Elly de Waard, Mary Oliver

De Nederlandse dichteres, vertaalster, recensente en popcritica Elly de Waard werd geboren in Bergen (NH) op 8 september 1940. Zie ook alle tags voor Elly de Waard op dit blog.

 

Juli en onverdraaglijk herfstig

Juli en onverdraaglijk herfstig
is de lucht. Zoveel bladeren
van het berkje dwarrelen nu al
in de vroegte samen tegen
de stenen traptreden. Hun geel
vergaderen is verontrustend.

Een koude wind om de hoek valt
van het huis, waar ik al bladerend
in mijn geschriften in de ochtend
zit en huiver en mij niet thuis
voel, toch blijf weigeren
naar elders te vluchten.

En mijn hart is moe en het hangt
als een rood blad aan zijn aderen
en zijn grote geruchten zijn
geluwd, zijn in de koude wind
weggeschuwd en het houdt zich klein
en hurkt weg in voorzichtig zuchten.

 

De dagen houden niet over

De dagen houden niet over
van zichzelf, ze zijn te heet
en er wordt niets in mijn twee handen
omgesmeed; pas onder de sterren

in de smidse van de nacht, die
in een vonkenregen is verstard
flonkert de maan, Hefaistos’ laatste
werk, in de scherven op de muur

als vuurvliegen en vleermuizen
fladderen af en aan, bedienden,
de donkere vloer van het zwerk
vegen zij aan en het stroompje

kabbelt er kalm de krullen uit,
een koele bedrijvigheid, pas
in aandachtigheid opgemerkt;
ik voel mij helder nu en sterk.

 

En in een tijd, waarin een dichter

En in een tijd, waarin een dichter
geworden is tot curiosum, tot
marginaliteit, een tijd ook
waarin talen (als de zijne)
zich vermengen of verdwijnen

toch dichter te willen zijn
van zo’n historisch rijk, maar klein
en koppig taalgebied, dat van
een eigenzinnigheid van zeggen is
en in benoemen authentiek.

 

Elly de Waard (Bergen, 8 september 1940)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Late lente

Eindelijk begint de wereld
te veranderen, de koorts stijgt,
de bladeren ontvouwen zich.

En de spotlijsters vinden
voldoende reden en adem om
nieuwe liedjes te maken. Dat doen ze. Daar kun
je op rekenen.

En de geliefden ontdekken
nieuwe manieren om lief te hebben. Luister, hun ramen staan open.
Je kunt ze horen lachen.

Zonder de lente, wie weet wat er zou gebeuren.
Een heleboel niets, vermoed ik.
De bladeren bewegen nu allemaal
zoals een jongetje roeit en roeit

in zijn houten boot, gewoon om ergens te komen.
Laat, laat, maar nu prachtig en prachtiger.
En wij tweeën, samen — een deel ervan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn blog van 8 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Merijn de Boer, Mary Oliver

De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Zie ook alle tags voor Merijn de Boer op dit blog.

Uit: Nestvlieders

“Andere dolfijnen waren bezig meteen eeuwige sprong door de lucht. Wat mij aan die fontein stoorde, was dat hij een oog moest voorstellen. Mogelijk wilde de architect met zijn bouwwerk het verdriet der dolfijnen aantonen, anders kan ik niet verklaren dat dat water niet uit het spuitgat maar uit het oog van de dolfijn poot. Van de 767 appartementen werden er slechts negen bewoond.
Met hoge verwachtingen gebouwd, maar net op het verkeerde moment. Ik denk nog wel eens aan de investeerders. In weerwil van de vrolijkheid die dolfijnen vaak wordt toegedicht, waren die paar bewoners niet bepaald levensgenieters. Ze waren allemaal alleenstaand en de meesten hadden een, baan die hen verplichtte zo vroeg mogelijk, op kantoor te verschijnen om het pas te verlaten als er geen daglicht meer te bekennen was. Ook in de zomer lukte het ie vaak om in het donker thuis te komen.
Mijn eigen appartement bevond zich ongeveer op de plek waar het spuitgat van de dolfijn had moeten zitten. De eerste maanden dat ik er woonde, was ik net als de anderen alleen thuis in het weekend en ’s nachts, wanneer ik profiteerde van de vijf uur slaap die mijn werkgever me gunde. Ik wist toen nog niet eens <lat er maar zo weinig appartementen bewoond waren. Maar toen ik eenmaal ontslagen was en als werkloos jurist mijn dagen moest zien te slijten met behulp van alle mooie spulletjes die ik voor mezelf had gekocht, begon ik me voor mijn medebewoners te interesseren. De meeste mensen hebben alleen belangstelling voor anderen wanneer die iets voor ze kunnen betekenen.
Maar ook verveling kan een drijfveer zijn.
Op mijn eigen etage woonde verder niemand. Op de twee verdiepingen daarboven ook niet. Als je overdag door de gangen liep en je ging helemaal aan de westpunt van de gang staan, dan kon je te weten komen hoe lang geluid erover doet om driehonderd meter af te leggen. Ik riep iets, bijvoorbeeld ‘ik ben ziel-loo-oos!’, en boorde vervolgens hoe die woorden alle lege kamers langsgingen om te botsen tegen precies zo’n glazen plaat als waartegen ik stond aangeleund. Ook stelde ik me voor dat je er uitstekend kon voetballen, ware het niet dat ik maar één werkloze vriend had, wat betekende dat we alleen landerig een bal naar elkaar konden gaan overschieten. En dat had ik in mijn jeugd al vaak genoeg gedaan.”

 

Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

De reis

Op een dag wist je eindelijk
wat jij had te doen, en begon,

hoewel de stemmen rond je
hun slechte advies bleven schreeuwen,

hoewel het hele huis begon te schudden

en hoewel je de oude trek aan je enkels voelde.

“Heel mijn leven” riep elke stem.
Maar je stopte niet
Jij wist wat jij had te doen

Ondanks dat de wind met haar stijve vingers
Peuterde aan de fundamenten en
Die anderen verschrikkelijk zwaarmoedigheid klonken.

Het was al laat genoeg,
een wilde nacht
En de weg vol met gevallen takken en stenen.

Maar beetje bij beetje
Met hun stemmen achter je
Begonnen de sterren
te branden door het wolkendek
en er was een nieuwe stem
Die je langzaam begon te herkennen als de jouwe
Die je gezelschap hield
terwijl je dieper en dieper
de wereld in trok.

Vastbesloten
Het ene ding te doen dat je kon doen,
vastbesloten het enige leven te redden dat je kan redden

 

Vertaald door Walter Berghoef

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e september ook mijn blog van 7 september 2021 en ook mijn blog van 7 september 2020 en eveneens mijn blog van 7 september 2018.

Christopher Brookmyre, Adrian Matejka

De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

Uit: The Cut

“To be fair, Jerry was surprised that it had taken quite this long for one of the braying posh boys to accuse the weirdo from Dreghorn of being a thief.
From the moment he first rocked up at the halls of residence, he had felt like he didn’t belong, and little that had happened since had disabused him of this notion. It would have been reassuring to learn that everybody felt the same way, being new to uni, new to living away, new to the city, but he felt like he was an absolute beginner surrounded by veterans. Which would have made some sense had they all been second- or third-year students, but so many of his fellow freshers seemed so much more comfortable in their new environment. It was like they had all been on an induction course. Maybe it was a final-year option at posh schools.
He had come back from his morning lecture and was walking through the common area when he detected an energy change in the room. He didn’t need to believe in a sixth sense or any of that pish to know that his presence was the thing that changed it. He immediately felt scrutinized. Had to be that prick Danby. Who the hell had that for a first name? Him and his mates acted like they owned the place, probably because they knew that given enough time, they probably would. Or Daddy would, at least, but when he signed it over to them, they’d tell themselves they had earned it. Born three-nothing up and convinced they’d scored a hat trick.
Danby had been talking to the warden when Jerry walked in. He suspected that wasn’t good.
‘There he is,’ he heard Danby say, before calling out: ‘Hey, you, Rob Zombie, I want a word.’
Jerry had spent years growing his hair into dreads like Chris Barnes, Rob Flynn or indeed Rob Zombie, but he doubted Danby would have recognized any of them. The guy had called him that purely because of what it said on the T-shirt he was wearing.
Jerry just kept walking to his room, where he slung his backpack and his battle jacket on the bed and closed the door. Less than ten seconds later, there was an insistent hammering on it. Even the cadence screamed entitlement.
Part of him wanted to let the fucker stand there, just lock the door and stick on his headphones, but he knew he would only be postponing a problem.
Jerry opened his door, and there, of course, was Danby, with his two wingmen hovering behind, and that lassie Philippa, who was always staring at him like he was a sideshow freak.”

 

Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

Nog een lange weg te gaan

—naar St. Joe Louis Omringd door Slangen (1982), Jean-Michel Basquiat

In de paarse omhelzing tussen avond en nog meer
avond rookten jongens sigaretten tot aan hun muntachtige
uiteinde en praatten over billen als gekke hammen en heupen

als een dreun, hun monden krulden van gretige bewondering en hun levendige
handen vormden de lucht—handpalmen naar beneden en handpalmen naar boven
in halve cirkels van verbijstering. De C-vorm die de tabak

nog gloeiend tussen de vingers maakt, is het dichtst
dat een van deze jongens vandaag bij de heup van een meisje zal komen.
Daarom kapten deze jongens, in dunne hemdjes en hopeloze

shirts, gesprekken gemakkelijk af van ‘Kijk eens hoe ik haar
pak’ tot ‘Kom op, sukkel’, waarbij ze schouders en vuisten
naar elkaar wierpen als kleine superhelden zonder schurken

om tegen te vechten. Geen capes, met blote vuisten. Geen redding van de buurt
ook, want bij elke worp breekt er iets.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e september ook mijn blog van 6 september 2025 en ook mijn blog van 6 september 2019 en ook mijn blog van 6 september 2017 en ook mijn blog van 6 september 2015 deel 2.

Marcel Möring, Adrian Matejka

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

Uit: Het grote verlangen

“Het was een warme zomer, de warmste warme zomer van de eeuw. Negentienzevenenvijftig. Mamma zat in de kelder, tussen de planken met ingelegde komkommers en weckflessen met snijbonen en vaten met zuurkool en flessen gemberbier en lege aardappelzakken en klonten in vetvrij papier verpakte boter en halve kazen en kranen met zuipt-bollen, en ze had een buik als de wereld zelf. Nog nooit was iemand zo dik geweest. Als wij trapten was het alsof er iemand onder haar kleren zat die een poppenspel speelde met haar jurk. Pappa schreef zijn scriptie, de Spoetnik werd gelanceerd, opa had al kanker, maar wist het nog niet, oma zou vijf jaar later sterven, toen John Glenn om de aarde draaide. Negentienzevenenvijftig. Augustus. De warmste augustus in de geschiedenis van de mensheid.’ ‘Dit is mijn herinnering aan ons,’ zei Lisa. ‘Dit zijn wij: jij, Raph en ik, op weg naar buis. Het is een warme namiddag, in de verte worden sloten schoongebrand. Wij lopen naar huis en ik denk: dit komt nooit meer terug. Terwijl wij lopen, denk ik: dit komt nooit meer terug, en ik zie ons als drie vrolijk gekleurde vlekjes in het groen van de laan. Dit is mijn herinnering, maar ik denk ook aan wat later gebeurde, aan het begin van deze laan, toen ik op mijn rug onder een eik lag, badend in schaduwvlekjes, het hoofd in het hoge gras en hij over mij heen. Achterover in het gras, de grote boom boven mij en het zingen van de stilte en mijn lichaam dat gevuld wordt en tegelijkertijd niet. Ik wilde dat hij drie was, die middag, drie keer hij. Ik wilde hem overal. Ze branden de sloten schoon en de schaduw van de boomkruinen glijdt over mijn hoofd en we lopen door de laan en ik denk: dit is mijn herinnering aan ons, aan jou en Raph en mij, en ik weet dat alles verdwijnt, de rook, de avond die gaat vallen, het gras waarin wij hebben gelegen, dat zich weer zal oprichten. Ik kijk naar jullie gezichten, ik ruik de geur van brandend hooi en ik denk: dit is mijn herinnering aan ons.’ Maar er waren geen brandende sloten, Raph was hier ook niet, en hoewel de avond viel zagen wij de zon niet achter de einder zinken. Dit was de plek waar ik woonde, een in steen uitgehakte schoenendoos, anderhalve verdieping pakhuis met kale stenen muren en grijze planken vloeren en afgezaagde stukken pijp die uit de muren steken. Ik was een paar uur geleden met mijn tas vol boodschappen naar boven geklommen, de kale trappen op, in het licht van de met algen begroeide koepel in het dak, en toen ik de deur opende zag ik haar, ineengedoken op de rand van het bed, de benen over elkaar geslagen, in de ene hand een schoteltje met peuken, in de andere een sigaret. Ik stond in de deuropening en keek naar mijn zuster, helemaal aan het andere eind van de kamer, bijna twintig meter van mij vandaan. Ik dacht: wat is ze klein.”

 

Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

Liefdesbriefjes

Houd je van vage beloftes?
Houd je van slecht nieuws in melancholieke vorm?
Helemaal of half, tatoeages die pronken op

samengevoegde ribbenkasten? Vink dit vakje aan en,
als een ademhaling, voel je je grotendeels vervlogen.

Net als een van die vroege opnames, zul je
krakerig en ontmythologiseerd klinken. Onbeschrijfelijk
bekentenisachtig, tot de laatste kwartnoot

een processiehymne wordt. Het komt helemaal goed met jou,
omgedraaid naar de B-kant van het referendum

met de nadruk op dit briefje. Prachtig en geheel binnen
het addendum, als een diepe uitademing
door het slimme deel van een vraagteken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e september ook mijn blog van 5 september 2020 en eveneens mijn blog van 5 september 2018 en ook mijn blog van 5 september 2017 en ook mijn blog van 5 september 2015 deel 2.

Sanneke van Hassel, Adrian Matejka

De Nederlandse schrijfster Sanneke van Hassel werd geboren in Rotterdam op 4 september 1971. Zie ook alle tags voor Sanneke van Hassel op dit blog.

Uit: Milde klachten (Speeltijd)

“Ze ziet hem eerder dan hij haar.
Hij staat in een groepje jongens, iets voorbij de lindes die alweer helemaal geel zijn, en leunt tegen het rek met de schommels. Als ze met haar boodschappentas het plein op stapt, draaien zijn smalle schouders van haar weg – of is het haar overgevoeligheid? In elk geval, hij wil niet mee naar huis.
‘Ik kom.’ Een gemompelde groet, geen knuffel. Haar zoon. Sinds een jaar of wat heeft hij haar het liefst ergens aan de rand van zijn wereld. Vanaf daar mag ze hem een bord eten toeschuiven, een stapel schone T-shirts, een glas cola. De hele dag zit hij op zijn kamer. Als ze er naar binnen wil, moet ze eerst kloppen. Maar af en toe, niet al te vaak, deelt hij een grappig filmpje met haar, rond een uur of tien. Wanneer ze op het punt staat om naar bed te gaan, zakt hij naast haar op de bank, en dan moet ze eindeloos kijken naar dansende koeien, een gezin dat in de keuken perfect synchroon dansjes uitvoert, Obama als YouTuber met een koptelefoon op, een kip die een kipnugget van een bord pikt.
Om de jongens heen liggen stukken hout verspreid, resten van pallets die ze uit de containers trokken. Ondanks corona gaat de renovatie van hun buurt gewoon door. Van afvalhout bouwden kinderen een hut tegen het klimrek.
Op het plein achter hun huis is Mano groot geworden. Ze hoefde maar uit het raam naar beneden te kijken en dan zag ze hem, voetballend, slepend met takken, zich een weg banend door de bosjes in het plantsoen. Tot zijn achtste liep ze met hem mee om de tegels te inspecteren op glasscherven of ander afval dat hem in gevaar kon brengen: halflege bierblikken, zakjes met restjes wiet. ‘Zorg dat ik je kan zien,’ zei ze, zeker tot zijn twaalfde. ‘Ik wil het weten als je met een vriendje mee naar huis gaat.’
Nog altijd houdt ze een oogje in het zeil. Er wonen veel mensen met problemen in deze buurt. Zoals die oudere man op de hoek aan de andere kant van het plein, een tanige Surinamer die haar aan haar vader doet denken. Sommige kinderen pesten hem. Haar zoon niet, voor zover ze weet. Ze gooien steentjes tegen de ramen. Als ze lang genoeg doorgaan, trekt de man de deur open en stormt naar buiten. ‘Hij heeft een kapmes, hij heeft een mes,’ de kinderen stuiven uiteen.”

 

Sanneke van Hassel (Rotterdam, 4 september 1971)

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

De Schaduw Weet Het

Vanaf dag één streven we ernaar
meer te zijn dan de gemiddelde

Neger. Geen van die yassah
baas en watermeloenschil

glimlach voor ons. We willen kwartels
gebakken in boter. We willen

goud waar die spleet tussen onze tanden
hoort te zitten. Duidelijkheid voor de Neger

karikatuur. We willen stijlvolle
kleding, gouden ringen

aan onze vingers als Griekse
architectuur en gouden zak

horloges in onze vestzakken. Meer
vrouwen dan jassen. Witte vrouwen

overal in onze architectuur.
We willen bijzondere en instinctieve

bevredigingen. We willen de hoofdattractie
van het boksen zijn:

de wereldkampioen
zwaargewicht. Als wij opstaan,

staat het hele zwarte ras op
met ons. Als we de top bereiken,

zijn alleen wij het. Geen behoefte aan negers
dan, niet eens aan onszelf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e september ook mijn blog van 4 september 2025 en ook mijn blog van 4 september 2024 en ook mijn blog van 4 september 2018.

Jacq Firmin Vogelaar, Adrian Matejka

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Jacq Firmin Vogelaar (pseudoniem van Franciscus Wilhelmus Maria (Frans) Broers) werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Zie ook alle tags voorJacq Firmin Vogelaar op dit blog.

Uit: Flaubert overschrijven

“Wil de ware Flaubert opstaan – waarschijnlik zou de schrijver van die naam indertijd met een grijns zijn blijven liggen. En wat een genoegen zou hij hebben beleefd (hij die over literatuur meer dacht in termen van prokreatie dan van kreatie) bij het zien van de talloze mutanten van hemzelf die in de eeuw na zijn verscheiden zijn ontworpen: even zovele Flauberts als er lezingen van zijn werk bestaan.
In Nederland staat Flaubert, zoals bijvoorbeeld uit de vertalingen valt op te maken, vooral te boek als schrijver van het klassieke prototype van de realistiese roman, Madame Bovary en Leerschool der Liefde. Voorkeuren worden vaak bepaald door een globale scheiding tussen enerzijds Flaubert de barokke stilist die in woorden zwelgt temidden van zijn overladen (historiese) dekors en anderzijds de slijper van zinnen, de kronikeur van het kleinburgerdom. Voorzover Flaubert in Nederland al gelezen en besproken wordt, gaat het vrijwel uitsluitend om de ‘realist’, de schrijver van het boek over Emma. Hoe men Madame Bovary ook waardeert – en vaak is Flaubert op die roman vastgepind als een geniale gelukstreffer in een verder min of meer mislukt oeuvre -, men mag niet uit het oog verliezen dat die roman voor Flaubert zelf nooit meer dan een stijloefening is geweest, huiswerk hem opgegeven door zijn twee vrienden, Maxime du Camp en Louis Bouilhet, die nadat hij vier dagen achtereen met veel verve de eerste Tentation de Saint Antoine had voorgelezen zijn jeugdig vuur blusten met hun advies, het manuskript maar liever in de kachel te gooien en er nooit meer een woord aan vuil te maken.
Minder bekend is dan ook dat Flaubert, vrijwel ter zelfder tijd als hij door naturalisten werd gekonfiskeerd, een van de eersten is geweest die drasties brak met de ‘regels’ van de realistiese roman. La Tentation (De Verzoeking) is daarvan het sprekend bewijs, ook Salammbô, maar zeker Bouvard et Pécuchet dat als plan, in niet mindere mate dan de versies van De Verzoeking, een onmatige droom is geweest die zijn schrijven veertig jaar heeft geobsedeerd.
Een verdeling van Flauberts werk in symboliese en realistiese teksten verduistert de ambivalenties die belangrijke drijfveren zijn in het werk: de twee bewegingen die steeds tegelijkertijd in het spel zijn – de inkrimping, het wegstrepen, de schoonheid van de leegte en het niets, het verlangen naar de passiviteit van de materie, maar ook de overdrijving, de uitbreiding, de gewelddadige en buitensporige inlijvingsdrang: een permanente aandrang.”

 

Jacq Firmin Vogelaar (3 september 1944 — 9 december 2013)

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

Als je moe bent, doe dan een dutje

Ik heb bruggen of politieagenten nooit gemogen, en er zijn er
meer van allebei in de buitenwijken,
heersend over mogelijkheden als struikelblokken

over trappen. Het blauwwitte paar naast
de kleine gymzaal na het eerste lesuur, schoenveter
verstrikt onder de voet van een nieuwe pestkop. Hij zou

beroofd zijn in Carriage House, maar
niet door mij. Moet kalmeren, anders wordt het erger:
in blauwe pyjama’s & van de gladde zomerrand

geduwd, lange val in het privézwembad, opgedeeld
in drie afzonderlijke strofen: het gespetter en gegiechel van
de meisjes, de uitroep van de zongebruinde badmeester,

en het opspattende water dat aanzwelt,
en zich splitst in twee, gechloreerde luchten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn blog van 3 september 2024 en ook mijn blog van 3 september 2018 en ook mijn blog van 3 september 2017.

Willem de Mérode, Adrian Matejka, Nelio Biedermann

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

Begeerte

Dit is hem zoete zelfzucht van de liefde:
Dat hij zijn daden om een ander doet
(En gaarne zich het noodige ontriefde,
Want elk ontberen is begeerd en zoet),

En weet zichzelven meer en meer beminde,
En voelt rondom zich als het koel geruisch,
Dat, durend en weldadig, de oude linde
Omschaduwd schenkt aan ’t zongezengde huis.

En ziet de effen heemlen van zijn droomen
Van smeltend goud en kwijnend avondrood.
En voelt een wijden avond om zich komen,
En in hem is de avondvrede groot.

Dan vliegt een donkre vogel (zijn begeeren,
Nog wonder vreemd en vaag zonder naam)
En daalt op strak gespannen glanzen veeren.
Hij ziet, en wacht met ingehouden aêm.

 

Pharao

Volkeren hebben zich ontzet gebogen.
Ik nam hun vleesch en bloed, hun moeilijk weenen,
Om aan mijn naam den donkren glans te leenen
Die sloeg uit hun gebroken woedende oogen.

Mijn groote dood werd langzaam opgetogen
Door hun klein sterven, als muurvaste steenen
Stapelde ik hun angsten om mij henen,
En stierf als zij, maar sterk en onbewogen.

Schennende handen van hun vuige zonen
Braken het graf der heilge pharaonen,
Scheurden de wa van hun verdorde leest.

Niets kan de glorie van mijn mummie storen.
Zij staat zoo stil en zeker als te voren
Onder den zwaren bouw van mijnen geest.

 

De ijsbloem

Het vriest, de nevels moeten wijken.
Men stookt in hut en in paleis.
En ’s morgens op de ramen prijken
De wonderbloemen van het ijs.

O flonkertak, o ranke varen,
O tooverspel van vocht en wind,
Uw schitteren, waar wij naar staren,
Wijkt voor den adem van een kind.

Het glas is helder als voor dezen.
Heeft kinderadem zulk een kracht,
Hoe machtig moet Uw Adem wezen,
Heer, die ons reinigen volbracht!

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

16 -maten poëtica

Zo makkelijk als een exquise lijk geparafraseerd
zo gelexicografeerd als een betweter

opgewekt door de dreun van bus 146—
deze 16 zijn voor jullie. Roep

naar de stadszangers die in schuine
lettergrepen schreeuwen op lanen poreus

van slecht gebouwde ornamenten en paardrijdende
monumenten. Deze 16 zijn voor jullie:

regelbrekers en foeteraars, meerlettergrepige
praatjesmakers klaar voor moeders spaghetti

hun enige kans. Ondertussen
ondermijnt het dak tegenover ons

de zonsondergangsskyline en wordt bekroond door
twee metrische ketters gekleed

als kraaien. Een andere koppige dichter
met een Bulls-pet op zijn hoofd rust met zijn ellebogen

op de rugleuning van de bank en vraagt zich af of
het zijn hese verzen zijn of de bleke

straatverlichting die een ellips vormt van
de waarachtige bomen en de onvermijdelijke briesjes.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Zwitserse schrijver Nelio Biedermann werd in 2003 geboren in Thalwil. Zie ook alle tags voor Nelio Biedermann op dit blog.

Uit: Lázár

“Am Rand des dunklen Waldes lag noch der Schnee des verendeten Jahrhunderts, als Lajos von Lázár, das durchsichtige Kind mit den wasserblauen Augen, zum ersten Mal den Mann erblickt, den es bis über seinen Tod hinaus für seinen Vater halten wird.
Es war der Tag der drei Könige – der Wald schluckte das letzte trübblaue Licht. Das Zimmer, in dem der Junge geboren wurde, lag im Westflügel des Waldschlosses, gleich neben dem blaugestrichenen, das nie jemand betrat.
Während die Hebamme in seinem Rücken das Kind wusch, stand Sándor von Lázár am Fenster und suchte das Unterholz ab. Es war ihm, als hätte er etwas im Dickicht verschwinden sehen.
Er stand dort, spürte die Kälte des Glases und tastete mit seinem Blick den Waldrand entlang, ließ ihn über die Rinde der Stämme gleiten und von Baum zu Baum huschen, als sich plötzlich ein Riss in ihm auftat. Sofort fühlte er die altbekannte Angst, die vertraute Panik in seinen Körper strömen und alles überschwemmen – da blinzelte er, und der Riss schloss sich wieder. Erleichtert atmete er auf. Er war nicht wie sein Bruder, nicht wie seine Mutter, nur etwas unruhig war er, was niemanden verwundern durfte, schließlich hatte seine Frau gerade ein Kind geboren, unter dessen transparenter Haut man die kleinen Organe sehen konnte.
Das Abendessen nahm der Baron nur in Gesellschaft seiner sechsjährigen Tochter ein, die sich ganz und gar nicht über die Geburt ihres Bruders freute. Als Ida, das deutsche Kindermädchen, Ilona ins Zimmer geführt hatte, hatte diese das schrumpelige, bläulichblasse und völlig verquollene Geschöpf mit ernstem Ausdruck angesehen, die braunen Augen zusammengekniffen und trocken gesagt: «Es ist sehr hässlich.»

 

Nelio Biedermann (Thalwil, 2003)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn blog van 2 september 2020 en eveneens mijn blog van 2 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

September (Hermann Hesse), W. F. Hermans, Sabine Scho

 

 

A Garden in September door Mary Hiester Reid, 1889-1899

 

September

Der Garten trauert,
kühl sinkt in die Blumen der Regen.
Der Sommer schauert
still seinem Ende entgegen.

Golden tropft Blatt um Blatt
nieder vom hohen Akazienbaum.
Sommer lächelt erstaunt und matt
in den sterbenden Gartentraum.

Lange noch bei den Rosen
bleibt er stehen, sehnt sich nach Ruh.
Langsam tut er die großen
müdgewordnen Augen zu.

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Cawl, de geboorteplaats van Hermann Hesse

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook alle tags voorW. F. Hermans op dit blog.

Uit: Herinneringen van een engelbewaarder

“Zij had een lieve, zachte stem en praatte een zo sterk verbasterd Nederlands, dat het alleen met moeite van Duits kon worden onderscheiden.
Werktuigelijk had hij zijn hoed afgenomen toen hij de koffer neergezet had. Het was een hoed, zoals ze nu in Nederland bijna niet meer gedragen worden, een echte Borsalino met een brede slappe rand, zowel van voren als van achteren neergeslagen en om de bol een zeer breed lint.
Zijn chocoladebruine regenjas zag eruit of hij van peau de suède was gemaakt, maar je hoefde er niet eens zo dicht bij te komen om te ruiken dat het rubber was.
Van de vier kribben waren er drie met tassen en kleren belegd.
Zij zwaaide haar mantel op een bovenbed, de enige krib die nog vrij bleek te zijn van het stel dat het verst bij de patrijspoort vandaan was, de minst comfortabele dus.
Dit ontsnapte niet aan Alberegt’s aandacht, maar hij zei er niets over. Ik las zijn gedachten, ik kon het weten. Hij liep naar een kleine, geheel met mahoniehout ombouwde vaste wastafel, eigenlijk eerder een fonteintje en draaide een van de twee nog maar gedeeltelijk vernikkelde kranen, die vol opgedroogde zeepspatten zat, open. Het lijkt wel of die kraan de pokken heeft, dacht hij.
Er kwam een weinig krachtige waterstraal uit. Dood, vermolmd water. De stroom hield onmiddellijk op, toen hij de kraan, die zich automatisch sloot door een in de knop verborgen veer, losliet. Smerig water, maar het is het enige drinkwater dat ze hebben aan boord van een schip en je dient er zuinig mee te zijn.
Hardop:
‘Moet je hier nu veertien dagen zitten met drie andere wijven…’
Zij legt haar hand op zijn schouder en geeft hem een kusje op zijn hals dat niet nadrukkelijker geweest kan zijn dan de zwakke ademstoot uit haar lippen. Antwoord op zijn woorden, zijn machteloze woorden, waarvan de inhoud geen enkele overeenkomst vertoonde met wat hij werkelijk dacht, maar niet meer kon, laat staan wilde zeggen: je zou helemaal niet op dit schip moeten zijn. Je had niet moeten weggaan. Je had bij mij moeten blijven… Verlaat mij niet.”

 

W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

 

Met een genetkat
“Een bediende zei: Die krijgt schurft.”
R. Musil, Drie vrouwen. De Portugese vrouw, 1924

Wie heeft haar losgelaten?
Nu glipt ze weg

“En ik zal eerst spreken over
de zachtaardige dieren.”

Twee konijnen in pluizige
vorm, met rechtopstaande oren, starend

Hypnotiserend. Dagpauwoog
versteend door konijnachtige blikken

Ook ik voel me al behoorlijk narcotisch
want dit beest kijkt me aan als

De schoothond met een belletje
de gefronste blik roept om wraak

En ik, het indexfossiel, ben zijn man
tot nu toe bleef de diversiteit op afstand

Dat is voorbij, de fronten zijn verhard
nu vallen ze aan, bijten terug en

blijven betoverd in een krasplaatje
dat scheidt, zoals het het ergste voorkomt

Als men de soorten niet tegen zich aandrukt
geplaatst als bedrijvig groot wild

In de faciliteiten van het administratieve district
urbanisme met het gebruikelijke afval, landschap

En voorbijgangers, districting, waar het ego-
neumon leidinggever speelt, dan zou

men niets te vrezen hebben, de soorten
afzonderlijk aangepast, blijft zowel observatie als

contemplatie, een aanbod voor de bieder
dodelijk gereserveerd voor de uitverkoop

De laatste artikelen afgeprijsd, de insecten
gaan alleen samen weg, ja, zelfs de

slak met zijn huisje, staat niet op de lijst,
is inbegrepen, dus gratis, alles moet

weg! Nee, de snuisterijen zijn niet gebruikt
lijkt het. Hoezo, lijkt het? Die zijn echt

handgeschilderd. Blijf uit de vitrine!
Minima Animalia, een licht beschadigd

koopje in de beschutting van voorbijgaande handel
blikvanger en accumulatie van een vakgebied

herverdeeld over een groen veld en “elke
beweging van comfort daarin is door verraad”

Voorbereide, zorgvuldig gerangschikte pluizig-
heid, die iemand zo lang aan het lintje houdt totdat iemand

zich gedwongen voelt en het bij zijn nekvel grijpt
en in het bestaan vergezelt, meesterlijk geschilderd

Bedrijfsintern verveelt een airconditioning-
unit zich, verdwaasd gorgelt hij uit-

stroom, en wat niet verklaard kan
worden, zelfs niet door olieverfschilderijen

blijft bestaan, betwijfelt het stilletjes. Je hebt geleerd
je goed te vervelen, en blijft alleen achter

Schenkt jezelf nog iets in en bent verbaasd
dat je zo kunt leven! Met verf-

brem en een kat, dat is toch gif
voor het dier. Wie iets bezit waar hij

van houdt, wil iets vertellen. Een vleermuis
in de showroom, een leeuwaapje

met een zwart gezicht, geen plek
om te zitten, en nauwelijks tijd voor een

kijkje in de boom, de stamboom,
van kleuren en vormen, staan blijven

Misschien ben je onvrijwillig menselijk
onmenselijk echter uit vrije wil?

Houdt men daarom zijn monster in ketenen,
en draagt een ridder op het te beschermen?

Tegen puberkatjes die het offer-
vaardig lastigvallen en, verdomme,

het niet met rust kunnen laten. Wat dat
nou weer kost! Alleen al het harnas, en

Zonder paard gaat hij er niet eens op in,
met nachtdiensten en doorbetaling

In geval van ziekte heb je er meteen twee nodig,
net als konijnen, en zoals we allemaal weten,

Heb je twee konijnen en wortels?
Krijg je binnenkort meer dan twee konijnen

Je moet wortels kopen, alleen maar
ellende met die beesten!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e september ook mijn blog van 1 september 2020 en eveneens mijn blog van 1 september 2018.

Sander Kok, Wolfgang Hilbig

De Nederlandse schrijver Sander Kok (ook bekend fotomodel) werd geboren in Arnhem op 31 augustus 1981. Zie ook alle tags voor Sander Kok op dit blog.

Uit: Oorlog zonder vrede (Over Lodewijk van Deyssel)

“Het onaniedagboek is een pijnlijk werk, het verslag van een strijd, een kroniek van een serie verloren slagen, een belijdenis van een geloof dat zich niet laat doven. Van Deyssels hoop dat hij ooit door strenge zelfdisciplinering het beest van de onanie zal doden is onaantastbaar als dat van iemand wiens leven zonder het geloof door angst kapot zou gaan. Angst – waarvoor?
De amateurpsycholoog in mij zegt: voor mislukking. Zijn ambities waren te groot voor één mens. Een in het zwart geklede man die met gespreide armen over een bureau met daarop een wereldkaart ligt, dat is Van Deyssel, als je zijn lijst met doelen, op twintigjarige leeftijd opgesteld, erbij pakt. Tientallen boeken zou hij schrijven. President zou hij worden. Zijn kuisheid, zijn strijd, staan die niet vooral in dienst van de zelfsabotage? Als de kunstenaar, het taalgenie, onverhoopt faalde bij het benaderen van zijn bovenmenselijke doelen, kwam dat doordat hij zich onzedelijk betast had, niet door gebrek aan talent. Daardoor kon hij doorgaan met die andere strijd, die van het schrijven.
Van Deyssel is een mislukkingskunstenaar (zoals W.F. Hermans door zijn biograaf Willem Otterspeer werd genoemd). Hij verbeterde zich en sterkte zich en stutte zijn fragiele bouwwerk met de bespijkerde kokers die hij elke avond om zijn polsen bond.
Goed. Maar waarom er een dagboek over bijhouden? En waarom het bewaren? Waarom heeft hij die vierhonderd bladen niet verscheurd of verbrand, voor de dood op zijn deur klopte?
Niet uit nonchalance of verstrooidheid, daar was hij de man niet naar. Van Deyssel had zijn literaire nalatenschap al ruim voor zijn dood geregeld met zijn toen pas zeventienjarige biograaf, Harry G.M. Prick. Het onaniedagboek zat in een scheepskist met het weerdagboek, het slaapdagboek en talloze andere dagboeken. Waarom heeft de bejaarde, trotse Van Deyssel dat ene, schandelijke werkje in de scheepskist laten zitten? Om onze spektakelzucht te stillen? Van Deyssel was wel een beetje een provocateur. Maar toch. Hij was ook trots.”

 

Sander Kok (Arnhem, 31 augustus 1981)

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

treinstation

grijze, grijze, grijze wanorde
vanwaar geen trein vertrekt, waar een gigantische raaf
zwart tussen de rails gaat zitten
treinstation, dat is de koudste plek van allemaal, ’s nachts
slaapt niemand

zie onze gezichten door zonde verscheurd en
wanneer het station vertrekt, zie ons drinken
gevangenschap drinken uit vuile glazen
drinken tot de duivel komt, spreken
tegen niemand en, ouder wordend, ons nog steeds verbazen
over de gedachten van warrig haar

zomer, winter, eeuwen komen voorbij,
ons raken ze niet, zie ons verblijven
in de rook van de razende wachtkamers, een keer
huilen, een paar keer lachen en luisteren
wanneer buiten het raam een dronkaard
als een gek een naam schreeuwt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 31 augustus 2019 en ook  mijn blog van 31 augustus 2018 en ook mijn blog van 31 augustus 2017.

Charles Reznikoff, Wolfgang Hilbig

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Autobiography: New York

XI

“Shall I go there?” “As you like—
it will not matter; you are not at all important.”
The words stuck to me
like burrs. The path was hidden
under the fallen leaves; and here and there
the stream was choked. Where it forced a way
the ripples flashed a second.
She spoke unkindly but it was the truth:
I shared the sunshine like a leaf, a ripple;

thinking of this, sunned myself
and, for the moment, was content.

XII

There is nobody in the street
of those who crowded about David
to watch me
as I dance before the Lord:
alone in my unimportance
to do as I like.

XIII

Your angry words—each false name
sinks into me, and is added to the heap
beneath. I am still the same:
they are no part of me, which I keep;
but the way I go, and over which I flow.

XIV
The Bridge

In a cloud bones of steel.

XV
God and Messenger

This pavement barren
as the mountain
on which God spoke to Moses—
suddenly in the street
shining against my legs
the bumper of a motor car.

XVI

A beggar stretches out his hand
to touch a fur collar, and strokes it unseen,
stealing its warmth for his finger tips.

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)
Cover van een bundel essays over de poëzie van Charles Reznikoff

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

verzoek

laat me een beetje
nog sterven
laat me in de stoel zitten
met mijn hoofd achterover leunen
mijn mond, mijn ogen wijd openen
slap mijn armen laten hangen
in mijn ogen laten
vallen het licht van de lamp dan
uitdoven

laat me
een ogenblik nog sterven
snel voordat jullie
eeuwig leven, eindeloos licht
in de wereld wekken
een heel kort ogenblik nog
laat me sterven, ach,
gun me dat ik
niet vergeet –

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 31 augustus 2019 en ook  mijn blog van 31 augustus 2018 en ook mijn blog van 31 augustus 2017.