Kees Verheul, Elizabeth Bishop

De Nederlandse schrijver, vertaler, slavist en essayist Kees Verheul werd geboren in Hengelo op 9 februari 1940. Zie ook alle tags voor Kees Verheul op dit blog.

Uit: Bevrijde jeugd

“Hoe betrouwbaar is het geheugen? Nog een jaar of tien geleden meende ik duidelijk te weten wat mijn vroegste herinnering was. Negentiendrie-, misschien zelfs tweeënveertig. Onze voorkamer in een hard, glansloos ochtendlicht. Kennelijk zondag want mijn vader is thuis. Ik troon op een wollig kussen – het dure, vol dieprood en zwarte patronen, dat mijn vader eens toen ik nog niet bestond met een prijsvraag gewonnen heeft. Aan weerskanten van mij de leunstoelen van mijn ouders. Hun schoenen. Daarboven hun benen, hun knieën. Hun hoofden schemeren haast onbereikbaar hoog en ver. Ze luisteren roerloos. Uit de radio achter mij – niet de latere van de ptt maar de vooroorlogse, met gloeilampen, die op ons mooiste kastje staat – buldert een stem. Mijn vader houdt zijn gezicht in die richting. Mijn moeder tuurt door het raam naarbuiten. Maar ook al verraadt hun lichaam geen reactie op het getier dat onze hele kamer vult, ik voel het ontbreken van de normale veiligheid van het bij elkaar zitten. Alsof mijn vader en moeder ergens diep achter hun kleren zijn weggevlucht, onvindbaar voor die stem, en ik opeens alleen zit tussen twee poppen. Het was Hitler. Een van zijn oorlogstoespraken.
Aan de authentieke kern van het bovenstaande twijfel ik nog steeds niet, daarvoor zijn de indrukken en mijn emotie van gemis te sterk. Maar dat dit het allereerste zou zijn dat ik me herinner? Alsof ik niet willekeurig twee, drie andere prehistorische beelden naar boven zou kunnen halen – scènes uit het overgangsgebied tussen pure zinnelijkheid en beginnend realiteitsbesef van voor je vierde. Deze warme zomermiddag bijvoorbeeld. Mijn broer loopt in een badpak over het terrasje achter ons huis. Af en toe komt hij in mijn gezichtsveld. Achter mij hoor ik door het open raam mijn moeders gescharrel in de keuken. In mijn zinken teiltje vol water, eveneens op het terras, heb ik geen aandacht voor hem of haar, wel een onbestemd besef dat ik mij door hun aanwezigheid geen zorgen hoef te maken om de buitenwereld. Dus concentreer ik me vrij op het zwaantje van celluloid dat ik tussen mijn vingers klem en dat mij steeds ongelukkiger maakt en steeds kwader. Waarom schiet het hooghartige ding telkens naar de oppervlakte, met telkens datzelfde triomfantelijke sprongetje boven water, wanneer ik het op de bodem loslaat?”

 

Kees Verheul (9 februari 1940 – 16 maart 2024)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.

 

In de wachtkamer

In Worcester, Massachusetts,
kwam ik samen met Tante Consuelo
haar tandartsafspraak na
en zat op haar te wachten
in de wachtkamer van de tandarts.
Het was winter. Het werd vroeg
donker. De wachtkamer zat
vol grote mensen,
overschoenen en jassen,
lampen en tijdschriften.
Een poos die lang leek te duren
bleef mijn tante daarbinnen
en terwijl ik wachtte
las ik de National Geographic
(ik kon lezen) en bestudeerde
zorgvuldig de foto’s:
het binnenste van een vulkaan,
zwart en vol as; en
dan stroomde hij over
in beekjes van vuur.
Osa en Martin Johnson
gekleed in rijbroek,
rijglaarzen en met tropenhelmen op.
Een dode man die aan een paal hing
-‘Long Pig’ zei het onderschrift.
Babies met puntige hoofden
van top tot teen omwikkeld met touw;
zwarte, naakte vrouwen met halzen
helemaal omwikkeld met draad
als de glazen staafjes van gloeilampen.
Hun borsten waren afschuwelijk.
Ik las het helemaal door.
Ik was te schuw om te stoppen.

En toen keek ik naar de omslag:
de gele randen, de datum.

Plotseling, daarbinnen,
klonk een oh! van pijn
– Tante Consuelo’s stem –
niet erg luid of erg lang.
Ik was totaal niet verbaasd;
zelfs toen wist ik dat zij
een vrouw was, dwaas en verlegen.
Ik had van mijn stuk kunnen raken
maar raakte dat niet. Wat mij volstrekt
overviel was
dat ik het was:
mijn stem, in mijn mond.
Zonder ook maar te denken
was ik mijn dwaze tante,
ik – wij – vielen, vielen,
onze ogen star gericht op de omslag
van de National Geographic,
februari, 1918.

……..

Ik zei tot mezelf: nog drie dagen
en je bent zeven jaar oud.
Ik zei het om het gevoel te stoppen,
van de ronde, draaiende wereld
in koude, blauwzwarte ruimte te vallen.
Maar ik voelde: je bent een Ik,
je bent een Elizabeth,
je bent een van hen.
Waarom moet jij er ook een zijn
Ik durfde nauwelijks te kijken
om te zien wat ik dan wel was.
Ik wierp een blik opzij
– ik kon niet hoger kijken –
naar schimmige grijze knieën,
broeken, rokken, laarzen
en de verschillende paren handen
die onder de lampen lagen.
Ik wist dat er nooit
iets vreemders was gebeurd, dat niets
vreemders ooit gebeuren kon.
Waarom zou ik mijn tante zijn,
of mezelf of willekeurig wie?
Welke overeenkomsten –
laarzen, handen, de familiestem
die ik voelde in mijn keel, of zelfs

de National Geographic
en die vreselijke hangborsten –
hielden ons allen tezamen
of maakten ons allen tot één?
Wat – ik wist er geen
woord voor – wat ‘onwaarschijnlijk’…
Hoe kwam het dat ik hier was,
zoals zij, en een kreet van pijn hoorde
die luider en erger had kunnen worden
maar dat niet geworden was?

De wachtkamer was licht
en te heet. Zij schoof onder
een grote zwarte golf,
en nog een en nog een.

Toen was ik erin terug.
Het was oorlog. Buiten,
in Worcester, Massachusetts,
heerste nacht en moddersneeuw en kou
en nog steeds was het de vijfde
februari, 1918.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e februari ook mijn blog van 9 februari 2022 en ook mijn blog van 9 februari 2019 en mijn blog van 9 februari 2017 en ook alle drie blogs van 9 februari 2014.

Rachel Cusk, Elizabeth Bishop

De Canadese schrijfster Rachel Cusk werd geboren op 8 februari 1967 in Saskatoon. Zie ook alle tags voor Rachel Cusk op dit blog.

Uit: Parade (Vertaald door Jeske van der Velden)

“Op een bepaald punt in zijn carrière begon de kunstenaar G, misschien omdat het de enige manier was die hij kon bedenken om zijn tijd en zijn plaats in de geschiedenis te duiden, ondersteboven te schilderen. Op het eerste gezicht leek het alsof de schilderijen per ongeluk verkeerd om waren gehangen, totdat de rechtsonder in de hoek prijkende signatuur duidelijk maakte dat er een nieuwe werkelijkheid was aangebroken. Zijn vrouw geloofde dat hij met deze ontwikkeling onbewust iets verontrustends had uitgedrukt over de toestand van vrouwen en vroeg zich af of het gevolgen zou hebben voor zijn succes, maar de kunstcritici onthaalden de omgekeerde schilderijen enthousiaster dan ooit tevoren en G werd gefêteerd met een nieuwe ronde prijzen en eerbetuigingen, die iedereen hem sowieso genegen leek te geven, wat hij ook deed. Ze woonden in een bosrijke streek op enige afstand van de stad, want ondanks de goedkeuring die de wereld G schonk, voelde hij zich boos op en gekwetst door diezelfde wereld en kon hij het niet opbrengen haar te vergeven. Zijn vroege werk was op brute wijze bekritiseerd en al verzekerde men hem dat zijn vermogen om te schokken juist het onomstotelijke bewijs was van zijn talent, was G die aanvallen nooit echt te boven gekomen. Zijn kracht school niet zozeer in het afweren van pogingen om hem te vergiftigen en vernietigen, als wel in het absorberen ervan, in het doorslikken van het vergif en zich erdoor laten veranderen, zodat zijn overleven niet simpelweg een verhaal over veerkracht was, maar eerder een uitgesponnen kruisiging die de wereld uiteindelijk dwong tot zelfkastijding vanwege wat ze hem had aangedaan. Pas dankzij de bossen had G een uitweg gevonden uit zijn artistieke impasse, uit zijn gevoel gevangen te zitten tussen het anekdotische van de representatie en het gebrek aan engagement van de abstractie. Hij had veel tijd besteed aan het observeren van de plaatselijke houthakkers, en telkens als hij zag hoe een boom werd geveld had het probleem van verticaliteit zich aan hem opgedrongen. Eerst had hij de mannen en de bomen geschilderd in een soort vereenzelvigde staat, waarin de stammen en lichamen inwisselbaar waren. Toen had hij gezien dat ook de lichamen konden worden geveld, afgesneden van hun eigen wortels en op vergelijkbare wijze op hun kant gekeerd of in stukken gehakt. En uiteindelijk was hij op het omkeringsidee gekomen, als oplossing voor dit geweld en als manier om het principe van heelheid terug te brengen, zodat de wereld weer intact was, maar ondersteboven gekeerd en daardoor bevrijd van de werkelijkheid met haar beperkingen.”

 

Rachel Cusk (Saskatoon, 8 februari 1967)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.

 

Een koude lente

Voor Jane Dewey, Maryland

Nothing is so beautiful as spring. – Hopkins

Een koude lente:
over het grasveld een vreemde paarse gloed.
Twee weken minstens aarzelden de bomen;
de blaadjes wachtten af,
maar lieten goed zien hoe ze zouden worden. Ten slotte daalde
plechtig groen stof
over je uitgestrekte, lukraak verspreide heuvels.
Op een dag, in een kille witte guts zonlicht,
werd op een daarvan een kalfje geboren.
De moeder hield op met loeien en
was lang bezig met de nageboorte,
een armzalige vlag,
maar het kalfje krabbelde prompt overeind
en leek geneigd tot vrolijk gedrag.

De volgende dag
was een stuk warmer.
Groenig witte kornoelje drong door in het bos,
ieder bloemblad geschroeid, zo leek het, door een sigarettenpeuk;
en de wazige judasboom stond ernaast,
bewegingloos, maar bijna meer
in beweging dan welke omlijnde kleur dan ook.
Vier herten sprongen al oefenend over je hekken.
De jonge eikenblaadjes deinden door de bedaarde eik.
Zanggorsen waren opgelierd voor de zomer
en in de esdoorn liet de complementaire kardinaalvogel
een zweep knallen en de slaper ontwaakte
en strekte vanuit het zuiden zijn mijlenlange groene leden.
Op zijn muts werden de seringen wit,
later dwarrelden ze neer als sneeuw.
Nu de avond valt
komt een nieuwe maan op.
De heuvels vervagen. Plukken hoog opgeschoten gras
verraden waar een koeienvlaai ligt.
De brulkikkers laten zich horen,
slappe snaren door dikke duimen beroerd.
Onder de buitenlamp, tegen je witte voordeur
plakken de allerkleinste nachtvlinders, als Chinese waaiers,
zilver en zilvergerand over
bleekgeel, oranje of grijs heen geplooid.
Nu, vanuit het dichte gras, beginnen
de vuurvliegjes op te stijgen:
omhoog, omlaag, dan weer omhoog:
oplichtend als ze klimmen,
gezamenlijk drijvend naar dezelfde hoogte,
net als de belletjes in champagne.
Later stijgen ze veel hoger.
En je schaduwrijke weiden zullen nu elke avond
deze bijzondere, lumineuze huldeblijken
aan kunnen bieden, de ganse zomer lang.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e februari ook mijn blog van 8 februari 2019 en ook mijn blog van 8 februari 2015.

Charles Dickens, Lioba Happel

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook alle tags voor Charles Dickens op dit blog.

Uit: Hard Times

“He had reached the neutral ground upon the outskirts of the town, which was neither town nor country, and yet was either spoiled, when his ears were invaded by the sound of music. The clashing and banging band attached to the horse-riding establishment, which had there set up its rest in a wooden pavilion, was in full bray. A flag, floating from the summit of the temple, proclaimed to mankind that it was ‘Sleary’s Horse-riding’ which claimed their suffrages. Sleary himself, a stout modern statue with a money-box at its elbow, in an ecclesiastical niche of early Gothic architecture, took the money. Miss Josephine Sleary, as some very long and very narrow strips of printed bill announced, was then inaugurating the entertainments with her graceful equestrian Tyrolean flower-act. Among the other pleasing but always strictly moral wonders which must be seen to be believed, Signor Jupe was that afternoon to ‘elucidate the diverting accomplishments of his highly trained performing dog Merrylegs.’ He was also to exhibit ‘his astounding feat of throwing seventy-five hundred-weight in rapid succession backhanded over his head, thus forming a fountain of solid iron in mid-air, a feat never before attempted in this or any other country, and which having elicited such rapturous plaudits from enthusiastic throngs it cannot be withdrawn.’ The same Signor Jupe was to ‘enliven the varied performances at frequent intervals with his chaste Shaksperean quips and retorts.’ Lastly, he was to wind them up by appearing in his favourite character of Mr. William Button, of Tooley Street, in ’the highly novel and laughable hippo- comedietta of The Tailor’s Journey to Brentford.’
Thomas Gradgrind took no heed of these trivialities of course, but passed on as a practical man ought to pass on, either brushing the noisy insects from his thoughts, or consigning them to the House of Correction. But, the turning of the road took him by the back of the booth, and at the back of the booth a number of children were congregated in a number of stealthy attitudes, striving to peep in at the hidden glories of the place.
This brought him to a stop. ‘Now, to think of these vagabonds,’ said he, ‘attracting the young rabble from a model school.”

 

Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)
Cover

 

De Duitse dichteres, schrijfster en vertaalster Lioba Happel werd geboren op 7 februari 1957 in Aschaffenburg. Zie ook alle tags voor Lioba Happel op dit blog.

 

Je hangt mij al lang het oog uit.

Je hangt mij al lang het oog uit.
En daar zit je dan, neergestreken op een stoel!

En de nacht lacht.
En een ster blaakt –
Omwille van mij?
Omwille van jou?

Kus me, als dat mag, nog een keer –
Tik in mijn oor!
Kom nog eens terug!
Zonder adjectieven.
Of ga weg!

Ik kom in de benen –
Asjeblieft een gedicht!
Vaarwel, adieu, jij gekwelde, opgehangene!
In mijn nachtoog –
Vaarwel, adieu!

Zo teder als jij bent,
ben ik behoorlijk hardvochtig!

Ik heb genoeg van je!

Ik open de deur –
Het stuift buiten!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lioba Happel (Aschaffenburg, 7 februari 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e februari ook mijn blog van 7 februari 2019 en eveneens mijn blog van 7 februari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Thomas von Steinaecker, Dermot Bolger

De Duitse schrijver en journalist Thomas von Steinaecker werd geboren op 6 februari 1977 in Traunstein. Zie ook alle tags voor Thomas von Steinaecker op dit blog.

Uit: Ende offen – Das Buch der gescheiterten Kunstwerke

„Plötzlichen Eingebungen gehorcht Michelangelo auf der Stelle. Er schläft in seinen Stiefeln. Bei seinem Tod 1564 defilieren Dutzende Jünger an seinem Leichnam vorbei. Sie sind in derselben Soutane gekleidet wie ihr Meister. Hier arbeitete kein anonymes Kollektiv mehr wie noch im Mittelalter. Hier schuf ein einzigartiges Individuum. Und nicht zu Gottes Ehren, sondern den Menschen zur Feier. Signed and sealed: Michelangelo, Superstar. Im Glanz einer solchen Aura beginnen Fragmente zu leuchten. Von nun an konnte es passieren, dass auch das Unvollkommene vollkommen war. Von nun an gab es eine Figur, die erst in der Aufklärung ihren Namen erhalten und sich seit der Romantik größter Popularität erfreuen sollte: das Genie. Poeta alter deus (Shaftesbury)! Ein Original, dessen in die Kunst über-setzte Regeln natürlich und deshalb natürlich absolut sind (Kant)! Prometheus (Goethe)! Flackernd, intuitiv, grenzwahnsinnig, und vor allem leidend. Kurz und exzessiv hatte sein Leben zu sein (da damals ausschließlich männlich konnotiert). Genies, das sind Unvollendete. Moment. Einschub zum Einschub in der Klammer. Auch in diesem Buch werden die geneigte Leserin und der geneigte Leser wieder einmal mehr von Männern und ihren Problemen erfahren als von Frauen. Kann es wirklich sein, dass Männer seltener fertig werden als Frauen? Sind Männer flattriger? Und zugleich: vor Schöpferkraft strotzend, vor Kraft kaum zum Gehen fähig, you name it. Genius, das stand bei den Römern nicht zufällig für die Zeugungskraft des Mannes. Weibliche Genies – lange Zeit ein Oxymoron. Sind Frauen in Wirklichkeit also einfach fleißiger, fokussierter und strukturierter? Wirklich jetzt? Was zweifellos der Fall ist: dass Männer auch in der Kunst Privilegien genossen, die Frauen sich erst sehr spät erkämpften, was die Anzahl ihrer bekannten Vertreterinnen in Musik, Literatur, Film, Architektur und Malerei über die Jahrhunderte sehr überschaubar macht.“

 

Thomas von Steinaecker (Traunstein, 6 februari 1977)

 

De Ierse dichter, schrijver en uitgever Dermot Bolger werd geboren op 6 februari 1959 in Dublin. Zie ook alle tags voor Dermot Bolger op dit blog.

 

Kleine X’jes

Onverwacht draait de telescoop deze oktobermiddag,
Ik zie mezelf, weer klein gemaakt, door de objectieflens:

Ik ben niet de weduwnaar die onlangs mijn vrouw heeft begraven,
Noch de plichtsgetrouwe zoon die waakte terwijl mijn vader,
Als een aangeslagen bokser, vocht om de dood te slim af te zijn,

Verward en woedend, met zijn handen in cartoonachtige handschoenen
Om te voorkomen dat hij aan de slang van zijn morfinepomp trok.

Vandaag ruimen we het huis op waar hij zestig jaar heeft gewoond.
In de slaapkamer waar ik geboren ben, herinneren mijn broers en zussen zich

Hoe hun enige aanwijzing voor mijn geboorte als kinderen
Achter deze gesloten deur angstige instructies waren om te bidden.

Als we de zolder openmaken, ontdekken we de koffer
Die mijn moeder had ingepakt voor haar laatste ziekenhuisopname:

Een toilettas en talkpoeder, kleren die ze nooit meer heeft kunnen dragen,
Een tas vol gebeden en de opgevouwen brief
Die ik als tienjarige schreef voor mijn zusje.

Ik besteed één pagina aan haar te vertellen dat ik braaf ben, en prop dan
drie pagina’s vol met gekrabbelde X’en – elk een kus voorstellend.

Vorige week zong een kleindochter die ze nooit gekend heeft op het podium,
Stralend en helder, in een band genaamd Kleine X’jes Ogen

.
Vierenveertig jaar lang, in een brief in een tas in een koffer op deze zolder,
Waren deze sterrenstelsels van X’en de verbannen ogen van een verward kind.

Maar – terwijl ik ze openvouw – zie ik mezelf staren naar wie ik nu ben,
In dit leven dat ik me nooit had kunnen voorstellen toen ik slordige X’en
Krabbelde voor een vrouw die ik voor het laatst lachend in een ziekenhuisbed zag liggen,

Die ze in haar tas stopte toen de verpleegsters haar hoofd kaal schoren
Ter voorbereiding op een operatie waarvan ze nooit zou herstellen:

In de hoop dat ik op een dag haar tas zou openen en verrast zou zijn
En mijn X’en terug zou vinden: grote X’en voor kusjes, kleine X’jes voor ogen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dermot Bolger (Dublin, 6 februari 1959)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e februari ook mijn blog van 6 februari 2019 en ook mijn blog van 6 februari 2011 deel 2.

Geert Buelens, William S. Burroughs, Edzard Mik

De Vlaamse dichter, essayist en columnist Geert Buelens werd geboren in Duffel op 5 februari 1971. Zie ook alle tags voor Geert Buelens op dit blog.

 

Transit (Gelukzoeken)

Wij zijn samen onderweg
en kussen de zegelring van wie daar om vraagt

Beter worden we er niet van
al schept het misschien een band

Die we kunnen gebruiken
ankerloos als we zijn

Wagen na wagen trekt aan ons voorbij
wat de afstand alleen maar vergroot

Overal vogels, scharminkels van het ongebondene
een aansporing en aanfluiting gelijk

Een paar dozijn zou nog kunnen
maar toch geen honderden, elke dag opnieuw

We zullen worden gezien
als luxepaarden, als kamelen zonder baat

De tegenstand wordt al georganiseerd
maar wij zetten door, iets anders hebben we nooit geleerd

 

Lament

De verenigde vezelfabriek en marche
Lament
De aorta & de aars & het gat
Lament
Het klagen van het vlees & het moeras
Lament
De overdosis recycleren & de barst
Lament
De ekster op de galg & de grimas
Lament
De kwadratuur van het mirakel & de blaas
Lament
De overdruk op het bestel & de magneet
Lament
De zuigkracht van het bloed & de profeet
Lament
Het roffelen van het ritme & het dak
Lament
Het doorgaan van de maat & de matrak
Lament
Het overgeven van de eeuw & van het spel
Lament
De coalitie van de geeuw & van de rel
Lament.
            Het is het wegen van het veel & van het meer
            Het is het raadsel van de spankracht van de veer
            Het is het spektakelstuk, het galafeest, de eer
            Het is het dogma, het axioma & de leer
Het krimpen van de stof & van de naad
Lament
Het overtollig vet wegsnoeien & verraad
Lament
Het suggereren van de stop & het ventiel
Lament
Het laten groeien van de rentevoet, de hiel
Lament
Het zwaktebod, de faling, het patroon
Lament
Het opslaan van de kracht, de durf, de hoon
Lament
            Het is de lafheid & de moed, de heroïek
            Het is het spiegelbeeld van deze mozaïek
            Het is een schouwspel zonder goden of publiek
            Het is de kanker, de bevruchting, de koliek

 

Geert Buelens (Duffel, 5 februari 1971)

 

De Amerikaanse schrijver William S. Burroughs werd geboren in Saint Louis (Missouri) op 5 februari 1914. Zie ook alle tags voor William S. Burroughs op dit blog.

 

Mijn benen, Señor

Zolderkamer en raam, mijn schaatsen aan de muur
De priester kon de badkamer zien, lichtgele houten lambrisering
toilet, jonge benen, glanzende zwarte beenharen
“Het zijn mijn benen, señor.”
De glans van haarstoppels spoelt zijn lavendelkleurige horizon af
hij voelde de jongen kreunen en wat het betekende
gezicht van een rotjong op de tafel van de dokter
ik was de schaduw van de wassende avond en vreemde ruiten.
ik was de vlek en het gejammer van gemiste tijden in de weerspiegelde hemel
plekken vervuild water onder zijn lavendelkleurige horizon, raam
Vlek gekrabbeld door een jongen, koude, verloren knikkers in de kamer
De sjofele tafel van de dokter… zijn gezicht…
De huid van de jongen spreidt zich uit naar iets anders.
“CHRISTUS, WAT ZIT ERIN?” schreeuwt hij
vlees en botten rezen op als een tornado
“DAT DOET PIJN”
ik was de vlek en het gejammer van glanzende achterbeenharen
zilverpapier in de wind, rafelige geluiden van een verre stad.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William S. Burroughs (5 februari 1914 – 2 augustus 1997)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver Edzard Mik werd geboren in Groningen op 10 februari 1960. Zie ook alle tags voor Edzard Mik op dit blog.

Uit: Mea culpa

“Zijn vrouw kwam overeind maar Nazim hief zijn arm en stond erop zelf thee voor ons te halen. Hij ontworstelde zich aan zijn fauteuil en moest bij elke stap uit alle mogelijke posities van hoofd, schouders, romp en armen de juiste kiezen om zijn evenwicht te hervinden. Het was de eerste keer dat ik met eigen ogen zag dat hij nooit helemaal hersteld was. Ik begreep er niets van, dat wil zeggen, ik begreep wel hoe het een tot het ander leidde, de wurgende wetmatigheid van oorzaak en gevolg, maar wat ik begreep, begreep ik niet écht: ik kon me niet voorstellen dat de man die nu schommelend als een galjoen in de keuken verdween dezelfde was als de jongen die ooit met zijn broers voor ons was opgedoken en even later was afgevoerd, ons achterlatend in stervend zwaailicht. Ik keek naar Sybil en vroeg me af of ze in dezelfde afgrond staarde. Het kon niet anders of het duizelde haar zoals het mij duizelde. Ze had niets gedaan maar alles ge- zien, aangelicht door straatlantarens had die opeenvolging van gebeurtenissen zich voor haar ogen afgespeeld, van ons allen wist zij nog het beste wat er was gebeurd, dubieus voorrecht van de getuige. Maar haar gezicht glom, haar handen hield ze tussen haar dijen, haar onderbenen stonden uiteen, haar voeten staken naar binnen, ze zat er als een schoolmeisje bij, en als ze al ten prooi was aan vertwijfeling, dan liet ze daar niets van blijken. Uit de keuken gekletter, in de woonkamer stilte, en achter het raam gleed de stad al even stil weg in het dal. Ik liet mijn blik ronddwalen, sofa en fauteuils groot, kitsch-lamp, foto van de Bosporus, wandkleed met de Bosporus, vaas met de Bosporus, dat was het wel zo’n beetje, nee, er was meer, natuurlijk was er meer, in de hoek, bij de deur naar de gang, zag ik zijn rolstoel, opgevouwen. Zijn vrouw verroerde zich niet, haar hoofddoek sneed een ovaal uit haar gezicht, haar ogen waren groot en vochtig. Misschien kwam het door de zuiverheid van haar blik maar ik was ervan overtuigd dat ze niet van die vechtpartij wist, hij had haar er nooit over verteld, zij wist niet anders of hij was invalide geraakt door een ongelukkige val, motorongeluk of hersenbloeding, voor haar moesten Sybil en ik volstrekte vreemden zijn die uit de hemel waren komen vallen.”

 

Edzard Mik (Groningen, 10 februari 1960)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e februari ook mijn blog van 5 februari 2021 en ook mijn blog van 5 februari 2019.

Ben Lerner, Grigore Vieru

De Amerikaanse dichter, schrijver, essayist en criticus Benjamin S. (Ben) Lerner werd geboren op 4 februari 1979 in Topeka, Kansas. Zie ook alle tags voor Ben Lerner op dit blog.

 

Index of Themes

Poems about night
and related poems. Paintings
about night,
sleep, death, and
the stars.
I know one poem from
school under the stars, but
belong to no school
of poetry.
I forgot it by heart. I remember only
it was set in the world and its theme
parted.

Poems
about stars and
how they are erased by street
lights,
streets
in a poem about force
in the schools within it. We learned
all about night in college,
how it applies,
night college under the stars where we
made love
a subject. I completed my study of form

and forgot it.
Tonight,
poems about summer

and the stars are sorted by era
over me.
Also poems about grief
and dance. I thought I’d come to you
with these themes
like my senses.
Do you remember me
from the world?
I was sat there and we spoke

on the green, likening something
to prison, something
to film.
Poems about dreams
like moths about streetlights
until the clichés
glow, soft
glow of the screen
comes off on our hands,
blue prints on the windows.
How pretentious
to be alive now,

let alone again
like poetry and poems
indexed by
cadence is falling about us while
parting. It was important to part
yesterday

in a serial work about lights
so that distance could enter the voice
and address you
tonight.
Poems about you, prose
poems.

 

Ben Lerner (Topeka, 4 februari 1979)

 

De Moldavische dichter en schrijver Grigore Vieru werd geboren in Pereita op 4 februari 1935. Zie ook alle tags voor Grigore Vieru op dit blog.

 

De hemel viel uit je ogen

De hemel viel uit je ogen
En verkruimelde.
De zon viel van je gezicht
En bevroor.
Bevroren kwam de koele wind
Zonder jouw vlijtige handen.
Op zoek naar jou,
verborgen de bronnen zich in de velden.
Als een omgevallen boom,
Is de taal zelf
Hoorbaar alsof ze valt.
God, zo eenzaam
Zo eenzaam
Ben ik nog nooit geweest!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Grigore Vieru (4 februari 1935 – 18 januari 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e februari ook mijn blog van 4 februari 2025 en ook mijn blog van 4 februari 2019 en eveneens mijn blog van 4 februari 2018 deel 1 en ook deel 2.

Georg Trakl, Ferdinand Schmatz

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

Drei Träume

III

Ich sah viel Städte als Flammenraub
Und Greuel auf Greuel häufen die Zeiten,
Und sah viel Völker verwesen zu Staub,
Und alles in Vergessenheit gleiten.

Ich sah die Götter stürzen zur Nacht,
Die heiligsten Harfen ohnmächtig zerschellen,
Und aus Verwesung neu entfacht,
Ein neues Leben zum Tage schwellen.

Zum Tage schwellen und wieder vergehn,
Die ewig gleiche Tragödia,
Die also wir spielen sonder Verstehn,

Und deren wahnsinnsnächtige Qual
Der Schönheit sanfte Gloria
Umkränzt als lächelndes Dornenall.

 

Amen

Verwestes gleitend durch die morsche Stube;
Schatten an gelben Tapeten; in dunklen Spiegeln wölbt
Sich unserer Hände elfenbeinerne Traurigkeit.

Braune Perlen rinnen durch die erstorbenen Finger.
In der Stille
Tun sich eines Engels blaue Mohnaugen auf.

Blau ist auch der Abend;
Die Stunde unseres Absterbens, Azraels Schatten,
Der ein braunes Gärtchen verdunkelt

 

Blutschuld

Es dräut die Nacht am Lager unsrer Küsse.
Es flüstert wo: Wer nimmt von euch die Schuld?
Noch bebend von verruchter Wollust Süße
Wir beten: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

Aus Blumenschalen steigen gierige Düfte,
Umschmeicheln unsere Stirnen bleich von Schuld.
Ermattend unterm Hauch der schwülen Lüfte
Wir träumen: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

Doch lauter rauscht der Brunnen der Sirenen
Und dunkler ragt die Sphinx vor unsrer Schuld,
Daß unsre Herzen sündiger wieder tönen,
Wir schluchzen: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

 

Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Zie ook alle tags voor Ferdinand Schmatz op dit blog.

 

psalm 150
(wie alles heeft, prijst graag)

1 ja, het schalt, zingt in den hogen het geprezene, vult de tent met blauw,
maar zingt het in slaap, als het maar het grote beklemtoont, als het in den
hogen wijst, wijdte die nooit nadert en juist die volledig is.

2 zingt in den hogen, wat zich in lofprijzing verzamelt, is altijd slechts
één, iedere daad heerlijk, draagt (op) en steekt (niet) omhoog, wat
het verschil uitmaakt: de schepping, de macht (binnen hem).

3 zingt in den hogen, de mond niet alleen, alles wat dient, blik,
letter, papier, snaar – bazuint, schrijft, citeert, klinkt
voort, het.

4 zingt in den hogen, op trommel of mond, alles draait om
zijn zij in het rond, fluit en slag.

5 zingt in den hogen, ook het donkerste staal, wordt licht, klinkt
goed (bombamdebimbam).

6 zingt in den hogen, alles wat ademt, lang en houdt aan (hem),
schalt, maar zingt het in slaap!

 

Vertaald door Geert van Istendael

 

Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook mijn blog van 3 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Mariae Lichtmess (Emmy Hennings), Hella Haasse, Norbert Bugeja

 

 

Mozaïek van de presentatie van Jezus in de tempel in de Rozenkransbasiliek te Lourdes

 

Mariae Lichtmess
(Die Darstellung Jesu im Tempel)

Maria machte ihr Kind bereit.
Was gurrte die Taube leise?
Heut wird das Licht der Welt geweiht.
O, nehmt mich mit auf die Reise.

Maria und Josef gingen über Land.
Es flog voran die Taube,
Wie eines Engels Glaube,
Und braucht zur Führung kaum ein Band.

Hat bis zum Tempel man wohl weit?
Komm Fuhrmann, zeige dich bereit,
Und nimm die drei auf deinen Wagen.
Du siehst, hier wird ein Kind getragen.

O, Kind, noch hast dus1 gut und warm
Auf deinem ersten Opfergang.
Hier trägt die Liebe die Liebe im Arm.
Schon keimte die Saat und die Taube sang.

Dann wieder war es Glockenklang,
Wie Engelsgruss der durch die Seele drang.
Es sang die Sonne über dem Feld:
Gelobet seist du Licht der Welt.

 

Emmy Hennings (17 februari 1885 – 10 augustus 1948)
De Museumshafen in Flensburg, de geboorteplaats van Emmy Hennings

 

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

Uit: Ik stuur deze brief maar op goed geluk weg. Brieven 1939-1950, s

“Brief aan Haasses ouders en broer in Batavia, 11 september 1939

Lieve Allemaal,
Moesten jullie veel porto betalen voor mijn vorige brief? Ik wist niet precies hoeveel er op moest voor de zeepost, ik dacht 6 cent, dat had Oma gezegd, en ik had geen tijd meer om ’t op ’t postkantoor te gaan vragen, omdat de brief nog diezelfde avond met de Oranje weg moest. Maar de volgende dag las ik in de krant dat de vliegdienst weer ingesteld was en dat de Nandoe dien morgen was vertrokken. Ik hoorde ook dat mijn brief te laat was geweest voor de Oranje, zodat ik denk dat hij nu met het vliegtuig is meegegaan. Hoe gaat het met jullie? Hier is alles weer gewoon, je let niet eens meer op mobilisatie of zandzakken en ander oorlogstuig. Ze zeggen dat de oorlog wel een jaar of drie zal duren. Ik hoop het niet! – Anneke en ik hebben van kamer geruild. Ik heb nu de grote voorkamer met 3 ramen op de gracht. Mijn meubels staan er prachtig in, het ziet er zo artistiek en gezellig uit. Douwe heeft een vriend die binnenshuis foto-opnamen kan maken, misschien kan die mijn kamer ook eens nemen. Er is weer van allerlei gebeurd. Douwe en ik hebben het zotste avontuur van ons leven meegemaakt. Enfin, nu moeten wij er voor boeten. Het is een tragikomische geschiedenis, getiteld: ‘Wij gaan op een middag om 6 uur de stad in om goedkoop te eten’. Luistert! Zondagmiddag’s eten D. en ik gewoonlijk in de ‘Petite Marmite’ dat is een kantoormensen eetgelegenheid waar je voor 80 cent soep, voorgerecht, groenten, aard. en vlees, toetje en koffie krijgt, meer dan genoeg en uitstekend klaargemaakt. D. heeft daar een abonnement. Gisteren zouden wij ’t ook weer doen. Wij waren wat laat, zodat er geen plaats meer te krijgen was (er kunnen n.l. maar ± 25 mensen in). Wij hadden echter veel te veel honger om te wachten en besloten ons heil elders te zoeken. Nu waren wij eens op een avond in een café in de Leidse straat geweest dat ‘Fleur’ heet. Het was een goedkope gelegenheid, zoiets als Heck, en een bedevaartsoord voor soldaten + meisje, en Zaterdagavond-dagjesmensen. Op de tafeltjes lagen kaarten die ’t bestaan vermeldden van een, blijkbaar bij ‘Fleur’ horend, eet-restaurant in de straat daarachter. Dit nu herinnerden wij ons gisteren ter onzaliger ure.”

 

Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

 

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook alle tags voor Norbert Bugeja op dit blog.

 

FOTO NR. 7

Van mij naar jou is er een seconde, een lach,
er is een volle waslijn die uitkijkt over de zee.
Na het gekkigheid bij It-Toqba z-Zghira*
probeerde ik je te bereiken. En misschien omdat
er geen licht is in dit huis,
in de nog steeds echoënde gang,
in de kamers boven en beneden, op de bodem van deze put
die jouw onvruchtbare woorden kreunt en mompelt ,
vond ik niemand. Alleen in jouw keuken,
knallen mijn uitgehongerde ingewanden over de jongen
die geboren wilde worden en zichzelf hangend aantrof
aan de uitgedroogde borst die ontsproot in de woestijn;
bijna als een stad waaruit iedereen is weggevlucht.

En het is nutteloos om je te verschuilen achter oude muren,
en blootsvoets te lopen over de wegen van je moeder,
en trots de ruïnes van je schoonheid te bewonen;
want je bent nooit moeder geweest, en je zult het ook nooit worden.

Uit de deur van je buurman kwam een meisje tevoorschijn,
haar ogen, twee kanonskogels gekruist
op de cornetto bij de kleine opening van haar mond.
Ze staart je aan, ze probeert je niet te bereiken.
Als een mijn op de zeebodem van de haven die nooit ontploft
bekijkt ze je, de afbladderende verf, en lacht
een moment, naar jou, en liegt dat je mooi bent.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

 

Zie ook alle tags voor Maria Lichtmis op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.


  • It-Toqba z-Zghira is een kleine inham, gelegen onder de bastions van de historische maritieme stad Vittoriosa (Birgu) in Malta

Februari (Marjoleine de Vos), Hugo von Hofmannsthal

 

 

Denim serie. Blauwe schaduwen van februari door Nadezda Stupina, 2018

 

Februari

De keuze, zegt hij, is niet groot, er is verdriet
om bij te blijven, of kies je voor het leven.
Zo makkelijk klinkt hij, lacht moeilijk
en wenst geloof ik alle dingen nieuw.
Achter het raam zit het huiselijk leven
onder de lamp bij de hagelslag
luistert slordig naar elkaar en de muziek;
vier jaargetijden, eerste deel. Hoor de lente.
Wat al ruikbaar is moet nog te voorschijn komen
het kan eenvoudig toegevroren, februari,
verijsde rietpluimen aan metalen water.
Toch doet een reeds vergeten geur geloven
dat het komen zal. De dolle pimpelmees
weet er al van, net als de vlier aan het diepje
dat zich een weg slingert door modderig gras.

Het is zo ver weg, wij zijn zo stram vertederd
het huiverig oog stuit op de kerktoren
in de verte tussen onzichtbaar bezige bomen.
Gehoorzaam halen wij onze adem in en
als koolzuur in de Spa zo onbedwingbaar
groeit alles zich een weg naar boven
feestelijk bereid tot bijna niets.

 

Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)
Uitzicht op de Oude Kerk van Oosterbeek

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

Leben, Traum und Tod …

Leben, Traum und Tod …
Wie die Fackel loht!
Wie die Erzquadrigen
Über Brücken fliegen,
Wie es drunten saust,
An die Bäume braust,
Die an steilen Ufern hängen,
Schwarze Riesenwipfel aufwärts drängen …

Leben, Traum und Tod …
Leise treibt das Boot …
Grüne Uferbänke
Feucht im Abendrot,
Stiller Pferde Tränke,
Herrenloser Pferde …
Leise treibt das Boot …

Treibt am Park vorbei,
Rote Blumen, Mai …
In der Laube wer?
Sag, wer schläft im Gras?
Gelb Haar, Lippen rot?
Leben, Traum und Tod.

 

Für mich…

Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche,
Mein Auge adelt mirs zum Zauberreiche:
Es singt der Sturm sein grollend Lied für mich,
Für mich erglüht die Rose, rauscht die Eiche.
Die Sonne spielt auf goldnem Frauenhaar
Für mich – und Mondlicht auf dem stillen Teiche.
Die Seele les ich aus dem stummen Blick,
Und zu mir spricht die Stirn, die schweigend bleiche.
Zum Traume sag ich. »Bleib bei mir, sei wahr!«
Und zu der Wirklichkeit: »Sei Traum, entweiche!«
Das Wort, das Andern Scheidemünze ist,
Mir ists der Bilderquell, der flimmernd reiche.
Was ich erkenne. ist mein Eigentum,
Und lieblich locket, was ich nicht erreiche.
Der Rausch ist süß, den Geistertrank entflammt,
Und süß ist die Erschlaffung auch, die weiche.
So tiefe Welten tun sich oft mir auf,
Daß ich drein glanzgeblendet, zögernd schleiche,
Und einen goldnen Reigen schlingt um mich
Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche.

 

De jongeling in het landschap

De hoveniers legden hun perken bloot
en overal liepen er bedelaars
met zwart verbonden ogen en met krukken –
maar ook met harpen en met nieuwe bloemen,
de sterke geur van zwakke voorjaarsbloemen.

De naakte bomen lieten alles bloot:
men keek stroomafwaarts en zag ginds de markt
en kinderscharen spelend langs de vijvers.
Hier in dit landschap ging hij langzaam voort,
voelde de macht ervan en wist – dat zich
op hem het lot der wereld had betrokken.

Hij naderde die vreemde kinderen
en was bereid, daar in het onbekende
een nieuw bestaan al dienend door te brengen.
Het kwam niet in hem op zijn zielerijkdom,
wegen van toen, herinneringen aan
vervlochten vingers en verruilde zielen
als méér te zien dan als nietig bezit.

Het geuren van de bloemen sprak hem slechts
van vreemde schoonheid – en de nieuwe lucht
ademde hij stil, maar zonder smachten:
slechts dat hij dienen mocht, verheugde hem.

 

Vertaald door Victor Bulthuis

 

Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn blog van 1 februari 2022 en ook mijn blog van 1 februari 2019 en ook mijn blog van 1 februari 2015 deel 2.

Anton Korteweg, Günter Eich

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Voor de pont van Maassluis

Op een zonnige dag in september
met een stelletje andere fietsers
wachtend op de pont van Maassluis
hoorde ik een vrouw met een vachtje
van bonterig spul op haar zadel
geflankeerd door een brandweersnor
op een toon van let even goed op
aan een stel dat het ook eens een keer
op de tandem wilde proberen,
vertellen dat zij wel de baas was
in huis, maar dat hij, die daar naast haar,
mooi altijd het laatste woord had.

Op Rozenburg, op de veerdam,
ging de gewaarschuwde tandem
– zij voorop; vier stampende benen –
vol op het orgel. Binnen geen tijd
kwamen ze los van de grond, stegen op,
en waren uit zicht verdwenen.

 

Bij Warder

Bij gunstige stroming en voldoende zout
ontstonden er schelpenbanken.

En nog steeds, op de strandjes bij Warder,
tussen Hoorn en Edam, vind je schelpen,
kokkels, strandgapers vooral,
uit de tijd van de Zuiderzee
die pas zijn losgewoeld,
opgestuwd, aangespoeld.

Er staat me nog heel wat te wachten.

 

Den Haag Centraal

Wat laat u mij nu toch weer lijden, Heer!
Weet u niet, hoe ik aan het tobben ben
en tastend rondga? Waarom moet mijn blik
zich dan nog hechten aan een apparaat
met knoppen en met gleufjes en de tekst
‘Zoek uw bestemming en druk dan de knop in?’

 

Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

Het staat bij Seume

Of de eerlijke Huronen
de stijgende luchtdruk
konden compenseren –
ik heb hen nooit ontmoet.
Ik denk aan gaven
die veel verder gaan dan eerlijkheid.
Terwijl die toch zou kunnen voldoen
als troost, als ontroost,
als weerobservatie,
een souvenir van een reis
en verlichting
van het jichtige sterven.

 

Vertaald door Jan Gielkens

 

Günter Eich (1 februari 1907 – 20 december 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn blog van 31 januari 2024 en ook mijn blog van 31 januari 2019 en ook mijn blog van 31 januari 2017 en ook mijn blog van 31 januari 2016 deel 2.