De Duitse dichter en schrijver Karl Krolow werd geboren op 11 maart 1915 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Krolow op dit blog.
LAND IM GERICHT
Ich bin das Land, das ohne Hoffnung ist,
Mit Gräberkreuzen neben jedem Weg
Und schief im Kräuticht, das die Ernte frißt,
Gedünst von Blut im Boden, trüb und träg.
In meinen Städten hängt die Sonne still
Wie ein Geschwür, von Fliegen dicht umflort.
Ich bin der Kehricht, drin die Ratte schrill
Vor Hunger pfeift und nur der Käfer bohrt.
Ich bin das Land, das man durch Tränen sieht.
Im Aug bleib ich als bittres Salz zurück,
Lieg unterm Netze, das der Himmel zieht,
Und fall ins tiefe Schweigen, Stück um Stück.
In meinen Wäldern lösen sich im Schrei
Die alten Geister. Und die Hölzer schwelen,
Vom Monde krank und blinder Zauberei.
Die Vögel flattern mit verbrannten Kehlen;
Und heiser wie der Wetterfahnen Ton
Fliehn ihre Stimmen an des Tages Rand
Zu Wolken auf, in denen Gifte drohn.
Verdammt bin ich und der Vampire Land.
Ich bin das Land, das im Gerichte steht,
Und allen Ländern bin ich das Gericht.
In meinen Schwären, die ich hergedreht,
Werd ich gerufen in das letzte Licht,
Ins Licht von drüben, wie es unverwandt
Einst auf mir ruht und mich nach oben zieht:
Das unter Qualen umgeworfne Land,
Das Totenland, das man durch Tränen sieht.
TERZINEN VOM FRÜHEREN EINVERSTÄNDNIS MIT ALLER WELT
Erinnerungen sind Jagdhörner
Deren Ton im Winde vergeht.
Apollinaire
Zerbrechlich wie die Fabel Welt,
So ritt ich auf des Windes Nacken,
Den Oberon zusammenhält.
So ritt ich auf des Windes Nacken:
Ein grüner Schatten ohne Laut,
Befreit von meiner Schwere Schlacken.
Ein grüner Schatten ohne Laut.
Ach, von den Fischen trug ich Flossen
Und atmete durch Tigerhaut!
Denn von den Fischen trug ich Flossen.
Mein Geist erheiterte sich still.
Vom Gleichmut tausendfach genossen,
Erheiterte der Geist sich still,
Mit allen Wesen einverständig,
Zypressenfeuern, Asphodill.
Mit allen Wesen einverständig,
Beharrlich, ohne Ungeduld,
Und wie das Flötenholz lebendig.
Beharrlich ohne Ungeduld.
Kein Kartenspiel der Schwermut mehr: —
Wie Süßigkeit, die frei von Schuld
Verschwendet sich im Ungefähr …
Robinson I
Keer op keer strek ik mijn hand uit
naar een schip.
Met mijn blote vuist probeer ik
het zeil te grijpen.
Eerst ving ik
verschillende vaartuigen die
aan de horizon verschenen.
Zo vang ik forellen.
Maar de moesson keek mij
op de vingers
en liet ze ontsnappen,
of roer en kompas
braken. Je moet
voorzichtig met schepen omgaan.
Daarom riep ik hun namen na.
Ze luidden altijd
als die van mij.
Nu leef ik alleen nog
in gezelschap van de ongehoorzaamheid
van een paar woorden.
Vertaald door Frans Roumen

In het midden Karl Krolow met rechts naast hem Günter Grass, 1975
Onafhankelijk van geboortedata:
De Nederlandse schrijver Willem Claassen werd geboren in Beuningen in 1982. Zie ook alle tags voor Willem Claassen op dit blog.
Struisvogels
Een keer per week groet ik ’s morgens de dingen in de Reekstraat. Het is net als in het gedicht van Paul van Ostaijen, ‘Marc groet ’s morgens de dingen’.
Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke vis met de pijp
In mijn geval:
Dag meisjes op de fiets met de rugzakken op weg naar school kool kool
dag opblaasboot in de sloot
dag taxibussekebus
dag bevroren landbouwgrondje dat te koop staat
Dat ik de dingen groet in de Reekstraat komt door de struis- vogels. Met hen is het begonnen. Dag struisvogels! Ik weet niet precies of ze nu met vijf, zes of zeven zijn, ook al ben ik er hon- derden keren langs gereden. Soms volgen ze me, met hun kop- pen, die net boven de bovenste draad uit komen. Ze kijken dan net zo ongeïnteresseerd als ze waarschijnlijk in Tanzania zouden doen. Soms zie ik ze op de grond pikken en dan vraag ik me af of ze eten zoeken of een gat waar ze hun kop in kunnen steken.
Een struisvogel is een raar beest. De grootste vogel die be- staat, die het hardst kan lopen van alle vogels, maar vliegen ho maar. En dan die lange nek, buigzaam als gekookte spaghetti. En dat allemaal op de Reekstraat, met op de achtergrond een berg die het goed zou doen in Afrika. Als je het niet zou weten zou je denken: wat een eigenaardige maar mooie berg.
Je kunt er vast iets symbolisch in zien, in die struisvogels in een weitje op de grens van Beuningen en Weurt, vlak voor een afvalberg. Maar dat doe ik niet. Het zijn gewoon struisvogels. En die groet ik, iedere week. Daa-ag struisvogel. Dag lieve struisvo- gel. Dag fijn struisvogelijn mijn.

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e maart ook mijn blog van 11 maart 2020 en eveneens mijn blog van 11 maart 2019 en ook mijn blog van 11 maart 2018 deel 3.

















