De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.
Uit: Kroeglopen 2 (Een rondje)
“Een paar weken terug is ome Jan plotseling gestorven. Op weg van de kroeg naar zijn kamertje zakte hij in de steeg als een lampion in elkaar en was meteen elders. Het hart, hè. De vaste jongens hoorden het pas de volgende ochtend, toen ze aan de tapkast stonden uit te wasemen. Ze zeiden eerst dat je ’t je eigen niet kon voorstellen. Toen namen ze een pilsje en zeiden dat ze, even zo vrolijk, tékenden voor zo’n dood.
‘Ze hebben ‘m uitgedraaid als ’t knoppie van ’t licht,’ zei de kastelein. ‘Wat kun je nou mooier hebben?’
En dan, hij was zevenenzeventig, dus hij had niks te mopperen. Al vele jaren zat hij de hele dag in de kroeg, geen woeste zuiper, maar wel, wat de Engelsen noemen always willing to bend an elbow. Toen hij vierenveertig was, had de dokter gezegd: ‘Als u zo doorgaat, leeft u geen maand meer.’ Hij was zo doorgegaan. De enige verandering die hij in zijn leven aanbracht, was dat hij sindsdien nimmer meer een dokter bezocht. Zo wordt een mens ongehinderd zevenenzeventig. Omdat hij een wandelend bewijs was van de medische ignorantie en de heilzaamheid van een ongezonde levenstrant, werd hij in de kroeg behandeld als een heilige koe. Sterk moet hij in elk geval geweest zijn, want de Duitsers hadden vier oorlogsjaren lang in Mauthausen ijverig geprobeerd hem dood te schoppen, ’t Had hem niet eens haatdragend gemaakt.
‘Al dat mishandelen is natuurlijk niet goed voor je gestel,’ zei hij wel eens, ‘maar ik moet toegeven, je had er ook geschikten onder, die niet sloegen. Nou ja, zo’n enkel klapje…’
Ofschoon hij een uitstekende echtgenoot en een liefhebbende vader zou zijn geweest, had hij kind noch kraai. Aan trouwen was hij nooit begonnen.
‘Dat komt, ik heb een zéér gelukkige jeugd gehad,’ zei hij, ‘en als ik dan een meisje ontmoette, dacht ik altijd: ze is wel aardig, maar toch niet zoals mijn moedertje.’
Dat woord ‘moedertje’ liet hij als een witte duif los in de sigarenmist van de kroeg en hij keek het na door ogenzilt. Ook zijn vader had hij diep bemind, ’t Was een fervente wandelaar geweest, die op hoge leeftijd nog doodleuk naar Haarlem liep. Een vrolijk iemand ook, altijd vol kwinkslagen en fopperijen, maar op de middag van zijn sterven was hij plotseling bevangen door de oermelancholie waaraan niemand ontkomt, en hij had, star naar het plafond kijkend, gezegd: ‘Ik heb ’t, geloof ik, allemaal verkeerd gedaan.’
‘Ben je belazerd, ouwe, je hebt ’t juist prachtig gedaan,’ had ome Jan geantwoord.”

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.
te grote woorden
vlees
bleek afgelikt
tussenstuk jij
blauw gespikkeld,
kruist het pad
van de warme
handen verderop
betegelde muren de
botten
huid en vandaag gespannen
over til nog
een steen uit het
gras draai
zijn vochtige kant
voor je gezicht in het
gat in de aarde — kijk:
ongedierte, hoe het
kriebelt in het licht
in het licht
Vertaald door Frans Roumen

Zie voor de schrijvers van de 7e oktober ook mijn blog van 7 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



















