Judith Herzberg, C. K. Williams

De Nederlandse dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

Sentimenteel

Ze zitten in de auto in een file,
de radio staat aan, uitlaatgassen
en muziek, een lied waarvan hij zegt
dat hij het mooi vindt, over
brandende violen en een dans die doorgaat
tot het einde van de liefde.
Niet het lied maar wat hij zegt
maakt dat zij hem niet aan kan kijken.
Nu komt er in de auto nog iets bij:
muziek en uitlaatgassen en verlegenheid.
Verlegenheid omdat de dans
tot aan het eind van liefde veel te veel
is, te ver naar vroeger reikt,
te ver vooruit, zijn ziel
puilt opeens onbeschermd, zo onbeschermd,
zij zegt alleen: \’Sentimenteel\’.
Ja zegt hij, sentimenteel.
Nooit zal zij weten of hij weet
hoe zij dat woord heeft aangegrepen.
Nooit zal hij weten wat zij
begrepen heeft, hoe ver en ver,
nooit zal zij weten dat hij
begreep dat zij begreep
wat hem opeens beving, tenzij
iemand, geschiedschrijver misschien,
later precies reconstrueert hoe dat met mensen
toen en toen met radio\’s in files ging.

 

Bril

Hij keek steeds door de oo’s van zijn kantoor
maar nu zitten er glazen voor zijn ogen die
de zaak vergroten. Soms weet hij zich professor
en geen domme ook. Zo veel is er te zien
en groter is misschien ook niet het juiste woord;
preciezer, dieper, een maximum tot in miniem
detail – hij ziet de nummers op de verste tram.
Of is het wel de verste? Wie zegt hoe ver
een mens moet kunnen zien, waar is de grens?
Dit ergert hem. Zijn kijkhonger is opgewekt
hij ziet wel beter hoe zijn huid verlept maar
het zien zelf is jonger. Hij zou het hele brille-
slijpersgilde in zijn armen willen nemen
en omhelzen zoals hij vroeger ook zijn moeder
wilde smoren juist als hij voelde
dat hij door haar de hele wereld toebehoorde
en andersom een beetje. Hij overweegt
een verrekijker en een microscoop; er is
nog zoveel méér, maar ziet de zin
van zijn bestaan al als hij thuisgekomen,
van zijn bed naar boven staart
en daar de allernieuwste scheur in het plafond ontwaart.
Zo ver is het.

 

Liedje

Het duurt altijd langer dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel langer duren dan ik denk
dan duurt het toch nog langer
dan je denkt.

Het is altijd veel duurder dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel duurder worden dan ik denk
dan wordt het toch nog duurder
dan je denkt.

Het kost meer moeite dan je denkt
ook als je denkt
het zal wel veel meer moeite kosten dan ik denk
dan kost het toch meer moeite
dan je denkt.

Het duurt veel korter dan je denkt
ook als je denkt
het zal wel korter duren dan ik denk
dan duurt het toch
nog korter dan je denkt.

 

Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

 

De Amerikaanse dichter Charles Kenneth Williams werd geboren op 4 november 1936 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor C. K. Williams op dit blog.

 

IK HAAT

Ik haat het hoe dit ongevraagde zuchtgeluid, snikgeluid,
niet echt geluid, gevoel, zuchtgevoel, snikgevoel,
in me blijft schrapen, niet in z’n ouwe schijn als nostalgie,
zoete, dwaze merelkreet in lente;
 
niet als herinnering, allang vergaan verdriet;
en ook niet als die andere herinneringsklit: spijt
over niet goedgemaakte wandaden, fouten, nalatigheden,
versteende wortel te diep vastgegroeid om ooit weg te snijden;
 
eerder een mengeling, een samensmelting, onontwarbaar net
van vreugde in verbijsterend bestaan, bestaan in bestaan,
met angst van en angst voor ik weet nauwelijks wat,
niet niet-bestaan, niet zelf, geliefden, liefde;
 
niet oorlog, oorlog val dood, zuchten vanwege oorlog,
snikken vanwege oorlog, niet voor oorlog, vrede, wapenstilstand;
meer dan dat alles, een soort oergeluid, oerneiging
in ons nu gezaaid, dat in ons zwelt, ons allemaal,
 
echo van liefde die we kenden, kennen, voor de wereld, onze wereld,
waarop we tenslotte louter massa lijken, louter stortvloed,
louter materie die zichzelf veranderd heeft in tumult, kabaal,
kakofonische vernietigingsblitz, plundering,
 
herrie waaruit sindsdien elke emotie komt bovendrijven,
en er weer in wankelt, glijdt, zinkt en ondergaat:
zuchtgeluid van rouw, van spijt; snikgeluid van berouw
van, nog, steeds, almaar droeviger en droeviger droeve vreugd.

 

Vertaald door Rob Schouten

 

C. K. Williams (4 november 1936 – 20 september 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e november ook mijn blog van 4 november 2018.

Joe Queenan, C. K. Williams

De Amerikaanse schrijver, humorist en criticus Joe Queenan werd geboren op 3 november 1950 in Philadelphia, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Joe Queenan op dit blog.

Uit: Red Lobster, White Trash, and the Blue Lagoon

“In the days and weeks that followed, I gradually realized that mainstream American culture was infinitely more idiotic than I had ever suspected. Take movies. Over the years, I’d come to believe that a special ring of hell had been reserved for Lome Michaels for promoting the careers of Joe Piscopo, James Belushi, and others of their ilk. But nothing those dimwits had done on film had even vaguely prepared me for the prepaleolithic world of Adam Sandler and Chris Farley. The whole time I was watching Billy Madison and Tommy Boy I kept saying to myself, “I know that these people are alumni of `Saturday Night Live,’ so I know that if I sit here long enough, they will eventually do or say something that will make me laugh. Heck, they’re pros.”
Oh, foolish, foolish man! Hours and hours later, I was still in my chair, comatose, watching these Gen-X Ostrogoths ruin my day, my week, my civilization. Here’s Sandler setting a bag of poop on fire. Here’s Farley getting covered in cow shit. And here’s Bo Derek, co-starring. What a sad commentary on our society that we have produced movies so bad that you feel sorry Bo Derek has to be in them. Which just goes to show: No matter how famous you are when you’re young, if you don’t play your cards right, you’re eventually going to end up in a movie with Adam Sandler.
Was all this a surprise to me? Yes, I can truly say that the scale of horrendousness proudly displayed in these motion pictures was awe-inspiring. Sure, I’d known that these movies were out there, but not until I’d actually sat all the way through a couple of them did I have any idea how satanically cretinous they were. Until I saw Billy Madison and Tommy Boy, I’d always thought that the three scariest words in the English language were “Starring Dan Aykroyd.” Now I knew better. Being introduced to Joe Piscopo and Dan Aykroyd and only later learning of the existence of Adam Sandler and Chris Farley is like going to school and learning about the Black Plague, only to find out many years later that there’s something called the Blacker Plague.
And I don’t even want to talk about Pauly Shore.
On some of the outings I lined up for my trek through the cultural undergrowth, I honestly suspected that someone had phoned ahead to ensure that the staff would maximize my discomfort. Typical was the night I dragged my family over to the local Red Lobster for our first-ever visit to the garish establishment. Red Lobster, I quickly learned, was a chain geared toward people who think of themselves as just a little bit too upscale for Roy Rogers.”

 

Joe Queenan (Philadelphia, 3 november 1950)

 

De Amerikaanse dichter Charles Kenneth Williams werd geboren op 4 november 1936 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor C. K. Williams op dit blog.

 

WACHT

Hak, kap, houw; hak, kap, houw; hakmes, uitbeenmes, bijl –
zelfs de onhandigste slagerskinkel zou dit niet zo onbehouwen doen,
als jij, Tijd, mij uiteenrijten, betaald zetten, als modder in een emmer laten,
mijn ene stukje lichaam honderd jaren oud, niet eens meer aanwezig,
een ander nog altijd verscheurd met idiote energie, vraatzuchtig als
de jongeling die ik was, voor wie alles altijd te traag ging, te traag.
 
Toen was ik het die hakte, kapte, hieuw door jou, dwars door je heen,
je kruidde, opschrokte, je onzichtbare vocht rauw naar binnen gulpte.
Nu ben jij bedorven. Pols, klok, kalender bederven je, bedotten je,
je zuigt aan me, trekt aan me, prikkeldraadknopen van herinnering verscheuren me,
mijn hart hangt, nutteloos, een restje weefsel, vuurt, vuurt mis,
probeert zichzelf weer op die andere weg met jou te hijsen.
 
Maar was er wel ooit een andere weg met jou? Toen ik rende
alsof het voor mijn leven was, vluchtte ik toen niet van jou, voor jou?
Was ik niet bang dat je zou rafelen, mij met de draadjes achterlaten?
Ben ik dat niet nog steeds? Als ik naar een van jouw momenten gris, er een grijp,
een kiezel, een planeet, slijt die dan niet weg in mijn hand alsof ik,
niet jij, een oceaan van zuur ben, de roest waarin ik oplos?
 
Wacht niettemin, wacht; ik moet je ook vertellen hoe gelukkig ik ben,
hoezeer ik ervan houd, van alles, hakken en houwen en al die dingen.
Weet alsjeblieft dat ik speciaal van jou houd, van hoe je elke morgen
over de smachtende aarde trekt, want hoe weet ze anders hoe ze moet gloren,
en schemeren, als alles wat ze van haar spraakschepsels hoort is: ‘Wacht!’?
Wij wier bange wens is dat ons laatste woord maar niet zal zijn: ‘Wacht.’

 

Vertaald door Rob Schouten

 

C. K. Williams (4 november 1936 – 20 september 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e november ook mijn blog van 3 november 2025 en ook mijn blog van 3 november 2023 en ook mijn blog van 3 november 2020 en eveneens mijn twee blogs van 3 november 2018.

Allerzielen (Jean Pierre Rawie), Charlotte Mutsaers

 

 

Allerzielen op de Camposanto door Pierre-Auguste Cot, 1872

 

Kerkhof

Een herfstdag tegen Allerzielen,
het was niet anders dan het was
de zon, de bladeren die vielen,
het hek, de zerken en het gras.

Ik had een tijdje rondgezworven
voor ik haar graf gevonden had,
want er wordt toch nog meer gestorven
dan je zou denken in zo’n stad.

En half beschaamd en half bewogen
– je ziet jezelf een beetje staan –
heb ik verwonderd overwogen
hoe vreemd de dingen altijd gaan,

hoe onverbiddelijk de liefde
verband houdt met verdriet en rouw,
en of ik als zij nu nog leefde
nog zoveel om haar geven zou.

En nimmer was het dichter bij me
en nimmer verder van mij af,
het denken over de geheimen
de gruwelijke van het graf.

 

Jean Pierre Rawie (Scheveningen, 20 april 1951)
De Heilige Antonius Abtkerk in Scheveningen

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster, essayiste en kunstschilderes Charlotte Jacoba Maria Mutsaers werd geboren in Utrecht op 2 november 1942. Zie ook alle tags van Charlotte Mutsaers op dit blog.

 

Alles dood

Hoog de kasteelzaal.
Ik alleen thuis.
De klok zonder klepel.
Waar is mijn muis?

O kom, o kom of
breng mij om!

‘k Zie paardezadels staan,
maar geen paarderug.
De kandelabers glimmen en
geen kaars blinkt terug.

O kom, o kom of
breng mij om!

De champagne houdt zich stil,
de glazen staan vol stof.
Mijn magneet trekt niets meer aan,
de spijkers worden dof.

O kom, o kom of
breng mij om!

Geen kelk verheft zich uit de vaas.
Ik hoor geen vogels meer.
De veertjes op mijn eigen hoofd,
die liggen plat terneer.

O kom, o kom of
breng mij om!

Mijn hele tuin is uitgebrand.
De haan draait aan een spit
en van de kleuren om mij heen
resten slechts zwart en wit.

O kom, o kom en breng mij mee:
een groene tulp rood gebladerd,
een brief geschreven op fluweel,
een speksteen door en door geaderd,
een ananas, een bezemsteel.

O kom, o kom of
breng mij om!

 

Marche sombre des comcombres

’s Nachts het venster opgeschoven
‘k zie de straat geheel van boven.

Zwarte komkommers zij aan zij
dragen zomaar een hondje voorbij.

Vier witte poten wijzen omhoog,
de ruggegraat staat in een boog.

Ik krijs mijn ouders de dekens uit:
‘Kom snel, een parade van levend fruit!’

(of zijn het nu groenten? Al sla je me dood…)
Papa verliest tranen, Mama houdt zich groot:

Hoe kàn het bestaan, dat is ònze hond,
die tien jaar geleden de dood al vond!

Wat doet me dat dier nu in Godsnaam benee,
was hij in de hemel soms erg ontevree?

Mijn vader blaast zacht op zijn hondefluit
en roept op zijn liefst: ‘Zeg Fox, gaan we uit?

Gaat-ie mee naar het park of naar het café
of wil je linea recta naar zee?

Je eetbak die staat nog steeds bij de haard,
je halsbanden bleven keurig bewaard.

Je ballen, je knots zijn op zolder gestald,
maar sinds je vertrek is hun leven vergald.

Kom, blaf naar ons terug en bijt van je af,
want voor je het weet, lig je weer in je graf!’

Maar Fox blijft in katzwijm en hoort ons niet,
wij kunnen gewoonweg niet meer van verdriet.

Zo zompig bonkt daar de komkommertred,
ik durf voorlopig beslist niet naar bed.

Voor het eerst die nacht met mijn moeder verwant
slapen wij saam in de hondemand.

 

Charlotte Mutsaers (Utrecht, 2 november 1942)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e november ook mijn blog van 2 november 2024 en ook mijn blogs van 2 november 2018.

Allerheiligen (Sonja Dworzak), Ilse Aichinger

 

 

Gezelschap van de heiligen door Jean de Colombe en Mâitre du Missel de Yale, ca. 1475. Verluchting in het getijdenboek van Louis de Laval 1475

 

Allerheiligen

Die Nebel ruh’n auf alten Steinen sacht,
ein Blätterflüstern trägt vergangne Lieder.
Die Erde atmet still in weicher Nacht,
und Schatten wandern leis’ die Pfade wieder.

Ein Hauch von Zeit liegt auf dem welken Kranz,
die Kerzen flackern – goldne, zarte Wunden.
Im Glanz der Flamme hebt sich Traum und Glanz
von jenen, die im Schweigen Ruh gefunden.

Ein Name schimmert, halb vom Moos verdeckt,
ein Leben sinkt zurück in Wort und Schweigen.
Doch wer den Blick ins Herz der Stunde lenkt,
sieht Bilder glüh’n, die sich nicht ganz verneigen.

So bleibt ein Leuchten – fern und doch so nah,
ein stilles Grüßen aus den frühen Tagen.
Was war, verweht, und ist doch ewig da:
In uns die Spuren, die Erinnerung tragen.

 

Sonja Dworzak (Salzburg, 6 april 1958)
De Franziskanerkirche en de Dom in Salzburg

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Ten antwoord

In Delhi,
wanneer men doodgaat,
kan men niet vallen.
Günther Eich

Delhi
achter zich laten,
de vallende ziekte
weer opnemen
Delhi
voor zich brengen,
de verlopen groepen reizigers
langzaam volgen
en zo
de reis op zijn beloop laten,
geluidloos en in ieder geval
en zelfs als niet meer
te onderscheiden

 

Vertaald door Lucas Hüsgen

 

Ilse Aichinger (1 november 1921 – 11 november 2016)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2018 en ook mijn blog van 1 november 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook mijn blog van 1 november 2009.

Haunted House (E. A. Robinson), Bruce Bawer, John Keats

 

 

Haunted House door Daniele Montella, z. j.

 

Haunted House

Here was a place where none would ever come
For shelter, save as we did from the rain.
We saw no ghost, yet once outside again
Each wondered why the other should be so dumb;
And ruin, and to our vision it was plain
Where thrift, outshivering fear, had let remain
Some chairs that were like skeletons of home.

There were no trackless footsteps on the floor
Above us, and there were no sounds elsewhere.
But there was more than sound; and there was more
Than just an axe that once was in the air
Between us and the chimney, long before
Our time. So townsmen said who found her there.

 

E. A. Robinson (22 december 1869 – 6 april 1935)
Alna, Lincoln County, Maine, de geboorteplaats van E. A. Robinson

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en literatuurcriticus Bruce Bawer werd geboren op 31 oktober 1956 in New York. Zie ook alle tags voor Bruce Bawer op dit blog.

Uit: The Alhambra: A Novel

“STEVE DISCH WAS ONLY TWENTY-THREE years old and still a student at UCLA Film School when his first movie came out and made him famous. Well, not really famous. Sentimental Education was what they call a “small film.” The cast consisted entirely of his friends and fellow students, and Steve himself served as writer, director, cameraman, editor, and lighting and set designer. The costumes were the actors’ own clothes, and there was no makeup to speak of, and certainly no special effects. The budget was far too tiny for that – too tiny for almost anything, in fact, except for the telling of a simple story about two characters. Steve told it effectively enough to get Sentimental Education into a couple of second-tier film festivals, at one of which it won an “audience favorite” award. The movie’s saga might have ended there, if not for a bit of serendipity. One of those festivals happened to be attended by a veteran novelist who saw Sentimental Education and loved it. He loved it so much that he wrote a glowing article about it in a national gay newsmagazine, and then another in the New Yorker, no less. This beautiful film about the deep but unspoken and unconsummated love between two male college students, he argued, was one of the best gay movies ever made, and represented a breakthrough in the cinematic treatment of gay men’s lives. Steve, in his view, had managed, with his inexpensive camera equipment and his non-professional actors, to capture precisely what love was like for young gay men in “these times” – “these times” being the 1980s -who don’t even realize they’re gay. The articles about Sentimental Education drew the attention of gay cinephiles around the world. That summer, the film was shown at gay-pride events in two dozen cities. For several months, Steve rode a roller-coaster of media attention. He received bags full of fan mail. He traveled around the U.S. and Europe attending screenings of the film. At some of these events he would give a talk before the screening; at others, he’d be interviewed or answer questions afterwards. Following every screening, audience members would line up to shake his hand and tell him how much they identified with the main character in his movie. Invariably, at those Q & A’s, somebody would ask if the film was autobiographical. Steve always insisted it wasn’t. He was lying. Virtually every line of dialogue had come directly out of the diary he’d kept as an undergraduate at the University of California at Davis. It was there that he’d met Daniel Loban, a fellow French major. The two star-crossed lovers in the movie weren’t just based on Steve and Daniel; they were Steve and Daniel.”

 

Bruce Bawer (New York, 31 oktober 1956)

 

De Engelse dichter John Keats werd geboren op 31 oktober 1795 in Finsbury Pavement in Londen. Zie ook alle tags voor John Keats op dit blog.

 

Ode aan een nachtegaal

I

Mijn hart doet pijn, bedwelming houdt mijn hoofd
Beklemd, als had ik scheerlingsap gedronken
Of had een drank verzwolgen die verdooft,
Zo-even, en was Lethewaarts gezonken.
’t Is niet uit afgunst jegens uw geluk:
In uw geluk vind ik geluk te over,
Omdat gij, boomdryade, lichtgeveerd
In een zoetklinkend stuk
Van ’t groene, schaduwrijke beukenlover
Orgelend van de zomer kwinkeleert.

II

O, nu een dronk! Wijn, die men koel bewaarde
In diepgedolven grond, geruime tijd;
Die smaakt naar Flora, naar de groene aarde,
Dans, Provençaalse zang, gebruind jolijt!
Nu een bokaal die ’t warme zuiden bood,
Vol van de blos der echte Hippocreen,
Met pareling van belletjesgeflonker,
De rand gevlekt met rood:
Zo’n dronk! waarna ik ongezien verdween
Uit dit bestaan, met u in het belommerd donker.

III

Ver weg met u, ontbinden, en vergeten
Wat gij tussen de bladeren nooit kende:
De moeheid, het getob, het koortsig zweten;
Men hoort elkaar hier kreunen van ellende;
Door tremors trillen trieste grijze haren,
De jeugd wordt bleek, vliesdun en laat het leven;
Alleen het denken al vervult met smart
En met wanhopig staren.
De ogenglans der Schoonheid duurt maar even,
Slechts één dag smacht ernaar het minnend hart.

IV

Ver weg! Ver weg! Op u ben ik gericht,
Niet door de vaart van Bacchus’ luipaardwagen,
Maar op de ijle wieken van ’t gedicht,
Al blijft het brein verwarren en vertragen.
Reeds ben ik bij u! teder is de nacht,
Wellicht spreidt dan de maangodin haar luister,
Door al haar sterrenfeeën dicht omfonkeld;
Maar hier ontbreekt die pracht,
Tenzij de bries wat licht blaast door het duister,
Waar in het schaduwgroen het mospad kronkelt.

V

Ik zie de bloemen niet, hier aan mijn voet,
De zachte wierook, hangend in de bomen,
Maar gis in ’t geurig duister al het zoet,
Geschonken door het goed seizoen, aromen
Van bosjes, wilde vruchten en de wei,
Meidoorn en egelantier, het landelijk hout,
’t Viooltje, bladbedekt, dat snel vergaat,
En ’t oudste kind van Mei,
De prille muskusroos, met wijn bedauwd,
Het zoemend honk van vliegen, ’s zomers laat.

VI

In ’t duister luister ik: zo menigmaal
Kon de geruste dood mij half verblijden.
Ik vroeg hem vaak in zoete dichtertaal
Mijn kalme adem in de lucht te leiden.
Nu meer dan ooit lijkt sterven mij volmaakt,
Te middernacht te scheiden zonder pijn,
Terwijl gij buiten heel uw ziel uitstort,
In zulk een trance geraakt!
Nog zingt gij door als ik, die doof zal zijn,
Bij uw hoog requiem een zode word.

VII

Onsterflijk dier, niet voor de dood geboren!
Dat door geen hongerig geslacht verging!
De stem die ik vannacht gehoord heb, horen
Vanouds de keizer en de dorpeling.
Misschien hetzelfde lied dat heeft gebeefd
Door het droef hart van Ruth, die ver van huis
Betraand in het uitheemse koren stond;
Dat vaak betoverd heeft
Magische vensters, open op ’t gebruis
Der diepzee, in een droomland dat verzwond.

VIII

Verzwond! Zoals een kerkklok klinkt dat woord,
Dat mij van u terugluidt naar mijzelf!
Adieu! Verbeelding brengt geen drogbeeld voort
Dat met de faam strookt van die valse elf.
Adieu! Adieu! Uw klacht verflauwt, zij trekt
De weiden langs, over het stille stromen,
De heuvel op; om overhuifd te raken
Waar ’t volgend dal zich strekt.
Was het een visioen of wakend dromen?
Het lied vervloog: – Slaap ik of is dit waken?

 

Vertaald door W. Hogendoorn

 

John Keats (31 oktober 1795 – 23 februari 1821)
Borstbeeld van John Keats in het Keats-Shelley House in Rome

 

Zie voor nog meer gedichten over Halloween ook alle tags voor Halloween op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 31e oktober ook mijn blog van 31 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Édouard Louis, Georg Heym

De Franse schrijver Édouard Louis werd geboren als Eddy Bellegueule op 30 oktober 1992 in Hallencourt, Somme, in het noorden van Frankrijk. Zie ook alle tags voor Édouard Louis op dit blog.

Uit: De ondergang (Vertaald door Kiki Coumans)

“Ik voelde niets toen ik hoorde dat mijn broer dood was; geen droefheid, geen wanhoop, geen blijdschap, geen genoegen. Ik hoorde het nieuws aan zoals je informatie over het weer buiten aanhoort, of zoals je zou luisteren naar iemand die je in de supermarkt vertelt wat hij die middag heeft gedaan. Ik had hem al bijna tien jaar niet gezien. Ik wilde hem niet meer zien. Soms probeerde mijn moeder me op andere gedachten te brengen, met aarzelende stem, alsof ze bang was me te kwetsen of een conflict tussen haar en mij te creëren:
– Weet je, je broer, misschien moet je hem een kans geven… Ik denk dat hij dat leuk zou vinden. Hij heeft het vaak over je…
Ik onderbrak het gesprek ruw, een ruwheid die ik niet van mezelf kende, en die ik in een andere context nooit tegenover haar had durven gebruiken; ik zei dat ik niets meer over hem wilde horen, mijn besluit stond vast; meestal probeerde ze dan nog iets anders, een tweede keer:
– Maar ik heb tegen hem gezegd: als je je broer nog eens ziet moet je hem niet lastigvallen met het verleden en met wat er tussen jullie is gebeurd. Laat hem met rust. En dat heeft hij gezworen. Hij heeft gezworen dat hij niet meer over het verleden zou praten…
Toen mijn antwoord uitbleef, liet ze haar stem oplossen in de stilte en sloeg haar ogen neer, naar de grond, waarna ze op een ander onderwerp overging met een te nadrukkelijk enthousiasme, een te luide stem, en ik snapte dat ze op die toon praatte om het ongemak te overstemmen dat haar mislukte verzoeningspoging en mijn plotselinge agressiviteit had veroorzaakt – het spijt me dat ik die pijn bij haar heb veroorzaakt, misschien had ik iets meer moeite moeten doen, maar misschien kan ik pas zeggen wat ik nu zeg omdat het te laat is, misschien kun je pas echt en oprecht spijt van iets hebben als het te laat is, ik weet het niet.
Ik hoorde op een dinsdag dat hij dood was, toen ik net een paar minuten wakker was. Het was een grijze en koude dag, de condens op de ramen vertroebelde de lucht buiten; ik was een boek aan het lezen en zag op mijn telefoon dat mijn moeder me meerdere keren had geprobeerd te bellen; het was te vroeg, ik had geen zin om te praten; maar ze belde nog eens, en nog eens, en toen begon ik me in te beelden dat er misschien iets ergs of in ieder geval iets belangrijks was gebeurd – een vage indruk, als een vaag instinct, zonder taal, zonder woorden. Toen de naam van mijn broer op het schermpje van mijn telefoon verscheen wist ik zeker dat er iets ongewoons was gebeurd.”

 

Édouard Louis (Hallencourt, 30 oktober 1992)

 

De Duitse dichter Georg Heym werd geboren op 30 oktober 1887 in Hirschberg. Zie ook alle tags voor Georg Heym op dit blog.

 

Vrolijkheid

Hoe ruist en suist het grote carrousel,
Dat schittert in de zon; en met plezier
Zien duizenden die middag het vertier.
Kamelen, paarden, alles draait er snel,

De witte zwanen en de olifanten,
En als een levend varken knort er een
En heft uit blijdschap al zijn rechterbeen.
Dan gaan ze dansen, al die kermisklanten.

Maar vlak daarnaast, in hemellicht gebaad,
Gaan metselaars hoog in de stelling rond,
Als luizen in een vurig vakverbond,
En slaan met troffels roffelend de maat.

 

Vertaald door Hendrikje de Koning

 

Georg Heym (30 oktober 1887 – 16 januari 1912)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e oktober ook mijn blog van 30 oktober 2025 en ook mijn blog van 30 oktober 2021 en ook mijn blog van 30 oktober 2018 en ook mijn blog van 30 oktober 2017 en ook mijn blog van 30 oktober 2011 deel 2.

Andrea Voigt, Claire Goll

De Nederlandse dichteres en schrijfster Andrea Voigt werd geboren in Rotterdam op 29 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Andrea Voigt op dit blog.

Uit: Augustus in Parijs

“Loretta deed de deur open. Ze was op haar pantoffels. De roze lippenstift klonterde een beetje om haar mond en haar ogen waren zwartomlijnd. – Dat is een tijd geleden, zei ze. Lisa keek haar aan maar zei niets. Ze zakte iets door haar knieën en zette voorzichtig haar tassen neer op de stoep. Loretta keek ernaar. Drie weekendtassen, twee vormeloze en een waar schoenen in zaten; de hakken duwden hoeken in het textiel. – Het is maar voor een maand, zei Lisa. Loretta gaf geen antwoord. Ze pakte twee van de tassen en sjouwde ze de gang in. Lisa kwam binnen met de rest van haar bagage. – Breng maar naar boven, zei Loretta, daar kun je wel slapen. Lisa liep de trap op en bracht haar spullen naar het logeerkamertje. Ze sloeg de beddensprei terug en schudde aan de dekens. In Loretta’s huis rook het naar vroeger. Het oude beddenhout gaf geen geur meer af, maar de lakens wel, ze roken naar Loretta’s wasmiddel met een bittere zweem van sigaretten. Beneden was Loretta al in de weer met koffie, eieren en een koekenpan. De geuren mengden zich met de andere geuren tot een zware lucht die ze bijna kon proeven. Het was ook een tijd geleden dat ze hier geweest was, Loretta had gelijk. Tijdens haar jaren met Finn had ze Loretta weinig gezien. Lisa had haar niet eens verteld dat ze zwanger was, maar dat was nu wel te zien. Ze zou een wieg moe-
ten hebben, of een grote bak.
Lisa had geen honger, ze dronk alleen haar koffie en prikte in het ei. Als ze het kleiner maakte met haar vork, leek het minder. Loretta zat tegenover haar in haar roze shirt en keek haar aan. Ze steunde met haar armen op tafel. – En na die maand? – Ik vind wel wat. – Werk, of een huis? – Allebei, zei Lisa, en ze haalde haar schouders op om aan te geven dat het niet belangrijk was. Loretta keek nu zorgelijk. – Hoe moet dat dan met een kind. Je kunt ook langer blijven. – Hm hm.
’s Avonds keken ze naar de tv. – Begrijp je dat nou, zei Loretta. Verder zeiden ze er niets over. Er hing een man met een wit overhemd aan de buitenkant van een instortend gebouw. Hij zou het niet lang houden van angst, of uitputting. Aan zijn houding was niets te zien en zijn gezicht was te veraf, maar zijn onkreukbare houding maakte de ramp op een of andere manier in volle omvang zichtbaar. Later zouden ze zich die avond verschillend herinneren.”

 

Andrea Voigt (Rotterdam, 29 oktober 1968)

 

De Duits – Franse dichteres en schrijfster Claire Goll werd geboren op 29 oktober 1890 in Nürnberg. Zie ook alle tags voor Claire Goll op dit blog.

 

Jonge acrobate

Kleurrijke vogel, jij die tussen werelden
Boven avond, stad en verwondering zweeft,

Zwaai aan de trapeze
Boven jezelf uit door de tijd.

Je dijen fladderen trillend van tak naar tak
En je hart van mens tot mens.

Gouden glitterlibelle, je zwevende
verlangen valt nooit door de gulzige ogen in het hart.

Arme ster die elke nacht moet opkomen
In de kleine, betaalde hemel van de jongleurs.

Die elke avond neerstort in de armen van ruwe atleten,
In de giftige grijze zigeunerwagen,

Die je, als gevangene, door het eindeloze leven voert.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Claire Goll (29 oktober 1890 – 30 mei 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e oktober ook mijn blog van 29 oktober 2025 en ook mijn blog van 29 oktober 2018 en ook mijn blog van 29 oktober 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Evelyn Waugh, Jamie McKendrick

De Britse schrijver Evelyn Waugh werd geboren in Londen op 28 oktober 1903. Zie ook alle tags voor Evelyn Waugh op dit blog.

Uit: Brideshead Revisited

“I don’t particularly like him myself,” I said.
“Well, he’s always hanging round here, and the stiffer element in college don’t like it. They won’t stand for him at the House. He was in Mercury again last night. None of these people you go about with pull any weight in their own colleges, and that’s the real test. They think because they’ve got a lot of money to throw about, they can do anything.
“And that’s another thing. I don’t know what allowance my uncle makes you, but I don’t mind betting you’re spending double. All this,” he said, including in a wide sweep of his hand the evidences of profligacy about him. It was true; my room had cast its austere winter garments, and, by not very slow stages, assumed a richer wardrobe. “Is that paid for?” (The box of a hundred cabinet Partagas on the sideboard.) “Or those?” (A dozen frivolous, new books on the table.) “Or those?” (A Lalique decanter and glasses.) “Or that peculiarly noisome object?” (A human skull lately purchased from the School of Medicine, which, resting in a bowl of roses, formed, at the moment, the chief decoration of my table. It bore the motto Et in Arcadia ego inscribed on its forehead.)
“Yes,” I said, glad to be clear of one charge. “I had to pay cash for the skull.”

 

Anthony Andrews (Sebastian) en Jeremy Irons (Charles) in de tv-serie Brideshead Revisited uit 1981

 

“You can’t be doing any work. Not that that matters, particularly if you’re making something of your career elsewhere–but are you? Have you spoken at the Union or at any of the clubs? Are you connected with any of the magazines? Are you even making a position in the O.U.D.S.? And your clothes!” continued my cousin. “When you came up I remember advising you to dress as you would in a country house. Your present get-up seems an unhappy compromise between the correct wear for a theatrical party at Maidenhead and a glee-singing competition in a garden suburb.
“And drink–no one minds a man getting tight once or twice a term. In fact, he ought to, on certain occasions. But I hear you’re constantly seen drunk in the middle of the afternoon.”
He paused, his duty discharged. Already the perplexities of the examination school were beginning to re-assert themselves in his mind.
“I’m sorry, Jasper,” I said. “I know it must be embarrassing for you, but I happen to like this bad set. I like getting drunk at luncheon, and though I haven’t yet spent quite double my allowance, I undoubtedly shall before the end of term. I usually have a glass of champagne about this time. Will you join me?”

 

Evelyn Waugh (28 oktober 1903 – 10 april 1966)

 

De Engelse dichter en vertaler Jamie McKendrick werd op 27 oktober 1955 in Liverpool geboren. Zie ook alle tags voor Jamie McKendrick op dit blog.

 

Gij die hier binnentreedt
(naar Antonio Machado)

De diepten van de hel peilen en daar
ministers, sultans en geleerden ontmoeten,
Marilyn Monroe en Cleopatra,
de laatsten zo naakt als op de dag van hun dood:
audiënties verlenen waar het je uitkomt,
en waar niet, je lip optrekken in minachting
of behendig een vuistslag in de nier uitdelen,
in de zekerheid dat je arm krachtig wordt ondersteund..
Je laten rondleiden door iemand die toevallig
Vergilius blijkt te zijn – en je houdt van zijn gedichten..
Schrijven zoals een beitel in steen hakt,
zodat elke zin die je neerschrijft voor eeuwig blijft weerklinken:
LAAT ALLE HOOP VAREN… Ga jij maar eerst.
Nee, echt, ik sta erop – ga jij maar voor.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jamie McKendrick (Liverpool, 27 oktober 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e oktober ook mijn blog van 28 oktober 2025 en ook mijn blog van 28 oktober 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Zadie Smith, Sylvia Plath

De Engelse schrijfster Zadie Smith werd geboren op 27 oktober 1975 in Londen. Zie ook alle tags voor Zadie Smith op dit blog.

Uit: Voel je vrij (North West London Blues)

“De laatste keer dat ik in Willesden Green was, ging ik met mijn dochter op bezoek bij mijn moeder. Het was een zonnige dag. We liepen door Brondesbury Park naar High Road. Toevallig was er die dag `Franse Markt’, een ietwat onwaarschijnlijke markt waar Franse spullen worden verkocht, op het voetgangersgebied tussen het restant van de voormalige bibliotheek, Willesden Library (1894) met de fraaie torenspits, en de nieuwe bibliotheek, Willesden Green Library Centre (1989), een gestrand cruiseschip van rode baksteen, een architectonisch monument dat jaarlijks bijna 500.000 bezoekers trekt. We liepen in de zon door de winkelstraat naar het pleintje — naar de markt. Het was geen wandeling door een lommerrijk laantje in een pittoresk dorpje naar een perfect geconserveerd achttiende-eeuws pleintje. Evenmin was het te vergelijken met een bezoekje aan een van de vele boerenmarkten die je tegenwoordig in Londen ziet, ontstaan op punten waar individuele rijkdom hand in hand gaat met een grote belangstelling voor ambachtelijk bereide kazen. Maar toch was het een gezellig uitje. Op de Franse Markt in Willesden kun je goedkope tasjes krijgen, cd’s met ouderwetse jazz en rock-‘n-roll, paraplu’s en kunstbloemen, snuisterijen, prullen en spullen, die echt niet allemaal Frans van thema of aard zijn. Je kunt er waterpistooltjes krijgen, maar ook stokbrood en bladerdeeggebak, die niet veel meer kosten dan de broodjes bij Gregg’s in Kilburn High Road. Je kunt er ook kaas krijgen, maar dan de redelijk geprijsde, makkelijk herkenbare soorten, zoals brie, chèvre en blauwader, alsof de markt vanuit een armoedige Parijse buitenwijk rechtstreeks over het Kanaal naar Londen is getransporteerd. En misschien is dat ook wel zo, geen idee. Het gaat erom dat de Franse Markt optimaal gebruikmaakt van het betonnen voetgangersgebied voor de bibliotheek Het is sowieso een ontmoetingsplek, maar vooral op marktdag is het er erg levendig. Mensen slenteren rond, praten met elkaar, kopen kaas of niet. Het gaat er heel gemoedelijk aan toe. Je zou bijna vergeten dat High Road maar een paar meter verderop is. Dat is belangrijk Als je op de markt bent, ga je niet naar je werk, niet naar school, je wacht niet op de bus. Je bent niet op weg naar de metro of de supermarkt voor de noodzakelijke boodschappen. Je bent niet in de drukke straat waar zich al deze activiteiten afspelen. Je bent er vlakbij, je hangt wat rond in de openbare ruimte, terwijl het juist de bedoeling is van zulke ruimtes dat er niet gehangen wordt. Iedereen weet dat mensen die voor onbepaalde tijd doelloos in een openbare ruimte rondhangen tot ‘asociaal gedrag’ neigen. En inderdaad, er waren vier zwervers die op een van de merkwaardige uitsteeksels van de bibliotheek een biertje zaten te drinken.”

 

Zadie Smith (Londen, 27 oktober 1975)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sylvia Plath werd geboren op 27 oktober 1932 in Jamaica Plain, een buitenwijk van Boston. Zie ook alle tags voor Sylvia Plath op dit blog.

 

De herfst van de kikkers
Frog autumn

De zomer veroudert, koudbloedige moeder,
Insekten werden schriel en schaars.
In onze moerige stee
Kwaken wij en welken.

De ochtenden gaan loom teloor.
De zon gloeit laat op
In het stikkend riet. Vliegen laten zich niet zien.
De kreek verkwijnt.

De vorst rooft nog de spinnen. De genius
Van overvloed huist zichtbaar
Elders. Ons volk ziet zich jammerlijk
Gedund.

 

Vertaald door Anneke Brassinga

 

Sylvia Plath (27 oktober 1932 – 11 februari 1963)
Portret door Stefania Morgante, 2012

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e oktober ook mijn blog van 27 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Marja Pruis, Andrew Motion

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marja Pruis werd geboren in Amsterdam op 26 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Marja Pruis op dit blog.

Uit: Huiswerk

“Ik lag vannacht in een gouden tent. Van buiten was alleen het licht zichtbaar, een blote borst, een korte kaki broek. Binnen was het warm en zacht, geluidloos.
Ik lees een boek waarvan de verteller zegt niet sentimenteel te zijn aangelegd. Maar wat is ze dan wel?
De eerste keer dat ik op papier ons huis zag, hoe het er vanbinnen zou gaan uitzien, kon ik wel huilen. Ik kijk nog wel eens rond met die blik, alsof ik het voor het eerst zie. Is het geworden wat ik toen op de tekening zag?
Hartog en ik scheurden plaatjes uit van dingen die we mooi vonden. Een kast, behang. Een badkamer alsof we in Brazilië gingen wonen. Ik had een dik boek, met honderd interieurs van over de hele wereld, met op de omslag een kamer met een boekenwand tot aan het plafond. Die wil ik, dacht ik.
Ik heb hem.
Schrijven vanuit geluk, niet vanuit verlangen, ik denk dat dat het moeilijkste is, maar ook wat me te doen staat.
Er werd ingebroken. Wat het extra eng maakte was dat de inbreker nog in huis moest zijn.
Toen ik naar beneden was gegaan, stond mijn vader daar. Het was stikdonker, de ruimte was leeg alsof er nog werd verhuisd. Er zou een televisie verschoven zijn.
‘Ga maar slapen,’ zei hij.
‘Maar wat nou als hij er weer is?’ vroeg ik.
Ik lag onder in het stapelbed, ik was nog maar klein. Dat was het meest onrustbarend, ik was iemand anders, ik had een andere naam. Toen ik in bed lag, dikke dekens op me, was er geschuif in de kamer, iemand die ik kende wist overal van, ze maakte een kast open waar de inbreker uit vandaan kwam, een vrouw met lange zwarte haren, stevige wenkbrauwen. Ze keek me vorsend aan zoals ik daar lag, ze zei iets tegen me, dat ik niks mocht zeggen of dat ik er niks van had begrepen. De pannen op tafel, oma’s brede vriendelijkheid, het lijkt een andere eeuw. Het ís een andere eeuw. Het schilderij met de magnoliatakken hangt hoog aan de mottige muur, ongeschonden en soeverein.
Het hangt nu hier, bij de trap naar boven.
Op een foto uit zonniger tijden staat opa bij de voordeur, met opgerolde hemdsmouwen. Hij staat er fier bij, fierder dan ik me hem herinner. Knap, met een naar binnen gekeerde lach.”

 

Marja Pruis (Amsterdam, 26 oktober 1959)

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog.

 

Dagen van herdenken

Vierde jaar

De avond valt terwijl weer
nieuwe sneeuw neerdaalt die bomen
tot witte vormen halveert
en die mij meedrijft naar

het eind van weer een jaar.
Wat heeft het jou te bieden
dat dit jaar erbij liet zitten?
Je hebt jezelf overleefd,

en brengt mij de wereld weer
die ik kende, zonder de tijd
die wij kwijt zijn; totdat ik vergeet
wat die tijd toch niet geven kan,

kom ik hier steeds eender aan,
geen dode te betreuren,
maar wel leven dat wij nergens
delen buiten jouw kamer,

onze liefde die zich herhaalt
als de sneeuw die ik deze avond
zie wervelen tegen mijn raam,
en die dan vervaagt in het donker.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober ook mijn blog van 26 oktober 2025 en ook mijn blog van 26 oktober 2021 en ook mijn blog van 26 oktober 2018 en ook mijn blog van 26 oktober 2014 deel 2.