Evelyn Waugh, Jamie McKendrick

De Britse schrijver Evelyn Waugh werd geboren in Londen op 28 oktober 1903. Zie ook alle tags voor Evelyn Waugh op dit blog.

Uit: Brideshead Revisited

“I don’t particularly like him myself,” I said.
“Well, he’s always hanging round here, and the stiffer element in college don’t like it. They won’t stand for him at the House. He was in Mercury again last night. None of these people you go about with pull any weight in their own colleges, and that’s the real test. They think because they’ve got a lot of money to throw about, they can do anything.
“And that’s another thing. I don’t know what allowance my uncle makes you, but I don’t mind betting you’re spending double. All this,” he said, including in a wide sweep of his hand the evidences of profligacy about him. It was true; my room had cast its austere winter garments, and, by not very slow stages, assumed a richer wardrobe. “Is that paid for?” (The box of a hundred cabinet Partagas on the sideboard.) “Or those?” (A dozen frivolous, new books on the table.) “Or those?” (A Lalique decanter and glasses.) “Or that peculiarly noisome object?” (A human skull lately purchased from the School of Medicine, which, resting in a bowl of roses, formed, at the moment, the chief decoration of my table. It bore the motto Et in Arcadia ego inscribed on its forehead.)
“Yes,” I said, glad to be clear of one charge. “I had to pay cash for the skull.”

 

Anthony Andrews (Sebastian) en Jeremy Irons (Charles) in de tv-serie Brideshead Revisited uit 1981

 

“You can’t be doing any work. Not that that matters, particularly if you’re making something of your career elsewhere–but are you? Have you spoken at the Union or at any of the clubs? Are you connected with any of the magazines? Are you even making a position in the O.U.D.S.? And your clothes!” continued my cousin. “When you came up I remember advising you to dress as you would in a country house. Your present get-up seems an unhappy compromise between the correct wear for a theatrical party at Maidenhead and a glee-singing competition in a garden suburb.
“And drink–no one minds a man getting tight once or twice a term. In fact, he ought to, on certain occasions. But I hear you’re constantly seen drunk in the middle of the afternoon.”
He paused, his duty discharged. Already the perplexities of the examination school were beginning to re-assert themselves in his mind.
“I’m sorry, Jasper,” I said. “I know it must be embarrassing for you, but I happen to like this bad set. I like getting drunk at luncheon, and though I haven’t yet spent quite double my allowance, I undoubtedly shall before the end of term. I usually have a glass of champagne about this time. Will you join me?”

 

Evelyn Waugh (28 oktober 1903 – 10 april 1966)

 

De Engelse dichter en vertaler Jamie McKendrick werd op 27 oktober 1955 in Liverpool geboren. Zie ook alle tags voor Jamie McKendrick op dit blog.

 

Gij die hier binnentreedt
(naar Antonio Machado)

De diepten van de hel peilen en daar
ministers, sultans en geleerden ontmoeten,
Marilyn Monroe en Cleopatra,
de laatsten zo naakt als op de dag van hun dood:
audiënties verlenen waar het je uitkomt,
en waar niet, je lip optrekken in minachting
of behendig een vuistslag in de nier uitdelen,
in de zekerheid dat je arm krachtig wordt ondersteund..
Je laten rondleiden door iemand die toevallig
Vergilius blijkt te zijn – en je houdt van zijn gedichten..
Schrijven zoals een beitel in steen hakt,
zodat elke zin die je neerschrijft voor eeuwig blijft weerklinken:
LAAT ALLE HOOP VAREN… Ga jij maar eerst.
Nee, echt, ik sta erop – ga jij maar voor.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jamie McKendrick (Liverpool, 27 oktober 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e oktober ook mijn blog van 28 oktober 2025 en ook mijn blog van 28 oktober 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Zadie Smith, Sylvia Plath

De Engelse schrijfster Zadie Smith werd geboren op 27 oktober 1975 in Londen. Zie ook alle tags voor Zadie Smith op dit blog.

Uit: Voel je vrij (North West London Blues)

“De laatste keer dat ik in Willesden Green was, ging ik met mijn dochter op bezoek bij mijn moeder. Het was een zonnige dag. We liepen door Brondesbury Park naar High Road. Toevallig was er die dag `Franse Markt’, een ietwat onwaarschijnlijke markt waar Franse spullen worden verkocht, op het voetgangersgebied tussen het restant van de voormalige bibliotheek, Willesden Library (1894) met de fraaie torenspits, en de nieuwe bibliotheek, Willesden Green Library Centre (1989), een gestrand cruiseschip van rode baksteen, een architectonisch monument dat jaarlijks bijna 500.000 bezoekers trekt. We liepen in de zon door de winkelstraat naar het pleintje — naar de markt. Het was geen wandeling door een lommerrijk laantje in een pittoresk dorpje naar een perfect geconserveerd achttiende-eeuws pleintje. Evenmin was het te vergelijken met een bezoekje aan een van de vele boerenmarkten die je tegenwoordig in Londen ziet, ontstaan op punten waar individuele rijkdom hand in hand gaat met een grote belangstelling voor ambachtelijk bereide kazen. Maar toch was het een gezellig uitje. Op de Franse Markt in Willesden kun je goedkope tasjes krijgen, cd’s met ouderwetse jazz en rock-‘n-roll, paraplu’s en kunstbloemen, snuisterijen, prullen en spullen, die echt niet allemaal Frans van thema of aard zijn. Je kunt er waterpistooltjes krijgen, maar ook stokbrood en bladerdeeggebak, die niet veel meer kosten dan de broodjes bij Gregg’s in Kilburn High Road. Je kunt er ook kaas krijgen, maar dan de redelijk geprijsde, makkelijk herkenbare soorten, zoals brie, chèvre en blauwader, alsof de markt vanuit een armoedige Parijse buitenwijk rechtstreeks over het Kanaal naar Londen is getransporteerd. En misschien is dat ook wel zo, geen idee. Het gaat erom dat de Franse Markt optimaal gebruikmaakt van het betonnen voetgangersgebied voor de bibliotheek Het is sowieso een ontmoetingsplek, maar vooral op marktdag is het er erg levendig. Mensen slenteren rond, praten met elkaar, kopen kaas of niet. Het gaat er heel gemoedelijk aan toe. Je zou bijna vergeten dat High Road maar een paar meter verderop is. Dat is belangrijk Als je op de markt bent, ga je niet naar je werk, niet naar school, je wacht niet op de bus. Je bent niet op weg naar de metro of de supermarkt voor de noodzakelijke boodschappen. Je bent niet in de drukke straat waar zich al deze activiteiten afspelen. Je bent er vlakbij, je hangt wat rond in de openbare ruimte, terwijl het juist de bedoeling is van zulke ruimtes dat er niet gehangen wordt. Iedereen weet dat mensen die voor onbepaalde tijd doelloos in een openbare ruimte rondhangen tot ‘asociaal gedrag’ neigen. En inderdaad, er waren vier zwervers die op een van de merkwaardige uitsteeksels van de bibliotheek een biertje zaten te drinken.”

 

Zadie Smith (Londen, 27 oktober 1975)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sylvia Plath werd geboren op 27 oktober 1932 in Jamaica Plain, een buitenwijk van Boston. Zie ook alle tags voor Sylvia Plath op dit blog.

 

De herfst van de kikkers
Frog autumn

De zomer veroudert, koudbloedige moeder,
Insekten werden schriel en schaars.
In onze moerige stee
Kwaken wij en welken.

De ochtenden gaan loom teloor.
De zon gloeit laat op
In het stikkend riet. Vliegen laten zich niet zien.
De kreek verkwijnt.

De vorst rooft nog de spinnen. De genius
Van overvloed huist zichtbaar
Elders. Ons volk ziet zich jammerlijk
Gedund.

 

Vertaald door Anneke Brassinga

 

Sylvia Plath (27 oktober 1932 – 11 februari 1963)
Portret door Stefania Morgante, 2012

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e oktober ook mijn blog van 27 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Marja Pruis, Andrew Motion

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marja Pruis werd geboren in Amsterdam op 26 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Marja Pruis op dit blog.

Uit: Huiswerk

“Ik lag vannacht in een gouden tent. Van buiten was alleen het licht zichtbaar, een blote borst, een korte kaki broek. Binnen was het warm en zacht, geluidloos.
Ik lees een boek waarvan de verteller zegt niet sentimenteel te zijn aangelegd. Maar wat is ze dan wel?
De eerste keer dat ik op papier ons huis zag, hoe het er vanbinnen zou gaan uitzien, kon ik wel huilen. Ik kijk nog wel eens rond met die blik, alsof ik het voor het eerst zie. Is het geworden wat ik toen op de tekening zag?
Hartog en ik scheurden plaatjes uit van dingen die we mooi vonden. Een kast, behang. Een badkamer alsof we in Brazilië gingen wonen. Ik had een dik boek, met honderd interieurs van over de hele wereld, met op de omslag een kamer met een boekenwand tot aan het plafond. Die wil ik, dacht ik.
Ik heb hem.
Schrijven vanuit geluk, niet vanuit verlangen, ik denk dat dat het moeilijkste is, maar ook wat me te doen staat.
Er werd ingebroken. Wat het extra eng maakte was dat de inbreker nog in huis moest zijn.
Toen ik naar beneden was gegaan, stond mijn vader daar. Het was stikdonker, de ruimte was leeg alsof er nog werd verhuisd. Er zou een televisie verschoven zijn.
‘Ga maar slapen,’ zei hij.
‘Maar wat nou als hij er weer is?’ vroeg ik.
Ik lag onder in het stapelbed, ik was nog maar klein. Dat was het meest onrustbarend, ik was iemand anders, ik had een andere naam. Toen ik in bed lag, dikke dekens op me, was er geschuif in de kamer, iemand die ik kende wist overal van, ze maakte een kast open waar de inbreker uit vandaan kwam, een vrouw met lange zwarte haren, stevige wenkbrauwen. Ze keek me vorsend aan zoals ik daar lag, ze zei iets tegen me, dat ik niks mocht zeggen of dat ik er niks van had begrepen. De pannen op tafel, oma’s brede vriendelijkheid, het lijkt een andere eeuw. Het ís een andere eeuw. Het schilderij met de magnoliatakken hangt hoog aan de mottige muur, ongeschonden en soeverein.
Het hangt nu hier, bij de trap naar boven.
Op een foto uit zonniger tijden staat opa bij de voordeur, met opgerolde hemdsmouwen. Hij staat er fier bij, fierder dan ik me hem herinner. Knap, met een naar binnen gekeerde lach.”

 

Marja Pruis (Amsterdam, 26 oktober 1959)

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog.

 

Dagen van herdenken

Vierde jaar

De avond valt terwijl weer
nieuwe sneeuw neerdaalt die bomen
tot witte vormen halveert
en die mij meedrijft naar

het eind van weer een jaar.
Wat heeft het jou te bieden
dat dit jaar erbij liet zitten?
Je hebt jezelf overleefd,

en brengt mij de wereld weer
die ik kende, zonder de tijd
die wij kwijt zijn; totdat ik vergeet
wat die tijd toch niet geven kan,

kom ik hier steeds eender aan,
geen dode te betreuren,
maar wel leven dat wij nergens
delen buiten jouw kamer,

onze liefde die zich herhaalt
als de sneeuw die ik deze avond
zie wervelen tegen mijn raam,
en die dan vervaagt in het donker.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober ook mijn blog van 26 oktober 2025 en ook mijn blog van 26 oktober 2021 en ook mijn blog van 26 oktober 2018 en ook mijn blog van 26 oktober 2014 deel 2.

Elif Shafak, Andrew Motion

De Turkse schrijfster Elif Shafak (eigenlijk Elif Şafak) werd geboren in Straatsburg op 25 oktober 1971. Zie ook alle tags voor Elif Shafak op dit blog.

Uit: De eeuwigheid in een kort moment (Vertaald door Manon Smits)

“Aan de Seine, Frankrijk 18 april 1855
Als hij deze ochtend wakker wordt flitsen er maar twee gedachten door zijn hoofd: hij gaat de vrouw van wie hij houdt vermoorden, en dat zal hij vandaag doen. Hij kleedt zich aan, langzaam, methodisch. Zijn rituelen kennen een vaste volgorde die hij exact moet aanhouden, ook al is dit geen gewone dag. Als eerste trekt hij een schoon linnen overhemd aan. Dan: een lange onderbroek van katoen, wollen kousen, leren pantoffels — in Constantinopel gekocht tijdens zijn grand tour door de Oriënt, toen hij syfilis en melancholie opliep die sindsdien geen van beide volledig zijn genezen. Hij trekt een fluwelen robe de chambre aan, in de kleur van opgedroogd bloed, en bindt die losjes vast om zijn middel. Op een wastafeltje in de hoek staat een porseleinen kruik met bijpassende kom waaruit hij wat water op zijn voorhoofd spettert. Hij fatsoeneert zijn haar en strijkt zijn snor glad, maar het gezicht dat hem in de spiegel aanstaart ziet er nog steeds zorgelijk en vermoeid uit. Het is lang geleden dat hij een goede nachtrust heeft gehad. Te veel nachtmerries. Meestal dezelfde nachtmerrie. Over haar. Altijd over haar. Hij gaat aan zijn bureau zitten en kijkt door het raam, waar in de verte de zilverige rivierloop meandert. Hij is gefascineerd door de Seine — die grote slagader, vernoemd naar de Keltische godin Sequana —door dat rusteloze zwenken en zwellen waarmee de stroom zijn oevers afkalft, waardoor die zijn eigen herinneringen oplost, eeuwig in gevecht met zichzelf. Tegen de buitenkant van de ruit schrapen de bladeren van de tulpenboom — fluisterend in een taal die hij niet kan verstaan maar die hij dolgraag ooit zou leren. Hij heeft geen idee hoelang hij in die toestand is blijven zitten, verzonken in zijn mijmeringen. Er klopt iemand aan zijn deur, eerst zachtjes, dan harder. Tok-tok-tok. Waarschijnlijk de oude dienstmeid die zijn ontbijt en de ochtendpost komt brengen. Of misschien is het zijn moeder. Ze maken zich allebei zorgen over hem. Ze vinden dat hij zich de laatste tijd vreemd gedraagt, dat hij niet helemaal zichzelf is. Hij beseft dat hij eigenlijk een praatje met ze zou moeten maken — wat beleefdheden uitwisselen om hen gerust te stellen en ze te verzekeren dat alles is zoals het moet zijn. Bovendien moet hij wat eten. Hij heeft niets gehad sinds de kom runderbouillon van de vorige middag, en hij wil de vieze smaak in zijn mond graag verdrijven. Toch wil hij de deur niet opendoen.”

 

Elif Shafak (Straatsburg, 25 oktober 1971)

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog.

 

Gezelschap

II

Daar is hij, het zwakke geluid van zijn voetstap
in de slaapkamer herinnert mij eraan hoe ik
er voor hem uit moet zien – zijn gehoorzame
patiënt die zichzelf niet terug zal krijgen.
Tot op dit moment ben ik zelfs dat niet, niet meer

dan een geest die al zijn bewegingen volgt
op het gehoor. Kamer na kamer wacht ik
tot een vaas met water gevuld is,
een slot dicht klikt en de gordijnen worden
gesloten en vind dan mijn voortvluchtig leven.

Dit is het ene bestaan dat door niets
wordt verloochend, het spoken dat hem nog altijd
verbaast met het wijdopen zetten van
kastdeuren wazig van stof, en met
het schoonwrijven van een raam waarin rijen

stallen staan beneden in het donker.
Hij is omringd door wat hij verloren heeft
en wat ons beiden bespot – een stille boedel
van parodieën die ik completeer door hier
zo alleen naar het licht te liggen kijken

dat langzaam voortdringt over mijn kamerwand
totdat het mij daar vastlegt in de schaduw
waaraan ik nooit ontkom: roerloze handen,
mijn haar, en altijd dit luisterende, ontsierde
gezicht dat hij niet weigeren, niet liefhebben kan.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e oktober ook mijn blog van 25 oktober 2022 en ook mijn blog van 25 oktober 2018 en ook  mijn blog van 25 oktober 2016 en eveneens mijn blog van 25 oktober 2015 deel 2.

Onno Kosters, August Graf von Platen

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

Mijn woestenij

Wat het hier uitstekend doet
zijn kamerplanten, halsreikend
of er hoop is te verliezen
zoeken ze het licht, uitbollend
of ze gefinisht zijn, zonminnend

staan onstuitbaar steeds
de loten uit de aarde op, grijpen
in het midden van de bitterste maand
hun handjes en voetjes zich vast
aan de boord van terracotta potten

Ik zit dat zo te zien omdat ik niets
Mijn land is op orde
rode steenslag donkert
onder diagonaal jagende regen

Twee derde van het toeval is gedaan
meer misschien, ik neem mij in
raak daaromheen aan niemand
verbeurde mijn krediet, verliet
wie ik liefhad, vervreemdde
van me wie mij liefhad, mij vergat
op den duur zich lavend aan wie niet

Deze plaatsbepaling heeft een peildatum
Deze put hier werd geslagen
voor een vorst zonder rijk
voor een vis zonder dorst

Het zwijgen dat ik ertoe doe
doet er niet toe
Niemand die het hoort
vraagt zich nog af
welk mensvormig gat
past om wie het vullen kan
niets met niets verbindend
Ik heb er geen Margate strand
voor nodig, zo ongekend
het helmgras, de vloedlijn

Ik spoelde uit je schoot aan
ik spoel me, de klos
ratelend achter me aan
naar je schoot terug, je schoot
die niet de jouwe is

Ik spel ’m
of ik er iets in lezen kan

 

Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen–Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Dat is vandaag precies 230 jaar geleden. Zie ook alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Tristan

Wie de schoonheid zag met eigen ogen
Is reeds aan de dood ten prooi gegeven,
Deugt voor niets meer in het aards vermogen,
En toch zal hij voor de dood nog beven,
Wie de schoonheid zag met eigen ogen.

Eeuwig zijn voor hem der liefde smarten,
Want een dwaas slechts kan op aard’ verlangen
Te voldoen aan deze drang des harten:
Wie eens door het schone werd gevangen,
Eeuwig zijn voor hem der liefde smarten.

Ach, hij wil wel als een bron verzanden,
Had met de adem gif graag ingezogen,
Wil op bloemgeur bij de dood belanden.
Wie de schoonheid zag met eigen ogen,
Ach, hij wil wel als een bron verzanden.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 

August Graf von Platen (24 oktober 1796 – 5 december 1835)
Tentoonstelling in de Staatliche Bibliothek in Ansbach naar aanleiding van de 230e geboortedag van August Graf von Platen in 2026.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 24 oktober 2018 en ook mijn blog van 24 oktober 2015 deel 2.

Antjie Krog, Masiela Lusha, Willem Bijsterbosch

De Zuid-Afrikaanse dichteres en schrijfster Antjie Krog werd geboren in Kroonstad op 23 oktober 1952. Zie ook alle tags voor Antjie Krog op dit blog.

 

Hoe zeg je dat

Ik weet echt niet hoe ik het zeggen moet
je verwinterde getrimde baard is misschien
te nà, mij voor taal te dichtbij, te kiezelgrijs

ik weet werkelijk niet hoe ik je ouder wordende lijf moet weergeven
zonder de woorden ‘verlies’ of ‘fataal’. Ik heb geen idee
ik weet niet waarom het woord ‘rimpels’ zo banaal klinkt
ik weet niet hoe ouder worden moet klinken in taal

de irissen van je beruchte blauwe ogen
zijn intussen doordesemd geraakt met groen
maar dan stamelender en inniger – twee

blijvende koelten die mij een leven lang liefhebben
mijn wijsvinger trekt je wenkbrauwen na
waaruit haren groeien als bliksemschichten
gezicht dat ik liefheb: gezicht van verwering

als ik je tegen me aandruk voelen je haren als dons
je hoofdhuid verbaast me om zijn textuur – evenals
de lange groeven die van je oren naar je hals lopen

de mond die geniaal aan mootjes hakte rust nu
geurig tegen mijn slaap genadig als brood
je handen laten mijn borsten als glazen donkere
wijn in hun palmen zinken misschien wil ik wel zeggen

dat ik je dikke buik zo sexy vind
dat een erectie tegen de lichte glooiing
mij het water in de mond doet lopen misschien wil ik

wel zeggen dat ik mij voor de eerste keer
kan overgeven aan je dijen vanwege hun weke
witheid, dat ik het zachte lubberen van je billen
liever heb dan de jonge harde opgefokte geilheid

van vroeger het gaat je bij seks niet meer
om jezelf, maar om mij het gaat
je niet meer om de voortplanting, maar je

wijdt je in alle rust aan mij – in
deze schat aan ervaring strek ik me uit. het is
alsof je dieper in me gaat, ik stiller word, alsof we
in alle heelheid klaarkomen. hoe verzet je

je tegen de gemakkelijke smoes die oud worden botweg
tot metafoor van de dood vermomt? hoe
kom je aan de woordenschat van de ouderdom?

 

l’envoi

ik wil een ander leven
waarin ik onbevangen aanraak
en me blijf inzetten
ik heb genoeg van mijn tekortschietende handen
mijn zwatelende brein en snedige tong wil ik niet meer
ik ben moegeswitcht van:
hoe blijf je jong naar hoe blijf je levendig
van hoe blijf je levendig naar hoe heb je lief
van hoe heb je lief naar hoe heb je onbaatzuchtig lief

ik ben het zat een leven lang
een ander leven te willen

 

Antjie Krog (Kroonstad, 23 oktober 1952)

 

De Albanees-Amerikaanse schrijfster en actrice Masiela Lusha werd geboren op 23 oktober 1985 in Tirana. Zie ook alle tags voor Masiela Lusha op dit blog.

 

Een man van veertig

Een man van veertig. Veertig jaar lang een kind.
Zijn ogen zien mij niet, maar zijn moeder.
Zijn verleden. En als een kind dwaalt hij
dwars door de tunnels van zijn eigen tijd.
En is de logica kwijt, en heeft spijt gevonden.
Zijn geschiedenis speelt zich af in zijn ogen,
en zijn vingers spelen met zijn pijn.
Met logica speelt hij niet. Logica
is in het lot van dit kind niet te vinden.
En als een moeder ontferm ik me over hem.
Maar ik ken hem niet – hij lijkt mij wel te kennen,
en kan niet glimlachen. Zijn ogen dwalen slechts
van mijn lippen naar het haar van zijn moeder;
en zonder een woord te zeggen, toont hij zijn polsen.
Zijn mannelijke polsen, met kleine sporen van pijn.
Als ik kon, zou ik zijn polsen kussen.
Als ik maar de helft van de moed had om met zijn pijn om te gaan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Masiela Lusha (Tirana, 23 oktober 1985)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bijsterbosch werd geboren in Vught op 23 oktober 1955. Zie ook alle tags voor Willem Bijsterbosch op dit blog.

 

In de bus

Dode vogels in de sneeuw:
lage huizen en stallen
onder rook van een winter-
vuur ver weg in de velden.

Haar gezicht: been, wit vlees
in een donkere doek geknoopt,
ze moet kaal zijn of bijna.

Gebogen over tas en koffer
waar rabarberstokken en prei
als zieke asters uit puilen,
vliegen haar koortsige ogen
– rond, klein als van vissen –
door de bus, tot ze voorbij
het dorp niemand meer vreest,
ze haar hand, die oude bloem,
ontvouwt, kroonblaadjes plukt,
het zachte stuifmeel wrijft
en over haar zitplaats
strooit voor ze uitstapt
en verdwijnt achter bomen.

 

Willem Bijsterbosch (23 oktober 1955 – 18 januari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e oktober ook mijn blog van 23 oktober 2018 en ook mijn blog van 23 oktober 2017.

Lévi Weemoedt, August Graf von Platen

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

 

VLIEGEND TAPIJT

Ik werd als kind vaak uit de wieg genomen
en daar trok Moeder, steigerend in snoer en slang,
mij op de stofzuiger door heel het onderkomen:
ik reed door grauwheid en ellende, urenlang.

0, ‘k had daareven nog zo prachtig liggen dromen
van Gouden Koets en ruiters die van een rijk bal
een prinsje voerden en thans door de bomen
blij het paleis begroetten met hun hoorngeschal.

Maar hóóg daarbovenuit schalden de vloeken
van Moeder, ging het vloervarken tekeer
over de viezigheid die daag’lijks in de hoeken
klonterde en terugkwam, terugkwam, altoos weer…!

Ik zag het schaam’le kleed, het levensmoe behang
en dacht: ’t zal knokken worden. En de weg is lang.

 

KINDERTONEEL

Al sloeg ik kraaiend op het water,
spett’rend van vreugde in mijn babybad,
diep in mij wist ik: ’t is theater.
Ik was het leven al zó zat!

Er kon geen sprake zijn van later.
Ik had mijn toekomst al gehad.

 

Real time ruzie

’t Is windkracht 10 hier, zware storm.

Het huis buldert en kraakt.
En de veerdienst tussen mijn vrouw

en mij is tijdelijk gestaakt.
’t Is afwachten nu of ik nog tot haar

dan wel zij nog tot mij geraakt.
Maar het fijne daarvan wordt in elk geval

hier op Facebook bekendgemaakt.

 

Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen–Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Venetiaanse sonnetten

XXXI

Wanneer ik weemoed in mijn ziel voel stijgen,
Mag de Rialto met zijn winkels bruisen:
Om niet mijn geest met prullen te vergruizen,
Zoek ik de stilte, die de dag doet zwijgen.

Dan zal ik op een brug het oog vaak neigen
Naar doodse golven, die slechts zachtjes ruisen,
Waar boven muren van verweerde huizen
Een struik wilde laurier buigt met zijn twijgen.

En als ik, staande op versteende palen.,
De blik over de donkere zee laat dwalen,
Waar nooit een Doge nog de echt zal vieren,

Dan stoort me niet in eenzame kwartieren,
Opklinkend uit verwijderde kanalen,
Van tijd tot tijd een roep van gondelieren.

 

Vertaald door Paul Claes

 

August Graf von Platen (24 oktober 1796 – 5 december 1835)
Het grafmonument en de buste van August Graf von Platen in de historische en archeologische tuin van Villa Landolina op Sicilië.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 22 oktober 2021 en ook mijn blog van 24 oktober 2018 en ook mijn blog van 24 oktober 2015 deel 2.

Martin Bril, Alphonse de Lamartine

De Nederlandse dichter, columnist en schrijver Martin Bril werd geboren in Utrecht op 21 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Martin Bril op dit blog.

 

Net

Het zijn weer van die dagen die
Te snel voorbij zijn, altijd moeilijk

Dan is het donker en in alle
Huizen gaan de lichten aan

Om een of andere reden
Loop ik dan altijd net op straat

 

Licht

Je kunt je duizend keer
Hetzelfde verkeerd
Herinneren.
Zo weet ik beslist
Dat de zon scheen toen
Ik voor het eerst
Een vrouw zoende
Tussen haar benen

Toch was het nacht
Of avond op z’n minst
Dat kan niet anders

Ik moet al die jaren
Het licht naast
Het bed voor de zon
Hebben aangezien

Ook is denkbaar dat ik
Die keer verwar
Met een andere
Keer, bij daglicht en later

 

Bij de dood

Meer nog dan een feit
Is de dood een zaak
Van horen zeggen,
Van praatjes en
Beschaamde gretigheid

“Heb je het al gehoord, die en die..”
“Uitzaaiingen overal, reddeloos.”

Dat werk

En in eerste instantie, zeg een half jaar geleden,
heeft die en die dan nog een
Jaar of twee, hooguit drie te leven – 
Best lang, in feite, maar kort
Als je nog jong bent

De tweede instantie dient 
Zich een maand of drie later aan:
Die en die gaat ineens
Heel hard achteruit

“Een half jaar nog op z’n hoogst.”

Het aftellen begint en een enkele grap valt:
Zul je net zien dat die en die iedereen overleeft

Maar nee, natuurlijk niet.

En dan is er de laatste fase: met die en die kan
Het nu iedere dag voorbij zijn

Een zekere stilte komt
Over het leven, tot
Genoemde dag een feit is

En enkel nog even
De eeuwige snik van
Een trombone klinkt

 

Martin Bril (21 oktober 1959 – 22 april 2009)

 

De Franse dichter en schrijver Alphonse de Lamartine werd geboren op 21 oktober 1790 in Mâcon. Zie ook alle tags voor Alphonse de Lamartine op dit blog.

 

De herfst

Ik groet de bomen die hun groen niet konden houden,
wat blaren op het gras vergelend en verdroogd.
De laatste mooie dag! gegroet natuur; uw rouwen
past goed bij mijn verdriet en het behaagt mijn oog.

‘k Laat dromerig mijn stap het pad het bos in dwalen
ik wens voor ’t laatst nog eens in ’t oude woud te zijn,
waarin de bleke zon met zijn verzwakte stralen
maar nauwelijks het stuk vlak voor mijn voet beschijnt.

Ja, op zo’n herfstdag schijnt de wereld te verstillen,
er liggen sluiers om de aanblik der natuur;
het is het afscheid van een vriend, het laatste stille
glimlachen van zijn mond voor ’t nakend stervensuur.

Aldus verlaat ik nu het uitzicht van mijn leven,
en ween om zoveel hoop die met de tijd vervlood;
ik wend mij nog eens om en met jaloerse wrevel
beschouw ik al dat moois waarvan ik niets genoot.

O aarde, o natuur zo schoon en zo verlokkend,
ik schenk u, haast in ’t graf, een traan als eerbetoon.
Hoe zuiver is de lucht, van najaarsgeur doortrokken;
in ’t oog eens stervenden is ’t daglicht wonderschoon.

Nu zal ik ’s levens kelk met al zijn droesem legen,
een beker die mij gal en ook wel nektar schonk,
ik hoop dat toch nog op de bodem is gelegen
een druppel honing in de allerlaatste dronk:

misschien dat desondanks het leven me wou schenken
de komst van een geluk waarop ik niet meer hoop;
een onbekende zou misschien eens aan me denken,
die antwoord geven kan, één uit de grote hoop?

De bloem valt uit: zijn geur blijft in het briesje dralen,
dat is zijn afscheid van het leven en de lucht.
Ik sterf, mijn ziel vliegt met mijn laatste ademhaling,
vervluchtigd als een diep melodieuze zucht.

 

Vertaald door J. P. Guépin

 

Alphonse de Lamartine (21 oktober 1790 – 28 februari 1869)
Portret door Henry Wyndham Phillips, 1848

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e oktober ook mijn blog van 21 oktober 2025 en ook mijn blog van 21 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Hans Warren, Arthur Rimbaud

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Hans Warren werd op 20 oktober 1921 geboren in Borssele. Zie ook alle tags voor Hans Warren op dit blog.

Uit: Geheim dagboek 1945 – 1948 (Deel 2)

“3 jan. 1945 – Het pad daalde naar het bolwerk af; het was met een glazige ijskorst overdekt en we kozen de graskant. Opeens sloeg ik mijn arm om haar schouder, rukte haar naar me toe. Ze wendde haar gezicht af, maar ik greep haar kin, dwong haar me aan te kijken. Ik voelde me geëxalteerd, zei hees: ‘Sibylle hoe kùn je dit doen’ – ik duwde haar toen ruw van me af, ze struikelde op het gladde pad. Zonder haar te helpen liet ik haar de smalle treden van het ravelijn afdalen, terug de stad in. Ik brak doelloos enkele takken van de heesters en volgde haar met die rare slepende benen van me die niet wilden; er viel vermoeidheid over me.
Opeens begon gelijkmoedigheid me te doorstromen, het geluk haast dat volgen kan op aangrijpende emoties. Hoog, bevrijd liep ik naast haar, een koning naast een slavin. Nooit zou ze mij hebben kunnen bereiken, ontslagen was ik van de angst dat haar oppervlakkigheid me in de toekomst onverdraaglijk zou worden.
We waren zelfs te vroeg terug voor de maaltijd. Het was ellendig daarop te moeten wachten. In de warme kamer verloor ik mijn strakheid van geest, het stroeve gevoel bleef beperkt tot mijn gladde, gloeiende wangen. Ik slaagde er in een beleefde conversatie te voeren. Over voorbijgangers op straat, over de vraag of de vleesbonnen al ingeleverd waren. Sibylle zat op de leuning van een fauteuil, vlak bij de haard en zo probeerde met zwakke stem ook wat onbenulligheden te zeggen. Haar mond was vormeloos van verdriet, haar gezicht vertrokkener dan van iemand die voluit schreit.
Ik kon niet eten, bedankte voor alles, verontschuldigde me en ging snel de kamer uit. Ik had geen plaats meer in dit huis, maar ik ging de trap op naar haar kamer, viel neer op haar bed en snikte het uit. Ik liet me helemaal gaan en men liet me gelukkig betijen. Ik waste mijn gezicht, ging naar beneden met een lach om de mond. Ik kon weer praten, eten, en ik deed of ik haar verwijtende blik niet zag.Toen stond zij op om naar boven te gaan.
Ik vond haar terug voor haar kaptafel. Ze keek me vanuit de spiegel aan terwijl ze haar haren borstelde. Ik meende wrevel in haar ogen te zien omdat ik haar nog niet met rust liet. Zo vaak had ik haar gadegeslagen terwijl ze toilet maakte, en ik ging als anders op een lage tafel zitten.”

 

Het moeras

Ik wist, als jongen, een moeras.
Je kon er langzaam in wegzinken
en zou niemand meer tot last zijn.
De zompen, mijn bittere troost
tussen orchis en wollegras, zijn drooggelegd.
Ik weet, als man, niet meer waar ik heen moet.

 

Strookje papier

In een lege ruimte wanhopig gezocht
naar een reepje papier, een pen
om dit op te schrijven. Waarom?
Omdat ik niet zingen kan als een vogel,
huilen als een hond.

 

Hans Warren (20 oktober 1921 – 19 december 2001)

 

De Franse dichter Arthur Rimbaud werd geboren op 20 oktober 1854 in Charleville. Zie ook alle tags voor Arthur Rimbaud op dit blog.

 

De slaper in het dal

Een en al groen, alwaar een beekje klaterend zingt
En stromend speels het gras wat flarden zilver laat,
Waar ginds vanaf de fiere berg het zonlicht blinkt;
Bezie een klein en lieflijk dal dat bruisend straalt.

Een soldaat, jong, blootshoofds en met open mond,
Zijn nek omhuld door frisse blauwe waterkers, ligt
Slapend uitgestrekt, zo maar op de blote grond,
Wat bleek op het groene bed in het plenzend licht.

De voeten tussen de lissen glimlacht hij licht,
Vaag zoals bij een koortsig kind op het gezicht.
Wieg hem, moeder aarde, waar hem van koude vrij.

Geen geurig kruid doet zijn neusvleugels bewegen;
Hij slaapt in de zon, een hand op zijn borst gelegen.
Twee ronde rode gaten in de rechter zij.

 

Vertaald door Paul Claes

 

Arthur Rimbaud (20 oktober 1854 – 10 november 1891)
Portret door Romina Rosati, 2000

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e oktober ook mijn blog van 20 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

David Vann, Jan Wagner, Kristine Bilkau

De Amerikaanse schrijver David Vann werd geboren op 19 oktober 1966 op Adak Island, Alaska. Zie ook alle tags voor David Vann op dit blog.

Uit: Caribou Island (Vertaald door Arjaan van Nimwegen)

“MIJN MOEDER WAS niet echt. Ze was een vroege droom, een hoop. Ze was een plek- Sneeuwachtig, zoals hier, en koud. Een houten huis op een heuvel boven een rivier. Een bewolkte dag, de oude witte verf van de huizen die lichter leek door het opgesloten licht, en ik kwam thuis uit school. Tien jaar, ik liep in mijn eentje, liep door plekken vuile sneeuw in de tuin, liep de smalle veranda op. Ik weet niet meer hoe mijn gedachten toen werkten, weet niet meer wie ik was of hoe ik me voelde. Dat is allemaal weg, uitgewist. Ik deed onze voordeur open en zag mijn moeder hangen aan de dakspanten. Sorry, zei ik, deed een stap terug en sloot de deur. Ik stond weer buiten op de veranda. Zei je dat? vroeg Rhoda. Zei je sorry? Ja. 0, mam… Het is lang geleden, zei Irene. En het was iets wat ik zelfs op dat moment niet kon zien, dus ik zie het nu ook niet. Ik weet niet hoe ze eruitzag toen ze daar hing. Ik weet er niets meer van, alleen dat het zo was. Rhoda schoof dichterbij op de bank en legde haar arm om haar moeder heen, drukte haar tegen zich aan. Allebei keken ze naar het haardvuur. Een metalen scherm ervoor, kleine achthoeken, en hoe langer Rhoda keek, des te meer gingen die achthoekjes lijken op de achterwand van de open haard, door de vlammen verguld. Alsof de achterwand, zwartberoet, onthuld of veranderd kon worden door vuur. Daarna zou haar blik wegglijden en zou het weer gewoon een scherm worden. Ik wou dat ik haar had gekend, zei Rhoda. Ik ook, zei Irene. Ze gaf Rhoda een klopje op haar knie. Ik moet gaan slapen. Morgen een drukke dag. Ik zal dit huis missen. Het was een fijn huis. Maar je vader wil bij me weg, en de eerste stap is dat hij ons naar dat eiland laat verhuizen. Dan is het net alsof hij het nog geprobeerd heeft. Dat is niet waar, mam. We hebben allemaal onze regels, Rhoda. En de vaste regel van je vader is dat hij nooit een slecht mens wil lijken. Hij houdt van je, mam. Irene stond op en omhelsde haar dochter. Welterusten, Rhoda.
’s Morgens sjouwde Irene mee aan al die boomstammen, van de pick-uptruck naar de boot. Die passen nooit in elkaar, zei ze tegen Gary, haar man. Ik moet ze een beetje afvlakken, zei hij binnensmonds. Irene lachte. Dank je wel, zei Gary. Hij had alweer die grimmige, zorgelijke blik die al zijn onmogelijke plannen begeleidde. Waarom bouwen we geen hut van planken? vroeg Irene.”

 

David Vann (Adak Island, 19 oktober 1966)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

herfstvillanella

de dagen raken buiten licht
en een uur duurt vijf minuten.
de bomen speelden hun laatste kleuren.

aan de hemel worden decors gewisseld
te snel voor het kleine drama in ieder van ons:
de dagen raken buiten licht.

jouw grijze jas scheidt jou van de lucht,
een passe-partout voor een zin als deze:
de bomen speelden hun laatste kleuren.

ijsblauwe ramen – op de weerkaarten
van de televisies de duimafdrukken van de lage druk.
de dagen raken buiten licht,

het lege park, de vijver: de eenden worden
aan onzichtbare draden opgerold.
de bomen speelden hun laatste kleuren.

en iemand, die met drie zonnebloemen
door het donker tast, drie zwarte stippen op geel :
de dagen raken buiten licht.
de bomen speelden hun laatste kleuren.

 

Vertaald door Monique de Waal

 

Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijfster en journaliste Kristine Bilkau werd geboren in Hamburg in 1974 en groeide op  in Sleeswijk-Holstein. zie ook alle tags voor Kristine Bilkau op dit blog.

Uit: Halbinsel

„Es war umsichtig von der Ärztin, sofort etwas Beruhi-gendes zu sagen. »Keine Sorge, Ihrer Tochter geht es gut.« Kreislaufkollaps, vermutlich durch Dehydration. Der Sturz habe Prellungen an Kopf und Schulter hinterlassen, sagte die Ärztin. Zur Sicherheit wolle man Linn ein oder zwei Tage im Krankenhaus behalten, um Blutwerte abzu-warten, eine Gehirnerschütterung auszuschließen, ein EKG zu schreiben. Die Ärztin gab mir die Telefondurchwahl der Station und Linng Zimmernummer, sie entschuldigte sich für ihre Eile und legte auf. Linns Handy war ausgeschaltet, es kam sofort ihre Mail-boxansage, ich hinterließ eine Nachricht, dass ich auf dem Weg zu ihr sei. Kurz darauf rief ich ein zweites Mal an, nur um ihre Stimme zu hören. In der Bibliothek gab ich Bescheid, dass ich Urlaub bis Mitte der Woche nehmen müsse, dann buchte ich eine Zugverbindung über Hamburg nach Berlin und weiter nach Nordbrandenburg. Vier Anläufe brauchte ich, bis ich meine Kreditkartennummer ohne Fehler eingetippt hatte. Ich spürte meine Bauchschlagader, ein dumpfes Pochen, das sich seit einiger Zeit bei Aufregung meldete. Ich musste mich beeilen, um den nächstmöglichen Zug nicht zu verpassen, mit dem Auto brauchte ich eine halbe Stunde bis zur Stadt, zum Bahnhof, es war eine lange Fahrt, allein zwei Stunden bis Hamburg. Hastig packte ich meine Reisetasche, erst danach fiel mir auf, dass sich jemand um den Hund kümmern musste. Ich rief bei zwei Leuten an, die ich um Hilfe bitten konnte, doch niemand ging ans Telefon.“

 

Kristine Bilkau (Hamburg, 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e oktober ook mijn blog van 19 oktober 2018 en ook mijn blog van 19 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.