Roos van Rijswijk, Hanane Aad, Bonnie Garmus

De Nederlandse schrijfster Roos van Rijswijk werd geboren in Amsterdam op 18 april 1985. Zie ook alle tags voor Roos van Rijswijk op dit blog.

Uit: Spookaantekeningen

“Een lijf is wat het spook in Seoul vrij recent verlaten moest hebben. De kunstenaar die het verhaal vertelde werd bij de herinnering aan het incident haast onpasselijk. Hij had bij zijn zieke vader zitten waken in een ziekenhuis. Het was, zo vertelde hij, een ziekenhuis dat rond een binnenplaats cirkelde. Er waren geen rechte hoeken in de gangen. Hongerig besloot de kunstenaar op zoek te gaan naar een snackautomaat. Hij belandde op een leegstaande verdieping van het ziekenhuis. Een tijd liep hij, nog altijd op zoek naar een automaat, achter een man aan die zijn infuuspaal met zich meerolde. Hij gaf een beetje licht, leek tegelijkertijd doorschijnend te zijn. Het lukte de kunstenaar niet hem in te halen, hoe hard hij ook rende. Uiteindelijk vluchtte hij.
‘Waar denk je dat die man naar onderweg was?’ vroeg ik.
‘Ik wil er niet meer aan denken,’ zei de kunstenaar.
Naar rust, dacht ik, naar een uitgang, naar iemand die bij hem had moeten zitten waken misschien.
Het was eenzaam om ziek te zijn in die grote woning, het lichte pand met de wenteltrap die ik op sommige dagen nauwelijks op kwam. Tot overmaat van ramp maakte een hittegolf mijn zware schil nog zwaarder. In diepe ontkenning slenterde ik halsstarrig rond de Sint-Pietersberg.
Waarom zou er in 1972 een geest in de kamer van mijn vader zijn verschenen?
‘Hij zat alleen maar,’ vertelde mijn vader me aan de telefoon, ‘hij zat op een stoel heel strak naar me te kijken. Een man, maar geen gewone man, geen écht mens.’
‘En toen?’ Ik luisterde naar de stem van mijn vader terwijl ik op de vloer van mijn atelier lag.
‘Ik heb me onder mijn deken verstopt.’
Waarom verscheen ikzelf nog? Buiten mijn bed, bedoel ik, buiten mijn deur, buiten in de stad en buiten op de bospaden? Ik denk omdat het verlangen me niet losliet. Het verlangen gezond te zijn, net als anderen mezelf niet voort te hoeven slepen maar met lichte tred een zebra over te steken. Ik herinner me dat ik soms zomaar ergens ging zitten en naar mensen keek. Vooral naar mannen die er sterk uitzagen. Niet uit verlangen naar die mannen, maar uit de wens hun lichaam over te nemen. Moeiteloos een tas over je schouder slaan, een kind optillen, iemand met kracht op z’n schouders slaan.”

 

Roos van Rijswijk (Amsterdam, 18 april 1985)

 

De Libanese dichteres, journaliste en vertaalster Hanane Aad werd geboren op 18 april 1965 in Beiroet. Zie ook alle tags voor Hanane Aad op dit blog.

 

De omloopbanen van de ziel

In de omloopbanen van de ziel
cirkelt mijn ware ster.
Daar dwaal ik bij zonsopgang,
daar parkeer ik mijn vermoeide caravan.
Mijn mysterieuze en trouwe ster
wacht altijd op mij
bij de wendingen van de tijd
op de hellingen van de storm.
Mijn ware ster
cirkelt in de omloopbanen van de ziel,
in haar aanwezigheid kniel ik neer,
ik fluister,
lees het loflied van de essentie,
duik in de entiteit,
het hart van opperste tederheid,
omarm de illusies van vrijheid,
was ze met mijn zachte tranen tot ze zuiver glanzen,
mogen ze me redden,
mogen ze me verheffen
in het schijnwerperlicht van de zekerheid.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hanane Aad (Beiroet, 18 april 1965)

 

De Amerikaanse schrijfster Bonnie Jean Garmus werd geboren op18 april 1957 in Riverside, Californië. Zie ook alle tags voor Bonnie Garmus op dit blog.

Uit: Lessons in Chemistry

“Back in 1961, when women wore shirtwaist dresses and joined garden clubs and drove legions of children around in seatbelt-less cars without giving it a second thought; back before anyone knew there’d even be a sixties movement, much less one that its participants would spend the next sixty years chronicling; back when the big wars were over and the secret wars had just begun and people were starting to think fresh and believe everything was possible, the thirty-year-old mother of Madeline Zott rose before dawn every morning and felt certain of just one thing: her life was over.
Despite that certainty, she made her way to the lab to pack her daughter’s lunch.
Fuel for learning, Elizabeth Zott wrote on a small slip of paper before tucking it into her daughter’s lunchbox. Then she paused, her pencil in mid-air, as if reconsidering. Play sports at recess but do not automatically let the boys win, she wrote on another slip. Then she paused again, tapping her pencil against the table. It is not your imagination, she wrote on a third. Most people are awful. She placed the last two on top.
Most young children can’t read, and if they can, it’s mostly words like ‘dog’ and ‘go.’ But Madeline had been reading since age three and, now, at age five, was already through most of Dickens.
Madeline was that kind of child—the kind who could hum a Bach concerto, but couldn’t tie her own shoes; who could explain the earth’s rotation, but stumbled at tic-tac-toe. And that was the problem. Because while musical prodigies are always celebrated, early readers aren’t. And that’s because early readers are only good at something others will eventually be good at, too. So being first isn’t special—it’s just annoying.”

 

Bonnie Garmus  (Riverside, 18 april 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e april ook mijn blog van 18 april 2021 en ook mijn blog van 18 april 2020 en eveneens mijn blog van 18 april 2019 en ook mijn blog van 18 april 2017 en ook mijn blog van 18 april 2015 deel 2.

Vincent Corjanus, Sarah Kirsch

De Nederlandse dichter Vincent Daniel Corjanus werd geboren op 17 april 1995 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Vincent Corjanus op dit blog.

 

Bercy

Ik verkoop geen angst,
voor wanneer de ramen
boze ogen dragen
Vooral de lucht spreekt mij
vreemde woorden tegen
Het gevoel van een terneergeslagen lijster
die maar zingt en zingt
Een ballade over het gemis
van jouw stem in de stegen,
metrotunnels
en straten van deze verlopen stad
God, wat verlang ik naar de lente
van vervlogen dagen vergeten

De slagboom wuift de laatste interactie uit
Niet te laat
een gedicht voor het raam gehouden
Alleen jij die mijn liefde lezen mag

 

Waar eens een huis stond

Waar eens een huis stond
schreeuwt de onmacht
om vergiffenis
Kraters gevuld
met bloed van …
Wegwuiven
met een witte vlag
uit het riool opgedoken

Waar eens een huis stond
zwijgen ze in dezelfde taal
verboden
Zonder wapens
de ander aanvaarden
Schoppen, schieten we vol

Vanuit ons comfort
Een thuis, heel
Waar nachtlampjes doven
met een ‘’tot morgen’’
De beelden vervagen,
verlagen ons morele niveau
Zie ze wijzen
vanaf de plek
waar eens een huis stond

 

Zacht | Zacht

Jij bent zachter
dan het woord zacht
Gevangen in een wolk
van zoete dromerij
Net
niet
echt
Tot je ogen lachen
Een woord verloren
Zachter dan zacht

 

Vincent Corjanus (Zwolle, 17 april 1995)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Uitstapje

O vogel, vreemde smient, verdwaald in de fonteinvijver, zeg niet
Dat ik het niet kan:
’s Nachts kruip ik in de nylon jas, betaal
De helpers van tevoren met knopen, en vlieg gewoon weg
Niet erger dan jij, grijsgevederde
De sterren, poriën in mijn vleugels
Dansen rond het kleine maantje in mijn zak
De wind in mijn mouwen tilt me op in overmatig schoorsteenroet
Ik zweef boven het land, zie niets door mist en rook
Ik word meegesleurd over de rivier, de rechtopstaande bomen, de dagbouw
Hier laat ik rammelende reserveonderdelen vallen – zomaar, ze
Ze hebben ze altijd nodig, jij, vogel, fluit niet, ik zing, dat draagt me
Zwart van het werk van het vliegen tot in de voorsteden
Door het raam val ik in witte dekens
Kussens gevuld met eendendons (pas op, vreemde vogel)
En mijn vriend, de smid uit het rookcomplex
Geeft me een geurig stuk zeep

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor de schrijvers van de 17e april ook mijn blog van 17 april 2021 en ook  mijn blog van 17 april 2020 en eveneens mijn blog van 17 april 2019 en ook mijn blog van 17 april 2017 deel 2.

Thomas Olde Heuvelt, Sarah Kirsch

De Nederlandse schrijver Thomas Baudelet Olde Heuvelt werd geboren in Nijmegen op 16 april 1983. Zie ook alle tags voor Thomas Olde Heuvelt op dit blog.

Uit: Het laatste verhaal van Jamie Gunn

“Laat me je een verhaal vertellen… over een BookTok die viral ging. Je ziet een meisje. Jaar of zestien. Typische Amerikaanse gen Z’er, pride-armbandje, niets vreemds. Op school zou je haar naam niet onthouden, maar social media geeft haar een identiteit: @booksbyjessicat. Ze heeft een kamer vol boeken. En een kat, die we Bilbo noemen. Nummer 2 in het abc van elke BookTok-kat: Aslan, Bilbo, Cheshire. Aan die kat zie je als eerst dat er iets mis is. Met grote bange ogen probeert Bilbo bij haar weg te komen. Kansloos, want ze klampt zich aan hem vast alsof hij haar hulpkat is. Misschien heeft ze een angststoornis. Past in het plaatje. Als het zo is, dan heeft Bilbo daar lak aan. Zie je hoe haar hand trilt? Hoe haar ogen naar alle hoeken van de kamer schieten? Ze ziet eruit alsof ze in geen dagen heeft geslapen. In haar rechterhand houdt ze een hardcover van Jamie Gunn, getiteld She. Sinds ze het boek uit heeft, zegt ze, dat fucking boek, wordt ze achtervolgd door de vrouw op de cover. Het BookTok-meisje komt bijna niet uit haar woorden, maar dát versta je luid en duidelijk. Ze weet ook wel hoe idioot het klinkt, maar die vrouw is overal. Op straat. In haar hoofd. In het donker. Goed, een boekpromo dus, denk je. Clever. She is tenslotte een horrorroman. De vrouw wil haar een verhaal vertellen, zegt ze. Maar @books-byjessicat wil niet luisteren, want als ze het einde hoort, zal ze sterven. Heb je Jamie Gunn gelezen, dan weet je dat dat zo ongeveer de plot is van dat boek. Op de achterflap staat de waarschuwing gedrukt: #dontreadthelastpage. Daar heeft het BookTok-meisje duidelijk niet naar geluisterd. Want nu gebeurt het écht met haar. Alsof het verhaal haar heeft vervloekt. `Help me; smeekt ze recht in de camera, en nu stromen de tranen over haar wangen. ‘Iemand. Alsjeblieft: Dan overvalt het je: dit is geen boekpromo. Het meisje is echt niet oké. Psychisch. Je wilt iets voor haar doen, want ze heeft hulp nodig. Tegelijkertijd voel je die geconditioneerde afstandelijkheid die je nou eenmaal voelt bij andermans leed online. Je kunt moeilijk door je telefoon heen reiken. Bilbo probeert zich nog eens aan haar greep te ontworstelen. Als katten een zesde zintuig hebben, dan slaat dat op dit moment uit in het rood. Soms kruipt de vrouw over het plafond, zegt het BookTok-meis-je. Haar armen bewegen verkeerd, alsof ze geen botten heeft. Ogen heeft ze ook niet, tenminste, niet die je kunt zien. Je ziet alleen een mond. Die probeert ze steeds heel dicht bij haar oor te brengen. Dan gebeurt het. Het BookTok-meisje draait zich om, kijkt de lege kamer in en gilt. Hoe vaak je die TikTok ook bekijkt, van die gil gaan je haren steeds weer overeind staan. Je hoort pure doodsangst.”

 

Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 16 april 1983)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Noordelijke juni

De nachten hebben hun
Kenmerken verloren:
Witte treden, de
Horizonten met
Roestbruine doeken.

Wie hier omhoog springt,
Kan gelukkig worden.
Driemaal roep ik je, maar
Je bent niet
Op aarde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn blog van 16 april 2020 en eveneens mijn blog van 16 april 2019 en ook mijn blog van 16 april 2017 deel 2.

Tomas Tranströmer, Wilhelm Busch

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook alle tags voor Tomas Tranströmer op dit blog.

 

MIDWINTER

Een blauw schijnsel
stroomt mijn kleren uit.
Midwinter.
Tinkelende tamboerijnen van ijs.
Ik sluit mijn ogen.
Er bestaat een geluidloze wereld
er bestaat een kier
waardoor doden
de grens over worden gesmokkeld.

 

AFGELEGEN ZWEEDSE HUIZEN

Een wirwar van zwarte sparren
en dampende manestralen.
Verzonken ligt hier de kleine boerderij
schijnbaar zonder leven.

Tot de ochtenddauw murmelt
en een oude man
– met trillende hand –
het raam opent en een oehoe naar buiten laat.

En in een andere windstreek staat het
nieuwe huis te stomen
met de wasgoedvlinder
fladderend aan de hoek

midden in een stervend bos
waar de vermolming door een
bril van boomsap de protocollen
van de schorskevers leest.

Zomer met vlasblonde regen
of één enkele donderwolk
boven een blaffende hond.
Het zaad trappelt in de aarde.

Opgewonden stemmen, gezichten
vliegen in de telefoondraden
op misvormde snelle vleugels
over de moeraslandmijlen.

Het huis op een eilandje in de rivier
broedend op zijn stenen fundament.
Niet aflatende rook – men verbrandt er
de geheime papieren van het bos.

De regen draait in de hemel.
Het licht kronkelt in de rivier.
Huizen op de steile helling bewaken
de witte ossen van de waterval.

Herfst met een bende spreeuwen
die de ochtendstond controleert.
De mensen bewegen stijf over
het toneel van het lamplicht.

Laat hen vreesloos voelen
de gecamoufleerde vleugels
en Gods energie
opgerold in het donker.

 

Madrigaal

Ik erfde een donker bos waarheen ik zelden ga. Maar er komt een dag
dat de doden en levenden van plaats verwisselen. Dan zet het bos zich in
beweging. Wij zijn niet zonder hoop. De zwaarste misdaden blijven
onopgehelderd ondanks het inzetten van veel politie. Op dezelfde wijze
bestaat er ergens in ons leven een grote onopgehelderde liefde. Ik erfde
een donker bos maar vandaag loop ik het andere bos in, het lichte. Al het
levende dat zingt, slingert, wuift en kruipt! Het is lente en de lucht is heel
scherp. Ik ben afgestudeerd aan de universiteit van het vergeten met even
lege handen als het overhemd aan de waslijn.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Tomas Tranströmer (15 april 1931 – 26 maart 2015)

 

De Duitse dichter en tekenaar Wilhelm Busch werd geboren in Wiedensahl op 15 april 1832. Zie ook alle tags voor Wilhelm Busch op dit blog.

Uit: Max en Maurits. Een jongenshistorie in zeven streken

Eerste streek

Heel veel mensen hebben ’t druk
met hun kippen: tuk, tuk, tuk!
Daar is wel wat voor te zeggen,
wijl die vogels eieren leggen.
Verder: wijl men nu en dan
kippeboutjes eten kan.
En ten derde vult men met
kippeveeren ook het bed;
want men slaapt niet graag op stro:
’t is zoo hard, en steekt ook zoo.

Juffrouw Bolte, ’t brave mens,
koesterde ook dien hartenwens.
Zie haar kipjes daar eens staan,
met hun brave, trouwen haan. –
Max en Maurits dachten toen:
‘Kunnen wij geen kwaad hier doen?’
En jawel, wat doen de gasten?
Snufflen gaan ze in moeders kasten,
snijden vlug vier reepjes brood,
ieder als je pink zoo groot,
binden die, bij moeder thuis,
aan twee draadjes overkruis,
en dan leggen ze die gauw
op het erf der goede vrouw.

Pas heeft dit de haan ontdekt,
of daar klinkt zijn langgerekt
‘Kukeleku! Kukeleku!
Kipjes, hier is wat voor u!’
Zonder eerst zich te bezinnen,
slokt een elk het brood naar binnen.
Maar wat moeten ze ontdekken?
Hoe ze rukken, hoe ze trekken,
niemand kan er heen of weer;
en hun keel doet vreeslijk zeer.
Angstig fladderen ze omhoog,
met den doodsangst in het oog.
Tot ze eindelijk aan een lange
dorren boomtak blijven hangen. –
Zie, hun hals wordt lang en langer,
hun gekakel bang en banger.
Elk legt in die hoge nood
nog een ei,… en gaat dan dood.

Juffrouw Bolte, in ’t ledikant,
denkt: ‘Wie schreeuwt daar moord en brand?’
Ach, wat moet ze nu ontwaren!
Schier te berge staan haar haren.
‘Ach, stroomt uit mijn oog, gij tranen!
Wie had ooit dit kunnen wanen?
Ach, mijns levens schoonste droom
hangt aan deze appelboom!’
Sidderend en droef te moe,
ijlt ze naar de doden toe,
neemt haar mes, na kort beraad,
en doorsnijdt de dunne draad.
En met roodbekreten oogen
is ze huiswaarts weer getogen.
’t Eerste schelmstuk is gedaan.
Maar nu komt het tweede aan.

 

Vertaald door Thomas van Buul

 

Wilhelm Busch (15 april 1832 – 9 januari 1908)
Wilhelm Busch. Zelfportret met gevederde hoed en palet, 1866

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e april ook mijn blog van 15 april 2020 en eveneens mijn blog van 15 april 2019 en ook mijn blog van 15 april 2018 deel 3.

Charles Lewinsky, Seamus Heaney

De Zwitserse schrijver en draaiboekauteur Charles Lewinsky werd geboren op 14 april 1946 in Zürich. Zie ook alle tags voor Charles Lewinsky op dit blog.

Uit: Der Halbbart

„Wie der Halbbart zu uns gekommen ist, weiß keiner zu sagen, von einem Tag auf den anderen war er einfach da. Manche glauben sicher zu wissen, man habe ihn am Palmsonntag zum ersten Mal gesehen, andere behaupten steif und fest: Nein, am Karfreitag sei es gewesen. Sogar zu einer Schlägerei ist es deshalb einmal gekommen. Nach der Fastenzeit wollen die Leute den angesparten Durst loswerden, und so hat der Kryenbühl Martin einem Säumer zwei Fässer Wein abgekauft, ein kleines mit Malvasier und ein großes mit Räuschling, und in diesem Räuschling, habe ich berichten hören, sei der Fremde versteckt gewesen, habe sich zusammengerollt, klein wie ein Siebenschläfer, wenn der sich tagsüber in einem toten Baum verkriecht, und sei dann um Mitternacht durch das Spundloch hinausgeschloffen und wieder zu seiner vollen Größe angeschwollen, mit einem Geräusch, wie wenn ein Sterbender sich den letzten Atem abpresst. Aber der das erzählt hat, war der Rogenmoser Kari, der nach dem fünften Schoppen auch schon gesehen hat, wie der Teufel aus dem Ägerisee aufstieg mit feurigen Augen. Andere sagen, der Fremde sei vom Berg heruntergekommen, damals beim kleinen Felssturz, und sei dann ein ganzes Jahr in dem Steinhaufen liegen geblieben, von keinem bemerkt, vom Staub zugedeckt wie ein Wintergrab vom Schnee. Mitten zwischen den Felsbrocken sei er die Fluh heruntergepoltert, sagen sie, und habe sich dabei wie durch ein Wunder keinen einzigen Knochen gebrochen, nur das Gesicht habe es ihm vertätscht, die rechte Hälfte, darum sehe er so aus, wie er aussieht. Mit eigenen Augen hat es keiner von denen gesehen, die darauf schwören, aber eine gute Geschichte hört man immer gern, wenn die Nächte lang sind und das Teufels-Anneli in einem anderen Dorf. Ich glaube ja, er ist ganz gewöhnlich zu Fuß gekommen, nicht gerade auf dem breiten Weg von Sattel herunter, aber an den Abhängen sind genügend Steige, auf denen man von niemandem gesehen wird, das wissen bei uns nicht nur die Schmuggler. Natürlich, für einen Fremden sind solche Pfade nicht leicht zu finden, aber wenn er wirklich ein Flüchtling ist, wie es heißt, dann wird er eine Nase dafür haben.“

 

Charles Lewinsky (Zürich, 14 april 1946)

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

De rapensnijder

voor Hughie O’Donoghue

In een tijd van blote handen
en gietijzer,

de tafelvleesmolen,
de waterpomp met dubbel vliegwiel,

plantte hij tussen houten tonnen en voedertroggen
zijn hakken in het zand,

warmer dan lichaamswarmte
in de zomer, koud in de winter

als het pantser van de winter zelf,
een tonvormig borstschild,

paraat op vier
zich schrap zettende scheenplaten.

‘Dit is hoe God het leven ziet,’
stelde hij, ‘van zaailing tot snijder,’

terwijl de zwengel rondging
rapenkoppen vielen, gevoerd

aan de likkebaardende snijbladen binnenin,
‘dit is de rapencyclus,’

terwijl hij met de rauwe, gehakselde pulp
emmer na emmer glinsterend volstortte.

 

Vertaald door Onno Kosters en Han van der Vegt

 

Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e april ook mijn blog van 14 april 2023 en ook mijn blog van 13 april 2019 en ook mijn blog van 13 april 2018 en ook mijn blog van 13 april 2014.

Nachoem Wijnberg, Seamus Heaney

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

De scholier

Ik ben gelukkig
men prijst mij
meestal ben ik de eerste van mijn klas
de Griekse letterkunde
is indrukwekkend helder
deze laatste avond
liep ik
alleen in de stad

ik had een half uur van enthousiasme.

 

Arrival

Maria Callas klimt zonder bril voor haar ogen
uit een wit vliegtuig naar de stad New York.
Haar linkerhand glijdt over de trapleuning
naakt zonder handschoen. Onderaan wacht
een senator die een arm naar haar uitstrekt.
Dan pas ziet zij waar de senator ophoudt.

Bloemen ruikt zij pas
als zij die tussen haar vingers fijnwrijft.
Storm blaast over de landingsbaan. De bloemen
waaien uit haar handen en worden tot kleurvlekken
op het asfalt. Hoge golven slaan tegen de zijkant
van de stad New York.

 

Het wonderkind George Curzon, onderkoning van India

Een cirkel van eucalyptusbomen
omringt elk van de bungalows
op de heuveltoppen bij Simla
zijn vrouw bezit land in Chicago
onder de schaduw van haar hoed
en haar opeengestapeld en gevlochten haar
is haar hals als poorcelijn achter glas
een man op de zon verbrandt

hij tekent een vorm zonder opening
misschien een nieuwe vorm
zijn vrouw vraagt hem een lijst te maken
van dingen die bestaan kunnen in zijn vorm
het rijk van Julius Caesar
het rijk van Trajanus
het rijk van Alexander

een met kracht geworpen speer kan een schild doorboren

vijf bomen voldoen voor een schuilplaats
als hun schaduwen aaneensluiten als de middag eindigt
ook het paleis van de onderkoning in het regenseizoen.

 

Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

Spoorwegkinderen

Toen we de helling van de tunnelbak beklommen
stonden we oog in oog met de witte knoppen
van de bovenleidingen, met hun gonzende draden.

Als een dansend handschrift golfden ze verder,
mijlenver oostwaarts en westwaarts,
doorzakkend onder de last van hun zwaluwen.

We waren klein, we dachten niet dat we iets wisten
dat van belang was. We dachten dat woorden reisden
langs draden, in de zakjes van regendruppels,

vervuld en verzadigd met een hemels
licht, met de glans van lijnen, en wij, we waren
daarnaast zo oneindig nietig

dat we konden glijden door het oog van een naald.

 

Vertaald door Arie Sonneveld

 

Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e april ook mijn blog van 13 april 2019 en ook mijn blog van 13 april 2018 en ook mijn blog van 13 april 2014.

Antje Rávic Strubel, Mark Strand

De Duitse schrijfster Antje Rávic Strubel werd geboren op 12 april 1974 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Antje Rávic Strubel op dit blog.

Uit: Kein Schnee, nimmermehr

„Ich hatte gerade leidlich Ski fahren and einigermallen lesen gelernt, da starb meine Oma. Sie wurde in die Erde eines sächsischen Friedhofs gelegt and war nicht mehr da. Nie mehr. Sie würde nie wieder an meinem Kinderbett sitzen und Halma oder Mühle mit mir spielen, wenn ich krank war. Sie würde nicht mehr in der Küche des großen Meeraner Gründerzeithauses kochen, backen und einwecken, während ich mit ihren Topfen and Kuchenformen spielte and auf den Steinfliesen ein Meer erschuf, das ich aus dem Wasserhahn schöpfte. Sie wurde bei meinen waghalsigen Rutschversuchen auf Skiern nie mehr in gespielter Angst die Hande über dem Kopf zusammenschlagen oder mich neben ihr auf dem Sofa sitzen lassen, wenn sie ihre gemütlichen Freundinnen zum Kaffeekränzchen eingeladen hate and ich andächtig ihren Geschichten lauschte. Ich war sechs Jahre alt. Das Nie-mehr konnte ich mir nicht vorstellen.
Im Grimm’schen Märchen »Brüderchen and Schwesterchen besucht die Königin um Mitternacht ihr geliebtes Kind, und nach dem zweiten Besuch flüstert sie ihm zu, „Nun komme ich noch einmal und dann nimmermehr.« Der Satz ließ mich schauern. Eines Morgens wachte ich auf and wusste: Auch ich würde eines Tages nicht mehr kommen. Ich wäre nicht mehr da. Nimmermehr. Das war ein radikaler Gedanke. Wenn ich nicht mehr da war; wo war ich dann? Ich sah eine Allee vor mir, eine, wie es sie im Brandenburgischen gibt, eine schmale Asphaltstraße, gesäumt von alten Linden. Es war Frühsommer. Auf den Feldern blühte der Raps. Die dichten Kronen der Baume am Straßenrand warfen Schatten. Sonnenflecken tanzten auf dem Asphalt, Bienen und Schmetterlinge durchschwirrten das Licht. Die Allee, die Felder und Welder querte, lag friedlich im Mittag. Mich selbst sah ich dort auf dieser Straße, zu Fuß. Ich war allein. Eine seltsame Stille umgab mich. Kein Auto fuhr, keine Radfahrerin. Nichts regte sich.“

 

Antje Rávic Strubel (Potsdam, 12 april 1974)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

Waar zijn de wateren van de eerste jeugd?

Zie je waar de vensters dichtgespijkerd zijn,
waar het grijze muurbeschot glanst in de zon en de zoute lucht
en de asfalt dakspanen zijn afgebladderd of omlaaggevallen,
waar rijen gele ganzenbloemen deinen op een zee van gras?
Dat is de plaats om te beginnen.

Betreed het rijk van de verrotting,
ruik de klamme kalk, stap over het verbrijzelde glas,
de stofnesten, de vodden, de bevuilde resten van een matras,
kijk naar de geroeste kachel en de gootsteen, naar de rechthoekige plek
op de muur waar Winslow Homer’s Golfstroom hing.

Ga naar de kamer waar je vader en moeder
zich soms lieten gaan op de stroom en het toppunt van liefde,
en hoor, als je kunt, het gekraak van hun bed,
ga dan naar de plaats waar je wegkroop.

Ga naar je kamer, naar alle kamers waarvan je de koude klamme lucht hebt ingeademd,
naar alle ongewenste plaatsen waar zomer, herfst, winter, lente,
hetzelfde ongewenste jaargetijde lijken, waar de bomen die je kende zijn gestorven
en andere bomen opgeschoten. Bezoek die andere plaats
die je je nauwelijks herinnert, dat andere half verscholen huis.

Zie de twee honden aanstormen. Als je weggaat
laten ze af, uitgesnuffeld in de gloed van een vroeger licht.
Bezoek de naaste buren in het blok; hij sproeit zijn gazon,
zij zit op haar veranda, maar niet lang.
Als je weer opkijkt zijn ze weg.

Blijf teruggaan, terug naar het veld, vlak en verzegeld in mist.
Aan de overkant wachten een man en een vrouw;
ze zijn teruggekeerd, je moeder voordat ze grijs was,
je vader voordat hij wit was.

Kijk nu naar de Noordwestelijke Inham, naar zijn verzonken hemelsblauwe gloed.
Zie het licht op het gras, het ene blad dat smeult, de wolk
die ontvlamt. Je bent er bijna, weldra zullen je ouders
verdwijnen en je achterlaten in het licht van een gestorven ster,
in het donker van een pas geboren ster. Dit is het tijdstip.

Nu bedenk je de boot van je vlees en laat je hem los op de wateren
en drijf je op de zachte deining, in het barende zout.
Nu kijk je omlaag. Daar zijn de wateren van de eerste jeugd.

 

Vertaald door H. C. ten Berge

 

Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e april ook mijn blog van 12 april 2019.

Leonard Nolens, Mark Strand

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog. Leonard Nolens overleed op 26 december 2025 op 78-jarige leeftijd.

 

Het feest

1

Laten we drinken omdat er niets te vieren valt
Dan dat we bleven leven om mekaar te bezoeken.
Het is een feest dat jij vandaag niet bent gestorven.
Het is een feest dat hij geen degelijke wortels had
Maar benen om te komen naar mijn huis van ons.
Het is een feest dat zij haar eenzaamheid kan geven
Aan het muzikale oor dat deze kamer is geworden.
Laten we drinken zonder andere reden dan wij.

2

De avond valt. Het ernstige oktoberlicht
Dat ouder is dan wij, kijkt door de tuimelramen
Op ons neer met zijn oorspronkelijke perfectie.
Zijn juiste warmte leert ons wat we kunnen worden,
Delend in zijn antieke waarde van levend goud.
Zijn sprakeloos gezicht doet ons de dromen aan
Waarin we samen sprekend worden opgenomen –
Zijn pure buitenkant is helemaal zichzelf.

3

Vriendschap heeft vanavond de deuren vernageld.
De kamer bestrijkt de wereld zoals we hem denken.
Het kijkende wiel van onze gesprekken neemt hem
In zich op – we maken naam en krijgen zin.

De fles gaat rond zoals een woord dat laaft en lest.
De wildpastei als voorgerecht is een memento mori
Recht uit de oven. De dode dieren heb ik gered
Van hun dood – die moge jullie goed en wel bekomen.

Wat ik bedacht en deed in mijn eenzame keuken
Wandelt nu door onze darmen en verandert zich
In ons denken en doen. Ik heb me uitgedeeld –
Het is mijn vlees en bloed dat in de borden dampt.

 

Leonard Nolens (11 april 1947 – 26 december 2025)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

Wat het was

II

Het was de omtrek van een stoel;
Het was de grijze bank; het was de ommuring,
De tuin, de grindweg; het was de manier
Waarop het verbrokkelde maanlicht over haar haar viel.
Dat was het, en het was meer. Het was de wind die aan de bomen
Rukte; het was het gerommel en gedonder van wolken, de kust
Bezaaid met sterren. Het was de tijd die leek te zeggen
Dat als je wist hoe laat het werkelijk was, je nergens meer
Naar vragen zou. Dat was het. Dat was het beslist.
Het was ook wat nooit gebeurde – een ogenblik zo vol
Dat toen het onvermijdelijk voorbijging, geen smart groot genoeg was
Om het te bevatten. Het was de kamer die er na zoveel jaren
Onveranderd uitzag. Dat was het. Het was de hoed
Die zij vergeten was, haar pen die op de tafel lag.
Het was de zon op mijn hand. Het was de gloed van de zon. Het was de manier
Waarop ik zat, de manier waarop ik uren, dagen wachtte. Dat was het. Precies dat.

 

Vertaald door H. C. ten Berge

 

Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e april ook mijn blog van 11 april 2020 en eveneens mijn blog van 11 april 2019 en mijn blog van 11 april 2017 en ook mijn blog van 11 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Leo Vroman, Bella Achmadoelina

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

De laatste wereldvrede

Waarom draait een groot verschil?
Kijk vannacht eens lang en dood
doodstil vanuit de sterren
naar deze kleine aarde
en niets blijft groot. Wat blijft eigenlijk van verre
over van onze eigenwaarde?

Niets in de eeuwigheid
om voor te vechten zo gezien
en waar kan oorlog anders nog toe dienen?

Ikzelf was eens in een daarvan gevangen
en zag de eeuwigheid al gapen in de dood-
saaie eindeloze tijd
van ons hopeloos verslappende verlangen
naar vrijheid of desnoods een kopje chocola
met niets dan eindeloze slaap daarna.

Mensen! Hoe zoet is men geschapen!
Hoe prachtig past men in elkaar!
Ik ben verliefd op jullie, maar
ik ga met één oog open slapen:
ergens is jullie vreselijkste wapen
vast bijna klaar.

 

De ruimte in

Mij zijn de dingen
als bloemen: bedoeld
tot openspringen
van bewijs dat woelt
overal in;
zelfs in mensen
die het einde wensen
woelt begin.

Ik kan in mijn handen
de wereld voelen:
als vlees krioelen
de vastelanden
en tintelen van de bommen,
rimpelen van de rampen,
huiveren van de drommen.
Onder nauwe dampen
in het aardse zonlicht
drukken lichamen
zich zo dicht tezamen,
zo eenzaam en
zo dicht, zo dicht.

Trek de kou in van
de lege maan.
Blijf even staan
luisteren, trek dan
door de lange nacht
naar een planeet
(plotseling heet),
mompel zacht,

en tuimel maar voort.
Wat heb je na jaren
dan gezien, ervaren
en gehoord?

Snik maar, want
van hier tot God
snikt om ons lot
niemand, niemand.

De melkweg? Bleek zand
dat traag na draait,
eens opgewaaid
van een leeg strand,
en…

Een ogenblik!
Wat hoor ik daar?
De wind.
Niemand.
Snik maar.

 

Een zee van mensen

De menigte bruist en bruist als ijskoud water,
donker te zien en somber te beluisteren.
Schuin zijn de koppen wier kortstondig fluisteren
tot schuimblaasjes verbreekt seconden later.

Huiverend is het liggen over het strand.
Als branding kolkt het hulpeloos verkeer,
klederen verstuivende: het bleke zand
der levenden waait bloot en dekt zich weer.

Waartoe de kleine golven turend spitsen,
dan puilen en verstompen in het baren
van kleine golven? Al wat zij ontwaren
zijn korte flitsen van bedolven baren.

O daartoe bulderen de rollers Ach
slaande op de zacht bewierde hoofden,
op naar het natte rafelen der verdoofde
lage wolken van de late namiddag.

In schier onmenselijke verdergang
verschuifelen de zo millioenen voeten,
in een onbedoelde en ondoenbare boete,
even bedroevende althans, en even lang.

Ellendig is het uiterste genot
van het alzijdig toegelispeld lijden
als de brekers over de gebrokenen glijden,
ik hoor het nodeloze stijgen van hun lot,
op het eiland liggende dat zich verkleint
tot aan mijn flanken, dat nu onderlangs mijn buik
kriebelend en kronkelend verdwijnt.
Mijn mond is vol van mensenleed, ik duik.

 

Leo Vroman (10 april 1915 – 22 februari 2014)

 

De Russische dichteres Bella Achmadoelina werd geboren op 10 April 1937 in Moskou. Zie ook alle tags voor Bella Achmadoelina op dit blog.

 

De vergeten bal

Vergeten bal (die mij de zomer plaagde).
Oranje bal vergeten in de tuin.
Prompt spande hij met de calendula samen,
koos moeiteloos een plek tussen hen uit.

Wat pasten ze precies, hoe sierlijk negen
ze naar elkaar. Het zenit zond de dag
naar de calendula. Alleen vanwege
die oranje in de tuin vergeten bal?

Voor de herfst een voorwendsel, een reden
om bij het kampvuur in de duisternis
die kleurbarbaren, afvalligen te leren,
wiens absoluut door kinderen vergeten is.

Maar wat een tuin, wiens dwaze oordeel noemde
hem groen? Hij stak de datsja’s in de brand.
Hoe mooi ze zijn, de esdoorn is de kampioen,
dacht al: wanneer vergeten ze die bal?

Gans ’t aardse vuur is neergekomen
op het onschuldig aas. Het totaal overziend,
maakt hij een toespeling, met enig schromen:
Die bal daar, is die vergeten misschien?

Allang neemt de vergeten bal een loopje
met mij, wanneer ik tussen de espen ga
zoek ik de bal, en dan vind ik een plukje
calendula, en kijk, nog eentje daar.

Het middaguur verstreek verrassend helder
en vereenvoudigde het talrijk al
tot waarneming van voorwerpen die gelden:
Sneeuw op de tuin, plus een vergeten bal.

 

Vertaald door Petra Couvée

 

Bella Achmadoelina (10 April 1937 – 29 november 2010)

 

Zie voor de schrijvers van de 10e april ook mijn blog van 10 april 2020 en eveneens mijn blog van 10 april 2019 en ook mijn blog van 10 april 2016 deel 2.

Eva Gerlach, Johannes Bobrowski

De Nederlandse dichteres en vertaalster Eva Gerlach (pseudoniem van Margaret Dijkstra) werd geboren in Amsterdam op 9 april 1948. Zie ook alle tags voor Eva Gerlach op dit blog.

 

Lievelingsdieren

Tussen de stenen hollen de platte,
brede pissebedden omlaag naar het donker. Vergeten
toen het nog koud was te kijken: hoe overwintert
een dier dat zo lijkt op herinnering,
zo afvalkleurig, met zijn hoofd naar binnen
en doodstil bij de minste aanraking.

Ik weet een kind dat van ze houdt, het streelt
hun dadelijk verstijvende stofjassen,
draagt ze tussen twee handen de kamer door.
O! zachte pootjes hebben ze, mag ik ze niet
houden in een kistje met onderaan glas?
Daar kijk ik de hele tijd naar, daar zing ik dan voor.

 

Bed

Je lichaam vast in slaap, de rest vloog weg.
Een hand ligt naast je met gekrulde vingers.
Doe ik mijn hand erin, de jouwe sluit zich,
neemt die van mij en legt hem op je hart,
je andere eroverheen. Wat heet

liefde. Zomaar zing ik iets
zonder dat ik het merk, een lied dat niet
bedacht wordt maar bestaat, ik weet van niks,
ik merk dat ik het zing terwijl ik fiets,
een trap afloop, blad hark, ik weet

niet wat ik zing tot het gezongen is.

 

Verdeeld

Gister gelopen onder de spoorbrug door,
driemaal de zon voorbij met het nieuwe kind,
tot waar je de autoweg ziet.

Hoe je verdeeld raakt, op-
gedeeld over steeds meer leven,
zoals de zon op drie plassen, over drie bruggen,
driemaal gevangen in mist, uitgerekt in water,
onderging achter ons, voor ons.

Vuurtje gestookt in een krant
onder de spoorbrug maar niet
meer kind geworden daardoor,

ouder hooguit, aan de randen
aangevreten, onleesbaar.

Zij in de wagen werd blauwig. Haar daarom even
opgepakt, haar tegen haar
gestaan. Neergelegd, terug

gegaan als altijd, iets later
misschien. Nergens meer gestopt.

 

Eva Gerlach (Amsterdam, 9 april 1948)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Hölderlin in Tübingen

Bomen aards en licht,
waarin de boot rust, geroepen,
de roeispaan tegen de oever, de prachtige
helling, voor deze deur
ging de schaduw, die is
gevallen op een rivier
Neckar, die groen was, de Neckar,
uitgestroomd
rond weilanden en oeverweiden.
Toren,
dat hij bewoonbaar mag zijn
als een dag, van de muren,
de zwaarte, de zwaarte tegen het groen,
bomen en water, om te wegen
beide in één hand:
de klok luidt van boven af
over de daken, de klok
roert zich om
de ijzeren windvaan te draaien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook mijn blog van 9 april 2020 en eveneens mijn blog van 9 april 2019 en ook mijn blog van 9 april 2018 en ook mijn blog van 9 april 2017 deel 2.