Herfst (Hélène Swarth), Inge Boulonois, Olga Kirsch

 

 

Herfstlandschap door Vincent van Gogh, 1885

 

Herfst

Nu rijpt de herfst de rijkgebronsde peren;
De sappige applen glansen, rood en goud,
En prachtig prijkt, gelijk een tooverwoud,
Het bosch, dat groen in purper doet verkeeren.

Krachtige balsemgeur uit kreupelhout
Van eiken stroomt mij tegen, zilvren veêren
Doorstrepen ’t reine luchtblauw en vermeeren
Tot éen wolk, die de zon gevangen houdt.

Nu vul die vaas met gele October-rozen,
Leg blauwe druiven op die blanke schaal,
Tusschen de trossen laat de perzik blozen
Als avondrood, en loof als bloedkoraal
Van wilden wingerd blij mijn blik verpoozen,
Die symphonieën zoekt in kleurentaal.

 

Hélène Swarth (25 oktober 1859 – 20 juni 1941)
Amsterdam, de geboorteplaats van Hélène Swarth

 

De Nederlandse dichteres en schilderes Inge Boulonois werd geboren in Alkmaar op 23 september 1945. Zie ook alle tags voor Inge Boulonois op dit blog.

 

Herfstvakantie

Op naar de zon, een mens móét recreëren!
Vanaf Schiphol vertrekt weer vlucht na vlucht
De kerosinedamp vervuilt de lucht
En hoe gaan wij dit vliegen compenseren?

Standvastig doe ik mijn klimaatplicht hier:
Braaf drink ik met een rietje van papier

 

De dichtgetijden

Hier peest en racet de postmoderne geest:
we moeten dringend dit en instant dat,
bij voorkeur weer wat anders dan men had;
zelfs de Parnassus schoeit op snelle leest.

Geen tijd voor metrum, rijm, superbe vorm,
poëten braken trendy losse flodders,
veelzeggend als met verf gesmeten klodders;
het stijlloos vrije vers brak uit, werd norm.

Een leger dichters lijdt zwaar aan de tijd
want vrijheid remt de creativiteit
en verkoop van hun bundels blijft stagneren.

Maar binnenkort zal deze trend wel keren,
de ware muze kan niet zonder wetten:
straks dweept de avant-garde met sonnetten!

 

Kunstmatige intelligentie

Da’s makkelijk, het lijkt me je van het!
Die bot wordt al gebruikt op grote schaal
En schrijft in ijltempo een lang verhaal
Dus vraag ik hem een kloppend snelsonnet

Helaas, ‘kunst’matig heeft echt niets van kunst
Ook ‘matig’ klinkt té positief: hij klunst

 

Inge Boulonois (23 september 1945 – 3 december 2024)

 

De Zuid-Afrikaanse / Israëlische dichteres Olga Kirsch werd geboren in Koppies in de Oranje Vrijstaat op 23 september 1924. Zie ook alle tags voor Olga Kirsch op dit blog.

 

Aan de verhuizers

Draag ze voorzichtig, vrienden,
want sierpotten en aardewerk,
fijn porselein en teer glas
herbergen een leven –
met zijn dromen
en verlangens – in zich;

Draag ze voorzichtig, mededragers,
want het gewicht
van een veren bed,
tafels en een bureau
drukt tegen het broze
geraamte van de kist;

Draag ze voorzichtig, rechters,
want het oordeel
over mijn kleine bestaan
ligt besloten
in foto’s, boeken
en een geliefde oude leunstoel;

Draag ze voorzichtig, goden,
want het porselein van het hart
is kwetsbaar en vatbaar
voor diepe pijn
en kwetsbaarheid:
de kratten van een leven
kunnen zo gemakkelijk breken.

 

Olga Kirsch (23 september 1924 – 5 juni 1997)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e september ook mijn twee blogs van 23 september 2018.

Jaap Harten, Dannie Abse

De Nederlandse dichter en schrijver Jacobus Cornelis (Jaap) Harten werd geboren in Blaricum op 22 september 1930. Zie ook alle tags voor Jaap Harten op dit blog.

 

Jeugd

II

Wij sloegen wegen in
die met een sterke geur
van mest en winter
de middag tegemoet kwamen.
Wij zagen de hemel zich kleuren
met vossenrood toen de zon
wegreed in zijn zegekar en het land
achterliet aan vuursteen en hout.
Wij slopen over de paden
als soldaten op verkenning,
droegen een riem om ons
middel en het staal van
een roestig mes op
onze blote huid.

Wij verbrandden in de bossen
alle dode leefregels,
wij hurkten bij vuurtjes met
de schutterigheid van pubers,
wij waren jong als sap en
sterker dan kabeltouw.
Wij dachten niet meer aan

de ouderen, die uit een
vitaal tekort, bij gebrek
aan ruimte, alles uit
de helderheid wegzetten,
liefde en haat in dozen
borgen, in donkere laden
waar hun gevoel als
een kapotte batterij
stierf uit armoede.

Wij waren jong als sap
en sterker dan kabeltouw.
Wij hadden onze melktanden
verloren en daarvoor in
de plaats een mond vol
rauwe woorden. Wij woonden
niet meer als onze voorvaderen
op de rand van het ijs
maar in de kop van het vuur
of de vuist van het duister
en leefden een leven dat
niet mocht, omdat het vochtig
was als jong vel, en woonden op
de verborgen zolder van de droom.

 

Klokken en niets dan tijd

Uit zilver en glas zijn
de instrumenten gemaakt
waarmee wij de tijd meten,
maar kennen wij ook
die tijd? Wij kennen
onze angst, die sputtert
als een oliepit en soms dooft,
wij kennen geluk en wondpijn –
de koorts van die wond al minder.

Maar de tijd blijft een dunne adem
waaronder wij leven, vechten
of popelen van liefde,
de tijd is een geruisloze wind
die verandering, als spionnen,
onder zijn mantel meevoert.

En als hij kleur bekent
zien wij het niet – of te laat.
Met het oog op onszelf gericht
zien wij wel het vuur binnen
ons, blussen wij met koele
bekers, maar zien te laat

de weg die onheilsboden
nemen onder de zon.
En later, wanneer het voorbij is,
vragen we: wat was het?
Een windstoot of wapengerucht?
Een fel opstekend onweer?

Niemand weet het dan meer.
Waarom werd Troje veroverd?
De één zegt: om Helena.
Een ander: om de ijzervoorraad
te vermeerderen van de Grieken.
Wat was het: een vrouw of erts,
waarvoor legers hoog hielden
de tekens van hun gevechtswaarde?

 

Jaap Harten (22 september 1930 – 2 december 2017)
Portret door Ringo Mollinger, 1984

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

MYSTERIËN

’s Nachts, weet ik niet wie ik ben
als ik droom, als ik slaap.

Wakker geworden, houd ik mijn adem in en luister:
een duimnagel krast over de andere kant van de muur.

’s Middags ga ik een zonverlichte kamer binnen
en neem er waar dat er zonder enige reden de lamp brandt.

Ik hoorde nu wel te weten dat je weinig octaven kunt horen,
dat een visioen sterft als je er te lang naar staart;

dat zelfs de hele geboekstaafde geschiedenis
maar wat geklets is in een grote stilte;

dat een magnesiumflits nog niet één enkel moment
het onzichtbare kan verlichten.

Ik klaag niet. Ik ga uit van het zichtbare
en het zichtbare ontstelt mij.

 

Vertaald door C. Buddingh’

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e september ook mijn blog van 22 september 20919 en ook mijn blog van 22 september 2018 deel 1 en deel 2.

Xavier Roelens, Leonard Cohen

De Vlaamse dichter Xavier Roelens werd op 21 september 1976 in Rekkem (Menen) geboren. Zie ook alle tags voor Xavier Roelens op dit blog.

 

1952

guust scheurt en knipt uit de foto wie vergeten is en zelfs meer. ook de
jongen die als straf na school de sjaal moest zoeken die hij nochtans
niet verstopt had, niet hij, deed de schoolpoort open en vertrok. ook de
jongen die in vaders schuif tastte, raderen en veren en wijzers betastte,
verdween finaal tussen de onderdelen voor vader zijn vingers kon
pletten. ook de jongen die zijn schooleten plette, ook die knipt hij uit.
en de jongen die ooit in de kleedkamer met zijn handdoek tegen
guusts blote kont kletste, is al lang gesmolten. en de jongen die een
krekel had gevangen, heeft ook de lente niet gehaald. en de jongen die
wou lopen met een pet over zijn ogen maar al na drie meter viel en de
enige lange broek scheurde die zijn ouders zich konden veroorloven,
is ver van huis. en ik die het warm kreeg achter in mijn broek en de
jongen die zijn mond vulde met crème glace in ruil voor zijn
amandelen en de jongen die bij het kippenhok regenwater oplepelde,
wij die ooit samen met guust rondhuppelden in de sneeuw, zien nu
onze sporen uitgewist. knip. knip. knip. en dan prikt hij nog van haar
bank de non die hem klappen gaf omdat hij te rommelig knutselde,
waarna moeder hem klappen gaf omdat hij klappen had gekregen. en
de plukjes hemel. en de bank als brandhout. en het gras. hij houdt
slechts zichzelf over, houdt zelfs zichzelf niet over.

 

1956

de smurfen zien smurfen op smurf smurfen kijken op een smurf
waarop zij smurfen kijken waarop smurfen die smurf kijken waarop
nonkel bob en tante terry te zien zijn
    kom, kom toch kijken smurfin!

maar smurfin zit in een zetel, nog voor de dag begint in een zetel tussen
twee teddysmurfen, nog niet aangekleed in een versleten,
stoffen zetel met houten leuningen en zij, nog net niet versleten, nog
voor het grauw van buitenwereld begint, hoort
    kom, kom toch kijken smurfin!
en brilsmurf ijsbeert voor het scherm want grote smurf dit en grote
smurf dat en als gargamel wat, maar als knutselsmurf zich ergert
omdat alles hetzelfde blijft en moppersmurf omdat alles verandert,
hangen ze samen brilsmurf met zijn muts aan een haak in de gang en
gaan op een pleintje spelen; speelgoed is niet nodig, ze spelen smurfje
en smurfen vakjes van een tot tien en gooien met een kiezel
     kom, kom toch kijken smurfin!
en voor gargamel is het ja en inderdaad, alleen zijn. geen broer of zus.
niet echt eenzaam, maar alleen. hij zit op regenachtige dagen smurfen
te knutselen en bomen waarachter ze zich mogen verstoppen en waar
hij ingenieuze valstrikken in bouwt. want smurfen wonen in een
gezondheidskolonie in een bos van zon, dat heeft hij uitgeplozen,
staan dicht bij bevroren bladeren en ijs. ze snuiven de geur en kou
diep in hun blauwe longen, tot
    kom, kom toch kijken smurfin!
klunssmurf uitglijdt op het meer. zijn buil zwelt en doet zeer. ze
dragen hem snel naar grote smurf die net de drinkbeker aan het
bijvullen is voor de slakken in hun vogelkooi.

 

Xavier Roelens (Rekkem, 21 september 1976)

 

De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Zie ook alle tags voor Leonard Cohen op dit blog.

 

Hoeveel mensen in deze stad?

Ik vraag me af hoeveel mensen in deze stad
in gemeubileerde kamers wonen.
Laat in de nacht, als ik naar de gebouwen kijk:
ik zweer dat ik in elk raam een gezicht zie,
dat naar me terugkijkt,
en als ik me omdraai,
vraag ik me af hoeveel er teruggaan naar hun bureau
en dit opschrijven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Leonard Cohen (21september 1934 – 7 november 2016)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e september ook mijn blog van 21 september 2021 en ook mijn blog van 21 september 2020 en eveneens mijn blog van 21 september 2019 en ook mijn blog van 21 september 2018.

Conor O’Callaghan, Owen Sheers, Dannie Abse

De Ierse romanschrijver en dichter Conor O’Callaghan werd geboren op 20 september 1968 geboren in Newry. Zie ook alle tags voor Conor O’Callaghan op dit blog.

 

Fall

To unbalance. To keel over, accidentally, or submit to the pressures of gravity.
To plummet in worth, especially currency.
To lose altitude. To take place at some pre-ordained time and date.
To swallow tall tales at face value.
To lag such a distance back along the trail as to disappear from view.
To surrender, especially a country,
to the enemy camped in its margins for all of two nights and three days.
To vanish from the radar of grace.
To have no qualms any longer when it comes to telling friends and foes alike
precisely where to stick
their olive branches. To be the kind of sap who lapses now and then
into clandestine amorous crushes.
To indulge a whole continent its own broadleaf syllable for autumn.
To arrive back unexpectedly in the afternoon
and happen upon yourself dancing a single-handed two-step on the landing
to Bechet’s ‘As-tu le Cafard?’
To go, especially too far. To leave some unknown pal a shot behind the bar
and teeter out upon the dawn,
its parabola of stars, as wobbly on your pins as any newborn foal.
To bolt awake on a balcony
and see the horizon’s twinset of Med and azure in the Blinky Palermo abstract
that has lain open in your lap.
To realise the only part of flight you can handle is that moment after take-off
into a blank of unmarked blue.
when you feel like a kite getting nowhere fast or a balloon strung out on helium.
To listen to sound effect CDs so often
every track eventually returns to the common denominator called ‘wind in trees’.
To think the hymns of Ulrich Zwingli funny.
To praise a glass half full of homespun pear brandy that tastes of lighter fuel.
Also, to dwell on the bruise
of one dropped apple. Also, to descend and keep descending until it becomes
a sort of modus vivendi, a buzz.
Also, to stumble and nonetheless to continue, and always to be happy to go down
in history as anybody’s fool,
and somehow to believe in parachutes, and still to find it within you to forgive
the leaves whatever it is leaves do.

 

Conor O’Callaghan (Newry, 20 september 1968)

 

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

Uit: Ik zag een man (Vertaald door Inge de Heer)

“Achter dit hek boog een treurwilg naar een van de zwemvijvers op de Heath. De afgelopen maand hadden die vijvers een laag kroos gekregen, dat verrassend helder van kleur was. Een paar minuten daarvoor had hij nog gehurkt zitten kijken naar een koet die zich er een weg doorheen kliefde, knikkend met haar nonnenkop, met haar kuikens zigzaggend in haar kielzog. Toen hij in de keuken stond luisterde hij nogmaals of hij iets hoorde. Het was niets voor Josh en Samantha om weg te gaan zonder hun huis af te sluiten. Hij wist dat Samantha het weekend op stap was met haar zus Martha. Maar hij dacht dat Josh en de meisjes thuis waren gebleven. Toch was het stil in huis. De enige geluiden die hij hoorde kwamen van de Heath achter hem: een blaffende hond, het gekwebbel van mensen die in de verte zaten te picknicken, de plons van een duiker in de zwemvijver voorbij het wandelpad. Dichterbij, in de tuin van  een van de buren, hoorde hij een sproeier, die op de middag in begon te hakken. Het was zo stil in huis dat deze geluiden vanaf zijn plek in de keuken al het karakter hadden van herinneringen, alsof hij een drempel in de tijd over was gegaan in plaats van een drempel van een huis. Misschien had Josh een briefje achtergelaten. Hij liep naar de koelkast om te kijken of hij er een zag. Het was een breed, matstalen Amerikaans model, met een in de deur ingebouwde ijsmachine. Over het hele oppervlak van het apparaat hingen papieren – een hoeveelheid waarmee je een bureau kon vullen -vastgemaakt met koelkastmagneten met Rothko’s. Michael bekeek de afhaalmenu’s, boodschappenlijstjes en verzuim-briefjes voor school, maar die gaven hem geen van alle een aanwijzing waar Josh zou kunnen zijn. Hij wendde zich af van de koelkast en keek het vertrek rond, in de hoop iets te vinden wat zou kunnen verklaren waarom de achterdeur niet op slot zat terwijl er niemand thuis was. Net als de rest van hun huis was de keuken van Samantha en Josh degelijk en royaal. De gestreepte schaduw van een jaloezie viel op het kookeiland in het midden, met een oven, twee kookplaten en een professionele verzameling kookgerei. In de serre, aan de andere kant van de ontbijtbar, stonden een doorgezakte bank en twee leunstoelen met potplanten eromheen. Okerkleurige rolgordijnen waren langs de ramen neergelaten. Aan het uiteinde van de keuken stond een ovale eettafel, en daarboven hingen de Nelsons.”

Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

Röntgenfoto

Men stroopt zeebodems af of jaagt naar sterren
en, moeder, maniakken lichten elke tegel
of openen graven voor dat sterrenlicht.
Sommigen willen álles openen.

Harvey, de bloedsomloop en Freud, de omloop
van onze dromen, speurden eervol, worden
daarom geëerd, als alle onderzoekers.
Mensen die mensen zouden openen.

En dan die anderen, met ziekten, moeder,
naar hen genoemd als grote straten: Hodgkin,
Addison, Parkinson – artsen die snel,
als eersten, bij elk wrang sterfbed komen.

Ik ben hun slome collega, half bevreesd,
ongeïnteresseerd. Als jongen al: je weet dat
mijn kleine hand een wekker nooit aan stukken
gepeuterd of een dode muis geflenst heeft.

Net zo mijn grote hand. Uit een witte mouw
strekt hij zich, moeder, houdt voor ’t glanzend scherm
jouw röntgenfoto op. Mijn ogen kijken
maar willen niet; ik wil nog steeds niet weten.

 

Vertaald door W. Hogendoorn

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor de schrijvers van de 20e september ook mijn blog van 20 september 2022 en ook mijn blog van 20 september 2021 en ook mijn blog van 20 september 2020 en eveneens mijn blog van 20 september 2019 en ook mijn blog van 20 september 2018.

Orlando Emanuels, Crauss

De Surinaamse dichter en schrijver Orlando Emanuels werd geboren in Paramaribo op 19 september 1927. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Orlando Emanuels op dit blog.

Uit: Iets van waarde

“Mams,
Voor ik contact met je maakte wilde ik even met mezelf in balans komen en nu ik bijna een week van huis ben na mijn abrupt vertrek, is de storm in mij enigszins geluwd en adem ik de vredige kalmte om mij heen gretig in.
De kamer waarin ik mijn intrek heb genomen kijkt uit op een kinderspeelplaats, vanmiddag zaten daar twee jongens op een wip en een meisje met een rode strik in het haar vermaakte zich op de schommel. Op een bank dichtbij zat een vrouw, waarschijnlijk de moeder van de spelende kinderen, met een boek in haar schoot.
Het zou natuurlijk makkelijk geweest zijn naar de telefoon te stappen om met je te praten, maar ik heb bewust gekozen voor een brief. Een van de weinige dingen in het leven, waar de mogelijkheid tot kiezen ontbreekt is het bepalen van je ouders, die krijg je toegewezen. Heus mams, ik ben de kosmos of welke instantie dan ook, die verantwoordelijk is voor de keuze van jou als mijn moeder, heel erg dankbaar. Had ik zelf mogen kiezen, misschien had ik misgegrepen. Bij de relatie van paps en mij ligt dat wel enigszins anders.
Toen ik van de middelbare school kwam en aan tafel vertelde dat ik journalistiek wilde doen, beschouwde hij dat als volkomen onzin, evenals al mijn andere verlangens. Weet je nog hoe schamper hij had gelachen?
Jij, had hij gezegd, terwijl hij zijn bord van zich afschoof, jij had op je elfde jaar ook al van die wilde fantasieën, je zou schrijfster worden. Gelukkig heb ik je dat uit het hoofd kunnen praten, een Derde Wereldschrijver is op een enkele uitzondering na een elitaire hongerlijder! Toen hij opstond, was dat resoluut zoals altijd wanneer hij voor jou of voor mij een beslissing neemt. Ik weet dat zijn verbittering voortspruit uit het feit dat zijn enig kind een dochter is en geen zoon.
Zover ik mij kan heugen heeft hij vrouwen altijd bezien zoals een oosterling dat doet. Hij houdt van zijn vrouw en dochter precies zoals hij gesteld is op zijn Mercedes en zijn gouden horloge, bezit zonder recht op eigen emoties en dromen. Met zijn enorme kennis en reputatie die hij heeft opgebouwd als een van de meest vooraanstaande economen
van het land en hoog aangeschreven financieel adviseur van opeenvolgende regeringen, heeft hij het voorrecht en misschien ook het recht om voor anderen over veel te beslissen. Daar valt mijn beroepskeuze echter niet onder!”

 

Orlando Emanuels (19 september 1927 – 13 maart 2018)

 

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook alle tags voor Crauss op dit blog.

 

Beuel Rheinaue

De wereld wankelt,
voor onze ogen beeft ze
opnieuw, terwijl wij, op een schommelende
brug, een zonsondergang in Bonn tegemoet
deinen. a slight glimpse of a hand holding, dan
luiden de klokken ons terug naar de vertrouwde
smalle steegjes. De tafel is gedekt, gegeten wordt
op blote voeten en met weemoedig gehemelte:
de wijn drinken we nu, de druiven
bewaren we voor ’s nachts.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Crauss (Siegen, 19 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e september ook mijn blog van 19 september 2024 en ook mijn blog van 19 september 2021 en ook mijn blog van 19 september 2020 en eveneens mijn blog van 19 september 2018 en ook mijn twee blogs van 19 september 2011.

Koen Stassijns, Owen Sheers

De Vlaamse dichter, schrijver en vertaler Koen Stassijns werd geboren op 18 september 1953 in Ninove. Zie ook alle tags voor Koen Stassijns op dit blog.

 

De wandeling

1

Ik wandelde vandaag een doodstuin in.
Oktober. Bomen bliezen uit. Er hing
nog rilling om de kruinen, binnenin
leek alles opgeruimd. Zo oogt herinnering.

Ik zag een pop, een huis, een grabbelton,
wat scherven. Als had een kind het daar pas
uitgestrooid. En het speelde. Het verzon
een beter woord voor alles wat hier was.

En alles kreeg zijn plaats, de lege bomen,
het wachten op de vogels, die er niet meer
waren, wat geen naam had, en wie niet.

Mijn wachten ook, op wat voorbij was gegaan
als ik er niet was geweest, niet stil had gestaan
bij het weinige dat ons beweegt.

2

Dus gingen we maar. Tot waar de stenen steeds
geduldig zijn. Samen. Zoals nooit voorheen.
Er hing een zon die zonder omzien scheen
en wij leken een vlek, gaandeweg, eindweegs.

Achter een hek, in een belendende weide
stond een schimmel, op zijn dooie gemak,
naar dat geschuifel, waar het toe leidde.
Als een lakei, oog op oneindig, lak.

Herfst kwam hem de neusgaten uit. Geen blad
liet los van een tak, en wij schoven trager
aan de gedachte voorbij dat ook dat

voorlopig was. Iemand wendde het hoofd af
toen een gehinnik het gelui overstemde.
Verder was het een dag waar niemand om gaf.

 

Het doodsbed

Kantelend licht. De avond is een kaars
die over haar gezicht een eiland legt.
Landschappen varen voorbij en zij is het
laken waarop nu alles wordt gezegd.

December. Bloemen klampen ramen aan,
broodkruim lijnt de perken af, verstikt
hun zucht. Het huis stokt in de kelen staan
de klinkers amper overeind. En ik vlucht

naar haar hals waarop een archipel bloedt,
ingebrand snoer van smaragd. Wie hangt
haar op, de ets die ik van haar bewaren moet,

het vergezicht dat stolt op haar huid, de
schreeuw die uitrolt op mijn hand? Zij zwijgt,
zij weigert elk geluid. In haar is alles uit.

 

Koen Stassijns (Ninove, 18 september 1953)

 

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

 

Erfenis

Naar R.S. Thomas

Van mijn vader gestotter
als een stok in de spaken van mijn spreken.
Een vermoeid knipperen,
een behoefte om mijn botten
bij de kale steen van de heuvel te hebben.
Een voorliefde voor de orde van kaarten
en de chaos van slecht weer.

Van mijn moeder
een gevoeligheid voor de pijn in het genot.
Het blauwe erts van de blik,
stille momenten naast een nat paard
dat opdroogt in een stal vol regenrumoer.
De draaibank van een schrijnwerker
die feit in fabel verandert.

En van hen beiden —
een verlangen naar wat zij smeedden
in hun gedeelde leven;
het beproevend onder de harde hamer van de jaren,
gloeiend heet in de kern,
donker afgekoeld aan de zijden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn blog van 18september 2020 en ook mijn blog van 18 september 2018 en ook mijn blog van 18 september 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en eveneens deel 3.

H.H. ter Balkt, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

Verkeerde raadhuizen

Hartelijk lachend zit je
In de verkeerde raadhuizen
En zachtjes huilend zit je
In de verkeerde raadhuizen

Verkeerde raadhuizen, zijn
Alleen maar verkeerde raad-
Huizen; ook goede raadhuizen
Zijn de verkeerde raadhuizen

Alleen je eigen bleue hals
Draagt het goede raadhuis dat
Misschien het verkeerde maar
Toch het enige raadhuis is

 

Het klavertjevier

Daar staat hij, het klavertjevier,
uit de tent huilt de Diamond Dogs
en ook het kleine klavertje huilt
want geen hond wou hij zijn, nee,
ook niet dat roestige blikje, nee,
van zijn plaatsje wou hij weggaan,

wilde zijn worteltje oppakken en
wandelen naar waar het licht was,
daar waar geen blikjes rammelden en
doodziek roestbruin bloed ophoestten
naar hem, het arme klavertjevier.
‘Ach, kwam ik maar van de Antillen!’

‘Hing ik als wijnrank in een tuin
in Frankrijk! Had ik de Duitse hoed
van de Hanekam, wortels net als de eik!’
Geloof mij, al wat bos en veld stof-
feert met vaak bezongen bladerpracht,
dat snikt soms droef de Internationale mee.

Daar staat hij dan, het klavertjevier.
Op de asfaltweg bromt de bus van 20 u 7.
Ja, de zeven die zal er niet bij zijn;
kom nou! Uit de blauwe tent kwam zij toen,
het meisje, zo mooi dat het groene bloed
van eik en grassen stilstond in de vaten.

In de zoete zomeravond van juni of juli,
jullie marskramers weten wat ik bedoel,
heeft zij vrolijk geplukt t klavertjevier,
het aan haar borst gedrukt, en rennende
naar de halte waar de bus optrok, stof, stof,
terwijl zij niets zag dan t klavertjevier,
stof, stof! rent t klavertje naar de sterren.

 

Dennebos

Het uithangbord van ons gilde
is de onbeschilderde denappel, ei

van de dennen. Ongeverfde negorijen
doemen op waar de denappel uithangt.

t Plaveisel zand, de rede sagen.
Het zand knerst waar de dennen waaien.

 

H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Om een oude dame te wekken

Ouderdom is
een zwerm kleine
tjilpende vogels
scherend
langs kale bomen
boven verijsde sneeuw.
Stijgend en vallend
wordt het ze lastig gemaakt
door een donkere wind –
Maar kijk!
Op harde ruigtehalmen
is de troep neergestreken,
de sneeuw
ligt vol geschilferd
kaf
en de wind wordt getemperd
door een hoop
schril gepiep.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
Zelfportret, 1914

 

Zie voor de schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2020 en eveneens mijn blog van 17 september 2018.

Alfred Schaffer, Breyten Breytenbach

De Nederlandse dichter Alfred Schaffer werd geboren in Leidschendam op 16 september 1973. Zie ook alle tags voor Alfred Schaffer op dit blog.

 

Politiek voor beginners

Je staat te glunderen, alsof je al gewonnen hebt. Of wil je de
menukaart zien? Lieveling, er trok vandaag een optocht door
de straat, er was confetti, er waren voorzorgsmaatregelen, er
was genoeg voor iedereen. De dag stond bol van nijverheid.

Dit is geen gezeur, dit is de kolder in m’n kop, secondewerk.
En dit hier liep ik in de oorlog op, ik was een scherpschutter,
ik schoot met scherp, waande mij een voorvader, mijn bleke
snufferd in alle soorten en maten. Zo ging dat in die tijd van

voor de nieuwsberichten, wie niet deugde kon bij het grofvuil.
Ik moest tot inkeer komen, kwam tot inkeer en toen wilde ik
naar huis – tussen de flats laat jij je hondje uit, het kinderspel,

de graffiti, het gekef, alles in nostalgisch zwart en wit. Luister,
brult de meester. Eendracht, klaagt de meester. Wie de schoen
past, begint de meester. Maar wat het ook was, het is verleden.

 

Het persoonlijk magnetisme

Kijk eens naar rechts en vertel me wat je ziet.
De constante verandering,
nu al onderdeel van onze dagelijkse routine.

Dit is de grote dag,
de dag van het titelgevecht en het spontane compliment.
In de drukte zoek je naar het gat
in een gesprek en als op een teken lijkt de aandacht te verschuiven
naar geluiden buiten.
Het blijft vragen naar de bekende weg, een vloeiende beweging
van aantrekken en afstoten.

Onze speelsheid een nieuwe vorm van liefdewerk:
de kortstondige toewijding, het verrassend perspectief.

Zo te horen is het vrijgezellenfeest hiernaast een groot succes.
Maar laat je niet afleiden,
hier gelden andere wetten.

 

De dageraad stokt in zichtbaarheid

Hij ligt op zijn buik naast de bank, het televisielicht werpt
een zenuwachtig schijnsel op alles wat hier achterbleef.
Dit is nog net geen verhaal. Zijn ogen staan verbaasd, zweet
druipt van zijn voorhoofd, de mond klapt open en dicht.

Het is zaterdag of zondag, onbewolkt, een prachtige gelegenheid
voor een wandeling in het park, een bezoek aan de kermis.
De klok slaat zes: al die uren waarin hij zich heeft leeggeschreeuwd,
zich probeerde los te rukken, oorzaak en gevolg verwarde.

Een zeehond, blind of gewond, kruipt als vanzelf terug
naar het vrieskoude water, hoe ver ook, onder het ijs voorvoelt hij
de eerste sensaties van diepte als de uitkomst van een belofte.
Een dik rood spoor verklaart zijn tocht in minuten of dagen.

 

Alfred Schaffer (Leidschendam, 16 september 1973)

 

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

zeelandschap

– And this very moment, this very world will be Eden – Enderby

kijk neer in de donkere spiegel kameraad
hoe jagen de palmen de wind achterna
kijk naar de zon,
ergens in jou schuilt de onvervoegde kracht
het roodborstje breekt ritmisch zijn kristallen pijn
in vermiljoenen vocalen
ergens in jou puilt de onvervoegde kracht
en de onverzadigbare engel teert in jouw stilte
vreet aan de zon
al geringer wordt het niks om het woord
ringen, ringen, ringen
wrijf je lippen aan het donker af
aan het lijk van de zon
en kijk hoe de stilte stralend over je kust breekt
tot het onvernietigbare sterk en blind zo
glanzend stinkt: de rictus, kameraad

 

Vertaald door Adriaan van Dis

 

Breyten Breytenbach (16 september 1936 – 24 november 2024)

 

Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2025 en ook mijn blog van 16 september 2021 en ook mijn blog van 16 september 2020 en eveneens mijn blog van 16 september 2019 en ook mijn blog van 16 september 2018.

Chimamanda Ngozi Adichie, Gunnar Ekelöf

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

Uit: Dream count (Vertaald door Adiëlle Westercappel)

“Ik heb er altijd naar verlangd om te worden gezien voor wie ik ben, om écht te worden gezien door een ander mens. Soms leven we jarenlang met verlangens die we niet kunnen verwoorden. Tot er een scheurtje in de lucht ontstaat en de hemd openbreekt en zichzelf aan ons openbaart, zoals met de pandemie, want het was tijdens de lockdown dat ik mijn leven begon uit te pluizen en woorden schonk aan zaken die lang niet in woorden konden worden uitgedrukt. Mijn oorspronkelijke bedoeling was om optimaal gebruik te maken van deze collectieve afzondering; als ik toch alleen maar binnen mocht blijven, zou ik elke dag mijn broze edges insmeren met olie, acht grote glazen water drinken, op de loopband rennen, overdadig lang slapen en dure serums op mijn huid deppen. Ik zou nieuwe reisverhalen schrijven op basis van ongebruikte kladjes die lagen te verstollen en als de lockdown lang genoeg zou duren, zou dat misschien eindelijk dat duwtje zijn dat ik nog nodig had voor een heel boek. Maar al in de eerste week belandde ik in een neerwaartse spiraal, verdween ik almaar dieper in een eindeloze tunnel. Woorden en waarschuwingen walsten om me heen en het voelde alsof alle vooruitgang die we als mensheid hadden geboekt omsloeg naar een eeuwenoude staat van verwarring die nu al lang en breed voorbijgestreefd had moeten zijn. Raak je gezicht niet aan, was je handen, ga niet naar buiten, gebruik ontsmettingsmiddel, was je handen, ga niet naar buiten, raak je gezicht niet aan. Wanneer ik mijn gezicht waste, telde het dan als aanraken? Ik gebruikte altijd een washandje, maar op een ochtend streek ik per ongeluk met mijn blote hand langs mijn wang en verstijfde ik terwijl het water uit de kraan bleef lopen. Het deed er niet toe, vast niet, ik was immers nooit naar buiten geweest, maar wat betekende ‘raak je gezicht niet aan’ en ‘was je handen’ wanneer niemand wist hoe dit was begonnen en wanneer het zou eindigen of zelfs maar wat het eigenlijk was? Ik werd elke dag in doodsangst wakker met een hart dat onwillekeurig in mijn borstkas bonkte en soms drukte ik mijn hand ertegenaan en hield hem daar even. Ik zat alleen in mijn huis in Maryland, in de kleinsteedse kalmte, met benauwende wegen begrensd door bomen die zelf leken geluwd door de stilte. Er reden geen auto’s. Ik keek naar buiten en zag een kudde herten voorbij schrijden over het veld dat mijn voortuin was. Een stuk of tien herten, misschien wel vijftien, heel wat anders dan de eenling die ik af en toe schichtig in het gras zag grazen. Ik werd bang van ze, van hun ongebruikelijke bravoure, alsof mijn wereld op het punt stond te worden overgenomen, niet alleen door herten maar door andere wezens die op de loer lagen en waarvan ik me geen voorstelling kon maken.”

 

Chimamanda Ngozi Adichie (Enugu, 15 september 1977)

 

De Zweedse dichter en schrijver Bengt Gunnar Ekelöf werd geboren op 15 september 1907 in Stockholm. Zie ook alle tags voor Gunnar Ekelöf op dit blog.

 

Euforie

Je zit alleen in de tuin met een zakboek, een broodje, je fles en je pijp.
Het is nacht maar zo kalm dat de kaars zonder flikkering brandt,
een weerschijn over de ruw-planken tafel verspreidt
en glinstert in fles en glas.

Je neemt een slok, een hap, je stopt je pijp en steekt hem aan.
Je schrijft een paar regels en overpeinst een ogenblik
de veeg van avondrood op weg naar morgenrood,
de zee van wilde kervel, groenwit schuimend in de schemer van de zomernacht,
geen vlinder om de kaars maar muggenkoren in de eik,
de bladeren verstild in de lucht… En de esp die in windstilte ritselt:
De hele natuur krachtig in liefde en dood om je heen.

Als was het de laatste avond voor een lange, lange reis:
Je hebt het biljet in je zak en eindelijk alles gepakt.
En je kunt de nabijheid van verre landen voelen,
hoe alles in alles begrepen is, begin en eind tegelijk,
hoe hier en nu je vertrek en je thuiskomst zijn,
hoe dood en leven krachtig als wijn in je werken!

Ja, één zijn met de nacht, één met mijzelf, met de kaarsvlam
die mij stil in de ogen ziet, ondoorgrondelijk en stil,
één met de esp die beeft en fluistert,
één met de bloemschermen die uit de duisternis leunen en luisteren
naar wat op de punt van mijn tong lag maar nooit werd gezegd,
iets dat ik niet zou verraden zelfs als het kon.
En dat het zuiverste geluk mij doorstroomt!

En de vlam klimt… Alsof de bloemen steeds dichterbij kwamen,
dichter en dichter, in iriserende glans, bij het licht.
Een huivering speelt door de esp, het avondrood krimpt
en alles wat onuitsprekelijk en ver was is onuitsprekelijk nabij.

 

Vertaald door Rita Verschuur en H.C. ten Berge

 

Gunnar Ekelöf (15 september 1907 – 16 maart 1968)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn blog van 15 september 2021 en ook mijn blog van 15 september 2020 en eveneens mijn blog van 15 september 2018 en ook mijn blog van 19 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Jenny Colgan, William Carlos Williams

De Schotse schrijfster Jenny Colgan werd geboren op 14 september 1972 in Prestwick, Ayrshire. Zie ook alle tags voor Jenny Colgan op dit blog.

Uit: Boven de wolken (Vertaald door Inge Pieters)

“Mijn overgrootvader, gezagvoerder Ranald Murdo MacIntyre van het City of Aberdeen Auxiliary Squadron 612 van de Royal Air Force, was niet zo groot. De meeste mensen vermoedden dat hij daarom zo’n fel mannetje was.
Hij was wel stevig, met een compact hoofd en een blik die je bijna uitdaagde om tegen hem in te gaan, als je de consequenties tenminste aandurfde. Hij was een van die mannen voor wie de oorlog een geweldige tijd was geweest, een groot avontuur dat zijn smalle kijk op de wereld vanuit een klein stadje aan de Schotse noordkust openbrak.
Hij ging meteen in dienst, bij de luchtmacht, in een tijd dat de levensverwachting voor RAF-jongens een maand of zes was. De eerste keer dat hij opsteeg in een Spitfire was hij meteen verkocht. Hij vloog zonder een spoor van angst alles en iedereen tegemoet bij de verdediging van de Firth of Forth en scheerde vaker dan strikt noodzakelijk gevaarlijk dicht langs zijn aartsvijanden – niet de Luftwaffe, grappig genoeg, maar 602, het Glasgow Auxiliary Squadron, hun rivalen van de westkust.
Vlak voordat zijn zes maanden erop zaten en de statistiek hem te pakken kreeg – niet dat Ranald MacIntyre daar veel mee ophad – zette de RAF hem in Leuchars aan de grond om de volgende lichting op te leiden, en de volgende, een taak die hij uitvoerde met hetzelfde felle enthousiasme waarmee hij het hemelruim had bestormd. En toen de oorlog voorbij was, was de kans dat hij weer aan het werk zou gaan op het keuterboerderijtje van zijn familie definitief verkeken.
Hij vond een vliegtuigje, een Cessna die hij ergens op de kop had getikt – volgens de verhalen zou het heel goed kunnen dat de RAF hem dat ding gegeven had, gewoon om van hem af te zijn, aangezien zijn lessen in suïcidale heldenmoed voor piloten na de oorlog een iets minder populair onderdeel waren dan voorheen – en begon meteen een luchtvaartdienst in de archipel, de majestueuze keten van eilanden die boven de noordkust van Schotland uitwaaiert en die tot dan toe alleen met het vasteland was verbonden via niet al te regelmatige veerpontverbindingen, of vaak gewoon met zeil- en roeibootjes.
De eilanden vonden dat ze het prima in hun eentje redden, dank u hartelijk, en dat ze deze goddeloze, lawaaiige, naar olie stinkende verstoring in hun jaarritme niet nodig hadden, tot ze het steeds handiger begonnen te vinden om een krant in handen te krijgen die maar één dag oud was, of dat ze naar de dokter konden, of zelfs een dagje uit konden plannen in de verleidelijke grote steden Oban en Inverness, met hun flonkerende lichtjes.”

 

Jenny Colgan (Prestwick, 14 september 1972)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Het gedicht

Alles zit hem in
de toon. Een lied.
Zelden een lied. Het moet

een lied zijn – bestaand uit
concrete dingen, wespen,
een gentiaan – iets
directs, een open

schaar, de ogen
van een dame – wakker
centrifugaal, centripetaal

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
In 1938


Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2020 en eveneens mijn blog van 14 september 2018 en ook  mijn blog van 14 september 2017 en ook mijn blog van 14 september 2015.