Peter Zantingh, Taras Sjevtsjenko

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard. Zie ook alle tags voor Peter Zantingh op dit blog.

Uit: Tussentijds

Ik heb alles. En toch: op het precieze moment dat de hardhouten stationsbanken van Utrecht Centraal uit beeld beginnen te schuiven, weet ik zeker dat ik iets vergeten ben. Een halve seconde ben ik ervan overtuigd dat ik me in het perron vergist heb of mijn tas nog buitenstaat, in een poging me af te zetten tegen de onomkeerbaarheid. In stilstand kon alles nog. Ik neem de volgestouwde rugzak op schoot, eerst om ook mijn tast ervan te verzekeren dat ik niets vergeten ben en dan, terwijl we de maximumsnelheid opzoeken, om haar boek langs de gewatteerde achterkant omhoog te wurmen. Ik streel het matte hardcoveromslag als om haar ermee op te roepen en sla het voorzichtig open. Zes uur en zesendertig minuten liggen er tussen haar en mij, bijna zevenhonderd kilometer. Dit is haar noodkreet, haar dreigement, zo onmiddellijk om een antwoord vragend dat ik onaangekondigd onderweg ben. Misschien ben ik al te laat. Twaalf weidse prenten zijn het, in potlood, krijt, houtskool en verf, verdeeld over vierentwintig ongenummerde pagina’s ruw, gerecycled honderdzestiggrams papier. Ik weet nog hoe verheugd ze was toen ze de drukplannen gemaild had gekregen, alsof de zwaarte van het papier benadrukte hoe goed haar werk was geworden. Meestal tekende ze in de logeerkamer, urenlang, ook ’s avonds. Als ik er de volgende ochtend naar binnen keek terwijl zij nog lag te slapen, zag ik het diagonaal gekantelde tafelblad waaraan ze gestaan had, het grote vel papier dat er met een brede klem aan was vastgemaakt, het opgespaarde potloodslijpsel in een loodkris-tallen whiskyglas in de vensterbank en haar tekengerei op het krukje in de hoek, waar ze niet eens zo lang daarvoor, tijdens een ander soort dagdromen, de commode had bedacht. Het is warm en het wordt steeds warmer. De laatste in Utrecht ingestapte reizigers zoeken hun stoel. Ik zoek de plaat in het midden van het boek op en neem het papier tussen mijn strakgespannen, onwillekeurig strekkende en buigende vingers. Het zijn spierspasmen die doorwerken tot in mijn schouders en nek. De uitstralingspijn zal me waarschijnlijk nog voor Arnhem hoofdpijn bezorgen. Een tic, dat is het, en er zijn slechts twee manieren om het tegen te gaan: ik kan proberen het met volle concentratie en wilskracht niét te doen, dat herhaaldelijk straktrekken van de spieren, wat zo’n beetje neerkomt op het omgekeerde van mindfulness, of ik kan mijn gedachten juist zo afleiden dat hoofd en lichaam het allebei even vergeten. Kijk – ze is herkenbaar in elk detail. De natuurgetrouwe kleuren, de met opzet tot net buiten de lijntjes aangebrachte penseelstreken. Met je blik aan een scherpe hoek blijven haken is onmogelijk; alles is afgerond, gevijld.”

 

Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)

 

De Oekraïense dichter, schrijver en schilder Taras Sjevtsjenko werd geboren op 9 maart 1814 in Morynzi bij Kiev. Zie ook alle tags voor Taras Sjevtsjenko op dit blog.

 

Aan N.N.

Terwijl de zon ondergaat en de heuvels donker worden,
terwijl het vogelgezang verstomt en de velden stilvallen,
terwijl de mensen lachen en rusten,
kijk ik toe.
Mijn hart haast zich
naar de schemerige tuinen van Oekraïne.
En ik haast me.
O, wat haast ik me met mijn gedachten,
terwijl mijn hart verlangt naar rust.
Terwijl de velden donker worden,
terwijl de bossen donker worden,
terwijl de heuvels donker worden,
zie ik een ster.
En ik huil.
Hé, ster! Ben je in Oekraïne aangekomen?
Kijken donkere ogen naar je in de blauwe hemel?
Of maakt het ze niets uit?
Mogen ze slapen als ze dat niet doen.
Mogen ze niets weten van mijn lot.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Taras Sjevtsjenko (9 maart 1814 – 10 maart 1861)
Monument voor Taras Sjevtsjenko in Lviv

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook mijn blog van 9 maart 2025 en ook mijn blog van 9 maart 2021 en ook mijn blog van 9 maart 2020 en eveneens mijn romenu blog van 9 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Walter Jens, Rolf Jacobsen

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

Uit: Katias Mutter (Samen met Inge Jens)

„Es war mit Sicherheit eine der interessantesten – man könnte auch sagen: kuriosesten – Familien der preußischen Metropole, in die Hedwig Pringsheim am 13. Juli 1855 hineingeboren wurde. Ihr Vater, Ernst Dohm, Spross einer armen jüdischen Familie, war bereits als Kind getauft und von einer frommen Mutter sowie einer pietistischen Gönnerin zum Theologen bestimmt worden. Nach erfolgreich absolvierten Examenspredigten hatte er jedoch Talar und Beffchen an den Nagel gehängt und sich als Hauslehrer und Übersetzer durchgeschlagen, ehe er 1848 mit der Gründung der politisch-satirischen Zeitschrift Kladderadatsch endgültig ins literarisch-journalistische Genre wechselte. Sein profundes Wissen, sein ebenso stil- wie treffsicherer Witz und seine unterhaltlichen Fähigkeiten sowie eine offenbar beachtliche poetische Begabung verhalfen ihm schnell zu Ansehen und Beliebtheit.
Auch Hedwigs Mutter, deren Vornamen das Neugeborene erhielt, hatte in ihrer Ehe begonnen, sich als Schriftstellerin zu profilieren. Sie schrieb Novellen, Dramen und Gedichte, später auch Romane. Vor allem aber zog sie in öffentlichen Stellungnahmen und Essays gegen die These von der angeblich naturgegebenen Ungleichheit von Männern und Frauen zu Felde und wurde in den späten sechziger und siebziger Jahren, nachdem sie vier Kinder großgezogen hatte, zu einer der bekanntesten Kämpferinnen für die Zulassung der Frau zu allen berufsqualifizierenden Bildungs- und Ausbildungsmöglichkeiten.
«Kämpferin»? Zumindest Hedwig, die älteste ihrer vier Töchter, sah die Mutter anders: «Schön war sie und reizend; klein und zierlich von Gestalt, mit großen, grünlich-braunen Augen und schwarzen Haaren, die sie auf Jugendbildnissen noch in schlichten Scheiteln aufgesteckt trug, später aber abgeschnitten hatte, und die dann halblang und gewellt ihr wunderbares Gesicht umrahmten. Zart war sie, schüchtern, empfindsam, ängstlich. Wer sie nur aus ihren Kampfschriften kannte und ein Mannweib zu finden erwartete, wollte seinen Augen nicht trauen, wenn ihm das holde, liebliche und zaghafte kleine Wesen entgegentrat. Aber ein Gott hat ihr gegeben, zu sagen, was sie gelitten, was sie in Zukunft ihren Geschlechts-Schwestern ersparen wollte.»
Der Roman Schicksal einer Seele vom Beginn des neuen Jahrhunderts oder die noch ein Dezennium später entstandenen Erinnerungen einer alten Berlinerin zeigen, dass Hedwig Dohms Einsatz für ihre Geschlechtsgenossinnen seine Wurzeln in den Leiden ihrer eigenen traurigen und glücklosen Kindheit hatte.“

 

Walter Jens (8 maart 1923 – 9 juni 2013)
Thomas Mann (staande) met zijn dochter Monika, schoonmoeder Hedwig Pringsheim, echtgenote Katia en schoonvader Alfred Pringsheim (v. l. n. r.).

 

De Noorse dichter en journalist Rolf Jacobsen werd geboren op 8 maart 1907 in Kristiania. Zie ook alle tags voor Rolf Jacobsen op dit blog.

 

Hout

Het is goed, dat er in de wereld nog hout is
en dat er nog
stapelplaatsen genoeg zijn.
Want in hout is een grote rust
en een sterk licht,
dat ’s zomers ver
de avond in schijnt.

Er is goede troost in de rook van afgebrand bos
en in hars die in grote druppels naar buiten dringt
diep in het bos.
De lucht van hout heeft iets van zoete klaproos en van graan.

Het is goed dat er langs de Ångermanälv
en Deep Creek in Columbia, overal ter wereld
nog genoeg hout oplicht
als een zonbeschenen vlek,
een slapende kracht hier op aarde, een geheime macht
die generaties lang voortleeft, bijna als ijzer.

Het heeft de kleur van brood en van een vrouwenlijf
en bezit de stralende wil die misschien ontspruit aan
grote liefde.

Want het hout is een deel van de grote wereldlente.
Het komt uit de bron die de vernieler nog niet heeft bereikt.

….

De rivieren nemen het onder hun hoede.
Is er soms liefde tussen de kracht van de boom en die van het water.

Ze voeren het langzaam in een rustig ritme rond de grote nessen.
Het lijkt wel een dans.

….

Dit zijn de dingen waarboven de sterrenhemel is gesteld:
De eenzaamheid van de doden, de moed van de jeugd en hout
dat langzaam voortglijdt op grote rivieren.

 

Vertaald door Amy van Marken

 

Rolf Jacobsen (8 maart 1907 – 20 februari 1994)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e maart ook mijn blog van 8 maart 2021 en ook mijn blog van 8 maart 2020 en eveneens mijn blog van 8 maart 2019 en ook mijn blog van 8 maart 2015 deel 2.

Robert Harris, Günter Kunert, Radna Fabias

De Britse schrijver en journalist Robert Dennis Harris werd geboren op 7 maart 1957 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Robert Harris op dit blog.

Uit: Vaderland (Vertaald door Ronald Beek)

“Een dik wolkendek had de hele nacht laag boven Berlijn gehangen en bleef nu achter in wat doorging voor de ochtend. Aan de westkant van de stad dreven regenpluimen over het Havelmeer, als rook. Lucht en water gingen in elkaar over, een grijs vlak dat alleen werd verbroken door de donkere streep van de oever aan de overkant. Daar was alles stil, was geen lichtje te zien. Xavier March, rechercheur bij de afdeling moordzaken van de Berlijnse Kriminalpolizei – de Kripo -, klom uit zijn Volkswagen en hief zijn gezicht naar de regen. Hij was een connaisseur waar het dit soort regen betrof. Hij kende de smaak ervan, de geur. Het was Baltische regen, uit het noorden, koud, met een zeelucht, pittig door het zout. Even was hij twintig jaar terug, in de commandotoren van een U-boot, die geruisloos Wilhelmshaven uit voer, met gedoofde lichten, de duisternis in. Hij keek op zijn horloge. Het was even na zevenen ’s ochtends. Voor hem stonden drie andere auto’s langs de kant van de weg geparkeerd. De inzittenden van twee ervan zaten te slapen achter het stuur. De derde auto was een patrouillewagen van de Ordnungspolizei – de Orpo, zoals iedere Duitser die noemde. Er zat niemand in. Door de open raampjes klonk het geknetter van de radio, afgewisseld door plotselinge, gebrabbelde mededelingen. Het zwaailicht op het dak verlichtte het bos naast de weg: blauw-zwart, blauw-zwart, blauw-zwart. March zocht naar de Orpoagenten en zag hen schuilen bij het meer onder een druipende berk. In de modder bij hun voeten lichtte iets bleeks op. Op een boom-
stam een eindje verderop zat een jongeman in een zwart trainingspak, ss-insigne op zijn borstzak. Hij zat voorovergebogen, ellebogen op zijn knieën, zijn handen tegen de zijkant van zijn hoofd gedrukt – het toonbeeld van neerslachtigheid. March nam een laatste trek van zijn sigaret en gooide hem met een korte polsbeweging weg. Hij siste en ging uit op de natte weg. Toen hij naderbij kwam, hief een van de agenten zijn arm. ‘Heil Hitler!’ March negeerde hem en gleed de modderige oever af om de dode te onderzoeken. Het was het lijk van een oude man – koud, dik, kaal en verbijsterend wit. Van een afstandje had het een gipsen beeld kunnen zijn dat in de plomp was gegooid. Het lijk, dat onder het vuil zat, lag half uit het water, de armen gespreid, het hoofd achterover. Eén oog was stijf dichtgeknepen, het andere tuurde onheilspellend naar de smerige lucht.”

 

Robert Harris (Nottingham, 7 maart 1957)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ookalle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

Op weg naar Utopia II

Op de vlucht
voor het beton
gaat het als in
een sprookje: waar je ook
aankomt
het wacht je op
grijs en somber

Op de vlucht vind je
misschien
een stukje groen
aan het einde
en val je zalig
in de grassprieten
uit gekleurd glas…

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Kunert (6 maart 1929 – 21 september 2019)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster en dichteres Radna Fabias werd geboren op Curaçao in 1983. Zie ook alle tags voor Radna Fabias op dit blog.

 

roestplaats

onderweg naar de roestplaats
bewater en bemest ik één vierkante kilometer roodbruine aarde
het is een altruïstische investering ik maak het mogelijk voor een ander om
wortel te schieten uit te dijen het ecosysteem te verstoren
dan was ik mijn handen
– lang en grondig –
ik trek de afdrukken van mijn vingers
– voorzichtig     ik ben voorzichtig –

ik knip mijn haar omdat ik een slachtoffer ben
ik verf mijn haar omdat ik een schurk ben
ik kweek een snor voor bij mijn valse papieren
– ik ben rustig     ik ben rustig –

de boeing vlieg ik door de turbulentie in retrospectief naar de man die mij terloops en
onbedoeld verwekte
ik neem een gijzelaar, introduceer hem bij aankomst zeg
deze man doet me aan jou denken ik wil hem niet we moeten praten het is tragisch
dat ik hem zal dragen
en ik zal hem dragen
als een berenvel
ik zal hem dragen als een mantel
zijn huid ruikt naar woestijnhitte fenegriek en open wonden

mijn moeder breng ik terug naar het barre land omdat ik van haar houd
vanwege mijn moeder geef ik iedereen die op mij lijkt terug aan de aarde
ik werp mijn mantel af omdat ik van mijn moeder houd
omdat ik van mijn moeder houd bezweer ik de herhaling vanuit mijn afgeklemde
eierstokken

mijn afgeklemde eierstokken zijn schoon
mijn afgeklemde eierstokken zijn schitterend
mijn afgeklemde eierstokken zijn vervaardigd van reactieve metalen

dan rust ik
hier roest ik
hier stopt het

 

Radna Fabias (Curaçao, 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e maart ook mijn blog van 7 maart 2021 en ook mijn blog van 7 maart 2019 en ook mijn blog van 7 maart 2016 en ook mijn blog van 7 maart 2015 deel 2.

Patrick deWitt, Günter Kunert

De Canadese schrijver en scenarist Patrick deWitt werd geboren op 6 maart 1975 op Vancouver Island. Zie ook alle tags voor Patrick deWitt op dit blog.

Uit: Ondermajordomus Minor (Vertaald door Caroline Meijer en Saskia van der Lingen)

“Lucien Minors moeder had niet gehuild, had bij hun afscheid geen traan gelaten.
Hijzelf had de hele dag een brok in zijn keel gevoeld en al zijn handelingen uitgevoerd in behoedzame stapjes, alsof één schielijke beweging een uitbarsting van emotie kon veroorzaken. Ze hadden samen het ontbijt en het middagmaal gebruikt maar geen van beiden had een woord gezegd, en nu was het tijd voor hem om te gaan maar lukte het hem niet om op te staan van zijn bed, waarop hij volledig gekleed lag, jas en schoenen aan en zijn muts van schapenvacht laag over zijn voorhoofd getrokken. Lucy was zeventien jaar oud en dit was sinds zijn geboorte zijn kamer geweest; alles wat hij zag en waar hij zijn hand op kon leggen was doortrokken van verwarrende herinneringen aan zijn kindertijd. Toen hij zijn moeder beneden in de keuken onbeantwoordbare vragen aan zichzelf hoorde stellen, werd hij bijna overmand door verdriet. Op de vloer naast hem stond een valies paraat.
Hij sleurde zichzelf van het matras, stond op en stampte driemaal met zijn voeten: stamp stamp stamp! Hij greep het valies bij zijn gedraaide leren hengsel, ging de trap af en de deur uit, en riep onder aan het stoepje van hun sobere huisje naar zijn moeder. Ze verscheen in de deuropening en knipperde met haar ogen tegen het licht terwijl ze het meel van haar knokkels en handpalmen sloeg.
‘Is het tijd?’ vroeg ze. Toen hij knikte, zei ze: ‘Nou, kom hier dan.’
Over de vijf kreunende traptreden klom hij naar haar toe. Ze kuste hem op zijn wang en keek toen met een bedenkelijke blik over het grasland naar de snel oprukkende bank onweerswolken achter de bergketen die hun dorp als een muur omsloot. Toen ze hem weer aankeek, was haar gezicht uitdrukkingloos.
‘Het beste, Lucy. Ik hoop dat je die baron fatsoenlijk behandelt. Laat je me weten hoe het je vergaat?’
‘Dat zal ik doen.’
‘Goed zo. Vaarwel.’
Ze ging het huis weer in en keek strak naar de grond terwijl ze de deur sloot –
een blauwe deur. Lucy wist nog de dag dat zijn vader hem had geschilderd, tien jaar eerder.”

 

Patrick deWitt (Vancouver Island, 6 maart 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

Venetië

I

Straaljagerdonder boven de lagune.
Schrik – de bronzen paarden steigerend op het dak
in eeuwige waanzin verstard
de ogen opengesperd en blind
herkennen je niet.
Ga naar de bruggen, jouw levenswerk
is ze stuk voor stuk over te lopen
een keer van deze en een keer van deze kant

Telkens is de wereld anders

Maar vergeet je schaduw niet
zij reikt omlaag tot in ’t water
waar onder ondoorzichtig vuilnis
de stroming haar wegspoelt. Geen nog
zingt bij dat wankele varen
een ceremonie doelloos
en te vaak herhaald.

In het hotel om de hoek huist een man
Dostojewski geheten of
is reeds vertrokken of reeds
opnieuw aangekomen.

De oude paleizen
vreet onze contemporaine adem aan
zodat we ze niet kunnen bewonen
hoe teer ook de toeleg.
Verbrokkelen zou onze greep
de steen
en alle meetkundes zouden inzinken

zo geruisloos zo verwacht

 

Vertaald door W. Hogendoorn

 

Günter Kunert (6 maart 1929 – 21 september 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e maart ook mijn blog van 6 maart 20

23 en ook mijn blog van 6 maart 2022 en ook mijn blog van 6 maart 2020 en ook mijn blog van 6 maart 2019 en ook mijn blog van 6 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Koos van Zomeren, Pier Paolo Pasolini

De Nederlandse schrijver, columnist en dichter Koos van Zomeren werd geboren in Velp op 5 maart 1946. Zie ook alle tags voor Koos van Zomeren op dit blog.

Uit: We gaan zo

“11/4 Halverwege de avond gaat de bel, zeer ongebruikelijk. Ga jij maar kijken,” zegt Iris. Natuurlijk. Je doet de deur open en in het portiek staat een leuke jonge vrouw. Ze kijkt me aan, doet een stap terug, checkt het huisnummer en begint onbedaarlijk te lachen. “0, ik zie het al, ik moet in het gebouw hiernaast zijn.” Oké.”
Neem me niet kwalijk.” Nee hoor.”
Wat een blunder, wat een blunder.” Welnee. Welnee.” Want zoals gezegd, een leuke jonge vrouw.
Terug naar de zitkamer. Iets op de televisie. Doet er even niet toe wat.
Iris: “Wat was dat?”
“Iemand van de thuiszorg.” “Wat heb je gezegd?” “Dat ze vijf jaar te vroeg was.”

13/4 Tijs Goldschmidt, Wolven op het ruiterpad. Waarin opgenomen zijn voorwoord bij de brieven van Rudy Kousbroek aan Gerard Reve. Dat boekje heb ik: Seks, natuurlijk, maar vooral orde. Niet eens zo lang geleden verschenen en gelezen (2017), maar al behoorlijk weggezakt. Passages die me toen hebben getroffen (potloodtekens), treffen me opnieuw.
Kousbroek: ‘Nu schijnt de zon weer. Ach wat een misère, wat ben ik begonnen. Al die tijd heb ik permanent het gevoel dat mijn maag is afgebonden, met een baksteen erin; had ik maar een paar uur zonder ongerustheid, vond ik maar eens een gedachte die ik niet eerder heb gedacht, een prettige verrassing.’
Kousbroek: ‘Hoe komt het dat ik zo vaak beroerd droom? En ook als ik wakker ben bespringen mij allerlei niet bestelde gedachten, steeds weer wat nieuws en altijd even ellendig.’
Dit boekje apart gehouden en opvallend op mijn kamer neergelegd — met de bedoeling eens iets zinnigs te zeggen over het verschijnsel wanhoop.
15/4 Misschien dit: dat de ellende die mensen elkaar aandoen niet zelden (maar ook niet altijd) in het niets verzinkt bij de ellende die ze zichzelf aandoen. Dat iemand in dit geval zou kunnen zijn geholpen met het advies zichzelf niet zo serieus te nemen. Wat dan hopelijk niet wordt opgevolgd, want wat een prachtige brieven. Geen mooier literair genre dan dat van wanhoop zonder gevaar of gebrek — bewijst Kousbroek het niet, dan doet Reve zelf het wel. (Wat, bij nader inzien, ook heel mooi kan zijn: mensen die bij groot gevaar of gebrek de moed behouden.)”

 

Koos van Zomeren (Velp, 5 maart 1946)

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

 

De Apennijnen

2

Slechts grijs
licht brandt er de maan, boven de slaap van
azuren Etruriërs, zij verrijst

slechts om stemmen te horen van knapen
vanaf de pleinen in Pienza of Tarquinia…
Zij onthult in de weergalmende, brake

ruggen halfweg de Apennijnen
Orvieto, krap aan de heuvel afgehangen,
omringd door geciseleerd ploegland, een minia-

tuur, en de hemel. Ondanks lange
eeuwen gaaf, Orvieto, daken geperst
binnen stadsmuren, onbestrate stegen,

met de uitgang van het muildier langs vers
stuc over tufsteen.

Klem in de portiek, in het licht van de poort,
langs verkruimeld metselwerk en vervallen
huizen, klimt het dier naar boven voort

met langs de flanken de kuipen roodhelle
druiven, onder het borstbeeld van Bonifatius,
bijna geheel verpulverd, beveiligd

door barokke hoogte in de middeleeuwse
nis van de stadsmuur.

 

Vertaald door Karel van Eerd

 

Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e maart ook mijn blog van 5 maart 2024 en ook mijn blog van 5 maart 2020 en eveneens mijn blog van 5 maart 2019 en ook mijn blog van 5 maart 2018 deel 1 en ook mijn blog van 5 maart 2017 deel 1 en ook deel 2.

Robert Kleindienst

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Kleindienst werd geboren op 4 maart 1975 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Robert Kleindienst op dit blog.

 

Windbachtal

Rauschen mit geschlossenen Augen
als läge man allein am Berg unruhig
scharrt eine Taube vor dem Pool
fliegt auf beim Heulen der Sirene
trügerische Ruhe später
kein Schrei
beim Sprung ins kalte Wasser

 

Gehen im Wind

das Blatt ist nicht mehr festzumachen
an dem Ast geht im Wind verloren
uns hält nichts mehr wir gehen
doch sind Teil davon so wie
auch alles fällt und
fallen wir so
fallen wir
uns zu

 

Herbstaugenblick

früher Reif auf der Parkbank
in Ansätzen wird wieder spürbar
woher der Wind weht der doch
so fremd ist die Hände
halten sich fest noch
und warm
während man zu Tauben
am Strommast blickt
fast schon berührt

 

Afscheid

zo stil als je bent,
heb ik geen andere keus
dan weg te gaan. Water
rimpelt in het meer.
bij ’t achterom kijken
verlaten de tent
wervelende vonken

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Kleindienst (Salzburg, 4 maart 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e maart ook mijn blog van 4 maart 2019 en ook mijn blog van 4 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 4 maart 2007 en ook mijn blog van 4 maart 2008 en eveneens mijn blog van 4 maart 2009.

Abbas Khider, James Merrill

De Duits-Iraakse schrijver Abbas Khider werd geboren op 3 maart 1973 in Bagdad. Zie ook alle tags voor Abbas Khider op dit blog.

Uit: Der letzte Sommer der Tauben

„Die Flammen der Anpassung
Unser Laden liegt dort, wo die Hektik des Basars auf die Stille der Medina trifft. Die Moschee al-Rahman thront über allem, ihre Minarette ein steinernes Mahnmal der Beständigkeit. Doch heute wankt selbst diese Standhaftigkeit. Rauch beißt in den Augen — riecht säuerlich nach verbranntem Stoff und geschmolzenem Kunststoff. Die Basarstraße brodelt: Pick-ups und Eselskarren stehen bereit, während Ladenbesitzer hastig ihre Auslagen sortieren. Als ich fast bei unserem Laden angekommen bin, sehe ich das Feuer und viele Menschen, die sich dort versammelt haben. Drei Männer in schlichten, uniformartigen Gewändern stehen mit Gewehren an den Schultern um das Feuer herum. Ihre Haltung ist starr, ihre Blicke sind streng, eine Aura absoluter Macht umgibt sie. Zigarettenstangen, Poster und Kleidungsstücke werden in die Flammen geworfen. Niemand schreit, niemand protestiert Es ist ein Schauspiel, dessen Premiere alle erwartet haben — der Tag, an dem die Reinheit des Glaubens alle unislamischen Farben und Formen verschlingen soll.
Am Ende der Straße entdecke ich meinen Vater. Er sitzt auf einem niedrigen Hocker vor unserem Laden, den Kopf gesenkt, die Schultern nach vorne gebeugt. Seine Hände ruhen auf den Knien. Die Sonne MIR schräg auf sein Gesicht, schneidet scharfe Linien in die Haut, die einst von Wärme und Stolz geprägt war. Jetzt wirkt er blass.
»Wo ist deine Mutter?“, fragt er, ohne den Blick zu heben.
»Bei Suad. Sie hat Bauchschmerzen. Vielleicht kommt Mutter später.“
»Allein?«
»Natürlich nicht“.
Er nickt kaum merklich, erhebt sich und verschwindet im Laden. Ich bleibe draußen stehen und betrachte das Schaufenster.
Wo einst leuchtende Stoffe und elegante Kleidung die Passanten anlocken, stehen je. Figuren, eingehüllt in Niqabs. Die Puppen wirken wie Gefangene in einem düsteren Albtraum. Ich frage mich, was passieren würde, wenn diese starren Kunststoffgestalten zum Leben erwachten. Würden sie sich auflehnen? In meinem Kopf formt sich eine Geschichte. Onkel Ali wäre begeistert, wenn ich ihm davon erzähl.. Vielleicht würde er mich sogar dazu ermutigen, sie aufzuschreiben.“

 

Abbas Khider (Bagdad, 3 maart 1973)

 

De Amerikaanse dichter James Merrill werd geboren op 3 maart 1926 in New York. Zie ook alle tags voor James Merrill op dit blog.

 

Nog een april

De ruiten flitsen, trillen door jouw spookachtige doortocht
Erdoorheen golft een röntgenachtige helderheid, en ik ben opgestaan
Maar kan niet spreken, me alleen herinnerend dat het de bedoeling was
Om op te staan en niet te spreken. Jonge storm, dit huis is van jou.
Laat onze ogen donker worden, laat je regen komen, de kaars wankelen
Diep in wat nog steeds de beheersing zelf en mij weerspiegelt.
De grote grijze, roestbruine irissen van de dageraad, nederig en trots
Langs jouw pad zullen ze hun voorhoofden in het stof hebben gelegd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e maart ook mijn blog van 3 maart 2020 en ook mijn blog van 3 maart 2019 en ook mijn blog van 3 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Godfried Bomans, James Merrill

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

 

Is het waar…?

‘Is het waar, meneer, dat gij een tijdschrift wilt oprichten?’
‘Ja, dat willen wij.’
‘En hoe is dat plan zo plotseling gekomen?’
‘Dat plan is niet plotseling gekomen. Het is gegroeid.’
‘Mijn hemel, hoe merkwaardig! Wanneer?’
‘Op een avond. Wij zaten bijeen, allemaal begaafde jonge kerels, die wat anders wilden. En opeens begrepen wij, wat het was: een tijdschrift.’
‘Een literair tijdschrift?’
‘Neen. Breder. Een tijdschrift van algemeen culturele strekking.’
‘Bestaan er van zulke tijdschriften niet reeds meerdere?’
‘Niet in de zin, waarin wij het bedoelen.’
‘In welke zin bedoelt gij het dan?’
‘In opbouwende zin.’
‘Wie van U kwam het eerst op dit idee?’
‘Niemand. Op een avond begrepen we, dat het tijd werd, de hand aan de ploeg te slaan.’
‘Uw tijdschrift heet zeker “De Ploeg”?’
‘Zeker. Hoe weet ge dit?’
‘Omdat wij gisteravond ook bij elkaar gekomen zijn.’
‘Begaafde jonge kerels?’
‘Inderdaad.’
‘Wilden zij wat anders?’
‘Ja, dat wilden wij. En opeens begrepen we, dat het een tijdschrift was dat ons ontbrak.’
‘Een letterkundig weekblad?’
‘Neen. Breder. Iets van meer algemeen culturele strekking.’
‘Ik moet U dat afraden.’
‘Waarom?’
‘Er bestaan daarvan reeds meerdere.’
‘Jawel. Maar niet in de zin waarin wij het bedoelen.’
‘U bedoelt toch niet in opbouwende zin?’
‘Zeker, dat bedoelen wij.’
‘Zeg eens, in welk café hebt gij vergaderd?’
‘In De Kring.’
‘Dank U. Wij waren in De Koepel. Er is dus wel degelijk een punt van verschil.’
‘Dat is ook mijn mening. Ik groet U.’
‘Ik groet U evenzeer.’

 

Godfried Bomans (2 maart 1913 – 22 december 1971)

 

De Amerikaanse dichter James Merrill werd geboren op 3 maart 1926 in New York. Zie ook alle tags voor James Merrill op dit blog.

 

Het land van een duizendjarige vrede

voor Hans Lodeizen (1924-1950)

Hier komen ze allemaal om te sterven,
Vloeiend, als in een vierde taal.
Maar voor een jongeman nog niet van hun ras
Was het een waanzin dat je moest liggen

Blind aan één oog en gevoed met
Het bloed van een geboend gezicht;
Het was een waanzin neer te zien
Op de speelgoedstad waar

De glinsterende neutraliteit
Van klok en chocola en meer en wolk
Elke morgen maakte tot iets
Minders dan je kon hebben;

Het doet mij hardop huilen
Om de oude meesters van de ziekte
Die hoog boven je aan een haar het zwaard
Laten bungelen dat, nooit vallend, doodt

En je nog weg wilden lokken van dat sterrenland
Onder de wereld, dat niemand ziet
Zonder een dood, de glans en ’t scherp gewicht
ervan flitsend in zijn eigen hand.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e maart ook mijn blog van 2 maart 2024 en ook mijn blog van 2 maart 2020 en ook mijn blog van 2 maart 2019 en ook mijn blog van 2 maart 2018 en ook mijn blog van 2 maart 2014 deel 2.

März (Georg Heym), Jan Eijkelboom, Franz Hohler

 

 

Maart door Boris Serdyuk, 2024

 

März

Aus der Erde quollen Kräfte,
Die in dunkler Enge schliefen,
In den Wolken gingen Stürme,
Graue Wogen in den Tiefen.

Lange Tage fuhren Winde
Regenschwer vom nahen Meere,
Große Vögel kamen nächtlich
Und verschwanden schnell ins Leere.

Auf dem halbgeborstnen Eise
Schoben sich die schweren Schollen,
Oft wir schraken auf aus Träumen
Von des Stromes dumpfem Grollen.

Sterne glänzten und verschwanden,
Eh wir noch die Schönen schauten,
Fern vom Sturm geläutet klangen
Glocken mit der Märznacht Lauten.

 

Georg Heym (30 oktober 1887 – 16 januari 1912)
Hirschberg in het Reuzengebergte, de geboorteplaats van Georg Heym

 

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

 

Gedragen kleding

1

Hun eens per week gewassen voeten
in veelvuldig gestopte sokken
in eeuwig gepoetste bottines
gingen tweemaal ’s zondags ter kerke
in onwennig statige tred.

Jij, vader, sprong er nog uit
in je dure lakense jas,
je streepjesbroek die
– hoe is het godsterwereld mogelijk –
fantasiebroek genoemd werd
(en misschien nog wel wordt).

Door een broeder werd je berispt
toen jij, op klaarlichte zondag,
een brief op de post ging doen
en daarmee and’ren iiet werken
terwijl het nog sabbat was
(ook droeg je een zomerkostuum).

Tussen dat volk bleef je leven,
goedsmoeds. Ik heb ’t ze nooit vergeven.
Jou wel, maar veel te posthuum.

2

Dan was er die kennis
die niet naar de kerk ging
maar wel steeds de schrift
in het midden bracht.
Hij heeft meer verstand
dan menig predikant,
zo werd van hem gezegd.

Ook hij stapte op zondag
statiger dan anders
maar wandelde liever
– alleen, ongetrouwd –
in ’t lommerrijk stadspark
en sprak dan van ‘deez’ tempel
van ongekorven hout.’

Iedere ketter heeft zijn letter,
zei eens mijn moeder fel.
Zo had ik haar nooit gehoord.
Ik schrok, al bekoorden
zulke snel rijmende woorden
mij wel.

3

Ik heb dat rare geloof
als een jasje uitgedaan.
Ik was nog maar veertien jaar
en voelde mij begenadigd,
als was er een wonder geschied.
Toch, zonder kleerscheuren
is het niet gegaan.
Later kwam het besef:
je bent voorgoed beschadigd,
te nauwer nood gered.

Ik trok geen jas uit
maar een huid en
moest het voortaan zonder doen,
moest achter een
– door de geest uit de fles –
snel opgetrokken rookgordijn
verdwijnen voor wie alles ziet,
ook al bestaat hij niet.

 

Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

 

De Zwitserse dichter, schrijver, cabaretier en liedjesmaker Franz Hohler werd geboren op 1 maart 1943 in Biel. Zie ook alle tags voor Franz Hohler op dit blog.

 

Turicum

Het eerste nieuws
dat ons bereikte
uit Zürich
is
in de 2e eeuw na Christus
de dood van een kind
de kleine Lucius Aelius
zijn vader was een Romeinse hoofdbelastinginner
geld was zeker geen probleem voor hem
hij had een ambt, een vrouw en genoeg te eten
en toch leefde de zoon
niet langer
dan 1 jaar, 5 maanden en 5 dagen
en zijn moeder heette Secundina
en haar verdriet is af te lezen
aan de laatste regel van de grafsteen
parentes dulcissimo filio
de ouders aan hun geliefde zoon.

Vandaag
is het slechts 5 minuten lopen
van de kastelen van het geld
en de winkels van de hoogste douanebeambten
naar de Lindenhof
waar oude mannen
schaakstukken verplaatsen onder de bomen
en soms stopt er iemand
zoals ik
en leest deze inscriptie
en denkt
ook al worden in deze stad
dingen gebouwd, geboord, gegraven en opgehoopt
totdat alles van goud, glas en staal is gemaakt
dan ligt er helemaal onderin
een dood kind
en een verdriet
dat eeuwen zal duren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Franz Hohler (Biel, 1 maart 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn blog van 1 maart 2025 en ook mijn blog van 1 maart 2021 en ook mijn blog van 1 maart 2020 en ook mijn blog van 1 maart 2019  en ook mijn blog van 1 maart 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Bart Koubaa, Howard Nemerov

De Vlaamse schrijver Bart Koubaa (pseudoniem van Bart van den Bossche) werd geboren op 28 februari 1968 in Eeklo. Zie ook alle tags voor Bart Koubaa op dit blog.

Uit: De Brooklynclub

“Al negen maanden zit ik vast. De achterlijke gesprekken met mijn advocaat en het geroddel met Luigi niet meegerekend, heb ik hier al negen maanden gezwegen. Dat wat de mond uit gaat maakt de mens onrein, schrijft Mattheus, en ik kan hem geen ongelijk geven; ik ben liever stom dan blind. Ik ben te oud voor oude liedjes, heb geen zin om me met blabla te rechtvaardigen tegenover onbekenden, maar vandaag, hier op dit bed achter de tralies in Brooklyn, rekt mijn verhaal zich met een lange geeuw uit, trekt het zijn verkleefde oogjes open en zet het zijn lange gekromde klauwen in mijn schouder. ‘Nu ga jij eens goed naar me luisteren,’ fluistert het in mijn oor, ‘meer dan deze zondag heb ik niet nodig om je vrij te spreken. Ik zal je laten zien wie je bent, ik heb genoeg verzameld, je hoeft alleen maar je mond open te doen, ik zal er de woorden in leggen. Het is niet mijn bedoeling om aan je geweten te knagen, ik heb geen zin in spelletjes want ik ken je beter dan jij jezelf kent; ik weet waarom je je dubbelganger vernietigd hebt, ik weet waarom je de naam van je grote liefde op je borst getatoeëerd hebt en waarom je naar Groenland vertrokken bent, maar je hebt jezelf niets te verwijten, verwijten zouden alleen maar een beter mens van je maken. Ik kan je niet beloven dat ik na vandaag nog zal terugkomen, als ik al weerkeer zal het in een andere gedaante, in een andere tijd zijn en hopelijk niet te laat, je kunt maar beter nu met me meekomen… kom, van de hak op de tak,’ en ik grijp me vast aan de pluimstaart en spring terug naar de nacht waarin ik het bewustzijn verloor nadat mij een masker werd opgezet in het bed van Mayer, mijn dubbelganger… …Ik heb me niet verroerd toen er in het appartement ingebroken werd. Ik heb de voetstappen in de hal gehoord, het wachten voor de slaapkamerdeur, de deurklink die naar beneden ging. Ik wist dat Paaluk de kamer binnen kwam en wat hij van plan was. Paaluk was een man van zijn woord, daarom had ik me voorbereid op de verdoving: een gasmengsel met veel CO2 waarmee varkens en runderen onder narcose 1 worden gebracht voordat de halsslagader wordt doorgesneden. En 1 ondanks dat ik ervan overtuigd was dat ik niet ging sterven omdat ik geld waard was, voelde ik me wit wegtrekken in dat grote bed en probeerde ik te reageren zoals ieder normaal mens die in zijn slaap een masker opgezet zou krijgen. Paaluk liep in de val.”

 

Bart Koubaa (Eeklo, 28 februari 1968)

 

De Amerikaanse dichter en literatuurdocent Howard Nemerov werd geboren op 29 februari 1920 in New York. Zie ook alle tags voor Howard Nemerov op dit blog.

 

September De eerste schooldag

II

Een school is de plek waar ze het graan van het denken malen,
en de kinderen malen die het denken moeten beheersen.
Misschien zijn die twee maalprocessen één en hetzelfde,
Zoals Shakespeares toneelstukken uit het alfabet voortkomen,
Zoals de wet van Euler uit de getallen,
Zoals uit het geheel, onlosmakelijk, de levens,

De gekrompen levens die niet bevrijd zijn
Door de wet of door poëtische fantasie.
Maar mogen ze dat wel zijn. Mijn kind is verdwenen
Achter de deur van het klaslokaal. En mocht ik leven
Om het weer te zien verschijnen, een leven verderop,
Dan ken ik mijn hoop, maar ik ken niet de vorm ervan

Noch hoop ik die ooit te kennen. Mogen de vaders die hij vindt
Onder zijn leraren voor hem zorgen,
Meer dan zijn vader ooit kon. Hoe dat eruit zal zien
Weet ik niet, ik hoef het niet te weten.
Zelfs onze tranen horen bij het ritueel.
Maar moge er uiteindelijk grote goedheid uit voortkomen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Howard Nemerov (29 februari 1920 – 5 juli 1991)

 

Zie voor meer schrijvers van de 28e en de 29e februari ook mijn blog van 28 februari 2021 en ook mijn blog van 28 februari 2020 en ook mijn blog van 28 februari 2019 en eveneens mijn blog van 28 februari 2018 deel 2.