Erik Spinoy, Jane Kenyon

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Een nachtmerrie

Koolwitje, zij. Een witte maan ontsluiert en
verbergt de nacht. De lucht is haast onadembaar.
Draadloos loopt ze door het onplezierig labyrint.
Ze schudt als zoetemelk en dwaalt, en dwaalt.

Meekraplak rozen bloeien om de oude Prachtbau.
In tempelgroene wingerd gaat het museum schuil.
Rood Knossos lijkt wel Guggenheim. Eénzelfde parasol,
bordeaux van kleur, beschaduwt Adolf, Plato,
captain Kirk. Zo draait in elke zaal
een tafereel dat steeds, bij nadering,
wordt uitgewist.

Zo boos een firmament. Eerst zingt Marie,
dan treedt hij op: de glimmend zwarte faëton
in wie haar stem ontslaapt, na oorverdovend roepen.

Is het een slederit? De Spessart, onder verse sneeuw.
Rondom een bergland oogwitwit. Sneeuw vlokt alleen
om nooit omhoog te gaan. In angst: ‘Marie! Marie!
Houd je goed vast!’ De stem houdt bij de lippen stil.
Een diepte gaapt. Dan gaat het steil bergaf, opeens.

 

Aurora in de herfst

April niet, en geen vogel met gevorkte staart.
Susette zit. Het slot roest dicht, het spoor
bewijst haar niet. Geen dotterbloem of espeblad
bevrijdt en bindt haar ook. Een geel juweel
wordt ganz umsonst gepoetst. Om niets glimt
het azuur.

Augustus niet. Geen leeuwerik die klimt en het
voor haar begeeft. Ze schrijft, terwijl ze door
de zeef van herfsten gaat. Afwezig werkt een spin
aan zilverdraad. Haar ochtend gloort van nevel. Dood
gaan voortdurend varens.

Ze schrijft. Haar letter vangt wat hij verliest,
de pen herhaalt: Hier – weg! Hier – weg! Aurora
is ze, zuster van de maan. Titonus werd (de man
uit Bern) als stro door vuur verteerd. Vergrijsd
dronk hij de ambrozijn, tot hij een sprinkhaan werd.

(Steeds kwelt Susette een onbestemde dorst.
De bekers zijn met goud gevuld. Haar hand
beklemt een ruit van blauw, onbreekbaar glas.)

 

Een dag op het land

(Dit is geweest.
Een koets ontvoert haar uit ‘Het witte hert’.
Een wolk van stof waait op en gaat terneer.
Gontard, de stad getrouw, telt reukloos geld
en buigt voor lakenhandelaars.)

Susette woont op de Pinksterwei, en lijkt wel uit
de doden opgestaan. Weer etst ze zich een Eden
aan de Main. Opent de rozen om het huis, legt mist
in de kastanjelaar. Slurpt mensenschuwe rust. En eet
een laat ontbijt met hem, in het jasmijnprieel.

Damast, waarbij de glans van zilver hoort.
Een blik, versteend bij haar entree. Maar zij
ontwijkt het oog en loopt vertraagd de kamer in.
De crinoline weegt als zink, terwijl ze ziet:
een lauw, doorzond prieel, gordijnen open op
een gletsjerblauwe dag. Op tafel rinkelt
vliesdun Meissner-porselein. Dan zit ze, schept
drie lepels suiker in haar thee. Wat zoet is
lijkt, per definitie, goed voor haar.

‘U schrijft, mijnheer?’ Bloedjong is hij
in Frankfurts middenstand, een dichter met
het marmeren lijf en wezen van een Phidias.
(Een rode mist trekt daarom voor haar ogen.)
Toch schijnt hij bang, en zonder moed op haar.

Maar onderhoudend wel. Geen Klopstock, Schiller
doet het hem ooit na. Boven de sterren zwijgt
de golfslag van de strijd. Al eeuwen had hij haar
van ver gekend. Voor hem is zij Urania. En dit
gesprek: de Rijn die uit zijn bedding breekt.
Nou goed, dat klinkt alvast niet gek.

 

Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Koekje

De hond heeft zijn bak leeggegeten
en zijn beloning is een koekje,
dat ik in zijn bek stop
als een priester die de hostie aanbiedt.

Ik kan die kop vol vertrouwen niet uitstaan!
Hij vraagt om brood, verwacht
brood, en ik met mijn macht
had hem een steen kunnen geven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)
Met haar hond Gus

 

Zie voor meer schrijvers van de 22e mei ook mijn blog van 22 mei 2020 en eveneens mijn blog van 22 mei 2018.

Gabriele Wohmann, Robert Creeley

De Duitse schrijfster Gabriele Wohmann werd op 21 mei 1932 in Darmstadt geboren als Gabriele Guyot. Zie ook alle tags voor Gabriele Wohmann op dit blog.

Uit: Hebzucht (Vertaald door Klaus Siegel)

“Gisteren is het gebeurd. We kunnen het nog steeds niet geloven, vader en ikzelf. Vader dat is mijn man. We noemen elkaar vader en moeder, omdat we vinden dat zoiets ons des te inniger tot een gezin aaneensmeedt en op den duur zijn vruchten af zal werpen. Vaderlijke autoriteit en moederschap – zoiets ga je toch niet ondergraven door een willekeurige voornaam te gebruiken. Als je een kind er op tijd van doordringt: dit is moeder, en niets anders dan moeder en niet zekere Lucy, Margot, Elsbeth, of noem maar op, dan zal dat vast en zeker invloed hebben op het instinct en zo; tenminste zo denken wij erover. Wij zijn waarachtig niet het soort mensen dat bij de dag leeft. Hoeveel families zie je niet om je heen, waarin de bejaarde ouders het moeten stellen zonder de alleszins gerechtvaardigde dankbaarheid van hun kinderen. Anders uitgedrukt: in tehuizen of in andere oorden zie je ze terugvallen op de hulp van derden. Is het gek dat vader en ik vinden dat die beklagenswaardige mensen – dat wel – hun lot per slot van rekening aan zichzelf hebben te wijten. Je moet je kind vanaf de eerste dag – ik zou haast zeggen: zó uit de moederschoot – opvoeden tot dankbaarheid. Tenslotte schenk je hun toch maar het leven, anders gezegd: een geschenk, waarvan je maar moet afwachten hoe het uitpakt. De liefde voor vader en moeder kun je nog het beste vergelijken met de terugbetaling van een schuld, maar van een prachtschuld, ik zou haast willen zeggen van de mooiste schuld die er bestaat.
Gisteren is het dus allemaal gebeurd. Ik begrijp er nog steeds niets van.
Vader, die ik trouwens erg bewonder, komt er klaarblijkelijk eerder overheen – tenminste dat denk ik, want dat hij nu alweer aan de gang is gegaan met nieuwe ideeën voor grootmoeders testament, diep erover heen gebogen, op kladjes krabbelend en belust op veranderingen, dat hij dat doet en op die manier ons gezinsleven verrijkt met het uitzicht op een erfenis, daarop heeft zijn verdriet, terwijl hij toch Koens vader is, kennelijk geen invloed. Als het nu maar bij verdriet bleef; behalve dat zijn we allemaal ook erg verbolgen, heel erg verbolgen.
Verschrikkelijk gewoon. Alles liep tot nu toe zo gesmeerd. Speciaal sinds ons dochtertje Gitti, werd geboren, de beloning voor vier zoontjes. Gittekind is werkelijk nog schattiger dan we hadden durven dromen. En bovendien gewoonweg ideale peetouders.”

 

Gabriele Wohmann (21 mei 1932 – 22 juni 2015)

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Later

Als ik de hand
(mijn hand) kon leggen
op een klein stukje
ervan – dat vlees is

noch vis noch gevogelte.
Jij niet, Harry. Niemands
moeder – of vader,
of kinderen. Ik

niet, hoor. Niet
aarde, lucht, water –
geen geest, geen tijd.
Geen eilanden in de zon.

Geld wil ik niet.
Niet meer ruimte
dan een ander –
ik ben hier niet

in m’n eentje. Maar
als je me iets wilt
geven voor Kerstmis,
ik blijf in de buurt.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e mei ook mijn blog van 21 mei 2025 en ook mijn blog van 21 mei 2021 en ook mijn blog van 21 mei 2020 en eveneens mijn blog van 21 mei 2019 en ook mijn blog van 21 mei 2018.

Tommy Wieringa, Robert Creeley

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa werd geboren in Goor op 20 mei 1967. Zie ook alle tags voor Tommy Wieringa op dit blog.

Uit: Mijn moeder & ik

“Mijn moeder groeide op waar de Rijn ons land binnenkomt, in Tolkamer. Haar autoritaire vader was douanier, haar moeder had een zwak hart en lag vaak op de bank. Het onstuimige karakter van mijn moeder zorgde in haar jeugd al voor conflicten. Als tiener werd ze daarom naar een instelling voor gemankeerde jongens gestuurd, waar ze zonder noemenswaardige opleiding groepsleidster werd. Het was een manier om haar het huis uit te werken.
Door mijn vader te trouwen, kon ze ontsnappen aan die omstandigheden. Ik weet niet of het echt liefde was, ze waren voor elkaar misschien eerder een paspoort naar een ander leven. Mijn vader wist niet wat hem overkwam: hij was onzeker en brildragend en had opeens zo’n flamboyante meid aan de haak.
Twee jaar nadat ik werd geboren, emigreerden ze naar Aruba. Mijn vader ging daar lesgeven, mijn moeder leidde er het leven van een expatvrouw. Die jaren hebben onlangs met terugwerkende kracht kleur gekregen dankzij de brieven van mijn moeder, die ik op haar uitvaart van een vriend van haar kreeg. Een doos vol dichtbeschreven luchtpost, die ze hem destijds stuurde.
Het was een ontremde toestand, daar op Aruba: mensen gingen er getrouwd heen en kwamen bijna zonder uitzondering gescheiden terug. In haar brieven beschrijft mijn moeder de losbandige feesten. Mijn vader deed nog aan huwelijkse trouw, maar mijn moeder nam het ervan. Ze is altijd roekeloos geweest, niet alleen op seksueel vlak. Ze reed steevast veel te hard en verspeelde kapitalen door te investeren in krankzinnige, idealistische projecten.
Als moeder van mijn zus, mij en ons uit Colombia geadopteerde zusje was ze grillig. Haar temperament kon vlug verschieten van enorme woede naar grote liefheid. Ze was geen traditionele moeder, van een echte opvoeding was eigenlijk niet zozeer sprake. Meer een laisser-faire.
Op mijn negende keerden we terug naar Nederland – ik had mijn heup gebroken en die kon alleen hier worden gerepareerd. Twee jaar daarna scheidden mijn ouders. Aanvankelijk nam mijn moeder niet alleen alle kinderen maar ook de volledige inboedel mee, mijn vader hield het huis. Zij trok in de woning van haar nieuwe man. Ik vond het daar unheimlich, had geen zin in het nieuwe bestaan dat me werd opgedrongen, en besloot bij mijn vader te gaan wonen.”

 

Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Het reclamebord

Hoe zwijgzamer de mensen zijn
hoe langzamer de tijd verstrijkt

tot er opeens een eenzame man
zit in de gedaante van de stilte.

Schreeuw dan tegen hem, kom hier
idioot dat ding gaat ontploffen.

Een gezicht dat geen gezicht is
maar de trekken ervan, over

een gezicht geplakt tot dat gezicht
z’n gezicht heeft verloren, antwoordt

door alleen niets te zijn
daar waar een man was.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e mei ook mijn blog van 20 mei 2023 en ook mijn blog van 20 mei 2020 en eveneens mijn blog van 20 mei 2019.

Jodi Picoult, William Michaelian

De Amerikaanse schrijfster Jodi Lynn Picoult werd geboren op 19 mei 1966 in Nesconset op Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Jodi Picoult op dit blog.

Uit: De andere zoon (Vertaald door Henk Popken)

“Overal waar ik kijk, zie ik sporen van een gevecht. De post ligt verspreid over de keukenvloer; de stoelen zijn omgevallen. De telefoon is uit zijn houder geslagen en de batterijen bungelen aan een navelstreng van draden. Er is slechts één vage voetafdruk te zien op de drempel naar de woonkamer en die wijst naar het dode lichaam van mijn zoon, Jacob.
Hij ligt als een zeester uitgespreid voor de open haard. Zijn slapen en handen zijn overdekt met bloed. Ik kan even niet meer bewegen, niet meer ademhalen.
Plotseling komt hij in zittende houding overeind. ‘Mam,’ zegt Jacob, ‘je probéért het niet eens.’
Dit is niet echt, houd ik mezelf voor, en ik kijk hoe hij weer in precies dezelfde houding gaat liggen – op zijn rug, zijn benen naar links gedraaid.
‘Eh, er is gevochten,’ zeg ik.
Jacobs mond beweegt nauwelijks. ‘En…?’
‘Je bent op je hoofd geslagen.’ Ik zak op mijn knieën, zoals hij me al honderd keer gezegd heeft te doen, en zie nu de elektrische klok die normaal gesproken op de schoorsteenmantel staat en nu half onder de bank uitsteekt. Ik raap hem snel op en zie bloed op een hoek. Ik raak met mijn pink de vloeistof aan en proef ervan. ‘O, Jacob, je gaat me toch niet vertellen dat je weer al mijn stroop hebt opgemaakt…’
‘Mam! Concentreer je!’
Ik laat me op de bank zakken en houd de klok in mijn handen. ‘Er kwamen dieven binnen en jij hebt ze verjaagd.’
Jacob gaat met een zucht zitten. De stroop heeft zijn donkere haar mat gemaakt. Zijn ogen glinsteren, hoewel ze mij niet echt aankijken. ‘Denk je nu echt dat ik twee keer dezelfde plaats delict zou opzetten?’ Hij doet zijn vuist open en ik zie nu voor het eerst de pluk strokleurig, zijdezacht haar. Jacobs vader is een vlaskop, althans, dat was hij toen hij vijftien jaar geleden wegliep en mij achterliet met Jacob en Theo, zijn gloednieuwe, blonde broertje.”

 

Jodi Picoult (Nesconset, 19 mei 1966) 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver William Michaelian werd geboren op 20 mei 1956 in Dinuba, Californië. Zie ook alle tags voor William Michaelian op dit blog.

 

Ik denk aan andere dingen

Wanneer bloemen
en bladeren
onze
composthoop sieren,
denk ik aan
andere dingen
die we achter ons hebben gelaten.

Ze liggen diep begraven,
maar ze lijken nooit te sterven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Michaelian (Dinuba, 20 mei 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e mei ook mijn blog van 19 mei 2025 en ook mijn blog van 19 mei 2020 en eveneens mijn blog van 19 mei 2019 en ook mijn blog van 19 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

W.G. Sebald, Omar Khayyam

De Duitse schrijver W.G. Sebald werd geboren in Wertach (Allgäu) op 18 mei 1944. Zie ook alle tags voor W. G. Sebald op dit blog.

Uit: Schwindel. Gefühle

„Im Übrigen schreibt Beyle, es sei selbst da, wo man über lebensnähere Erinnerungsbilder verfüge, auf diese nur wenig Verlaß. Nicht anders als die großartige Erscheinung des Generals Marmont in Martigny, vor Beginn des Aufstiegs, habe, unmittelbar nach der Überwindung der schwersten Strecke des Wegs, der Abstieg von der Paßhöhe und das gegen die Morgensonne sich öffnende St. Bernhardstal einen in seiner Schönheit unauslöschlichen Eindruck auf ihn gemacht. Er sei damals aus dem Schauen überhaupt nicht mehr herausgekommen, und fortwährend seien ihm dabei die ersten italienischen Worte — quante miglia ci sono da qui a Ivrea und donna cattiva — durch den Kopf gegangen, die ihm tags zuvor ein Pfarrer, bei dem er einquartiert war, beigebracht hatte. Beyle schreibt, er habe lange Zeit in dem Glauben gelebt, sich an diesen Ritt in allen Einzelheiten erinnern zu können, insbesondere an das Bild, in dem sich, bei schon abnehmendem Licht, die Stadt Ivrea aus einer Entfernung von etwa einer dreiviertel Meile ihm zum ersten Mal dargeboten habe. Wo es aus dem breiter werdenden Tal langsam in die Ebene hinausgeht, lag sie, etwas zur Rechten, während links, in die Tiefe der Entfernung hinein, sich die Berge erhoben, der Resegone di Lecco, der ihm später noch soviel bedeuten sollte, und ganz im Hintergrund wohl der Monte Rosa.
Es sei, schreibt Beyle, für ihn eine schwere Enttäuschung gewesen, als er vor einigen Jahren bei der Durchsicht alter Papiere auf eine Prospetto d’Ivrea untertitelte Gravure gestoßen sei und sich habe eingestehen müssen, daß sein Erinnerungsbild von der im Abendschein liegenden Stadt nichts anderes vorstellte als eine Kopie von ebendieser Gravure. Man sollte darum, so rät Beyle, keine Gravuren von schönen Aus- und Ansichten kaufen, die man auf Reisen sehe. Denn eine Gravure besetze bald schon den ganzen Platz der Erinnerung, die wir von etwas hätten, ja, man könne sogar sagen, sie zerstöre diese. An die wundervolle Madonna von San Sisto beispielsweise, die er in Dresden gesehen habe, könne er sich bei aller Anstrengung nicht mehr erinnern, weil sie von der Gravure, die Müller von ihr gemacht habe, überdeckt worden sei, wohingegen er nach wie vor die miserablen Pastelle von Mengs aus derselben Galerie, von denen ihm nie und nirgends eine Nachzeichnung untergekommen sei, auf das deutlichste vor Augen habe.”

 

W.G. Sebald (18 mei 1944 – 14 december 2001)

 

De Perzische dichter Omar Khayyám, of zoals zijn arabische naam luidt, al-Imâm Abu Hafs ‘Omar ebn Ebrâhim al-Khayyâmi, werd geboren op 18 mei 1048 te Nishapur. Zie ook alle tags voor Omar Khayyám op dit blog.

 

 Ik scheidde; onverstand was allerwegen,
van al mijn parels werd niet één geregen.
De dwazen! honderd dingen, nooit beseft
en nooit bereikt, zijn in mij doodgezwegen.”

 

Vertaald door  J. H. Leopold

 

Omar Khayyam (18 mei 1048 – 4 december 1131)
Standbeeld in het Laleh Park in Teheran

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e mei ook mijn blog van 18 mei 2025 en ook mijn blog van 18 mei 2020 en eveneens mijn blog van 18 mei 2019 en ook mijn blog van 18 mei 2018 en eveneens mijn blog van 18 mei 2014 deel 2.

Lars Gustafsson, Markus Breidenich

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

GLADHEID

Hier heerste de stille gladheid
die door één enkele slag van een roeispaan verstoord kon worden.
Jaargetijde dat langzaam afkoelt.
Het geluid van een ketting die losgemaakt wordt
en op de bodem van een roeiboot gelegd.
En uit angst om die heel bijzondere uitgestrekte rust
van de waterspiegel te schaden
hield ik mijn roeispaan zwevend in de lucht.

 

VOORN

Was het ongebruikelijke woord
waarnaar ik zocht in mijn droom
en dat ik met geen mogelijkheid kon vinden.

Ik werd wakker
uit een droom over een vis
met rode ogen

eenvoudig te vangen met wat fijngekauwd brood
aan een gebogen speld.
Een voorn, doodsoorzaak van

Yvonne, Prinses van Bourgondië,
en zo veel trager dan de elegante marenen,
deze danseressen van het warme kustwater.

Ja, deze droom was vervuld
van schoonheid en dans.
En niemand ter wereld wist

dat de voorn voorn heet.

 

HET PARADIJS

Het moeras, verboden te betreden
Gevaarlijk diep met kattenstaart en waterplanten.
De salamanders die wij vingen
en ‘waterhagedissen’ noemden.

Ze zouden wratten op je vingers veroorzaken.
Omdat ze zelf vol wratten zaten.

Vast en zeker uitgestorven nu. Wie kan het wat schelen?
Plotseling was het joch twintig jaar.

Voor hem lag het lange leven.
Als de Kurlandse vlakte.

De beek. De salamanders.
Wij waren het die alles wegnamen

Niemand anders.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Lars Gustafsson (17 mei 1936 – 3 april 2016)

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Uit de Bronstijd

Vaak ben ik onzichtbaar, en jij weet niet
wat het betekent om aan de sneeuwwolken
eer te bewijzen. Ze zijn druk met het
balsemen van de velden in de weer.
Linnen lakens zijn in hun bezit. Mijn
huid raakt bij elke gelegenheid
ijskristallen aan en wordt gemakkelijk glad. Waar
handen bevriezen, blijft donker weefsel
achter, dat in het binnenste van gletsjers
verdwijnt. Mijn wapens zijn bot,
de vacht op mijn rug is weggesleten.
Je kunt uit de houding van mijn armen iets
onverschilligs afleiden en uit de taal
van de straalstromen mijn autobiografie. Ik ben
de stille getuige van mijn aanwezigheid. Je vindt
me vaak bij de rotstuinen boven de weilanden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn blog van 17 mei 2021 en eveneens mijn blog van 17 mei 2018 en ook mijn blog van 17 mei 2015 deel 2.

Paul Gellings, Adrienne Rich

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook alle tags voor Paul Gellings op dit blog.

 

La roche des fees

Schemerig tussen de bomen het beeld van wat
zich hier heeft voltrokken: een kracht
voorbij alles perste, perste, perste –
dit monument moest en zou uit de aarde!

Wat ooit wel begrepen zal zijn, want
heel licht trilt van binnen nog iets
als herinnering aan de dagen, waarop
aan haar voet overdadig gefeest werd.

Zoemend de middag, sjirpend de avond;
wanneer de stem van dit oeroude
land goed wordt verstaan, dan

valt samen met steen avontuur te
beleven. Van zang. Dans. Ranke
enkeltjes. Zaad in het gras.

 

Avallon

Waar karakter begint. Huizen langzaam
tegen een helling ontstaan. Steeds
dichter aaneengegroeid, terras voor
terras naar boven geklommen in

buurten zichzelf overschaduwend
tot vlak aan de vesting. Daar,
in de stilte van de eenzaamste
slaap, kraakt zonlicht in grind.

Smeult onder de platanen altijd nog
angst voor beleg en snelt schor
een klokslag voorbij om meteen

in het zwarte gat van een steeg
te verdwijnen. Karakter begint
waar de wereld zich opdringt.

 

Huwelijk

Wij proberen nu de tijd tussen twee
ringen in te klemmen, met bloed het
kind besmeurd, uitgewoond het grote
huis, een spinneweb door ons opnieuw

gespannen en voorzien van wingerd
op het zuiden. Een lange zomeravond
doorkruist hier de seizoenen, wij
leven binnen, buiten, door elkaar.

Haast is dan ook verre van geboden,
al glijden de dingen weg uit ons
bestaan: het kind allang gewassen

en op reis, terwijl wij achterblijven
met de vraag aan welke hand de ene
ring zich even bij de andere voegt.

 

Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

Cartografieën van de Stilte

1.
Een gesprek begint
met een leugen. En iedere

spreker van de zogenaamde voertaal voelt
de ijsschots splijten, uit elkaar drijven

zogezegd machteloos, als vechtend
tegen een natuurkracht

Een gedicht kan
een leugen bevatten. En verscheurd worden.

Een gesprek kent andere wetten
laadt zichzelf op met zijn eigen

valse energie, kan niet verscheurd
worden. Infiltreert in ons bloed. Herhaalt zich.

Schrijft met zijn niet-terugkerende stylus
de isolatie die het ontkent.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e mei ook mijn blog van 16 mei 2019 en ook mijn blog van 16 mei 2018.

Judith Hermann, Michael Lentz

De Duitse schrijfster Judith Hermann werd geboren op 15 mei 1970 in Berlijn-Tempelhof. Zie ook alle tags voor Judith Hermann op dit blog.

Uit: Sommerhaus, später (Rote Korallen)

„Mein erster und einziger Besuch bei einem Therapeuten ko-stete mich das rote Korallenarmband und meinen Geliebten. Das rote Korallenarmband kam aus Rußland. Es kam, genauer gesagt aus Petersburg, es war über hundert Jahre alt meine Urgroßmutter hatte es ums linke Handgelenk getragen, meinen Urgroßvater hatte es ums Leben gebracht Ist das die Geschichte, die ich erzählen will? Ich bin nicht sicher. Nicht wirklich sicher:
Meine Urgroßmutter war schön. Sie kam mit meinem Urgroßvater nach Rußland, weil mein Urgroßvater dort Öfen baute für das russische Volk. Mein Urgroßvater nahm eine große Wohnung für meine Urgroßmutter auf der Petersburger Insel Wassilij Ostrow. Die Insel Wassilij Ostrow wird um-spült von der kleinen und von der großen Newa, und wenn meine Urgroßmutter sich in der Wohnung auf dem Malyl-Prospekt auf ihre Zehenspitzen gestellt und aus dem Fenster geschaut hätte, so hätte sie den Fluß sehen können und die große Kronstädter Bucht Meine Urgroßmutter aber wollte den Fluß nicht sehen und nicht die Kronstädter Bucht und nicht die hohen, schönen Häuser des Malyj-Prospekts. Meine Urgroßmutter wollte nicht aus dem Fenster hinaussehen in eine Fremde. Sie zog die schweren, roten samtenen Vorhänge zu und schloß die Türen, die ‘Teppiche verschluckten jeden Laut, und meine Urgroßmutter saß auf den Sofas, den Sesseln, den Himmelbetten herum und wiegte sich vor und zurück und hatte Heimweh nach Deutschland. Das Licht in der großen Wohnung auf dem Malyj-Prospekt war ein Dämmer-licht, es war ein Licht wie auf dem Grunde des Meeres, und meine Urgroßmutter mag gedacht haben, daß die Fremde, daß Petersburg, daß ganz Rußland nichts sei als ein tiefer, dämmeriger Traum, aus dem sie bald erwachen werde.
Mein Urgroßvater aber reiste durchs Land und baute Öfen für das russische Volk. Er baute Schachtöfen und Röstöfen und Flammöfen und Fortschaufelungsöfen und Liver-mooreöfen. Er blieb sehr lange fort. Er schrieb Briefe an meine Urgroßmutter, und wenn diese Briefe kamen, zog meine Urgroßmutter die schweren, roten samtenen Vor-hänge an den Fenstern ein wenig zurück und las in einem schmalen Spalt von Tageslicht: Ich will dir erklären, daß der Hasenclever-Ofen, den wir hier bauen, aus Muffeln besteht, die durch vertikale Kanäle miteinander verbunden sind und durch die Flamme einer Rostfeuerung erhitzt werden — du erinnerst dich an den Gefäßofen, den ich in der Blomeschen Wildnis in Holstein baute und der dir doch damals ganz besonders gefallen hat — nun, auch bei dem Hasenclever-Ofen wird das Erz durch die Öffnungen in die oberste Muffel gebracht und … „

 

Judith Hermann (Berlijn-Tempelhof, 15 mei 1970)

 

De Duitse dichter, schrijver, literatuurwetenschapper en musicus Michael Lentz werd geboren in Düren op 15 mei 1964. Zie ook alle tags voor Michael Lentz op dit blog.

 

Openlijke onrust

hou van een wederzijdse, langdurige
therapie?
ben jij een inclusie
te midden van vele inclusies
die elkaars zicht belemmeren?
dat op een onzichtbare dag
iemand die je totaal niet kent
de rest van je uitzicht wegneemt
en met het overlijdensbericht
wat doet eigenlijk
jouzelf bedoelt
en jij bent voor jezelf
volkomen onbekend, iemand
vormvast uitgeschakeld
een conservatieve rouwmug
een stil bevroren insect
geen leven, dus, alleen
voor voortplanting, maar
als ogenblik
en het ogenblik vertoeft aan een ketting
wat een imago –
je beweegt niet en je hoort
je beweging, is het dan zo
stil in het heelal?
je bent zo glossolalisch
zo volledig voor jezelf
van wederzijdse duur

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Lentz (Düren, 15 mei 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e mei ook mijn blog van 15 mei 2025 en ook mijn blog van 15 mei 2022 en ook mijn blog van 15 mei 2021 en eveneens  mijn blog van 15 mei 2019 en ook mijn blog van 15 mei 2018 en ook mijn blog van 15 mei 2017 en ook mijn blog van 15 mei 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Opgevaren ten hemel (Nel Benschop), Kathleen Jamie

 

 

De Hemelvaart door Jean Francois de Troy, 1721

 

Opgevaren ten hemel

Een wolk nam U weg voor hun ogen:
Uw werk voor het volk was gedaan;
Hun hart was onrustig, bewogen,
Toen zagen ze engelen staan.

Zij zagen Uw zeeg’nende handen,
De lucht leek een lichtende poort;
Ze voelden Uw stem in zich branden:
‘Ga heen en verkondig Mijn woord.’

Wel staarden zij lang nog naar boven:
(de liefde houdt vast tot het eind)
Maar wie in een weerzien geloven
Zien licht, als de zon niet meer schijnt.

En ik, Heer, hoewel ik mag weten
Dat Gij mij een woning bereidt,
Dat Gij op Uw troon gezeten,
Dat Gij mijn verdediger zijt,

Ik ben vaak zo klein van vertrouwen;
Gij zijt zo verheven, zo hoog;
Toch mag ik U eenmaal aanschouwen
Als Koning en Vriend – oog in oog!

 

Nel Benschop (16 januari 1918 – 31 januari 2005)
De Kloosterkerk in Den Haag, de geboorteplaats van Nel Benschop

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

De studeerkamer

Maan,

hoezo betreed je
mijn studeerkamer
als een rariteitenwinkel,
met lichte bezorgdheid

de telescoop strelend
op het statief, de boeken,
de zoldertrap? Jij
die ’s nachts opstaat, die

de onontkoombare wereld
dichterbij brengt, een beetje,
bij je starende blik — waarom
vraag je ’t aan mij? Wat van mij is

is van jou; maar je hebt die spullen
net zo min nodig
als een hert dat
graast op een open plek.

Maan, je door het werk uit-
geputte gezicht, helder
buiten, maakt me onrustig.
Ga alsjeblieft weg.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor de schrijvers van de 14e mei ook mijn blog van 14 mei 2025 en ook mijn blog van 14 mei 2019 en ook mijn blog van 14 mei 2018 en eveneens mijn blog van 14 mei 2017 deel 2.

Sander Kollaard, Kathleen Jamie, Alexander Rybak

De Nederlandse schrijver Sander Kollaard werd geboren op 13 mei 1961 in Amstelveen. Zie ook alle tags voor Sander Kollaard op dit blog.

Uit: Einde verhaal

“Dit is mijn verhaal en dus mijn begin. In Zijn begin lag het einde al besloten maar laat ik meteen afstand nemen van een kinderachtige aanname – het idee van een onvermijdelijk verloop. Deze wereld kent geen onvermijdelijk verloop. Draai de klok terug en zet haar weer in gang en de uitkomst zal een andere zijn – niet volstrekt anders natuurlijk, maar anders. Wetenschappers hebben het over toeval of chaos of entropie, maar jargon is niet nodig. Denk aan losse eindjes, rafelrandjes, de steken die jullie altijd laten vallen. Denk aan vergeetachtigheid en slijtage en verval. Denk aan dwars en scheef, inval en impuls, craquelé, barsten en scheuren. Denk aan jullie dna, zo stipt, maar desondanks niet in staat tot een vlekkeloze kopie – en dat is maar goed ook want zonder foutjes hier en daar zouden jullie er nooit zijn geweest. Denk aan Heraclitus en de rivier waar je nooit twee keer in kunt stappen, in een dubbele betekenis, want zowel jij als de rivier zijn die tweede keer niet wat ze waren – en hetzelfde geldt voor een rondje hardlopen in het park, een maaltje stamppot boerenkool of een spelletje kiekeboe met je jongste kind. Of denk simpelweg aan de anonieme stukken grond die in elke stad te vinden zijn, plekken die uit het planologisch oog verloren zijn, kleine jungles van verwilderde struiken en roestig hekwerk en een vergeten stapel zand en de geur van kleine kadavers, het niemandsland en iedersland waar jullie kinderen zo graag spelen, voor even bevrijd van volwassenen en hun onbegrijpelijke orde.
Deze wereld kent geen onvermijdelijk verloop. Wat die Eindtijd betreft zullen we dus nog wel zien. Wat ze tot nu toe heeft gebracht is een tafereel van ontregeling, van overstromingen en kou, van honger, paniek en volksverhuizingen, en van incidentele ongerijmdheden om het er allemaal nog eens goed in te wrijven – zoals de paradijsvogel die ik op het dak van de koetsenstalling zag zitten, de kleuren flets in het schaarse licht, het petje van verse sneeuw een tikje belachelijk. Al die chaos is angstaanjagend genoeg maar nog altijd herkenbaar. We hebben nog geen sterren gezien die naar de aarde vallen, geen bloedrode maan of zwarte zon, geen apocalyptische ruiters, geen hoer van Babylon, geen Laatste Oordeel, geen hemels Jeruzalem met straten van goud, of wat er verder ook aan spektakel in Zijn verhaal te vinden is.”

 

Sander Kollaard (Amstelveen, 13 mei 1961)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog

 

 Het doosje

In welke rivier zwom de vis
die een haak aan een lijn aanzag voor een vlieg
en zo zijn laatste adem uitblies, zodat een zilveren mes
zijn nog verse, onkruidgroene huid
van zijn vlees kon snijden, om te bewaren
en vervolgens voorzichtig om dit kleine doosje te wikkelen,
dat de dokter zijn
aderlatingsmes bevat, en het scherpe
dat hij nu tegen je binnenarm drukt,
zodat een simpele beweging een ader kan openen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

De Noorse violist, zanger, componist, acteur en schrijver van Wit-Russische afkomst Alexander Igorjevitsj Rybak werd geboren in Minsk, Sovjet-Unie, op 13 mei 1986. Alexander viert vandaag zijn 40e verjaardag. Zie ook alle tags voor Alexander Rybak op dit blog.

 

Uit: Trolle og den magiske fela [Trolle and the Magic Fiddle]

Stjernen vår

Nar alt er morkt og tomt
Og hjertet grater stumt
Se opp, der skinner stjernen var
Og leger alle sar

Se, den skinner kun for oss
Der vakner hver en blomst
Og snart vil morket svinne hen
Jeg er hos deg min venn

Det var en gang en tid
Da hapet var forbi
De skjov meg vekk gang pa gang
Jeg flyktet fra meg selv
Jeg hadde ingen valg

For sent for meg a snu
Men sa en dag kom du
Og vekket alle hap igjen
Du kalte meg din venn

Hva enn som hender meg
Jeg glemmer aldri deg
Og ingen fjell far skille oss
Var stjerne viser vei
Og snart vil morket svinne hen
Jeg er hos deg min venn

 

Our Star

Alva:
When when it feels dark and heavy on your soul
And the heart cries silently
Look up, our star is shining there
And heals all wounds

Look, it only shines for us
Flowers awakens everywhere
And the darkness will soon fade away
I’m with you, my friend

Trolle:
There once was a time
When hope was over
They pushed me away again and again
I fled from myself
I had no choice

Too late for me to turn back
But then one day you came
And woke all hope again
You called me your friend

Trolle and Alva:
Whatever happens to me
I’ll never forget you
And no mountain can keep us apart
Our star shows us the way
And the darkness will soon fade away
I’m with you, my friend

 

Vertaald door Mónika Menyhért

 

Alexander Rybak (Minsk, 13 mei 1986)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2023 en ook mijn blog van 13 mei 2022 en ook mijn blog van 13 mei 2020 en eveneens mijn blog van 13 mei 2019 en ook mijn blog van 13 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.