Federico García Lorca, Paul Farley

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

Kerseboom in bloei

In maart
reis je naar de maan.
Je laat je schaduw hier.

De weilanden worden
onwerkelijk. Het regent
witte vogels.

Ik raak verdwaald in je bos
en schreeuw: Open u, Sesam!
Ik lijk wel een kind! Die schreeuw:
Open u, Sesam!

 

Ontwaak

De kam van de dag
komt tevoorschijn.

De witte kam
van een gouden haan.

De kam van mijn lach
komt tevoorschijn.

De gouden kam
van een dolende haan.

 

Verzinsels

(sterren van sneeuw)

Er zijn bergen
die
van water willen zijn.
En ze verzinnen sterren
die hen van achteren beschijnen.

(wolken)

En er zijn bergen
die
vleugels willen hebben.
En ze verzinnen
de witte wolken.

 

Vertaald door Marije Dekkers

 

Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
Borstbeeld in het España-park in de stad Rosario, Santa Fe, Argentinië

 

De Britse dichter en schrijver Paul Farley werd geboren op 5 juni 1965 in Liverpool. Zie ook alle tags voor Paul Farley op dit blog.

 

Afhankelijken

Wat zijn we goed voor elkaar, wandelend door
een land van stilte en duisternis. Jij
opent deuren voor me, ik neem de telefoon voor je op.

Ik draai harde junglemuziek. Jij leest met het licht aan.
Prachtig. De ronding van je jukbeen,
explosieve klinkers, precies het juiste gebruik van parfum.

Waar denk je aan? vraag ik in een taal van aanraking
die uniek is voor ons. Je tikt op mijn handpalm, niets bijzonders.
Op stations wedijveren we met onze zintuigen, kijken we wat

het eerst komt – licht in de tunnel, een zweepslag op de rails.
Ik schop tegen je schenen als we uit eten gaan.
Jij dept mijn lippen. Ik betast die van jou als braille.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Farley (Liverpool,. 5 juni 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn blog van 5 juni 2020 en eveneens mijn blog van 5 juni 2019 en ook mijn blog van 5 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

In Memoriam Lieke Marsman

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman is afgelopen woensdag, 3 juni, op 35-jarige leeftijd overleden. Lieke Marsman werd op 25 juli 1990 geboren in Den Bosch.

 

In mijn mand

Ik heb niet stilgezeten, ik heb Sartre gelezen
en Kant en Kierkegaard. Als ik doodga
hoop ik op een hemel
om met hen in te kaarten
(ik vraag me af
of Marx voor geld zou spelen). Lachend
zal ik vier azen op tafel gooien, twee jokers
achter de hand. ‘Schenk mij bij!’
zal ik roepen naar een engel in een
doorzichtig gewaad,
maar de doden hebben geen stem. Natuurlijk
hebben de doden wel een stem. Driekwart
van de boeken die je leest
zijn geschreven door een dode
toen die dode nog leefde. En zo
sijpelt het verleden de toekomst in

Dying is an art, schreef Sylvia Plath
Doodgaan is weer kind zijn, denk ik
Volledig overgeleverd
aan de elementen, zonder
dat je iets te zeggen hebt
over de plekken waar het leven
(een kinderwagen als het ware)
je naartoe rijdt

Dit zal na mij zijn, wat voor mij is geweest – Seneca
Wat een dwaasheid om
verbaasd te zijn als op een dag gebeurt
wat elke dag gebeuren kan.
Ik ben een dwaas, maar dwazer is
wie leeft alsof hij morgen sterft:
wat een paniek pulseert er
vandaag door je lijf! Nooit
zul je meerdaagse plannen maken,
nooit ‘s avonds laat door het Oosterpark lopen
en verlangen naar de nazomer, nooit
een stuk taart bewaren voor morgen,
nooit kaartjes voor de biënnale kopen

Zachtjes zit ik in een kano in Frankrijk
Hoopvol zit ik weer in de zonnige erker
met bloemen
Dit zijn geen jeugdherinneringen,
maar geuren
zoals alle jeugdherinneringen op een gegeven moment
geuren worden. Proust, expert
in deze vorm van melancholie, schreef: de kracht
die de meeste keren om de aarde gaat in één seconde
is niet elektriciteit, het is pijn.

…maar hij vergat het licht, dat het allersnelst is
en altijd met dezelfde snelheid reist. Licht
dat pijn kan doen verbleken. Want wanneer ik mij
buk om de druiven die gevallen zijn
op te rapen en pijn duwt
mijn gezicht weer eens ineen
als een harmonica
maar ik kijk op en zie de zon
weerkaatst in de nieuwe koelkast
die van jou en mij samen is,
wat betekent pijn dan nog?

Jij bent geboren
in de grijze flat met plastic balustrades, ik zag
mijn eerste nacht in het kleine huis
met gekleurde kozijnen

Maar dit gedicht
gaat over de dood. In mijn kist
zal een donzen dekbed liggen, mijn lijf
omringd door pluchen knuffels
Ze noemden me kinderachtig,
maar dat was toen
Jonge honden waren we, voor het eerst
in een park zonder riem,
verbaasd bij alles wat ons lukte
dankzij of ondanks onszelf
en ons vermogen overal
een competitie in te zien

‘De dood accepteert geen jokers,’
zegt Kant in alle ernst
met zijn zwaarste stem
en: ‘Schenk mij bij!’
tegen de engel,
die geïrriteerd zijn breiwerk opzijlegt
en antwoordt: in je mand
(want is het zo onderhand niet evident
dat mensen voor engelen zijn
wat dieren voor mensen zijn?)

In mijn mand!

Is het mijn sterfdag?
Ik maak mij geen zorgen
Alle gelukkige momenten herhalen zich
Eerst als tragedie en dan als klucht
en daarna als elegie
Er zullen opnieuw tieners wild
na sluitingstijd een snackbar in rennen
Er zullen opnieuw geliefden in de wijnbar zitten
waar wij elkaar voor het eerst kusten
Zelfs jij zal opnieuw een geliefde in een wijnbar zijn
en opnieuw gelukkig zijn
ook al is je oude geliefde dood
Maar voor nu ben je boos
dat ik dit opschrijf
Veel te vroeg
zoals ik altijd overal
veel te vroeg ben
Maar juist daarom hou ik van je
omdat mijn ziekte soms
voor jou een bron van boosheid is

Is het mijn sterfdag?
De lucht is stil, als lucht
op een kalender
Is het mijn sterfdag?
Vergeet klokken die luiden
De lucht is stil, als lucht
Is het mijn sterfdag?
Vergeet engelen en psalmen
Ik wil de vanille van een oud boek
Ik wil een koud flesje bier
en ik wil jou, nog één keer
Vergeet vogels die zingen
Ik wil mijn hond horen drinken

 

Lieke Marsman (25 juli 1990 – 3 juni 2026)

Ralf Thenior, Daniela Dröscher

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

Uit: Ja, mach nur einen Plan

„Ein Lötkolben wurde in Gang gesetzt. Die Stichflamme fuhr langsam das Rohr hoch.
– Fackel die Wand nich’ ab, Willi!
Willi machte eisern weiter.
Es war hundekalt. Überall froren die Leitungen zu, und sie kamen gar nicht nach. Es war sogar zu kalt, um Bier zu trinken. Und während Willi diese betrüblichen Gedanken noch in seinem Hirn wälzte, wobei seine Hand fachmännisch den Brenner führte, hörte er, wie aus seinem Munde die Worte kamen:
– Alex soll mal drei Flaschen Bier holen gehen!
– Bei der Kälte? fragte Schierkalla mahnend erstaunt.
Doch der Altgeselle antwortete nicht mehr.
Kalle Schierkalla war Geselle bei der alteingesessenen Klempnerei Gutbrodt & Söhne. Kalle hatte sich gestern ein prächtiges Veilchen gefangen. Irgend so’n Idiot kommt im »Sportlertreff« auf ihn zu und macht ihn an, von wegen dein Chef stottert ja und so. Eh, du Idiot, der stottert nich’, der hat nur’n Sprachfehler, du Ochse!
Und knackwumm.
Er hatte ziemlich schlechte Laune heute morgen Und das war ihm anzuhören, als er sich über das Treppengeländer beugte und aus dem dritten Stock nach Alex grölte, dem Lehrling, der natürlich wieder auf seinen Ohren saß.
Die nach unten gerichteten Schallwellen schlugen auf dem gekachelten Treppenhausboden auf wie ein Tennisball und kamen mit Foffo wieder hoch, flogen an Schierkalla vorbei, ein halbes Stockwerk höher, um dort durch die Wohnungstür zu dringen und einen Mann aus dem Schlaf zu reißen, der in traumschwerem Morgenschlummer lag.
– Fackel die Wand nich’ ab, Willi!
Es ist unmöglich zu schildern, wie diese Worte und in welcher Maske sie durch seine Schlafhaut gedrungen waren, als letzte abschließende Rede einer Situation, auf die er zugeträumt hatte.
Und jetzt Alex, der Arsch mit Ohren.
Der Mann versuchte, sich an die Eintragungen in seinem Personalausweis zu erinnern. Dann wußte er wieder, wo er war.
Die Bude war eiskalt. Und die wollten Bier.“

 

Vrijdagavondkoorts

Een koude maartse regen midden in de zomer, het is alweer eind juni. 5 uur ’s middags, vrijdagavond. De drukte van de stad neemt af, het geraas zal weldra voorbij zijn. Het weekend staat voor de deur. Vanavond gaan we er flink tegenaan! Absoluut! We gaan naar onze stamkroeg  – en dan gaan we helemaal uit de bol! Je moet jezelf af en toe verwennen. – En ernaast: Kom op, laten we naar de “Roxy” gaan. Ik vind de “Camera” leuker. Maakt mij niets uit? Mij wel. Oké, “Camera”. En als er niets te beleven is? Dan doen we wel iets anders. Niet weer!

Ik wil gaan joggen! Je moet wachten tot morgen. Nee, nu! Kijk eens naar buiten. Een koude maartse regen valt. Ik vind alles saai, behalve joggen. Kom op, laten we seks hebben. Nee, niet nu!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

De Duitse schrijfster Daniela Dröscher werd geboren op 4 juni 1977 in München. Zie ook alle tags voor Daniela Dröscher op dit blog.

Uit: Sprechen

„Wer spricht, kann loben, lügen, plaudern, drohen, flehen, fluchen, bitten, beten, betteln, zetern, zürnen, danken, plänkeln, streiten, schmeicheln, lästern, widersprechen, warnen, kritisieren. Grüßen und granteln.
Wer schreibt, hat nicht selten ein Problem mit gesprochener Sprache, behaupte ich. Ein geschriebenes Wort, das gedruckt wird, kann und muss ich sorgsam wählen, gegebenenfalls löschen, ersetzen. Ein gesprochenes Wort, einmal geäußert, wirkt unmittelbarer. Eine Stimme trifft auf einen Körper. Einmal gesagt, ist es in der Welt. Man kann es nicht zurücknehmen.
Es war meine Mutter, die mir eine große Vorsicht, nein, Umsicht mit Worten vorgelebt hat, in ihrem Versuch, sich stets so genau wie möglich auszudrücken. Als Zugezogene und Kind schlesiendeutscher Eltern glaubte sie, sich keinen Fehler erlauben zu dürfen. Nicht zuletzt ihrem Bewusstsein für Sprache verdanke ich wohl meine Liebe zum geschriebenen Wort — aber eben auch mein Drama mit dem Sprechen.
Auf den ersten Blick scheint nichts natürlicher. Das Sprechen gehört zum Menschen wie das Atmen. Für mich barg es recht früh Fallstricke, Fragezeichen. Ich staunte — und staune noch heute —, wie mühelos und leichtfertig viele Menschen Worte im Munde führen. Wie unbekümmert sie davon ausgehen, andere zu verstehen und selbst verstanden zu werden. Schon als Kind empfand ich Sprache als etwas Faszinierendes, aber auch als etwas Zerbrechliches und, ja, Gefährliches, mit dem man Schaden anrichten, sich einem Urteil ausliefern konnte. Jedenfalls nicht als ein schlichtes Mittel der Verständigung. Auch deshalb habe ich wohl gleich mehrere Male in meinem Leben fast vollständig aufgehört zu sprechen.
Das Verstehen und Verstandenwerden ist in der Tat keineswegs selbstverständlich. Es stellt im Gegenteil sogar die Ausnahme dar, nicht die Regel. Erstmals begegnete ich dieser Überlegung als Zwanzigjährige, in einem Seminar zur Sprachphilosophie.“

 

Daniela Dröscher (München, 4 juni 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juni ook mijn blog van 4 juni 2020 en eveneens mijn blog van 4 juni 2019 en ook mijn blog van 4 juni 2018 en ook mijn blog van 4 juni 2017 deel 2.

Monika Maron, Ralf Thenior

De Duitse schrijfster Monika Maron werd geboren op 3 juni 1941 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Monika Maron op dit blog.

Uit: Immer noch freundlich, aber kaum noch geduldig“: Tagebücher 1980-2021

„10. Juni 1980

Beckermann hat angerufen und gesagt, es sei alles in Ordnung. Ich schreibe weiter an dem Stück. Im Augenblick strömen alle kleinen Nebenflüsse wieder in den Hauptfluß, und es hat den Anschein, als wollten sich die Dinge wenigstens vorübergehend zu einem Ganzen fügen. Und eigenartig: Meine erste Reaktion ist Angst, daß so viel Gutes auf einmal nicht kommen kann, ohne die Katastrophe hinter sich herzuziehen. Und dann denke ich wieder: Mein Mißtrauen provoziert das Unglück. In solchen erfolgreichen Augenblicken komme ich mir immer vor wie ein Hochstapler. Ich weiß so wenig. Und ich schaffe es nicht, mehr zu wissen. Ich habe den Eindruck, immer wenn ich etwas Neues begreife, vergesse ich etwas, was ich vorher wußte. Vor allen Dingen kann ich mir nicht merken, was ich gelesen habe.

Freitag, 13. Juni 1980

Ich habe die ganze Nacht in einem wunderbaren Zustand verbracht. Ich war ich und doch eine andere. Mein Gefühl von mir war oval wie ein Ei, aber ich war kein Ei. Um mich und in mir waren Musik, Blumen und Licht, mit denen ich mich eins fühlte, ohne daß ich das gewesen wäre. Ich wußte im Traum, welches Gefühl ich immer gesucht hatte. Ich wußte, daß ich ein Geheimnis wußte, das mir bis dahin immer verschlossen gewesen war. Ich war eine andere, und ich war ich. Das Gefühl blieb als Erinnerung, aber ich konnte es nicht wieder herstellen, nachdem ich einmal aufgewacht war. In solchem Augenblick bin ich bereit, an alles Über-irdische zu glauben. Woher kommen solche Empfindungen, wenn man im Leben keine Gelegenheit hat, sie zu erfahren? Woher weiß ich etwas, was ich nicht erfahren konnte? Oder unsere Phantasie und unsere Wünsche sind so stark, daß sie uns für kurze Zeit eine andere Wirklichkeit schaffen können. So ähnlich muß die Günderrode empfunden haben, als sie ihr apokalyptisches Fragment schrieb. Sie starb kurz darauf.”

 

Monika Maron (Berlijn, 3 juni 1941)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Achter de kassa bij Lidl

De volledige lichaamstatoeage zien,
althans alles wat zichtbaar was,
als een duveltje uit een doosje
springt het vooroordeel er meteen uit: motorvrouw
De vrouw achter de kassa, onverschillig,
trekt de streepjescodes over het licht.
Learning by buying, geluk hebben,
bijna altijd bij haar kassa staan.
Anders heeft het winkelen geen zin.
Vriendelijk persoon, evenwichtig
en humoristisch, veel meegemaakt, ze
verkoopt geen kletspraat, maar haar droge humor
legt haar voor iedereen die zij mag
een geestige opmerking op de tong;
je begint de dag met een vrolijk gevoel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juni ook mijn blog van 3 juni 2024 en ook mijn blog van 3 juni 2021 en ook mijn blog van 3 juni 2019 en eveneens mijn blog van 3 juni 2018 deel 2.

Eckhart Nickel, Ralf Thenior

De Duitse schrijver en journalist Eckhart Nickel werd geboren op 2 juni 1966 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Eckhart Nickel op dit blog.

Uit: Von unterwegs

„Wie beginnt das Reisen? Wer mit Fernseher und Internet aufgewachsen ist, wurde, anders als die meisten Reisenden im 20. Jahrhundert, bereits mit einem überbordenden Repertoire an bewegten Bildern von den letzten Enden der Welt ausgestattet. Wir keimen jeden Winkel der Erde als Foto, als Film oder aus dem World Wide Web, via Google Earth oder GPS, und haben eine Elementartugend verloren: die Fähigkeit, uns auf etwas einzulassen und ein Gefühl der Überraschung zu erfahren. Wer so ins Leben geht, hat vor welchem Aufbruch wohin auch immer zunächst vor allem eins zu tun: Löschen. Vergessen. Den Zähler wieder auf null stellen. Nur so entgeht man der Versuchung, es sich leicht zu machen und in ungesättigtem Strukturhunger nur das aus dem Kopf Vertraute vorzufinden. Wenn wir Key West hören, haben wir sofort Hemingway vor Augen. Bereits Max Frisch konnte nicht umhin, sich selbst von den entferntesten Landschaften stets an seine Heimat, die Schweiz erinnern zu lassen. In seinem immer noch verblüffend zeitgenössischen Roman Homo Faber beschreibt er in der Figur des technisch-rationalen Walter Faber den modernen Menschen schlechthin. Nur das Versagen des Systems, im Buch bezeichnenderweise ein Flugzeugabsturz, vermittelt den Einbruch des Schicksalhaften in ein Leben, das auf Reisen seither einen kaum überbietbaren Grad an Perfektion erreicht hat Wir besitzen knitterfreie Reisehosen von Prada, ein Overnight Kit gegen den Jetlag, Melatonin zur Anpassung an das absurdeste Durchqueren von Zeitzonen. Wenn wir einchecken, dann in speziell abgetrennten Zonen für BusinessFirst wie auf dem apart in Glas und Stahl glänzenden Terminal 2 des Münchener Flughafens. Von dort aus gleiten wir durch ein hypermodern aseptisches Einkaufszentrum in die Lederfauteuils der Wohnlounges, um den Abflug zu erwarten. Drinks, Snacks, Speisen. Zeitungen, Magazine, Videobildschirme. Getönte Scheiben, Teppiche, Ruheliegen. Arbeitszellen mit Computer, Fax und Internet – alles ist dazu entworfen, von dem Umstand abzulenken, dass wir uns in einem Transitzustand befinden, der in sich das größte Abenteuer birgt: eine Abfahrt mit stets offenem Ausgang, ein Risiko.“

 

Eckhart Nickel (Frankfurt am Main, 2 juni 1966)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

De koning van de rookkamer

Iedereen ging ervan uit:
dat hij met zijn grappen
en uitspraken al snel
de populairste man
in het verzorgingstehuis zou worden –
de koning van de rookkamer.
Vernederd en verbitterd
zit hij op het bed in een
kale kamer, met niet eens
een kruisbeeld aan de muur.
De gekke vrouw van boven komt
’s nachts in haar rolstoel binnen
en steelt zijn ondergoed.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juni ook mijn blog van 2 juni 2021 en ook mijn blog van 2 juni 2019 en ook mijn blog van 2 juni 2018 deel 2.

Het leven in juni (Marjoleine de Vos), Wiel Kusters, Ralf Thenior

 

 

Junidag door Antonín Slavíček, 1898

 

Het leven in juni

Om mij heen is alles luidkeels in leven
de boer op zijn maaier, blatende schapen
in de esdoorn een zwartkop die roept
om een vrouwtje, uit bloemkelken klinkt
het geronk van een bij.

En ik leef ook maar moet dat zelf zeggen
want niets van al wat ik waarneem noemt mij.
Zoals je met vrienden wel praat over vroeger:
We waren aan zee, in een tent, heel gelukkig –
vraagt iemand: was jij daarbij?

Dus ben ik alleen in de tuin in de wereld
en om mij heen ademt alles en in huis
zit een man. Dit is het leven, schrijft hij,
deze ochtend in juni, de zwartkop zingt
en in de tuin zit zij.

 

Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)
De Oude Kerk in Oosterbeek

 

De Nederlandse dichter, schrijver en letterkundige Wiel Kusters werd geboren in Spekholzerheide op 1 juni 1947. Zie ook alle tags voor Wiel Kusters op dit blog.

 

Langzame Wals

Wij dansten, moeder, door de keuken
je had mij lachend opgetild

vier jaar was ik ‘daar bij die molen
die mooie molen’ van de radio

geboren, losgeschild
je kleine vrucht, een zoet bestaan

een appel die zo rood moest glimmen
dat je ogen ervan glansden

opgenomen in een wals
tussen tafel stoelen pannen

dat het kleine wandkleed moeder
dat je in de keuken hing

geborduurd met wolken schaapjes
bomen en een molentje
plus een boertje met een pet

dat dat helder linnen kleedje
met zijn spichtige figuurtjes
draaiend mij voor ogen bleef
in de warmte van de keuken
langs de wanden van mijn geest

zozeer dat ik het ging zingen
en mijn ogen moest bedwingen
toen je stierf en ik je zag

jij mij zag ik wilde tillen
wat er van ons overbleef
op een stoel en in een bed

en wij zwierden en wij walsten
tot je grond verzonken was

 

Vlag

Een vlaggenmast houdt
vlaggen vast.
Een windvlaag vindt dat
ongepast.

Maar als de vlag
gestreken wordt,
is er geen windvlaag meer
die mort.

Dan wappert fier en vrij
de wind:
er is geen vlag die hem
nog bindt.

 

Maal

Van iedere hap eet ik nog maar de helft.
En lucifers die breek ik door. Voor thee
dient mij het zakje van de dag tevoor.
De tandpasta moet vier keer langer mee.

Ik zou gierig moeten zijn nu ik je mis.
Ik moet niet zo ademen, de rest is dan
voor jou. En minder slapen, minder waken.
Veel minder alles waar ik vol van ben.

Ik zie je door de kamer gaan en voel
hoe je een arm mij om de schouders slaat.
Je lacht, je legt je benen op de bank.

We praten, eten, slapen – dubbel dus
en zij aan zij. Daar schuilt het missen in,
zolang ons missen gretig wordt betwist.

 

Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1 juni 1947)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Pijnlijk voorgevoel

en dan is het er weer, komt van ver weg
dichterbij NL-D na 15 minuten nog 0-0
in het nieuws komt het voort uit een zijspoor en
vergiftigt het mijn gemoed
Europa kan zich niet uit de crisis sparen
de markt heeft nieuw geld nodig
de banken worden niet genationaliseerd en
dan met de lotnummers 1 5 2 5 6 7 8 9
overvalt me een voorgevoel, een angstaanjagend beeld verschijnt als
een silhouet in het venster van de ziel
richting de straat in de deuropening de zieke moeder
rookt het kind slaapt naakt op de stoep

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e juni ook mijn blog van 1 juni 2020 en eveneens mijn blog van 1 juni 2019 en ook mijn blog van 1 juni 2018.

Visitatie witte vrouwen (Hans Werkman), Walt Whitman

 

 

Visitatie door Luca della Robbia, ca. 1445,  
in de kerk San Giovanni Fuoricivitas, Pistoia, Italië

 

Visitatie witte vrouwen

Witte vrouwen, vroom van zinnen,
met hun kindjes diep van binnen,

die op knieën en op voeten
elkaar glanzende begroeten.

Oude vrouw Elisabeth,
met uw zoontje van gebed,

springertje in moeders schoot,
kleine doper, tochtgenoot.

Meisje maagd Maria dat
zingen gaat: Magnificat!,

voor de Geest die groeide tot
foetus van de grote God.

Witte vrouwen, droom van binnen,
die zich op het kind bezinnen,

en nu met verstilde voeten
vol verwachting elkaar groeten.

Vrede ligt op hun gezicht,
vrede van een hemels licht.

 

Hans Werkman (Uithuizermeeden, 12 februari 1939)
De Mariakerk in Uithuizermeeden

 

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Whalt Whitman op dit blog.

 

HET LIED VAN MIJN EIGEN IK

4.

Ik kom met luide muziek, met trompetten en trommen,
Ik speel niet enkel de marschen ter eere van de overwinnaars
die ieder toejuicht, ik speel ook de marschen voor
overwonnenen en verslagenen.
Heeft men U gezegd, dat het goed was het pleit te winnen?
Dan zeg ik U daarbij, dat ’t goed is de nederlaag te lijden:
veldslagen worden in denzelfden geest verloren als zij
worden gewonnen.

Ik trommel en trompet voor den dood,
Mijn luidste en blijdste muziek is voor de dooden.

Vivats voor hen die verloren hebben!
En voor hen wier oorlogsschepen in de zee zijn ondergegaan!
En voor hen-zelf die in zee zijn ondergegaan!
En voor alle veldheeren wier leger verslagen werd en voor
alle overwonnen helden!
{15} En vivats voor de tallooze onbekende helden, zoo luid als
voor de grootste helden wier naam beroemd is.

5.

Denkt gij, dat ik eenig diep verborgen doel hebbe?
Nu dan, ik heb dat doel, want de zaaiers der Vierde-maand
hebben dat doel en het mica aan de rotshellingen heeft
het ook.

Houdt gij ’t er voor, dat ik verwonderen wil?
Wil het daglicht verwonderen? Wil het roodborstje, dat vroeg
in den morgen kwinkeleert, het doen?
Wil ik ’t dan doen eenigermate meer dan zij?
Dit uur wil ik U in vertrouwen iets meedeelen.
Ik zou ’t niet gaarne iedereen vertellen, maar U wil ik ’t
vertellen.

 

Vertaald door Maurits Wagenvoort

 

Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e mei ook mijn blog van 31 mei 2020 en eveneens mijn blog van 31 mei 2019 en ook mijn blog van 31 mei 2017 en ook mijn blog van 31 mei 2015 deel 2.

Heatwave (Michael Longley), Oscar van den Boogaard, Elizabeth Alexander

 

 

Heatwave door Erika Balla, 2020

 

Heatwave

Feet on fire, a bath filled with cold water,
I sit on the edge to cool my ankles
And insomnia, and in the small hours
I read Ivor Gurney, and I understand
His obscurity and muddle, poems
That know more than he knows, more than I know:
A Severnside hedge-pool’s cloud-reflections,
Face-dissolving blood-ponds of Passchendaele.
He washes my feet the way Jesus would.

 

Michael Longley (27 juli 1939 – 22 januari 2025)
Albert Memorial Clock Tower in Belfast, de geboorteplaats van Michael Longley

 

De Nederlandse schrijver Oscar van den Boogaard werd geboren in Harderwijk op 30 mei 1964. Zie ook alle tags voor Oscar van den Boogaard op dit blog.

Uit: And me

“Aetas parentum pejor avis tulit nos nequiores, mox daturos progeniem vitiosiorem.’ De tijd der ouders, slechter dan de grootouders, heeft ons, die weer slechter zijn dan zij, voortgebracht, en wij zullen spoedig een nog bedorvener nakomelingschap verwekken. Dit zei Horatius in zijn Carmina, dit schreef mijn grootvader tweeduizend jaar later over in zijn schrift waarop hij in krulletters ‘gevleugelde woorden had geschreven. Hoe slecht moest ik mij nu als kleinzoon, nog bedorvener immers dan hij, die op zijn beurt al zo ontzettend slecht was, wel niet voelen? Met de gedachte dat een nog slechter nageslacht mij zou opvolgen kon ik mijzelf misschien nog geruststellen. lk besloot dat Horatius erg zwaar op de hand was en beslist geen groot profeet.
Ik vond het schrift toen ik een jaar of acht was tussen oude vergeelde boeken in het souterrain van het huis van mijn grootmoeder, terwijl ik boven de mensen van het veilinghuis de grote kussenkasten hoorde wegslepen en mijn vader geëmotioneerd tegen zijn schoonzusters hoorde roepen dat vader nog maar een dag begraven was. Door de tralietjes van het souterrain zag ik mijn moeder huilend in haar auto zitten bij een geopend portier, een sigaret in haar hand, haar benen buiten boord.
Het schrift nam ik mee naar huis en ik bewaarde het zorgvuldig in mijn bureaula. In de loop der jaren ontdekte ik langzaam de betekenis van deze woorden.
Amantes amentes. Minnenden zijn hun verstand kwijt. De liefde maakt blind. Amantium irae amoris integratio est. De boosheid der minnenden is een hernieuwing der liefde. Amare et sapere vix deo conceditur. Beminnen en zijn verstand bewaren staat nauwelijks in de macht van een god.
Ik begreep dat liefde en minnen gevaarlijke bezigheden waren waarbij het onvermijdelijk was dat je het bewustzijn verloor. Mijn grootmoeder en grootvader, die kort na elkaar waren gestorven, waren waarschijnlijk bezweken aan de fatale liefde en ik was opgelucht toen mijn moeder aan mij vertelde dat ze nooit van mijn vader had gehouden.
Een paar jaar na het vinden van het schrift van mijn grootvader ontdekte ik in het nachtkastje van mijn vader een rood boek met de titel Seksualiteit en de mens. Het was een boek uit 1950. Wat ik me herinner is een grafiek waarin tegen de x- en y-as de orgasmen van een man en een vrouw waren getekend en opvallend was dat deze zeer ongelijk verliepen, het leek hogere wiskunde.”

 

Oscar van den Boogaard (Harderwijk, 30 mei 1964)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

Op het strand

Naar de foto kijken is op de een of andere manier niet
ondraaglijk: Mijn vrienden, twee dood, een met een laag
T-celniveau, zijn witte T-shirt een röntgen-
foto van het virus, dat ik me voorstel
als een enkel, zwemmend paisleypatroon, een sardine
met gekartelde vinnen en een neonruggengraat.

Ik zit in de trein en denk aan mijn vrienden
en kijk naar twee vrouwen die in gebarentaal praten.
Ik voel de energie en de zwaarte die hun woorden
genereren, het gewicht van hun woorden in de lucht
hetzelfde gewicht als jullie aanwezigheid op deze foto,
jongens, de hoeveelheid nazomerlucht op het strand.

Namen jullie die dag deel aan een thé dansant? hebben jullie
gedichten in het zonlicht geschreven? Geflirt met vreemden? Er is
zon onder jullie huid als het goud van Sula
onder ’t zwart van Ajax. Ik kalibreer
het gewicht van jullie prachtige botten, het gewicht
van jouw elleboog, Melvin,
op Darrells bruine schouder.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e mei ook mijn blog van 30 mei 2020 en eveneens mijn blog van 30 mei 2019 en ook mijn blog van 30 mei 2017 en ook mijn blog van 30 mei 2015 deel 2.

Hitte (Frank Koenegracht)

 

 

A Summer’s Day door Diana M. Armfield, z. j.

 

Hitte

Daar gaat de laatste dichter
met een rode tafel in zijn hoofd
die gemakkelijk kan breken.

Het komt hem voor
dat zijn herinneringen, zijn dromen,
zijn gebeden

tegen de poten kloppen,
corresponderen met zijn moeder,
en bootjes vouwen van zijn bloed.

Ik denk dat iedereen wil
dat hij doodgaat maar daarna wel
zelf opstaat en naar huis gaat.

Heer, laat het toe.
Het is half drie.
De vliegen steken.

 

Frank Koenegracht (Rotterdam, 23 juli 1945)
Rotterdam

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e mei ook mijn blog van 29 mei 2024 en ook mijn blog van 29 mei 2022 en ook mijn blog van 29 mei 2021 en ook mijn blog van 29 mei 2019 en ook mijn blog van 29 mei 2018 en eveneens mijn blog van 29 mei 2016 deel 2.

Ad Zuiderent, Vladislav Chodasevitsj

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

Einde van het feest

je had geen hand meer over
om een hand te geven
en om een houding aan te nemen
zei je dat je me straks nog zag
waar wist ik niet
ik heb niet lang gewacht

soms proef ik de restanten van paté
soms vallen schalen uit een hand in gruis
soms hoor ik stemmen bezig bij de vaat
maar die van jou breng ik daar niet uit thuis

 

Herfst in het hoofd

Alsof ik blijvend bloos, zo gloeit mijn hoofd.
Geknield heb ik vandaag verstek gezaagd,
de nieuwe vloer geplint, terwijl het goot.

Het is november; onder vrienden
sprak je dan van hoe je dacht dat straks
je dood zou komen – als een druppel.

Nu niet. Nu wordt de herfst benut
om aan het werk een gladde rand te geven.
Het hoofd voorziet zich nog wel van gedachten,
maar door de mond komt geen ervan tot leven.

Vandaar die rode kleur? Of word ik oud?
De dag loopt af. Wij drinken op het plint
als op een kist met goudbeslag. ’t Werd tijd.
‘Altijd november,’ denk ik, ‘altijd regen.’
Zo’n regel loopt, en raakt mij nooit meer kwijt.

 

Winterlandschap

Vergeefs sla ik gesloten ogen op;
daarmee sluit mij het landschap in zich op
dat mij voor dag en dauw en kou voor ogen stond:

een man fietste voor ’t laatst de polder in
op zoek naar stilte als een vruchtbegin,
en wolkjes adem condenseerden bij zijn mond.

Winter als op een Hollands schilderij.
Maar waar de mensen waren? Misschien bij
de kachel thuis, of op de achtergrond in mist.

Vooroorlogse ontroering gaf
deze verbeelding mij, als had
ik mij, nu nevels dichter werden, in de tijd vergist.

Wat moest ik met de mensen? Gedachten
vielen als een vormloos pak in zachte
sneeuw – een witte vlek betekende: een man die afstapt.

Vergeefs sla ik gesloten ogen op;
daarmee sluit zich de man in mijn geheugen op
tot dit in fijne sneeuw verdwijnt. Wat blijft is landschap.

 

Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

 

De Russische schrijver en dichter Vladislav Felitsianovitsj Chodasevitsj werd geboren in Moskou op 28 mei 1885. Zie ook alle tags voor Vladislav Chodasevitsj op dit blog.

 

Zonder woorden

Je toonde het mij zonder woorden –
hoe onberispelijk schoon je wist
met fijne steken te omboorden
de zomen van het blank bastist.

En ik bedacht hoe mijn bestaan
langs het licht weefsel van het wezen
als draad achter Gods vingers aan
beweegt in steken net als deze.

De steek is zichtbaar, dan weer zoek,
van dood naar leven gaat en keert hij…
en ik bezag daarna je doek
glimlachend, lieve, van de keerzij.

 

Vertaald door Marko Fondse

 

Vladislav Chodasevitsj (28 mei 1885 – 14 juni 1939)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2023 en ook mijn blog van 28 mei 2019 en ook mijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.