Linda Pastan

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Agoraphobia

“Yesterday the bird of night did sit,
Even at noon-day, upon the marketplace,
Hooting and shrieking.”

—William Shakespeare

1.

Imagine waking
to a scene of snow so new
not even memories
of other snow
can mar its silken
surface. What other innocence
is quite like this,
and who can blame me
for refusing
to violate such whiteness
with the booted cruelty
of tracks?

2.

Though I cannot leave this house,
I have memorized the view
from every window—
23 framed landscapes, containing
each nuance of weather and light.
And I know the measure
of every room, not as a prisoner
pacing a cell
but as the embryo knows
the walls of the womb, free
to swim as its body tells it, to nudge
the softly fleshed walls,
dreading only the moment
of contraction when it will be forced
into the gaudy world.

3.

Sometimes I travel as far
as the last stone
of the path, but
every step,
as in the children’s story,
pricks that tender place
on the bottom of the foot,
and like an ebbing tide with all
the obsession of the moon behind it,
I am dragged back.

4.

I have noticed in windy fall
how leaves are torn from the trees,
each leaf waving goodbye to the oak
or the poplar that housed it;
how the moon, pinned
to the very center of the window,
is like a moth wanting only to break in.
What I mean is this house
follows all the laws of lintel and ridgepole,
obeys the commandments of broom
and of needle, custom and grace.
It is not fear that holds me here but passion
and the uncrossable moat of moonlight
outside the bolted doors.

 

Wilde bloemen

Je gaf me paardenbloemen.
Ze namen ons gazon in bezit
met het recht van kolonisten –
ronde zonnen die opkomen
in april, zachte manen
die wegwaaien in juni.
Je gaf me vrouwenschoentjes,
bloedwortel, zijdeplant,
trillium, waarvan het geheime aantal
de kinderen die je me gaf
vertellen. In de hiërarchie
van bloemen staan de wilde
op hun stengels
om benoemd te worden.
Noem ze onkruid.
Ik pluk ze zoals ik
jou plukte,
vanwege hun felle,
onstuimige vreugde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (27 mei 1932 – 30 januari 2023)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook mijn blog van 27 mei 2023 en ook mijn blog van 27 mei 2020 en eveneens mijn blog van 27 mei 2019 en ook mijn blog van 27 mei 2018 deel 2.

Alan Hollinghurst, Maxwell Bodenheim

De Britse dichter en schrijver Alan Hollinghurst werd geboren op 26 mei 1954 in Stoud, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Alan Hollinghurst op dit blog.

Uit: Onze avonden (Vertaald door Ton Heuvelmans)

“Geen repetitie die morgen, dus we bleven in bed liggen. Ik zette thee.
We zaten rechtop met de kussens in onze rug en zochten op onze telefoons naar berichten over Mark. Ik weet niet precies waarom we die wilden lezen, dat je een beroemd iemand persoonlijk kent, maakt misschien dat je onderdeel wordt van het bericht, en als kijker wil je dat degene die het voorleest het belang ervan inziet en dat op adequate wijze weet te brengen. Het laatste onderwerp in het tv-journaal van
gisteravond was ernstig van toon maar werd routineus gebracht gedurende vijfenveertig seconden door een jonge verslaggever die kennelijk niet beschikte over informatie uit de eerste hand. Het was confronterend om op die manier op de hoogte te worden gebracht van de dood van een vriend. Ik zette het geluid uit, Richard sloeg een arm om mij heen en we keken zwijgend toe toen het cricket begon en daarna het weerbericht.
Richard had Mark maar één keer ontmoet, tijdens het diner ter gelegenheid van Marks negentigste verjaardag in de Tate Gallery, waar tweehonderd gasten in een zaal zaten die voor de gelegenheid was volgehangen met zijn eigen schenkingen aan het museum. Tijdens zijn toespraak klonk en oogde Mark zwak, maar alle aanwezigen waren op zijn hand, en hij was bescheiden en bracht ook een toost uit op Cara, die één dag ouder was dan hij. Toen we daarna even met hen spraken, was het ons niet duidelijk of ze gekwetst of stilletjes opgelucht waren dat Giles niet aanwezig was.
In het levensverhaal van Mark Hadlow is er wat de pers betreft altijd een hinderlijk gebrek aan schandalen geweest: hij was een moreel hoogstaande zakenman, een belangrijke filantroop, zeventig jaar getrouwd met dezelfde vrouw, geen kluizenaar, een in alle opzichten genereuze gastheer, maar zonder hang naar publiciteit: er werd beweerd dat hij een ridderorde en verheffing in de adelstand had afgewezen, en geen van de galerieën en gebouwen die hij heeft gesubsidieerd is naar hem genoemd. Hij is slechts het slachtoffer van kwaadaardige roddels dankzij zijn kinderen. Niemand heeft iets negatiefs te melden over Lydia, behalve dat ze ooit topless optrad in een film van Warhol en vijf jaar geleden overleed bij een auto-ongeluk in Frankrijk. Maar Giles gaat natuurlijk alom over de tong, en hij verzet zich zo fel tegen alles waar zijn vader voor stond dat het verhaal over Mark uitsluitend nog gaat over de negatieve carrière van zijn zoon. ‘Mark Hadlow: miljonair en vader van de brexitminister, overleden’ meldde de Times, terwijl de Mail Giles als eerste noemde in de zin: ‘Giles Hadlows vader op 94-jarige leeftijd overleden’. De foto waarop beide mannen ietwat ongemakkelijk samen poseren, dateert uit de jaren tachtig. Het zou waanzin zijn om te stellen dat Giles verantwoordelijk was voor Marks dood, maar ik vroeg me af hoe hij nu over hem zou denken: nog steeds opstandig of met een mengeling van schuldgevoel en verdriet?”

 

Alan Hollinghurst (Stoud, 26 mei 1954)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Maxwell Bodenheim werd geboren op 26 mei 1892 in Hermanville, Mississippi. Zie ook alle tags voor Maxwell Bodenheim op dit blog.

 

Broadway

Met sardonische nutteloosheid
Vlucht de veelkleurige menigte,
Opgejaagd door vurige sensualiteit,
Voor iets dat op hun rug wordt gedragen.
Eindeloos onderdrukt, stroomt een geluid
Op uit de menigte,
Alsof iemand naar adem snakt
Om bevrijdende woorden uit te spreken.
Door de kunstmatige vallei
Gevormd door opzichtige ontwijkingen,
Trekt de verstikte menigte op en neer,
Gedachten doorborend met snelle geluiden.
Vrouwen paraderen zoetgevooisd,
Borduren hun onverzadigde verlangens,
En mannen struikelen naar een vluchtig opiaat.
Soms breekt een moment open
En hoort men de knokkels
Van kinderen die op torenhoge deuren kloppen:
Kloppen op de snelweg
Waar de beschaving paradeert
Met haar bevroren vriendelijkheid!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maxwell Bodenheim (26 mei 1892 – 6 februari 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e mei ook mijn blog van 26 mei 2020 en eveneens mijn blog van 26 mei 2019 en ook  mijn blog van 26 mei 2018.

Bij nader inzien(Charles Ducal), Michael Chabon, Laura Read

 

 

Pinksteren door John Nava, 2012

 

Bij nader inzien

Soms zien wij de Geest nederdalen
en blijven op het hoofd van een
die de kracht heeft om God te vertalen
in een eenvoudige, menselijke leer:

de machine wordt aangeslagen
de meerwaarde omgezet in brood
en geloof, de rotsgrond bedekt
met vruchtbare aarde, de kinderen Gods

met kennis gedoopt. Ja, soms komt
de Geest en verwarmt Hij ons even:
een prachtige duif, een vurige tong.

Daarna schreeuwt het vlees, van hem bezeten,
verschijnen de vuisten en de geweren,
bedenken wij ons.

 

Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)
De Sint-Pieterskerk in Leuven

 

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook alle tags voor Michael Chabon op dit blog.

Uit: Op huizenjacht (Vertaald door Gerda Baardman)

“Het huis was totaal niet geschikt voor hen. Het was een met klimop begroeid Normandisch landhuis met een asymmetrische daklijn, een kort dik torentje met spits en op de begane grond ramen met kleine ruitjes, en het stond hoog op de noordwestelijke oever van Lake Washington, een paar straten ten oosten van het huis waar Christy was opgegroeid. De buurt was ten prooi aan regelmatige invallen van legers tuinlieden, landschapsarchitecten en mensen die echte Umbrisch granieten straatstenen kwamen leggen, maar toch was het huis overduidelijk opgetut voor de verkoop. De blauwe verf op de luiken zag er glanzend en nat uit, verse zwarte bloemenaarde kolkte rul rond de viooltjes langs de oprijlaan en het onmetelijke gazon aan de voorkant was opgepoetst tot het een harde glans vertoonde. Het bordje van de makelaar was een discreet rood-wit schildje op een zwart ijzeren paal, met alleen ‘Herman Silk’ en een telefoonnummer erop in een chic schreefloos lettertje.
‘Dit?’ vroeg Daniel Diamond en zijn hart maakte een sprongetje, met een duizelig makend getintel. Hoewel alle raampjes openstonden, hing er in de auto van meneer Hogue een verstikkende walm van aftershave, een scherp ruikend extract van wintergroenolie en pekel dat de makelaar heviger was gaan uitwasemen naarmate ze dichter bij het huis kwamen, als een soort angstzweet. Daardoor kreeg Daniel meer last van zijn allergie en hij wilde dat hij er die ochtend aan had gedacht een Claritin te nemen voordat hij de deur van de flat achter zich dichttrok. ‘Is dit het?’
‘Dit is het,’ zei Hogue op vermoeide toon, alsof hij al de hele dag in zijn oeroude Mercedes met ze door de stad zeulde om hun een eindeloze hoeveelheid huizen te laten zien waar niets mis mee was en die ze niettemin om de willekeurigste, pietluttigste redenen stuk voor stuk afwezen. Maar het was pas tien uur ’s ochtends en dit was het eerste huis dat ze gingen bekijken. Bob Hogue was een gelooide man van onbestemde middelbare leeftijd met een groen polohemd, een beige broek en een geruite katoenen blazer in een kleurstelling die populair is bij fabrikanten van cellofaangras voor paasmandjes. Zijn rimpels als rechte lijnen, zijn stekeltjeshaar, zijn kin als twee knokkels en zijn neus met de minuscule rode kriebellettertjes gaven hem het aanzien van een aan lager wal geraakte straaljagerpiloot. ‘Wat is ermee? Is het je te min?”

 

Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres en docente Laura Read werd geboren in New York in 1970. Zie ook alle tags voor Laura Read op dit blog.

 

PINKSTEREN

De week na de dood van je vader,
zie ik je na school naar huis lopen
in je Wimpy Kid T-Shirt,
en ik ken je niet eens, maar ik wil je
roepen als een ontvoerder
en je vertellen dat dit nog maar het begin is.
Je hoofd zal altijd een brandende lucifer zijn,
zoals de apostelen in het glas-in-loodraam
toen Jezus terugkwam. Maar hij zal nooit
terugkomen. Ik zeg dit omdat je het weet,
maar toch zul je ervan dromen.
Je zult dol zijn op boeken en tv-programma’s
over tijdreizen. Zoals het blauwe
politiehokje waar je in kunt stappen en
terug kunt gaan naar de week ervoor.
Of misschien vindt hij je wel,
zoals hij doet op deze eerste ochtenden,
voordat je het je herinnert.
Hij zal altijd hetzelfde shirt dragen
als hij je komt wakker maken,
zoals mijn vader in zijn olijfgroene strepen,
alsof hij nooit iets anders droeg.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Laura Read (New York, 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e mei ook mijn blog van 24 mei 2025 en ook  mijn blog van 24 mei 2020 en eveneens mijn blog van 24 mei 2018 en ook mijn blog van 24 mei 2015 deel 2.

Jan Baeke, Jane Kenyon

De Nederlands dichter Jan Baeke werd geboren in Roosendaal op 23 mei 1956. Zie ook alle tags voor Jan Baeke op dit blog.

 

Een engel of god

De deur ging open en de bus reed binnen.
Een hevig gebrom, iedereen sprakeloos
niet in staat om het juiste te zeggen.
Een bus? Zie je dat? Een bus.

Het was wachten op andere voertuigen
of dat de kamer eigenlijk een plaats was
waar bomen onder invallende duisternis
een spoorwegovergang aan het oog onttrekken.

Dan is het een vreemde gewaarwording
in een fauteuil wakker te worden
met het boek nog
op je schoot, een studie

naar de waarde van zeldzaamheid
in een taal die je niet beheerst
maar je bent halverwege
en je hebt begrepen wat de auteur bedoelt.

Hij heeft hier gezeten, dat weet je en naast hem
een engel of god, boven alle tijd verheven
maar nu door en door nat
met een lelijke hoest en vlekken van de koorts

niet te weten wat te doen met deze bus
en diezelfde ontreddering
daarna in de woorden waarmee hij alle buspassagiers
om een paar stuivers vraagt.

Het ruikt niet fris meer, de benzinedampen
zijn het sterkst waar de bus
een bocht moest maken
om bij het raam te kunnen parkeren.

Iemand aarzelt om hier uit te stappen
naast de bezette fauteuil
in de wetenschap van die engel of god
en wat hij verder van plan is.

Iemand wil niet in hetzelfde stappen
om iedere dag te voelen dat de bus bestaat.

Dan rennen om de bus te halen
en de bus te missen.

 

Passie

De slager werpt zich op zijn altaar
Hij verspreidt zijn dienende bestaan
door merg en been
Zijn mes komt op het hakblok neer
(en neer en neer)

Het mes snijdt
door zijn klanten – Hoor maar
Het gelouter gaat tekeer
en klettert op zijn bloedverwanten
Onbeperkt de hartelust
waar deze schepping zich mee tooit

Men wordt in bloed zoveel gewaar
Vooral in mens en dier geschreven
gaat het mes tevreden heen
Er is geen heiliger gebaar

 

Verbindingskunstenaar

Strepen kunnen wel, maar lusjes?

Een mens loopt al vaak kreupel
voor het hart daartoe noopt, mooi woord.

Een verbindingskunstenaar heeft dan
zijn touw paraat en knoopt, denkt na

pitriet, ach ja en raffia – de wereld buigt.

Hebben we de handjes netjes gevouwen?
Heeft iedereen
de opdracht van verleden week al af?

 

Jan Baeke (Roosendaal, 23 mei 1956)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Even komt het binnen, en even spreekt het

Ik ben de bloesem geperst in een boek,
na tweehonderd jaar teruggevonden. . . .

Ik ben de schepper, de minnaar en de bewaarder. . . .

Wanneer het jonge meisje dat honger lijdt
aan tafel gaat zitten,
zal ze naast mij zitten. . . .

Ik ben het eten op het bord van de gevangene. . . .

Ik ben het water dat naar de bron stroomt,
dat de kruik vult tot hij overloopt. . . .

Ik ben de geduldige tuinman
van de droge en onkruidrijke tuin. . . .

Ik ben de stenen trede,
de grendel en het werkende scharnier. . . .

Ik ben het hart dat samentrekt van vreugde. . .
het langste haar, wit
vóór alle anderen . . .

Ik ben daar in de fruitmand
die aan de weduwe wordt aangeboden. . .

Ik ben de muskusroos die zich opent,
onbeheerd, de varen op de drassige top.

Ik ben degene wiens liefde
je overweldigt, die al bij je is
wanneer je eraan denkt mijn naam te roepen….

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn blog van 23 mei 2020 en eveneens mijn blog van 23 mei 2019.

Erik Spinoy, Jane Kenyon

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Een nachtmerrie

Koolwitje, zij. Een witte maan ontsluiert en
verbergt de nacht. De lucht is haast onadembaar.
Draadloos loopt ze door het onplezierig labyrint.
Ze schudt als zoetemelk en dwaalt, en dwaalt.

Meekraplak rozen bloeien om de oude Prachtbau.
In tempelgroene wingerd gaat het museum schuil.
Rood Knossos lijkt wel Guggenheim. Eénzelfde parasol,
bordeaux van kleur, beschaduwt Adolf, Plato,
captain Kirk. Zo draait in elke zaal
een tafereel dat steeds, bij nadering,
wordt uitgewist.

Zo boos een firmament. Eerst zingt Marie,
dan treedt hij op: de glimmend zwarte faëton
in wie haar stem ontslaapt, na oorverdovend roepen.

Is het een slederit? De Spessart, onder verse sneeuw.
Rondom een bergland oogwitwit. Sneeuw vlokt alleen
om nooit omhoog te gaan. In angst: ‘Marie! Marie!
Houd je goed vast!’ De stem houdt bij de lippen stil.
Een diepte gaapt. Dan gaat het steil bergaf, opeens.

 

Aurora in de herfst

April niet, en geen vogel met gevorkte staart.
Susette zit. Het slot roest dicht, het spoor
bewijst haar niet. Geen dotterbloem of espeblad
bevrijdt en bindt haar ook. Een geel juweel
wordt ganz umsonst gepoetst. Om niets glimt
het azuur.

Augustus niet. Geen leeuwerik die klimt en het
voor haar begeeft. Ze schrijft, terwijl ze door
de zeef van herfsten gaat. Afwezig werkt een spin
aan zilverdraad. Haar ochtend gloort van nevel. Dood
gaan voortdurend varens.

Ze schrijft. Haar letter vangt wat hij verliest,
de pen herhaalt: Hier – weg! Hier – weg! Aurora
is ze, zuster van de maan. Titonus werd (de man
uit Bern) als stro door vuur verteerd. Vergrijsd
dronk hij de ambrozijn, tot hij een sprinkhaan werd.

(Steeds kwelt Susette een onbestemde dorst.
De bekers zijn met goud gevuld. Haar hand
beklemt een ruit van blauw, onbreekbaar glas.)

 

Een dag op het land

(Dit is geweest.
Een koets ontvoert haar uit ‘Het witte hert’.
Een wolk van stof waait op en gaat terneer.
Gontard, de stad getrouw, telt reukloos geld
en buigt voor lakenhandelaars.)

Susette woont op de Pinksterwei, en lijkt wel uit
de doden opgestaan. Weer etst ze zich een Eden
aan de Main. Opent de rozen om het huis, legt mist
in de kastanjelaar. Slurpt mensenschuwe rust. En eet
een laat ontbijt met hem, in het jasmijnprieel.

Damast, waarbij de glans van zilver hoort.
Een blik, versteend bij haar entree. Maar zij
ontwijkt het oog en loopt vertraagd de kamer in.
De crinoline weegt als zink, terwijl ze ziet:
een lauw, doorzond prieel, gordijnen open op
een gletsjerblauwe dag. Op tafel rinkelt
vliesdun Meissner-porselein. Dan zit ze, schept
drie lepels suiker in haar thee. Wat zoet is
lijkt, per definitie, goed voor haar.

‘U schrijft, mijnheer?’ Bloedjong is hij
in Frankfurts middenstand, een dichter met
het marmeren lijf en wezen van een Phidias.
(Een rode mist trekt daarom voor haar ogen.)
Toch schijnt hij bang, en zonder moed op haar.

Maar onderhoudend wel. Geen Klopstock, Schiller
doet het hem ooit na. Boven de sterren zwijgt
de golfslag van de strijd. Al eeuwen had hij haar
van ver gekend. Voor hem is zij Urania. En dit
gesprek: de Rijn die uit zijn bedding breekt.
Nou goed, dat klinkt alvast niet gek.

 

Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Koekje

De hond heeft zijn bak leeggegeten
en zijn beloning is een koekje,
dat ik in zijn bek stop
als een priester die de hostie aanbiedt.

Ik kan die kop vol vertrouwen niet uitstaan!
Hij vraagt om brood, verwacht
brood, en ik met mijn macht
had hem een steen kunnen geven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)
Met haar hond Gus

 

Zie voor meer schrijvers van de 22e mei ook mijn blog van 22 mei 2020 en eveneens mijn blog van 22 mei 2018.

Jodi Picoult, William Michaelian

De Amerikaanse schrijfster Jodi Lynn Picoult werd geboren op 19 mei 1966 in Nesconset op Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Jodi Picoult op dit blog.

Uit: De andere zoon (Vertaald door Henk Popken)

“Overal waar ik kijk, zie ik sporen van een gevecht. De post ligt verspreid over de keukenvloer; de stoelen zijn omgevallen. De telefoon is uit zijn houder geslagen en de batterijen bungelen aan een navelstreng van draden. Er is slechts één vage voetafdruk te zien op de drempel naar de woonkamer en die wijst naar het dode lichaam van mijn zoon, Jacob.
Hij ligt als een zeester uitgespreid voor de open haard. Zijn slapen en handen zijn overdekt met bloed. Ik kan even niet meer bewegen, niet meer ademhalen.
Plotseling komt hij in zittende houding overeind. ‘Mam,’ zegt Jacob, ‘je probéért het niet eens.’
Dit is niet echt, houd ik mezelf voor, en ik kijk hoe hij weer in precies dezelfde houding gaat liggen – op zijn rug, zijn benen naar links gedraaid.
‘Eh, er is gevochten,’ zeg ik.
Jacobs mond beweegt nauwelijks. ‘En…?’
‘Je bent op je hoofd geslagen.’ Ik zak op mijn knieën, zoals hij me al honderd keer gezegd heeft te doen, en zie nu de elektrische klok die normaal gesproken op de schoorsteenmantel staat en nu half onder de bank uitsteekt. Ik raap hem snel op en zie bloed op een hoek. Ik raak met mijn pink de vloeistof aan en proef ervan. ‘O, Jacob, je gaat me toch niet vertellen dat je weer al mijn stroop hebt opgemaakt…’
‘Mam! Concentreer je!’
Ik laat me op de bank zakken en houd de klok in mijn handen. ‘Er kwamen dieven binnen en jij hebt ze verjaagd.’
Jacob gaat met een zucht zitten. De stroop heeft zijn donkere haar mat gemaakt. Zijn ogen glinsteren, hoewel ze mij niet echt aankijken. ‘Denk je nu echt dat ik twee keer dezelfde plaats delict zou opzetten?’ Hij doet zijn vuist open en ik zie nu voor het eerst de pluk strokleurig, zijdezacht haar. Jacobs vader is een vlaskop, althans, dat was hij toen hij vijftien jaar geleden wegliep en mij achterliet met Jacob en Theo, zijn gloednieuwe, blonde broertje.”

 

Jodi Picoult (Nesconset, 19 mei 1966) 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver William Michaelian werd geboren op 20 mei 1956 in Dinuba, Californië. Zie ook alle tags voor William Michaelian op dit blog.

 

Ik denk aan andere dingen

Wanneer bloemen
en bladeren
onze
composthoop sieren,
denk ik aan
andere dingen
die we achter ons hebben gelaten.

Ze liggen diep begraven,
maar ze lijken nooit te sterven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Michaelian (Dinuba, 20 mei 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e mei ook mijn blog van 19 mei 2025 en ook mijn blog van 19 mei 2020 en eveneens mijn blog van 19 mei 2019 en ook mijn blog van 19 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Lars Gustafsson, Markus Breidenich

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

GLADHEID

Hier heerste de stille gladheid
die door één enkele slag van een roeispaan verstoord kon worden.
Jaargetijde dat langzaam afkoelt.
Het geluid van een ketting die losgemaakt wordt
en op de bodem van een roeiboot gelegd.
En uit angst om die heel bijzondere uitgestrekte rust
van de waterspiegel te schaden
hield ik mijn roeispaan zwevend in de lucht.

 

VOORN

Was het ongebruikelijke woord
waarnaar ik zocht in mijn droom
en dat ik met geen mogelijkheid kon vinden.

Ik werd wakker
uit een droom over een vis
met rode ogen

eenvoudig te vangen met wat fijngekauwd brood
aan een gebogen speld.
Een voorn, doodsoorzaak van

Yvonne, Prinses van Bourgondië,
en zo veel trager dan de elegante marenen,
deze danseressen van het warme kustwater.

Ja, deze droom was vervuld
van schoonheid en dans.
En niemand ter wereld wist

dat de voorn voorn heet.

 

HET PARADIJS

Het moeras, verboden te betreden
Gevaarlijk diep met kattenstaart en waterplanten.
De salamanders die wij vingen
en ‘waterhagedissen’ noemden.

Ze zouden wratten op je vingers veroorzaken.
Omdat ze zelf vol wratten zaten.

Vast en zeker uitgestorven nu. Wie kan het wat schelen?
Plotseling was het joch twintig jaar.

Voor hem lag het lange leven.
Als de Kurlandse vlakte.

De beek. De salamanders.
Wij waren het die alles wegnamen

Niemand anders.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Lars Gustafsson (17 mei 1936 – 3 april 2016)

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Uit de Bronstijd

Vaak ben ik onzichtbaar, en jij weet niet
wat het betekent om aan de sneeuwwolken
eer te bewijzen. Ze zijn druk met het
balsemen van de velden in de weer.
Linnen lakens zijn in hun bezit. Mijn
huid raakt bij elke gelegenheid
ijskristallen aan en wordt gemakkelijk glad. Waar
handen bevriezen, blijft donker weefsel
achter, dat in het binnenste van gletsjers
verdwijnt. Mijn wapens zijn bot,
de vacht op mijn rug is weggesleten.
Je kunt uit de houding van mijn armen iets
onverschilligs afleiden en uit de taal
van de straalstromen mijn autobiografie. Ik ben
de stille getuige van mijn aanwezigheid. Je vindt
me vaak bij de rotstuinen boven de weilanden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn blog van 17 mei 2021 en eveneens mijn blog van 17 mei 2018 en ook mijn blog van 17 mei 2015 deel 2.

Paul Gellings, Adrienne Rich

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook alle tags voor Paul Gellings op dit blog.

 

La roche des fees

Schemerig tussen de bomen het beeld van wat
zich hier heeft voltrokken: een kracht
voorbij alles perste, perste, perste –
dit monument moest en zou uit de aarde!

Wat ooit wel begrepen zal zijn, want
heel licht trilt van binnen nog iets
als herinnering aan de dagen, waarop
aan haar voet overdadig gefeest werd.

Zoemend de middag, sjirpend de avond;
wanneer de stem van dit oeroude
land goed wordt verstaan, dan

valt samen met steen avontuur te
beleven. Van zang. Dans. Ranke
enkeltjes. Zaad in het gras.

 

Avallon

Waar karakter begint. Huizen langzaam
tegen een helling ontstaan. Steeds
dichter aaneengegroeid, terras voor
terras naar boven geklommen in

buurten zichzelf overschaduwend
tot vlak aan de vesting. Daar,
in de stilte van de eenzaamste
slaap, kraakt zonlicht in grind.

Smeult onder de platanen altijd nog
angst voor beleg en snelt schor
een klokslag voorbij om meteen

in het zwarte gat van een steeg
te verdwijnen. Karakter begint
waar de wereld zich opdringt.

 

Huwelijk

Wij proberen nu de tijd tussen twee
ringen in te klemmen, met bloed het
kind besmeurd, uitgewoond het grote
huis, een spinneweb door ons opnieuw

gespannen en voorzien van wingerd
op het zuiden. Een lange zomeravond
doorkruist hier de seizoenen, wij
leven binnen, buiten, door elkaar.

Haast is dan ook verre van geboden,
al glijden de dingen weg uit ons
bestaan: het kind allang gewassen

en op reis, terwijl wij achterblijven
met de vraag aan welke hand de ene
ring zich even bij de andere voegt.

 

Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

Cartografieën van de Stilte

1.
Een gesprek begint
met een leugen. En iedere

spreker van de zogenaamde voertaal voelt
de ijsschots splijten, uit elkaar drijven

zogezegd machteloos, als vechtend
tegen een natuurkracht

Een gedicht kan
een leugen bevatten. En verscheurd worden.

Een gesprek kent andere wetten
laadt zichzelf op met zijn eigen

valse energie, kan niet verscheurd
worden. Infiltreert in ons bloed. Herhaalt zich.

Schrijft met zijn niet-terugkerende stylus
de isolatie die het ontkent.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e mei ook mijn blog van 16 mei 2019 en ook mijn blog van 16 mei 2018.

Judith Hermann, Michael Lentz

De Duitse schrijfster Judith Hermann werd geboren op 15 mei 1970 in Berlijn-Tempelhof. Zie ook alle tags voor Judith Hermann op dit blog.

Uit: Sommerhaus, später (Rote Korallen)

„Mein erster und einziger Besuch bei einem Therapeuten ko-stete mich das rote Korallenarmband und meinen Geliebten. Das rote Korallenarmband kam aus Rußland. Es kam, genauer gesagt aus Petersburg, es war über hundert Jahre alt meine Urgroßmutter hatte es ums linke Handgelenk getragen, meinen Urgroßvater hatte es ums Leben gebracht Ist das die Geschichte, die ich erzählen will? Ich bin nicht sicher. Nicht wirklich sicher:
Meine Urgroßmutter war schön. Sie kam mit meinem Urgroßvater nach Rußland, weil mein Urgroßvater dort Öfen baute für das russische Volk. Mein Urgroßvater nahm eine große Wohnung für meine Urgroßmutter auf der Petersburger Insel Wassilij Ostrow. Die Insel Wassilij Ostrow wird um-spült von der kleinen und von der großen Newa, und wenn meine Urgroßmutter sich in der Wohnung auf dem Malyl-Prospekt auf ihre Zehenspitzen gestellt und aus dem Fenster geschaut hätte, so hätte sie den Fluß sehen können und die große Kronstädter Bucht Meine Urgroßmutter aber wollte den Fluß nicht sehen und nicht die Kronstädter Bucht und nicht die hohen, schönen Häuser des Malyj-Prospekts. Meine Urgroßmutter wollte nicht aus dem Fenster hinaussehen in eine Fremde. Sie zog die schweren, roten samtenen Vorhänge zu und schloß die Türen, die ‘Teppiche verschluckten jeden Laut, und meine Urgroßmutter saß auf den Sofas, den Sesseln, den Himmelbetten herum und wiegte sich vor und zurück und hatte Heimweh nach Deutschland. Das Licht in der großen Wohnung auf dem Malyj-Prospekt war ein Dämmer-licht, es war ein Licht wie auf dem Grunde des Meeres, und meine Urgroßmutter mag gedacht haben, daß die Fremde, daß Petersburg, daß ganz Rußland nichts sei als ein tiefer, dämmeriger Traum, aus dem sie bald erwachen werde.
Mein Urgroßvater aber reiste durchs Land und baute Öfen für das russische Volk. Er baute Schachtöfen und Röstöfen und Flammöfen und Fortschaufelungsöfen und Liver-mooreöfen. Er blieb sehr lange fort. Er schrieb Briefe an meine Urgroßmutter, und wenn diese Briefe kamen, zog meine Urgroßmutter die schweren, roten samtenen Vor-hänge an den Fenstern ein wenig zurück und las in einem schmalen Spalt von Tageslicht: Ich will dir erklären, daß der Hasenclever-Ofen, den wir hier bauen, aus Muffeln besteht, die durch vertikale Kanäle miteinander verbunden sind und durch die Flamme einer Rostfeuerung erhitzt werden — du erinnerst dich an den Gefäßofen, den ich in der Blomeschen Wildnis in Holstein baute und der dir doch damals ganz besonders gefallen hat — nun, auch bei dem Hasenclever-Ofen wird das Erz durch die Öffnungen in die oberste Muffel gebracht und … „

 

Judith Hermann (Berlijn-Tempelhof, 15 mei 1970)

 

De Duitse dichter, schrijver, literatuurwetenschapper en musicus Michael Lentz werd geboren in Düren op 15 mei 1964. Zie ook alle tags voor Michael Lentz op dit blog.

 

Openlijke onrust

hou van een wederzijdse, langdurige
therapie?
ben jij een inclusie
te midden van vele inclusies
die elkaars zicht belemmeren?
dat op een onzichtbare dag
iemand die je totaal niet kent
de rest van je uitzicht wegneemt
en met het overlijdensbericht
wat doet eigenlijk
jouzelf bedoelt
en jij bent voor jezelf
volkomen onbekend, iemand
vormvast uitgeschakeld
een conservatieve rouwmug
een stil bevroren insect
geen leven, dus, alleen
voor voortplanting, maar
als ogenblik
en het ogenblik vertoeft aan een ketting
wat een imago –
je beweegt niet en je hoort
je beweging, is het dan zo
stil in het heelal?
je bent zo glossolalisch
zo volledig voor jezelf
van wederzijdse duur

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Lentz (Düren, 15 mei 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e mei ook mijn blog van 15 mei 2025 en ook mijn blog van 15 mei 2022 en ook mijn blog van 15 mei 2021 en eveneens  mijn blog van 15 mei 2019 en ook mijn blog van 15 mei 2018 en ook mijn blog van 15 mei 2017 en ook mijn blog van 15 mei 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Opgevaren ten hemel (Nel Benschop), Kathleen Jamie

 

 

De Hemelvaart door Jean Francois de Troy, 1721

 

Opgevaren ten hemel

Een wolk nam U weg voor hun ogen:
Uw werk voor het volk was gedaan;
Hun hart was onrustig, bewogen,
Toen zagen ze engelen staan.

Zij zagen Uw zeeg’nende handen,
De lucht leek een lichtende poort;
Ze voelden Uw stem in zich branden:
‘Ga heen en verkondig Mijn woord.’

Wel staarden zij lang nog naar boven:
(de liefde houdt vast tot het eind)
Maar wie in een weerzien geloven
Zien licht, als de zon niet meer schijnt.

En ik, Heer, hoewel ik mag weten
Dat Gij mij een woning bereidt,
Dat Gij op Uw troon gezeten,
Dat Gij mijn verdediger zijt,

Ik ben vaak zo klein van vertrouwen;
Gij zijt zo verheven, zo hoog;
Toch mag ik U eenmaal aanschouwen
Als Koning en Vriend – oog in oog!

 

Nel Benschop (16 januari 1918 – 31 januari 2005)
De Kloosterkerk in Den Haag, de geboorteplaats van Nel Benschop

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

De studeerkamer

Maan,

hoezo betreed je
mijn studeerkamer
als een rariteitenwinkel,
met lichte bezorgdheid

de telescoop strelend
op het statief, de boeken,
de zoldertrap? Jij
die ’s nachts opstaat, die

de onontkoombare wereld
dichterbij brengt, een beetje,
bij je starende blik — waarom
vraag je ’t aan mij? Wat van mij is

is van jou; maar je hebt die spullen
net zo min nodig
als een hert dat
graast op een open plek.

Maan, je door het werk uit-
geputte gezicht, helder
buiten, maakt me onrustig.
Ga alsjeblieft weg.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor de schrijvers van de 14e mei ook mijn blog van 14 mei 2025 en ook mijn blog van 14 mei 2019 en ook mijn blog van 14 mei 2018 en eveneens mijn blog van 14 mei 2017 deel 2.