Hendrik Marsman, Wallace Stevens

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Marsman werd geboren op 30 september 1899 in Zeist. Zie ook alle tags voor Hendrik Marsman op dit blog.

Uit: Tempel en kruis

VII

‘O vleesch dat uzelve bevlekt
met het beursche vleesch der cultuur,
wees een plant weer, een stroomend wier
in de zwarte rivier der natuur.

al de woorden verdampen als dauw
en het zaad dat vruchtbaar zou zijn
in den buik van een bloeiende vrouw
verkwijnt in het knapenlijf

van den gladden hermafrodiet,
de hetaire die ’t embryo doodt;
slaap niet met het intellect,
paar niet met een kouden schoot.

want nog steeds is addergebroed
de vrucht van inteelt geweest
en ook de infant van den geest
zal den weg gaan van alle vleesch.

zie, de maan heeft het schrift al gevlekt
dat uw pen dreef in het papier;
ook het vers dat het merg u onttrekt
zal als het gras zoo kort zijn van duur.

verzink in het dal van den slaap,
in den humus der wereldgrond –
een bedwelming zonder naam,
een vergetelheid zonder grond.’

VIII

Vroeg in den morgen dwaalt hij door de stad.
de stilte schrikt, en vluchtig slaat de straat
de leege oogen op naar het gezicht
der oude scheemring aan den overkant,
een wezenloos gelaat, of zij zichzelve
in den spiegel ziet.
hij volgt de gracht,
het doode water slaapt in ’t bronzen bed
tusschen de werven nog, geen zon belaagt
in het beschimmeld duister van de brug

met judaspenning het geheim der visch.
de boomen stil, ’t blad houdt den adem in
van het doorschijnend lispelend verhaal
dat het zich eindeloos herhalen wil
en vreest den overval der dageraad.

 

Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940)
De jonge Hendrik Marsman in 2016, 17 jaar oud

 



De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

The dwarf

Nu is het september
En het web geweven,
Het web is nu geweven
En je moet het aan.

De winter is gereed, je moet hem dragen,
Winterweb, wintergeweven wind,

Zomerse gedachten
Die het brein erover heenplakt
Ten spijt – lappen op een lappenpop.

De geest is nu gewrocht.
Langzaam, langzaam
Werd eraan gevlochten.

Dit is wat je bent,
Je uiteindelijke mannetje
Geweven, geweven
En hij wil nu gedragen.

Masker noch gewaad, dit
Wezen uit de vale zomer
Losgerukt, spiegel van de kou, komt zitten

Thuis naast je lampje:
Slokken van je glaasje,
Morsen met je mok.

Kijk maar: rijp
Tussen de baardstoppels al.

 

Vertaald door Lloyd Haft

 

Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)
Ingekleurde portretdfoto uit 1948

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook mijn blog van 30 september 2023 en ook mijn blog van 30 september 2020 en eveneens mijn blog van 30 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Jon Fosse, W. S. Merwin

De Noorse schrijver en dichter Jon Fosse werd geboren in Haugesund op 29 september 1959. Zie ook alle tags voor Jon Fosse op dit blog.

 

IETS OVER DE TONEELSPELER

in wat zich roert
als het leven
altijd in verweesde beweging
is iets rustig
en zwaar
als het leven zelf
zwaar is           Voor sommigen
wordt het leven te licht
en tegelijkertijd te zwaar
en zij stappen uit het gebeuren
en staan daar
wankel
beschaamd
en weten niet wat te zeggen
ze hebben niets te zeggen
en daarom moet er iets gezegd            En ze stappen naar voren
met passen licht en doelgericht als de wind
stappen ze naar voren
en dan staan ze daar
zwaar van zichzelf
in elkaars licht
terwijl de schaamte
vervliegt
gewichtloos als de engel van de hond
 
En dan gaan de vleugels van de engel open
en vouwen zich om hen heen
 
En dan is het gezegd

 

DE BERG HOUDT ZIJN ADEM IN

een diep inademen
en toen stond de berg daar
toen stond de berg daar
en zo staat de berg daar
 
en buigt zich neer
en neer
in zichzelf
en houdt zijn adem in
 
terwijl wind en water
strelen en slaan
houdt de berg zijn adem in

 

GEWOON WETEN

de zang, de zang van de zee
glijdt neer langs de steile rotsen
en verder langs hemel
 
in blauwe zweefvlucht, als een schemeren
naar waar wij samenzijn
en waar wij nooit iets zeggen
 
en gewoon weten

 

Vertaald door Marianne Molenaar

 

Jon Fosse (Haugesund, 29 september 1959)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927. Zie ook alle tags voor W. S. Merwin op dit blog.

 

Bij het vallen van de avond

Wanneer het tijd is, volg ik de zwarte hond
de duisternis in die de geest van de dag is

Ik zie daar niets anders dan de zwarte hond
de hond die ik ken, die voor mij uit loopt

zonder om te kijken – o, het is de zwarte hond
op wie ik nu, na al die jaren, vertrouw

nadat ik jarenlang het vertrouwen van de zwarte hond genoot
door tijden van licht en door schaduw heen

verder, de blindheid van de zwarte hond in
waar de kamers van het donker al bekend waren

en geen angst in zich droegen voor de zwarte hond
die mij voorzichtig de blinde trap op leidde

 

Vertaald door Frans Roumen

 

W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e september ook mijn blog van 29 september 2025 en ook mijn blog van 29 september 2020 en eveneens mijn blog van 29 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Philip Huff, W. S. Merwin

De Nederlandse dichter en schrijver Philip Huff werd geboren op 28 september 1984 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Philip Huff op dit blog.

Uit: Open

“Negen jaar lang hebben we weinig onbesproken gelaten, maar dit wel: de zomer van 2020 stond ik in het Rijksmuseum voor Maria Magdalena in extase van Artemisia Gentileschi, ik keek naar het gezicht van Jezus’ metgezellin en mogelijke geliefde en besefte dat ik jou al maanden niet meer zo in vervoering had gezien.
Ik was moe. Moe van de lange nachten met de hitte en de muggen, moe van de zomer. We waren samen naar Portugal geweest, naar Ierland, maar jij had nog nooit zo ver van mij vandaan gevoeld. Ook niet toen ik nog in New York woonde. Ik was moe en ik was boos.
Ik wist dat gevoelens getijden kenden, maar ook dat die vergelijking een valse was: liefde is niet gelijkmatig als de zwaartekracht. Ik wist dat, als de tijdslijn van een relatie lang genoeg was, dit soort dingen gebeurden. Onze wittebroodsjaren waren voorbij, we hadden een roze periode gekend, en nu een blauwe. Ik wist ook dat je dan moest volhouden, een maand, een jaar, totdat je elkaar weer had gevonden, in een volgende roze periode. Maar ik had niet langer het gevoel dat we samen in de dagelijkse loopgraven van het bestaan zaten. Of misschien wel, maar dan aan andere kanten van het front.
Ik voelde elke dag je walging. Je vroeg mij niets meer. Wilde niets meer met mij doen. Je wilde niet mee naar het museum, en als we wel samen voor dat schilderij hadden gestaan, had jij mij niets gevraagd en ik had niet durven zeggen wat ik dacht: dat ik moe was en boos.
En toch… en toch liep ik door. Als een afgematte voetsoldaat. Maar ik wist, met elke polsslag, ik voelde, tot in elke vezel, dat deze aanpak geen verzoening bracht.
Waarom zei ik niets?
Dit praten, dit schrijven, dit altijd weer praten met jou. Ik doe het zodat ik zeker weet dat ik alles wat ik je wil zeggen ook daadwerkelijk zeg. Ik doe het, om het helder te krijgen, allemaal.
Wat Renate Rubinstein zei: Liever had ik geschreven met sereniteit en liefst in glorie, maar als die er niet zijn, dan kan het ook gewoon.”

 

Philip Huff (Zwolle, 28 september 1984)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927. Zie ook alle tags voor W. S. Merwin op dit blog.

 

Weerkaatsend licht

Toen ik net leerde lezen, stelde ik me voor
dat bruggen iets te maken hadden met vogels
en met wat op kooien leek, al wist ik
dat het geen kooien waren; het moet herfst zijn geweest
met het stoffige licht dat flikkerde op de tramleidingen
en die oranje plekken die in brand leken te staan ​​op de foto’s
en nu is het inderdaad herfst, de heldere
dagen niet ver van zee, met een briesje dat snuffelt
aan droog gras dat gisteren nog groen was
de lege maïs die staat te trillen en een dons
van spookbloemen dat de verwaarloosde velden sluiert
en overal de kleuren – ik kan mijn ogen
er niet vanaf houden: alles rood, zelfs de brede stromen
rood; het is het seizoen van de trekvogels
die ’s nachts vliegen en de draaiende aarde onder zich
voelen; ik werd wakker in de stad en hoorde
de roep van de plevier, steeds weer opnieuw
voordat ik in slaap viel, en hier, ver stroomafwaarts
samenscholend en weerkaatsend vlak bij de oever
hebben de langste bruggen hun slanke vleugels gespreid

 

Vertaald door Frans Roumen

 

W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e september ook mijn blog van 28 september 2020 en eveneens mijn blog van 28 september 2018 en ook mijn blog van 28 september 2017 en eveneens mijn blog van 28 september 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Kay Ryan, Nate Pritts

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27 september 1945 in San Jose, California. Zie ook alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

THE WOMAN WHO WROTE
TOO MUCH

 
I have written
over the doors
of the various
houses and stores
where friends
and supplies were.
 
Now I can’t
locate them anymore
and must shout
general appeals
in the street.
 
It is a miracle
to me now—
when a piece
of the structure unseals
 
and there is a dear one,
coming out,
with something
for me to eat.

 

FELIX CROW

Crow school
is basic and
short as a rule—
just the rudiments
of quid pro crow
for most students.
Then each lives out
his unenlightened
span, adding his
bit of blight
to the collected
history of pushing out
the sweeter species;
briefly swaggering the
swagger of his
aggravating ancestors
down my street.
And every time
I like him
when we meet.

 

SHARKS\’ TEETH

Everything contains some
silence. Noise gets
its zest from the
small shark’s-tooth
shaped fragments
of rest angled
in it. An hour
of city holds maybe
a minute of these
remnants of a time
when silence reigned,
compact and dangerous
as a shark. Sometimes
a bit of a tail
or fin can still
be sensed in parks.

 

Niets gewaagd

Niets bestaat als één blok
dat niet in stukken kan worden gehakt.
Dus als er niets wordt gewaagd,
dat zijn geen loze woorden;
het is de ultieme inzet.
Vraag je je niet af
hoe mensen kunnen denken
dat de oevers van ruimte
en tijd er niet toe doen?
Hoe ze de grote bassins
leegtrekken tot op
slijm en salamanders na
en daarvoor nog dank verwachten?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Nate Pritts werd geboren in Syracuse, New York, op 27 september 1974. Zie ook alle tags voor Nate Pritts op dit blog.

 

Forever War

In studying the anomaly
it was determined that holiday decorations
look sad out of season,
that there’s no excuse for the mistakes
of my people. Red paper hearts
on the front door into April,
a cauldron that doubles as a planter
in summer. Always the starscape
to help keep me honest, to remind me
that distance is easy to cross.
The analytic belt I’m equipped with
reminds me of an indescribable autumn
from one hundred generations ago
though even last year
I was someone else.
I was faced with a choice.
Proceed with the same core
or blow it up to restart
& maybe go further. Most of my programming
has survived into this new battle.
I can smell faint ocean
salt on the breeze & I have different
reactions for its presence or absence.
Now is the time to overcome problems.
I debate the finer points of being desperate,
of wanting things to remain
as they are, though they can’t.
I’d rather not go into details
since specifics make me queasy,
like in pictures when people put their heads
too close together. How can they stand
such forced intimacy?
I take off in search of my home planet.
My resolve is stronger than ever.

 

Nate Pritts (Syracuse, 27 september 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e september ook mijn blog van 27 september 2020 en eveneens mijn blog van 27 september 2018 en eveneens mijn blog van 27 september 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Bart Chabot, T. S. Eliot

De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook alle tags voor Bart Chabot op dit blog.

Uit: Engelenhaar

“WAAROM ZIJN WE HIER”,’ ZEI DE JOURNALISTE, ‘EN NIET BIJ jou thuis?” Een paar maanden voor mijn overlijden had ik een interview in het Carlton Ambassador, een hotel in de Haagse binnenstad. Ik vertelde dat ik hier zo’n vijftien jaar over de vloer kwam, wekelijks, en het hotel als mijn tweede huiskamer beschouwde. `Dat is geen antwoord op mijn vraag, zei de journaliste. Haar stem verried een zekere ergernis, al probeerde ze niets te laten merken. Het interview was pas een minuut of vijf bezig, ze had me nog nodig. Vanaf hun vaste stek in de vensterbank luisterden de hotelplanten belangstellend mee. Als hotelplant hoorde je van alles, maar bleef je je verbazen.
“Ik kom uit de rock-‘n-roll; zei ik. “Van huis uit kreeg ik te verstaan: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. In de rock-‘n-roll gold en geldt: hoe gekker, hoe beter, wat ik een heel wat vruchtbaarder uitgangspunt vind. Het grootste deel van mijn leven heb ik on the road doorgebracht en ik hou van het hotelleven. Je wordt in een handomdraai teruggebracht tot wat je bent: een passant met een valies in de hand, op doorreis. Een oude krijger, die taai is en dagenlang kan zwijgen. Wekenlang zelfs, als de situatie erom vraagt”. Ik kuchte en nam een slok koffie. Tegen wie zei ik dit eigenlijk? Zat ik tegenover een eenpersoons tribunaal? Diende ik me voor mijn doen en laten te verantwoorden en werd ik om die reden onderworpen aan een kruisverhoor? De journaliste maakte een aantekening. Geduldig wachtte ik tot ze klaar was. Stel je voor dat ze van haar ‘a propos zou raken. Buiten kleurden de kastanjebomen en het hotelgazon iets groener; maar echt van harte ging het niet. De winter had zich er met een jantje-van-leiden van afgemaakt en moest voor straf nablijven. “Mocht mijn echtgenote eerder komen te overlijden dan ik, vervolgde ik, “dan verkoop ik ons huis en ga ik de rest van mijn leven in een hotel wonen. Me voorgoed terugtrekken in een klooster of een abdij zou overigens ook tot de te overwegen opties behoren.” “Toch vind ik het vreemd”, zei de journaliste. Dat kon zijn. Maar ik voelde me niet geroepen me nader te verklaren. Dan maar “vreemd” “Je noemt je nieuwe boek een roman, zei ze. “Maar het is toch gewoon een verhaal over je leven?” Het beloofde een lange zit te worden.”

 

Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

 

De Engels-Amerikaanse dichter en schrijver T. S. Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor T. S. Eliot op dit blog.

 

Een zang voor Simeon

HEER, DE ROMEINSE HYACINTEN BLOEIEN IN SCHALEN langs de wand
En winterzon sluipt langs de heuvelen van sneeuw;
Het koppige seizoen houdt stand.
Mijn leven is zeer licht, wachtend naar doods wind,
Als een veder op de rug van mijn hand.
Stof in zonlicht, herinneringen achtergelaten,
Wachten de wind die verkilt naar het dood land.

Geef ons uw vrede.
Ik ben vele jaren lang door deze stad gegaan,
Geloof en vasten hield ik, verschafte aan de armen brood,
Nam en schonk eer en rust.
Nooit wierp ik één verworpene van mijne deur.
Wie zal mijn huis herinneren, waar zullen mijn kindskinderen leven
Wanneer de tijd der smarten zal gekomen zijn?
Ze zullen zich redden langs het pad der geiten en in ’t huis van de vos,
Vluchtend voor de vreemde aangezichten en de vreemde zwaarden.

Vóór de tijd der koorden en gesels en lamentaties
Geef ons uw vrede.
Vóór de staties van de berg van desolatie,
Vóór het zeker uur der moederlijke smart,
Nu in dit seizoen der geboorte van het sterven,
Laat het Kind, het nog niet sprekend en ongesproken Woord,
Geven Israel’s troost
Aan een die tachtig jaren en geen morgen telt.

Volgens het woord dat gij spraakt.
Zij zullen U eren en lijden in elke generatie
In glorie en spot,
Licht over licht, stijgend de ladder der heiligen.
Niet voor mij het martelaarschap, d’ extase van gedacht’ en gebed,
Niet voor mij het ultiem visioen.
Geef mij uw vrede.
(En een zwaard zal uw hart doorsteken,
Ook het uwe.)
Ik ben moe van mijn eigen leven en de levens van dezen na mij,
Ik ben stervend in mijn eigen dood, en de dood van dezen na mij,
Laat uw dienaar heengaan
Nu hij uw verlossing heeft gezien.

 

Vertaald door Ben Cami

 

T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e september ook mijn blog van 26 september 2018 en ook mijn blog van 26 september 2017 en eveneens mijn blog van 26 september 2015 deel 2.

Niccolò Ammaniti, Kay Ryan

De Italiaanse schrijver Niccolò Ammaniti werd geboren in Rome op 25 september 1966. Zie ook alle tags voor Niccolò Ammaniti op dit blog.

Uit: Kieuwen (Vertaald door Etta Maris)

“Salamanders weten met verbazingwekkende precisie hun hol terug te vinden. Als je ze oppakt en je loopt met ze over een berg, keren ze gewoon terug naar huis. Ik niet. Ik raak dc weg kwijt. Vooral wanneer ik drink. En vanavond is het ijskoud en regent het. Ik heb een hele tijd rondgedwaald. Was ik maar een salamander. Dan had ik naar de sterren gekeken en mijn neus in de lucht gestoken en zou ik naar de winkel zijn teruggekeerd. Ja, misschien had ik dat moeten proberen. Maar in Rome zie je geen sterren. De hemel gaat er schuil achter een grijze, fosforescerende kap en hoge woonblokken. En bovendien ben ik verkouden. Ik moet overgeven. Ik heb het gevoel alsof mijn maag vol zit met murenen. Vooruit. Sta dus maar op. Ik zit al een tijd op de motorkap van deze auto en ben doorweekt. Sta op, je bent er. Ik hijs mezelf overeind. Ik leun met mijn hoofd en armen tegen het rolluik om de draaikolkbeweging van de straat, de lantaarns en al het andere te stoppen. Ik vind mijn sleutels onder in de zak van mijn jas. Ik ga naar binnen. Ik loop door de winkel, die inmiddels niet meer in gebruik is; uit de aquaria, die ooit dienden om de klanten te lokken, stijgt een geur van ontbinding op. Jezus, wat veel stof. Waggelend loop ik door een lange, donkere gang en dan ben ik eindelijk in het hol. Dat is een grote kamer die uitkijkt op een binnentuin. Overdag schijnen de zonnestralen naar binnen door de grote ramen, zodat zich een dichte vegetatie kan ontwikkelen. Er staan aquaria in alle soorten en maten, sommige zo groot dat je erin zou kunnen zwemmen. Lange snoeren voeden dc lampen. De waterleidingen liggen kriskras door elkaar op de vloer. De grootste aquaria reproduceren complete regionale ecosystemen. Een van Zuid-Amerika, met planten met lange stengels. Een ander van Zuidoost-Azië, met waterlelies. En verder één van Europa en een van Afrika. Zodra ik binnenkom voel ik de vochtigheid door mijn kleren dringen en wordt ademhalen moeilijk. Dc lage lampen vullen de aquaria met een warm, zacht licht. De vissen zwemmen traag in scholen. Daaronder de duisternis en een sterke, zoete geur. Regen en vegetatie. De geur vult mijn neus en bedwelmt me. De ramen zijn beslagen door de condens. Tegen een van de muren staan op een toonbank een stuk of twintig kleinere aquaria. Daarin zitten dc pootvissen, dc pasgeboren visjes. Opzij daarvan staan een half versleten bank, de koelkast, een televisie en een stretcher. Ik laat me erop vallen. Het lukt mc niet me uit te kleden. lk trek mijn schoenen uit, meer niet. Ik vind de afstandsbediening onder het kussen en zet de tv aan. Ik houd mijn ogen dicht. ‘En? Hoc hebt u het ontdekt?’ vraagt Maurizio Costanzo.”

 

Niccolò Ammaniti (Rome, 25 september 1966)

 

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27 september 1945 in San Jose, California. Zie ook alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

EEN BAL ROLT OP EEN PUNT

De hele bal
van wie we zijn
drukt zich in
het groene laken
op één enkel,
minuscuul punt.
Een krakend
geluidsspoor
verraadt onze doortocht
door de
vezelige jungle.
Het is heet en
wanhopig. Insecten
springen eruit op.
De pressie is
intens, en de
perceptie dat we
de maat zijn kwijtgeraakt.
Alsof om te veel gewicht
op een te kleine plek
te laten rusten
onze keuze was.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 25e september ook mijn blog van 25 september 2021 en ook mijn blog van 25 september 2019 en ook mijn blog van 25 september 2018 en eveneens mijn blog van 25 september 2016 deel 2.

Joke van Leeuwen, Kay Ryan

De Nederlandse dichteres, schrijfster, illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Bang in het donker

Mama, papa, blijf je thuis?
Er lopen dieven door het huis.
Er lopen boeven op de gang.
In het donker ben ik bang.

Er zit een kater in de kast,
die daar met zijn nagels krast.
Moet ik ’s nachts naar de wc,
lopen spoken met me mee.

Op de zolder zit een beest.
Ik ben er weken niet geweest.
Hoor ik ’s nachts een harde klap,
dan is het oorlog op de trap.

Dan loopt een vent met een geweer
in het donker op en neer
en loert-ie naar me door een kier.
Blijf liever hier. Blijf liever hier.

 

NOSTRIFICATIE

Wie gaf er soep aan wie toen die opeens daar op de stoep, want
weggevlucht van waar die dacht te horen? Wie raakten er
voorgoed ontwricht? Wie deed zijn deuren dicht?

Waar wurmen massa’s zich langs ketens, waar wordt
bourgondisch, taaltje, zuinig en lawaai eens door elkaar gegooid
vermooid tot boor, aai, lading, uiting, schuw en zaaltje?

Wie is het snelst met zijn oudjaar, zijn gangen, bollen, flappen?
Wie kwamen uitgedosten halen van een halte, omdat de bus niet
reed? Wie deed wie na, hoe kusten zij elkanders wangen?

Waar zitten hier en daar de billen, hoe snel gaat lopen, waar
in de trein zit wie te bellen over liefde, die aan weerszijden
heus niet meevalt nee, dat weet nu heel de treincoupé?

Hoevelen staan er waar in brons gegoten, de kop gedragen in
een schaal van kraag? En hoeveel decibellen kunnen torens nog
verduren, blote putti en het stil vertoon van de moluren?

Wie praat tegen de wind in, woont in een fermetje, plakt aan zijn
geboortegrond? Wie schiet er door? Wie leidt het meeste om en
wie wil alles recht, zegt: heb ik al gezegd en zegt het weer?

Hoe traag gaat varen op kanalen? Waar reiken de rivieren
over grenzen? Wat bloeit er op de doden? Hoe ogen waar
de broden? Hoe zijn ze zo geworden?

Vul hier niets in. Schuif aan.
Zie hoe versierd het voedsel op de borden.

 

EENZAME UITVAART

De man van as zegt: neem mijn urn
bij mijn middel vast, ja zo, verstrooi mij
niet hier op het voorgeschreven gras, op
ander as van vorig jaar. Verstrooi mij als

een kruimelspoor, daar waar men voort-
stapt en iets meent te moeten. Leg mijn
verkleinde brein, mijn reumavoeten
onder de leuning van het viaduct

(bergje van niks, maar wel een bergje)
dan waai ik zelf als storend stof
op snelle auto’s ergens heen.
Toch licht. Toch tegenwoordig.

 

Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)

 

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27 september 1945 in San Jose, California. Zie ook alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

Waarom we moeten worstelen

“Als we niet hebben geworsteld
zo hard als we kunnen,
op het toppunt van onze kracht,
hoe zouden we dan de vorm
van ons verlies kunnen voelen,
of weten wat ons het langst
op de been houdt, of benoemen
wat verandering ons kost,
en zeggen hoe vreemd
het is dat het ene deel
van het zelf kan inspringen
voor het andere in nood,
hoe verlies een sluimerende
dubbelganger activeert, hoe
we ons kunnen voeden
– als met nectar –
met onze eigen behoefte?”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e september ook mijn blog van 24 september 2020 en eveneens mijn blog van 24 september 2019 en ook mijn blog van 24 september 2017 deel 2.

Herfst (Hélène Swarth), Inge Boulonois, Olga Kirsch

 

 

Herfstlandschap door Vincent van Gogh, 1885

 

Herfst

Nu rijpt de herfst de rijkgebronsde peren;
De sappige applen glansen, rood en goud,
En prachtig prijkt, gelijk een tooverwoud,
Het bosch, dat groen in purper doet verkeeren.

Krachtige balsemgeur uit kreupelhout
Van eiken stroomt mij tegen, zilvren veêren
Doorstrepen ’t reine luchtblauw en vermeeren
Tot éen wolk, die de zon gevangen houdt.

Nu vul die vaas met gele October-rozen,
Leg blauwe druiven op die blanke schaal,
Tusschen de trossen laat de perzik blozen
Als avondrood, en loof als bloedkoraal
Van wilden wingerd blij mijn blik verpoozen,
Die symphonieën zoekt in kleurentaal.

 

Hélène Swarth (25 oktober 1859 – 20 juni 1941)
Amsterdam, de geboorteplaats van Hélène Swarth

 

De Nederlandse dichteres en schilderes Inge Boulonois werd geboren in Alkmaar op 23 september 1945. Zie ook alle tags voor Inge Boulonois op dit blog.

 

Herfstvakantie

Op naar de zon, een mens móét recreëren!
Vanaf Schiphol vertrekt weer vlucht na vlucht
De kerosinedamp vervuilt de lucht
En hoe gaan wij dit vliegen compenseren?

Standvastig doe ik mijn klimaatplicht hier:
Braaf drink ik met een rietje van papier

 

De dichtgetijden

Hier peest en racet de postmoderne geest:
we moeten dringend dit en instant dat,
bij voorkeur weer wat anders dan men had;
zelfs de Parnassus schoeit op snelle leest.

Geen tijd voor metrum, rijm, superbe vorm,
poëten braken trendy losse flodders,
veelzeggend als met verf gesmeten klodders;
het stijlloos vrije vers brak uit, werd norm.

Een leger dichters lijdt zwaar aan de tijd
want vrijheid remt de creativiteit
en verkoop van hun bundels blijft stagneren.

Maar binnenkort zal deze trend wel keren,
de ware muze kan niet zonder wetten:
straks dweept de avant-garde met sonnetten!

 

Kunstmatige intelligentie

Da’s makkelijk, het lijkt me je van het!
Die bot wordt al gebruikt op grote schaal
En schrijft in ijltempo een lang verhaal
Dus vraag ik hem een kloppend snelsonnet

Helaas, ‘kunst’matig heeft echt niets van kunst
Ook ‘matig’ klinkt té positief: hij klunst

 

Inge Boulonois (23 september 1945 – 3 december 2024)

 

De Zuid-Afrikaanse / Israëlische dichteres Olga Kirsch werd geboren in Koppies in de Oranje Vrijstaat op 23 september 1924. Zie ook alle tags voor Olga Kirsch op dit blog.

 

Aan de verhuizers

Draag ze voorzichtig, vrienden,
want sierpotten en aardewerk,
fijn porselein en teer glas
herbergen een leven –
met zijn dromen
en verlangens – in zich;

Draag ze voorzichtig, mededragers,
want het gewicht
van een veren bed,
tafels en een bureau
drukt tegen het broze
geraamte van de kist;

Draag ze voorzichtig, rechters,
want het oordeel
over mijn kleine bestaan
ligt besloten
in foto’s, boeken
en een geliefde oude leunstoel;

Draag ze voorzichtig, goden,
want het porselein van het hart
is kwetsbaar en vatbaar
voor diepe pijn
en kwetsbaarheid:
de kratten van een leven
kunnen zo gemakkelijk breken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Olga Kirsch (23 september 1924 – 5 juni 1997)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e september ook mijn twee blogs van 23 september 2018.

Jaap Harten, Dannie Abse

De Nederlandse dichter en schrijver Jacobus Cornelis (Jaap) Harten werd geboren in Blaricum op 22 september 1930. Zie ook alle tags voor Jaap Harten op dit blog.

 

Jeugd

II

Wij sloegen wegen in
die met een sterke geur
van mest en winter
de middag tegemoet kwamen.
Wij zagen de hemel zich kleuren
met vossenrood toen de zon
wegreed in zijn zegekar en het land
achterliet aan vuursteen en hout.
Wij slopen over de paden
als soldaten op verkenning,
droegen een riem om ons
middel en het staal van
een roestig mes op
onze blote huid.

Wij verbrandden in de bossen
alle dode leefregels,
wij hurkten bij vuurtjes met
de schutterigheid van pubers,
wij waren jong als sap en
sterker dan kabeltouw.
Wij dachten niet meer aan

de ouderen, die uit een
vitaal tekort, bij gebrek
aan ruimte, alles uit
de helderheid wegzetten,
liefde en haat in dozen
borgen, in donkere laden
waar hun gevoel als
een kapotte batterij
stierf uit armoede.

Wij waren jong als sap
en sterker dan kabeltouw.
Wij hadden onze melktanden
verloren en daarvoor in
de plaats een mond vol
rauwe woorden. Wij woonden
niet meer als onze voorvaderen
op de rand van het ijs
maar in de kop van het vuur
of de vuist van het duister
en leefden een leven dat
niet mocht, omdat het vochtig
was als jong vel, en woonden op
de verborgen zolder van de droom.

 

Klokken en niets dan tijd

Uit zilver en glas zijn
de instrumenten gemaakt
waarmee wij de tijd meten,
maar kennen wij ook
die tijd? Wij kennen
onze angst, die sputtert
als een oliepit en soms dooft,
wij kennen geluk en wondpijn –
de koorts van die wond al minder.

Maar de tijd blijft een dunne adem
waaronder wij leven, vechten
of popelen van liefde,
de tijd is een geruisloze wind
die verandering, als spionnen,
onder zijn mantel meevoert.

En als hij kleur bekent
zien wij het niet – of te laat.
Met het oog op onszelf gericht
zien wij wel het vuur binnen
ons, blussen wij met koele
bekers, maar zien te laat

de weg die onheilsboden
nemen onder de zon.
En later, wanneer het voorbij is,
vragen we: wat was het?
Een windstoot of wapengerucht?
Een fel opstekend onweer?

Niemand weet het dan meer.
Waarom werd Troje veroverd?
De één zegt: om Helena.
Een ander: om de ijzervoorraad
te vermeerderen van de Grieken.
Wat was het: een vrouw of erts,
waarvoor legers hoog hielden
de tekens van hun gevechtswaarde?

 

Jaap Harten (22 september 1930 – 2 december 2017)
Portret door Ringo Mollinger, 1984

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

MYSTERIËN

’s Nachts, weet ik niet wie ik ben
als ik droom, als ik slaap.

Wakker geworden, houd ik mijn adem in en luister:
een duimnagel krast over de andere kant van de muur.

’s Middags ga ik een zonverlichte kamer binnen
en neem er waar dat er zonder enige reden de lamp brandt.

Ik hoorde nu wel te weten dat je weinig octaven kunt horen,
dat een visioen sterft als je er te lang naar staart;

dat zelfs de hele geboekstaafde geschiedenis
maar wat geklets is in een grote stilte;

dat een magnesiumflits nog niet één enkel moment
het onzichtbare kan verlichten.

Ik klaag niet. Ik ga uit van het zichtbare
en het zichtbare ontstelt mij.

 

Vertaald door C. Buddingh’

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e september ook mijn blog van 22 september 20919 en ook mijn blog van 22 september 2018 deel 1 en deel 2.

Xavier Roelens, Leonard Cohen

De Vlaamse dichter Xavier Roelens werd op 21 september 1976 in Rekkem (Menen) geboren. Zie ook alle tags voor Xavier Roelens op dit blog.

 

1952

guust scheurt en knipt uit de foto wie vergeten is en zelfs meer. ook de
jongen die als straf na school de sjaal moest zoeken die hij nochtans
niet verstopt had, niet hij, deed de schoolpoort open en vertrok. ook de
jongen die in vaders schuif tastte, raderen en veren en wijzers betastte,
verdween finaal tussen de onderdelen voor vader zijn vingers kon
pletten. ook de jongen die zijn schooleten plette, ook die knipt hij uit.
en de jongen die ooit in de kleedkamer met zijn handdoek tegen
guusts blote kont kletste, is al lang gesmolten. en de jongen die een
krekel had gevangen, heeft ook de lente niet gehaald. en de jongen die
wou lopen met een pet over zijn ogen maar al na drie meter viel en de
enige lange broek scheurde die zijn ouders zich konden veroorloven,
is ver van huis. en ik die het warm kreeg achter in mijn broek en de
jongen die zijn mond vulde met crème glace in ruil voor zijn
amandelen en de jongen die bij het kippenhok regenwater oplepelde,
wij die ooit samen met guust rondhuppelden in de sneeuw, zien nu
onze sporen uitgewist. knip. knip. knip. en dan prikt hij nog van haar
bank de non die hem klappen gaf omdat hij te rommelig knutselde,
waarna moeder hem klappen gaf omdat hij klappen had gekregen. en
de plukjes hemel. en de bank als brandhout. en het gras. hij houdt
slechts zichzelf over, houdt zelfs zichzelf niet over.

 

1956

de smurfen zien smurfen op smurf smurfen kijken op een smurf
waarop zij smurfen kijken waarop smurfen die smurf kijken waarop
nonkel bob en tante terry te zien zijn
    kom, kom toch kijken smurfin!

maar smurfin zit in een zetel, nog voor de dag begint in een zetel tussen
twee teddysmurfen, nog niet aangekleed in een versleten,
stoffen zetel met houten leuningen en zij, nog net niet versleten, nog
voor het grauw van buitenwereld begint, hoort
    kom, kom toch kijken smurfin!
en brilsmurf ijsbeert voor het scherm want grote smurf dit en grote
smurf dat en als gargamel wat, maar als knutselsmurf zich ergert
omdat alles hetzelfde blijft en moppersmurf omdat alles verandert,
hangen ze samen brilsmurf met zijn muts aan een haak in de gang en
gaan op een pleintje spelen; speelgoed is niet nodig, ze spelen smurfje
en smurfen vakjes van een tot tien en gooien met een kiezel
     kom, kom toch kijken smurfin!
en voor gargamel is het ja en inderdaad, alleen zijn. geen broer of zus.
niet echt eenzaam, maar alleen. hij zit op regenachtige dagen smurfen
te knutselen en bomen waarachter ze zich mogen verstoppen en waar
hij ingenieuze valstrikken in bouwt. want smurfen wonen in een
gezondheidskolonie in een bos van zon, dat heeft hij uitgeplozen,
staan dicht bij bevroren bladeren en ijs. ze snuiven de geur en kou
diep in hun blauwe longen, tot
    kom, kom toch kijken smurfin!
klunssmurf uitglijdt op het meer. zijn buil zwelt en doet zeer. ze
dragen hem snel naar grote smurf die net de drinkbeker aan het
bijvullen is voor de slakken in hun vogelkooi.

 

Xavier Roelens (Rekkem, 21 september 1976)

 

De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Zie ook alle tags voor Leonard Cohen op dit blog.

 

Hoeveel mensen in deze stad?

Ik vraag me af hoeveel mensen in deze stad
in gemeubileerde kamers wonen.
Laat in de nacht, als ik naar de gebouwen kijk:
ik zweer dat ik in elk raam een gezicht zie,
dat naar me terugkijkt,
en als ik me omdraai,
vraag ik me af hoeveel er teruggaan naar hun bureau
en dit opschrijven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Leonard Cohen (21september 1934 – 7 november 2016)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e september ook mijn blog van 21 september 2021 en ook mijn blog van 21 september 2020 en eveneens mijn blog van 21 september 2019 en ook mijn blog van 21 september 2018.