Arno Geiger, Michael Longley

De Oostenrijkse schrijver Arno Geiger werd geboren op 22 juli 1968 in Bregenz, Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Arno Geiger op dit blog.

Uit: Irrlichterloh

„Nehmen wir den Mond für bare Münze, soll er rund sein und Kopf oder Zahl. Auch das übrige soll sein, was es scheint, die acht jungen Leute, die nicht acht sind, sondern zwölf, vierzehn, fünfzehn, solange sie durcheinanderwirbeln, lachend johlend, um eine Einbahntafel Ecke Hosele-/Lucasgasse.
Da ein Soldat. Dort eine Frau in Jeans mit einem Begräbniskranz unterm Arm. Eine andere Frau mit einem Heizlüfter in der Hand. Ein Mann in gelber Gardeuniform. Eine Frau in Schwarz, zu der vielleicht der Mann im dunklen Anzug dazugehört. Ein anderer Mann, ebenfalls im Anzug, aber salopp, hat ein Röntgenbild bei sich. Und alle, Männer; Frauen, sind mehr als nur eins, sind zwei, bald drei, wenn der Übermut in die Gruppe fährt, vervielfacht wie unter Stroboskoplicht.
Der Begräbniskranz fliegt mehrmals hoch, bis er an der Einbahntafel hängenbleibt. —
Es lebe die Einbahntafel! Auf leichtverständliche Art weist sie uns den Weg und verschafft uns nebenher die Mittel, diesen Weg auf bequeme Art zu beschreiten. In Pumps, in schwarzen Orthopädieschuhen. In Schnürstiefeln, Schnallenschuhen, Halb-schuhen. Na kommt schon, hierher ins Licht! Die jungen Leute verbeugen sich. Einer der Männer wedelt mit dem Röntgenbild über den Asphalt vor seinen lochgemusterten Straßenschuhen. Als er sich aufrichtet, zerschillt ein Schwall Wasser auf der Fahrbahn. — Ruhe! Ruhe da unten! Etwas mehr Rücksichtnahme! Aber Franziska, die den Begräbniskranz über die Einbahntafel geworfen hat und nächtlicherweise das Schuhwerk ihrer Theaterspieler würdigt, fordert mit großer Gebärde Geduld: Einer fehlt noch! Caspar Zelter! Alles hergehört! Holder Gönner und Arbeitgeber, du Monopolist, Erbe einer florierenden Fertigungsanstalt für Straßen-schilder. Und deine Schuhe? Halbschuhe? Trotteurs? Aus Ziegenleder?
— Verdammtes Mondgeheul! Schert euch zum Teufel! empört sich dieselbe Stimme wie schon vorhin. —Ausgewalktem Chevreau? fragt Franziska. Oder du, Caspar Zelzer? walk an the wild side? aus Wildleder?
— Ruhe, Ruhe da unten! Ihr Schlafdiebe! Zuckendes Nachtgelichter! Gebt endlich Ruhe! Ich warne euch, ich rufe die Polizei!“

 

Arno Geiger (Bregenz, 22 juli 1968)

 

De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog.

 

Laatste Verzoeken

I

Je ordonnans dacht dat je levend begraven was,
liet je voor dood achter en stal je zakhorloge
en sigarettendoosje, alles wat hij kon redden
uit het graf dat je bijna had moeten delen
met een onontplofte granaat. Maar je longen
kwamen boven water om een lang herinnerde trek te nemen,
je hart sprak als een grafschrift
de twee initialen tegen die je in goud had gekrast.

II

Ik dacht dat je een kusje blies voordat je stierf,
maar de magere vingers die heen en weer zwaaiden
vroegen om een Woodbine, het laatste verzoek
van vele soldaten in je compagnie,
het merk dat je veertig jaar lang rookte
bedachtzaam, elke sigaret als een sacrament.
Ik, die alleen pepermuntjes en druiven kocht,
kon je niet bereiken door de zuurstoftent.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Longley (Belfast, 27 juli 1939)

 

Zie voor de schrijvers van de 22 juli ook mijn blog van 22 juli 2019 en ook mijn blog van 22 juli 2018 deel 2.

Hans van de Waarsenburg, Ernest Farrés

De Nederlandse dichter en literatuurcriticus Johannes (Hans) Paul Richard Theodorus van de Waarsenburg werd geboren in Helmond op 21 juli 1943. Zie ook alle tags voor Hans van de Waarsenburg op dit blog.

 

Het is moeilijk te beschrijven…

Het is moeilijk te beschrijven:
er lopen mannen met geweren
mannen met ijzer op hun hoofd
mannen in de natte regen
met een unieke beslissing in de hand 

Er zijn er die even kijken
naar de fotograaf
wie weet

In ieder geval liggen ze daar
op de voorpagina
zover mogelijk weggedrukt in een hoek
een arm langs het lichaam
een arm boven het hoofd
op de rug of gekanteld
dood
de anderen zijn uit de voorpagina gelopen.

 

Een dag van bordkarton

I

Ach de dag is bordkarton
Het néon gedoofd geraamte
En stof, waarde vriend.
Een rede tot vele levens.

Schuif je schaduw door het raam
En zie hem zitten in het café
Martinho de Arcada, koffie op
Het marmeren tafelblad.

Een slopende nacht voorbij
Kijk mee over de Taag, nu
Verbergt de ochtendnevel nog
De schepen in een droef concert.

Het plein, na de koffie, na
De aguardente: verfomfaaid
Marmer vol armoedig afval, 25 april
Tien jaar later met lege handen.

VI

Sociedade Nacional de Belas-Artes. Verse anjers
Op het revers of in de hand. Loop verdwaald
Tussen de beelden, de tekens. Wat blijft er over?
Daar loopt de man, evenbeeld, met hoed en koffertje,

Stijlvol in zijn zwarte pak. Pessoa, herrezen
Uit de muffe kelder van het verleden. Pessoa,
Het ene oog rood, het andere zwart. Pessoa
Monstert met monocle schilderij na schilderij.

Beelden en bezoekers. Performance binnen performance.
Tenslotte viert men de revolutie. Kookt het water
Voor de koffie nog steeds? Beschaafd applaus.
De revolutie zelf treedt binnen, Pessoa verdwijnt.

Oh, oh de kapiteins! Een aantal ponden dikker,
Maar herkenbaar. Glimlachen, flitsen, fluisteringen.
Ik schud de handen. Rood hoofd. Late middagzon.
Ach, de dag is bordkarton en néon gedoofd geraamte.

 

Hans van de Waarsenburg (21 juli 1943 – 15 juni 2015)

 

De Catalaanse dichter Ernest Farrés i Junyent werd in Igualada geboren op 21 juli 1967. Zie ook alle tags voor Ernest Farrés op dit blog.

 

Zomer in de stad, 1949

De man zoekt problemen,
sensaties, sublieme extase, plekken
zonder folklore, deals,
berekende benaderingen, objecten
van verlangen die
je aandacht vasthouden en je helpen
je kalmte te bewaren, de nieuwste rage
binnen handbereik, uitspattingen,
verliefdheden, seksuele iconen,
onweerlegbare bewijzen, plezierritjes, advies
tussen haakjes, groene lichten, comfortabele schoenen,
uitdrukkingsvormen die
superioriteit veronderstellen, gratis kaartjes voor de wedstrijd,
roekeloze en hectische manieren om de tijd te doden,
de overhand hebben voordat je gaat klagen, rechtstreekse
antwoorden. De vrouw daarentegen zoekt liefde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ernest Farrés (Igualada, 21 juli 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juli ook mijn blog van 21 juli 2022 en ook mijn blog van 21 juli 2020 en eveneens mijn blog van 21 juli 2019 en ook mijn blog van 21 juli 2018 deel 2.

Arie Storm, Paul Violi

De Nederlandse schrijver en literatuurcriticus Arie Storm werd geboren in Den Haag op 20 juli 1963. Zie ook alle tags voor Arie Storm op dit blog.

Uit: Macca

“Ik was van streek. Het had niet veel te betekenen, maar er was sprake van onrust. Terwijl ik me in ons mooie appartement in Amsterdam-Zuid de beginselen van het gitaarspelen probeerde eigen te maken – het was een hobby die ik plotseling had opgepakt en waar ik
allengs steeds meer energie in was gaan steken maar waar ik nog niet echt progressie in leek te boeken –, kon ik niet met zekerheid zeggen dat mijn wenkbrauwen gefronst waren, maar ik kon ook niet zeggen dat dit absoluut niet het geval was. De bron van zorg was niet de gebrekkige kwaliteit van mijn muzikale spel, daar viel nu eenmaal nog niet veel van te verwachten: ik was immers op een relatief hoge leeftijd – al was ik
weliswaar nog geen dertig – begonnen met het onder de knie krijgen van het bespelen van dit snaarinstrument, een kindsterretje in de rockwereld zou ik niet meer worden. Ik had me trouwens liever uitgeleefd op de banjo, omdat ik die veel beter bij me vond passen – ik zag het al helemaal voor me, hoe ik met een brede grijns en met mijn schouders opgetrokken en met een lepe blik de blikkerige klanken voortbracht –, maar daar was Fiona, mijn vriendin, zoals de lezers van mijn eerdere romans (het zijn er inmiddels al twee) weten, mordicus tegen geweest. Ze had, doortastend als ze is,
een gitaar voor me gekocht en dus was ik daarmee aan de slag gegaan. Maar dat lag, zoals gezegd, allemaal niet ten grondslag aan mijn zorgen, al is het misschien te zwaar aangezet om echt over zorgen te spreken.
Misschien is het beter om te zeggen dat ik me in een bedachtzame of peinzende stemming bevond terwijl ik de snaren beroerde.
Wel moest ik constateren dat ik me op onbeholpen wijze op een nieuwe kunstvorm had gestort. Na de ook voor mij verrassende wending in mijn tot dan toe betrekkelijk zorgeloze leven, een wending die erin had bestaan dat ik me op het schrijven van literaire fictie had toegelegd, was een en ander in een stroomversnelling geraakt, en met dat een en ander bedoel ik mijn reilen en zeilen in de wereld, of ‘de werkelijkheid om me heen’, zoals ik soms ook dacht over de wereld die zich buiten de veilige beschutting van ons appartement bevond.”

 

Arie Storm (Den Haag, 20 juli 1963)

 

De Amerikaanse dichter Paul Randolph Violi werd geboren op 20 juli 1944 in Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Paul Violi op dit blog.

 

EXACTA

En daar gaan ze!

Babe Wittgenstein neemt de leiding

Het is Babe Wittgenstein
Morbid Blonde
Queasy Phantom
Princess Spits
Squeaked Aorta
Dream Helmet
en Pigs in Moonlight

Princess Spits komt snel dichterbij

Het is Babe Wittgenstein
Morbid Blonde
en Princess Spits
Babe Wittgenstein heeft de overhand

Daar komt Dream Helmet
nek aan nek
met Queasy Phantom

Pigs in Moonlight verliest terrein
Princess Spits een neuslengte voor Babe Wittgenstein
Ze zitten dicht op elkaar aan de binnenkant
Queasy Phantom met oogkleppen op
Princess Spits heeft een lengte voorsprong
Babe Wittgenstein en Morbid Blonde neus aan neus

De bocht in
Dream Helmet aan de buitenkant
Squeaked Aorta valt af
Het zijn Princess Spits en Morbid Blonde
Babe Wittgenstein verliest terrein
Pigs in Moonlight breekt scherp uit
Queasy Phantom neemt de bocht

Het wordt spannend
Het is Princess Spits Morbid Blonde
Babe Wittgenstein Dream Helmet
Queasy Phantom Pigs in Moonlight
en Squeaked Aorta achteraan

Een beetje ruimte nu
tussen Babe Wittgenstein
en Pigs in Moonlight

Het wordt spannend
Princess Spits vecht het uit
met Morbid Blonde

Het is Princess Spits
Het is Morbid Blonde
Het is Princess Spits

Queasy Phantom vertraagt
Dream Helmet twee lengtes achter
Pigs in Moonlight

Ze gaan de laatste rechte lijn in

Morbid Blonde vooraan
Pigs in Moonlight komt snel dichterbij
Daar komt Pigs in Moonlight
die Princess Spits voorbij raast
Morbid Blonde en Pigs in Moonlight nek aan nek
Babe Wittgenstein raakt vermoeid en valt terug
Het is Morbid Blonde
Het is Pigs in Moonlight
Het wordt Pigs in Maanlicht
Pigs in Moonlight heeft de leiding
Pigs in Moonlight stormt naar voren
Het is Pigs in Moonlight
Pigs in Moonlight wint met twee lengtes voorsprong

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Violi (20 juli 1944 – 2 april 2011)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juli ook mijn blog van 20 juli 2024 en ook mijn blog van 20 juli 2020 en eveneens mijn blog van 20 juli 2019 en ook mijn blog van 20 juli 2013 deel 2 en eveneens deel 3.

Anna Enquist, Ghayath Almadhoun

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Enquist werd geboren op 19 juli 1945 in Amsterdam als Christa Boer. Zie ook alle tags voor Anna Enquist op dit blog.

 

Brieflezende vrouw

Je vraagt wat deed ik voor ik bij het raam
de brief los vouwde. Wel – ik las de brief.

Er zijn twee soorten tijd. De ene, die ik haat,
verstrijkt hierbuiten. Als mijn voet de drempel

kruist staan daar de borstelmaker en de meid,
ze willen iets, ze dwingen mij te springen in die vaart.

Dan komt hij niet meer terug, dan is zijn schip
vergaan. Er blaft een hond. Ik sluit de deur

en in de kamer met het bleke licht lees ik de brief.
De afgesleten woorden – suikertje, mijn hartendief –

brengen mij terug in de gestolde tijd, die andere,
waarin hij nog naar huis vaart en verrast mijn bolle

jak zal zien en mij zal vragen wat ik deed.
Ik knevelde de tijd. Ik las je brief.

 

Woordenboek

In alle mij bekende talen is verandering
een woord waar weidsheid door blaast,
groots verschiet dat uitzicht biedt op vaart
en toekomst. Slechts het Engels weet

wat blijft: kleingeld dat rammelt
in je broekzak, zoek raakt in de voering
van je jas, waar het in duisternis
zijn geldigheid verliest.

 

In Rabat

Nee, zegt mijn jonge gids, nooit
is het werk voltooid. De koning
stierf, het geld was op en de moskee
bleef ongekroond.

Onze gezonde voeten slaan de gave
marmervloer. Geen krimp. Achter de muur
begint een oceaan. De onvolgroeide zuilen
reiken naar een dak

dat er niet is. Hoe zij haar eigen dochter
dragen zou. Hoe de seizoenen rimpels
zouden snijden rond haar mond. Boven
de grond.

Hoe zij mij bitter en volstrekt ontbreekt.
Het zonlicht raakt de roze steen, zijn glad
gezicht. De hemel valt ons in de hand.
Onaf. Volmaakt.

 

Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

 

De Zweeds – Palestijnse dichter, toneelschrijver, journalist en literair criticus Ghayath Almadhoun werd geboren op 19 juli 1979 in Damascus. Zie ook alle tags voor Ghayath Almadhoun op dit blog.

 

Alle wegen leiden naar Berlijn

In het begin was er jouw shirt, en de mannen spraken je naam uit alsof ze om hun moeders riepen. Ik liep langs je heen, terwijl je zeelui probeerde uit te leggen wat water is. Ik was verbijsterd en het vocht lekte op mijn schrift. Alle wegen leiden naar Berlijn, zei je. Ik gooide mijn kompas weg en werd verliefd op het derde gezicht. Ik vroeg je of je geloofde in liefde op het derde gezicht. Nee, zei je. De dingen werden weerkaatst als in een spiegel, zodat ik dacht dat je ‘kom hier’ zei. Toen ik terugkeerde naar mijn volk om het goede nieuws over jou te vertellen, geloofden ze me niet en zeiden ze: Kom met een teken als je tot de oprechten behoort. En toen ik je shirt neergooide, knielden de mensen neer.

In het begin was er jouw shirt, en de dingen werden als in een spiegel weerkaatst. De stad reed weg van de trein, het lichaam van de strijder vloog naar de kogel, de horizon keek me door het raam van de trein in de ogen en het Arabisch probeerde van links naar rechts iets te betekenen.

In het begin was er het einde.

 

Vertaald door Djûke Poppinga

 

Ghayath Almadhoun (Damascus, 19 juli 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e juli ook mijn blog van 19 juli 2023 en ook mijn blog van 19 juli 2020 en eveneens mijn blog van 19 juli 2019 en mijn blog van 19 juli 2017 en ook mijn blog van 19 juli 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Joachim Meyerhoff, Steffen Popp

De Duitse schrijver, regisseur en acteur  Joachim Philipp Maria Meyerhoff werd geboren op 18 juli 1967 in Homburg, Saarland. Zie ook alle tags voor Joachim Meyerhoff op dit blog.

Uit: Die Zweisamkeit der Einzelgänger

„Willst du dich umbringen?« Das war der erste Satz, den sie zu mir sagte, und ich habe mich später noch oft gefragt, ob mir das eine Warnung hätte sein sollen. Ich hatte sie den ganzen Abend über während der faden Premierenfeier beobachtet, fasziniert von ihrem Aussehen. Zu große Zähne, zu große Augen, zu platte Nase, verdammt kurze Haare. Sie gefiel mir sofort. Immer wieder sahen wir uns an und tatsächlich – sie lächelte ein bisschen. Ihr Kopf bewegte sich seltsam mechanisch, auch die Arme und Hände, alles wie einzeln, unabhängig voneinander, als passe kein Körperteil zum anderen. Dadurch sah ich sie aber umso deutlicher. Elegant, aber doch auch steif, ja fast ein wenig roboterhaft hob sie die Bierflasche zum Mund. Ihr eines Auge wurde je nach Kopfhaltung mal mehr, mal weniger von fallenden Strähnen verdeckt, das Haar im Nacken hingegen war ausrasiert. Sie trug eine weiße Bluse mit eigenwilligem Kragen, einen dunkelblauen Bundfaltenrock, dessen Kanten und Knicke in gut organisierten Wellen hin und her schwangen, eine dunkle Strumpfhose und altmodische Schuhe mit abgerundeten Schuhspitzen. Es kostete mich einige Mühe, sie momentweise aus den Augen zu lassen, sie nicht ununterbrochen anzustarren. Etwas an ihr war komplett eigenartig. Aber was es genau war, konnte ich nicht sagen. War es die von Sommersprossen überstreuselte, wie von einem schweren Boxhieb eingedrückte Nase oder der sehr rot geschminkte, aufgeworfene Mund? Waren es die etwas zu dick gezogenen schwarzen Lidstriche? Seltsam zusammengewürfelt war dieses Gesicht: Mund, Augen, Nase überdimensioniert, und in der Summe hätte diese Anordnung leicht ein grobschlächtiges Gesamtes ergeben können. Tat sie aber nicht. Ich war mir nicht sicher, sah sie fantastisch aus oder grotesk?
Egal, wo ich mich während der Feier aufhielt, ich wusste immer, wo sie war. Eine innere Magnetnadel zeigte stur in ihre Richtung. Drehte ich mich ab, musste ich das gegen einen Widerstand tun, so als würde ich versuchen, mich aus einem Kraftfeld herauszuarbeiten. Drehte ich mich wieder zu ihr, wirbelte es mich regelrecht herum. Im Laufe des Abends wuchs ihre Gravitation auf mich.“

 

Joachim Meyerhoff (Homburg, 18 juli 1967)

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

Plotseling, op een vlinderpunt,
eindigt het spoor, neemt verval het over.
Sluit je ogen: tot ziens, binnen.
Stilte, geworpenheid, op het bed pluizen
asters, paars, hun gekwetter is een suite.
Onverschrokken oefen je trappen, giet onder de
idiote maan kusjes: zelfvertrouwen verzacht de
aanwezigheid, stilstaand nu, we knipperen
slaapdronken in de buisbloemen.
Maar goed, dit niezen, denk ik, is liefde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 18 juli 2024 en ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.

Tsead Bruinja, Judith Beveridge

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

 

Zon op de bunker

een man uitkleden in een bunker
en zeggen

goochelen

goochelen zonder handen
goochelen zonder iets te hebben geleerd
goochelen zonder trúcjes
goochelen zonder kleren aan
goochelen zonder apparaten

de man een glimlach

glimlach glimlach glimlach
glimlach glimlach glimlach

droge ogen

bewakers die elkaar aankijken
en opeens twee kommetjes

handen onder de neus geduwd
krijgen vol vocht

nu kijkt hij ze aan

kwaad

ze slikken als honden
zijn handen leeg

ik heb niet gezegd dat ik vond
dat dit niet kan of dat dit zo is
ik heb niet gezegd dat de man
gestuurd wordt of sympathiek is

goochelen

de man lacht
de bewakers kijken elkaar aan
en zijn handen blijven leeg

of

de man lacht
de bewakers kijken elkaar aan
zijn handen blijven leeg
de bewakers trekken de deur met
de tralies dicht

en terwijl de man naar zijn
handen kijkt lopen ze vol

de man lacht
en de nerveuze vingers
van de bewakers
halen de trekker over

het water valt op de grond

de bewakers zien het water
en proberen de man
bij bewustzijn te brengen

hun vingers wroeten naar de kogels
in de wonden

of een van hen
doet dit
terwijl de andere de deur
uitloopt

een groot roestig
containerschip koopt
en een kat

met beide de zee
afstruint

dat hij ooit een man was
die als jongetje trots van
de botsauto’s thuiskwam
nooit was geraakt

de andere hakte de rest
van de bomen
in het bos om

en werd een wijs man

 

Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Australische dichteres en schrijfster Judith Beveridge werd geboren in 1956 in Londen, Engeland. Zie ook alle tags voor Judith Beveridge op dit blog.

 

Steenbok

Door de bodem van een oude colafles volgt hij
de vlucht van een stormvogel, totdat deze wordt verscheurd door
zeewind en een nieuwe, wazige afdruk van de zon.
Langs de pier hoort hij de mannen met hun
molens, met hun valuta van vochtig zand. Zijn hengel
trilt – niet verzwaard met vis, maar met

de namen van stormen: Harmattan, Vendavales –
turbulente winden die de voorhoede vormen van
gevaarlijke zeestraten. Hij trapt tegen een hoop visschubben:
galeonballast, een schat aan dukaten gemorst
uit een oude Hollandse dogger. De mannen zullen hem weldra
wegjagen, deze luidruchtige held die

brigs plundert. Maar nu is de fles een hoorn waarin
hij zoveel adem uitblaast, en de lucht heeft
een klank geleend van een luchtgat, van wind
die door de roestende steunbalken van een brug zingt.
Een krab zeeft zandkorrels voor zijn hol; Zijn klauw,
een oude zeeroverhaak, deelt

dubloenen en dreigementen uit. Ach, maar weet je – als je
de hand van dit kind zou nemen, als je
zijn blik in de jouwe zou houden en zou wachten op
elke circulatie van zijn ademhaling; als je
de gepiratiseerde scènes van dagdromen zou bekijken
die zich afspelen door een stortvloed aan glas – dan

zou je de koperkleurige zon zien. Je zou lang
over dit strand lopen met je gedachten
handelend in weer en wind, de stormvogels die
gelijke tred houden met de grillige lijnen van dromen
die binnenvaren met de klinkerstormen. Het verleden
en het heden zouden geen depressies zijn

tegenover elkaar, noch zouden er zandkorrels zijn
die je lot afschuren… Op de kust,
een meeuw, gedood door de storm van de nacht. Met zijn hengel
werpt de jongen hem omhoog, de handschoen van een duellist
waarin hij zojuist het Zorroteken kerfde met zijn zwaard… Nee, de wereld
zou geen golf zijn die zijn ineenstorting herhaalt,
maar welke schat aan verhalen een jongen ook maar kan vinden
tussen visschubben, zand en de gewone
uitstroom van wind; een jongen die niets weet
van de verbanden tussen stormen; noch van
de mannen die het snelle verval van het weer registreren
in maatstaven van misbruik; die niets weet
over het betalen voor die oude reis naar de dood.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Judith Beveridge (Londen, 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 17 juli 2023 en ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.

Midsummer Night (Carol Ann Duffy), Jörg Fauser, Steffen Popp

 

 

Sankthansnatt  (Midzomernacht) door Edvard Munch, 1901-1903

 

Midsummer Night

Not there to see midsummer’s midnight rose
open and bloom, me,
or there when the river dressed in turquoise
under the moon, you;
not there when stones softened, opened, showed
the fossils they held
or there, us, when the dark sky fell to the earth
to gather its smell.

Not there when a strange bird sang on a branch
over our heads, you
and me, or there when a starlit fruit ripened
itself on a tree.
Not there to lie on the grass of our graves, both,
alive alive oh,
or there for Shakespeare’s shooting star,
or for who we are,

but elsewhere, far. Not there for the magic hour
when time becomes love
or there for light’s pale hand to slip, slender,
from darkness’s glove.
Not there when our young ghosts called to us
from the other side
or there where the heron’s rags were a silver gown,
by grace of the light.

Not there to be right, to find our souls, we,
dropped silks on the ground,
or there to be found again by ourselves, you, me,
mirrored in water.
Not there to see constellations spell themselves on the sky
and black rhyme with white
or there to see petals fold on a rose like a kiss
on midsummer night.

 

Carol Ann Duffy (Glasgow, 23 december 1955)
De Doultonfontein voor het Paleis van het Volk in Glasgow

 

De Duitse schrijver en journalist Jörg Fauser werd geboren op 16 juli 1944 in Bad Schwalbach. Zie ook alle tags voor Jörg Fauser op dit blog.

Uit: Caliban Berlin

„Die Gegend wurde immer trostloser. Hochhauswaben, Ausfallstraßen, Autobahnzubringer, dazwischen in ergrautem Grün Mietskasernen, Reihenhäuser, Einkaufszentren, der TÜV,  die Großtankstelle, die Bowlingbahn, die Pizzabude, der ganze Plunder, den die Stadt aufs Land kippt, um es sich einzuverleiben -aber Stadt wird diese Gegend nie. Sie bleibt Zwischenzone. Niemandsland. Als das Taxi hielt, hätte ich am liebsten gesagt: Warten Sie hier, aber dann fiel mir ein, dass der Mann, den ich aufsuchte, Telefon hatte, also zahlte ich, und das Taxi fuhr weg. Der Himmel zwischen den TV-Antennen war wie eine dunkle Ahnung. Das Haus war Teil eines Blocks im Stil des sozialen Wohnungsbaus der frühen 50er Jahre – flache Dächer, Treppenhausfenster wie Schießscharten, Anstrich von der Farbe verdünnter Hühnersuppe. Es fehlten nur die Roller vor der Haus-tür, der Adenauer an der Litfaßsäule und die Capri-Fischer im Radio. Von ihrem Hochsitz im dritten Stock beobachtete mich eine Frau mit blauen Lockenwicklern im Haar. Ein seltsames Lächeln zog an ihren Mundwinkeln. Wusste sie, zu wem ich ging? Ich starrte zurück. Sie zog die Gardinen zu. Ich klingelte. Der Mann, der mich an der Wohnungstür empfing, war mittelgroß, ziemlich massig, mit einem weißblonden Haarkranz und dicken Brillengläsern. Ich schätzte ihn auf etwa sechzig. Seine Kleidung und die Einrichtung des fenster-losen Zimmers, in das er mich führte, erinnerten auch an alte Zeiten, als die Leute noch mit simplen Gebrauchsgegenständen ausgekommen waren. Der altmodische Bücherschrank enthielt Lexika und Klassik, darunter der ganze Goethe. In einer Ecke stand ein Koffer, als sei der Mann erst gestern eingezogen und erwarte keinen langen Aufenthalt. Wir setzten uns. Mir fiel auf, dass er asthmatisch keuchte. Seine Hände zitterten. Er sah mich an. »Sind Sie zum ersten Mal bei einem Astrologen?« Ich steckte mir gerade eine Zigarette an und blies den Rauch weg, um seinem Asthma das Gröbste zu ersparen. Meine Antwort fiel wohl etwas undeutlich aus, denn er sagte mit unnötig lauter Stimme: »Ich bin schwerhörig, ich trage zwar ein Hörgerät, lese aber von den Lippen ab, bitte sprechen Sie deutlich.« »Sind Sie Astrologe im Hauptberuf?«, fragte ich. Ich ertappte mich dabei, dass ich auf seine Lippen starrte. »Ja«, sagte er und breitete Papiere aus, »ich mache das, seit ich 18 bin. Vor 30 Jahren hab ich fünf Mark für ein Horoskop bekommen, heute bin ich natürlich teurer. Und nun sagen Sie mir Ihren Geburtstag, Ihre Geburtsstunde und Ihren Geburtsort.« Ich sagte sie ihm. Dann begann er, mein Horoskop zu erstellen. Bei den Berechnungen benutzte er keinen Taschenrechner. Alte Schule. Seine Hände zitterten zwar, aber er konnte mit dem Zittern umgehen. Ich drückte die Ziga-rette aus und rauchte dann nicht mehr. Während er berechnete und die Zeichen eintrug, stellte er mir Fragen. Ich hatte nicht vorgehabt, ihm meinen Beruf zu sagen, aber er bekam ihn auch so heraus. Dass ich nicht verheiratet war, machte ihm zunächst zu schaffen, bis er schließlich sagte: »Sie sollten überhaupt nicht heiraten, auf keinen Fall vor Oktober 1981, und nur eine Frau, die geistig zu Ihnen passt. Bei Ihrem Leben kommt nichts andres in Frage.«

 

Jörg Fauser (16 juli 1944 – 17 juli 1987)

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

Maanstudies

Dit omhoog! Dan een lange zijwaartse beweging
vriendschap, formaties

een opstijgen van de ogen, hun wegzinken in de droom
beeldverwerking in de tuin, achter het tuinhek

waargenomen entropie tussen prieeltjes, de kolonie
Naar de zon, wierp damp op, groentedamp

dronken lucht uit kassen, werd nevelig, dreef
door onze aardse hersenen direct naar de maan

die we niet bereikten, gemankeerde kosmonauten
met operakijkers, zelf gebreide mutsen

op een houten bank onder de wolkenbank.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juli ook mijn blog van 16 juli 2025 en ook mijn blog van 16 juli 2023 en ook mijn blog van 16 juli 2021 en ook mijn blog van 16 juli 2020 en eveneens mijn blog van 16 juli 2019 en ook mijn blog van 16 juli 2017 deel 2.

Hochsommer (Hermann Lingg), Richard Russo, Steffen Popp

 

 

Hochsommer door Knut Janson, 1913

 

Hochsommer

O Frühling, holder fahrender Schüler,
Wo zogst du hin? Die Linden blühn,
Die Nächte werden stiller, schwüler,
Und dichter schwillt das dunkle Grün.

Doch ach! Die schönen Stunden fehlen,
Wo jedes Leben überquoll,
Wo trunken alle Schöpfungsseelen
Ins Blaue schwärmten wollustvoll.

Nicht singt mehr wie am Maienfeste,
Die Nachtigall, die Rosenbraut;
Sie fliegt zum tiefverborg’nen Neste
Mit mütterlich besorgtem Laut.

Der goldne längste Tag ist nieder,
Der Himmel voll Gewitter glüht;
Verklungen sind die ersten Lieder,
Die schönsten Blumen sind verblüht.

 

Hermann Lingg ( 22 januari 1820 – 18 juni 1905)
Lindau aan het Bodenmeer,  de geboorteplaats van Hermann Lingg

 

De Amerikaanse schrijver Richard Russo werd geboren op 15 juli 1949 in Johnstown, New York. Zie ook alle tags voor Richard Russo op dit blog.

Uit: Straight Man

“When my nose finally stops bleeding and I’ve disposed of the bloody paper towels, Teddy Barnes insists on driving me home in his ancient Honda Civic, a car that refuses to die and that Teddy, cheap as he is, refuses to trade in. June, his wife, whose sense of self-worth is not easily tilted, drives a new Saab. “That seat goes back,” Teddy says, observing that my knees are practically under my chin.
When we stop at an intersection for oncoming traffic, I run my fingers along the side of the seat, looking for the release. “It does, huh?”
“It’s supposed to,” he says, sounding academic, helpless.
I know it’s supposed to, but I give up trying to make it, preferring the illusion of suffering. I’m not a guilt provoker by nature, but I can play that role. I release a theatrical sigh intended to convey that this is nonsense, that my long legs could be stretched out comfortably beneath the wheel of my own Lincoln, a car as ancient as Teddy’s Civic, but built on a scale more suitable to the long-legged William Henry Devereauxs of the world, two of whom, my father and me, remain above ground.
Teddy is an insanely cautious driver, unwilling to goose his little Civic into a left turn in front of oncoming traffic. “The cars are spaced just wrong. I can’t help it,” he explains when he sees me grinning at him. Teddy’s my age, forty-nine, and though his features are more boyish, he too is beginning to show signs of age. Never robust, his chest seems to have become more concave, which emphasizes his small paunch. His hands are delicate, almost feminine, hairless. His skinny legs appear lost in his trousers. It occurs to me as I study him that Teddy would have a hard time starting over-that is, learning how unfamiliar things work, competing, finding a mate. The business of young men. “Why would I have to start over?” he wants to know, a frightened expression deepening the lines around the corners of his eyes.
Apparently, to judge from the way he’s looking at me now, I have spoken my thought out loud, though I wasn’t aware of doing so. “Don’t you ever wish you could?”
“Could what?” he says, his attention diverted. Having spied a break in the oncoming traffic, he takes his foot off the brake and leans forward, his foot poised over but not touching the gas pedal, only to conclude that the gap between the cars isn’t as big as he thought, settling back into his seat with a frustrated sigh.”

 

Richard Russo (Johnstown, 15 juli 1949)

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Venster op de wereldnacht

Een tram staat te slapen voor het huis – geel
met ingeklapte panto, opgerold in het parkeerlicht

voorin de tram dromen twee conducteurs
hoofdeloos, onder de kleppen van hun kartonnen petten

eentje komt in beweging
stapt uit, een zwakke gloed, en ademt
rook uit, met zijn rug naar de cabine

lang kijkt hij
omhoog, door de oranje verlichting –

blind
als Homerus, in zwarte schoenen
met stalen neuzen
onder de geveltop van Uranus.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2020 en eveneens mijn blog van 15 juli 2019 en ook mijn blog van 15 juli 2017 deel 2.

The Icecream People (Charles Bukowski), Volker Kaminski, William Irwin Thompson

 

 

The Original Ice Cream Stand door Tom Harris, 2020

 

The Icecream People

the lady has me temporarily off the bottle
and now the pecker stands up
better.
however, things change overnight–
instead of listening to Shostakovich and
Mozart through a smeared haze of smoke
the nights change, new
complexities:
we drive to Baskin-Robbins,
31 flavors:
Rocky Road, Bubble Gum, Apricot Ice, Strawberry
Cheesecake, Chocolate Mint…

we park outside and look at icecream
people
a very healthy and satisfied people,
nary a potential suicide in sight
(they probably even vote)
and I tell her
“what if the boys saw me go in there? suppose they
find out I’m going in for a walnut peach sundae?”
“come on, chicken,” she laughs and we go in
and stand with the icecream people.
none of them are cursing or threatening
the clerks.
there seem to be no hangovers or
grievances.
I am alarmed at the placid and calm wave
that flows about. I feel like a leper in a
beauty contest. we finally get our sundaes and
sit in the car and eat them.

I must admit they are quite good. a curious new
world. (all my friends tell me I am looking
better. “you’re looking good, man, we thought you
were going to die there for a while…”)
–those 4,500 dark nights, the jails, the
hospitals…

and later that night
there is use for the pecker, use for
love, and it is glorious,
long and true,
and afterwards we speak of easy things;
our heads by the open window with the moonlight
looking through, we sleep in each other’s
arms.

the icecream people make me feel good,
inside and out.

 

Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)
Andernach in Duitsland, de geboorteplaats van Charles Bukowski

 

De Duitse schrijver Volker Kaminski werd op 14 juli 1958 in Karlsruhe geboren. Zie ook alle tags voor Volker Kaminski op dit blog.

Uit: SCHÖNES leben

„Warum sollen wir denn in Urlaub fahren?“
„Weil alle Familien das im Sommer so machen.“„
Aber wir doch nicht. Wir können uns genauso gut in unserem Garten entspannen. Zu Hause ist es doch auch schön.”
„Du Mistkerl! Gönnst uns keinen Spar. Hockst nur auf deiner Scholle. Ein elender Langweiler bist du.”
Es ist ein Streit entbrannt, den ich gut kenne, an dem ich nie Teil habe und von dem ich hoffe, dass er so ausgeht wie jedes Jahr. Ich bin auf Vaters Seite, ich verstehe auch nicht, wozu Ver-reisen gut sein soll Warum machen sich die Leute die Mühe, packen Koffer, treffen allerlei Vorbereitungen, steigen ins Auto und stellen dann auf der Autobahn in einer kilometerlangen Blechlawine, die sich kaum von der Stelle rührt. Obwohl Mutter sich auch dieses Mal nicht durchsetzen kam, gibt sie nicht gleich auf, sie schreit ihre Enttäuschung heraus, beschimpft Vater und rennt aus dem Wohnzimmer. Ihre stampfenden Schritte hallen durch den Flur. In der Küche schimpft und flucht sie weiter, steigert sich in eine Tirade hin-ein. Ihre Worte dringen bis in mein Zimmer, die Tür ist wie meistens angelehnt. Der Streit ist entschieden, Mutters Gebrüll erscheint mir sinnlos und dumm. Sie muss wirklich geglaubt haben, dass es diesmal anders ausgeht.
Wir sind eine fünfköpfige Familie in einem gepachteten alten Haus. Vater hat es aufwendig renoviert, neue Stromleitungen verlegt, einen Durchbruch in die Flurwand gemacht, eine Tür eingesetzt und so den Anbau mit dem Resthaus verbunden. Er hat auch den Garten angelegt, nachdem er das überwucherte Gelände gerodet hat. Für unseren Schäferhund hat er einen Handzwinge gebaut. Wenn er tagsüber im Büro ist, sperrt Mutter den Hund ein, kommt Vater nachmittags nach Hause, lässt er Arco raus. Ich führe Arco ungern zum Hundeübungsplatz, der Weg ist ziemlich weit und Arco zerrt wild an der Leine. Vater hat ein Stachelhalsband gekauft, das Arco würgt und ihm ins Halsfell sticht, wenn die Leiter gespannt ist, aber das scheint er nicht zu spüren. Wenn Arco andere Hunde sieht, dreht er komplett durch, und ich weiß nicht, wie ich ihn dann festhalten soll. Vater fordert mich nur selten zur Mitarbeit auf, mal gibt es etwas zu tragen oder ich soll ein Brett halten. Manchmal bittet er mich, den Rasen zu mähen, wird aber nicht böse, wenn ich es ein ums andere Mal vergesse.“

 

Volker Kaminski (Karlsruhe, 14 juli 1958)

 

De Amerikaanse dichter, sociaal filosoof en cultuurcriticus William Irwin Thompson werd geboren op 16 juli 1938 in Chicago, Illinois. Zie ook alle tags voor William Irwin Thompson op dit blog.

 

Une Femme D’ Un zekere leeftijd in LA

De plastisch chirurg bestudeert haar aandachtig
zoals een oude Chinese koopman de barsten
in een celadonkleurige pot zou lezen die hij inpakt
voordat hij die over de groene zee
naar Korea en Japan verscheept.
Kraaienpootjes in de hoeken van haar heldere ogen,
lange, delicate, gebogen lijnen rond haar mond,
haar bovenlip lijkt op een valse snor
van fijn geëtste, kleine verticale lijntjes.
Ze is gevangen in dit Clytaemestrische
web van de vloek van haar eigen lot.
Net als Roquefortkaas bewaard in een grot in de Dordogne,
verraden haar zich verspreidende blauwe aderen haar ware leeftijd;
of net als supergeleidende elektronen –
kristallen van tijd in een kwantumrooster –
is haar geval er een waarin haar geest verandert in materie.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Irwin Thompson (Chicago, 16 juli 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e juli ook mijn blog van 14 juli 2025 en ook mijn blog van 14 juli 2020 en eveneens mijn blog van 14 juli 2019 deel 1 en ook deel 2.

My Ice Cream Is Melting (Kenn Nesbitt), Rien Vroegindeweij, Wole Soyinka

 

 

IJsverkoper door Veniamin Borisov, 1991

 

My Ice Cream Is Melting

My ice cream is melting
this hot sunny day.
I’m licking it quick but
it’s dribbling away.

My ice cream is melting.
It’s starting to drip
all over my fingers,
my chin, and my lip.

My ice cream is melting.
I can’t make it stop.
It’s hitting the ground with
a splash and a plop.

My ice cream has melted
and turned into ooze.
It was on a cone but
it’s now on my shoes

 

Kenn Nesbitt (Berkeley, 20 februari 1962)
Berkeley

 

De Nederlandse dichter en (toneel)schrijver Rien Vroegindeweij werd geboren in Middelharnis op 13 juli 1944. Zie ook alle tags voor Rien Vroegindeweij op dit blog.

 

Nazare

Hier slaat de gesel van de atlantische golfslag
Neder. De vissers boeten de netten op het strand.
Over zee komt traag de nevel naar het land.
Een enkele boot vaart uit vandaag; het is zondag.

Wij liggen op het strand van Portugees Nazare.
De vrouwen gaan in het zwart, vol bedrijvigheid
Tussen de toeristen op de boulevard. Soms als ware
Voorbeelden van evenwicht en moderniteit:

Want draagt er een nog een wasmand vol met vis
Behendig op haar hoofd, over het dunne koord
Dat voor haar op de straat gespannen is,
Een ander waart zich haastig voort

Door de menigte, op haar hoofd een tv-toestel.
Het beeld van vissers, boten, strand en oceaan
Wordt wazig, het sneeuwt, verandert snel
Als we er een met de wereld op haar kop zien gaan.

Bij wijze van spreken dan, want even later,
Als zij met haar tv-toestel verdwenen is, ik dan
Een rustpunt zoek daarginds in het oneindig water,
Ligt daar nog steeds de rots bij de ingang van

De baai van Nazare, met naar boven wat boven is.
Wij grappen nazare, nazareth, nazarener en
Zien Hem dan verschijnen in de nevelen.
Het ziet er niet naar uit dat Hij hier geboren is.

Hij zou trouwens moeilijk zijn te vinden.
Zoveel nazareners slenteren langs het strand.
Wie vist? Wie zegt de netten aan de andere kant
Uit te werpen en ze extra stevig vast te binden?

Een reclameluchtballon gevangen in een net,
Schreeuwt kleurig zijn boodschap uit tegen de
Zonnebaders. Ik wilde wel dat het regende,
Dat het goot. Maar ik kom niet uit Nazareth.

En voor de kinderen hoeft het niet, regen.
Zij spelen lustig op de grens van land en zee.
De oceaan, die zwaargewicht, spart met hen mee.
Niets verstoort hun spel, niets houdt hen tegen.

Behalve dan het avondeten en straks de nacht,
De avond eerst, de tv, de welverdiende rust:

Als vuurtoren en misthoorn waken aan de kust,
Nazare slaapt, bewijst de zee aldoor haar kracht.

 

Gevecht

Dat we elkaar niet mochten:
met messen uit Solingen,
roestvrij en degelijk, gingen
we elkaar te lijf. Gevochten

hebben we als leeuwen
(en geworsteld met de Zeeuwen)
zoals die twee eeuwen geleden
in het paradijs, oost van Eden.

Nog zie ik hem staan,
klein en ongenaakbaar.
Zoals we elkaar toen zagen,

zie ik soms alleen mezelf staan,
het dichtst bij het dressoir
waarin de messen lagen.

 

Rien Vroegindeweij (Middelharnis, 13 juli 1944)

 

De Nigeriaanse dichter, schrijver en voorvechter van democratie Akinwande Oluwole “Wole” Soyinka werd geboren op 13 juli 1934 in Abeokuta. Zie ook alle tags voor Wole Soyinka op dit blog.

 

Telefoongesprek

De huur leek redelijk, de buurt
kon er mee door. De hospita bezwoer me dat ze zelf
een ander pand bewoonde. Er restte niets
dan open kaart te spelen. ‘Mevrouw,’ waarschuwde ik,
‘Ik kom niet graag voor niets – ik ben een Afrikaan.’
Stilte. Verstilde overdracht van
etiquette onder hoge druk. Stem, dan ten slotte,
in lipstickfloers, met landerig, lang doublé-
sigarettepijpeffect. Daar zat ik, hopeloos in de tang
‘hoe donker?’… ik had het goed verstaan… ‘ben je licht
of heel erg donker?’ Knopje B. Knopje A. Stank
van zure adem in publieke praatgelegenheid.
Rode cel. Rode reclamezuil. Rode dubbeldekkerbus
op zuigend asfalt. Het was geen droom! Beschaamd
door onwellevend zwijgen, capitulatie,
verbijstering verdrongen om nader bescheid te vragen.
Ze was zo goed de nadruk te verleggen –
‘ben je donker? of heel erg licht?’ – De openbaring kwam.
‘U bedoelt, als chocolade, melk of puur?’
Haar ja was klinisch, en verpletterend in zijn lichthartige
onpersoonlijkheid. Snel, op haar golflengte afgestemd, maakte ik
mijn keus. ‘Westafrikaans sepia’ – en toen, als een PS,
Zo staat het in mijn pas.’ Stilte, voor vrije vlucht van
spectroscopische verbeelding, tot oprechtheid haar geluid
rauw in de hoorn liet schetteren ‘wat?’ erkennend
‘’k weet niet wat dat is.’ ‘Een soort brunet.’
‘da’s donker toch?’ ‘Niet helemaal.
Brunet is mijn gelaatskleur, maar, mevrouw, u zou
de rest eens moeten zien. Mijn handpalmen, mijn voetzolen
zijn peroxydeblond. Door wrijving –
dom genoeg, mevrouw – veroorzaakt door het zitten
is nu mijn achterste pikzwart – Eén moment mevrouw!’ – als
voelde ik haar hoorn omhooggaan voor de donderende rotklap
om mijn oren – ‘Mevrouw,’ soebatte ik, ‘zou u het toch niet liever
met eigen ogen zien?’

 

Vertaald door Ko Kooman

 

Wole Soyinka (Abeokuta, 13 juli 1934)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juli ook mijn blog van 13 juli 2020 en eveneens mijn blog van 13 juli 2019 en ook mijn blog van 13 juli 2016 en ook mijn blog van 13 juli 2014 deel 1 en ook deel 2.