Willy Vlautin, Alice Notley

De Amerikaanse schrijver, muzikant en songwriter Willy Vlautin werd geboren op 7 november 1967 in Reno, Nevada. Zie ook alle tags voor Willy Vlautin op dit blog.

Uit: The Left and the Lucky

“The Meeting at the Apartment
One mother was thirty-two and sitting at the kitchen table in her two-bedroom apartment. Her fourteen-year-old daughter was next to her, empty-faced and pregnant. Two younger sisters, six and ten, came from their bedroom and hid in the hallway to listen. The mother’s boyfriend, twenty-eight years old, was dressed in an O’Reilly Auto Parts shirt, khaki pants, and black tennis shoes. He paced the kitchen floor. His two sons, six and eight, were in the living room playing video games. The mother got up, went to the kitchen, poured herself a glass of Diet Coke, and sat back down. She had shoulder-length brown hair and was dressed in gray sweats. She was also pregnant. Across the table was the other mother. She was thirty-five and dressed in jeans, a sweater, and a navy blue peacoat. The situation, from the beginning, had been so hostile that she’d kept her purse on her lap and left her coat on. But the apartment was warm inside and she had begun to sweat. She also had a cold, her eyes were puffy, her nose was red, but even so, the man in the O’Reilly work shirt watched her when he could. Because even in that situation, with everything falling apart, she was beautiful. Next to her was her fifteen-year-old son, wiry and handsome and already six feet tall. He had acne on his chin, on the sides of his nose, and on his forehead. He was dressed in jeans and a black Trail Blazers hoodie.
The boy’s mother looked at the girl’s mother. ‘You wanted us to come and we’re here. So what do you want to do?’ Yvette told me she felt pressured. That she didn't want to do it. I'm not going to get the police involved because I don't want Yvette to go through that. But I could.'I didn’t force her,’ the boy said. The man in the O’Reilly shirt pointed his finger at the boy. ‘Shut your mouth,’ he said. ‘You’re not talking here.’ The boy’s mother looked at the man. ‘Really?’ she said. ‘You think that’s going to help anything?’ She looked back to the girl’s mother. ‘They’re both young and obviously stupid. Curtis said he loves Yvette, and I know they’ve been seeing each other for more than seven months. She’s over at my house all the time, and that started before Thanksgiving.’ The girl’s mother looked at her daughter. ‘Yvette said they’ve only met once outside of school.’ The boy began to speak but his mother cut him off. ‘Then who do you believe?’ I believe my daughter. I believe Yvette.'So you’re saying I’m a liar, that she doesn’t come to my house?’ The girl’s mother didn’t answer. Yvette?' the boy's mother asked. The girl's face showed no emotion. She said nothing.So she’s going to have the baby?’ the boy’s mother said. ‘Is that why we’re here?’ Yes,' the girl's mother said.There’s no chance for an abortion?”

 

Willy Vlautin (Reno, 7 november 1967)

 

De Amerikaanse dichteres Alice Notley werd geboren op 8 november 1945 in Bisbee, Arizona. Zie ook alle tags voor Allice Notley op dit blog.

 

Gedicht 2

Hoor je die heroïsche, grootse landmuziek?
Land dat men echt zo zou kunnen noemen.
Hij speelde de hoofdrol, leidde levens, kijkt nu neer:
de windmolen staat stil, men koopt enkel nog
sneeuwkoeien. Een flard van een droom; zij
had een slanke taille die hij ooit – maar toch
nooit – met zijn armen omsloot, en nu ben ik
verantwoordelijk voor dit alles, voor deze ezel
met een betoverende stem. Elly, ik
voel me verdrietig als ik aan papa denk.
Hij ontfermde zich over zijn eigen dame –
droeg zij een hoed, of was het
andersom? ‘Van mijn eigen land afgaan? Wij
zijn er allemaal op geboren om er ook weer op
te sterven, zonder enige markering. Maar wie ben
jij om terug te blikken? Nou, hij
neuriet ‘From this valley’ – hij, die er niet meer is.
Steun en bewaar mij, vader. Oh
papa, wie houdt dit vol?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alice Notley (Bisbee, 8 november 1945) 

 

Zie voor meer schrijvers van de 7e november ook mijn blog van 7 november 2020 en eveneens mijn blog van 7 november 2018 en ook mijn blog van 7 november 2017 en ook mijn blog van 7 november 2015 deel 2.

Johann Scheerer, Alice Notley

De Duitse schrijver, muzikant en muziekproducent Johann Scheerer werd geboren op 6 november 1982 in Henstedt-Ulzburg. Zie ook alle tags voor Johann Scheerer op dit blog.

Uit: Play

“Eben. Weißt du, David, ich wollte nur kurz mit dir sprechen, um dir zu sagen … sag mal, wieso ist denn das so laut bei dir im Hintergrund? Stehst du an einer Ger-man Autobahn?« »Nein. Ich bin auf dem Fahrrad. Aber ich stehe am Straßenrand.« »Oh. Hier in LA fährt niemand Fahrrad. Dafür haben wir keine Zeit. Wie dem auch sei. Ich wollte dir nur kurz sagen, dass es mir sehr wichtig ist, dass diese Produktion, die du mit meinem Klienten Ian White begonnen hast, ohne mich von Anfang an zu involvieren, absolut fehlerfrei ablaufen muss. Stromlinienförmig. Verstehst du. Denn es ist so: Wenn die Produktion nicht stromlinienförmig abläuft, dann kriegt Ian schlechte Laune. Und Ian ist der beste Freund von Paul Sinister, dem Gitarristen von S. A. L.T … Und wenn Ian schlechte Laune hat, hat Paul auch schlechte Laune. Und das wiederum kann ich mir nicht leisten, David. Verstehst du? Ich bin darauf angewiesen, dass Paul gute Laune hat. Sonst füllt er irgend-wann keine Stadien mehr.« Jetzt ist sein Ton sehr ernst. »Klar. Das verstehe ich. Sag mal, kannst du vielleicht kurz dranbleiben? Ich muss ganz dringend eine Sache wegen meines Sohnes klären. Das kann leider nicht war-ten. Entschuldigung. Könntest du ganz kurz dranbleiben, bitte?« »Du hast ein Kind?« »Ich habe mehrere Kinder, ja.« »0 mein Gott. Weiß Ian davon?« »Ja, er weiß davon. Die haben sich sogar schon kennengelernt und haben sich gut verstanden.« »Ach. Okay. Nun ja – ich warte. Aber beeil dich bitte, es ist noch früh hier in LA, und ich habe noch eine Menge zu tun. Weißt du, alle fangen früh an zu arbeiten, aber ich mache den Job seit vierzig Jahren so, dass ich schon um sechs Uhr an-fange. Nun ja – wahrscheinlich bin ich einfach crazy. Aber es zahlt sich aus, sage ich dir.«
»Okay. Ja, ich kenne das. Das Frühaufstehen. Ich bin heute trotzdem irgendwie in Zeitnot geraten. Bis gleich.« »Lena? Da bin ich wieder. Sorry!« »Ich hab echt die Schnauze voll, ständig auf dich zu warten. Ich hol Elliott ein-fach selbst ab.« »Ich kann ihn abholen. Kein Problem.« »Ach – das weißt du jetzt auf einmal so schnell?« »Ich habe einfach keine Lust auf einen Streit. Sag mir doch einfach, wo ich wann sein muss, und ich mach das möglich. Ich muss diesen Typ gleich wieder anrufen.« »Ich muss eh diese ganze Organisationsscheiße im Kopf behalten; dann kann ich das auch gleich selbst machen.“

 

Johann Scheerer (Henstedt-Ulzburg, 6 november 1982)

 

De Amerikaanse dichteres Alice Notley werd geboren op 8 november 1945 in Bisbee, Arizona. Zie ook alle tags voor Allice Notley op dit blog.

 

NAAR EEN NIEUW GESLACHT

Ergens uit de oudheid werkt iemand met mij mee.
Bij het overbrengen van een gedachte verdwijnen
de verbindingswoorden en zinsdelen: je begrijpt het. Ik begreep het –
De rest van de taal, schoonheid en het spel
Ik ben je meester, zegt de gedachte –
Daar ben ik het niet mee eens

Ik denk aan de kerk waar we
de uitvaart van mijn broer hielden. Hij zegt: ik was erbij;
het deed me pijn; jij huilde te veel; Later
vind ik prima. Ik wil gewoon bij je zijn, zegt de gedachte
Bedoel je jouw gedachte of zijn gedachte?
De rotsen zijn als sterren, een geul vol sterren.
Als ik met iemand ergens heen zou gaan, als diegene
liefdevol aan mij zou denken. Niemand hoort het. Ontspan je schouders.

Ik zing steeds opnieuw voor je: “naar een nieuw geslacht.”
Soms lijkt het alsof er bij elke rots een hagedis hoort –
kettingen van levens;
er is ruimte voor een oneindigheid
aan geesten. Gedachten. Overal. Kom mijn hoofd binnen
als je wilt. Geen einddoelen of oogmerken,
geen voorbestemd lot. Ik heb een bestemming. Mijn dood
zal die niet voltooien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alice Notley (Bisbee, 8 november 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn blog van 6 november 2018 en eveneens mijn blog van 6 november 2017 en ook mijn blog van 6 november 2016 deel 2.

Bert Wagendorp, C. K. Williams

De Nederlandse schrijver en journalist Bert Wagendorp werd geboren in Groenlo op 5 november 1956. Zie ook alle tags voor Bert Wagendorp op dit blog.

Uit: Brooklyn De memoires van Abel Sikkink (deel 4)

“In de vroege ochtend van zaterdag 3 februari 1872 arriveerde de SS Cimbria in de haven van New York. Sneeuwvlokken dansten in het oranje licht van de gaslantaarns en gaven de pieren en kades van de Battery een sprookjesachtige aanblik, de sneeuw dempte het havenrumoer. Ik schuifelde de loopplank af en zocht naar bekende gezichten. Het was er al tamelijk druk, maar ik zag niemand die ons op stond te wachten. Sandra droeg Antonie op haar arm. Hij klampte zich als een aapje aan zijn moeder vast en drukte zijn gezicht in haar hals, alsof hij zijn nieuwe wereld niet wilde zien. Heel even trok er een vlaag van spijt door me heen.
Ik was drieëndertig jaar oud en ik begon aan een nieuw hoofdstuk waarvan ik niet zeker wist of ik me erop moest verheugen. De weemoed om wat ik achter me had gelaten overheerste.
(Antonie, kom!’ riep ik naar mijn zoon; ik nam hem uit Sandra’s armen en zette hem op mijn nek. “Kijk, New York!” zei ik, terwijl ik een rondje draaide. “Amerika! Amerika!” “Amerika?” klonk het vragend op mijn schouders.
Een krantenjongen met een stapel kranten over zijn arm liep onze kant op. “Terrible accident on the Lehigh Valley Railroad!”riep hij, ‘ten minste tien passagiers omgekomen! Lees The New York Times, vier cent!” Ik gaf hem een dime en zei dat hij het wisselgeld kon houden. In mijn nek begon Antonie te huilen. Kalle stond even verderop bij onze koffers. Hij wenkte een koetsier.
“Amerika!” riep ik nog een keer, “Amerika!”

Niet veel later reden we in een grote koets door de ontwakende stad. Antonie zat op schoot bij Sandra en kwam ogen tekort om al het nieuwe in zich op te nemen. Zijn gezichtje gloeide van opwinding en zijn vinger priemde in alle richtingen om ons attent te maken op de golf aan verbazingwekkende taferelen die hem overspoelde. We passeerden nieuwe gebouwen die veel hoger waren dan de appartementencomplexen en kantoren van Parijs. `Links het Equitable Life Building,’ zei Kalle, die minder lang uit New York was weggeweest dan wij, met de intonatie van een stadsgids. ‘Zeven verdiepingen, 43 meter hoog. Gelukkig heeft het gebouw een lift.’ Toen Antonie wees naar een locomotief met drie wagons die ons hoog boven onze hoofden passeerde, was ik even verbluft als mijn zoon. ‘De Ninth Avenue Elevated’ klonk het uit de mond van onze gids, ‘spoorweg op palen.”

 

Bert Wagendorp (Groenlo, 5 november 1956)

 

De Amerikaanse dichter Charles Kenneth Williams werd geboren op 4 november 1936 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor C. K. Williams op dit blog.

 

BLACKSTONE

Toen Blackstone de goochelaar een vrouw doormidden zaagde in het Branford Theater
vlakbij het Lincoln-standbeeld in het flink in de goot geraakte Newark,
 
gebruikte hij een enorme cirkelzaag, en de vrouw slaakte een kreet doordringender
dan het draaiende blad dat zich recht in het lege kruis van onze kleine jongen boorde.
 
Dat moet het moment geweest zijn dat we leerden dat echte mannen vrouwen moesten kwellen,
ze laten schreeuwen en dan achterlaten, want we zagen dat blad erin gaan, recht erin,
 
Haar middel was naakt – kijk! – en dat waren in de zilver versierde beha, glanzend
ook haar borsten, o zo rond, zilver versierde topjes van glanzende borsten.
 
Dat moet het zijn geweest dat wij krankzinnig werden, en heengezonden werden om onze cultuur krankzinnig te maken . . .
‘Laat me je borsten alsjeblieft zien. ‘Schaam je, verberg je borsten, schaam je.’
 
Niets anders deed ertoe, alleen zilver versierde borsten, en ze schreeuwde nog steeds,
het zaagblad ging erin, onder haar borsten, en meer deed er niet toe.
 
O Branford-theater, met je schurftig pleisterwerk, je kaal toneelgordijn,
jij deed er niet toe, en Newark niet, al je belastinggeld dat naar de buitenwijken wegsijpelde,
 
je deed er niet toe, je corrupte gemeentebestuur, de groeiende achterbuurten –
je was onzichtbaar nu, die borsten hadden je voor onze ogen doen verdwijnen,
 
zoals Blackstone eerst duiven en dan paarden voor je ogen deed verdwijnen,
zoals ten slotte fabrieken en winkels uit onze verslagen stad zouden verdwijnen.
 
Oh Blackstone, gebarend, bezwerend, met je dreigende doordringende blik.
O glanzend, suizend blad, o langgerekte schreeuw, o volmaakte, trillende boog van pijn.

 

Vertaald door Rob Schouten

 

C. K. Williams (4 november 1936 – 20 september 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e november ook mijn blog van 5 november 2018 en ook mijn blog van 5 november 2017 deel 2.

Judith Herzberg, C. K. Williams

De Nederlandse dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

Sentimenteel

Ze zitten in de auto in een file,
de radio staat aan, uitlaatgassen
en muziek, een lied waarvan hij zegt
dat hij het mooi vindt, over
brandende violen en een dans die doorgaat
tot het einde van de liefde.
Niet het lied maar wat hij zegt
maakt dat zij hem niet aan kan kijken.
Nu komt er in de auto nog iets bij:
muziek en uitlaatgassen en verlegenheid.
Verlegenheid omdat de dans
tot aan het eind van liefde veel te veel
is, te ver naar vroeger reikt,
te ver vooruit, zijn ziel
puilt opeens onbeschermd, zo onbeschermd,
zij zegt alleen: \’Sentimenteel\’.
Ja zegt hij, sentimenteel.
Nooit zal zij weten of hij weet
hoe zij dat woord heeft aangegrepen.
Nooit zal hij weten wat zij
begrepen heeft, hoe ver en ver,
nooit zal zij weten dat hij
begreep dat zij begreep
wat hem opeens beving, tenzij
iemand, geschiedschrijver misschien,
later precies reconstrueert hoe dat met mensen
toen en toen met radio\’s in files ging.

 

Bril

Hij keek steeds door de oo’s van zijn kantoor
maar nu zitten er glazen voor zijn ogen die
de zaak vergroten. Soms weet hij zich professor
en geen domme ook. Zo veel is er te zien
en groter is misschien ook niet het juiste woord;
preciezer, dieper, een maximum tot in miniem
detail – hij ziet de nummers op de verste tram.
Of is het wel de verste? Wie zegt hoe ver
een mens moet kunnen zien, waar is de grens?
Dit ergert hem. Zijn kijkhonger is opgewekt
hij ziet wel beter hoe zijn huid verlept maar
het zien zelf is jonger. Hij zou het hele brille-
slijpersgilde in zijn armen willen nemen
en omhelzen zoals hij vroeger ook zijn moeder
wilde smoren juist als hij voelde
dat hij door haar de hele wereld toebehoorde
en andersom een beetje. Hij overweegt
een verrekijker en een microscoop; er is
nog zoveel méér, maar ziet de zin
van zijn bestaan al als hij thuisgekomen,
van zijn bed naar boven staart
en daar de allernieuwste scheur in het plafond ontwaart.
Zo ver is het.

 

Liedje

Het duurt altijd langer dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel langer duren dan ik denk
dan duurt het toch nog langer
dan je denkt.

Het is altijd veel duurder dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel duurder worden dan ik denk
dan wordt het toch nog duurder
dan je denkt.

Het kost meer moeite dan je denkt
ook als je denkt
het zal wel veel meer moeite kosten dan ik denk
dan kost het toch meer moeite
dan je denkt.

Het duurt veel korter dan je denkt
ook als je denkt
het zal wel korter duren dan ik denk
dan duurt het toch
nog korter dan je denkt.

 

Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

 

De Amerikaanse dichter Charles Kenneth Williams werd geboren op 4 november 1936 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor C. K. Williams op dit blog.

 

IK HAAT

Ik haat het hoe dit ongevraagde zuchtgeluid, snikgeluid,
niet echt geluid, gevoel, zuchtgevoel, snikgevoel,
in me blijft schrapen, niet in z’n ouwe schijn als nostalgie,
zoete, dwaze merelkreet in lente;
 
niet als herinnering, allang vergaan verdriet;
en ook niet als die andere herinneringsklit: spijt
over niet goedgemaakte wandaden, fouten, nalatigheden,
versteende wortel te diep vastgegroeid om ooit weg te snijden;
 
eerder een mengeling, een samensmelting, onontwarbaar net
van vreugde in verbijsterend bestaan, bestaan in bestaan,
met angst van en angst voor ik weet nauwelijks wat,
niet niet-bestaan, niet zelf, geliefden, liefde;
 
niet oorlog, oorlog val dood, zuchten vanwege oorlog,
snikken vanwege oorlog, niet voor oorlog, vrede, wapenstilstand;
meer dan dat alles, een soort oergeluid, oerneiging
in ons nu gezaaid, dat in ons zwelt, ons allemaal,
 
echo van liefde die we kenden, kennen, voor de wereld, onze wereld,
waarop we tenslotte louter massa lijken, louter stortvloed,
louter materie die zichzelf veranderd heeft in tumult, kabaal,
kakofonische vernietigingsblitz, plundering,
 
herrie waaruit sindsdien elke emotie komt bovendrijven,
en er weer in wankelt, glijdt, zinkt en ondergaat:
zuchtgeluid van rouw, van spijt; snikgeluid van berouw
van, nog, steeds, almaar droeviger en droeviger droeve vreugd.

 

Vertaald door Rob Schouten

 

C. K. Williams (4 november 1936 – 20 september 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e november ook mijn blog van 4 november 2018.

Joe Queenan, C. K. Williams

De Amerikaanse schrijver, humorist en criticus Joe Queenan werd geboren op 3 november 1950 in Philadelphia, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Joe Queenan op dit blog.

Uit: Red Lobster, White Trash, and the Blue Lagoon

“In the days and weeks that followed, I gradually realized that mainstream American culture was infinitely more idiotic than I had ever suspected. Take movies. Over the years, I’d come to believe that a special ring of hell had been reserved for Lome Michaels for promoting the careers of Joe Piscopo, James Belushi, and others of their ilk. But nothing those dimwits had done on film had even vaguely prepared me for the prepaleolithic world of Adam Sandler and Chris Farley. The whole time I was watching Billy Madison and Tommy Boy I kept saying to myself, “I know that these people are alumni of `Saturday Night Live,’ so I know that if I sit here long enough, they will eventually do or say something that will make me laugh. Heck, they’re pros.”
Oh, foolish, foolish man! Hours and hours later, I was still in my chair, comatose, watching these Gen-X Ostrogoths ruin my day, my week, my civilization. Here’s Sandler setting a bag of poop on fire. Here’s Farley getting covered in cow shit. And here’s Bo Derek, co-starring. What a sad commentary on our society that we have produced movies so bad that you feel sorry Bo Derek has to be in them. Which just goes to show: No matter how famous you are when you’re young, if you don’t play your cards right, you’re eventually going to end up in a movie with Adam Sandler.
Was all this a surprise to me? Yes, I can truly say that the scale of horrendousness proudly displayed in these motion pictures was awe-inspiring. Sure, I’d known that these movies were out there, but not until I’d actually sat all the way through a couple of them did I have any idea how satanically cretinous they were. Until I saw Billy Madison and Tommy Boy, I’d always thought that the three scariest words in the English language were “Starring Dan Aykroyd.” Now I knew better. Being introduced to Joe Piscopo and Dan Aykroyd and only later learning of the existence of Adam Sandler and Chris Farley is like going to school and learning about the Black Plague, only to find out many years later that there’s something called the Blacker Plague.
And I don’t even want to talk about Pauly Shore.
On some of the outings I lined up for my trek through the cultural undergrowth, I honestly suspected that someone had phoned ahead to ensure that the staff would maximize my discomfort. Typical was the night I dragged my family over to the local Red Lobster for our first-ever visit to the garish establishment. Red Lobster, I quickly learned, was a chain geared toward people who think of themselves as just a little bit too upscale for Roy Rogers.”

 

Joe Queenan (Philadelphia, 3 november 1950)

 

De Amerikaanse dichter Charles Kenneth Williams werd geboren op 4 november 1936 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor C. K. Williams op dit blog.

 

WACHT

Hak, kap, houw; hak, kap, houw; hakmes, uitbeenmes, bijl –
zelfs de onhandigste slagerskinkel zou dit niet zo onbehouwen doen,
als jij, Tijd, mij uiteenrijten, betaald zetten, als modder in een emmer laten,
mijn ene stukje lichaam honderd jaren oud, niet eens meer aanwezig,
een ander nog altijd verscheurd met idiote energie, vraatzuchtig als
de jongeling die ik was, voor wie alles altijd te traag ging, te traag.
 
Toen was ik het die hakte, kapte, hieuw door jou, dwars door je heen,
je kruidde, opschrokte, je onzichtbare vocht rauw naar binnen gulpte.
Nu ben jij bedorven. Pols, klok, kalender bederven je, bedotten je,
je zuigt aan me, trekt aan me, prikkeldraadknopen van herinnering verscheuren me,
mijn hart hangt, nutteloos, een restje weefsel, vuurt, vuurt mis,
probeert zichzelf weer op die andere weg met jou te hijsen.
 
Maar was er wel ooit een andere weg met jou? Toen ik rende
alsof het voor mijn leven was, vluchtte ik toen niet van jou, voor jou?
Was ik niet bang dat je zou rafelen, mij met de draadjes achterlaten?
Ben ik dat niet nog steeds? Als ik naar een van jouw momenten gris, er een grijp,
een kiezel, een planeet, slijt die dan niet weg in mijn hand alsof ik,
niet jij, een oceaan van zuur ben, de roest waarin ik oplos?
 
Wacht niettemin, wacht; ik moet je ook vertellen hoe gelukkig ik ben,
hoezeer ik ervan houd, van alles, hakken en houwen en al die dingen.
Weet alsjeblieft dat ik speciaal van jou houd, van hoe je elke morgen
over de smachtende aarde trekt, want hoe weet ze anders hoe ze moet gloren,
en schemeren, als alles wat ze van haar spraakschepsels hoort is: ‘Wacht!’?
Wij wier bange wens is dat ons laatste woord maar niet zal zijn: ‘Wacht.’

 

Vertaald door Rob Schouten

 

C. K. Williams (4 november 1936 – 20 september 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e november ook mijn blog van 3 november 2025 en ook mijn blog van 3 november 2023 en ook mijn blog van 3 november 2020 en eveneens mijn twee blogs van 3 november 2018.

Allerzielen (Jean Pierre Rawie), Charlotte Mutsaers

 

 

Allerzielen op de Camposanto door Pierre-Auguste Cot, 1872

 

Kerkhof

Een herfstdag tegen Allerzielen,
het was niet anders dan het was
de zon, de bladeren die vielen,
het hek, de zerken en het gras.

Ik had een tijdje rondgezworven
voor ik haar graf gevonden had,
want er wordt toch nog meer gestorven
dan je zou denken in zo’n stad.

En half beschaamd en half bewogen
– je ziet jezelf een beetje staan –
heb ik verwonderd overwogen
hoe vreemd de dingen altijd gaan,

hoe onverbiddelijk de liefde
verband houdt met verdriet en rouw,
en of ik als zij nu nog leefde
nog zoveel om haar geven zou.

En nimmer was het dichter bij me
en nimmer verder van mij af,
het denken over de geheimen
de gruwelijke van het graf.

 

Jean Pierre Rawie (Scheveningen, 20 april 1951)
De Heilige Antonius Abtkerk in Scheveningen

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster, essayiste en kunstschilderes Charlotte Jacoba Maria Mutsaers werd geboren in Utrecht op 2 november 1942. Zie ook alle tags van Charlotte Mutsaers op dit blog.

 

Alles dood

Hoog de kasteelzaal.
Ik alleen thuis.
De klok zonder klepel.
Waar is mijn muis?

O kom, o kom of
breng mij om!

‘k Zie paardezadels staan,
maar geen paarderug.
De kandelabers glimmen en
geen kaars blinkt terug.

O kom, o kom of
breng mij om!

De champagne houdt zich stil,
de glazen staan vol stof.
Mijn magneet trekt niets meer aan,
de spijkers worden dof.

O kom, o kom of
breng mij om!

Geen kelk verheft zich uit de vaas.
Ik hoor geen vogels meer.
De veertjes op mijn eigen hoofd,
die liggen plat terneer.

O kom, o kom of
breng mij om!

Mijn hele tuin is uitgebrand.
De haan draait aan een spit
en van de kleuren om mij heen
resten slechts zwart en wit.

O kom, o kom en breng mij mee:
een groene tulp rood gebladerd,
een brief geschreven op fluweel,
een speksteen door en door geaderd,
een ananas, een bezemsteel.

O kom, o kom of
breng mij om!

 

Marche sombre des comcombres

’s Nachts het venster opgeschoven
‘k zie de straat geheel van boven.

Zwarte komkommers zij aan zij
dragen zomaar een hondje voorbij.

Vier witte poten wijzen omhoog,
de ruggegraat staat in een boog.

Ik krijs mijn ouders de dekens uit:
‘Kom snel, een parade van levend fruit!’

(of zijn het nu groenten? Al sla je me dood…)
Papa verliest tranen, Mama houdt zich groot:

Hoe kàn het bestaan, dat is ònze hond,
die tien jaar geleden de dood al vond!

Wat doet me dat dier nu in Godsnaam benee,
was hij in de hemel soms erg ontevree?

Mijn vader blaast zacht op zijn hondefluit
en roept op zijn liefst: ‘Zeg Fox, gaan we uit?

Gaat-ie mee naar het park of naar het café
of wil je linea recta naar zee?

Je eetbak die staat nog steeds bij de haard,
je halsbanden bleven keurig bewaard.

Je ballen, je knots zijn op zolder gestald,
maar sinds je vertrek is hun leven vergald.

Kom, blaf naar ons terug en bijt van je af,
want voor je het weet, lig je weer in je graf!’

Maar Fox blijft in katzwijm en hoort ons niet,
wij kunnen gewoonweg niet meer van verdriet.

Zo zompig bonkt daar de komkommertred,
ik durf voorlopig beslist niet naar bed.

Voor het eerst die nacht met mijn moeder verwant
slapen wij saam in de hondemand.

 

Charlotte Mutsaers (Utrecht, 2 november 1942)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e november ook mijn blog van 2 november 2024 en ook mijn blogs van 2 november 2018.

Allerheiligen (Sonja Dworzak), Ilse Aichinger

 

 

Gezelschap van de heiligen door Jean de Colombe en Mâitre du Missel de Yale, ca. 1475. Verluchting in het getijdenboek van Louis de Laval 1475

 

Allerheiligen

Die Nebel ruh’n auf alten Steinen sacht,
ein Blätterflüstern trägt vergangne Lieder.
Die Erde atmet still in weicher Nacht,
und Schatten wandern leis’ die Pfade wieder.

Ein Hauch von Zeit liegt auf dem welken Kranz,
die Kerzen flackern – goldne, zarte Wunden.
Im Glanz der Flamme hebt sich Traum und Glanz
von jenen, die im Schweigen Ruh gefunden.

Ein Name schimmert, halb vom Moos verdeckt,
ein Leben sinkt zurück in Wort und Schweigen.
Doch wer den Blick ins Herz der Stunde lenkt,
sieht Bilder glüh’n, die sich nicht ganz verneigen.

So bleibt ein Leuchten – fern und doch so nah,
ein stilles Grüßen aus den frühen Tagen.
Was war, verweht, und ist doch ewig da:
In uns die Spuren, die Erinnerung tragen.

 

Sonja Dworzak (Salzburg, 6 april 1958)
De Franziskanerkirche en de Dom in Salzburg

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Ten antwoord

In Delhi,
wanneer men doodgaat,
kan men niet vallen.
Günther Eich

Delhi
achter zich laten,
de vallende ziekte
weer opnemen
Delhi
voor zich brengen,
de verlopen groepen reizigers
langzaam volgen
en zo
de reis op zijn beloop laten,
geluidloos en in ieder geval
en zelfs als niet meer
te onderscheiden

 

Vertaald door Lucas Hüsgen

 

Ilse Aichinger (1 november 1921 – 11 november 2016)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2018 en ook mijn blog van 1 november 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook mijn blog van 1 november 2009.

Haunted House (E. A. Robinson), Bruce Bawer, John Keats

 

 

Haunted House door Daniele Montella, z. j.

 

Haunted House

Here was a place where none would ever come
For shelter, save as we did from the rain.
We saw no ghost, yet once outside again
Each wondered why the other should be so dumb;
And ruin, and to our vision it was plain
Where thrift, outshivering fear, had let remain
Some chairs that were like skeletons of home.

There were no trackless footsteps on the floor
Above us, and there were no sounds elsewhere.
But there was more than sound; and there was more
Than just an axe that once was in the air
Between us and the chimney, long before
Our time. So townsmen said who found her there.

 

E. A. Robinson (22 december 1869 – 6 april 1935)
Alna, Lincoln County, Maine, de geboorteplaats van E. A. Robinson

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en literatuurcriticus Bruce Bawer werd geboren op 31 oktober 1956 in New York. Zie ook alle tags voor Bruce Bawer op dit blog.

Uit: The Alhambra: A Novel

“STEVE DISCH WAS ONLY TWENTY-THREE years old and still a student at UCLA Film School when his first movie came out and made him famous. Well, not really famous. Sentimental Education was what they call a “small film.” The cast consisted entirely of his friends and fellow students, and Steve himself served as writer, director, cameraman, editor, and lighting and set designer. The costumes were the actors’ own clothes, and there was no makeup to speak of, and certainly no special effects. The budget was far too tiny for that – too tiny for almost anything, in fact, except for the telling of a simple story about two characters. Steve told it effectively enough to get Sentimental Education into a couple of second-tier film festivals, at one of which it won an “audience favorite” award. The movie’s saga might have ended there, if not for a bit of serendipity. One of those festivals happened to be attended by a veteran novelist who saw Sentimental Education and loved it. He loved it so much that he wrote a glowing article about it in a national gay newsmagazine, and then another in the New Yorker, no less. This beautiful film about the deep but unspoken and unconsummated love between two male college students, he argued, was one of the best gay movies ever made, and represented a breakthrough in the cinematic treatment of gay men’s lives. Steve, in his view, had managed, with his inexpensive camera equipment and his non-professional actors, to capture precisely what love was like for young gay men in “these times” – “these times” being the 1980s -who don’t even realize they’re gay. The articles about Sentimental Education drew the attention of gay cinephiles around the world. That summer, the film was shown at gay-pride events in two dozen cities. For several months, Steve rode a roller-coaster of media attention. He received bags full of fan mail. He traveled around the U.S. and Europe attending screenings of the film. At some of these events he would give a talk before the screening; at others, he’d be interviewed or answer questions afterwards. Following every screening, audience members would line up to shake his hand and tell him how much they identified with the main character in his movie. Invariably, at those Q & A’s, somebody would ask if the film was autobiographical. Steve always insisted it wasn’t. He was lying. Virtually every line of dialogue had come directly out of the diary he’d kept as an undergraduate at the University of California at Davis. It was there that he’d met Daniel Loban, a fellow French major. The two star-crossed lovers in the movie weren’t just based on Steve and Daniel; they were Steve and Daniel.”

 

Bruce Bawer (New York, 31 oktober 1956)

 

De Engelse dichter John Keats werd geboren op 31 oktober 1795 in Finsbury Pavement in Londen. Zie ook alle tags voor John Keats op dit blog.

 

Ode aan een nachtegaal

I

Mijn hart doet pijn, bedwelming houdt mijn hoofd
Beklemd, als had ik scheerlingsap gedronken
Of had een drank verzwolgen die verdooft,
Zo-even, en was Lethewaarts gezonken.
’t Is niet uit afgunst jegens uw geluk:
In uw geluk vind ik geluk te over,
Omdat gij, boomdryade, lichtgeveerd
In een zoetklinkend stuk
Van ’t groene, schaduwrijke beukenlover
Orgelend van de zomer kwinkeleert.

II

O, nu een dronk! Wijn, die men koel bewaarde
In diepgedolven grond, geruime tijd;
Die smaakt naar Flora, naar de groene aarde,
Dans, Provençaalse zang, gebruind jolijt!
Nu een bokaal die ’t warme zuiden bood,
Vol van de blos der echte Hippocreen,
Met pareling van belletjesgeflonker,
De rand gevlekt met rood:
Zo’n dronk! waarna ik ongezien verdween
Uit dit bestaan, met u in het belommerd donker.

III

Ver weg met u, ontbinden, en vergeten
Wat gij tussen de bladeren nooit kende:
De moeheid, het getob, het koortsig zweten;
Men hoort elkaar hier kreunen van ellende;
Door tremors trillen trieste grijze haren,
De jeugd wordt bleek, vliesdun en laat het leven;
Alleen het denken al vervult met smart
En met wanhopig staren.
De ogenglans der Schoonheid duurt maar even,
Slechts één dag smacht ernaar het minnend hart.

IV

Ver weg! Ver weg! Op u ben ik gericht,
Niet door de vaart van Bacchus’ luipaardwagen,
Maar op de ijle wieken van ’t gedicht,
Al blijft het brein verwarren en vertragen.
Reeds ben ik bij u! teder is de nacht,
Wellicht spreidt dan de maangodin haar luister,
Door al haar sterrenfeeën dicht omfonkeld;
Maar hier ontbreekt die pracht,
Tenzij de bries wat licht blaast door het duister,
Waar in het schaduwgroen het mospad kronkelt.

V

Ik zie de bloemen niet, hier aan mijn voet,
De zachte wierook, hangend in de bomen,
Maar gis in ’t geurig duister al het zoet,
Geschonken door het goed seizoen, aromen
Van bosjes, wilde vruchten en de wei,
Meidoorn en egelantier, het landelijk hout,
’t Viooltje, bladbedekt, dat snel vergaat,
En ’t oudste kind van Mei,
De prille muskusroos, met wijn bedauwd,
Het zoemend honk van vliegen, ’s zomers laat.

VI

In ’t duister luister ik: zo menigmaal
Kon de geruste dood mij half verblijden.
Ik vroeg hem vaak in zoete dichtertaal
Mijn kalme adem in de lucht te leiden.
Nu meer dan ooit lijkt sterven mij volmaakt,
Te middernacht te scheiden zonder pijn,
Terwijl gij buiten heel uw ziel uitstort,
In zulk een trance geraakt!
Nog zingt gij door als ik, die doof zal zijn,
Bij uw hoog requiem een zode word.

VII

Onsterflijk dier, niet voor de dood geboren!
Dat door geen hongerig geslacht verging!
De stem die ik vannacht gehoord heb, horen
Vanouds de keizer en de dorpeling.
Misschien hetzelfde lied dat heeft gebeefd
Door het droef hart van Ruth, die ver van huis
Betraand in het uitheemse koren stond;
Dat vaak betoverd heeft
Magische vensters, open op ’t gebruis
Der diepzee, in een droomland dat verzwond.

VIII

Verzwond! Zoals een kerkklok klinkt dat woord,
Dat mij van u terugluidt naar mijzelf!
Adieu! Verbeelding brengt geen drogbeeld voort
Dat met de faam strookt van die valse elf.
Adieu! Adieu! Uw klacht verflauwt, zij trekt
De weiden langs, over het stille stromen,
De heuvel op; om overhuifd te raken
Waar ’t volgend dal zich strekt.
Was het een visioen of wakend dromen?
Het lied vervloog: – Slaap ik of is dit waken?

 

Vertaald door W. Hogendoorn

 

John Keats (31 oktober 1795 – 23 februari 1821)
Borstbeeld van John Keats in het Keats-Shelley House in Rome

 

Zie voor nog meer gedichten over Halloween ook alle tags voor Halloween op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 31e oktober ook mijn blog van 31 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Édouard Louis, Georg Heym

De Franse schrijver Édouard Louis werd geboren als Eddy Bellegueule op 30 oktober 1992 in Hallencourt, Somme, in het noorden van Frankrijk. Zie ook alle tags voor Édouard Louis op dit blog.

Uit: De ondergang (Vertaald door Kiki Coumans)

“Ik voelde niets toen ik hoorde dat mijn broer dood was; geen droefheid, geen wanhoop, geen blijdschap, geen genoegen. Ik hoorde het nieuws aan zoals je informatie over het weer buiten aanhoort, of zoals je zou luisteren naar iemand die je in de supermarkt vertelt wat hij die middag heeft gedaan. Ik had hem al bijna tien jaar niet gezien. Ik wilde hem niet meer zien. Soms probeerde mijn moeder me op andere gedachten te brengen, met aarzelende stem, alsof ze bang was me te kwetsen of een conflict tussen haar en mij te creëren:
– Weet je, je broer, misschien moet je hem een kans geven… Ik denk dat hij dat leuk zou vinden. Hij heeft het vaak over je…
Ik onderbrak het gesprek ruw, een ruwheid die ik niet van mezelf kende, en die ik in een andere context nooit tegenover haar had durven gebruiken; ik zei dat ik niets meer over hem wilde horen, mijn besluit stond vast; meestal probeerde ze dan nog iets anders, een tweede keer:
– Maar ik heb tegen hem gezegd: als je je broer nog eens ziet moet je hem niet lastigvallen met het verleden en met wat er tussen jullie is gebeurd. Laat hem met rust. En dat heeft hij gezworen. Hij heeft gezworen dat hij niet meer over het verleden zou praten…
Toen mijn antwoord uitbleef, liet ze haar stem oplossen in de stilte en sloeg haar ogen neer, naar de grond, waarna ze op een ander onderwerp overging met een te nadrukkelijk enthousiasme, een te luide stem, en ik snapte dat ze op die toon praatte om het ongemak te overstemmen dat haar mislukte verzoeningspoging en mijn plotselinge agressiviteit had veroorzaakt – het spijt me dat ik die pijn bij haar heb veroorzaakt, misschien had ik iets meer moeite moeten doen, maar misschien kan ik pas zeggen wat ik nu zeg omdat het te laat is, misschien kun je pas echt en oprecht spijt van iets hebben als het te laat is, ik weet het niet.
Ik hoorde op een dinsdag dat hij dood was, toen ik net een paar minuten wakker was. Het was een grijze en koude dag, de condens op de ramen vertroebelde de lucht buiten; ik was een boek aan het lezen en zag op mijn telefoon dat mijn moeder me meerdere keren had geprobeerd te bellen; het was te vroeg, ik had geen zin om te praten; maar ze belde nog eens, en nog eens, en toen begon ik me in te beelden dat er misschien iets ergs of in ieder geval iets belangrijks was gebeurd – een vage indruk, als een vaag instinct, zonder taal, zonder woorden. Toen de naam van mijn broer op het schermpje van mijn telefoon verscheen wist ik zeker dat er iets ongewoons was gebeurd.”

 

Édouard Louis (Hallencourt, 30 oktober 1992)

 

De Duitse dichter Georg Heym werd geboren op 30 oktober 1887 in Hirschberg. Zie ook alle tags voor Georg Heym op dit blog.

 

Vrolijkheid

Hoe ruist en suist het grote carrousel,
Dat schittert in de zon; en met plezier
Zien duizenden die middag het vertier.
Kamelen, paarden, alles draait er snel,

De witte zwanen en de olifanten,
En als een levend varken knort er een
En heft uit blijdschap al zijn rechterbeen.
Dan gaan ze dansen, al die kermisklanten.

Maar vlak daarnaast, in hemellicht gebaad,
Gaan metselaars hoog in de stelling rond,
Als luizen in een vurig vakverbond,
En slaan met troffels roffelend de maat.

 

Vertaald door Hendrikje de Koning

 

Georg Heym (30 oktober 1887 – 16 januari 1912)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e oktober ook mijn blog van 30 oktober 2025 en ook mijn blog van 30 oktober 2021 en ook mijn blog van 30 oktober 2018 en ook mijn blog van 30 oktober 2017 en ook mijn blog van 30 oktober 2011 deel 2.

Andrea Voigt, Claire Goll

De Nederlandse dichteres en schrijfster Andrea Voigt werd geboren in Rotterdam op 29 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Andrea Voigt op dit blog.

Uit: Augustus in Parijs

“Loretta deed de deur open. Ze was op haar pantoffels. De roze lippenstift klonterde een beetje om haar mond en haar ogen waren zwartomlijnd. – Dat is een tijd geleden, zei ze. Lisa keek haar aan maar zei niets. Ze zakte iets door haar knieën en zette voorzichtig haar tassen neer op de stoep. Loretta keek ernaar. Drie weekendtassen, twee vormeloze en een waar schoenen in zaten; de hakken duwden hoeken in het textiel. – Het is maar voor een maand, zei Lisa. Loretta gaf geen antwoord. Ze pakte twee van de tassen en sjouwde ze de gang in. Lisa kwam binnen met de rest van haar bagage. – Breng maar naar boven, zei Loretta, daar kun je wel slapen. Lisa liep de trap op en bracht haar spullen naar het logeerkamertje. Ze sloeg de beddensprei terug en schudde aan de dekens. In Loretta’s huis rook het naar vroeger. Het oude beddenhout gaf geen geur meer af, maar de lakens wel, ze roken naar Loretta’s wasmiddel met een bittere zweem van sigaretten. Beneden was Loretta al in de weer met koffie, eieren en een koekenpan. De geuren mengden zich met de andere geuren tot een zware lucht die ze bijna kon proeven. Het was ook een tijd geleden dat ze hier geweest was, Loretta had gelijk. Tijdens haar jaren met Finn had ze Loretta weinig gezien. Lisa had haar niet eens verteld dat ze zwanger was, maar dat was nu wel te zien. Ze zou een wieg moe-
ten hebben, of een grote bak.
Lisa had geen honger, ze dronk alleen haar koffie en prikte in het ei. Als ze het kleiner maakte met haar vork, leek het minder. Loretta zat tegenover haar in haar roze shirt en keek haar aan. Ze steunde met haar armen op tafel. – En na die maand? – Ik vind wel wat. – Werk, of een huis? – Allebei, zei Lisa, en ze haalde haar schouders op om aan te geven dat het niet belangrijk was. Loretta keek nu zorgelijk. – Hoe moet dat dan met een kind. Je kunt ook langer blijven. – Hm hm.
’s Avonds keken ze naar de tv. – Begrijp je dat nou, zei Loretta. Verder zeiden ze er niets over. Er hing een man met een wit overhemd aan de buitenkant van een instortend gebouw. Hij zou het niet lang houden van angst, of uitputting. Aan zijn houding was niets te zien en zijn gezicht was te veraf, maar zijn onkreukbare houding maakte de ramp op een of andere manier in volle omvang zichtbaar. Later zouden ze zich die avond verschillend herinneren.”

 

Andrea Voigt (Rotterdam, 29 oktober 1968)

 

De Duits – Franse dichteres en schrijfster Claire Goll werd geboren op 29 oktober 1890 in Nürnberg. Zie ook alle tags voor Claire Goll op dit blog.

 

Jonge acrobate

Kleurrijke vogel, jij die tussen werelden
Boven avond, stad en verwondering zweeft,

Zwaai aan de trapeze
Boven jezelf uit door de tijd.

Je dijen fladderen trillend van tak naar tak
En je hart van mens tot mens.

Gouden glitterlibelle, je zwevende
verlangen valt nooit door de gulzige ogen in het hart.

Arme ster die elke nacht moet opkomen
In de kleine, betaalde hemel van de jongleurs.

Die elke avond neerstort in de armen van ruwe atleten,
In de giftige grijze zigeunerwagen,

Die je, als gevangene, door het eindeloze leven voert.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Claire Goll (29 oktober 1890 – 30 mei 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e oktober ook mijn blog van 29 oktober 2025 en ook mijn blog van 29 oktober 2018 en ook mijn blog van 29 oktober 2017 deel 2 en eveneens deel 3.