Kees Fens, Jan Wagner

De Nederlandse literatuurcriticus, essayist en letterkundige Kees Fens werd geboren in Amsterdam op 18 oktober 1929. Zie ook alle tags voor Kees Fens op dit blog.

Uit: Enkele aspekten van ‘Het glinsterend pantser’ (roman van Simon Vestdijk)

“Leidt S. nu een eigen leven? Het heeft de schijn van wel. Hij is een druk handelend iemand, niet zonder gevoelens van superioriteit, hij legt allerlei contacten, maar is gelijk bezig het verleden tot leven te wekken en daarmee begint zijn schaduwbestaan opnieuw. Slingeland beheerst de relatie met Alice van Voorde en voor een belangrijk deel die met Adri Duprez; beiden verliest S. aan Slingeland, staat ze als het ware aan hem af in volledige dienstbaarheid. In de beide relaties van S. is er een hoogst belangrijk intermediair: de muziek. Via de muziek verliest hij beiden aan Slingeland, zoals hij zich in deel ii via de muziek zelf aan S. verloor. Een der hoogtepunten ook lyrisch gezien, van het tweede deel is het vierde hoofdstuk, ‘Klopgeesten en spinetten’. Op de zolder van Duprez, die veel lijkt op een uitdragerij, ontdekt Slingeland een spinet. De scène waarin Slingeland zich op dat oude ding als musicus aan S. openbaart, wordt met uiterste precisie beschreven, bewijs van belang in zijn leven van die scène, zoals de herhaling aan het slot van de passage de getroffenheid van S. aangeeft: ‘Victor nam een kapotte keukenstoel, waarvan hij enkele jaargangen van een modeblad af liet glijden, en ging voor het tafeltje zitten. Hij bekeek het spinet nog eens goed. Hij verschoof zijn stoel, boog het hoofd, alsof hij nadacht. Hij hief de handen. Hij begon te spelen. Hij begon te spelen op dat spinet.’ (blz. 117) De beschrijving doet denken aan die van een ritueel. Een vergelijkbare scène staat in het laatste hoofdstuk van het tweede deel. Victor Slingeland speelt in zijn huis aan de student S. (het verleden en het houtstadje lijken al ver achter beiden te leggen) ‘La soirée dans Grenade’ en de sextenetude van Debussy voor. S. schrijft er jaren later over: ‘Ik kan dat niet beschrijven. Het was niet dat hij onberispelijk speelde, of ook maar een bijzondere opvatting liet raden, het was ook niet de verbazing omdat hij de verloren tijd zo glansrijk bleek te hebben ingehaald, maar het was omdat híj het was, die daar achter de vleugel zat te spelen, mijn jeugdvriend, mijn vriend.’ (blz. 189)
Zoals er zoveel van S. verzwegen wordt, is dat ook het geval met zijn muzikaliteit. We vernemen dat hij, omstreeks de tijd dat Slingeland in zijn leven verschijnt, al een aantal jaren pianoles heeft. Zijn muzikaliteit moet niet gering zijn geweest, de bekendheid van zijn begaafdheid evenmin: door de informaties van Bert Duprez wordt door de moeder van Adri Duprez op het muzikale oordeel van S. hoge prijs gesteld.”

 

Kees Fens (18 oktober 1929 – 14 juni 2008)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

de man uit de zee

hij wordt aangetroffen in een rokkostuum van zout
en zand. een paspoort van zeewier, een zwerm
mantelmeeuwen achter hem. de mist.

hij spreekt niet, maar aan de piano laat hij de vilten
branding opspringen, door de kast heen stromen,
zodat men versteld staat. de zware epauletten
van de handen die op de schouders worden gelegd;
het uur van roem, het tijdperk van de pillen,

de herfstnachten: in de gangen drijven de verplegers
als ijsbergen voorbij. in de kliniek-
tuin onder de muren, een flikkering
van de laatste bladeren, uit het oude schuurtje,
waar de klimop omhoog klimt, het gedempte geluid
van een piano. Men denkt dat het chopin is.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e oktober ook mijn blog van 18 oktober 2020 en ook mijn blog van 18 oktober 2018 en ook mijn blog van 18 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 18 oktober 2015 deel 2.

Simon Vestdijk, Jan Wagner

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

Uit: Ivoren wachters

“In de wachtkamer wierpen de overgordijnen een wijnrode gloed naar binnen. Het meisje boog zich diep over het tijdschrift, waarin zij zat te bladeren. Schuin voor haar aan de tafel bevochtigde Philip van tijd tot tijd het potloodstompje, waarmee hij schreef, of bracht langzaam zijn hand naar zijn slaap, ingespannen peinzend. Nog geen woord had hij tegen haar gesproken. Naast haar zat een heer van middelbare leeftijd, zwaar van wangen en onderkin, die zijn gouden lorgnet schoonpoetste, en ongeduldig met zijn voet trappelde, op de maat van een onzichtbare pijn. Philip kraste met dikke halen een paar regels door, en streek het papiertje glad. Toen haalde hij een boek naar zich toe, van een stapeltje, tussen de tijdschriften.
‘Vulpen bij je, Elly?’
Met een flauw glimlachje schudde zij het hoofd.
‘Sorry. U ’n vulpen bij u, meneer?’ vroeg hij, terwijl hij zich naar de andere kant omdraaide.
‘’n Vulpen?’ vroeg de heer, ‘ja… Waar heb je ‘m voor nodig? Ik leen niet graag vulpennen uit, zie je; ’n vulpen is ’n persoonlijk bezit, ’n ander verknoeit hem zo gauw.’
‘Dank u voor de moeite. Hij bedoelt natuurlijk ’n breukband,’ voegde hij er in éen adem aan toe, zich met een lenige beweging in de heupen weer naar Elly omwendend, die het niet verstond. Des te beter had de heer het verstaan. Nieuwsgierig zette hij zijn lorgnet op, en staakte zijn getrappel. Intussen had Philip het boek opengeslagen, – een geïllustreerde handleiding voor het kweken van kamerplanten, – hij scheurde er met éen ruk het schutblad uit, legde dit op het boek, en begon toen, na een blik op zijn horloge geworpen te hebben, langzaam en zorgvuldig het sonnet over te schrijven.
‘U schijnt zich hier thuis te voelen,’ zei de heer geamuseerd.
‘Pardon?’
Toen hij merkte geen vat op de jongen te krijgen, wiens welgevormd achterhoofd, door het lange, blonde haar overgoten, evenveel zelfverzekerdheid als minachting scheen uit te drukken, wendde hij zich tot het meisje met de vraag of zij op school gingen. Een stug knikje was het antwoord. Uitvoeriger inlichtingen had zij best willen geven, want het tijdschrift verveelde haar allang; maar ook zij had Philip’s achterhoofd geraadpleegd. Enige minuten was er in het vertrek niets anders te horen dan het fluwelige ruisen van het potlood over het glimmende papier.”

 

Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)



De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

Hamburg – Berlijn

De trein stopte midden op het traject.

Buiten hield men op aan de zwengel te draaien: het landschap lag roerloos,
als een schilderij vlak voor de derde slag van de veilingmeester.

Een dorp met de rug naar de dag. Bomen in groepjes,
met donkere capuchons. Rechthoekige velden,
de speelkaarten van een gigantisch solitaire spel.

In de verte voerden twee windturbines
een testboring uit in de lucht:
God hield zijn adem in.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e oktober ook mijn blog van 17 oktober 2018 en ook mijn blog van 17 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 17 oktober 2015 deel 2.

Alma Mathijsen, Oscar Wilde

De Nederlands schrijfster en journaliste Alma Mathijsen werd geboren in Amsterdam op 16 oktober 1984. Zie ook alle tags voor Alma Mathijsen op dit blog.

Uit: Binnen spelen (Nawoord 2026)

“Wolkers wilde ik simpelweg terugpakken voor wat hij me had aangedaan met De achtste plaag, een kort verhaal waarin een kip wordt verkracht. Op mijn middelbare school zong het rond dat we voor Nederlandse les een verhaal mochten lezen waarin een kip werd doodgeneukt. Daar moesten we toen allemaal erg om lachen. Ik ben opgegroeid in de tijd van Jackass, waarin mensen elkaar martelden als vermaak. Als Wolkers zoiets gruwelijks kon verzinnen, dan moest hij het ook zelf uitvoeren, vond ik. Hij mocht geen personage gebruiken om zich achter te verschuilen.
Gerard Reve, W.F. Hermans en Jan Wolkers komen allemaal op een bepaalde manier voor in het boek. Alleen Harry Mulisch ontbreekt. Ik weet niet zeker of ik dat bewust heb gedaan of dat het toevalligerwijze zo is gelopen. Maar het is wel frappant dat ik, die in een huis opgroeide waar Mulisch’ gehele oeuvre, inclusief zijn toneelstukken, aanwezig was, hem niet één keer noem. Mijn moeder kende zijn werk van voren tot achteren, ze had meerdere boeken over zijn romans geschreven. We vierden soms zelfs kerst bij hem thuis, aan de grote eikenhouten tafel met andere gewichtige mannen die het hele diner lang niet van hun stoel kwamen. Ook ik las zijn werk, en raakte in het geheim verslingerd aan de korte verhalen in Het mirakel. Puberen deed ik amper, dat hield ik voor mezelf, maar het ontbreken van Mulisch in Binnen spelen is misschien mijn enige rebelse daad richting mijn moeder.
Uit de blender die mijn referentiekader vormde kwamen ook de gebroeders Grimm en Hans Christian Andersen. Als kind luisterde ik iedere avond naar sprookjes terwijl ik langzaam in slaap viel. Mijn dromen werden overgenomen door vlechten die oneindig lang groeiden, door heksen met huizen van koek en door erwten onder talloze matrassen. Ik was verslaafd aan luisteren, ik had twee grote plastic mappen vol bandjes. Ik viel ermee in slaap, maar werd meteen wakker wanneer ze afsloegen. De playknop schoot omhoog en de trage stem vulde mijn slaapkamer niet langer. Dan kroop ik onder mijn deken vandaan en zette de cassetterecorder weer aan.”

 

Alma Mathijsen (Amsterdam, 16 oktober 1984)

 

De Iers-Engelse schrijver Oscar Wilde werd geboren op 16 oktober 1854 in Dublin. Zie ook alle tags voor Oscar Wilde op dit blog.

 

La Fuite de la Lune

Zo vredig als hier alles lijkt,
Dromerig, vredig overal:
Doodstil is ’t schaduwrijke dal,
Doodstil is ’t waar de schaduw wijkt.

Alleen een schrille kreet klinkt op:
Een kwartelkoning roept zijn maat,
Het antwoord echoot desolaat
Van de in mist gehulde top.

Plots glijdt de sikkel van de maan
Uit de al licht wordende lucht
Als ze haar somber hol invlucht
Met haar geel-gazen sluier aan.

 

Vertaald door Margriet Berg en Marja Wiebes

 

Oscar Wilde (16 oktober 1854 – 30 november 1900)
Portret door Tom Byrne, z. j.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e oktober ook mijn blog van 16 oktober 2021 en ook mijn blog van 16 oktober 2018 en ook mijn blog van 16 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 16 oktober 2016 deel 2.

A. F.Th. van der Heijden, Günter Grass

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Kastanje a/d Zee

“Nijmegen, maandag 6 oktober 1975
Zoals Albert geluidloos, zonder een tree te laten kraken, naar boven klom, veranderde het werkwoord traplopen vanzelf in betrappen. Hij betrapte de treden zoals een rat zijn tredmolen betrapt, maar op driehoog verwachtte hij bovendien, met de sterfte in het hart, een betrapping te kunnen verrichten. Mocht ergens onder zijn voet een plank waarschuwend piepen of kreunen, zodat het gerucht als een alarm de zolderverdieping bereikte, dan zou ‘betrappen’ weer gewoon het beklimmen van een trap worden, niets meer en niets minder.
Hij nam de overloop van de tweede etage met onhoorbare stappen, en begon aan de derde en laatste en smalste trap: die naar het kleine appartement van Marike de Swart. De moeilijkste – niet alleen omdat de treden er verraderlijker waren, maar vooral omdat elk gekraak veel directer tot het gehoor van de bewoonster door kon dringen. Haar kamerdeur stond meestal open, vanwege de bereikbaarheid van het keukentje aan de straatkant: zo kon ze de ketel horen fluiten en de deksels horen klepperen.
Het trapgat ging rechtstreeks over in het krappe voorportaal van de zolderkamer. Albert bereikte het zonder enig gerucht. De deur naar de woonruimte stond inderdaad op een flinke kier. Hij bleef op de bovenste tree dralen om zijn ademhaling, die geluidloos door zijn open mond ontsnapte, tot rust te laten komen. Inwendig leek het gehijg gewoon door te gaan, en even vreesde Albert dat Marike zijn heftig pompende hart door de deur heen kon horen bonzen. Niet dat traplopen bij hem een slechte conditie onthulde – het was juist de inspanning van het afremmen, in combinatie met de angstige onzekerheid over wat hij boven zou aantreffen. Bedaar nu, trampolinehart.
Voorlopig was hij degene die zich betrapt voelde. In de collegezaal al. Hij zag er voor het eerst sinds die rampzalig verlopen lentedag, een klein halfjaar geleden, Hans Krop terug, die hem ook nu nog weigerde te groeten. Was het de verongelukte trojka, of had zijn moeder uit de school geklapt over afgelopen zomer? Alsof De Krop het vertikte om met Albert in dezelfde ruimte te verkeren en met hem dezelfde lucht in te ademen, verliet hij vrij kort na het begin van het eerste uur Wijsgerige Antropologie de overigens goed geventileerde zaal – met geheven hoofd en vooruitgestoken kin, de bovenlip geboetseerd tot een minachtende krul. Zijn vertrek baarde geen opzien. Anders was dat toen Albert zich, halverwege het tweede uur, uit de banken wurmde, en daarbij met een luide klap zijn boek ( Jacques Lacan) op de parketvloer liet vallen. Iedereen, inclusief de docent, keek verstoord of nieuwsgierig op om zijn ontijdige aftocht te volgen. Betrapt.”

 

A. F. Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. Zie ook alle tags voor Günter Grass op dit blog.

 

Draai je niet om

Ga niet naar het bos,
in het bos is het bos.
Wie naar het bos gaat
en bomen zoekt, die wordt
in het bos niet meer gezocht.

Wees niet bevreesd,
de vrees ruikt naar vrees.
Wie naar vrees ruikt,
die ruiken helden,
die als helden ruiken.

Drink niet uit het meer,
het meer smaakt naar meer.
Wie uit het meer drinkt
heeft voortaan
nog slechts zin in zee.

Bouw voor jezelf geen huis,
want anders ben je thuis.
Wie thuis is,
die wacht op laat bezoek
en doet de deur open.

Schrijf geen brief,
de brief gaat naar het archief.
Wie de brief schrijft
onderschrijft wat van hem
ooit nog overblijft.

 

Vertaald door Jan Gielkens

 

Günter Grass (16 oktober 1927 – 13 april 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e oktober ook mijn blog van 15 oktober 2018 en ook mijn blog van 15 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Maarten van der Graaff, E. E. Cummings

De Nederlandse dichter en schrijver Maarten van der Graaff werd geboren op 14 oktober 1987 in Dirksland. Zie ook alle tags voor Maarten van der Graaff op dit blog.

 

Drive-Thru Walk-in

frisse ochtend het inlichtingenbureau
in het diepst van je affecten
je hebt geen herinneringen aan je jeugd
of aan belangrijke delen van je verleden
postglaciaal verschuivende gevoelens
je hoort van vrienden en familie je bent jezelf niet meer

een walk-in is een ziel die de gebruikelijke manier om een menselijk
lichaam te verwerven – geboren worden, naar de basisschool gaan, etc.
-omzeilt

 

Uitbreiding

De bader draagt zijn kleren. Wie is hij?
Sla de maat. verlam. Of doe het daadwerkelijk.

De Internationale Vereniging voor de Studie van Pijn
breidt uit. Niet je prooi zwermen: ruk de nummers van ziekten.
Het was weldadig om, ontdaan van een symbolisch kleed,
op een verfijnde manier
in zonlicht op schrijftafels te spetteren.
Nu ligt hij onder zure lakens.
‘Ik wil niet sentimenteel doen,’ brult hij,
‘maar dát waren nog eens tijden!’

 

Daar

Ik maakte het binnenste van mijn vrienden open
en zag dat ze op bomen leken, op struiken en op straatlantaarns,
op stekelige, vreemde woorden en op paddenstoelen.

Ik opende ook de dagen die ik zonder ze heb doorgebracht
en zag mijn vrienden onder bomen lopen. Onder straatlantaarns.
Ze keken naar hun schoenen en dachten niet aan mij.

Zoek ik mijn binnenkant, vind ik de buitenlucht,
de parken en rangeerterreinen. En daarin, daarlangs,
daar lopen ze. Daar praten ze met elkaar.

 

Maarten van der Graaff (Dirksland, 14 oktober 1987)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook alle tags voor E. E. Cummings op dit blog.

 

No Thanks (l935)
29

de meeste(mensen

kunnen gewoon

niet)
willen niet (de meeste
oudermensen moeten niet

moesten niet) de meeste durven niet

(mensen zoals ach
je weet wel van die)
zijn niet

&

zelfs
(omdat de meeste niet
ooit hebben geleefd

mensen altijd) gaan ze niet

dood (om hoogst begraven
te raken onaanraakbaar
zeer

door

de meeste)mensen

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

E. E. Cummings (14 oktober 1894 – 3 september 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e oktober ook mijn blog van 14 oktober 2025 en ook mijn blog van 14 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Colin Channer, Jeet Thayil

De Jamaicaanse dichter en schrijver Colin Channer werd geboren op 13 oktober 1963 in Kingston. Zie ook alle tags voor Colin Channer op dit blog.

 

Mons of Luke al Dente

Basil from a pot on the veranda,
over-priced pinoli and pimientos
pressured into dust,
brassy olio from TJ’s rumored virgin,
Greek alleged,
Israeli sea salt from Whole Foods
and Parmigiano-Reggiano
from that shoppe in Wayland Square
where la señora with the Spanish speaking helper
and the bum preserved by lunges
reaches from her core
for briny lemons brie and sausage
taut ficelle flown in from Orly and loose tea.

To pestle proper is a patience.
Squelching herbs and oil without no spillage
stone to stone is zazen for the savage,
koan in practice, jag belief.

If you did deh-deh babylove I woulda feed you,
fess up to the slip up with the garlic
as we lapse in chairs out-folded on the pout
projecting from this brick face building
where in daytime June-tucked herbs
in earthen gardens get full dandy for the sun.

If you did deh-deh babylove yours would be
bow ties pesto-dyed. Bow ties and Torrontes,
Mendocino short of gelid, pampas golden sipped in spate.

That slab table from the TIFF you joked off
as “enbuttered with thick books” I am there now,
taking succor in a mons of luke al dente
as I doodle and address pink Post-its like postcards.

I mammer to your belly’ s ear hole
as you do your what-you-do there
in your way-off near-far town.

Did you think a year would pass
before I got the what of what you wrote of
of the lemons? How when fixed in salt
they tang the tongue?

Tonight I cleared a spot, annulled my mustache.

Have a bowtie.
Let this salt and sour wince you.

Spring a nib of pee.

 

Colin Channer (Kingston, 13 oktober 1963)

 

De Indiase dichter, schrijver, librettist en muzikant Jeet Thayil werd geboren op 13 oktober 1959 in Kerala. Zie ook alle tags voor Jeet Thavil op dit blog.

 

DE SCHUILPLAATSEN

Als sterrenlicht, als as of regen,
als een vlek op de maan,

als een boom, laten we zeggen een magnolia,

als een blad of een man die een blad imiteert
in stukken gescheurd
en prooi van de wind,

als de stank van een klein dood dier.

als een trilling in het trappenhuis,
een melodie of muis,
een traan, een ruk,

als angst gezien vanuit een vliegtuigraam,

als een telepathische rode kater
die in een streepje maanlicht verschijnt
het afgesloten huis binnenkomt
en zijn stinkende spoor achterlaat in elke afgesloten kamer,

als een boot op de Muvattupuzha die haast
zijn last van twee kinderen en een vrouw
laat vallen in de moessonstroom,
en als de rivier hen had meegesleurd,
hoeveel pijn zou dat hebben veroorzaakt
en hoeveel hebben bespaard?

als mijn moeder die het monsterlijke hoofd tussen haar benen uit probeert te persen,

als de stalker om vier uur ’s morgens
de krakende schommel in het park bij mijn huis
het naar beneden gekeerde gezicht wit in het licht van het mobieltje,

als de god die over de zolder van mijn geest paradeert
of de geest die kronkelt in de kelder
of de slaaf die het midden bewoont,

als een ontroostbare sopraan haast aan het eind van het Ave Maria,

als een kersrode Stratocaster Elite
gevonden bij een lommerd in Vancouver
en afgepingeld tot achthonderd dollar,

als slechte heroïne in een steeg in Delhi
een verkruimelde roze pil, verkocht in een gedraaid stukje papier
hongerig maar vreugdeloos opgesnoven,

als een vrouw (weer en weer)
met krullend haar, met mond en ogen als de jouwe,

als een gestalte aan de kant van de snelweg
die me aanspoort om de auto in de prak te jagen
met een stem zo kalm en wijs
dat ik al mijn zelfbeheersing nodig had om niet toe te geven,

als goede heroïne in Zürich,

als een opgezwollen wit gezicht op het plafond van een geleende kamer
dat de hele nacht tegen me praat
met woorden die ik niet begrijp omdat ik er te high voor ben,

als een viool die kruipt door de
bomen voor de Humboldt Universiteit
en ik beschouwde muziek als de honger
die eet wie hij opstookt

als de voorzichtige hagedis die mijn brein bewaakt,

als de verblinde vogel die steelt – juwelen, rotzooi,
wat er maar te vinden is – om te bouwen
en wat bouwde ik meer dan een huis van stof?

als een ritueel van pasgetrouwde insecten
als een insect, gehoornd huiverend stuiptrekkend
piepkleine tyrannosaurusweeën,

als het wit van mijn baard, witheid die sneeuw of bedwelming te boven gaat,

als het verlaten kind dat je was
dat dag zei tegen wind en water 
het tegengestelde van lucht binnenging
nee zei tegen aardebloed

stop zei tegen lichaamsbloed
arriveerde als witte schaduw
zonder kenmerk of verlangen
als een druppel offerolie

je atomen liet samenkomen
vallend druipend onder
in je haast om het koninkrijk
van eeuwig leven in te gaan,

als ziekte, als leveraandoening
en de rivier van rode wijn die haar geneest,

als de blauwe druif die de wijn maakte,

als een zwarte brandplek op je been die ’s nachts ontstaat en jarenlang blijft zitten,
als een onverklaarbare bult op je schouder,

als het geluid van iemand die vlakbij zachtjes huilt in de nacht,

als een dood meisje met bloedrode lippen
bloedrode ogen en wangen
een bloedrood gewrongen hals,

als een crematoriumstank van
kamfer en vlees,

als wat je ook wilt,

maar kom terug.  

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

Jeet Thayil (Kerala, 13 oktober 1959)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e oktober ook mijn blog van 13 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Stefaan van den Bremt, Eugenio Montale

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

Troost van de broodschrijver

Vier met z’n vijven hoogtijd
in één lijf. Kermis in de hel.
Een van de vijf is op de loop.
Het regent dat het goud giet.

1

Ik drink op de wijn
die smaakt naar nu
wanneer hij oud is.
Ik drink op de melk
die smaakt naar toen
ik dronk voor het eerst.
Ik drink op het bier
dat smaakt naar meer.
Ik drink op het water
dat smaakt naar niets
dan dorst. Waarop ik drink.

2

Ik eet jullie brood.
Ik spreek jullie woord.
Ik eet meer dan brood.
Letters heb ik gegeten.
Koren heb ik gesproken.
Koren op mijn molen.
Bloem van jullie woord.
Lees, eet mijn woord.
Schrijf, spreek brood.

 

Zesde zintuig, zoekend

Een van de vijf is op de loop.
Liep uit de hand. Kroop uit mijn
lijf. Een zesde zintuig zoekt de
voortvluchtige. Geeft je de vijf.

1

Tastend naar de toetsen van het orgel
in eigen boezem, in het donker dansend
naar het blazen van de kat die hij wil
aaien of knijpen, dansend naar het pijpen
van de doedelzak van het oud zeer, leest
hij. Niemand leest beter dan de blinde.
In de sterren die hij ziet wanneer hij
stoot op de betekenis.

2

En om te ruiken hebben we de hond.
En om te rieken een paar schoenen,
Zie ze snuffelen met hun neus
tegen de grond. Zij vinden weer
waar vroeger plaats heeft gevonden
als jij ze eerst het zweetspoor op
laat snuiven. De plaats is vervaagd
en leeg en wat ontluisterd. Maar
we zijn er.

 

Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

 

De Italiaanse dichter Eugenio Montale werd geboren in Genua op 12 oktober 1896. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Eugenio Montale op dit blog.

 

Het kustwachtershuis

Jij denkt nooit meer aan het kustwachtershuis,
hoog bovenop de rotskust, op een klif:
verloren wacht het op je sinds de avond
dat daar jouw zwerm gedachten binnenging
en er rusteloos bleef.

Zuidwesters hebben sinds de oude muren jaar
na jaar gestriemd en jouw lach klinkt niet vrolijk meer:
de dolle naald van het kompas draait doelloos door,
de som van onze dobbelstenen klopt niet meer.
Jij denkt er nooit meer aan; een andere tijd
verduistert je herinnering; een draad raakt los.

Eén eind heb ik nog vast; maar het huis wijkt
en op de nok van ’t dak staat ongenadig
de zwartberookte windwijzer te draaien.
Ik heb een eind vast, terwijl jij alleen
blijft en in dit donker hoor ik nietje adem.

Oh de vluchtende einder waar zo zelden
het boordlicht van de tanker zichtbaar wordt!
Is dit de doortocht hier? (De branding kolkt
nog steeds tegen de rots die steil in zee staat…)
Jij denkt nooit meer aan het huis van die avond,
mijn avond. En ik weet niet wie blijft en wie gaat.

 

Vertaald door Marko Fondse en Peter Verstegen.

 

Eugenio Montale (12 oktober 1896 – 12 september 1981)
Portret door Sergio Vacchi, 1989

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e oktober ook mijn blog van 12 oktober 2025 en ook mijn blog van 12 oktober 2023 en ook mijn blog van 12 oktober 2018 en ook mijn blog van 12 oktober 2017.

Christoph Peters, Daniel Falb

De Duitse schrijver Christoph Peters werd geboren op 11 oktober 1966 in Kalkar. Zie ook alle tags voor Christoph Peters op dit blog.

Uit: Dood in Berlijn (Vertaald door Annemarie Vlaming)

“NERGENS HAD EEN GOD ZIJN SPOREN NAGELATEN. Niet dat die lang bewaard zouden zijn gebleven in het Brandenburgse zand. Nergens een Romeinse tempel, amfitheater, slotruïne of kathedraal om te getuigen van mythische grootsheid. Naar heiligengraven zou je tevergeefs zoeken, maar wie zocht daar ook naar? De graftombe van de Hohenzollerns was vanwege renovatiewerkzaamheden gesloten. En afgezien van een paar deskundigen was toch al niemand meer op de hoogte van namen en daden van het vroegere geslacht van overheersers. 0, koning van Pruisen, jij grote potentaat / wat zou de vreugde groot zijn als je snel je troon verlaat. Hier en daar sierde rococo in de stijl van Frederik de Grote het stadsbeeld, Deutscher Dom, Französischer Dom, een operagebouw, een zomerpaleis, best aardig uitgevallen, verder de Griekse dromen van Schinkel, aansluitend historiserende pracht en praal, gebouwd in opdracht van de laatste keizer. Wilhelm II stierf in 1941, nadat hij na een verloren wereldoorlog was afgezet en zijn verdere leven in ballingschap in Nederland had doorgebracht. Het Derde Rijk was er niet rouwig om. Van de Führer kreeg slechts een compacte delegatie toestemming om de reis naar de bijzetting in bezet gebied te maken. Op totale oorlog volgde totale verwoesting. Wederopbouw volgens de normen van het socialistische of kapitalistische realisme, Opgestaan uit de ruïnes, Siemens, AEG, VEB, LPG; arbeiderspaleizen, sociale woningbouw, de autovriendelijke stad, form follows function. Eens in de zoveel tijd sloegen staatsraad-voorzitters en Amerikaanse presidenten elkaar om de oren met oneliners van blijvende eeuwigheidswaarde. Niemand hat die Absicht, eine Mauer zu er-richten. Ich bin ein Berliner. Mr. Gorbachev, tear down this wall! De Vreedzame Revolutie, waar niemand van tevoren een perronkaartje voor had gekocht.’ Wir sind das Volk. Wir sind ein Volk. Deutschland einig Vaterland. Onlangs had das eine Volk zichzelf getrakteerd op een namaakpaleis, opgetrokken uit met zandsteen bekleed gewapend beton, KAMA JAJA JIPPIE JIPPIE JEEY!!!, adelaars, profeten, helden als gevelornamenten, omwille van de goede oude tijd. Op de koepel prijkte een kruis, met daaronder rondom het inschrift: EN DE ZALIGHEID IS IN GEEN ANDER, WANT ER IS ONDER DE HEMEL GEEN ANDERE NAAM ONDER DE MENSEN GEGEVEN, EN ELKE TONG ZOU BELIJDEN DAT JEZUS CHRISTUS DE HEERE IS, TOT HEERLIJKHEID VAN GOD DE VADER. OPDAT IN DE NAAM VAN JEZUS ZICH ZOU BUIGEN ELKE KNIE VAN HEN DIE IN DE HEMEL, EN DIE OP DE AARDE, EN DIE ONDER DE AARDE ZIJN.”

 

Christoph Peters (Kalkar, 11 oktober 1966)

 

De Duitse dichter en schrijver Daniel Falb werd geboren op 11 oktober 1977 in Kassel. Zie ook alle tags voor Daniel Falb op dit blog.

 

Uit: De tred van de shar-pei
Vier gedichten uit ‘New Zork’

de meetbare diepte van de organisatie die ons animeerde. de oermeter ijken. de
huizen bestaan uit cake.

montagne sainte-victoire’s twenty four expiring versions per time unit. let op de
houdbaarheidsdatum van de dingen om ons heen.

de natuur produceert kant-en-klaargerechten. door publieke functies gaat het geoogste
dus, gaat het lichaamsgewicht gekleed heen.

we lagen bovenop elkaar, in de generatietijd. op mij drukte een president en de
eindeloze rij van zijn ferventste performers.

zegt de ene erwt tegen de andere. de bevoorradingslijnen zijn tot de nok toe bedekt
met woongebieden. gazons van burgerbureaus.

als structuren de straat op gaan, wat is dan de straat. en het fruit, aan de struik seconden
lang optimaal geconserveerd.

in de levensmiddelenafdeling rekende ik af en kreeg van de automaat geld terug dat
aan de bomen groeit.

 

Vertaald door Ton Naaijkens

 

Daniel Falb (Kassel, 11 oktober 1977)



Zie voor nog meer schrijvers van de 11e oktober ook mijn romenu blog van 11 oktober 2018 en ook  mijn blog van 11 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 11 oktober 2015 deel 2.

Liliana Corobca, Tadeusz Różewicz

De Roemeense schrijfster Liliana Corobca werd geboren op 10 oktober 1975, in het dorp Săseni, raion Călărași, Sovjet Socialistische Republiek Moldavië. Zie ook alle tags voor Liliana Corobca op dit blog.

Uit: Kinderland (Vertaald door Jan Willem Bos)

“De moeders komen!
Net als de geiten in het sprookje komen de moeders naar huis, trillend van opwinding en angst wachten de bokjes thuis op hen, zijn ze niet door de wolf verslonden? De kinderen huilen bij de komst van de moeders, die overdonderd en ontdaan zijn hoeveel hun kroost is gegroeid tijdens hun afwezigheid. De moeders komen naar de kinderen van het dorp, want nu is het zomer en hebben ze vakantie, alleen onze moeder komt niet.
Ik wil er niet eens aan denken dat ik zou willen dat oma doodgaat zodat mama en papa allebei meteen naar huis komen. Dat hebben al oma’s kinderen zo besloten en daarom zijn we deze zomer alleen thuis. Onze ouders hebben dat afgesproken zodat ze niet twee keer hoeven te komen en twee keer geld uitgeven voor de reis. Afgelopen zomer is papa voor een paar dagen gekomen en toen heeft hij wat klusjes gedaan, wat reparaties uitgevoerd. Daarna is ook mama voor vakantie gekomen. En dit jaar wachten ze eerst totdat oma is overleden.
Wanneer mama komt, huilt ze niet in ons bijzijn, ze zegt, weet je, ik moet eventjes de schuur gaan opruimen of het varken knort van de honger of ze bedenkt een ander smoesje om zich te verbergen en daarna, als ze eenmaal uitgehuild is, komt ze glimlachend naar ons toe. En Marcel, die mama zo weinig in haar armen heeft gehouden, wil haar, als ze komt en in de weer is met de bagage en allerlei telefoontjes, zo graag knuffelen, dat hij neerhurkt en een van haar benen omklemt. Mama zegt niets, ze laat het toe, ze zou hem in haar armen willen nemen, maar dat kan nu even niet, daar heeft ze geen tijd voor. Ze loopt, of beter gezegd: ze sleept zich van hot naar her, terwijl Marcel aan haar been blijft hangen.
En een keertje, bij een eerdere gelegenheid, had Marcel zich verstopt, ik weet niet of hij geschrokken was, maar we riepen hem allemaal: Marcel, mama is er, mama zoekt je, en hij zat weggedoken onder de kussens in de woonkamer en we begonnen aan hem te sleuren, maar hij hield de kussens vast en gilde, hij gilde ook toen mama hem in haar armen nam, alsof ze te heet was en hij zich aan haar brandde. Nu verstopt hij zich niet langer. Mama brengt kleertjes, speelgoed, koekjes en heel fraai verpakte chocolaatjes voor hem mee en hij verheugt zich er even ongeduldig op als wij.”

 

Liliana Corobca (Săseni, 10 oktober 1975)

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

GOUDEN BERGEN

Voor het eerst
zag ik bergen
toen ik zesentwintig
was

Ik lachte niet
ik schreeuwde niet
in hun aanschijn
sprak ik op fluistertoon

Toen ik thuiskwam
wilde ik vertellen
aan moeder
hoe bergen eruitzien

Het was een ingewikkeld verhaal
’s nachts
ziet alles er anders uit
ook bergen en woorden

Moeder zweeg
misschien was ze in slaap gevallen
van vermoeidheid

In de wolken
groeide de maan
de gouden berg
van arme mensen

 

Vertaald door Karol Lesman

 

Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e oktober ook mijn blog van 10 oktober 2025 en ook mijn blog van 10 oktober 2021 en ook mijn blog van 10 oktober 2018 en ook mijn blog van 10 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 10 oktober 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: Simpele personages

“Kleefland en Dorrus zaten op zekere dag in De Lobos. Ze dronken elk voor zich een Jupiler-pils. Buiten was het weer guur.
“Ik zou wel eens een dierentuin willen bezoeken”: zei Kleefland.
“Ach: zei Dorrus, “je weet niet waar je aan begint. Met al die beesten. Sommige spuwen in je gezicht”.
“Alleen de lama’s”, zei Kleefland, “en daar houd ik afstand van, je kent mij”.
De uitbater, tevens eigenaar van De Lobos, werd Fristi genoemd, vanwege dat roze drankje. Hij zei: “Ook vreemde wezens zijn Idafkoppers”.
“Wat zijn dat?’ wilde Kleefland weten.
“Kleine hagedissen die alleen voorkomen in het verleden”.
“Zijn ze derhalve uitgestorven?’ vroeg Dorrus.
“God mag het weten”, zei Fristi, en hij nam een slok van z’n Fristi. Je mocht hem midden in de nacht wakker maken om zo’n Fristi te drinken, maar niemand maakte hem ooit midden in de nacht wakker, wat hij een voordeel van slapen vond.
Verder zaten er in De Lobos een man in een rolstoel, twee nerveuze vrouwen, en iemand die leek op een jong kind maar toch al negentien jaar was. Hij heette Ros-veld, was op de sukkel en zat vaak op café om de tijd, die zichzelf nooit doodde, alsnog te doden. Op bepaalde tijdstippen ging hij naar het toilet om zich in te spuiten met speed.
“We kennen je niet, oude kerel”, zei Kleefland tegen de man in de rolstoel, “wie ben je?” “Noem jij mij een oude kerel?” zei de man. “Ik ben pas zeventig”.:
“En toch nog in een rolstoel zitten”, zei Dorrus.
“Dat komt door een ongeluk en door niks anders”, zei de man, “ik ben op m’n fiets geschept door een Scania Vabis”.
“Er gebeuren vele ongelukken met Scania’s”, zei Fristi, “en wat doet de regering eraan? Geen fluit”.

 

Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

Einst habe ich die Muse gefragt,
Und sie antwortete mir
Am Ende wirst du es finden…

maar hij die na het Einde kwam
kreeg geen antwoord

Op weg naar de Nieuwe Mens
het Nieuwe Jerusalem
Utopia

zocht ik moegeworden
naar schaduw
onder de boom van de kennis
van goed en kwaad
maar de boom was verdord
verwaaid

door de zwarte engel beroofd
van geloof hoop liefde
bevond ik me op een weg
leeg donker
ijzig koud

uit de verte bereikte me
geblaf van honden en mensen

maar thuis trof ik Vader
noch mijn broers noch was er brood

voor mij liet ik voetsporen achter
en ik week terug in een land zonder licht

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e oktober ook  mijn blog van 9 oktober 2018 en ook mijn blog van 9 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 9 oktober 2016 deel 2.