Martin Amis, Charles Wright, David Szalay

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog.

Uit: The Rub of Time: Bellow, Nabokov, Hitchens, Travolta, Trump.

“Saul Bellow, As Opposed to Henry James
Whereas English poetry ‘fears no one’, E.M. Forster wrote in 1927, English fic-tion ‘is less triumphant’: there remained the little matter of the Russians and the French. Forster published his last novel, A Passage to India, in 1924, but he lived on until 1970 – long enough to witness a profound rearrangement in the balance of power. Russian fiction, as dementedly robust as ever in the early years of the century (Bulgakov, Zamyatin, Bely, Bunin), had been wiped off the face of the earth; French fiction seemed to have strayed into philosophical and essayistic peripheries; and English fiction (which still awaited the crucial in-fusion from the ‘colonials’) felt, well, hopelessly English – hopelessly inert and inbred. Meanwhile, and as if in obedience to the political reality, American fic-tion was assuming its manifest destiny. The American novel, having become dominant, was in turn dominated by the Jewish-American novel, and everybody knows who dominated that: Saul Bel-low. His was and is a pre-eminence that rests not on sales figures and honorary degrees, not on rosettes and sashes, but on incontestable legitimacy. To hold otherwise is to waste your breath. Bellow sees more than we see – sees, hears, smells, tastes, touches. Compared to him, the rest of us are only fitfully sentient; and intellectually, too, his sentences simply weigh more than anybody else’s. John Updike and Philip Roth, the two writers in perhaps the strongest position
to rival Bellow, or to succeed him, have both acknowledged that his seniority is not merely a question of Anno Domini. Egomania is an ingredient of literary talent, and a burdensome one: the egomaniacal reverie is not, as many suppose, a stupor of self-satisfaction; it is more like a state of red alert. Yet American writers, in particular, are surprisingly level-headed about hierarchy. John Berry-man claimed he was ‘comfortable’ playing second fiddle to Robert Lowell; and when that old flagship Robert Frost sank to the bottom, in 1963, he said impulsively (and unsentimentally), ‘It’s scary. Who’s number one?’ But that was just a rush of blood. Berryman knew his proper place. Rather impertinently, perhaps, you could summarise the preoccupations of the Jewish-American novel in one word: ‘shiksas’ (literally, ‘detested things’). It transpired that there was something uniquely riveting about the conflict between the Jewish sensibility and the temptations – the inevitabilities – of materialist America.”

 

Martin Amis (25 augustus 1949 – 19 mei 2023)

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

Diep in de mijnen

Want ik ben iemand die bestaat uit het onverdeelde,
zei hij, en ik ben vervuld van licht.
En duisternis is daar,
waar de verdeelden staan.

Hardnekkige woorden, Geweldige, harde woorden.
Witte wolken pakken zich samen langs de bergkam.
Onder de aarde zijn we ver van huis,
of juist dichterbij.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Hongaars-Britse schrijver David Szalay werd geboren in 1974 in Montreal, Canada. Zie ook alle tags voor David Szalay op dit blog.

Uit: Het vlees (Vertaald door Auke Leistra)

“Als hij vijftien is, verhuist hij met zijn moeder naar een nieuwe stad en begint hij op een nieuwe school. Dat is niet makkelijk op die leeftijd – de verhoudingen op school liggen al vast en het kost hem moeite om vrienden te maken. Na enige tijd heeft hij met één jongen vriendschap gesloten, ook een eenling. Soms hangen ze na school samen rond in het nieuwe, typisch westerse winkelcentrum dat niet lang daarvoor geopend is. Heb jij het ooit gedaan?' waagt zijn vriend.Nee; zegt lstván. ‘lk ook niet; zegt zijn vriend, en op een of andere manier lijkt het of het niet eens zo moeilijk is dat toe te geven. Hij praat heel eenvoudig, heel natuurlijk over seks. Hij vertelt lstván over welke meisjes op school hij fantaseert, en wat hij in zijn fantasie met ze doet. Hij zegt dat hij zich vaak vier of vijf keer op een dag aftrekt, wat lstván het gevoel geeft dat hij tekortschiet, aangezien hij het maar één of twee keer doet. Als hij dat bekent, zegt zijn vriend: lij hebt waarschijnlijk een minder sterke behoefte aan seks: Misschien is dat wel zo, weet hij veel. Hij heeft geen idee hoe het voor andere mensen is. Hij kent alleen zijn eigen ervaring. Op een dag vertelt zijn vriend dat hij het gedaan heeft met een meisje dat aan de andere kant van het spoor woont. Het nieuws heeft iets desoriënterends.
István luistert als zijn vriend, vrij gedetailleerd, beschrijft wat er gebeurd is. Hij probeert uit te vogelen of zijn vriend de waarheid spreekt of dat hij liegt. Hij zou liever hebben dat hij loog, maar heeft toch het idee dat hij waarschijnlijk de waarheid spreekt. Sommige dingen die hij zegt zijn te specifiek, te verrassend, die kan hij nooit verzonnen hebben. Dan, een paar dagen later, zegt hij dat hij het meisje heeft gesproken en dat ze gezegd heeft dat ze het ook wel met lstván wou doen. ‘Serieus?’ zegt lstván. la; zegt zijn vriend. lstván weet niet of hij bedoelt alle drie samen, of alleen hij met dat meisje. Hij is niet zelfverzekerd genoeg om het te wagen. Diezelfde dag lopen ze na schooltijd over de voetgangersbrug naar de andere kant van het spoor. Het begint al donker te worden.”

 

David Szalay (Montreal, 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e augustus ook mijn blog van 25 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 25 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Stephen Fry, Charles Wright, Vincenzo Latronico

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook alle tags voor Stephen Fry op dit blog.

Uit: Troje (Vertaald door Henny Corver, Pon Ruiter en Frits van der Waa)

“Erichthonios werd na zijn dood opgevolgd door zijn zoon TROS. Tros had een dochter, Kleopatra, en drie zonen: Ilos (vernoemd naar zijn oudoom), Assarakos en GANYMEDES. Het verhaal van prins Ganymedes is welbekend. Zo schoon was hij dat Zeus zelf ten prooi viel aan een overweldigende hartstocht voor hem. De god nam de gedaante van een adelaar aan, dook omlaag en droeg de jongen naar de Olympos, waar hij de geliefde gunsteling, gezel en hofschenker van Zeus werd. Om Tros te compenseren voor het verlies van zijn zoon stuurde Zeus HERMES naar hem toe met een geschenk: twee goddelijke paarden die zo snel en licht waren dat ze over water konden galopperen. Tros verzoende zich met het verlies toen hij deze wonderbaarlijke dieren zag en Hermes hem verzekerde dat Ganymedes nu — en per definitie voor altijd — onsterfelijk was.
De broer van Ganymedes, prins Ilos, stichtte de nieuwe stad die ter ere van Tros Troje genoemd zou worden. Hij had een worstelwedstrijd gewonnen tijdens de Phrygische Spelen, en de prijs bestond uit vijftig knapen, vijftig maagden en, het allerbelangrijkst, een koe. Een heel bijzondere koe, die volgens een orakel de plek zou aanwijzen waar Ilos een stad moest stichten. `Waar het rund zich neervlijt, daar moet je bouwen: Als Ilos het verhaal van KADMOS kende — en wie kende dat niet? — dan wist hij dat Kadmos en Harmonia de instructies van een orakel hadden opgevolgd en achter een koe aan waren gelopen tot het dier zich neervlijde op een plek waar ze een stad moesten bouwen, de stad die Thebe zou worden, de eerste grote stadstaat van Griekenland. Wij vinden het misschien een wat merkwaardige en bizarre gewoonte om koeien de plek voor een stad te laten kiezen, maar als je er even over nadenkt besef je dat het niet zo raar is. Op de plek waar een stad zal verrijzen moeten ook voldoende vlees, melk, leer en kaas voor haar burgers voorhanden zijn. Om nog maar te zwijgen van sterke trekdieren — ossen om akkers te ploegen en karren te trekken. Als een koe zo ingenomen is met de voorzieningen van een streek dat ze vindt dat ze kan gaan liggen, dan wil dat wel iets zeggen. Hoe het ook zij, Ilos liep welgemoed achter de door hem gewonnen koe aan, helemaal naar Troas* ten noorden van Phrygië, langs de hellingen van de berg Ida, de grote vlak-te van Dardanië op; en daar, niet ver van de plek waar de eerste stad van Ilos’ overgrootvader Dardanos was gebouwd, vlijde het rund zich ten slotte neer. Ilos keek om zich heen. Het was een prima plek voor een nieuwe stad.”

 

Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

Aardse Muziek

Wat is er aan de hand, grootse architect van het universum?
De sterren vallen,
De maan verdwijnt achter je dampende wasgoed,
Planeten verliezen hun namen,
en de duisternis zakt centimeters onder de aarde.

Hier beneden nemen we het zoals het komt.
De paarden grazen verder en happen door het lange gras,
De honden krimpen ineen,
en de coyotes zingen in de stille bossen, uit het zicht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Italiaanse schrijver en vertaler Vincenzo Latronico werd geboren in Rome in 1984. Zie ook alle tags voor Vincenzo Latronico op dit blog.

Uit: De perfecties (Vertaald door Manon Smits en Pieter van der Drift)

“In een hoek, op een aantal krukjes en omgekeerde kistjes bevindt zich een klein oerwoud aan alocasia’s, reuzeneuphorbia’s, ficus benjamina’s en philodendrons met donzige stelen, strelitzia’s en dieffenbachia’s. Achter de glazen deur een glimp van een balkon met twee stoelen en een tafeltje met een porseleinen asbak, een lichtsnoer.
Vanuit het tegenoverliggende gezichtspunt is de rest van de woonkamer te zien: een lage sofa en een Deense fauteuil – afgerond mahonie, petrolblauwe ruwe katoen; een plaid met visgraatmotief; een nachtblauw stoffen elektriciteitssnoer waaraan een gloeilamp hangt met een kunstige gloeidraad erin; stapels oude nummers van Monocle en The New Yorker op een zwart metalen bijzettafeltje, met ook een koperen kandelaar en een glazen kom vol fruit.
Verder een roldeurkast met daarop stekjes in glazen pot- ten, graslelies en een reeds ontkiemde avocadopit; een analoge platenspeler; twee vloerluidsprekers die zijn aangesloten op een buizenversterker op een lage plank; erboven een lp-verzameling waarvan de bijzonderste exemplaren met de hoes naar voren zijn uitgestald – een limited edition van In Rainbows, een eerste persing van Kraftwerk. Een drakenbloedboom projecteert een handvormige schaduw. Een poster van het Primavera Sound-festival.
Een zandkleurige berber met een licht geometrisch motief zorgt ervoor dat de woonkamer een eenheid vormt. De wanden zijn aan weerszijden symmetrisch onderbroken door dubbele deuren van sloophout waarop nog strepen pistachegroene verf te zien zijn. De deuren zijn dicht, wat de niet al te grote ruimte een knusse, intieme, bijna opgepropte sfeer geeft. Een woonkamer om zachtjes in te kletsen op een winteravond bij gedempt licht.”

 

Vincenzo Latronico (Rome, 1984)

 

Zie voor de schrijvers van de 24e augustus ook mijn blog van 24 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 24 augustus 2019 en ook mijn blog van 24 augustus 2018.

X. J. Kennedy, Elisabeth Alexander

De Amerikaanse dichter, schrijver, vertaler en bloemlezer X.J. Kennedy werd geboren in Dover, New Jersey op 21 augustus 1929. X. J.. Kennedy overleed op 30 januari van dit jaar op 96-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor X. J. Kennedy op dit blog.

 

CITY CHURCHYARD

BITTER MAN

From birth screwed tight, I writhed inside my soul.
Now like a screw I fill a twisted hole.

WRITER

I who once dealt in words and set great store
On words have, in a word or two, no more.

PREACHER

Too late. The Hell I threatened cannot hurt you.
The wordless worm best knows how to convert you.

ANYMAN

Friend, though you call, you will not find me in.
My tombstone? Just an answering machine.

MISANTHROPE

Does misery love company? So they say.
But how am I in misery? Keep away.

ATTORNEY

In compost lying low, composed in face,
I scribble briefs for Jesus, just in case.

 

What We Might Be, What We Are

If you were a scoop of vanilla
And I were the cone where you sat,
If you were a slowly pitched baseball
And I were the swing of a bat,

If you were a shiny new fishhook
And I were a bucket of worms,
If we were a pin and a pincushion,
We might be on intimate terms.

If you were a plate of spaghetti
And I were your piping-hot sauce,
We’d not even need to write letters
To put our affection across,

But you’re just a piece of red ribbon
In the beard of a Balinese goat
And I’m a New Jersey mosquito.
I guess we’ll stay slightly remote.

 

Mixed-Up School

We have a crazy mixed-up school.
Our teacher Mrs. Cheetah
Makes us talk backwards. Nicer cat
You wouldn’t want to meet a.

To start the day we eat our lunch,
Then do some heavy dome-work.
The boys’ and girls’ rooms go to us,
The hamster marks our homework.

At recess time we race inside
To don our diving goggles,
Play pin-the-donkey-on-the-tail,
Ball-foot or ap-for-bobbles.

Old Cheetah with a chunk of chalk
Writes right across two blackboards,
And when she says, “Go home!” we walk
The whole way barefoot backwards.

 

X. J.. Kennedy (21 augustus 1929 – 30 januari 2026)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elisabeth Alexander werd geboren op 21 augustus 1922 in Linz am Rhein. Zie ook alle tags voor Elisabeth Alexander op dit blog.

 

Mijn vader

Mijn vader
droeg zijn oude grijze hoed
als een kroon op zijn hoofd
hij droeg hem in de zomer
hij droeg hem in de winter
voor mij, het kind
was de hoed op mijn vaders hoofd
vanzelfsprekend
net als het schort van mijn moeder.
hij droeg zijn hoed
mijn vader
als hij in zijn werkplaats zat
te werken
als hij op het land werkte
als hij in de tuin werkte
hij zette hem af als hij at
en voor zijn uitstapjes naar de stad
naar de kerk
gebruikte hij een andere
soms zit ik ook met een soort
hoofddeksel achter de typemachine
stofzuig ik met een pet
op mijn hoofd
doe ik de afwas met een hoedje op
en slaap ik ook graag
met een muts op mijn hoofd
misschien wilde mijn vader, en nu ik
gewoon met een warm hoofd
rondlopen
misschien ook nooit de gedachten
koud laten worden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elisabeth Alexander (21 augustus 1922 – 17 januari 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e augustus ook mijn blog van 21 augustus 2024 en ook mijn blog van 21 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 21 augustus 2019 en ook mijn blog van 21 augustus 2016 en ook mijn blog van 21 augustus 2016 deel 2.

Anneke Brassinga, Li-Young Lee

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948. Zie ook alle tags voor Anneke Brassinga op dit blog.

 

Nagedachte

Al dat zinnentuig, en dan nog geen sjoege
van wat brandt in de pit waar zich verduren moet
het schroeiend neteligs en de zweepslag

van angst alsof ooit iets stilvallen zou; terwijl
op dode stronken mos gedijt, in tierende varens
uitbreekt begraven gebeente!

Kunnen dan niet, als ontzind en huidloos
doordringend verliefde grondstof, tot één zacht
vuurtje nu vervloeien mijn de weg kwijt-

rakende voortstrompeling en jouw
als sneeuw voor de zon ronddwarrelende
afwezigheid?

 

De wegen der vrijheid

Op water lopen? Zee is bedrieglijk en veel te diep
al ligt zij daar en lijkt een dier te wezen
want rillingen van schuim gaan overheen
haar luie lijf dat ademt als een stier zo luid.

Beter is wandelen door de hoge lucht
daar weet je zeker dat je niet kunt gaan
maar heel het mensdom zal versteld staan
hoe rap van dwalingen je keert.

 

Maart

Onder stammen staat het blank
als glas over roestend blad.
Onder lucht staat het zwart

bos ontdaan tot bot.
In wortels rust vuur,
het raast in wind.

Kindjes vallen, hun kreten
scherven strijdmetaal.
Zomer is hiernamaals, straks.

 

Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948)

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook alle tags voor Li-Young Lee op dit blog.

 

Met ruïnes

Kies een rustige
plek, een ruïne, een huis dat geen
huis meer is,
waaronder ik op een dag onder de stenen boog stond
om te schuilen voor de regen.

De vloer zonder dak, verticale
stijlen, acht houten kolommen
die niets dragen,
twee trappen die nergens heen leiden, alles
doet het lijken

op een schets, aantekeningen bij een huis, een drie-
dimensionaal raster dat afwezigheden,
overbrugt
een idee
dat verdwijnt in de oneindige regen,

of juist dat idee
dat tevoorschijn komt, skeletachtig
tegen de gehamerde hemel, een
menselijk iets, schoon en duidelijk te zien
van hieruit tot in een ijzeren hemel.

Een plek waar dingen
gezegd en gedaan werden,
daar kun je je herinneren wat je je moet
herinneren. Melancholie is nuttig. Neem die van jou mee.

Er zijn geen buren die zich afvragen
wie je bent,
wat je daar doet,
als je daar loopt,
af en toe stilstaat

om een afbrokkelende steen aan te raken
of in een deuropening te staan
omlijst door de dag.
Niemand hoeft te weten dat je
denkt aan een andere deuropening

die de regen of het nieuws van de oorlog omlijstte
afhankelijk van welke kant je opkeek.
Je denkt aan zeewegen en landwegen
waar je ooit over reisde, en altijd
in dezelfde richting: weg.

Je denkt
aan een vrouw, een favoriete
jurk, de borsten van je oude vader
de laatste keer dat je hem zag, zijn adem,
kort, het blad

dat je van een wijnrank hebt geplukt en dat je nu
tegen je wang houdt als een treinkaartje
of een stuk stof, een handje of een mes –
het hangt allemaal af
van de loop van je herinnering.

Het is een plek
voor hen die geen eigen plek hebben
om te corresponderen met ruïnes in de ziel.
Het is van mij.
Het is helemaal van jou.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e augustus ook mijn blog van 20 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 20 augustus 2019 en ook mijn blog van 20 augustus 2017 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Jonathan Coe, Li-Young Lee

De Engelse schrijver Jonathan Coe werd geboren op 19 augustus 1961 in Birmingham. Zie ook alle tags voor Jonathan Coe op dit blog.

Uit: De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim (Vertaald door Otto Biersma en Willem Muilenburg)

“… De mensheid is, zoals je misschien gemerkt hebt, erg inventief geworden in het bedenken van manieren om te voorkomen dat we met elkaar praten, en ik heb me met volle overtuiging gestort op de meest recente daarvan. Ik sms liever dan dat ik de telefoon gebruik. Liever dan dat ik met een van mijn vrienden afspreek, zet ik een vrolijke, ironische update op Facebook, zodat iedereen kan zien wat voor een druk leven ik leid. En waarschijnlijk waren er mensen die ervan genoten, want ik had nu al meer dan zeventig vrienden op Facebook, merendeels volstrekt onbekenden. Maar echt persoonlijk contact, in de trant van: zullen-we-ergens-koffie-gaan-drinken-en-even-bijpraten? Het leek wel of ik vergeten was wat dat precies was…”
[…]

“… Er is één ding dat mensen van mijn leeftijd niet kunnen uitstaan, namelijk dat mensen van jouw leeftijd gaan preken over moraal. Kijk naar de wereld om je heen. De wereld die jij ons hebt nagelaten. Vind je dan dat je ook maar iets mag zeggen over principes? Ik ben het zat om te horen dat mijn generatie geen normen en waarden heeft. Dat we zo vreselijk materialistisch zijn. Dat we geen belangstelling voor politiek hebben. Weet je hoe dat komt? Doe eens een gok. Precies! Omdat jullie ons zo hebben opgevoed! Jij vindt dat we een product van Margaret Thatcher zijn, maar jullie hebben op haar gestemd, keer op keer, en daarna hebben jullie gestemd op iedereen die na haar kwam en precies hetzelfde deed. Jullie hebben hebberige zombies van ons gemaakt. Jullie hebben alle andere normen onder het tapijt geveegd. Het christendom? Niet nodig. Solidariteit? Wat heeft dat ooit opgeleverd? Echt handwerk? Dingen maken? Dat is voor losers. We laten de losers in het Verre Oosten alles voor ons maken en wij zitten op onze reet voor de tv te kijken hoe de wereld naar de verdommenis gaat, in breedbeeld en HD, dat spreekt vanzelf…”

 

Jonathan Coe (Birmingham, 19 augustus 1961)

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook alle tags voor Li-Young Lee op dit blog.

 

Ik vraag mijn moeder te zingen

Ze begint, en mijn grootmoeder zingt met haar mee.
Moeder en dochter zingen als jonge meisjes.
Als mijn vader nog leefde, zou hij
op zijn accordeon spelen en wiegen als een boot.

Ik ben nooit in Peking geweest, of in het Zomerpaleis,
noch heb ik op de grote Stenen Boot gestaan ​​om te zien
hoe het begint te regenen op het Kuen Ming-meer, hoe de picknickers
wegrennen in het gras.

Maar ik vind het heerlijk om het te horen zingen;
hoe de waterlelies zich vullen met regenwater tot
ze kantelen, water in water morsen,
en dan weer terug deinen en zich vullen met meer water,

Beide vrouwen beginnen te huilen.
Maar geen van beiden stopt met zingen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e augustus ook mijn blog van 19 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 19 augustus 2019 en ook mijn blog van 19 augustus 2017 deel 2.

Caroline Emcke, Idea Vilariño

De Duitse schrijfster en journaliste Caroline Emcke werd geboren op 18 augustus 1967 in Mülheim an der Ruhr. Zie ook alle tags voor Caroline Emcke op dit blog.

Uit: Respekt ist zumutbar: Texte zu unserer Gegenwart

»Hüter, ist die Nacht bald hin?«, in der Zeile aus dem »Lobgesang« von Mendelssohn Bartholdy, den alten Worten aus dem Buch Jesaja, klingt das furchtsame Unbehagen an, das mancher in diesen Tagen spürt: »Hüter, ist die Nacht bald hin?« möchten wir flüstern angesichts der Nöte und Krisen, deren Zeugen wir werden. Die simultane Dringlichkeit der Konflikte zwischen der Ukraine und Russland, in Syrien und im Irak, bis vor Kurzem zwischen Gaza und Israel, die atem-beraubende Geschwindigkeit, mit der Heimaten vernichtet oder verschoben werden, und die unheimliche Entgrenzung der Gewalt, das verfolgen wir, von morgens bis nachts — und möchten nurmehr, dass es heller werde. Wir schauen zu, wie türkische Soldaten dabei zuschauen, wie Kurden in Kobanê im Kampf gegen die IS-Miliz sterben, eben jene Kurden, die fast allein die staatliche Einheit des Irak verteidigen sollen, denen aber ein eigener Staat nicht zugestanden wird. Wir schauen zu, wie Zivilisten in der Ostukraine an der Bruchlinie Europas zerrieben werden. Wir schauen zu, wie junge Studenten in Hongkong bewusstlos geknüppelt werden, während sie für Bürgerechte demonstrieren, wir schauen zu, wie junge Journalisten, muslimische oder jüdische oder katholische, gefoltert und getötet werden. Wir schauen zu, wie Flüchtlinge, die an ein Europa der Menschenrechte noch glauben, sich an unseren Grenzzäunen den Leib aufreißen oder vor unseren Stränden ertrinken. Und unsere eigene passive Zeugenschaft wird fraglich. Wie lange wollen wir so zusehen? Wie lange können wir zusehen? Wer sind wir, die wir da jeden Tag, jeden Moment, gewissermaßen im Liveticker, Menschen im Wendekreis des Elends betrachten? Wer sind wir, die wir, unbewusst oder bewusst das Leid auch noch hierarchisieren, die wir unterscheiden und werten, je nach eigener religiöser Zugehörigkeit, kultureller oder ethnischer Prägung, je nach Hautfarbe oder Geschlecht, dann noch manche Gewalt erschütternder als andere empfinden. Weil uns die einen näher sind als die anderen. Die amerikanische Autorin Susan Sontag glaubte einst noch, dass das Betrachten des Leids der anderen die Zu-schauer mitunter mit einer gewissen Erleichterung erfüllen könnte. Wie immer groß die »Tele-Intimität aus Tod und Zerstörung« (Sontag) auch sein mochte, Zuschauen bedeutete eben auch, nicht dort zu sein, nicht bedroht zu sein, nicht schutzlos zu sein, bedeutete die Gnade, verschont zu sein von jenem Leid. In dieser Hinsicht konnte sich im Leid der anderen auch das eigene Glück spiegeln.“

 

Caroline Emcke (Mülheim an der Ruhr, 18 augustus 1967)

 

De Uruguayaanse dichteres Idea Vilariño werd geboren op 18 augustus 1920 in Montevideo. Zie ook alle tags voor Idea Vilariño op dit blog.

 

De huid

Jouw aanraking
jouw huid
zacht, sterk, uitgestrekt
vreugde schenkend
gehecht
aan liefde, aan warmte.

Bleek op het voorhoofd
fijn op de botten
droevig bij de slapen
sterk in de benen
zacht in de wangen
en levendig
heet
vol vuur
levend
met een leven dat graag doorgegeven wil worden
teder
overgegeven, intiem
Dat was jouw huid
wat ik nam
wat jij gaf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 Idea Vilariño (18 augustus 1920 – 28 april 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e augustus ook mijn blog van 18 augustus 2025 en ook mijn blog van 18 augustus 2024 en ook mijn blog van 18 augustus 2018 en ook mijn blog van 18 augustus 2017 en ook mijn blog van 18 augustus 2016 en ook mijn blog van 18 augustus 2013 deel 1 en ook deel 2.

Guillaume van der Graft, Mary Jo Salter

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog.

 

Globaal gesproken

Het geloof dat de aarde rond is
heeft ernstig geleden,
er kwamen onvermoede hemelstreken
overdrijven en de Dom bleef onbedreigd
recht staan,

er waren oppervlakkigheden,
er was een zee van gelijk,
er woedde een storm van religie
maar de hemel bleef even ver
boven ons, waar wij ook waren.

Nee, de aarde is alleen rond
voor wie zichzelf tegenkomt,
waar hij ook heen gaat.

 

Overlijdensberichten

Het sterft om mij heen, ik blijf over
voorlopig. Ik reken niet meer
met lustra, decennia, al dat Latijn.

Dat ik nog leef is een feit
maar het begin van een leugen. Ik
zit als een klein

kind tussen zijn speelgoed
met al die heugenis
aan wat en waar en wie. Het is

een stage in stervelingschap.

 

Eenzamerij

Het spijt mij dat er zoveel leven is
dat niet mee mocht in mijn gedicht: bacillen
bijvoorbeeld, onwelwillende

kiemen, de zwanenzang
van hoestende longen, klieren
waaruit alleen maar tranen

geboren worden. Hun taal
verdraagt mijn woorden niet.

Dat dingen niet bestaan is geen bezwaar
getuige die denkwaardige
vissen die naar mij fluiten, vogels

die met nieuwsgierige kieuwen
toonladders oefenen, tak op tak af.
Ze schuilen hier, ze waren nergens welkom,

tenzij bij die eenzamerij van mij.

 

Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)


De Amerikaanse dichteres Mary Jo Salter werd geboren op 15 augustus 1954 in Grand Rapids, Michigan. Zie ook alle tags voor Mary Jo Salter op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Een regenboog boven de Seine

Eerst geruisloos, een zweem
van mist in het gezicht, een briesje
vochtigheid dat nooit
een stortbui zou worden.

Totdat de doorweekte wolken
banken plotseling met een luide
klap in de Seine leeglopen,
gevolgd door een ovatie

voor de ondoordringbare
zon – die onze schoenen nog laat glanzen
terwijl ze zich vullen
als open bootjes en de zeilen

van onze krantenhoedjes
wapperen, en omdat
niemand eraan gedacht heeft
een paraplu mee te nemen,

als alternatief een regenboog plaatst.
Een regenboog boven de Seine,
perfect gevormd als een ophaalbrug
gedroomd door een kind

met kleurpotloden, en volgens de wet
van dromen kan de verbinding
eenmaal gelegd alleen maar verloren gaan;
Omdat we geen kinderen meer zijn

staan we boven het rooster
van de metro die we niet nemen,
met de donder onder onze voeten, en
nemen we in ons op wat we weten:

de triomf van deze arc-
en-ciel, de schittering
van dit monumentale
prisma doorsneden door motregen, is

dat het verdwijnt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Jo Salter (Grand Rapids, 15 augustus 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e augustus ook mijn blog van 15 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 15 augustus 2019 en ook mijn blog van 15 augustus 2016 en eveneens mijn blog van 15 augustus 2015 deel 2 en ook deel 3.

August Sun (Robert Duncan), Wolf Wondratschek

 

 

August Sun door Peter Batchelder, 2023

 

August Sun

God of the idle heat, in this glaring road
you dominate all.
And over the green fields wilted down
under your blaze, these
thirsty unruly plants grow a jungle domesticity
to protect their fruit.
Of all hidden things, I sing, waiting
for evening’s grace.

 

Robert Duncan (7 januari 1919 – 3 februari 1988)
Oakland (Californië), de geboorteplaats van Robert Duncan

 

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook alle tags voor Wolf Wondratscheck op dit blog.

Uit: Selbstbild mit russischem Klavier

„Im Kaffeehaus. Alle Tische besetzt. Alle Witze erzählt. Alle Zeitungen gelesen. Fremde und einheimische. Die Kellner tanzen. Die Luft eine brennende Zigarre. An meinem Tisch ein Russe, ein Klavierspieler in jungen Jahren, eine vergessene Berühmtheit. Er hat sich abgefunden. Moskau, London, Wien. Alle Entfernungen zusammengefasst in der Zeile eines Gedichts, alle Räume eingeschmolzen in Rätsel. Ich habe es versucht, Verklärung bei klarem Verstand, bin aber gescheitert. Am Ende sind es Hotelzimmer, an die man sich erinnert, mehr als an Konzerte. Ein zu fester Händedruck. Schöne Frauen, die anklopfen und sich, weil sie sich getäuscht haben, entschuldigen. Ein Koffer mit kaputtem Schloss. Der Eiffelturm im Nebel, da war zwei Tage lang nichts zu sehen. Und natürlich hat man es gewusst: Die Kunst kann nichts dafür, dass sie nichts kann. Unbegreiflich, wie nutzlos ein Mensch werden kann, ein Mensch wie ich, der am Ende in eine Gedächtnislücke passt, ohne Schuhe, ohne Traum. Seine rechte Hand, seine Pranke einst, spielt mit einer Zigarette, die zu rauchen ihm von den Ärzten unter-sagt ist. Das Herz. Er hat es schriftlich. Sie werden sterben. Das ist es, antwortet er, was ich mir wünsche. Und keine Musik, keine Note. Kirchenglocken, ja, wie sie geklungen haben in den Dörfern meiner Heimat, der meiner Großeltern, meiner Tanten und Onkel. Sommerferien, ich erinnere mich, lange kurze Wochen. Höhlen, in die ich mich keinen Schritt hineintraute. Hühner, die in den Händen ausblute-ten. Das Warten auf Gewitter. Zweige sammeln für ein Feuer, was natürlich verboten war, den Mann, der vorbeigeritten kam, aber nicht störte; er war ganz in das Lied, das er sang, vertieft. Man musste nicht brav sein, durfte lange aufbleiben und den Geschichten zuhören, die sich Erwachsene erzählten. Irgendwer trug einen, wenn man, den Geschmack süßer Wald-beeren noch auf der Zunge, eingeschlafen war, ins Bett. Leben im Glück! Barfuß im Schlamm stehen. Von Bäumen ins Weiche fallen. Und wieder hoch-klettern. Noch einmal und noch einmal, nicht auf-hören! Da waren Frauen, junge, kräftige Frauen bei der Arbeit auf den Feldern, die anzuschauen ich mich schämte. Wie alt war ich, dass ich Gedanken bekam, die nicht die eines Kindes waren? Ach ja, schon riefen mich andere, freche, rotbackige Mädchen, die sich versteckt hatten! Ich sammelte, was ich fand, warf es wieder weg, trottete weiter. Herden von Schafen. Wagenspuren im Sand.“

 

Vluchtelingen zijn we

“Een ongelijk paar, beiden
koud genoeg voor het koudste onheil
tegenstanders die geen tweede kans afwachten

zulke tegenstanders doen nooit een stap terug
en blijven toch onbereikbaar voor elkaar, zelfs in hun zwijgen
waarin wat ooit vuur was en liefdesgeluk
uitgloeit tot as

En zoals op gezichten van doden
zie je hun laatste verwondering koud worden
vluchtelingen zijn we, die zich vastklampen

reizigers door lege kamers
Onverschillig snikken de violen nog altijd
Stervenden smeken om dollarbiljetten”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e augustus ook mijn blog van 14 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 14 augustus 2018 en ook mijn blog van 14 augustus 2016 deel 1 en ook deel 2.

August (Annette Wynne), Taije Silverman

 

 

Broer en zus rustend op een bospad in de zomer door N. C. Hansen, 1895

 

August

August days are hot and still,
Not a breath on house or hill,
Not a breath on height or plain,
Weary travelers cry for rain;
But the children quickly find
A shady place quite to their mind;
And there all quietly they stay,
Until the sun has gone away,—
August is too hot for play!

 

Annette Wynne (1889-1952)
Brooklyn, New York, de geboorteplaats van Annette Wynne

 

De Amerikaanse dichteres, vertaalster en hoogleraar Taije Silverman werd geboren in San Francisco op 13 augustus 1974. Zie ook alle tags voor Taije Silverman op dit blog.

 

It Was a Good Day

When we imagine someone asking us,
the answer is sadness. But what I think first
is this nightgown, the dark red silk
and my washed hair, that slow lull of space
before sleeping. My mother’s rash
is not the first thought. It spreads and loosens,
climbs her face, the bumps blur and I tell her
that it’s leaving. It is leaving.
Fear slicks down to size so that time takes over:
beef tenderloin with sugar snaps,
the lemon’s aftertaste. This, my father says,
pointing to the potatoes, this is really good.
My sister pulls three kinds of cookies
out of the freezer and my father asks
Didn’t we choose not to have cookies anymore?
Yes, my sister says, and I chose not to hear that.
The cookies are halved, passed around,
we claim favorites and tell my sister to take
the cookies away, then not to take them away,
we are laughing. I say to my father
as he eats, I love you, and he says, I love you all,
the three of us he is able to watch at the counter
in our sweaters and hair, bending and talking as if skin
were a grace. I take a bath. My mother reads in bed
and reads on the toilet, looking up when I look at her
and smiling. The rash will pass. It was a good day.
My father coughing now. Yawning.

 

Variorum

All the pretty girls.
Parsley, sage, salt, glue.
And you’re a big help to him
says my husband’s father
when I share his news of promotion.
Hey, hey, buckle my shoe,
No sing me a new song mama
says my son before bed.
All the pretty girls.
No a new song.
Lost my partner what’ll I do,
lost my partner what’ll I do.
Skip to my lou my darling.
No another song.
Hey little girl is your daddy home
did he go and leave you all alone
I got a bad desire.
Where am I going with this
I’m thinking while he watches
his pillow to picture the words.
All the pretty girls.
He fucked the shit out of her explained
my father about the plot of a movie he’d seen.
The pretty girls.
Do you have to say that to me?
Mama another one. Mama a new one.
Well I’m sorry but that’s what he did.
You’re a big help to him.
All the pretty girls.

 

De Domme Botten

Gisteravond vroeg ik een man van wie ik hou om me snel te vernietigen.
Ik wilde dat hij niets achterliet, alleen verbrijzelde botten,

krijt waarvan ze de sporen niet meer kunnen traceren.
Wat, vroeg hij, zonder het te begrijpen.

De man is een god. De god is een man. Hij knielt voor me neer.
Hij drukt mijn wang tegen het witte gips, gebogen.

Hij tilt mijn rok op en ik schud mijn hoofd nee, in een poging
een instinct te herinneren.

Hij knikt en ik wil voor hem gaan liggen.
Maak me tot krijt. Laat me eindigen.

Is het gewoon liefde, dit verdriet in mij dat afbrokkelt?
Gewoon liefde, tenslotte, gewoon liefde. Slapen. Proberen te slapen.

Ik heb nooit geweten hoe ik het geluk van mijn moeder moest koesteren.
Hoe ze vanavond naar haar gasten glimlachte in dat zachte kaarslicht

rond de tafel. Zij was het middelpunt, en was bedoeld
om het middelpunt te zijn, en dankbaar. Dit is alles wat ik heb gewild.

Toen gleed zijn ene hand in me. Zijn aandringen.
Opnieuw geloof ik in beloftes.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Taije Silverman (San Francisco, 13 augustus 1974)

 

Zie voor de schrijvers van de 13e augustus ook mijn blog van 13 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 13 augustus 2019 en ook mijn blog van 13 augustus 2016 en ook mijn blog van 13 augustus 2011 deel 2.

Rouke van der Hoek, Thomas Mann, Hans-Ulrich Treichel

De Nederlandse dichter Rouke van der Hoek werd op 12 augustus 1952 in Eindhoven geboren. Zie ook alle tags voor Rouke van der Hoek op dit blog.

 

Cent van 1828

Als maan rijzend uit een aardkluit
steekt de bronzen cent boven de geploegde akker,
het kroontje op de W keurig rechtop.

Wie van onze voorgangers
in de buurtschap Weert aan de oude steenweg
zo onvoorzichtig dan wel spilzuchtig?

Of…

Het is bekend dat ze hier langs reden
op weg naar Maastricht.
Willem I strooide centen met zijn wapen rond,
aardigheidje voor de onderdanen.
Willem II. altijd mot met zijn vader, kon de kroon
van de oude niet in zijn portemonnee dulden
en wierp hem verre van zich
(uit brieven aan de Romanovs te Moskou
met wilde letters en uitroeptekens
blijkt zijn permanente overspannenheid).
Willem III (bezocht de papierfabriek te Weert-Meerssen)
deed royaal afstand van munten
waarop hijzelf niet prijkte.

Drie karavanen met munten gooiende vorsten
in die gistende voorvorige eeuw
inclusief volk, dekking zoekend voor rondvliegend brons
en de explosieve motieven erachter

voor de prijs van 1 cent.

 

Spreeuwen van Maastricht

Samen hebben wij meningen, een wervelende zwerm
die kans loopt uit elkaar te spatten. Wie neemt dan de rol
van tegenspeler van de middelpuntvliedende kracht?
Welk gezag zorgt dat het draait en blijft lijken op een bol?

 

Tuinbonen

Groene vlinders op de koude grond.
Steevast opstijgend in de formatie
van je eigen plantersfantasie,
lachend om de grollen van
nachtvorst en natte sneeuw.
Geheide groeiers, tuinders trots.
Tot de hoogtegrens van 50 centimeter
wordt overschreden, de zone van
de zwarte bonenluis wordt betreden.
(Zo is het vaker in het leven,
ga je ergens heen, valt het tegen.)

 

Rouke van der Hoek (Eindhoven, 12 augustus 1952)

 

Op 12 augustus 1955 overleed de Duitse Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Tonio Kröger

„Hans und Tonio hatten Zeit, nach der Schule spazierenzugehen, weil sie beide Häusern angehörten, in denen erst um vier Uhr zu Mittag gegessen wurde. Ihre Väter waren große Kaufleute, die öffentliche Ämter bekleideten und mächtig waren in der Stadt. Den Hansens gehörten schon seit manchem Menschenalter die weitläufigen Holzlagerplätze drunten am Fluß, wo gewaltige Sägemaschinen unter Fauchen und Zischen die Stämme zerlegten. Aber Tonio war Konsul Krögers Sohn, dessen Getreidesäcke mit dem breiten schwarzen Firmendruck man Tag für Tag durch die Straßen kutschieren sah; und seiner Vorfahren großes altes Haus war das herrschaftlichste der ganzen Stadt … Beständig mußten die Freunde, der vielen Bekannten wegen, die Mützen herunternehmen, ja, von manchen Leuten wurden die Vierzehnjährigen zuerst gegrüßt …
Beide hatten die Schulmappen über die Schultern gehängt, und beide waren sie gut und warm gekleidet; Hans in eine kurze Seemannsüberjacke, über welcher auf Schultern und Rücken der breite, blaue Kragen seines Marineanzuges lag, und Tonio in einen grauen Gurt-Paletot. Hans trug eine dänische Matrosenmütze mit kurzen Bändern, unter der ein Schopf seines bastblonden Haares hervorquoll. Er war außerordentlich hübsch und wohlgestaltet, breit in den Schultern und schmal in den Hüften, mit freiliegenden und scharfblickenden stahlblauen Augen. Aber unter Tonio’s runder Pelzmütze blickten aus einem brünetten und ganz südlich scharfgeschnittenen Gesicht dunkle und zart umschattete Augen mit zu schweren Lidern träumerisch und ein wenig zaghaft hervor … Mund und Kinn waren ihm ungewöhnlich weich gebildet. Er ging nachlässig und ungleichmäßig, während Hansens schlanke Beine in den schwarzen Strümpfen so elastisch und taktfest einherschritten …

 

Het huis van Thomas Mann in Kilchberg, Zwitserland, waar hij de laatste jaren van zijn leven woonde.

 

Tonio sprach nicht. Er empfand Schmerz. Indem er seine etwas schräg stehenden Brauen zusammenzog und die Lippen zum Pfeifen gerundet hielt, blickte er seitwärts geneigten Kopfes ins Weite. Diese Haltung und Miene war ihm eigentümlich.
Plötzlich schob Hans seinen Arm unter den Tonio’s und sah ihn dabei von der Seite an, denn er begriff sehr wohl, um was es sich handelte. Und obgleich Tonio auch bei den nächsten Schritten noch schwieg, so ward er doch auf einmal sehr weich gestimmt.
»Ich hatte es nämlich nicht vergessen, Tonio«, sagte Hans und blickte vor sich nieder auf das Trottoir, »sondern ich dachte nur, daß heute doch wohl nichts daraus werden könnte, weil es ja so naß und windig ist. Aber mir macht das gar nichts, und ich finde es famos, daß du trotzdem auf mich gewartet hast. Ich glaubte schon, du seist nach Hause gegangen, und ärgerte mich …«

 

Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)
De schrijver in zijn werkkamer in Kilchberg

 

De Duitse dichter en schrijver en germanist Hans-Ulrich Treichel werd geboren op 12 augustus 1952 in Versmold. Zie ook alle tags voor Hans-Ulrich Treichel op dit blog.

 

Wat moet ik zeggen?

Wat moet ik zeggen:
dat ik elke dag op de
bus stap, over oude pleinen
wandel en grote paleizen
bezoek, net als iedereen.

Eet, mij was
wanneer ik wil en
krijtstof in mijn haar
mee naar huis draag.

Ja, ooit zong
een blauwige dame
over een zwarte piano. Daarna nam ik
een taxi tot de late film begon.
Maar wat moet ik zeggen:

Dat ik nog altijd
je brieven in de brievenbus
vind, waarin je naar
mijn dagen zoekt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans-Ulrich Treichel (Versmold, 12 augustus 1952)

 

Zie voor de schrijvers van de 12e augustus ook mijn blog van 12 augustus 2019 en ook mijn blog van 12 augustus 2018 en mijn blog van 12 augustus 2015 en mijn blog van 12 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.