‘Wij zijn vrij’ (Martinus Nijhoff), Roni Margulies

 

 

Bevrijdingsmonument in Oirschot, Noord-Brabant

 

‘Wij zijn vrij’

Wij zijn vrij, roept de Nederlandsche vlag
die wapperend zich boven ons ontplooit,
wij zijn vrij, roept zij, en zij riep dit nooit
met dieper kleuren dan op dezen dag.

Want zie, het trotsche rood heeft zich getooid
met bloed, dat in den dood de vrijheid zag,
’t wit blinkt van ijver zonder winstbejag,
het blauw werd door beproefde trouw voltooid.

Waai uit, herwonnen driekleur, waai vrij uit,
tezaâm met den oranjewimpelzwier
van Haar, de Landsvrouwe, die gehandhaafd heeft.

Een nieuwe reis vangt aan, en gij beduidt
hetgeen in ons, o heilige banier,
trotseerend, zuiver en gestaald herleeft.

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Bevrijdingsmonument in Den Haag, de geboorteplaats van Martinus Nijhoff

 

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Roni Margulies op dit blog.

 

SLIPPER

Ineens zag ik een oude vrouw
bij de ingang van het metrostation
een paar maanden geleden.
Ze zat te bedelen.

Gescheurd, maar hagelwit waren haar kleren.
Ze deed me aan mijn oma denken:
aan haar ogen vol angst,
haar laatste dagen.

Ik wende me aan telkens als ik langsliep
‘Goedemorgen’ te zeggen en ofwel brood
of geld te geven.
Ze zei geen woord terug.

Ik probeerde laatst wat te zeggen,
ze keek, maar ze begreep het duidelijk niet.
Ze nam aan wat ik gaf
en keek van me weg.

Toen ik er gisteren langskwam, zat ze er niet.
Op de grond zag ik een enkele slipper.
Bleek roze, met schilfers
en op zijn linkerkant

een bloedrood plastic hart
Piepklein, glimmend.
Alsof het ieder moment
zou kunnen gaan kloppen.

 

Vertaald door Erik-Jan Zürcher

 

Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e mei ook mijn blog van 5 mei 2020 en eveneens mijn blog van 5 mei 2019.

Martinus Nijhoff, Sarah Kirsch

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

Geen dief overtrof, geen spion,
hetgeen hij moeiteloos kon;
en het gevederd leder waarop
de god Hermes van zijn bergtop
neer te dalen placht
doorkruiste het ruim niet zo zacht
als hij op straat kon gaan,
gewoon lopend, met schoenen aan.

Hij maakte op het trottoir
het onheilspellende maar
onhoorbare gerucht
van het hoog in de lucht
verschoten vliegerbericht:
in een wolkje ploft licht
tot een blinkende ster uiteen,
en langs heel de vuurlinie heen
weet men: dit meldt het uur u,
nu gaat het beginnen, nu
verdwijnt de onzekerheid
van de mij gegunde tijd,
nu is het voor alles te laat.
De stilte die dan ontstaat
is een stilte, niet slechts naar de vorm
een stilte voor de storm,
maar een stilte van het soort
waar dingen in worden gehoord
die nog nimmer het oor vernam.
Zo ook hier. Toen de man kwam
en met zijn gestrekte pas
voortliep, begon men het gas
in de buizen onder het huis
te horen, en het gesuis
van water onder de straat,
en, in de elektrische draad
naar radio en telefoon,
een vonkende zoemertoon
als waren er bijen in de buurt.
Er werd niet gegluurd.

 

De verbrandende lampion

Vannacht zag ik, door ’t raam op het balkon,
Waar ’t maanlicht langs de natte planken glansde,
Voorbij de balustrade, een lampion
Van vreemd bleek licht, die in het donker danste,
Kantelen op den wind –
En plotseling
Herkende ik: zijn gelaat, dat met vermoeide
Wijd-open oogen daar voor ’t venster hing
Terwijl de huid als dun doek openschroeide –

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Aarde

Nieuws uit het leven van rupsen
De koekoek stottert en de verdroogde bedden
Scheuren open als ik gieters sjouw
De mij toevertrouwde planten, groenten met bladluizen
Hulpeloos bekijk, toen ik jaren geleden
in de tuin van mijn vader kwam
Waren er de zeven plagen
Helachtig ongedierte niet en de bodem
Deed nog zijn werk, deze hier
Is een drop-out, smerig en lui
Je moet hem vragen om de mest
overal in te blazen, anders produceert hij
niet eens een cantharel. Hoezeer moeten de mensen
De aarde beledigd hebben mij verschijnt
Om zevenentwintig rozenstruiken te redden
Een verdwaalde engel, de gele jerrycan,
over de beschimmelde vleugels gespannen
De hemelse duim in de rubberen handschoen
Draait het ventiel omlaag en het ruikt
Urenlang naar bittere amandelen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e april ook mijn blog van 20 april 2020 en eveneens mijn blog van 20 april 2019 deel 2 en ook deel 3.

Els Beerten, Golo Mann, Alfred de Vigny

De Vlaamse schrijfster Els Beerten werd geboren in Hasselt op 27 maart 1959.  Zie ook alle tags voor Els Beerten op dit blog.

Uit: Eén mens is genoeg

“Maart ’44 ben ik geboren, zeven jaar na onze Louis. De hele oorlog hadden ze geen nagel om aan hun gat te krabben, toch werd ik gemaakt. Ik heb dat lang niet begrepen. Was míjn eerste kind Louis, ik had meer dan genoeg. De gelukkigste mens op aarde zou ik zijn.
Het schijnt dat ik bijna vanzelf ben gekomen. Ons vader was nog maar juist de kamer uit of hij mocht al terugkomen. Hij boog zich over de wieg en hij moet zo diep gezucht hebben dat ze hem aan de andere kant van het dorp konden horen. Geen schoner kind dan Juliette, moet hij gezegd hebben, dat híj zoiets kon maken, het was een wonder. Daarna trok hij zijn jas aan en hij verdween.
Na drie dagen sloeg ons moeder een warme doek om mij heen, legde me in de wieg naast de kachel, stapte in haar schoenen en liep recht naar café ‘Onder Den Toren’, waar ze ons vader van de toog weg sleurde en hem niet meer losliet tot ze weer voor ons huis stond. Ze deed de voordeur open, schopte ons vader tegen zijn billen en wel zo hard dat hij knal met zijn gezicht tegen de vloer vloog, zijn voorste tanden brak en zijn neus ook.
Ze deed de deur weer dicht, stapte over hem heen, nam mij uit de wieg, opende haar hemd en legde mij aan de borst.
Een uur heeft hij op de grond gelegen. Toen deed hij zijn ogen open, sukkelde overeind, krabde het bloed van zijn lippen en wangen, van zijn neus en van de grond, draaide zich om en liep naar de voordeur.
Ons moeder zat naast de kachel, ik lag nog altijd tegen haar aan.
Wat hij van zin was, vroeg ze.
Niks, zei ons vader, helemaal niks, waarop hij de voordeur opentrok.
Ze kwam hem niet meer halen, zei ons moeder. Nooit meer.
De voordeur ging weer dicht. Ons vader ging op de grond zitten, sloeg zijn handen voor zijn gezicht. Het schoonste kind van de wereld, zuchtte hij, en dat dat niet kon, hij moest zijn eigen kop nog maar bekijken of hij wist het al.
Ons moeder glimlachte. En met die glimlach ging ze voor hem staan. Dat hij haar eens goed bekeek, zijn vrouw, de rapste, de slimste, de schoonste van uren in het rond. Zag ze eruit alsof ze haar hart zou geven aan de eerste de beste dwazerik?
Het was hém die ze wilde, hem en geen ander.”

 

Els Beerten (Hasselt, 27 maart 1959)

 

De Duitse schrijver en historicus Golo Mann werd geboren in München op 27 maart 1909. Zie ook alle tags voor Golo Mann op dit blog.

Uit: Wallenstein

„Sie regierten im Tal der Iser, in Nordost-Böhmen, ohne daß man weiß, wie und wann sie zu ihrer Herrschaft gelangt waren: slawischer Uradel. Das Merkwürdige ist, daß sie im Ursprung dort regierten, wo 400 und 700 Jahre später noch die Besitzungen der Waldsteins lagen und daß wir von Gründungen der Markwartinger, wie zum Beispiel Stadt und Kloster Münchengrätz, noch hören werden. Im späten 13. Jahrhundert teilten sie sich in allerlei Familien, die eine gesonderte Identität zu pflegen begannen.
Von Albrecht Wallenstein schrieb sein mährischer Schwager, Karl von Zierotin, den jungen Mann empfehlend: »Er ist hoch geboren (bien né) wie Sie wissen, und mit allen großen Häusern Böhmens verwandt.« Das traf zu. Nicht nur war einer seiner Ahnen Marschall am Hof des gewaltigen Tschechenkönigs, Georg von Podiebrad; er stammte auch selber von diesem Herrscher ab, und zwar so, daß eine seiner Urgroßmütter von Mutters Seite, eine schlesische Herzogin von Münsterberg, die Urenkelin des Königs war; dieser, zählen wir richtig, war Wallensteins Vorfahr in der siebten Generation. Was dann seine lebenden Verwandten betrifft, die Smiricky, Slawata, Wartenberg, Zierotin, Lobkowicz und andere gleich tönenden Namens, so wohnten sie ringsum in den Schlössern Böhmens und der Markgrafschaft Mähren; in Grenzburgen gegen Deutschland und Ungarn hin, uralten, den Felsen sich anschmiegenden Gemäuern, je nach Bedürfnis und Stil der Zeit erweitert mit Ecktürmen, Vorburgen und Ringmauern; in Schlössern neuen italienischen Stils, langen Fluchten steinerner Säle um Arkadenhöfe, reich geziert mit Holztäfelungen, vergoldetem Schnitzwerk, Wappen, kostbaren Stoffen, Fabelbildern und Ahnenbildern; am Marktplatz ihrer eigenen Städte, in den Gassen der Prager Kleinen Seite, oder zwischen waldumrauschten Höhen und dem Fluß im Tal – da wohnten sie; umgeben von Künstlern aus Welschland, die ihnen etwa gerade den Rittersaal mit Fresken auszumalen oder den Park mit Statuen und Brunnen zu schmücken hatten, von Leibärzten und Seelsorgern, von französischen, italienischen, deutschen Sekretären; bedient von Stall-, Jäger- und Haushofmeistern, von Ober- und Unterköchen, Pastetenmachern und Zuckerbäckern, von Kammerdienern, Lakaien, Haiducken, reitenden Boten; Souveräne so weit ihr Reich reichte, Herren über Leben und Tod ihrer Untertanen; Patrioten wohl auch, Hauptleute ihres Kreises, tätige Mitglieder des Landtages in Prag, Inhaber der obersten Landesämter, aber Patrioten auf ihre Art, so nämlich, daß sie des Landes Freiheit gleichsetzten mit ihren Freiheiten, welche in Jahrhunderten den Königen und Bürgern abgezwungene, ungeheuere Vorrechte waren.“

 

Golo Mann (27 maart 1909 – 7 april 1994)

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Vigny werd geboren op 27 maart 1797 te Loches (departement Indre-et-Loire). Zie ook alle tags voor Alfred de Vigny op dit blog.

 

De dood van den wolf

II

Ik steunde ’t hoofd op mijn ontladen jachtgeweer.
Al mijmerend, verging de lust mij meer en meer
nog zijn wolvin en welpen te vervolgen, die
slechts node van hem scheidden, en, naar ik het zie,
zou zeker ’t fiere wijfje, zonder haar twee jongen,
in de ure des gevaars hem zijn te hulp gesprongen;
maar zij had zich aan ’t redden van het kroost gewijd,
moest hun nog leren, hoe men waardig honger lijdt,
hoe men te allen tijde zich moet houden buiten
’t verdrag dat mensen met geknechte dieren sluiten,
die jagen voor de mens, in ruil voor onderhoud,
zij, voorheen zelf de meesters van gebergte en woud.

 

Vertaald door Martinus Nijhoff

 

Alfred de Vigny (27 maart 1797 – 17 september 1863)
Standbeeld van Alfred De Vigny in zijn geboorteplaats Loches, departement Indre-et-Loire

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook mijn blog van 27 maart 2020 en eveneens mijn blog van 27 maart 2019 en ook mijn blog van 27 maart 2017 en ook mijn blog van 27 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.