Sander Kok, Wolfgang Hilbig

De Nederlandse schrijver Sander Kok (ook bekend fotomodel) werd geboren in Arnhem op 31 augustus 1981. Zie ook alle tags voor Sander Kok op dit blog.

Uit: Oorlog zonder vrede (Over Lodewijk van Deyssel)

“Het onaniedagboek is een pijnlijk werk, het verslag van een strijd, een kroniek van een serie verloren slagen, een belijdenis van een geloof dat zich niet laat doven. Van Deyssels hoop dat hij ooit door strenge zelfdisciplinering het beest van de onanie zal doden is onaantastbaar als dat van iemand wiens leven zonder het geloof door angst kapot zou gaan. Angst – waarvoor?
De amateurpsycholoog in mij zegt: voor mislukking. Zijn ambities waren te groot voor één mens. Een in het zwart geklede man die met gespreide armen over een bureau met daarop een wereldkaart ligt, dat is Van Deyssel, als je zijn lijst met doelen, op twintigjarige leeftijd opgesteld, erbij pakt. Tientallen boeken zou hij schrijven. President zou hij worden. Zijn kuisheid, zijn strijd, staan die niet vooral in dienst van de zelfsabotage? Als de kunstenaar, het taalgenie, onverhoopt faalde bij het benaderen van zijn bovenmenselijke doelen, kwam dat doordat hij zich onzedelijk betast had, niet door gebrek aan talent. Daardoor kon hij doorgaan met die andere strijd, die van het schrijven.
Van Deyssel is een mislukkingskunstenaar (zoals W.F. Hermans door zijn biograaf Willem Otterspeer werd genoemd). Hij verbeterde zich en sterkte zich en stutte zijn fragiele bouwwerk met de bespijkerde kokers die hij elke avond om zijn polsen bond.
Goed. Maar waarom er een dagboek over bijhouden? En waarom het bewaren? Waarom heeft hij die vierhonderd bladen niet verscheurd of verbrand, voor de dood op zijn deur klopte?
Niet uit nonchalance of verstrooidheid, daar was hij de man niet naar. Van Deyssel had zijn literaire nalatenschap al ruim voor zijn dood geregeld met zijn toen pas zeventienjarige biograaf, Harry G.M. Prick. Het onaniedagboek zat in een scheepskist met het weerdagboek, het slaapdagboek en talloze andere dagboeken. Waarom heeft de bejaarde, trotse Van Deyssel dat ene, schandelijke werkje in de scheepskist laten zitten? Om onze spektakelzucht te stillen? Van Deyssel was wel een beetje een provocateur. Maar toch. Hij was ook trots.”

 

Sander Kok (Arnhem, 31 augustus 1981)

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

treinstation

grijze, grijze, grijze wanorde
vanwaar geen trein vertrekt, waar een gigantische raaf
zwart tussen de rails gaat zitten
treinstation, dat is de koudste plek van allemaal, ’s nachts
slaapt niemand

zie onze gezichten door zonde verscheurd en
wanneer het station vertrekt, zie ons drinken
gevangenschap drinken uit vuile glazen
drinken tot de duivel komt, spreken
tegen niemand en, ouder wordend, ons nog steeds verbazen
over de gedachten van warrig haar

zomer, winter, eeuwen komen voorbij,
ons raken ze niet, zie ons verblijven
in de rook van de razende wachtkamers, een keer
huilen, een paar keer lachen en luisteren
wanneer buiten het raam een dronkaard
als een gek een naam schreeuwt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 31 augustus 2019 en ook  mijn blog van 31 augustus 2018 en ook mijn blog van 31 augustus 2017.

Charles Reznikoff, Wolfgang Hilbig

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Autobiography: New York

XI

“Shall I go there?” “As you like—
it will not matter; you are not at all important.”
The words stuck to me
like burrs. The path was hidden
under the fallen leaves; and here and there
the stream was choked. Where it forced a way
the ripples flashed a second.
She spoke unkindly but it was the truth:
I shared the sunshine like a leaf, a ripple;

thinking of this, sunned myself
and, for the moment, was content.

XII

There is nobody in the street
of those who crowded about David
to watch me
as I dance before the Lord:
alone in my unimportance
to do as I like.

XIII

Your angry words—each false name
sinks into me, and is added to the heap
beneath. I am still the same:
they are no part of me, which I keep;
but the way I go, and over which I flow.

XIV
The Bridge

In a cloud bones of steel.

XV
God and Messenger

This pavement barren
as the mountain
on which God spoke to Moses—
suddenly in the street
shining against my legs
the bumper of a motor car.

XVI

A beggar stretches out his hand
to touch a fur collar, and strokes it unseen,
stealing its warmth for his finger tips.

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)
Cover van een bundel essays over de poëzie van Charles Reznikoff

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

verzoek

laat me een beetje
nog sterven
laat me in de stoel zitten
met mijn hoofd achterover leunen
mijn mond, mijn ogen wijd openen
slap mijn armen laten hangen
in mijn ogen laten
vallen het licht van de lamp dan
uitdoven

laat me
een ogenblik nog sterven
snel voordat jullie
eeuwig leven, eindeloos licht
in de wereld wekken
een heel kort ogenblik nog
laat me sterven, ach,
gun me dat ik
niet vergeet –

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 31 augustus 2019 en ook  mijn blog van 31 augustus 2018 en ook mijn blog van 31 augustus 2017.

Elma van Haren, Rita Dove

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook alle tags voor Elma van Haren op dit blog.

 

Hallo Heidi

Ik hoorde van je hernia en dacht toen:
kom, ik schrijf je!
Bloeit mijn hortensia aan jou nog blauw?
Weet je nog, hoe wij herfst
in ons herbarium plakten?

En hoe heerlijk het schapen hoeden was
om bij noodweer te gaan schuilen
in de herdershut, waar we de eerste kus…
door één boshutkus werd het onze geheime kusboshut,
ach hoe dan ook…

Toen jij huppelend de hort op ging,
snikte, hikte ik zo heftig,
dat mijn hond een gat de lucht in schrok.
Kapot! Kapot!
Ik huilde hele bange dagen.

O liefje, waarom werd jouw hart zo zwaar, zo zwart.
Het mijne is gebroken.
Voor altijd zit ik aan je vast.
Ik voel mijn bloed nog koken,
want hoe hard ook je hart, des te zachter
waren je hemelse handen.

voor eeuwig je Peter

 

0.00 / 2000

Ik weet nog van niks, maar zal honderd jaar duren.
Ik ben dikke hoge muren
aan de rand van een wijde zee,
maar ik weet nog van niks en
doe nergens aan mee.

Ik weet van niks, ik kan niet kijken.
Ik ben de voorraad in een donkere kast.
Ik sta te wachten op de tast.
Ik ben voor later en
niemand tot last.

Ik wil helemaal niets, ik heb geen oren.
Ik rol alleen over, de rollende donder
met donderkop en gevorkte tong.
Maar ik heb nooit iets gezocht,
want nooit iets verloren.

Ik ben een getal met veel nullen.
Van een heel lege eeuw ben ik het begin.
Jijzelf zal je eigen tijd moeten vullen.
Ik niet! Waarom zou ik?
Ik verroer zelden een vin.

Ik ben het gat in je trui,
de kier tussen deuren,
het donker in je neusgat,
ik ben zonder kleuren.
Niet wit en niet zwart
leun ik tegen het raam overdag,
in de nacht.
Ik ben het gepiep in de kelder
het gekraak op de zolder
of – als je wilt –
het geritsel onder je bed.
Ik heb geen honger of dorst,
geen pijn en geen pret.
Ik kruip als je slaapt in je hoofd.
Ik ben alles waar je niet in gelooft.

Ik ben zonder spijt en zonder verdriet,
want ik weet nergens nog van en
wil nog helemaal niks.
Jou zeker niet!

 

Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)
Cover

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

De huisslavin

De eerste hoorn heft zijn arm over dauwglanzend gras
en in de slavenverblijven is er bedrijvigheid –
kinderen in schorten stouwen, maisbrood

en waterzakken grijpen, ontbijten met pekelvlees.
Ik zie hoe ze de morgenschemering in worden gedreven
terwijl hun meesteres slaapt als een ivoren tandenstoker

en hun Massa droomt van ezels, rum en slavenangst.
Ik kan niet meer slapen. Bij de tweede hoorn
krult de zweep over de ruggen van de laatkomers –

soms hoor ik daar onmiskenbaar mijn zusters stem.
“O! Bid!” roept ze. “O! Bid!” In die dagen
lag ik op mijn mat, rillend in de vroege warmte,

en nu de velden zich ontvouwen tot witheid,
en als bijen uitzwermen over de vette bloemen,
schrei ik. De zon is nog niet op.

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

Zie voor de schrijvers van de 29e augustus ook mijn blog van 29 augustus 2020 en eveneens  mijn blog van 29 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 29 augustus 2017 en ook mijn blog van 29 augustus 2016 en ook mijn blog van 29 augustus 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Maria Barnas, Rita Dove

De Nederlandse schrijfster, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas werd geboren in Hoorn op 28 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Maria Barnas op dit blog.

 

Schizo scherzo
I’m Leavin’ Town Mama

Een Engelsman met prachtige ogen stemt mijn piano.

Hallo wereld.

I’ll do it very carefully, zegt hij.

Er vallen druppels en blaadjes uit de vlierbes
die in de hoek van de tuin staat, sir, would you mind?
Ik denk dat de boom ongeneeslijk ziek is.

We might have a slight problem here.

Wij.

Er is een vochtige zomer aangebroken in mijn hoofd,
dear sir, een verlammende hitte. Weet u misschien raad?
Ik weet niet wat verzengend in het Engels is.
Would you like a drink?

Thank you so much.

How much? In Brussel at ik chocola uit goudblad
en ik had smetteloze schoenen aan.
In Parijs zat ik in een reuzenrad.
Ik zou zo met u mee naar Londen gaan.

Of ik suiker heb. En melk.

De Engelsman speelt.
Erbarme mich.

Dat is dat.

Dat is alles.

Thank you so much.

 

Hotel

Toen ik wakker werd was ik verliefd. Verschrikkelijk.
Ik ben maar weer gaan slapen. Tien minuten? Een uur?
Bij het ontwaken treurde ik om een verloren liefde.

Om indruk te maken op de mooie acteur aan mijn tafel zeg ik:
de mooiste film die ik ooit zag heet Paradise Lost.
De camera bewoog zich niet en alles was zwart-wit,
vreemd als een paradijs, nee vreemder.
De jongen zegt dat ik Stranger than Paradise bedoel.
Ik concentreer me op het woord gereserveerd
op mijn tafel tot de letters zwemmen voor mijn ogen
en de wereld een vlek is.

De wereld, mijn wereld verhardt zich.
Daar is geen twijfel over mogelijk.
Er komt niet zozeer iets nieuws bij, als wel dat wat er is krimpt.
Zich samenbalt, trekt en compact wordt. Kramp?

Bijvoorbeeld: een hoofd van klei wordt in een oven geschoven
en zo heet gebakken dat het vocht eruit stoomt
en het hoofd hard wordt en de grootte heeft van een gebalde vuist.
Maar een beeld is breekbaar en dat geloof ik van de wereld niet.

Als wel, meneer. Ik droomde dat ik geneukt werd door twee mannen.
Later zal ik hierover schrijven, als ik oud ben dacht ik.
Ik ben oud en verlang twee mannen, tegelijkertijd.

Maar haal die hand uit je haar, ik weet dat je mooi bent.

Passie is het beste excuus dat ik ken
om me aan het bestaan te onttrekken.
Maar ik kan het niet uitspreken. Het is meer iets voor een acteur.

De acteur staat op, trekt zijn jas aan.
Er is een wereld die op hem wacht.

Ik blijf nog even.

 

Maria Barnas (Hoorn, 28 augustus 1973)

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

Druivensorbet

De dag? Herdenking.
Na de barbecue
verschijnt papa met zijn meesterwerk —
wervelende sneeuw, gelachtig licht.
We juichen. Het recept is
geheim en hij onderdrukt
een glimlach, zijn pet omhoog
zodat het slabbetje op een eend lijkt.

Die ochtend galoppeerden we
door de met gras begroeide heuvels
en noemden we elke steen
naar een verloren melktand. Elke lik
sorbet, later,
is een wonder,
zoals zout op een meloen dat hem zoeter maakt.

Iedereen is het erover eens: het is heerlijk!
Het is precies zoals we ons hadden voorgesteld
dat lavendel smaakt. De diabetische grootmoeder
staart vanaf de veranda,
een fakkel
van pure weigering.

We dachten dat er niemand lag
onder onze voeten,
we dachten dat het
een grap was. Ik heb geprobeerd
me de smaak te herinneren,
maar die bestaat niet.
Nu begrijp ik waarom
je de moeite nam,
vader.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

Zie voor de schrijvers van de 28e augustus ook mijn blog van 28 augustus 2020 en eveneens  mijn blog van 28 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 28 augustus 2017 en ook mijn blog van 28 augustus 2016 en ook mijn twee blogs van 28 augustus 2015.

Tom Lanoye, Guillaume Apollinaire

De Belgische dichter, schrijver en vertaler Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

Uit: Het derde huwelijk

“Je trouwt met haar, je woont met haar, je leeft met haar.
Maar raak haar aan en ik sla je morsdood.”
De man die deze repliek ophoest, zit tegenover mij.
Hij heeft zich ontpopt tot een mogelijke geldschieter.
Onze ontmoeting in dit café is er gekomen op zijn initiatief.
Ik heb hem nooit eerder in mijn leven gezien.
Het is tien uur in de ochtend.
En het licht is lelijk.

Zal ik zijn woorden boekstaven achter op een viltje van Maes Pils? Ik heb niets bij me om te schrijven. Je kunt een geldschieter moeilijk een potlood vragen om zijn eigen woorden neer te krabbelen. Hij lijkt me toch al geen man wie het te doen is om woorden. Het gaat hier om zijn toekomst. Dat heeft hij al drie keer gezegd. Het heeft weinig zin zo iemand te feliciteren met zijn verbaal talent. Je moet geldschieters sowieso niet feliciteren. Zeker niet als je ze nog maar een halfuur kent, als ze je binnen dat halve uur al iets hebben voorgesteld wat tegen de wet is en tegen je goesting, en waarvoor ze je net zo goed bedreigen. Dit had ik nog aan Gaëtan moeten kunnen vertellen. Die had zich bescheurd. `Zeg toch ja tegen die gast!’ De man en ik zijn de enige klanten in dit vergeethol. De verwarming staat amper aan, de ramen zijn in geen seizoen gelapt, buiten ligt de stad alweer op apegapen na de vroege spits van school en kantoor, het asfalt glimt, ik hoor in de verte de kusttram krijsen, er waggelt een matrone voorbij op een verroeste fiets, het schemert nog — of is dit de voorbode van nog meer hagel en zure regen? Ik voel walging opzetten, terwijl ik niet eens in de spiegel boven de lambrisering kijk. Ik zou de man een antwoord in het gezicht moeten wrijven. Ik zou niet weten wat. Kuchen brengt de oplossing. Kuchen is altijd goed. Alles wat uitstel koopt, is goed. De grondwet der survivors. Ik kuch twee keer.”

 

Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

De Franstalige schrijver en dichter Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook alle tags voor Guillaume Apollinaire op dit blog.

 

1909

De dame droeg een japon
Van lichtpaarse ribzijde
En haar tunica met goudbrokaat
Was samengesteld uit twee panden
Die van haar schouders hingen

Als engelen dansten haar ogen
Ze lachte ze lachte
Haar gezicht was gekleurd als de Franse vlag
Blauwe ogen witte tanden en haar lippen intens rood
Haar gezicht was gekleurd als de Franse vlag

Haar hals was rond uitgesneden
Ze had een Récamier-coiffure
Met mooie blote armen

Zullen we nooit middernacht horen slaan
De dame in de lichtpaarse japon
In tunica met goudbrokaat
Hals rond uitgesneden
Wandelde haar rondjes
Haar gouden band
En slofte haar schoentjes met gespen voort

Zij was zo mooi
Dat je niet van haar houden durven zou
Ik hield van gruwelijke vrouwen in grote buitenwijken
Waar nieuwe schepselen wel iedere dag verschenen
IJzer dat was hun bloed en vuur dat was hun brein
Ik hield ik hield van het volk dat handig met machines was
Overvloed en schoonheid zijn niets meer dan hun schuim
Die vrouw zij was zo mooi
Dat ik bang van haar werd

 

Vertaald door Wouter van der Land

 

Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e augustus ook mijn blog van 27 augustus 2023 en ook mijn blog van 27 augustus 2019 en ook mijn blog van 27 augustus 2018 en ook mijn blog van 27 augustus 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Paula Hawkins, Guillaume Apollinaire

De Britse schrijfster Paula Hawkins werd geboren op 26 augustus 1972 en groeide op in Salisbury (het huidige Harare in Zimbabwe) in Rhodesië. Zie ook alle tags voor Paula Hawkins op dit blog.

Uit: In het water (Vertaald door Ineke de Groot)

“Ik werd ergens wakker van. Ik stond op om naar de wc te gaan en zag dat de slaapkamerdeur van mijn ouders openstond. Toen ik naar binnen keek, zag ik dat mam niet in bed lag. Pap lag zoals altijd te snurken. Op de radiowekker zag ik dat het acht over vier was. Ik nam aan dat ze beneden zou zijn. Ze is een slechte slaper. Allebei nu wel, maar hij neemt zulke zware pillen dat je keihard in zijn oor kunt gillen en dan nog zou hij niet wakker worden. Ik liep heel stilletjes naar beneden, want normaal gesproken kijkt ze een tijdje naar van die megasaaie reclames op de tv voor apparaten waardoor je kunt afvallen of waarmee je de vloer kunt schoonmaken of groenten kunt snijden op heel veel verschillende manieren, en valt ze in slaap. Maar de tv stond uit en ze zat niet op de bank, dus moest ze wel de deur uit zijn gegaan. Dat heeft ze wel vaker gedaan, voor zover ik weet, maar ik houd verder niet bij waar ze de hele tijd zitten. De eerste keer zei ze dat ze wat was gaan wandelen om rustig te worden, maar de daaropvolgende keer dat ik wakker werd en merkte dat ze er niet was, keek ik naar buiten en zag ik dat haar auto niet zoals altijd voor de deur stond geparkeerd. Ze zal op die momenten wel langs de rivier gaan wandelen of naar Katies graf gaan, denk ik, want dat doe ik soms ook. Maar dan niet midden in de nacht. Ik ben bang in het donker, en het is ook eng, want Katie had hetzelfde gedaan: ze was midden in de nacht opgestaan, naar de rivier gelopen, en was nooit meer teruggekomen. Ik snap wel waarom mam het doet: zo kan ze dicht bij Katie zijn. Ze zit ook weleens in Katies slaapkamer. Dat weet ik, omdat Katies kamer aan de mijne grenst en ik mam kan horen huilen.
Ik zat op de bank op haar te wachten, maar ik moet in slaap zijn gevallen, want toen de deur openging, was het al licht buiten en gaf de klok op de schoorsteenmantel aan dat het kwart over zeven was. Mam deed de deur achter zich dicht en haastte zich de trap op naar boven. Ik ging achter haar aan. Ik bleef voor hun slaapkamerdeur staan en keek door de kier naar binnen. Ze zat op haar knieën aan paps kant naast het bed en ze was rood aangelopen, alsof ze had gerend. Ze haalde zwaar adem en zei: ‘Wakker worden, Alec, wakker worden: Ze schudde hem heen en weer. <Nel Ab-bon is dood: zei ze. ‘Ze lag in het water. Ze is erin gesprongen: Ik geloof niet dat ik iets zei, maar ik moet toch geluid hebben gemaakt, want ze keek me aan en kwam haastig overeind. `Q Josh: zei ze, terwijl ze naar me toe liep. ‘0, Josh. De tranen stroomden over haar wangen en ze drukte me tegen zich aan. Toen ik me lostrok, huilde ze nog steeds, maar ze glimlachte ook.”

 

Paula Hawkins (Salisbury, 26 augustus 1972)

 

De Franse schrijver en dichter Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook alle tags voor Guillaume Apollinaire op dit blog.

 

Een wolkenverschijning

Sinds het de dag voor de veertiende juli was
Tegen vier uur in de middag
Liep ik de straat af om de kunstenmakers te zien

Je ziet ze niet zo veel meer in Parijs
Die lui die buiten hun kunstjes doen
Toen ik jong was zag je ze vaker dan vandaag
Ze zijn massaal uit de stad weggegaan

Ik nam de boulevard Saint-Germain
En op een klein pleintje gelegen tussen Saint-Germain-des-Prés en het standbeeld van Danton
Daar trof ik de kunstenmakers

Een menigte omringde hen stil en geduldig wachtend
Ik zocht een goed plekje in die kring om alles te zien
Geweldige gewichten
Belgische steden met uitgestrekte arm opgetild door een Russische arbeider uit Longwy
Zwarte holle halters met als stang een gestolde rivier
Vingers rollen een sigaret zo bitter en zo heerlijk als het leven

Vele vuile tapijten bedekten de grond
Tapijten met plooien die nooit meer verdwijnen
Tapijten die bijna helemaal vervaald zijn door het stof
Waarop wat gele of groene vlekken zichtbaar blijven
Zoals een melodie die je achtervolgt

Zie je die magere wilde man die daar staat
Uit zijn grijzende baard kwam de as van zijn voorvaderen
Daarmee droeg hij zijn hele erfelijkheid in ’t gelaat
Hij leek te mijmeren over de toekomst
Terwijl hij werktuigelijk draaide aan een orgel
Dat wonderlijk jammerde met een trage stem
Met geklok en gekras en een gedempt gesteun

De kunstenmakers bewogen niet
De oudste droeg een tricot in die paarsachtige roze kleur van de wangen van sommige meisjes die fris maar dichtbij de dood zijn

Dat roze nestelt zich vooral in de plooien die hun monden vaak omringen
Of bij de neusvleugels
’t Is een roze vol van verraad

Die man droeg dus zo de vuile kleur
Van zijn longen op zijn rug

Armen armen overal gingen op wacht staan
De tweede kunstenmaker
Had als kleding alleen zijn schaduw
Ik keek langdurig naar hem
Zijn gezicht ontgaat mij helemaal
’t Is een man zonder hoofd

Een ander tot slot leek op een straatschooier
Op een gangster goed en een schoft tegelijk
Met zijn opgeblazen broek en met zijn sokophouders
Leek hij zo niet sprekend op een pooier trouwens

De muziek stopte en er startten onderhandelingen met het publiek
Dat op het kleed in centen opgeteld tweeëneenhalve franc neerwierp
In plaats van de drie franc die de ouwe als prijs had vastgesteld

Maar toen duidelijk was dat er niemand meer iets zou betalen
Besloot men om toch met de show te beginnen
Van onder het orgel kwam een piepkleine kunstenmaker gekleed in pulmonaal roze
Met een randje van bont om de pols en om de enkels
Hij slaakte korte kreten
En groette ons allen vriendelijk met gebogen armen
Handen gespreid

Klaar voor een kniebuiging met één been naar achteren
Salueerde hij zo richting de vier windstreken
En toen hij op een bal liep
Werd zijn dunne lijf zulk een fijnzinnige muziek dat niemand in het publiek er ongevoelig voor bleef
Een kleine onmenselijke geest
Dacht iedereen
En deze muziek van vormen
Vernielde die van van het mechanisch orgel
Gedraaid door de man met zijn voorgeslacht op het gezicht

De kleine kunstenmaker maakte een radslag
Met zo’n harmonie
Dat ’t orgel stopte met spelen
En de orgelspeler verborg zijn gezicht in zijn handen
Zijn vingers leken afstammelingen van zijn bestemming
Miniatuurfoetussen kwamen uit zijn baard
Nieuw gegil van roodhuiden
Engelenmuziek van bomen
Verdwijning van het kind

De kunstenmakers hieven hun halters met gestrekte armen
Ze jongleerden met de gewichten

Maar elke toeschouwer zocht in zichzelf het wonderbaarlijke kind
Eeuw o eeuw van wolken

 

Vertaald door Wouter van der Land

 

Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)
La Muse inspirant le poète (dubbelportret van Apollinaire met zijn minnares Marie Laurencin) door Henri Rousseau, 1909

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e augustus ook mijn blog van 26 augustus 2023 en ook mijn blog van 26 augustus 2021 en ook mijn blog van 26 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 26 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Martin Amis, Charles Wright, David Szalay

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog.

Uit: The Rub of Time: Bellow, Nabokov, Hitchens, Travolta, Trump.

“Saul Bellow, As Opposed to Henry James
Whereas English poetry ‘fears no one’, E.M. Forster wrote in 1927, English fic-tion ‘is less triumphant’: there remained the little matter of the Russians and the French. Forster published his last novel, A Passage to India, in 1924, but he lived on until 1970 – long enough to witness a profound rearrangement in the balance of power. Russian fiction, as dementedly robust as ever in the early years of the century (Bulgakov, Zamyatin, Bely, Bunin), had been wiped off the face of the earth; French fiction seemed to have strayed into philosophical and essayistic peripheries; and English fiction (which still awaited the crucial in-fusion from the ‘colonials’) felt, well, hopelessly English – hopelessly inert and inbred. Meanwhile, and as if in obedience to the political reality, American fic-tion was assuming its manifest destiny. The American novel, having become dominant, was in turn dominated by the Jewish-American novel, and everybody knows who dominated that: Saul Bel-low. His was and is a pre-eminence that rests not on sales figures and honorary degrees, not on rosettes and sashes, but on incontestable legitimacy. To hold otherwise is to waste your breath. Bellow sees more than we see – sees, hears, smells, tastes, touches. Compared to him, the rest of us are only fitfully sentient; and intellectually, too, his sentences simply weigh more than anybody else’s. John Updike and Philip Roth, the two writers in perhaps the strongest position
to rival Bellow, or to succeed him, have both acknowledged that his seniority is not merely a question of Anno Domini. Egomania is an ingredient of literary talent, and a burdensome one: the egomaniacal reverie is not, as many suppose, a stupor of self-satisfaction; it is more like a state of red alert. Yet American writers, in particular, are surprisingly level-headed about hierarchy. John Berry-man claimed he was ‘comfortable’ playing second fiddle to Robert Lowell; and when that old flagship Robert Frost sank to the bottom, in 1963, he said impulsively (and unsentimentally), ‘It’s scary. Who’s number one?’ But that was just a rush of blood. Berryman knew his proper place. Rather impertinently, perhaps, you could summarise the preoccupations of the Jewish-American novel in one word: ‘shiksas’ (literally, ‘detested things’). It transpired that there was something uniquely riveting about the conflict between the Jewish sensibility and the temptations – the inevitabilities – of materialist America.”

 

Martin Amis (25 augustus 1949 – 19 mei 2023)

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

Diep in de mijnen

Want ik ben iemand die bestaat uit het onverdeelde,
zei hij, en ik ben vervuld van licht.
En duisternis is daar,
waar de verdeelden staan.

Hardnekkige woorden, Geweldige, harde woorden.
Witte wolken pakken zich samen langs de bergkam.
Onder de aarde zijn we ver van huis,
of juist dichterbij.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Hongaars-Britse schrijver David Szalay werd geboren in 1974 in Montreal, Canada. Zie ook alle tags voor David Szalay op dit blog.

Uit: Het vlees (Vertaald door Auke Leistra)

“Als hij vijftien is, verhuist hij met zijn moeder naar een nieuwe stad en begint hij op een nieuwe school. Dat is niet makkelijk op die leeftijd – de verhoudingen op school liggen al vast en het kost hem moeite om vrienden te maken. Na enige tijd heeft hij met één jongen vriendschap gesloten, ook een eenling. Soms hangen ze na school samen rond in het nieuwe, typisch westerse winkelcentrum dat niet lang daarvoor geopend is. Heb jij het ooit gedaan?' waagt zijn vriend.Nee; zegt lstván. ‘lk ook niet; zegt zijn vriend, en op een of andere manier lijkt het of het niet eens zo moeilijk is dat toe te geven. Hij praat heel eenvoudig, heel natuurlijk over seks. Hij vertelt lstván over welke meisjes op school hij fantaseert, en wat hij in zijn fantasie met ze doet. Hij zegt dat hij zich vaak vier of vijf keer op een dag aftrekt, wat lstván het gevoel geeft dat hij tekortschiet, aangezien hij het maar één of twee keer doet. Als hij dat bekent, zegt zijn vriend: lij hebt waarschijnlijk een minder sterke behoefte aan seks: Misschien is dat wel zo, weet hij veel. Hij heeft geen idee hoe het voor andere mensen is. Hij kent alleen zijn eigen ervaring. Op een dag vertelt zijn vriend dat hij het gedaan heeft met een meisje dat aan de andere kant van het spoor woont. Het nieuws heeft iets desoriënterends.
István luistert als zijn vriend, vrij gedetailleerd, beschrijft wat er gebeurd is. Hij probeert uit te vogelen of zijn vriend de waarheid spreekt of dat hij liegt. Hij zou liever hebben dat hij loog, maar heeft toch het idee dat hij waarschijnlijk de waarheid spreekt. Sommige dingen die hij zegt zijn te specifiek, te verrassend, die kan hij nooit verzonnen hebben. Dan, een paar dagen later, zegt hij dat hij het meisje heeft gesproken en dat ze gezegd heeft dat ze het ook wel met lstván wou doen. ‘Serieus?’ zegt lstván. la; zegt zijn vriend. lstván weet niet of hij bedoelt alle drie samen, of alleen hij met dat meisje. Hij is niet zelfverzekerd genoeg om het te wagen. Diezelfde dag lopen ze na schooltijd over de voetgangersbrug naar de andere kant van het spoor. Het begint al donker te worden.”

 

David Szalay (Montreal, 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e augustus ook mijn blog van 25 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 25 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Stephen Fry, Charles Wright, Vincenzo Latronico

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook alle tags voor Stephen Fry op dit blog.

Uit: Troje (Vertaald door Henny Corver, Pon Ruiter en Frits van der Waa)

“Erichthonios werd na zijn dood opgevolgd door zijn zoon TROS. Tros had een dochter, Kleopatra, en drie zonen: Ilos (vernoemd naar zijn oudoom), Assarakos en GANYMEDES. Het verhaal van prins Ganymedes is welbekend. Zo schoon was hij dat Zeus zelf ten prooi viel aan een overweldigende hartstocht voor hem. De god nam de gedaante van een adelaar aan, dook omlaag en droeg de jongen naar de Olympos, waar hij de geliefde gunsteling, gezel en hofschenker van Zeus werd. Om Tros te compenseren voor het verlies van zijn zoon stuurde Zeus HERMES naar hem toe met een geschenk: twee goddelijke paarden die zo snel en licht waren dat ze over water konden galopperen. Tros verzoende zich met het verlies toen hij deze wonderbaarlijke dieren zag en Hermes hem verzekerde dat Ganymedes nu — en per definitie voor altijd — onsterfelijk was.
De broer van Ganymedes, prins Ilos, stichtte de nieuwe stad die ter ere van Tros Troje genoemd zou worden. Hij had een worstelwedstrijd gewonnen tijdens de Phrygische Spelen, en de prijs bestond uit vijftig knapen, vijftig maagden en, het allerbelangrijkst, een koe. Een heel bijzondere koe, die volgens een orakel de plek zou aanwijzen waar Ilos een stad moest stichten. `Waar het rund zich neervlijt, daar moet je bouwen: Als Ilos het verhaal van KADMOS kende — en wie kende dat niet? — dan wist hij dat Kadmos en Harmonia de instructies van een orakel hadden opgevolgd en achter een koe aan waren gelopen tot het dier zich neervlijde op een plek waar ze een stad moesten bouwen, de stad die Thebe zou worden, de eerste grote stadstaat van Griekenland. Wij vinden het misschien een wat merkwaardige en bizarre gewoonte om koeien de plek voor een stad te laten kiezen, maar als je er even over nadenkt besef je dat het niet zo raar is. Op de plek waar een stad zal verrijzen moeten ook voldoende vlees, melk, leer en kaas voor haar burgers voorhanden zijn. Om nog maar te zwijgen van sterke trekdieren — ossen om akkers te ploegen en karren te trekken. Als een koe zo ingenomen is met de voorzieningen van een streek dat ze vindt dat ze kan gaan liggen, dan wil dat wel iets zeggen. Hoe het ook zij, Ilos liep welgemoed achter de door hem gewonnen koe aan, helemaal naar Troas* ten noorden van Phrygië, langs de hellingen van de berg Ida, de grote vlak-te van Dardanië op; en daar, niet ver van de plek waar de eerste stad van Ilos’ overgrootvader Dardanos was gebouwd, vlijde het rund zich ten slotte neer. Ilos keek om zich heen. Het was een prima plek voor een nieuwe stad.”

 

Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

Aardse Muziek

Wat is er aan de hand, grootse architect van het universum?
De sterren vallen,
De maan verdwijnt achter je dampende wasgoed,
Planeten verliezen hun namen,
en de duisternis zakt centimeters onder de aarde.

Hier beneden nemen we het zoals het komt.
De paarden grazen verder en happen door het lange gras,
De honden krimpen ineen,
en de coyotes zingen in de stille bossen, uit het zicht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Italiaanse schrijver en vertaler Vincenzo Latronico werd geboren in Rome in 1984. Zie ook alle tags voor Vincenzo Latronico op dit blog.

Uit: De perfecties (Vertaald door Manon Smits en Pieter van der Drift)

“In een hoek, op een aantal krukjes en omgekeerde kistjes bevindt zich een klein oerwoud aan alocasia’s, reuzeneuphorbia’s, ficus benjamina’s en philodendrons met donzige stelen, strelitzia’s en dieffenbachia’s. Achter de glazen deur een glimp van een balkon met twee stoelen en een tafeltje met een porseleinen asbak, een lichtsnoer.
Vanuit het tegenoverliggende gezichtspunt is de rest van de woonkamer te zien: een lage sofa en een Deense fauteuil – afgerond mahonie, petrolblauwe ruwe katoen; een plaid met visgraatmotief; een nachtblauw stoffen elektriciteitssnoer waaraan een gloeilamp hangt met een kunstige gloeidraad erin; stapels oude nummers van Monocle en The New Yorker op een zwart metalen bijzettafeltje, met ook een koperen kandelaar en een glazen kom vol fruit.
Verder een roldeurkast met daarop stekjes in glazen pot- ten, graslelies en een reeds ontkiemde avocadopit; een analoge platenspeler; twee vloerluidsprekers die zijn aangesloten op een buizenversterker op een lage plank; erboven een lp-verzameling waarvan de bijzonderste exemplaren met de hoes naar voren zijn uitgestald – een limited edition van In Rainbows, een eerste persing van Kraftwerk. Een drakenbloedboom projecteert een handvormige schaduw. Een poster van het Primavera Sound-festival.
Een zandkleurige berber met een licht geometrisch motief zorgt ervoor dat de woonkamer een eenheid vormt. De wanden zijn aan weerszijden symmetrisch onderbroken door dubbele deuren van sloophout waarop nog strepen pistachegroene verf te zien zijn. De deuren zijn dicht, wat de niet al te grote ruimte een knusse, intieme, bijna opgepropte sfeer geeft. Een woonkamer om zachtjes in te kletsen op een winteravond bij gedempt licht.”

 

Vincenzo Latronico (Rome, 1984)

 

Zie voor de schrijvers van de 24e augustus ook mijn blog van 24 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 24 augustus 2019 en ook mijn blog van 24 augustus 2018.

Koos Dijksterhuis, Serhiy Zhadan

De Nederlandse schrijver, journalist en dichter Koos Dijksterhuis werd geboren op 23 augustus 1962 in Amersfoort. Zie ook alle tags voor Koos Dijksterhuis op dit blog.

 

Gedichtendag

Zodra ik uw gezichten zag
Wist ik: het is gedichtendag
U knerst een tand, kijkt zuinig zuur
De wind waait guur, de vis is duur

En dan zo’n zwart en zwaar poëem
Ik waag me aan een wilde claim:
Gedichten kunnen ook vilein
Maar helder en begrijpelijk zijn

Of grappig en zelfs opgewekt
Met al dan niet een schokeffect
En schuwt u elk effectbejag
Behalve soms een klaterlach?

Proef dan de taart met massa’s kers
Maak kennis met Het Vrije Vers

 

Water

Mijn zeiljacht scheurde zich zijn bodem open
Het zonk niet maar het was een mand, zo lek
Dus ging ik maar met tegenzin van dek
Op zeebenen moest ik naar huis toe lopen

Ons land barst nog eens open van de droogte
Rivieren en kanalen vallen droog
Niet iedereen heeft daarvoor oor of oog
Men lijkt althans niet bijster op de hoogte

Want menigeen zie ik zijn tuin bevloeien
Het grasveld en de straat er gratis bij
Wat zijn we met ons allen heden blij
Zelfs de bolide blijven we besproeien

Zelf word ik door de droogte niet geraakt:
Mijn zeiljacht is een schip dat water maakt!

 

Herfst

Als drinkebroer heb ik me ingehouden
Met thee en appelsap en zelfs een shake
Stond ik al droog gedurende een week
Maar toen begon de herfst – ik werd verkouden

Ik kerf sindsdien weer kerfjes op mijn kerfstok
Ik spoel mijn keel met dagelijks een herfstbok

 

Koos Dijksterhuis (Amersfoort, 23 augustus 1962)

 

De Oekraïense dichter, romanschrijver, essayist en vertaler Serhiy Viktorovych Zhadan werd geboren op 23 augustus 1974 in in Starobilsk, in het gebied Loehansk. Zie ook alle tags voor Serhiy Zhadan op dit blog.

 

Ik stel me voor hoe vogels het zien

Ik stel me voor hoe vogels het zien:
de zwarte tak van een rivier,
daken in de winter,
verbijsterde voetgangers op de stoep.

Ik stel me voor dat het eng is voor vogels om over de rivier te vliegen.

Toch kijken ze van bovenaf naar de stad.
Bij het depot achter het station,
de achtertuinen,
de bibliotheek aan de andere kant van de rivier,
de volle pagina’s van de straten.

Ze herhalen dit februari gedicht,
ze kennen het van de poorten tot de zolders,
wetend waar het uiteindelijk zal stoppen,
en ze weten, tussen haakjes, hoe het gaat eindigen.

De grond komt tevoorschijn
zoals gelaatstrekken duidelijk worden,
vissen zullen arriveren in de overloopbekkens van de Dinets rivier,
een beetje zwartheid zal aan de horizon verschijnen,
er zal geluk zijn,
er zullen kattenstaarten zijn.

Het punt is om op te warmen onder de mensen,
om van dit kunstwerk van de winter te houden,
deze onhoorbare adem van de bodem,
zijn zegel.

Je moet er om schreeuwen.
En dus schreeuwen ze

 

Vertaald door door Gie Laenen

 

Serhiy Zhadan (Starobilsk, 23 augustus 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e augustus ook mijn blog van 23 augustus 2025 en ook mijn blog van 23 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 23 augustus 2018 en ook mijn blog van 23 augustus 2016 en ook mijn blog van 23 augustus 2015 deel 2.

Krijn Peter Hesselink, Dorothy Parker

De Nederlandse dichter en schrijver Krijn Peter Hesselink werd op 22 augustus 1976 geboren in Utrecht. Zie ook alle tags voor Willem Krijn Peter Hesselink op dit blog.

 

een hof van heden

God weet hoe ik die kinderfijne vingertjes
ooit fijn heb kunnen knijpen, tot
stof vermalen, uitstrooien, vergeten,
als hij tenminste weten kan en God is.

God neuriet een vergeefse tweede stem,
nu takken knappen, aarde scheurt,
de hof verspringt, de hegschaar doolt,
knipt fruit uit en een mond om te verslikken.

Een kinderhandje om aan te ontglippen.

 

aan het eind van de winter

Was ik het laagje sneeuw
dat vers gevallen
je borsten toe mocht dekken voor het smolt?

Was jij het roofzuchtig beest
dat in mij grip zocht in
het eigen vlees?

Zelfs toen je eindelijk opvloog liet
de kramp niet uit je klauwen.

Waar bid je nu, welk sneeuwlandschap
besmeur je met je schaduw? Kijk,
een prooi treedt schuchter aan het licht,
een nesteling valt bloot.

 

Van strandtent naar strandtent

Uit desinteresse word ik wakker
het scheelt een slok op een lauwe pul bier
het is zomer en dat moet gevierd, nog trekt
mijn droom van strandtent naar strandtent, joelend
sleuren de meisjes hem mee in de lambada
zijn succes is niet om aan te zien
maar de streep zonlicht die de vloer aftast
biedt onvoldoende afleiding
pubers beginnen een polonaise
niet aan mijn lijf
niet aan mijn lijf
de gouden rivier spoelt mijn kleren leeg
herpakt zich, waar was hij ook weer, begint
de vloer weer af te tasten.

 

Krijn Peter Hesselink (Utrecht, 22 augustus 1976)

 

De Amerikaanse dichteres en critica Dorothy Parker werd geboren in New York op 22 augustus 1893. Zie ook alle tags voor Dorothy Parker op dit blog.

 

Frustratie

Had ik zo’n glimmend zwart pistool,
Wat had ik dan een dolle jool,
Dan joeg ik kogels door de breinen
Van wie mij enge mensen schijnen.

Of als ik zenuwgas bezat,
Dan was ik al heel vroeg op pad.
Er zouden tal van mensen aangaan,
Gewoon omdat ze mij niet aanstaan.

Maar ik heb niets om mee te doden,
Het Lot heeft ons die lol verboden,
Zodat nog steeds levend en wel zijn
Die lang reeds moesten in de hel zijn.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

Dorothy Parker (22 augustus 1893 – 7 juni 1967)

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 22e augustus ook mijn blog van 22 augustus 2025 en ook mijn blog van 22 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 22 augustus 2019 en ook mijn blog van 22 augustus 2016 en ook mijn blog van 22 augustus 2015 deel 1 en ook deel 2.