Alexander Osang, Ulla Hahn

De Duitse schrijver en journalist Alexander Osang werd geboren op 30 april 1962 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Osang op dit blog.

Uit: Fast hell

Ich kannte Uwe aus New York, obwohl er eigentlich aus Ostberlin kam wie ich. Ich weiß nicht mehr genau, wann ich ihn zum ersten Mal sah, wahrscheinlich Anfang der Zweitausender auf einer Party bei Solveigh, die aus der Nähe von Dresden stammte, aber seit über dreißig Jahren in Brooklyn lebte. Ich hatte eine kleine ostdeutsche Gemeinde in New York Meine Frau natürlich, die in Berlin-Lichtenberg groß wurde, Solveigh, die kurz vor dem Mauerfall einen New Yorker Juden heiratete, der seine Sommerferien im Sozialismus verbracht hatte, Sabine, die aus einem Dorf bei Erfurt kam und Ende der Achtziger ausgereist war, ihren Freund Bert, der nach einem Fluchtversuch aus Ostberliner Haft freigekauft worden war, Kathleen aus Gera, die ein Jahr in unserem verrumpelten Büro arbeitete, obwohl sie aussah wie ein Filmstar, ein junges Thüringer Ärztepaar, das irgendwann nach New Mexico weiterzog, später dann auch Else, die eigentlich Sabine hieß, aus Eilenburg kam und einem Mönch in einen Tempel nach Manhattan gefolgt war. Uwe gehörte dazu. Keine Ahnung, wovor der weggelaufen, wem der gefolgt war. Er trat mir aus dem Gewirr der Riesenstadt entgegen. Er war schwul, glatzköpfig und besaß ein Haus in Spanish Harlem, das er in einer Art Stadtlotterie gewonnen hatte. Die Sommer verbrachte er auf Fire Island, wo auch wir ein Ferienhaus gemietet hatten. Er bewohnte mit zwei pensionierten Tänzern des Bolschoi-Balletts einen Bungalow in Cherry Grove, dem gay village der Insel. Unser Haus stand in Oakleyville, wo niemand war, außer uns, einem verschrobenen Verwalter namens Sam, der einst Affären mit Yoko Ono und Greta Garbo gehabt haben soll, sowie einem einheimischen Messie namens Chuck, der den Klimawandel anzweifelte, obwohl seine Insel langsam aber sicher im Atlantischen Ozean versank. Einmal im Sommer liefen wir durch die Hitze am Strand entlang und besuchten Uwe in Cherry Grove, wo er auf einer Terrasse im Schatten saß und schon auf uns zu warten schien. Wenn ich dort ankam, fühlte ich mich, als sei ich nur kurz weg gewesen. Uwe gehörte zu den Menschen, in deren Gegenwart ich sofort anfing zu berlinern. Ich habe nie einen Mann an Uwes Seite gesehen. Ich kannte nur Geschichten von seinen Partnern. Sie klangen meist tragisch.“

 

Alexander Osang (Berlijn, 30 april 1962)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

 

Bewijssituatie

Had jij, had ik, zouden wij
in het kielzog van het vacuüm steeds meer
op leeftijd gekomen zijn
geloof verzet misschien bergen
maar nooit een conjunctief
Niet eens een foto
van alle hoop
al het geduld

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2025 en ook mijn blog van 30 april 2020 en eveneens mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

K. P. Kaváfis, Monika Rinck

De Griekse dichter Konstantínos Petros Kaváfis werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863. Zie ook alle tags voor Konstantínos Petros Kaváfis op dit blog.

 

De satrapie

Wat een ongeluk dat, hoewel je bent geschapen
voor de mooie en grote daden,
je onrechtvaardig lot je altijd
aanmoediging en succes onthoudt;
dat zinloze gewoontes, kleinigheden
en onbenulligheden je belemmeren.
En wat is de dag verschrikkelijk waarop je bezwijkt
(de dag waarop je je liet gaan en bezwijkt)
en je je op reis begeeft naar Susa,
en naar monarch Artaxerxes gaat,
die je welwillend aanstelt aan zijn hof
en je satrapieën en dergelijke aanbiedt.
En jij neemt ze aan, in vertwijfeling,
die zaken die je niet wenst.
Je ziel zoekt naar iets anders, weent om iets anders:
de lof van het Volk en van de Sofisten,
het zo begeerde, onschatbare Bravo,
de Agora, het Theater en de Kransen.
Hoe zal Artaxerxes je dit kunnen geven,
waar zul je dit vinden in de satrapie
en wat voor leven zul je leiden zonder dit alles.

 

Philhelleen

Zorg er voor dat het graveren bekwaam gebeurt.
De gelaatsuitdrukking ernstig en majesteitelijk.
Het diadeem liefst wat smal:
die brede van de Parthen zijn niet naar mijn smaak.
Het opschrift zoals gebruikelijk in het Grieks;
niet overdreven, niet hoogdravend –
opdat de proconsul het niet misduiden kan,
hij die alles bespiedt en doorgeeft naar Rome –
maar vererend niettemin.
Iets zeer uitgelezens op de keerzijde:
een of andere mooie jonge discuswerper.
Bovenal druk ik je op het hart, er op toe te zien
(Sithaspes, bij god, laat het niet vergeten worden)
dat na het Koning en het Redder,
met sierlijke letters gegraveerd wordt: Philhelleen.
En kom me nu niet aan met spitsvondigheden
als ‘Waar zijn de Hellenen?’ en ‘Waar is het Grieks
hier achter de Zagros en voorbij Phraäta’.
Aangezien talloze anderen, barbaarser dan wij,
het schrijven, zullen ook wij het schrijven.
Vergeet tenslotte niet dat soms
sofisten uit Syrië naar ons toe komen
en verzenmakers en andere nietsnutten,
zodat we niet zonder Griekse beschaving zijn, dunkt me.

 

Een van de goden

Wanneer een van hen, omstreeks het uur dat het avond wordt,
over de agora van Seleukia ging,
als een lange en volmaakt mooie jongeman,
met de vreugde om onsterfelijkheid in de ogen,
met zijn geparfumeerde zwarte haren,
keken de voorbijgangers naar hem
en men vroeg elkaar of men hem kende
en of hij een Griek uit Syrië, dan wel een vreemde was. Maar sommigen
die met meer aandacht naar hem keken
begrepen, en maakten baan,
en terwijl hij verdween onder de zuilengangen,
in de schaduwen en in de lichten van de avond,
op weg naar de buurt die alleen ’s nachts
tot leven komt met orgieën en drinkgelagen
en elke soort van roes en wellust,
vroegen zij zich af wie van Hen dit misschien was
en voor welk verdacht genot
Hij afgedaald zou zijn naar de straten van Seleukia
uit de Vereerde, Heilige Verblijven.

 

Vertaald door Hans Warren en Mario Molegraaf

 

K. P. Kaváfis (29 april 1863 – 29 april 1923)

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

de soufflé (Honingprotocollen)

Horen jullie dat, zo honen honingprotocollen: je moet nu simpelweg niets doen.
Alsof een doorwerkt (als een spons verzadigd) bewustzijn
het voorwerk weigerde. Ik kan me niet verstaanbaar maken. Proberen we het zo:
Je nodigt eters uit, om acht uur en er ligt rood vlees, een berg meel,
smerige wortels en een dozijn eieren en je zegt: dit is de soufflé,
zoals u wilt, of als het dat nu niet is maar over drie uur,
of als ik iemand anders zou zijn, dan zou het precies dat zijn: de soufflé.
Dan vragen de gasten meer bezorgd dan teleurgesteld: wat is er dan gebeurd?
Wat hebt u dan gedaan toen u geen soufflé gemaakt hebt?
Gejammer! De tristesse van de weigering die de verkwisting aan zichzelf
en aan de verkwisters toeschrijft. Omdat de verkwisters hun zorgvuldigheid verkwisten,
verkwisten ze? Zichzelf! Tot zover het vooranalytische laten rondslingeren,
wat echter ook geen oplossing is. Het is of troebel of puur. Zoals je wilt.
Of beter: afhankelijk van waar je op uit bent. Zo bekeken is ook het pure
troebel, zeer troebel. Waarbij de troebelheid erbij blijft in het recht van het pure te zijn.
Maar de gasten hebben het recht aan hun zijde als ze zeggen:
een soufflé ziet er anders uit.

 

Vertaald door Miek Zwamborn

 

Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e april ook mijn blog van 29 april 2019.

Gerbrand Bakker, Monika Rinck

De Nederlandse schrijver Gerbrand Bakker werd geboren in Wieringerwaard op 28 april 1962. Zie ook alle tags voor Gerbrand Bakker op dit blog.

Uit: Moeder, na vader

“Mijn moeder – geboren op 17 december 1934 – zegt best vaak: ‘Zo lang je eet, ga je niet dood.’ Meestal zegt ze dat als ze ziek of niet lekker is. Mijn vader hield op met eten en ging dus wél dood.
Hij is, iets anders kan ik er niet van maken, overleden aan spit. Eind mei 2021 klom hij uit de droge sloot naast zijn huis met enorme rugpijn. Hij had daar onkruid staan trekken. Tegen de tijd dat hij stierf, dat was 14 augustus, had hij allang geen pijn meer. Die hele periode van dik tweeënhalve maand komt me nu onwerkelijk voor, en ook verwarrend en raadselachtig. Hoe kan iemand doodgaan aan spit? Waarom gaat iemand überhaupt dood? We hadden onlangs vrienden te eten en ik kreeg tussen neus en lippen te horen dat die en die dood was. ‘Waarom?’ vroeg ik. Niet ‘waaraan’, omdat de overleden man nog zo jong was. Nee, waarom? Alsof doodgaan een keuze is, iets waar je zelf de hand in hebt, iets wat je eventueel zelf zou kunnen regisseren. Ik werd uitgelachen om mijn vraag: wie vraagt er nu waarom in plaats van waaraan?
En toch is het een vraag die me in het geval van mijn vader nogal bezighoudt. Hem mankeerde niets. Hij was tot het moment dat die pijn in zijn rug schoot een, zoals dat dan heet, ‘kranige oude man’. Hij was weliswaar in april 90 geworden, maar zijn vader werd 96, dus hij had nog zeker zes jaar te gaan. Tenminste: als je er een competitie van maakt. En dat is het natuurlijk niet; je kunt er namelijk niet zelf actief voor zorgen dat je zo oud mogelijk wordt, want kanker, hartverlammingen, een verkeersongeluk, een verdwaalde of gerichte kogel of een val van een keukentrapje verstoren die poging best regelmatig.
De eerste weken zijn mij een beetje ontgaan. Omdat we in de Eifel zaten, zag ik hem niet. Ik hoorde door de telefoon hoe het ging. Meestal sprak ik dan met mijn moeder, maar omdat ze de telefoon altijd op de speaker zet, kon mijn vader op de achtergrond meeschreeuwen. Na een paar dagen hevige pijn heeft mijn broer hem naar de huisarts gereden. Hij kreeg pijnstillers. Maar hij kon nauwelijks omhoog of omlaag. Dat verstoorde de routine die mijn vader en moeder samen opgebouwd hadden: hij kon mijn moeder, die slecht ter been is en last heeft van een haperend hart, niet langer helpen de dingen te doen die hij altijd voor zijn rekening had genomen.”

 

Gerbrand Bakker (Wieringerwaard, 28 april 1962)

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

Stro

Horen jullie dat, zo honen honingprotocollen, nu heeft de gevoeligheid
zich uitgestrekt, nu heeft ze alle ruimtes overspannen en aangestoken.
Aardse treurigheid, de berken werden grijs, de hond heeft een oog verloren.
As, vlokkend talmen, boetedoening, vermoeidheid, verdriet misschien, toch is het je plicht
erdoorheen te gaan, als ware het licht waarin de ellende staat met handen
die jij gebonden acht. Dan zie je: het wordt minder, het begrijpen.
Helderheid ontstaat alleen nog door de intensiteit van de schok. Een geluidloze knal.
Je kunt het niet meer bevatten, bent ongedurig, en in een poging toch te begrijpen,
kom je er aan de andere kant weer uit, reliëf dat niet bestaat,
tremolo dat niet bestaat, als had je tevergeefs in de nevel gegrist,
een nevelpaardje je erin geluisd (huuhot, die grijze stort zich op mij,
ik val door hem heen) en bent diep beneden, gevoelig, onbegrepen,
in afwachting van de schok. Maar plotseling, hier, alles geel, vol stro!

 

Vertaald door Miek Zwamborn

 

Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e april ook mijn blog van 28 april 2021 en ook mijn blog van 28 april 2020 en eveneens mijn blog van 28 april 2019 deel 1 en ook deel 2.

Robert Anker, Edwin Morgan

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

Vergeetkist

Ik vond in de beroemde boekenkist op zolder
Een telefoonboek waar jouw naam nog in stond
Snel dichtgeklapt maar zoals de snelle stofjes
Die ontsnapten aan het zonlicht zo kolkten
Mijn gedachten om je stralende naam en om
Je gapende gestalte waar die zijn kon
In de tijd en natuurlijk heb ik toch nog
Snel je nummer ingetoetst en een kind nam op
En of het door dat kind kwam dat ik plotseling

Trok ik uit dezelfde boekenkist te voorschijn
Het busboekje van toen mijn moeder nog haar tijd
Geheel bewonen moest en die ze moest bereizen
Met de bus die langs dorpsweg en binnendijk
Trillen doverhellend stoppend voor een geit
Leer en dieselolie hoofdpijn verspreidend –
O al die tijden en daartussen al die lijnen
Alles wat beschreven was en dan verdwijnt

 

De zon daalt, wij hebben ons verinnerlijkt in ons bootje

De zon daalt, wij hebben ons verinnerlijkt in ons bootje
en varen zoet vereenzaamd in een landschap
waarbij ik roei en jij met elegante handslag het water
in het water schept opdat wij zinkende niet zinken
in het water waar zo pas zie ik omkijkend land was
en ver voor mij op de kant was de kindertijd en wuift nog
o god wat hou ik toch van de knieën uit je rok!

 

Heimwee naar Carmiggelt

De man zat met moe haar
op een bank in de herfs
zei hij dof
zei hij eenvoudig.
Ik ben niet ostentatief ongelukkig
ik draag mijn zelfspot
als een zijden harnas
riep hij
hield hij vol.
Ach je knoeit wat je rommelt wat
en je hebt je rust
je levensavond.
Anna heette ze wist ik nu
gehuld in een mooie gave neurose
een fineer van droefenis over haar stem
een lichtbruin korstje op haar stem
bloemen gezellig
voor als je ontevreden bent
of sad.
Ik op een paaltje? Ik was lid van het Concertgebouw
nu rielèks ik rielèksen daar gaat het om
dat wel natuurlijk
zei de kastelein laf
een wat schemerige man
een heerachtige verschijning
een losse jongen
men schreef een goudbruine namiddag
in december.
Daarom heeft die verongelijkte uitdrukking
zich metterwoon op mijn gezicht gevestigd
zei hij filosofisch
heeft u ooit intensief samengehangen
met schertsartikelen
vroeg hij getoucheerd
vroeg hij vriendelijk verweesd
nee maar dat vind ik nou leuk
sprak de kastelein moedeloos
en loosde onafgebroken
levensbloesem.

 

Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook alle tags voor Edwin Morgan op dit blog.

 

Een kleine catechismus van de demon

Wat is een demon? Bestudeer mijn leven.
Wat is een berg? Ga er nu op uit.
Wat is vuur? Het is voor eeuwig.
Wat is mijn leven? Een val, een roep.
Wat is de diepte? Ga er nu op uit.
Wat is donder? Jouw kracht neemt af.
Wat is de film? Hij draait, hij vertelt.
Wat is de film? Onder de watervallen.
Waar is het theater? Onder de heuvel.
Waar is de demon? Hij wandelt over de heuvels.
Waar is de overwinning? Op de hoge toppen.
Waar is het vuur? Ver in de diepte.
Waar is de diepte? Bestudeer de demon.
Waar is de berg? Ga er nu op uit.
Bestudeer mijn leven en ga er nu op uit.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Edwin Morgan (27 april 1920 – 19 augustus 2010)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april verder ook mijn blog van 27 april 2024 en ook mijn blog van 27 april 2020 en eveneens mijn blog van 27 april 2018 en ook mijn blog van 27 april 2016 en mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Carl Christian Elze

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

 

fötotomische ballade

das fault sich schnell im mutterleib & aast dahin, das kalb
verdreht, blockiert. des muttertiers ziegelrote augenschlitze.
ein guter mann pflanzt seine faust ins fleisch, setzt kalt

die säge an & sägt dem milchvieh durch die aufgeschäumte ritze
die leibfrucht klein: ein vorderbein & noch ein bein & noch
– dem guten mann steckt in der hirnhaut eine mörderhitze –

ein letztes bein! in scheiben heckt der rumpf durchs loch!
die färse presst die fehlgeburt, als wär sie nicht in stücken!
der gute mann am kettenglied, zieht – jede schläfe pocht –

den kopf wie einen stöpsel raus: aufgetürmter rücken
die wirbel: messerstecherei, das fleckvieh stöhnt entschimmelt.
in der wanne liegt nun alles, stirn an steiß, die fliegen zücken

das geschlecht: gebrumme. auf den puzzleteilen: gewimmel.
ein lichtstrahl fällt ins zink & wirft sich dort aufs rot & schwarz.
die mutter glotzt, im fleisch verschnürt, in eine pfütze himmel.

der gute mann befiehlt: „das aus dem blick geschafft!“

 

anatolische stunde

er hatte die hellblauen augen auf mir
ich vergaß, wer ich war & aß wie sein hund
versunken in brot, trunken vor butter.

wir sprachen ein deutsch hinterm haus
an den hängen, gebrochene sätze von städten
da wo man federn lässt & kinder.

wir gingen rauchend, die jacken voll nüsse
zwischen den bäumen die blicke der kühe sanft
sämig ihren geschmack noch am gaumen.

wir kamen auf feinde zu sprechen, verwundete
stellen im feld, sein gesicht wie ein stein, denn nachts
steigt das wild aus den zedern & scharrt.

wir tranken den cocktail in die körper wie schlaf
wir schliefen am tisch langsam ein, nur der hund
blieb breitköpfig schwer auf den beinen.

 

lied

& ziehe & ziehe immer am zimmer, am kopf
im spiegel, wie hässlich das wird, wie klaffend
hässlich das wird, dein zimmer im spiegel im kopf
herausziehen wollen! liebestrunkenen kopf
alle die schätze wie splitter wie klinge wie pfeil
herausziehen wollen! wie klaffend das wird
wie spaltholz, gaumenspalte, wolfsrachen!
jetzt die finger ausdrehen, ganz still stehen
im zimmer, im spiegel, nachschwingen sehen
die weißen kissen auf den schwarzen felsen
dein schwarzes haar & wie es still wird nie
dies leichte zittern noch bei jeder fahrt
unter uns die schnellen linien. lilien. weiße
kissen. ganz still stehen im zimmer. ganz still
stehen im zimmer. vermissen. königskind, psst.

 

het verschil

het verschil tussen een steen
en een hond
lijkt voor mensen enorm te zijn.
beweging en groei
voortplanting en ontwikkeling
stofwisseling en prikkelbaarheid
de kenmerken van alle levende wezens: de onwrikbare zes
op elke school ter wereld
worden ze onderwezen. ze volledig
benoemen en uitleggen
waarom een kaarsvlam niet leeft
ook al flikkert hij in de wind
wordt altijd beloond.
10-jarigen stoppen met praten
tegen stenen, tegen hun knuffels en stokken.
hun hersenen veranderen, onmerkbaar,
van complexere, vertakkende sterrenstelsels
in simpele datasnelwegen
die alleen nog maar in cirkels lopen.
uiterlijk groeien onze schedels
inclusief hun gegroefde vulling,
maar het zijn alleen de rustplaatsen die groeien,
niet de wegen. alleen de rustplaatsen
groeien uit tot steeds grotere gaten
om daarin duizenden
te verzamelen. alle rustplaatsen van alle hersenen
zijn volledig overbevolkt. Op elke
vierkante millimeter dwalen reizigers rond,
miljoenen volwassen,
vermoeide, gedaantes
van kinderkamers dromende invaliden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Carl Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2020 en eveneens mijn blog van 26 april 2019 en ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Erik Menkveld, Ted Kooser

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

Droomwater

Door roodbruin ijzerhouden zijn bodem verhullend
raast het meters lager dan de weerszijdse paden,
geïntensiveerde dovenetel overwoekert de taluds.

Zwaar verval. Een ophaalbrug. Smaller, blauwer, roerloos
wordt het na een kilometer – vastgestoken met riet.
Waarna ik het zie: schitterend, ongemerkt

eindigen tegen een betonnen rand, met links daarachter
open grasland en een terrein waar men blokhutten
te koop aanbiedt en achtkantige priëlen.

 

Onder kandelabers

O dat prachtigst lachen! Nauwelijks.
Eerste stralen van een zinderende dag?
Welwater? Welzand? Onder kandelabers
waar de dames onbewaakt het malle paard
berijden, heren van liefde klappen
lijk een gebroken spa – jaren zocht ik het
zo nergens dat het zich hier vinden laat.

 

Kastanienallee, Berlijn

Kinderkoppen nog altijd
nat als voor de wende, woonpakhuizen

even grauw en volgekalkt, met dure
retro-etalages ook al (‘Sgt. Peppers’)

en ik daar toen als enige domweg
gelukkig hoogstwaarschijnlijk

met mijn nieuwe herinneringen
van Remco C. op zak en alle tijd

voor lantarenpalen vol trance party’s
waar ik geen mens zou kennen.

 

Erik Menkveld (25 april 1959 – 30 maart 2014)

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook alle tags voor Ted Kooser op dit blog.

 

Depressieglas

Het leek alsof het roze vaatwerk
dat ze voor speciaal bezoek bewaarde
altijd koud was,
van de plank gehaald in rinkelende stapels,
de borden als de ijsschotsen
die ze uit de wateremmer brak,
op winterochtenden, de wijde kopjes
als tulpen die te vroeg opengingen
en door de vorst werden gebeten. Daarin
werd de koffie koud, hoe snel je hem
ook dronk, terwijl een zware
alledaagse mok een scheutje
het grootste deel van een gesprek
warm zou houden. Het was moeilijk
om jouw deel aan de roddel bij te dragen
met koude koffie, maar het was
desalniettemin een bijzondere gelegenheid,
om aan haar keukentafel te zitten
en te nippen aan het bittere filtraat
van de roddels van de afgelopen week uit kopjes
die ze in een jaar tijd had verzameld
in de supermarkt, met één gratis kopje
voor elke tweeënhalve kilo bloem.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e april ook mijn blog van 25 april 2020 en eveneens mijn blog van 25 april 2019 en ook mijn blog van 25 april 2016 en mijn blog van 25 april 2015 deel 2.

Frans Coenen, George Oppen

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

Uit: Van mijn doode hondje  (Een Herinnering.)

“Zou ik er wel van spreken? Over een paar dagen zal het schrijnen der herinnering, die smartelijke schrik bij het plotseling herdenken immers weer voorbij zijn. Dan heeft de dagestroom ons al ver weg gevoerd en is het levensaspect weer nieuw, zoodat wij enkel nog maar weten van het verdriet, doch niet meer voelen. Zoo zou ik dan kunnen zwijgen, bedenkend de geringheid van het feit en hoe spoedig het nagevoel over is.
De dood van een hondje! Het is niet veel in ’t wereldgebeuren en kan gauw vergeten zijn. Maar ik wil niet gauw vergeten. Ik wil nog vasthouden, wat ik eens beleefde en wat mij sterk vervuld heeft: het zachte, verteederde neigen tot dat kleine leven, en de smartelijke leegte van gemis bij zijn dood. Dit beleefde ik eens en het was niet zoo weinig. Dan wil ik er nu ook niet haastig en schuw aan voorbijgaan, in kleinmoedige angst voor een pijn, die wellicht het allerbeste beteekent, dat het lage leven ons te bieden heeft.
Laat ik dan eerst mij duidelijk bezinnen hoe hij was. In ’t begin, negen jaar geleden, en later.
Toen wij hem bij den hondekoopman kochten, keek hij schril en spichtig uit zijn hooge hokje neer: een bekoorlijk levendig smouskopje met verwarde zijig blonde haren voor twee groote glanzende oogen. Hij kostte niet duur en wij hadden het gevoel dat hij misschien wel gestolen kon zijn. Immers zóó piep jong was hij niet, trots zijn ongelooflijk levendig en driftig aardje en hij bleek zijn menschen en wereld al bijzonder goed te kennen, veel te goed voor een hondje, dat pas uit het nest komt. Aan het touwtje, waarmee wij hem thuis brachten, liep hij zonder eenige bevreemding of schroom mede, het scheen zelfs of hij het was, die ons met zijn driftige, fijne trippelpootjes leidde naar een hem bekend doel. En eenmaal in huis en losgemaakt, holde hij licht en vlug alle trappen op en weer af, snuffelde de kamers en gangen door op een grappig zakelijke en zeer positieve manier, alsof zijn blijven er van afhing, dat hij alle dingen naar zijn smaak bevond.
Zoo was zijn eerste entree en zoo bleef hij bij ons: volkomen op zijn gemak, maar voorloopig nog maar matig vriendelijk. Hij had het aanvankelijk ook te druk, was tezeer geïnteresseerd in alles, om voor ons nog veel aandacht te hebben. Hij kende ons ook maar zoo kort en gedacht misschien zijn vorig gezin, dat hem gewis nog betreurde.”

 

Frans Coenen (24 april 1866 – 23 juni 1936)
Portret door Ferdinand Hart Nibbrig, 1894

 

De Amerikaanse dichter George Oppen (eig. George Oppenheimer) werd geboren op 24 april 1908 in New Rochelle, New York. Zie ook alle tags voor George Oppen op dit blog.

 

Wereld, wereld —

Mislukking, nog ergere mislukking, niets gezien
Vanuit de uitkijkpost,
Te veel gezien in de greppel.

Zij die niet willen kijken
Hoewel ze het op hun huid voelen
Worden niet doorboord;

Men kan ze niet tellen
Hoewel ze aanwezig zijn.

Het is volkomen wild, het wildst
Waar verkeer is
En bevolking.

‘Gedachten springen op ons af’ omdat we hier zijn. Dat is de waarheid.
Zelfonderzoek, deze voorschriften,

Zijn een medische modegril, een poging om te ontsnappen,
Om zichzelf te verliezen in het zelf.

Het zelf is geen mysterie, het mysterie is
Dat er iets is waarop we kunnen staan.

We willen hier zijn.

De daad van het zijn, de daad van het zijn
Meer dan jezelf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

George Oppen (24 april 1908 – 7 juli 1984)
Met echtgenote Mary

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn blog van 24 april 2021 en ook mijn blog van 24 april 2020 en eveneens mijn blog van 24 april 2019 en ook mijn blog van 24 april 2016 deel 2.

William Shakespeare, Christine Busta

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

 

Sonnet 12

Tel ik de klok, de slagen van de tijd,
Zie ik de dag in grauwe nacht verzinken,
Viooltjes, al hun lentepracht reeds kwijt,
Het zwart van lokken door vergrijzing slinken,
Of hoge bomen, van hun blad ontdaan,
Waar eertijds kudden in de schaduw lagen,
En zomergroen, geschoofd bijeen gedaan,
Met witte baard op baren weggedragen –
Dan dient jouw schoonheid zich als kwestie aan:
De tijd zal je verwoesten en verknoeien,
Want schoonheid gaat van schoonheid ooit vandaan,
Versterft zo snel als ze de rest ziet groeien.
   Geen man of macht kan maaier Tijd weerstaan,
   Jouw kind alleen zal hem het veld uit slaan.

 

Sonnet 14

Begrip pluk ik níet bij planeten weg,
Al ben ik toch een sterrenwichelaar.
Níet dat ik spreek van blind geluk of pech,
Van plagen, schaarste of de loop van ’t jaar.
Wat komt kan ik níet per minuut voorspellen,
Of minutieus het weer prognosticeren,
Of prinsen wat gebeuren gaat vertellen
Uit dat wat mij de hemeltekens leren.
Jouw kijkers kunnen mij wél instrueren:
Die vaste sterren zeggen hun student
Dat pracht en waarheid samen weer floreren
Als jij een ander dan jezelf bekent.
   Zo niet, verklaar ik jou dat op termijn
   Jouw dood en doel hun beider afloop zijn.

 

Sonnet 16

Waarom gebruik je niet het grof geschut
Om wrede heerser tijd mee te bestoken?
Verval vereist de vruchtbaarheid als stut,
De vrucht waarvan mijn verzen zijn verstoken.
De vuurkracht van je jeugd kan veel volbrengen,
En menig ongezaaid jongmeisjesbed
Zou graag met deugd jouw spruit ter wereld brengen,
Gelijkender dan jouw geverfd portret.
Neem daarom levenslijnen als patroon:
Geen pen, penseel of vers kan ook maar even
Qua eigenschappen of qua lichaamsschoon
Jouw zelf in mensenogen doen herleven.
   Jouw zelf behouden door eerst vuur te geven,
   Die schutterskunst is jou op ’t lijf geschreven.

 

Vertaald door Erik Honders

 

Sonnet 12

Omdat de klok mijn tijd in stukken bijt,
De dag verzwolgen wordt door zwarte nacht,
De bloem vergeefs tegen verwelking strijdt
En zwart haar zwicht voor grijze overmacht,
De bomen zijn beroofd van ’t bladerdak
Waaronder vee voorheen verkoeling zocht,
Het graan in schoven staat geschaard die straks
Bebaard beginnen aan hun laatste tocht –
Dáárom vrees ik de dag dat jij zal sterven,
Dat sloper Tijd jouw pracht teniet komt doen.
Daar al wat zoet en mooi is moet bederven
En elk bruin blad steeds plaatsmaakt voor nieuw groen.
   De tand des tijds wordt door geen hand gekeerd –
   Tenzij je een kind maakt en hem zo trotseert.

 

Vertaald door Frank Lekens

 

William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
Standbeeld van William Shakespeare ten zuiden van de kathedraal van Southwark

 

De Oostenrijkse dichteres Christine Busta werd geboren op 23 april 1915 in Wenen. Zie ook alle tags voor Christine Busta op dit blog.

 

Stille aanwijzing

Rust maar uit,
Voor mij hoef je het gras niet te maaien.
Laat het maar samen met het woekerende onkruid,
verder groeien op mijn heuvel.

Luister liever of er onder de aarde
een met groen al dichtbegroeide stem ,
nog steeds tegen je zegt: “Ik groei naar je toe…”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christine Busta (23 april 1915 – 3 december 1987)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e april ook mijn blog van 23 april 2020 en eveneens mijn blog van 23 april 2019 en ook mijn blog van 23 april 2017 deel 3.

Giorgio Fontana, Louise Glück

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: On Kafkaesque pedagogy

“Kafka’s families can be fatal traps. In The Metamorphosis, it is the beloved sister who passes the fatal sentence on the now-vermin Gregor Samsa (on whose vermin-form the family can no longer financially depend); the Letter to His Father, an accusation of abusive parenting, written but never delivered, abounds with traumatic details (for instance when Hermann Kafka left young Franz alone on the balcony in his nightshirt, because he « kept on whimpering for water »); and in The Man Who Disappeared, Karl Roßmann is sent away by his parents because a maid has seduced him (a typically Kafkian inversion of the logic of punishment: it’s the victim who gets banished). The family can certainly be « a haven in a heartless world », as Christopher Lasch put it; it can also be a prison or a regime.
Kafka knew it: less known are his ideas about what a sensible and truly devoted childhood education should be. These are offered in a long-distance epistolary exchange with his sister Elli in 1921 that can be read in the Letters to Family, Friends, and Editors collection.1 The facts are quickly told. Elli is uncertain whether to send her ten-year-old son Felix to a progressive school in Hellerau, near Dresden; Kafka, on the other hand, has no doubts. Send the boy to school! He invokes the pedagogy of Jonathan Swift’s admirable Lilliputians — « parents are the last of all others to be trusted with the education of their own children, » we read in Gulliver’s Travels — but twists the thesis to a new extreme. Every family, he notes, is first and foremost an animal bond, even a single organism, though extremely unbalanced. « The selfishness of parents — the authentic parental emotion — knows no bounds » in that zero-sum animal polity: « tyranny or slavery, borne of selfishness, are the two educational methods of parents. » And if the kids don’t live up to the standards set by their parents, they are not expelled — how could they be, in such a binding organism? — but devoured. Kronos, who fed on his offspring, is thus « the most honest of fathers »: at least he does not pretend.”

 

Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

 

Bloedgierst

Iets
duikt onwelkom in de wereld op
en roept wanorde, wanorde –

als je me zo van harte haat
doe dan geen moeite mij
een naam te geven: wil je
nog een smet in je taal, nog
een manier om één ras
overal de schuld van te geven –

zoals wij beiden weten:
wie één god aanbidt
heeft maar één
vijand nodig –

ik ben die vijand niet.
Slechts iets om je ogen mee te sluiten
voor wat je hier ziet
plaatsvinden in dit bed,
een klein brevet
van onvermogen. Vrijwel dagelijks sterft
hier een van je dierbare bloemen
en jij hebt geen vrede voor
je de oorzaak bestrijdt, dat wil zeggen
wat er toevallig nog staat, wat er
toevallig sterker blijkt
dan jouw persoonlijke passie –

die was in de werkelijke wereld
niet bedoeld voor de eeuwigheid.
Maar waarom zou je dat toegeven, als je door kunt gaan
met wat je altijd al deed,
treuren en beschuldigen,
altijd die twee.

Ik heb jouw lof niet nodig
om te overleven. Ik was hier eerst,
voor jij er was, voor
jij ooit een tuin begon.
En ik zal er zijn als slechts de zon en de maan
er nog zijn, en de zee, en het weidse veld.

En dat veld zal bestaan uit mij.

 

Vertaald door Erik Menkveld

 

Louise Glück (22 april 1943 – 13 oktober 2023)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e april ook mijn blog van 22 april 2020 en eveneens mijn blog van 22 april 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Patrick Rambaud, Louise Glück

De Franse schrijver Patrick Rambaud werd geboren op 21 april 1946 in Parijs. Zie ook alle tags voor Patrick Rambaud op dit blog.

Uit: Die Schlacht (La Bataille, vertaald door Ina Kronenberger)

“Wien 1809
Am Dienstag, dem 16. Mai 1809, verließ am frühen Vormittag eine von Reitern umringte Kutsche Schön-brunn, um in gemächlichem Tempo das rechte Donau-ufer entlangzufahren. Es war ein gewöhnlicher Wagen, olivgrün und ohne Wappenschilder. Die österreichischen Bauern nahmen ihre breitkrempigen schwarzen Hüte ab, wenn er an ihnen vorbeifuhr, aus Vorsicht, aber ohne Ehrerbietung, denn sie kannten die Offiziere, die auf ihren langmähnigen Arabern vorbeitrabten, ein Pantherfell unter den Schenkeln, mit ungarisch anmutenden Uniformen, weiß, scharlachrot und gold-beladen, eine Reiherfeder am Tschako: Die jungen Herren waren die ständige Begleitung von Berthier, dem Generalstabschef der Besatzungsarmee. Durch das heruntergelassene Fenster kam ein Ärmel zum Vorschein und eine Hand, die ein kurzes Zeichen gab. Sogleich presste Oberstallmeister Caulaincourt, der dicht neben der Wagentür ritt, die Knie fester zusammen, nahm mit akrobatischem Geschick Zweispitz und Handschuhe ab, löste sodann vom Knopf seiner Weste eine zusammengefaltete Karte über die Umgebung von Wien und streckte sie salutierend hin. Kurze Zeit später hielt der Wagen vor dem reißenden gelben Fluss. Ein Mameluk mit Turban sprang vom Lakaiensitz, zog das Trittbrett heraus, öffnete die Tür und erging sich in unzähligen Verbeugungen. Der Kaiser stieg aus dem Wagen und setzte seinen Biberhut auf, dessen Fell vom vielen Aufbügeln einen rötlichen Schimmer an-genommen hatte. Gleich einem Umhang hatte er sich den Überzieher über seine Grenadieruniform geworfen, dessen graues Tuch aus Louviers stammte. Seine Hose war mit Tinte befleckt, weil er die Unsitte besaß, seine Federn daran abzuwischen: Vor der Tagesparade hatte er einen Armvoll Dekrete unterzeichnen müssen, denn er wollte über alles entscheiden, angefangen von der Verteilung neuer Stiefel an die Garde bis hin zur Versorgung der Pariser Brunnen, tausend Kleinigkeiten, die selten mit dem Krieg in Zusammenhang standen, den er derzeit in Österreich führte. Napoleon wurde allmählich beleibt. Seine Kaschmirweste spannte über einem nunmehr runden Bauch, er hatte kaum noch einen Hals und nahezu keine Schultern. Sein gleichgültiger Blick wurde nur noch feurig, wenn er in Wut geriet. Heute war er verdrossen, der Mund zusammengekniffen. Als er die Gewissheit erhalten hatte, daß sich Österreich gegen ihn rüstete, war er innerhalb von fünf Tagen von Valladolid nach Saint-Cloud zurückgekehrt und hatte im Galopp wer weiß wie viele Pferde zuschanden geritten. Er, der damals jede Nacht zehn Stunden schlief und noch zwei Stunden im Bad zubrachte, hatte dank seiner Rückschläge in Spanien und angesichts dieser neuen Herausforderung mit einem Mal seine Zähigkeit und Stärke wiedergefunden.“

 

Patrick Rambaud (Parijs, 21 april 1946)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

 

Afnemende wind

Toen ik jullie maakte, hield ik van jullie.
Nu heb ik medelijden met jullie.

Ik gaf jullie alles wat jullie nodig hadden:
bed van aarde, dek van blauwe lucht –

naarmate ik verder van jullie vandaan raak
zie ik jullie steeds duidelijker.
Jullie zielen hadden al lang immens moeten zijn,
niet wat ze bleven,
kleine kletsende dingen –

ik gaf jullie ieder geschenk,
blauw van de lenteochtend,
tijd waarvan jullie het gebruik niet begrepen –
jullie wilden meer, dat ene geschenk
bestemd voor een andere schepping.

Wat jullie ook hoopten,
jullie gaan jezelf niet vinden in de tuin,
tussen de groeiende planten.
Jullie levens zijn geen kringloop als die van hen:

jullie levens zijn een vogelvlucht
die begint en eindigt in stilte –
die begint en eindigt, een echo in vorm
van deze boog tussen de witte berk
en de appelboom.

 

Vertaald door Erik Menkveld

 

Louise Glück (22 april 1943 – 13 oktober 2023)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e april ook mijn blog van 21 april 2020 en eveneens mijn blog van 21 april 2019 deel 2 en eveneens deel 3.