Jaap Harten, Dannie Abse

De Nederlandse dichter en schrijver Jacobus Cornelis (Jaap) Harten werd geboren in Blaricum op 22 september 1930. Zie ook alle tags voor Jaap Harten op dit blog.

 

Jeugd

II

Wij sloegen wegen in
die met een sterke geur
van mest en winter
de middag tegemoet kwamen.
Wij zagen de hemel zich kleuren
met vossenrood toen de zon
wegreed in zijn zegekar en het land
achterliet aan vuursteen en hout.
Wij slopen over de paden
als soldaten op verkenning,
droegen een riem om ons
middel en het staal van
een roestig mes op
onze blote huid.

Wij verbrandden in de bossen
alle dode leefregels,
wij hurkten bij vuurtjes met
de schutterigheid van pubers,
wij waren jong als sap en
sterker dan kabeltouw.
Wij dachten niet meer aan

de ouderen, die uit een
vitaal tekort, bij gebrek
aan ruimte, alles uit
de helderheid wegzetten,
liefde en haat in dozen
borgen, in donkere laden
waar hun gevoel als
een kapotte batterij
stierf uit armoede.

Wij waren jong als sap
en sterker dan kabeltouw.
Wij hadden onze melktanden
verloren en daarvoor in
de plaats een mond vol
rauwe woorden. Wij woonden
niet meer als onze voorvaderen
op de rand van het ijs
maar in de kop van het vuur
of de vuist van het duister
en leefden een leven dat
niet mocht, omdat het vochtig
was als jong vel, en woonden op
de verborgen zolder van de droom.

 

Klokken en niets dan tijd

Uit zilver en glas zijn
de instrumenten gemaakt
waarmee wij de tijd meten,
maar kennen wij ook
die tijd? Wij kennen
onze angst, die sputtert
als een oliepit en soms dooft,
wij kennen geluk en wondpijn –
de koorts van die wond al minder.

Maar de tijd blijft een dunne adem
waaronder wij leven, vechten
of popelen van liefde,
de tijd is een geruisloze wind
die verandering, als spionnen,
onder zijn mantel meevoert.

En als hij kleur bekent
zien wij het niet – of te laat.
Met het oog op onszelf gericht
zien wij wel het vuur binnen
ons, blussen wij met koele
bekers, maar zien te laat

de weg die onheilsboden
nemen onder de zon.
En later, wanneer het voorbij is,
vragen we: wat was het?
Een windstoot of wapengerucht?
Een fel opstekend onweer?

Niemand weet het dan meer.
Waarom werd Troje veroverd?
De één zegt: om Helena.
Een ander: om de ijzervoorraad
te vermeerderen van de Grieken.
Wat was het: een vrouw of erts,
waarvoor legers hoog hielden
de tekens van hun gevechtswaarde?

 

Jaap Harten (22 september 1930 – 2 december 2017)
Portret door Ringo Mollinger, 1984

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

MYSTERIËN

’s Nachts, weet ik niet wie ik ben
als ik droom, als ik slaap.

Wakker geworden, houd ik mijn adem in en luister:
een duimnagel krast over de andere kant van de muur.

’s Middags ga ik een zonverlichte kamer binnen
en neem er waar dat er zonder enige reden de lamp brandt.

Ik hoorde nu wel te weten dat je weinig octaven kunt horen,
dat een visioen sterft als je er te lang naar staart;

dat zelfs de hele geboekstaafde geschiedenis
maar wat geklets is in een grote stilte;

dat een magnesiumflits nog niet één enkel moment
het onzichtbare kan verlichten.

Ik klaag niet. Ik ga uit van het zichtbare
en het zichtbare ontstelt mij.

 

Vertaald door C. Buddingh’

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e september ook mijn blog van 22 september 20919 en ook mijn blog van 22 september 2018 deel 1 en deel 2.

Conor O’Callaghan, Owen Sheers, Dannie Abse

De Ierse romanschrijver en dichter Conor O’Callaghan werd geboren op 20 september 1968 geboren in Newry. Zie ook alle tags voor Conor O’Callaghan op dit blog.

 

Fall

To unbalance. To keel over, accidentally, or submit to the pressures of gravity.
To plummet in worth, especially currency.
To lose altitude. To take place at some pre-ordained time and date.
To swallow tall tales at face value.
To lag such a distance back along the trail as to disappear from view.
To surrender, especially a country,
to the enemy camped in its margins for all of two nights and three days.
To vanish from the radar of grace.
To have no qualms any longer when it comes to telling friends and foes alike
precisely where to stick
their olive branches. To be the kind of sap who lapses now and then
into clandestine amorous crushes.
To indulge a whole continent its own broadleaf syllable for autumn.
To arrive back unexpectedly in the afternoon
and happen upon yourself dancing a single-handed two-step on the landing
to Bechet’s ‘As-tu le Cafard?’
To go, especially too far. To leave some unknown pal a shot behind the bar
and teeter out upon the dawn,
its parabola of stars, as wobbly on your pins as any newborn foal.
To bolt awake on a balcony
and see the horizon’s twinset of Med and azure in the Blinky Palermo abstract
that has lain open in your lap.
To realise the only part of flight you can handle is that moment after take-off
into a blank of unmarked blue.
when you feel like a kite getting nowhere fast or a balloon strung out on helium.
To listen to sound effect CDs so often
every track eventually returns to the common denominator called ‘wind in trees’.
To think the hymns of Ulrich Zwingli funny.
To praise a glass half full of homespun pear brandy that tastes of lighter fuel.
Also, to dwell on the bruise
of one dropped apple. Also, to descend and keep descending until it becomes
a sort of modus vivendi, a buzz.
Also, to stumble and nonetheless to continue, and always to be happy to go down
in history as anybody’s fool,
and somehow to believe in parachutes, and still to find it within you to forgive
the leaves whatever it is leaves do.

 

Conor O’Callaghan (Newry, 20 september 1968)

 

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

Uit: Ik zag een man (Vertaald door Inge de Heer)

“Achter dit hek boog een treurwilg naar een van de zwemvijvers op de Heath. De afgelopen maand hadden die vijvers een laag kroos gekregen, dat verrassend helder van kleur was. Een paar minuten daarvoor had hij nog gehurkt zitten kijken naar een koet die zich er een weg doorheen kliefde, knikkend met haar nonnenkop, met haar kuikens zigzaggend in haar kielzog. Toen hij in de keuken stond luisterde hij nogmaals of hij iets hoorde. Het was niets voor Josh en Samantha om weg te gaan zonder hun huis af te sluiten. Hij wist dat Samantha het weekend op stap was met haar zus Martha. Maar hij dacht dat Josh en de meisjes thuis waren gebleven. Toch was het stil in huis. De enige geluiden die hij hoorde kwamen van de Heath achter hem: een blaffende hond, het gekwebbel van mensen die in de verte zaten te picknicken, de plons van een duiker in de zwemvijver voorbij het wandelpad. Dichterbij, in de tuin van  een van de buren, hoorde hij een sproeier, die op de middag in begon te hakken. Het was zo stil in huis dat deze geluiden vanaf zijn plek in de keuken al het karakter hadden van herinneringen, alsof hij een drempel in de tijd over was gegaan in plaats van een drempel van een huis. Misschien had Josh een briefje achtergelaten. Hij liep naar de koelkast om te kijken of hij er een zag. Het was een breed, matstalen Amerikaans model, met een in de deur ingebouwde ijsmachine. Over het hele oppervlak van het apparaat hingen papieren – een hoeveelheid waarmee je een bureau kon vullen -vastgemaakt met koelkastmagneten met Rothko’s. Michael bekeek de afhaalmenu’s, boodschappenlijstjes en verzuim-briefjes voor school, maar die gaven hem geen van alle een aanwijzing waar Josh zou kunnen zijn. Hij wendde zich af van de koelkast en keek het vertrek rond, in de hoop iets te vinden wat zou kunnen verklaren waarom de achterdeur niet op slot zat terwijl er niemand thuis was. Net als de rest van hun huis was de keuken van Samantha en Josh degelijk en royaal. De gestreepte schaduw van een jaloezie viel op het kookeiland in het midden, met een oven, twee kookplaten en een professionele verzameling kookgerei. In de serre, aan de andere kant van de ontbijtbar, stonden een doorgezakte bank en twee leunstoelen met potplanten eromheen. Okerkleurige rolgordijnen waren langs de ramen neergelaten. Aan het uiteinde van de keuken stond een ovale eettafel, en daarboven hingen de Nelsons.”

Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

Röntgenfoto

Men stroopt zeebodems af of jaagt naar sterren
en, moeder, maniakken lichten elke tegel
of openen graven voor dat sterrenlicht.
Sommigen willen álles openen.

Harvey, de bloedsomloop en Freud, de omloop
van onze dromen, speurden eervol, worden
daarom geëerd, als alle onderzoekers.
Mensen die mensen zouden openen.

En dan die anderen, met ziekten, moeder,
naar hen genoemd als grote straten: Hodgkin,
Addison, Parkinson – artsen die snel,
als eersten, bij elk wrang sterfbed komen.

Ik ben hun slome collega, half bevreesd,
ongeïnteresseerd. Als jongen al: je weet dat
mijn kleine hand een wekker nooit aan stukken
gepeuterd of een dode muis geflenst heeft.

Net zo mijn grote hand. Uit een witte mouw
strekt hij zich, moeder, houdt voor ’t glanzend scherm
jouw röntgenfoto op. Mijn ogen kijken
maar willen niet; ik wil nog steeds niet weten.

 

Vertaald door W. Hogendoorn

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor de schrijvers van de 20e september ook mijn blog van 20 september 2022 en ook mijn blog van 20 september 2021 en ook mijn blog van 20 september 2020 en eveneens mijn blog van 20 september 2019 en ook mijn blog van 20 september 2018.

Inge Boulonois, Dannie Abse

De Nederlandse dichteres en schilderes Inge Boulonois werd geboren in Alkmaar op 23 september 1945. Zie ook alle tags voor Inge Boulonois op dit blog.

 

Plezierdichter

Bij hem denk ik geheid: het hoort erbij.
Pas door de drank ontspruit het dichtplezier
dus hijst hij liters wijn of dito bier
en droomt van dertig flessen op een rij.

Zo’n dichter tuurt graag zielsdiep in het glas
en wou dat hij drie kasteleintjes was.

 

Malapropismen

‘Rontonde’, ‘ijskimo’, ‘begaande grond’
‘Lamptaarn’, ‘trots als een paus’, ‘kakafonie’
‘Luidbundig’, ’broterham’, ‘triologie’
‘Versnelding’, ‘strookbreed’ en ‘prins bernhardhond’

Dit zijn verhaspelingen, allemaal
Ze klinken echter heel ‘fundamentaal’

 

Eufemistisch

Vermoorden wordt aldus elimineren
Een inbraak leukweg ongewenst bezoek
En gvd staat voor die ene vloek
Ontslaan heet koeltjes reorganiseren

En sst… het snelsonnet is ook besmet:
Dat is gewoon een niet gelukt sonnet

 

Inge Boulonois (23 september 1945 – 3 december 2024)

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog

 

De ongenoden

Ze kwamen ongenood in ons leven.
Even was er licht, een fladderen van vleugels,
een dans, een stem, en toen gingen ze
weer uit, als een licht, ons niet zozeer
in het donker achterlatend, maar op een andere plek
en alleen als nooit tevoren.

Dus we zijn veranderd
en onze visie is niet meer wat die was,
en onze verwachtingen zijn niet meer wat ze waren;
dus is ook een deel van ons met hen meegegaan,
een koude droom zonder arglist weggenomen
,

het gewicht van een andere wereld kwam er ook bij,
en we hebben niet gevraagd, we hebben nooit gevraagd
om hen die glimlachend
en met bloemen voor de open deur stonden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e september ook mijn blog van 23 september 2019 en ook mijn blog van 23 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Herfst (M. Vasalis), Jaap Harten, Dannie Abse

 


Herfstbos door Albert Bierstadt, 1886

 

Herfst

Toornige vreugde doet mij rechtop gaan
dwars door de herfstige plantsoenen
waar in het nat verwilderd gras
rillend naast de zwarte plas
een troep verregende kalkoenen
verworpen, onheilspellend staat.

De wind schuift in de glazen wolken
lichtende wakken hemel open
en wervelt glinsterende kolken
omhoog uit gele bladerhopen.
Als gevallen englen hokken
door geen zon meer te verzoenen
in een somber dreigend mokken
daar mijn broeders de kalkoenen.

M. Vasalis (13 februari 1909 – 6 oktober 1998)
Den Haag, de geboorteplaats van M. Vasalis, in de herfst

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacobus Cornelis (Jaap) Harten werd geboren in Blaricum op 22 september 1930. Zie ook alle tags voor Jaap Harten op dit blog.

 

Het jaargetij ging

Het jaargetij ging
van de ene hand in de andere
en wij gingen mee;
de zomerwei werd op slot gedaan
en een harmonika van bruin, geel of
rood hing plotseling aan alle takken,
hij speelde een liedje van kou.

Wij zaten nog
met ons hoofd in de zomer,
met onze spieren in het groen:
vuil en jong leefden wij op de akkers
en transpireerden als een drummer
die niet luisteren wil naar rede,
een nerveuze bosgod in zijn eigen rijk.

Wij bereden paarden met sterke nek
en klommen in het oor van de ruimte
die ons dan weer terugwierp op aarde.
Om de tijd mee te temmen hadden wij
handen vol oerdrift en geluk,
om de dag te verkennen leefden wij
tussen de stallen van het platteland,

waar wij vochten, tot het uiterste
gespannen, bloed tegen bloed,
een vete van boerenjongens,
ridders te vuur en te vuist.
En altijd hadden wij honger naar lucht:
een elastische god die ons tot
op het bot bezielde met staalblauw.

 

Hoe gaat de nacht voorbij

Hoe gaat de nacht voorbij,
met een ossenspan en gloeiende
sporen van demonen?
Wij hebben geen masker nodig
voor de liefde.

Wat bergt de nacht in haar schede,
messen voor de moordenaar,
blaffende honden, het harde
lichaam van de dood?
Ik adem je huid van liefde.

Wat denkt de zilversmid
van de sterren, dat hij beter
werk levert in de nacht dan jij
en ik? Wij spannen onze spieren
en adem voor de wilde liefde.

 

Jaap Harten (22 september 1930 – 2 december 2017)

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

Een oude verplichting

Lang geleden sneuvelden mijn verwanten in de strijd,
voedden zwarte vliegen op al hun bleke maskers.

Ik had toen een plicht. Ik had toch zeker een plicht?
Ik was er voor hen en zij  waren er voor mij.

Nu, terwijl ik me herinner waarom, wat, wie,
denk ik de gedachte die zo leeg is als steen.

Terwijl ik vanavond reis, concentreer ik me op de achterkant
van helderheid, op die rode vlek die trilt.

Wat ben ik erachter vergeten? Het gaat
waar de rode vlek gaat, stijgend, dalend.

Ik beschrijf alleen een zonsondergang, een auto die rijdt
over een slingerende bergweg, dat is alles.

Ik kom te laat aan, nader de onverlichte duisternis.
Zij die buiten uitgangen en ingangen rondhangen,

zo verdrietig, zo geduldig, zelfs zij zijn vertrokken.
En ik ben geen geest en deze plek ligt in puin.

‘Zwart,’ roep ik zachtjes naar een dode maar geliefde,
‘Zwart, zwart,’ en verlang dat de nacht antwoordt, …
                                                                                ‘Zwart’.

 

 Vertaald door Frans Roumen

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e september ook mijn blog van 22 september 20919 en ook mijn blog van 22 september 2018 deel 1 en deel 2.

Owen Sheers, Joseph O’Connor, Dannie Abse

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

Uit: Ik zag een man (Vertaald door Inge de Heer)

“De gebeurtenis die al hun levens veranderde vond plaats op een zaterdagmiddag in juni, vlak nadat Michael Turner -veronderstellend dat het huis van de Nelsons leeg was – via hun achterdeur naar binnen liep. Hoewel het vroeg in de maand was, lag Londen te blakeren in een hittegolf. Overal langs South Hill Drive stonden ramen open. De aan weerszijden geparkeerde auto’s voelden heet aan, de naden ervan tikten in de zon. Een ochtendbries was weggeëbd en had de platanen langs de straat roerloos achtergelaten. Ook de eiken en beuken op de omringende Hampstead Heath waren stil. De hittegolf was nog maar een week aan de gang, maar het langere gras buiten de schaduw van die bomen was al aan het vergelen. Michael had de achterdeur van de Nelsons op een kier aangetroffen. Met zijn onderarm steunend op de deurlijst had hij zich de opening in gebogen en zijn buren geroepen. ‘Josh? Samantha?’ Er kwam geen antwoord. Het huis absorbeerde zijn stem zonder een echo. Hij keek naar zijn oude bootschoenen, waarvan de zolen onder de pas besproeide aarde zaten. Hij had sinds lunchtijd in de tuin gewerkt en was rechtstreeks naar de Nelsons gegaan, zonder zich te wassen. Ook zijn blote knieën, die onder zijn korte broek uit kwamen, waren met aarde besmeurd. Michael haakte de hiel van zijn linkerschoen onder de neus van zijn rechterschoen en trok hem uit. Hij deed hetzelfde met de andere schoen en luisterde of hij in het huis tekenen van leven hoorde. Weer niets. Hij keek op zijn horloge: tien voor halfvier. Om vier uur had hij schermles aan de andere kant van de Heath. Het zou minstens een halfuur kosten om er naartoe te lopen. Hij maakte aanstalten om de deur verder open te duwen, maar toen hij het vuil op zijn handen zag gaf hij hem maar een zetje met zijn elleboog en liep naar binnen. In de keuken was het koel en donker en Michael moest even blijven staan om zijn ogen aan de duisternis te laten wennen. Achter hem glooide de tuin van zijn buren tussen een perenboom en een border met verschrompelde planten omlaag. Het dorre gazon liep taps toe naar een houten, met riet doorschoten hek.”

 


Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

De Ierse schrijver Joseph Victor O’Connor werd geboren op 20 september 1963 in Dublin. Zie ook alle tags voor Joseph O’Connor op dit blog.

Uit: Stella Maris (Vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema)

“Nachtenlang placht hij heen en weer te ijsberen over het schip, van boeg naar achtersteven, van avondgloed tot ochtendgloren, die latmagere mankpoot uit Connemara met zijn afhangende schouders en zijn asgrauwe kledij.
Het scheepsvolk, de wachten op de uitkijk, de mannen die rondhingen bij de stuurhut, keken dan even op van hun gesprekken of hun eenzame corvee en zagen hem door het nevelige duister scharrelen, omzichtig, steels, altijd alleen, met een linkervoet die sleepte alsof hij een anker meezeulde. Op zijn hoofd prijkte een verfomfaaide bolhoed, om zijn kin en hals zat een gerafelde sjaal geslagen, en zijn gescheurde huzarenmantel was zo onuitsprekelijk smerig dat de gedachte dat hij ooit schoon was geweest iedere verbeelding tartte.
Hij bewoog zich voort met bijna ceremoniële behoedzaamheid, een merkwaardig soort haveloze statigheid, als een koning uit een verhaal die zich incognito onder zijn onderdanen heeft begeven. Zijn armen waren bijzonder lang, zijn ogen scherp als naalden. Dikwijls leek hij verdwaasd of vervuld van sombere voorgevoelens, alsof zijn leven inmiddels het punt van opheldering voorbij was, althans een dergelijk punt nu zeer dicht was genaderd.
Zijn droevige gelaat werd ontsierd door littekens, die de smetten van een of andere kwaal, nog aanzienlijk verergerd door woeste krabaanvallen, doorkruisten. Ofschoon smal van postuur en gebouwd als een vedergewicht, leek hij een onbeschrijflijke last met zich mee te torsen. Dit was niet louter te wijten aan zijn mismaaktheid – een horrelvoet in een plompe houten klomp waarop een hoofdletter M was gestempeld of gebrand – het kwam ook door de houding van angstvallige verwachting die hem aankleefde, de voortdurende, bange waakzaamheid van het mishandelde kind.”

 


Joseph O’Connor (Dublin, 20 september 1963)

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

Een erfgoed

Een soort erfgoed
Een erfgoed van kameraadschap en verstikking.

De loeiende mijnsirene en de
explosieve inval van de god, voordat hij zich terugtrekt
op zijn troon van zwavel.

Nu duikt deze zwartgeklede god van fossielen
en begrafenissen,
verstener van ondergrondse bossen
en bloemen,
op met zijn grimmige gevolg
langs het skelet van een pony, langs menselijke schedels,
in zijn half overeind gehouden, lege koolstofkolonie.

Boven, aan de geteisterde,
losgewoelde kant van een Welshe berg,
moet het iemand van ergens anders zijn
die solo zal zingen

niet over de moerassen van de Valleien,
de mijnraderen die niet draaien,
het verlaten pomphuis;

noch over hoe, na een val van een halve mijl
regimenten mijnwerkerslampen
niet langer, als muggen,
stijgen, glijden en deinen.

Alleen iemand die niet toegewijd is,
iemand van elders,
panoramahoog op een kolenberg,
mag juichend
de terugkeer van de verbannen god
in zijn schaduwloze koninkrijk bejubelen.

Hij, dronken van methaan,
heft het dijbeen van een man op als een scepter;
zij, zijn verrukte koningin,
bewondert de met bloed bevlekte zwarte rozen
die niet konden gedijen op de vlakten van Enna.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor de schrijvers van de 20e september ook mijn blog van 20 september 2022 en ook mijn blog van 20 september 2021 en ook mijn blog van 20 september 2020 en eveneens mijn blog van 20 september 2019 en ook mijn blog van 20 september 2018.