Lars Gustafsson, Markus Breidenich

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

GLADHEID

Hier heerste de stille gladheid
die door één enkele slag van een roeispaan verstoord kon worden.
Jaargetijde dat langzaam afkoelt.
Het geluid van een ketting die losgemaakt wordt
en op de bodem van een roeiboot gelegd.
En uit angst om die heel bijzondere uitgestrekte rust
van de waterspiegel te schaden
hield ik mijn roeispaan zwevend in de lucht.

 

VOORN

Was het ongebruikelijke woord
waarnaar ik zocht in mijn droom
en dat ik met geen mogelijkheid kon vinden.

Ik werd wakker
uit een droom over een vis
met rode ogen

eenvoudig te vangen met wat fijngekauwd brood
aan een gebogen speld.
Een voorn, doodsoorzaak van

Yvonne, Prinses van Bourgondië,
en zo veel trager dan de elegante marenen,
deze danseressen van het warme kustwater.

Ja, deze droom was vervuld
van schoonheid en dans.
En niemand ter wereld wist

dat de voorn voorn heet.

 

HET PARADIJS

Het moeras, verboden te betreden
Gevaarlijk diep met kattenstaart en waterplanten.
De salamanders die wij vingen
en ‘waterhagedissen’ noemden.

Ze zouden wratten op je vingers veroorzaken.
Omdat ze zelf vol wratten zaten.

Vast en zeker uitgestorven nu. Wie kan het wat schelen?
Plotseling was het joch twintig jaar.

Voor hem lag het lange leven.
Als de Kurlandse vlakte.

De beek. De salamanders.
Wij waren het die alles wegnamen

Niemand anders.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Lars Gustafsson (17 mei 1936 – 3 april 2016)

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Uit de Bronstijd

Vaak ben ik onzichtbaar, en jij weet niet
wat het betekent om aan de sneeuwwolken
eer te bewijzen. Ze zijn druk met het
balsemen van de velden in de weer.
Linnen lakens zijn in hun bezit. Mijn
huid raakt bij elke gelegenheid
ijskristallen aan en wordt gemakkelijk glad. Waar
handen bevriezen, blijft donker weefsel
achter, dat in het binnenste van gletsjers
verdwijnt. Mijn wapens zijn bot,
de vacht op mijn rug is weggesleten.
Je kunt uit de houding van mijn armen iets
onverschilligs afleiden en uit de taal
van de straalstromen mijn autobiografie. Ik ben
de stille getuige van mijn aanwezigheid. Je vindt
me vaak bij de rotstuinen boven de weilanden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn blog van 17 mei 2021 en eveneens mijn blog van 17 mei 2018 en ook mijn blog van 17 mei 2015 deel 2.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *