Algeciras, 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e mei ook mijn blog van 11 mei 2023  en ook mijn blog van 11 mei 2020 en eveneens mijn blog van 11 mei 2019 en ook mijn blog van 11 mei 2018.

Moeder (Johan Daisne), J. C. Bloem, Jayne Cortez

 

 

Portrait of the Artist’s Mother door Hilda Carline, 1929

 

MOEDER

Ik wil van jou niet zingen als van de grijze,
de gebogene, de weer klein gewordene, die gaat
met aarzeling, maar gáát, in de treurige wijzen
van dichteres met handen voor hun rouw-gelaat;
ik wil van jou geen beelden als deze bewaren
die, sommige dagen, in elk leven geweest zijn,
geen beelden van wee-dagen, geen gestalten van zware,
onhandig dwaze stonden van schuld en van pijn;
ik wil je noemen, overtekenen, houden
in ’n stel zingende regelen, geen gedicht als de oude,
maar ongebonden eenvoudig,
en tóch lied – van en voor jou – direct lied van het Licht!

 

Johan Daisne (2 september 1912 – 9 augustus 1978)
Sint Baafskathedraal in Gent, de geboorteplaats van Johan Daisne

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

Hemelen

O hart eens als de korte zomernachten,
Waarin de dag, die naar de dooden gaat,
Verlangende op den komenden blijft wachten,
En ’t licht den hemel nooit geheel verlaat.

Maar dat een late najaarslucht nu slacht,
Met sterrenschijn door mist’ge wolkenlagen,
Om het gedoofde en het gedempte en ’t zacht
Befloerste stralen tusschen korte dagen.

 

Uitzicht

Gij waart een kind, dat nachten wakker lag,
Een knaap, die ziek ging aan zijn eerste droomen,
Een jongeling, wiens drang was: elken dag
Gloeien als vuur en als wild water stroomen.

En nu? Een man staart zonder woord en zucht
Naar ’t hooploos uitzicht van zijn laatre dagen:
Een kersen zon, die smelt – een najaarslucht –
Een middagzee, die in den mist vervagen.

 

Een man

Een rood raam aan een oude gracht,
Een deur, die open schrijnt,
Een man, die even wacht
Eer hij in den nacht verdwijnt.

De sleetsche rug was krom
Gebogen onder den smaad,
Toen wendde hij zich om
Naar de geul van een gore straat.

In het duister, dat hem omving,
Ging hij teloor als een huis,
Hij werd minder dan een ding,
Hij verging als een geruisch.

Het hart is maar een vod,
Het wordt nog niet eens verkwist;
Vanzelf verwordt het tot
Bezit van een grijzen mist.

 

J. C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)

 

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

Onuitwisbaar

Luister, ik heb een klacht
Mijn lippen zitten vol
vingerafdrukken
Slapeloosheid teistert me
De mate van isolatie
is zo groot dat mijn schildklier eronder lijdt
en ik wil niet verdwijnen
Kun je me helpen?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jayne Cortez (10 mei 1936 – 28 december 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 10 mei 2020 en eveneens mijn blog van 10 mei 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Paul Lynch, Charles Simic

De Ierse schrijver Paul Lynch werd geboren op 9 mei 1977 in Limerick in het zuidwesten van Ierland. Zie ook alle tags voor Paul Lynch op dit blog.

Uit: Red Sky in Morning

“NIGHT SKY WAS BLACK and then there was blood, morning crack of light on the edge of the earth. The crimson spill sent the bright stars to fade, hills step-ping out of shadow and clouds finding flesh. First rain of day from a soundless sky and music it made of the land. The trees let slip the mantle of darkness, stretched themselves, fingers of leaves shivering in the breeze, red then goldening rays of light catching. The rain stopped and he heard the birds wake. They blinked and shook their heads and scattered song upon the sky. The land, old and tremulous, turned slowly towards the rising sun.
Coll Coyle was tight with rage and could not admit he was afraid. For hours he watched with dread the creeping birth of morning. Wobbled glass bending the Carnarvan dawn in rivulets of shifting purple, the slow retreat of numb shadow from the walls. He could not speak for a great bank of sorrow.
He lay awake most of the night, dreams snaking shallow and tormented so that for a moment he would find relief in waking, but soon the dread would pool about him in the darkness and a weight spreading heavy would pitch on top of him. He turned among the limb-sprawl of heated bodies, his daughter snug in his elbow and the press of his wife’s chest. He reached a hand to her swollen belly and listened to the suck tide of her breathing. The surf at Clochan Strand.
He rose so as not to stir them, slithered and then scooped his daughter with feathered fingers and placed her by her mother’s arms. The child awoke anyway, blinked at him with eyes confused and crusted, and he cooed her and rubbed his thumb on her cheek and the lids of her eyes weighted and shut. He looked to the darkness that held silent the shape of his mother sleeping. The hearth glowing red with sleepy eyes and he reached for his breeches and put them on and took his wyliecoat off the chair, sleeved it and buttoned it and set towards the door leaving his boots by the bed. The door sounding a gentle keening and he put it back on the latch and stood outside. The smell of Carnarvan like soaking earth. Salt faintly on the air and he sucked it in, looked towards the light that flaked silver on the dark waters of Trawbega Bay.
He stamped his feet and walked about the yard and opened the door to the stone outhouse, letting out the pig with a kick. Go on ye. The cow staring at him thickly. He yawned and rubbed his eyes and sat on the stone wall and ran his fingers over the rocks that sat jagged as if they had fought violently before being ripped out of the earth. The lime white of the house indigo in the light and he saw himself as a child among gragging geese and his father plastering dripping upon the blue clay.”

 

Paul Lynch (Limerick, 9 mei 1977)

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. Zie ook alle tags voor Charles Simic op dit blog.

 

Lied

in haar weduwentasje
bewaart mijn moeder
een gedachte
zwaarder dan zijzelf

wanneer niemand kijkt
haalt ze hem eruit
en kauwt erop
als op een kort droog brood

wanneer niemand kijkt
spuugt ze de botjes en kooltjes
op een hoopje
en stopt ons dan allemaal in

alleen dit vertrouwde gewicht
wiegt ons in slaap

alleen dit moederlijk duister
zal onze dromen verlichten

 

Vertaald door Wiljan van den Akker

 

Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e mei ook mijn blog van 9 mei 2022 en ook mijn blog van 9 mei 2020 en eveneens mijn blog van 9 mei 2019 en ook mijn blog van 9 mei 2018 en ook mijn blog van 9 mei 2015 deel 2.

Mirthe van Doornik, Gary Snyder

De Nederlandse schrijver en documentairemaker Mirthe van Doornik werd geboren in Rotterdam op 8 mei 1982. Zie ook alle tags voor Mirthe van Doornik op dit blog.

Uit: Moeders van anderen

“Boven is het fijner wachten dan beneden. Door de rode en blauwe tegels lijken de muren op een level in een computerspel. De gekleurde tegels lopen precies tot aan de trap. Alsof iemand dacht: goed, ik tegel tot hier, maar bij de roltrap stop ik, daarbeneden is het toch kansloos, daar kunnen zelfs gekleurde tegels niet tegenop. Op het perron wachten altijd mensen waar iets mis mee is. Jongens die je omverduwen, mannen die hun piemel door hun gulp steken en oude mensen die zeuren dat kinderen geen respect meer hebben. En op de plastic banken die niet kapot kunnen ligt altijd iets. Cola, spuug, chips, soms een man die al zijn kleding over elkaar heeft aangetrokken.
Zeker vier metro’s gaan voorbij voor er zich twee mannen melden. Ze hebben allebei een dikke buik, of een te krap pak. Een van de twee heeft een kaal hoofd. Hij lijkt op het topje van mijn wijsvinger als je er een gezichtje op tekent. Samen lopen we langs het hokje, van waarachter de toezichthouder zijn hand naar zijn collega’s opsteekt, naar de roltrap waar we ons vaak vanaf laten glijden. Je moet de rubberen band pakken, je door het mechanisme de leuning op laten trekken, bij de knik van de afdaling je billen iets over de rand schuiven en dan loslaten. Nico zegt dat je alles mag gebruiken op de manier waarop je dat zelf fijn vindt, dus ook roltrappen, maar beneden staat altijd wel iemand om te zeggen dat het gevaarlijk is, dat een roltrap daar niet voor bedoeld is. Nico zegt dat ik niet hoef te luisteren naar oude mensen omdat die alles gevaarlijk vinden behalve de echt gevaarlijke dingen, zoals autorijden op je tachtigste en schuifelend de weg oversteken. Oude mensen weten niet dat ook stilstaan op een roltrap dodelijk kan zijn. Als je met je jas klem komt te zitten bijvoorbeeld. Het mechanisme trekt je dan gewoon mee, het maakt een roltrap niet uit of jij vastzit of niet. In Duitsland kwam een vrouw met haar lange jas klem te zitten en toen ze beneden omviel werden haar haren heel langzaam van haar hoofd getrokken. Sinds dat nieuwsbericht houdt mama op elke roltrap angstig haar rok omhoog en denk ik elke keer als ik op de roltrap sta aan het woord scalperen. Dat is veertig keer per maand.”

 

Mirthe van Doornik (Rotterdam, 8 mei 1982)

 

De Amerikaanse dichter Gary Snyder werd geboren op 8 mei 1930 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Gary Snyder op dit blog.

 

Hoe gestoofde pot in de Pinacate-woestijn te bereiden Recept voor Locke & Drum

A. J. Bayless’ winkelwagen van gebogen staaldraad, koop wat pastinaken, ui,
peen, koolraap en piepers, groene paprika,
& negen plakken donker schenkelvlees.
Ze lopen daar op eigen poten; dat geeft vlees een smaak.

Zeven uur ’s avonds in Tucson, sla wat meel in voor de knoedels.
Koop wat spek.
Ga naar Hadley’s keuken pal naast het braadvlees – Diana staat te
bellen – pak een plastic zakje van Drum –
Vul het met dragon en spaanse pepers; vier laurierblaadjes; zwarte peperkorrels en bazielkruid; oreganopoeder, iets naar keuze, misschien twee theelepels zout.

Nu afgezakt naar Sonora, de Pinacate-streek, ontsteek een vuur van Ocotillo,
gebroken takjes en stukjes ijzerhout in een open lavacirkel: stook wat
kooltjes vuur terzijde (en als je slim bent) in de richting van de wind,
hou de rest half brandend voor licht en warmte.
Plaats Drum’s veertienduims hollands fornuis met drie poten boven de gloeiende as.

Leg de repen spek er nu in.
Doe alle schoongemaakte en geschilde en gesneden groenten in een andere pan.
Snijd het schenkelvlees in stukjes, leg het bot opzij.
Gooi het schenkelvlees erop
En roer terwijl het gefrituurd wordt, overal as, gesis – schroei je wenkbrauw –

Zoals Locke zegt laat het bijna verbranden – voeg dan water toe uit het blik in de jeep –
voeg het zakje kruiden toe – laat het vijf minuten doorkoken – en gooi
dan alles in de pan wat je nog over hebt,
Dek het af met een groot verzwaard warm deksel; zit en wacht, of drink budweiser bier.

En roer tevens het beslag apart, een beetje water in wat meel,
laat dat als laatste van de lepel in de stoofpot druipen.
En kook het nog zo’n tien minuten;
til de zwarte pan nu van het vuur
en laat haar weer een goede tien minuten staan.
Dien het op en eet het met een lepel, zittend op een poncho in de duisternis.

 

Vertaald door H. C. ten Berge

 

Gary Snyder (San Francisco, 8 mei 1930)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e mei ook mijn blog van 8 mei 2020 en eveneens mijn blog van 8 mei 2019 en ook mijn blog van 8 mei 2018 en ook mijn blog van 8 mei 2016 deel 3.

Almudena Grandes, Volker Braun, Laura Accerboni

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Zie ook alle tags voor Almudena Grandes op dit blog.

Uit: Tussenstations (Vertaald door Trijne Vermunt)

“Mijn vader zegt dat ik hem nooit zal vergeten, en ik hoop dat dat klopt, want … Oké, daar kan ik beter niet aan denken. Maar mijn broer was echt een toffe gozer. Nee, niet de beste, alhoewel … Mon doet wel alsof, maar die is ook geen heilig boontje … Niemand was de beste, maar Ramón  was wel een topvent, echt waar … Gierig als de neten, maar hij verlinkte nooit iemand. Hij had een heleboel vrienden. Hij had slechtere cijfers dan ik, omdat hij zo lui was, maar hij had wel heel veel sjans … echt niet normaal, als geen ander, eerlijk waar. In zeventien jaar heeft hij vier vriendinnen gehad, en met de laatste twee heeft ie van alles gedaan, dat weet ik omdat hij het vertelde, en Ramón was geen opschepper, volgens mij niet tenminste … En als hij wel blufte maakt het me ook niet uit. Hij had in elk geval meer sjans dan ik, want bij mij is het armoe troef… Ik weet trouwens wel zeker dat het waar was, want hij wist hartstikke veel over meisjes, waar ze geil van werden, hoe je merkte dat je niet verder mocht gaan, dat soort dingen, en dat had hij echt niet uit een boek, want Ramón had een bloedhekel aan lezen … Maar ja, hij had natuurlijk ook geen bril … En hij was ook minstens twintig centimeter langer dan ik, maar hij was ook twee jaar ouder, dus dat telt niet … En die bril blijf ik ook echt niet eeuwig dragen, het kan me verdomme niet schelen wat mijn ouwelui zeggen, zodra ik ga werken neem ik lenzen, blauwe, en dan zullen we weleens zien, let maar op … Je pakt het verkeerd aan, Rafa, zei hij, je moet beginnen met een lelijke, de lelijke zijn makkelijker, minder concurrentie, snap je? Rot op, neem zelf een lelijke, zei ik dan, want hij had altijd superlekkere wijven. Daar was ik wel een beetje jaloers op, dat geef ik toe, maar verder konden we heel goed met elkaar opschieten. Ik hield heel veel van hem. Ik bewonderde hem. Ik wilde op hem lijken. Kikker zegt dat dat altijd zo is met oudere broers, dat dat normaal is. Of dat waar is weet ik niet, maar als hij zich opsloot in de badkamer en schreeuwde dat ik hem met rust moest laten, dat ik moest oprotten. dat hij geen honing aan zijn reet had, nou … dan begreep ik dat soms ook wel. Het enige wat ik hem niet kon vergeven was dat hij me ‘kabouter’ noemde waar zijn vrienden bij waren. En zelfs dat vergaf ik hem uiteindelijk … lk mis hem. Echt waar, heel erg. Maar goed dat ik Kikker nog heb. En Mon. En Atleti. Ook al spelen we kut, want de derde zit eraan te komen, ik zie het gebeuren, naar de wedstrijd kan me nu toch niet meer schelen. Aan jou heb je niets, dat bewijs je hier alleen maar mee … Zie je wel? Jezus, hoe kon ik ook denken dat … Dat bedoel ik maar.”

 

Almudena Grandes ( 7 mei 1960 – 27 november 2021)

 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook alle tags voor Volker Braun op dit blog.

 

Het eigendom

 Ik ben er nog: mijn land gaat westwaarts reizen.
WEG MET DE HUTTEN, LEVE DE PALEIZEN.
Ik was het zelf die het heeft weggetrapt.
Mijn land verlaagt zich in zijn voddenkleren.
Na winter volgt een zomer vol begeren.
En mijn bestaan wordt aan de laars gelapt.
Geen mens die mijn geschriften nu nog snapt.
Wat ik nog nooit bezat, wordt mij ontnomen.
Het nooit geleefde moet ik eeuwig dromen.
Op weg zijn we voor valse hoop gevallen,
’t Is mijn bezit dat jullie uit gaan stallen.
Klinkt ooit nog mijn van mij als van ons allen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

De Italiaanse dichteres Laura Accerboni werd op 7 mei 1985 geboren in Genua. Zie ook alle tags voor Laura Accerboni op dit blog.

 

Mijn nieuwe glimlach

Mijn nieuwe glimlach
zet ik enkel op
als ik uitga.
Het zou zonde zijn
mocht die bederven.
Ik schitter trouwens méér
wanneer het geen gewoonte wordt,
ik bestijg alle tronen
en wijs de zwakkeren
de weg.
Ik heb daarbij tien kinderen
en een klein hondje
om mee uit wandelen te gaan.
En toch dans ik thuis voor jou
terwijl je eet
en laat je de koopjes zien
terwijl je slaapt
en ik schitter
in je hoofd,
ik schitter
ademloos.

 

Vertaald door Frans Denissen en Hilda Schraa

 

Laura Accerboni (Genua, 7 mei 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn blog van 7 mei 2020 en eveneens mijn blog van 7 mei 2019 en ook mijn blog van 7 mei 2018 en ook mijn blog van 7 mei 2017 deel 2.

Hélène Gelèns, Erich Fried

De Nederlandse dichteres Hélène Gelèns werd geboren in Bergschenhoek op 6 mei 1967. Zie ook alle tags voor Hélène Gelèns op dit blog.

 

willekeur

stip! het maakt niet uit waar niet wanneer hoe
geconcentreerd, stip! als je maar niet spiekt

je neemt een pen, een leeg vel papier
sluit de ogen, stip in het wilde weg
het vel vol stipstipstipstip flink doorstippen

leg de pen neer na een minuut of twee
open je ogen en zie: veel stippen
met staarten! haha geen probleem

trek een cirkel, het maakt niet uit hoe wanneer
waar op het vel, tel netjes binnen de lijn
elke stip elke aanzet van een staart

proficiat, je nam zojuist een steekproef!
(hoe groter je cirkel hoe beter de proef
de gemiddelde stippendichtheid nadert)

 

mis

er ging iets mis het is niets het ging
niet meer mis dan elders het gaat
overal weleens mis overal is wel iets

die zinnen smaken naar ijzer
ik kan ze niet herhalen

ik probeer het schrijvend: er ging iets mis
het is niets het ging niet meer, maar
het golft, de woorden beginnen te golven

de woorden golven meer en meer, kijk
nu golft het al meren – wat een ruimte opeens
ergens kwinkeleert een merel: dit hier! dit nu!

ver kijk ik uit over zilverblauw rimpelend water en zing na:
dit hier! dit nu! dittehier dittenu! dit hier nu dit nu nu
dittedit! – dan is daar krullach: gaan we zwemmen?

raak!

 

marsmanvariaties I

vlam in mij, jaag, laai op!
hart in mij, oefen geduld
verdriedubbel vertrouwen
vogel in mij, hup, wiek op
uit vruchtdragende takken!
laat de durf niet varen
je vaart niet luwen
glijvlucht en hulde zijn fijn
maar veel weidser het speelruim

 

Hélène Gelèns (Bergschenhoek, 6 mei 1967)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

Logisch

Het kan toch niet zo zijn
dat de Amerikanen
onnodig
Vietnamese kinderen verbranden

Het kan toch niet zo zijn
dat de Amerikanen maarschalk Kiev steunen
als hij echt een schurk is

Ze steunen hem wel degelijk
dus zo slecht kan hij niet zijn
en wat hij zegt
kan niet zo verkeerd zijn

Hij zegt echt dat zijn rolmodel Adolf Hitler is
dus zo erg kan het niet zijn
als je Hitler als rolmodel neemt

Maar Hitler verbrandde ook kinderen
en niet in Vietnam, maar dichter bij huis
Dus waarom raken mensen van streek
als de Amerikanen dit doen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn blog van 6 mei 2020 en eveneens mijn blog van 6 mei 2019 en ook mijn blog van 6 mei 2018 deel 3 en eveneens deel 4.

‘Wij zijn vrij’ (Martinus Nijhoff), Roni Margulies

 

 

Bevrijdingsmonument in Oirschot, Noord-Brabant

 

‘Wij zijn vrij’

Wij zijn vrij, roept de Nederlandsche vlag
die wapperend zich boven ons ontplooit,
wij zijn vrij, roept zij, en zij riep dit nooit
met dieper kleuren dan op dezen dag.

Want zie, het trotsche rood heeft zich getooid
met bloed, dat in den dood de vrijheid zag,
’t wit blinkt van ijver zonder winstbejag,
het blauw werd door beproefde trouw voltooid.

Waai uit, herwonnen driekleur, waai vrij uit,
tezaâm met den oranjewimpelzwier
van Haar, de Landsvrouwe, die gehandhaafd heeft.

Een nieuwe reis vangt aan, en gij beduidt
hetgeen in ons, o heilige banier,
trotseerend, zuiver en gestaald herleeft.

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Bevrijdingsmonument in Den Haag, de geboorteplaats van Martinus Nijhoff

 

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Roni Margulies op dit blog.

 

SLIPPER

Ineens zag ik een oude vrouw
bij de ingang van het metrostation
een paar maanden geleden.
Ze zat te bedelen.

Gescheurd, maar hagelwit waren haar kleren.
Ze deed me aan mijn oma denken:
aan haar ogen vol angst,
haar laatste dagen.

Ik wende me aan telkens als ik langsliep
‘Goedemorgen’ te zeggen en ofwel brood
of geld te geven.
Ze zei geen woord terug.

Ik probeerde laatst wat te zeggen,
ze keek, maar ze begreep het duidelijk niet.
Ze nam aan wat ik gaf
en keek van me weg.

Toen ik er gisteren langskwam, zat ze er niet.
Op de grond zag ik een enkele slipper.
Bleek roze, met schilfers
en op zijn linkerkant

een bloedrood plastic hart
Piepklein, glimmend.
Alsof het ieder moment
zou kunnen gaan kloppen.

 

Vertaald door Erik-Jan Zürcher

 

Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e mei ook mijn blog van 5 mei 2020 en eveneens mijn blog van 5 mei 2019.

4 mei (Jaap Zijlstra), Roni Margulies

 

Bij 4 mei (Dodenherdenking)

 

Oorlogsmonument in Veghel, Noord-Brabant

 

4 mei
.
De oorlog is al jarenlang voorbij.
Men zegt het, maar het is niet waar.
Ik zie ze nog, gebonden aan elkaar
gaan naar hun graf. De duinenrij
ligt in de zon, de wind streelt door hun haar.

.
Voorover liggen. het is niet voorbij.
Wachten met het gezicht op de grond.
Roepen tot God met een gesloten mond.
Mijn God, mijn God, ontferm U over mij.

.
Nog klopt hun bloed tegen het witte zand.
Nog zoekt hun hart de verre overkant.
Ik hoor de schoten. het is niet voorbij.

 

Jaap Zijlstra (5 september 1933 – 22 december 2015)
Oorlogsmonument in wassenaar, de geboorteplaats van Jaap Zijlstra

 

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Roni Margulies op dit blog.

 

BANAAN EN SAFFRAAN

’s Ochtends toen ik langs de keuken liep
Zag ik de banaan op de aanrecht liggen.
Gisterenavond heb ik hem niet gegeten en daar laten liggen.

Ik zou hem gaan pakken en hem in de koelkast leggen,
Ik keek: de bovenkant van de banaan zat vol met saffraan!

Ik herinnerde me, dat tijdens het maken van een salade
Het deksel van het saffraanpotje van zijn plaats verdwenen was.

Kijk dat is toevallig, dacht ik, dat rijmt: banaan en saffraan
In mijn keuken banaan
Met bovenop saffraan
Het heeft geen betekenis
Noch enige noodzaak
Zoals alle gedichtjes van mijn leven. 

 

Vertaald door Bruno van der Werff

 

Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei  mijn blog van 4 mei 2019 deel 2.