Nachoem Wijnberg, Seamus Heaney

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

De scholier

Ik ben gelukkig
men prijst mij
meestal ben ik de eerste van mijn klas
de Griekse letterkunde
is indrukwekkend helder
deze laatste avond
liep ik
alleen in de stad

ik had een half uur van enthousiasme.

 

Arrival

Maria Callas klimt zonder bril voor haar ogen
uit een wit vliegtuig naar de stad New York.
Haar linkerhand glijdt over de trapleuning
naakt zonder handschoen. Onderaan wacht
een senator die een arm naar haar uitstrekt.
Dan pas ziet zij waar de senator ophoudt.

Bloemen ruikt zij pas
als zij die tussen haar vingers fijnwrijft.
Storm blaast over de landingsbaan. De bloemen
waaien uit haar handen en worden tot kleurvlekken
op het asfalt. Hoge golven slaan tegen de zijkant
van de stad New York.

 

Het wonderkind George Curzon, onderkoning van India

Een cirkel van eucalyptusbomen
omringt elk van de bungalows
op de heuveltoppen bij Simla
zijn vrouw bezit land in Chicago
onder de schaduw van haar hoed
en haar opeengestapeld en gevlochten haar
is haar hals als poorcelijn achter glas
een man op de zon verbrandt

hij tekent een vorm zonder opening
misschien een nieuwe vorm
zijn vrouw vraagt hem een lijst te maken
van dingen die bestaan kunnen in zijn vorm
het rijk van Julius Caesar
het rijk van Trajanus
het rijk van Alexander

een met kracht geworpen speer kan een schild doorboren

vijf bomen voldoen voor een schuilplaats
als hun schaduwen aaneensluiten als de middag eindigt
ook het paleis van de onderkoning in het regenseizoen.

 

Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

Spoorwegkinderen

Toen we de helling van de tunnelbak beklommen
stonden we oog in oog met de witte knoppen
van de bovenleidingen, met hun gonzende draden.

Als een dansend handschrift golfden ze verder,
mijlenver oostwaarts en westwaarts,
doorzakkend onder de last van hun zwaluwen.

We waren klein, we dachten niet dat we iets wisten
dat van belang was. We dachten dat woorden reisden
langs draden, in de zakjes van regendruppels,

vervuld en verzadigd met een hemels
licht, met de glans van lijnen, en wij, we waren
daarnaast zo oneindig nietig

dat we konden glijden door het oog van een naald.

 

Vertaald door Arie Sonneveld

 

Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e april ook mijn blog van 13 april 2019 en ook mijn blog van 13 april 2018 en ook mijn blog van 13 april 2014.

Antje Rávic Strubel, Mark Strand

De Duitse schrijfster Antje Rávic Strubel werd geboren op 12 april 1974 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Antje Rávic Strubel op dit blog.

Uit: Kein Schnee, nimmermehr

„Ich hatte gerade leidlich Ski fahren and einigermallen lesen gelernt, da starb meine Oma. Sie wurde in die Erde eines sächsischen Friedhofs gelegt and war nicht mehr da. Nie mehr. Sie würde nie wieder an meinem Kinderbett sitzen und Halma oder Mühle mit mir spielen, wenn ich krank war. Sie würde nicht mehr in der Küche des großen Meeraner Gründerzeithauses kochen, backen und einwecken, während ich mit ihren Topfen and Kuchenformen spielte and auf den Steinfliesen ein Meer erschuf, das ich aus dem Wasserhahn schöpfte. Sie wurde bei meinen waghalsigen Rutschversuchen auf Skiern nie mehr in gespielter Angst die Hande über dem Kopf zusammenschlagen oder mich neben ihr auf dem Sofa sitzen lassen, wenn sie ihre gemütlichen Freundinnen zum Kaffeekränzchen eingeladen hate and ich andächtig ihren Geschichten lauschte. Ich war sechs Jahre alt. Das Nie-mehr konnte ich mir nicht vorstellen.
Im Grimm’schen Märchen »Brüderchen and Schwesterchen besucht die Königin um Mitternacht ihr geliebtes Kind, und nach dem zweiten Besuch flüstert sie ihm zu, „Nun komme ich noch einmal und dann nimmermehr.« Der Satz ließ mich schauern. Eines Morgens wachte ich auf and wusste: Auch ich würde eines Tages nicht mehr kommen. Ich wäre nicht mehr da. Nimmermehr. Das war ein radikaler Gedanke. Wenn ich nicht mehr da war; wo war ich dann? Ich sah eine Allee vor mir, eine, wie es sie im Brandenburgischen gibt, eine schmale Asphaltstraße, gesäumt von alten Linden. Es war Frühsommer. Auf den Feldern blühte der Raps. Die dichten Kronen der Baume am Straßenrand warfen Schatten. Sonnenflecken tanzten auf dem Asphalt, Bienen und Schmetterlinge durchschwirrten das Licht. Die Allee, die Felder und Welder querte, lag friedlich im Mittag. Mich selbst sah ich dort auf dieser Straße, zu Fuß. Ich war allein. Eine seltsame Stille umgab mich. Kein Auto fuhr, keine Radfahrerin. Nichts regte sich.“

 

Antje Rávic Strubel (Potsdam, 12 april 1974)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

Waar zijn de wateren van de eerste jeugd?

Zie je waar de vensters dichtgespijkerd zijn,
waar het grijze muurbeschot glanst in de zon en de zoute lucht
en de asfalt dakspanen zijn afgebladderd of omlaaggevallen,
waar rijen gele ganzenbloemen deinen op een zee van gras?
Dat is de plaats om te beginnen.

Betreed het rijk van de verrotting,
ruik de klamme kalk, stap over het verbrijzelde glas,
de stofnesten, de vodden, de bevuilde resten van een matras,
kijk naar de geroeste kachel en de gootsteen, naar de rechthoekige plek
op de muur waar Winslow Homer’s Golfstroom hing.

Ga naar de kamer waar je vader en moeder
zich soms lieten gaan op de stroom en het toppunt van liefde,
en hoor, als je kunt, het gekraak van hun bed,
ga dan naar de plaats waar je wegkroop.

Ga naar je kamer, naar alle kamers waarvan je de koude klamme lucht hebt ingeademd,
naar alle ongewenste plaatsen waar zomer, herfst, winter, lente,
hetzelfde ongewenste jaargetijde lijken, waar de bomen die je kende zijn gestorven
en andere bomen opgeschoten. Bezoek die andere plaats
die je je nauwelijks herinnert, dat andere half verscholen huis.

Zie de twee honden aanstormen. Als je weggaat
laten ze af, uitgesnuffeld in de gloed van een vroeger licht.
Bezoek de naaste buren in het blok; hij sproeit zijn gazon,
zij zit op haar veranda, maar niet lang.
Als je weer opkijkt zijn ze weg.

Blijf teruggaan, terug naar het veld, vlak en verzegeld in mist.
Aan de overkant wachten een man en een vrouw;
ze zijn teruggekeerd, je moeder voordat ze grijs was,
je vader voordat hij wit was.

Kijk nu naar de Noordwestelijke Inham, naar zijn verzonken hemelsblauwe gloed.
Zie het licht op het gras, het ene blad dat smeult, de wolk
die ontvlamt. Je bent er bijna, weldra zullen je ouders
verdwijnen en je achterlaten in het licht van een gestorven ster,
in het donker van een pas geboren ster. Dit is het tijdstip.

Nu bedenk je de boot van je vlees en laat je hem los op de wateren
en drijf je op de zachte deining, in het barende zout.
Nu kijk je omlaag. Daar zijn de wateren van de eerste jeugd.

 

Vertaald door H. C. ten Berge

 

Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e april ook mijn blog van 12 april 2019.

Leonard Nolens, Mark Strand

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog. Leonard Nolens overleed op 26 december 2025 op 78-jarige leeftijd.

 

Het feest

1

Laten we drinken omdat er niets te vieren valt
Dan dat we bleven leven om mekaar te bezoeken.
Het is een feest dat jij vandaag niet bent gestorven.
Het is een feest dat hij geen degelijke wortels had
Maar benen om te komen naar mijn huis van ons.
Het is een feest dat zij haar eenzaamheid kan geven
Aan het muzikale oor dat deze kamer is geworden.
Laten we drinken zonder andere reden dan wij.

2

De avond valt. Het ernstige oktoberlicht
Dat ouder is dan wij, kijkt door de tuimelramen
Op ons neer met zijn oorspronkelijke perfectie.
Zijn juiste warmte leert ons wat we kunnen worden,
Delend in zijn antieke waarde van levend goud.
Zijn sprakeloos gezicht doet ons de dromen aan
Waarin we samen sprekend worden opgenomen –
Zijn pure buitenkant is helemaal zichzelf.

3

Vriendschap heeft vanavond de deuren vernageld.
De kamer bestrijkt de wereld zoals we hem denken.
Het kijkende wiel van onze gesprekken neemt hem
In zich op – we maken naam en krijgen zin.

De fles gaat rond zoals een woord dat laaft en lest.
De wildpastei als voorgerecht is een memento mori
Recht uit de oven. De dode dieren heb ik gered
Van hun dood – die moge jullie goed en wel bekomen.

Wat ik bedacht en deed in mijn eenzame keuken
Wandelt nu door onze darmen en verandert zich
In ons denken en doen. Ik heb me uitgedeeld –
Het is mijn vlees en bloed dat in de borden dampt.

 

Leonard Nolens (11 april 1947 – 26 december 2025)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

Wat het was

II

Het was de omtrek van een stoel;
Het was de grijze bank; het was de ommuring,
De tuin, de grindweg; het was de manier
Waarop het verbrokkelde maanlicht over haar haar viel.
Dat was het, en het was meer. Het was de wind die aan de bomen
Rukte; het was het gerommel en gedonder van wolken, de kust
Bezaaid met sterren. Het was de tijd die leek te zeggen
Dat als je wist hoe laat het werkelijk was, je nergens meer
Naar vragen zou. Dat was het. Dat was het beslist.
Het was ook wat nooit gebeurde – een ogenblik zo vol
Dat toen het onvermijdelijk voorbijging, geen smart groot genoeg was
Om het te bevatten. Het was de kamer die er na zoveel jaren
Onveranderd uitzag. Dat was het. Het was de hoed
Die zij vergeten was, haar pen die op de tafel lag.
Het was de zon op mijn hand. Het was de gloed van de zon. Het was de manier
Waarop ik zat, de manier waarop ik uren, dagen wachtte. Dat was het. Precies dat.

 

Vertaald door H. C. ten Berge

 

Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e april ook mijn blog van 11 april 2020 en eveneens mijn blog van 11 april 2019 en mijn blog van 11 april 2017 en ook mijn blog van 11 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Leo Vroman, Bella Achmadoelina

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

De laatste wereldvrede

Waarom draait een groot verschil?
Kijk vannacht eens lang en dood
doodstil vanuit de sterren
naar deze kleine aarde
en niets blijft groot. Wat blijft eigenlijk van verre
over van onze eigenwaarde?

Niets in de eeuwigheid
om voor te vechten zo gezien
en waar kan oorlog anders nog toe dienen?

Ikzelf was eens in een daarvan gevangen
en zag de eeuwigheid al gapen in de dood-
saaie eindeloze tijd
van ons hopeloos verslappende verlangen
naar vrijheid of desnoods een kopje chocola
met niets dan eindeloze slaap daarna.

Mensen! Hoe zoet is men geschapen!
Hoe prachtig past men in elkaar!
Ik ben verliefd op jullie, maar
ik ga met één oog open slapen:
ergens is jullie vreselijkste wapen
vast bijna klaar.

 

De ruimte in

Mij zijn de dingen
als bloemen: bedoeld
tot openspringen
van bewijs dat woelt
overal in;
zelfs in mensen
die het einde wensen
woelt begin.

Ik kan in mijn handen
de wereld voelen:
als vlees krioelen
de vastelanden
en tintelen van de bommen,
rimpelen van de rampen,
huiveren van de drommen.
Onder nauwe dampen
in het aardse zonlicht
drukken lichamen
zich zo dicht tezamen,
zo eenzaam en
zo dicht, zo dicht.

Trek de kou in van
de lege maan.
Blijf even staan
luisteren, trek dan
door de lange nacht
naar een planeet
(plotseling heet),
mompel zacht,

en tuimel maar voort.
Wat heb je na jaren
dan gezien, ervaren
en gehoord?

Snik maar, want
van hier tot God
snikt om ons lot
niemand, niemand.

De melkweg? Bleek zand
dat traag na draait,
eens opgewaaid
van een leeg strand,
en…

Een ogenblik!
Wat hoor ik daar?
De wind.
Niemand.
Snik maar.

 

Een zee van mensen

De menigte bruist en bruist als ijskoud water,
donker te zien en somber te beluisteren.
Schuin zijn de koppen wier kortstondig fluisteren
tot schuimblaasjes verbreekt seconden later.

Huiverend is het liggen over het strand.
Als branding kolkt het hulpeloos verkeer,
klederen verstuivende: het bleke zand
der levenden waait bloot en dekt zich weer.

Waartoe de kleine golven turend spitsen,
dan puilen en verstompen in het baren
van kleine golven? Al wat zij ontwaren
zijn korte flitsen van bedolven baren.

O daartoe bulderen de rollers Ach
slaande op de zacht bewierde hoofden,
op naar het natte rafelen der verdoofde
lage wolken van de late namiddag.

In schier onmenselijke verdergang
verschuifelen de zo millioenen voeten,
in een onbedoelde en ondoenbare boete,
even bedroevende althans, en even lang.

Ellendig is het uiterste genot
van het alzijdig toegelispeld lijden
als de brekers over de gebrokenen glijden,
ik hoor het nodeloze stijgen van hun lot,
op het eiland liggende dat zich verkleint
tot aan mijn flanken, dat nu onderlangs mijn buik
kriebelend en kronkelend verdwijnt.
Mijn mond is vol van mensenleed, ik duik.

 

Leo Vroman (10 april 1915 – 22 februari 2014)

 

De Russische dichteres Bella Achmadoelina werd geboren op 10 April 1937 in Moskou. Zie ook alle tags voor Bella Achmadoelina op dit blog.

 

De vergeten bal

Vergeten bal (die mij de zomer plaagde).
Oranje bal vergeten in de tuin.
Prompt spande hij met de calendula samen,
koos moeiteloos een plek tussen hen uit.

Wat pasten ze precies, hoe sierlijk negen
ze naar elkaar. Het zenit zond de dag
naar de calendula. Alleen vanwege
die oranje in de tuin vergeten bal?

Voor de herfst een voorwendsel, een reden
om bij het kampvuur in de duisternis
die kleurbarbaren, afvalligen te leren,
wiens absoluut door kinderen vergeten is.

Maar wat een tuin, wiens dwaze oordeel noemde
hem groen? Hij stak de datsja’s in de brand.
Hoe mooi ze zijn, de esdoorn is de kampioen,
dacht al: wanneer vergeten ze die bal?

Gans ’t aardse vuur is neergekomen
op het onschuldig aas. Het totaal overziend,
maakt hij een toespeling, met enig schromen:
Die bal daar, is die vergeten misschien?

Allang neemt de vergeten bal een loopje
met mij, wanneer ik tussen de espen ga
zoek ik de bal, en dan vind ik een plukje
calendula, en kijk, nog eentje daar.

Het middaguur verstreek verrassend helder
en vereenvoudigde het talrijk al
tot waarneming van voorwerpen die gelden:
Sneeuw op de tuin, plus een vergeten bal.

 

Vertaald door Petra Couvée

 

Bella Achmadoelina (10 April 1937 – 29 november 2010)

 

Zie voor de schrijvers van de 10e april ook mijn blog van 10 april 2020 en eveneens mijn blog van 10 april 2019 en ook mijn blog van 10 april 2016 deel 2.

Eva Gerlach, Johannes Bobrowski

De Nederlandse dichteres en vertaalster Eva Gerlach (pseudoniem van Margaret Dijkstra) werd geboren in Amsterdam op 9 april 1948. Zie ook alle tags voor Eva Gerlach op dit blog.

 

Lievelingsdieren

Tussen de stenen hollen de platte,
brede pissebedden omlaag naar het donker. Vergeten
toen het nog koud was te kijken: hoe overwintert
een dier dat zo lijkt op herinnering,
zo afvalkleurig, met zijn hoofd naar binnen
en doodstil bij de minste aanraking.

Ik weet een kind dat van ze houdt, het streelt
hun dadelijk verstijvende stofjassen,
draagt ze tussen twee handen de kamer door.
O! zachte pootjes hebben ze, mag ik ze niet
houden in een kistje met onderaan glas?
Daar kijk ik de hele tijd naar, daar zing ik dan voor.

 

Bed

Je lichaam vast in slaap, de rest vloog weg.
Een hand ligt naast je met gekrulde vingers.
Doe ik mijn hand erin, de jouwe sluit zich,
neemt die van mij en legt hem op je hart,
je andere eroverheen. Wat heet

liefde. Zomaar zing ik iets
zonder dat ik het merk, een lied dat niet
bedacht wordt maar bestaat, ik weet van niks,
ik merk dat ik het zing terwijl ik fiets,
een trap afloop, blad hark, ik weet

niet wat ik zing tot het gezongen is.

 

Verdeeld

Gister gelopen onder de spoorbrug door,
driemaal de zon voorbij met het nieuwe kind,
tot waar je de autoweg ziet.

Hoe je verdeeld raakt, op-
gedeeld over steeds meer leven,
zoals de zon op drie plassen, over drie bruggen,
driemaal gevangen in mist, uitgerekt in water,
onderging achter ons, voor ons.

Vuurtje gestookt in een krant
onder de spoorbrug maar niet
meer kind geworden daardoor,

ouder hooguit, aan de randen
aangevreten, onleesbaar.

Zij in de wagen werd blauwig. Haar daarom even
opgepakt, haar tegen haar
gestaan. Neergelegd, terug

gegaan als altijd, iets later
misschien. Nergens meer gestopt.

 

Eva Gerlach (Amsterdam, 9 april 1948)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Hölderlin in Tübingen

Bomen aards en licht,
waarin de boot rust, geroepen,
de roeispaan tegen de oever, de prachtige
helling, voor deze deur
ging de schaduw, die is
gevallen op een rivier
Neckar, die groen was, de Neckar,
uitgestroomd
rond weilanden en oeverweiden.
Toren,
dat hij bewoonbaar mag zijn
als een dag, van de muren,
de zwaarte, de zwaarte tegen het groen,
bomen en water, om te wegen
beide in één hand:
de klok luidt van boven af
over de daken, de klok
roert zich om
de ijzeren windvaan te draaien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook mijn blog van 9 april 2020 en eveneens mijn blog van 9 april 2019 en ook mijn blog van 9 april 2018 en ook mijn blog van 9 april 2017 deel 2.

Hanz Mirck, Johannes Bobrowski, Gerard Reve

De Nederlandse dichter Hanz Mirck werd geboren op 8 april 1970 te Zutphen. Zie ook alle tags voor Hanz Mirck op dit blog.

 

Ik mag ook eens wat

Een nieuwe, oude tafel heeft ze
zegt ze. Wil ik niet komen kijken?
Vanwaar en sinds wanneer dit idee
dat ik me zozeer voor tafels interesseer?
Sinds ze het vroeg gaan mijn gedachten
er wel vaker naar uit. Is de hare rond
of juist vierkant, ovaal, ingelegd,
gepolitoerd? Met vier of zes poten,
lange elegante, met een knikje halfweg?
Met ballen? Eén heel dikke poot?
En: wat wil ze van dergelijke poten,
zo’n tafel van mij? Zou mooi vinden
voldoende zijn? Zou de tafel het houden?

 

Cruisin’ with the low riders

Koop nooit een auto in Apeldoorn
was het eerste wat ze me zeiden
toen ik hier kwam wonen, zeker niet
als van een oud dametje geweest, altijd

binnen gestaan, cash aftikken
Een echte auto koop je niet, die verwerf je
om voor één dag koning te zijn,
door de stad te zweven

Dat is waarom deze stad van zeven dorpen
een koninkrijk in het klein is,
een contactsleutel in haar blazoen draagt

En op één dag in het jaar
is het land van de koning
maar de koning is die dag van ons

 

Hogere wiskunde

Samendoen met één gebed aan tafel
– met mijn moeder

Je mag niet zien dat ik kijk
Ik zie dat je kijkt

Zou je me helpen of tegenwerken?
Zou ik me aan je moeten meten?

Samen zouden we onze onvoldoendes voor wiskunde
tot ver achter de komma kunnen berekenen

Als je samen iemand mist
is dat dan minder erg?

Bij elkaar opgeteld is de uitkomst nul
Wiskunde is bijna onbegrijpelijk

Hoe ver is iemand die niet kwam?

 

Hanz Mirck (Zutphen, 8 april 1970)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Dorp

Het uitheemse nog
als pauken, ver.
Ik volg een weg.
Onder de veldberk in de open lucht
de herder, in het bladergeruis, regengeluid
van een wolk. Tegen de avond
een lied van lange tonen,
een stil geroep
bij de struiken.

Dorp, tussen moeras en de stroom,
rauw, het kraaienlicht van je
vroege winters, om de elzen heen
de weg, overwoekerd, de hutten,
zwak, door de turfrook
gekleurd en regen, jij
mijn eindeloos licht,
mijn glansloos licht,
op de randen van mijn leven
geschreven, oud jij:

figuur van de jager, toverend,
dierhoofdig,
geschilderd in de ijzige
krocht, in de rots.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Herinnering aan Gerard Reve

Vandaag is het precies 20 jaar geleden dat de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve overleed. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

 

Leve onze marine

Per trein op weg naar huis, zoek ik vergetelheid in bier,
maar kan, wat komen moet, niet meer bezweren:
reeds na twee haltes stapt hij in, tenger matroos,
met stoute billen,
verlegen en brutaal. Met oortjes. Donkerblond.
Wanneer ik ooit nog rijk word gaat hij elke dag
met mij de stad in om van mij te drinken wat hij wil:
‘dit is mijn bloed’.
En elke mooie hoer die hij wil hebben wordt door mij betaald:
‘dit is mijn lijf’.
Ik zou zo graag erbij zijn, schat, maar niet als jij je schaamt:
dan hoeft het niet, en zal ik je nooit zien,
verborgen naakt in trui en broek, verheven ruiter,
aanbeden Dier, lief Broertje van me.

 

Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e april ook mijn blog van 8 april 2020 en eveneens mijn blog van 8 april 2019 en ook mijn blog van 8 april 2018 deel 2.

Özcan Akyol, William Wordsworth

De Nederlandse schrijver en columnist Özcan Akyol werd geboren in Deventer op 7 april 1984. Zie ook alle tags voor Özcan Akyol op dit blog.

Uit: Mijn moeder, de kleine reus (Taxi)

“Als je een beetje bekend bent van de televisie, maar ook weer niet hélemaal, dan ontstaan er soms ongemakkelijke misverstanden. Mensen zien iemand lopen, in dit geval mij, herkennen me ergens van, maar kunnen het niet goed plaatsen. Dan begint het associëren: ‘Turks uiterlijk, gesoigneerd voorkomen, die grote ogen… Wie is die man ook alweer?’ Ik weet niet hoe het kan, maar ik word opvallend vaak aangezien voor een taxichauffeur, iemand die de onbekende op straat eerder heeft gereden en om die reden hartelijk wordt begroet. ‘Hoe is het met je, Mohamed?’ Laatst liep ik een hotel in en meteen veerde een plukje mensen overeind. ‘Kijk, daar is hij eindelijk,’ bitste een oude vrouw. ‘Normaal komt-ie wel op tijd. Wil je snel onze tassen naar je bus dragen?’ Het is op die momenten vrij gênant om uit te moeten leggen dat ze me uit de krant of van de televisie kennen, en dat ik niet de Turk ben die ze regelmatig rondrijdt. Gisteren in Amsterdam overkwam me iets soortgelijks. Ik had complimenten aangenomen van twee allervriendelijkste mensen die mijn columns in de krant waarderen. Toen ik verder wilde lopen, pleegde een oudere vrouw obstructie, gewapend met een ballpoint en een tissue. IJ bent toch die voetballer van Ajax? Kunt u hierop een handtekening zetten voor mijn kleinzoon Sam? Hij is idolaat van u.’ Ik dacht deze keer: die vrouw moet zich niet opgelaten voelen. En ik wilde haar kleinkind ook niet teleurstellen. Dus ik zette een handtekening op het papier en schreef daaronder ‘met sportieve groet, Hakim Ziyech’. In de auto naar een winkel op station Bijlmer ArenA begon mijn geweten op te spelen. Dat arme jochie ging nu iedereen op het schoolplein vertellen dat hij een handtekening van Ziyech had gekregen, maar in werkelijkheid was de krabbel afkomstig van een lollige columnist. Ik stond voor een stoplicht bij het station. Een toerist met twee rolkoffers tikte op het raampje van mijn Audi. Hij vroeg wat een rit naar het Museumplein kostte. Ik zuchtte diep, wilde hem corrigeren, maar dacht toen: waarom ook niet? Voor twintig euro mocht hij mee. We hadden een geanimeerd gesprek. Hij vertelde over zijn land Pakistan. Ik kreeg een gemberkoekje. Na ons afscheid bedacht ik dat het helemaal geen verkeerd beroep is, taxichauffeur. Mocht het niets worden met schrijven, weet ik wat me te doen staat.”

 

Özcan Akyol (Deventer, 7 april 1984)

 

De Engelse dichter William Wordsworth werd geboren op 7 april 1770 in Cockermouth, Cumberland. Zie ook alle tags voor William Wordsworth op dit blog.

 

Voor een vlinder

I

Ga nog niet weg – blijf even hier!
Gun mij iets langer dit plezier!
Je biedt mij onverwachte vreugd,
Daar jij van mijn voorbije jeugd
Mij haarscherp de memorie geeft.
Ik drink die beelden in,
Want voor mijn geestesoog herleeft,
Als jij lichtvoetig aangezweefd,
Mijn vaders huisgezin.

Of heerlijk, heerlijk was de tijd
Toen wij in onze argloosheid,
Mijn zus en ik, in woud en wei
Een vlinder volgden zoals jij!
Ik bleef hem naar het leven staan,
Als echte jager fanatiek –
Zij dacht dat hij teloor zou gaan
Als zij te hard zou raken aan
Het waasje op zijn wiek.

 

Vertaald door Ike Cialona

 

William Wordsworth (7 april 1770 – 23 april 1850)
Portret van William Wordsworth, gegraveerd door Charles William Sherborn naar een aquarel uit 1839 van Margaret Gillies, 1887, ingekleurd

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e april ook mijn blog van 7 april 2021 en ook mijn blog van 7 april 2020 en eveneens mijn blogs van 7 april 2019.

Das Osterei (Hoffmann von Fallersleben), Uljana Wolf

 

 

Paashoningdauw door Olga Sedykh, 2020

 

Das Osterei

Hei, juchei! Kommt herbei!
Suchen wir das Osterei!
Immerfort, hier und dort
und an jedem Ort!
Ist es noch so gut versteckt.
Endlich wird es doch entdeckt.
Hier ein Ei! Dort ein Ei!
Bald sind’s zwei und drei.

 

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
De St.-Nicolai-Kirche in Bothfeld. Op het kerkhof staan twee Hoffmann von Fallersleben eiken. De dichter stichtte in 1849 zijn familie in Bothfeld en schreef veel van zijn liederen over de heide hier.

 

De Duitse dichteres Uljana Wolf werd geboren op 6 april 1979 in Berlijn. Zie ook alle tags Uljana Wolf op dit blog.

 

sliepen de ovens

III

malczyce / maltsch

toen op zijsporen
uitgerangeerde wagons droomden

van de omslagplaats aan de oderknie
van stortgoed en kolenstof

stalen wij een trage treinwagon
van zijn rails van zijn bed

lieten we in lege opslaghallen
vonken sproeien die ons moesten raken

IV

kleine stations zonder plaatsen.
Wolfgang Koeppen

maar toen we op vrije baan van oord
naar oord stof deden opwaaien

omdat ook de sterren wordt gezegd
hun ovens boven ons opstookten

seinden we door het landschap
dat als stuifas rondom ons lag

nog één keer de route door naar
het huis van de wisselwachters

 

Vertaald door Annelie David

 

Uljana Wolf (Berlijn, 6 april 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e april ook mijn twee blogs van 6 april 2019.

Pasen (Piet Thomas), Algernon Swinburne

 

 

De Verrijzenis van Christus door Christoph Schwartz, 1550

 

Pasen

Die Lazarus tot leven wekte
is uit de doden opgestaan.
De sluitsteen die het graf bedekte,
ligt afgewenteld langs de baan.

De vrouwen die met balsem komen,
de ogen droef, de monden dicht,
zien achter kromgegroeide bomen
een engel in een hoos van licht.

Ze schrikken en hun vrees wordt mondig.
Ze willen vluchten naar de stad.
Maar vrees en schrik zijn zo kortstondig
voor wie de taal van d’ engel vat.

‘Vrees niet, Hij heeft het graf verlaten
waar ze Hem hebben neergelegd.
Ga heen en meld het uitgelaten.
Geschied is wat Hij heeft voorzegd.’

Die Lazarus tot leven wekte
is uit de doden opgestaan.
De sluitsteen die het graf bedekte,
ligt afgewenteld langs de baan.

 

Piet Thomas (Aalst, 20 april 1929)
De Onze Lieve-Vrouw van Bijstandkerk te Aalst, de geboorteplaats van Piet Thomas

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Bij de Noordzee (Fragment)

’t Ligt omgord noch omboord met granieten,
’t Is van fortwerk noch vestwal omwand,
Doch rifgruwlen van wreedst bloedvergieten
Blijven zwak bij ’t verraad van dit zand;
Bij de duizenden, weerloos verslagen: –
Naar dees banken versleurd en verstouwd
Heeft het schip, in d’opstandige vlagen,
Geen kans van behoud.

Geen kans weer bij vloed vrij te spoelen
Van de gronden der onheilskust,
Los uit waatren die botsen en woelen:
Geen kans dan een toevalsrust
Van de wind, langs de grafmoerassen,
Waar, nauw voor de golfslag bewaard,
Lijken, dicht als de sprieten der grassen,
In ’t slib zijn vergaard.

Van ontelbre, verhoopte gedrangen
Als van uitgewied onkruid vol,
Ligt het zwaar van hun zwijgen bevangen,
Of dit zwijgen tot zangen zwol;
En geheim, als van eeuwigheidsgeuren
Verzoet, en van wijding doortrild,
Zo het soms voor een wijl mocht gebeuren
Dat alles verstilt;

Dat het eindeloos razen en schallen
Zacht, als ’t grazen van vee, gerucht,
En de wiekslag der zee valt, bij ’t vallen
Des winds, als der vogelen vlucht –
Als de vlucht ener meeuw, of eens raven,
Die tegen hem krijst als hij krijst,
Wijl wijd om de massa’s der graven
Dag duistert of rijst.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 

Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)

 

Zie voor de schrijvers van de 5e april ook mijn blog van 5 april 2025 en ook mijn blog van 5 april 2023 en ook mijn blog van 5 april 2020 en eveneens mijn blog van 5 april 2019 en ook mijn blog van 5 april 2018 en eveneens mijn blog van 5 april 2016.

Ein Oster-Requiem (Karl Henckell), Maya Angelou

 

Bij Stille Zaterdag

 

Sint Petrus en Sint Johannes bij het lege graf door Theodore Schaepkens,
midden 19e eeuw

 

 

Ein Oster-Requiem
Der Jünger am Grabe

Was stehst du trauernd,
Ewiger Sehnsucht Freund,
Am Grab des Liebsten,
Welchen der Tod verschlang?
Was birgst dein Haupt du,
Schmerzbeschattet,
Und suchst des Menschen
Göttlich Antlitz,
Ach, vergebens?

Der selbst sein Kreuz trug,
Dornengekrönter Held,
Gepeitscht mit Ruten,
Weil in der Wahrheit Wehr
Er zeugen mußte
Wider Weltwahn
Vom innern Himmel-
Reich der Liebe,
Fürst des Lebens.

Der auch der Schönheit
Rose gesegnet – sieh!
Die Schwester brachte
Blühenden Abschiedsgruß
Dem sonnenmilden
Herzerlöser.
Betaut von Tränen
Irrt Maria
Bleich im Garten . . .

Auf Schöpferschwingen
Freudegefilden zu,
Du gramgebeugter
Freund des Erhabenen,
Schwebt der geschmähte
Menschen-Meister
Und thront zur Rechten
Gottes, wo die
Strahlend-Unsterblichen warten.

 

Karl Henckell (17 april 1864 – 30 juli 1929)
De Marktkirche St. Georgii et Jacobi in Hannover, de geboorteplaats van Karl Henckell

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Aangeraakt door een Engel

Wij, ongewend aan moed
bannelingen van het geluk
leven opgerold in eenzaamheid
totdat de liefde haar hoge heilige tempel verlaat
en in ons zicht verschijnt
om ons te bevrijden voor het leven.

De liefde arriveert
en in haar kielzog komen extases
oude herinneringen aan plezier
eeuwige geschiedenissen van pijn.
Maar als we moedig zijn,
slaat de liefde de ketenen van angst weg
van onze ziel.

We worden ontdaan van onze schroom
In de gloed van het liefdeslicht
durven we dapper te zijn
En plotseling zien we
dat liefde ons alles kost wat we zijn
en ooit zullen zijn.
Toch is het alleen de liefde
die ons bevrijdt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e april ook mijn blog van 4 april 2025 en ook mijn blog van 4 april 2023 en ook mijn blog van 4 april 2020 en eveneens mijn blog van 4 april 2019 en ook mijn blog van 4 april 2017 en ook mijn blog van 4 april 2015 deel 2.