Herfst (Hélène Swarth), Inge Boulonois, Olga Kirsch

 

 

Herfstlandschap door Vincent van Gogh, 1885

 

Herfst

Nu rijpt de herfst de rijkgebronsde peren;
De sappige applen glansen, rood en goud,
En prachtig prijkt, gelijk een tooverwoud,
Het bosch, dat groen in purper doet verkeeren.

Krachtige balsemgeur uit kreupelhout
Van eiken stroomt mij tegen, zilvren veêren
Doorstrepen ’t reine luchtblauw en vermeeren
Tot éen wolk, die de zon gevangen houdt.

Nu vul die vaas met gele October-rozen,
Leg blauwe druiven op die blanke schaal,
Tusschen de trossen laat de perzik blozen
Als avondrood, en loof als bloedkoraal
Van wilden wingerd blij mijn blik verpoozen,
Die symphonieën zoekt in kleurentaal.

 

Hélène Swarth (25 oktober 1859 – 20 juni 1941)
Amsterdam, de geboorteplaats van Hélène Swarth

 

De Nederlandse dichteres en schilderes Inge Boulonois werd geboren in Alkmaar op 23 september 1945. Zie ook alle tags voor Inge Boulonois op dit blog.

 

Herfstvakantie

Op naar de zon, een mens móét recreëren!
Vanaf Schiphol vertrekt weer vlucht na vlucht
De kerosinedamp vervuilt de lucht
En hoe gaan wij dit vliegen compenseren?

Standvastig doe ik mijn klimaatplicht hier:
Braaf drink ik met een rietje van papier

 

De dichtgetijden

Hier peest en racet de postmoderne geest:
we moeten dringend dit en instant dat,
bij voorkeur weer wat anders dan men had;
zelfs de Parnassus schoeit op snelle leest.

Geen tijd voor metrum, rijm, superbe vorm,
poëten braken trendy losse flodders,
veelzeggend als met verf gesmeten klodders;
het stijlloos vrije vers brak uit, werd norm.

Een leger dichters lijdt zwaar aan de tijd
want vrijheid remt de creativiteit
en verkoop van hun bundels blijft stagneren.

Maar binnenkort zal deze trend wel keren,
de ware muze kan niet zonder wetten:
straks dweept de avant-garde met sonnetten!

 

Kunstmatige intelligentie

Da’s makkelijk, het lijkt me je van het!
Die bot wordt al gebruikt op grote schaal
En schrijft in ijltempo een lang verhaal
Dus vraag ik hem een kloppend snelsonnet

Helaas, ‘kunst’matig heeft echt niets van kunst
Ook ‘matig’ klinkt té positief: hij klunst

 

Inge Boulonois (23 september 1945 – 3 december 2024)

 

De Zuid-Afrikaanse / Israëlische dichteres Olga Kirsch werd geboren in Koppies in de Oranje Vrijstaat op 23 september 1924. Zie ook alle tags voor Olga Kirsch op dit blog.

 

Aan de verhuizers

Draag ze voorzichtig, vrienden,
want sierpotten en aardewerk,
fijn porselein en teer glas
herbergen een leven –
met zijn dromen
en verlangens – in zich;

Draag ze voorzichtig, mededragers,
want het gewicht
van een veren bed,
tafels en een bureau
drukt tegen het broze
geraamte van de kist;

Draag ze voorzichtig, rechters,
want het oordeel
over mijn kleine bestaan
ligt besloten
in foto’s, boeken
en een geliefde oude leunstoel;

Draag ze voorzichtig, goden,
want het porselein van het hart
is kwetsbaar en vatbaar
voor diepe pijn
en kwetsbaarheid:
de kratten van een leven
kunnen zo gemakkelijk breken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Olga Kirsch (23 september 1924 – 5 juni 1997)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e september ook mijn twee blogs van 23 september 2018.

Herfst (M. Vasalis), Jaap Harten, Dannie Abse

 


Herfstbos door Albert Bierstadt, 1886

 

Herfst

Toornige vreugde doet mij rechtop gaan
dwars door de herfstige plantsoenen
waar in het nat verwilderd gras
rillend naast de zwarte plas
een troep verregende kalkoenen
verworpen, onheilspellend staat.

De wind schuift in de glazen wolken
lichtende wakken hemel open
en wervelt glinsterende kolken
omhoog uit gele bladerhopen.
Als gevallen englen hokken
door geen zon meer te verzoenen
in een somber dreigend mokken
daar mijn broeders de kalkoenen.

M. Vasalis (13 februari 1909 – 6 oktober 1998)
Den Haag, de geboorteplaats van M. Vasalis, in de herfst

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacobus Cornelis (Jaap) Harten werd geboren in Blaricum op 22 september 1930. Zie ook alle tags voor Jaap Harten op dit blog.

 

Het jaargetij ging

Het jaargetij ging
van de ene hand in de andere
en wij gingen mee;
de zomerwei werd op slot gedaan
en een harmonika van bruin, geel of
rood hing plotseling aan alle takken,
hij speelde een liedje van kou.

Wij zaten nog
met ons hoofd in de zomer,
met onze spieren in het groen:
vuil en jong leefden wij op de akkers
en transpireerden als een drummer
die niet luisteren wil naar rede,
een nerveuze bosgod in zijn eigen rijk.

Wij bereden paarden met sterke nek
en klommen in het oor van de ruimte
die ons dan weer terugwierp op aarde.
Om de tijd mee te temmen hadden wij
handen vol oerdrift en geluk,
om de dag te verkennen leefden wij
tussen de stallen van het platteland,

waar wij vochten, tot het uiterste
gespannen, bloed tegen bloed,
een vete van boerenjongens,
ridders te vuur en te vuist.
En altijd hadden wij honger naar lucht:
een elastische god die ons tot
op het bot bezielde met staalblauw.

 

Hoe gaat de nacht voorbij

Hoe gaat de nacht voorbij,
met een ossenspan en gloeiende
sporen van demonen?
Wij hebben geen masker nodig
voor de liefde.

Wat bergt de nacht in haar schede,
messen voor de moordenaar,
blaffende honden, het harde
lichaam van de dood?
Ik adem je huid van liefde.

Wat denkt de zilversmid
van de sterren, dat hij beter
werk levert in de nacht dan jij
en ik? Wij spannen onze spieren
en adem voor de wilde liefde.

 

Jaap Harten (22 september 1930 – 2 december 2017)

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

Een oude verplichting

Lang geleden sneuvelden mijn verwanten in de strijd,
voedden zwarte vliegen op al hun bleke maskers.

Ik had toen een plicht. Ik had toch zeker een plicht?
Ik was er voor hen en zij  waren er voor mij.

Nu, terwijl ik me herinner waarom, wat, wie,
denk ik de gedachte die zo leeg is als steen.

Terwijl ik vanavond reis, concentreer ik me op de achterkant
van helderheid, op die rode vlek die trilt.

Wat ben ik erachter vergeten? Het gaat
waar de rode vlek gaat, stijgend, dalend.

Ik beschrijf alleen een zonsondergang, een auto die rijdt
over een slingerende bergweg, dat is alles.

Ik kom te laat aan, nader de onverlichte duisternis.
Zij die buiten uitgangen en ingangen rondhangen,

zo verdrietig, zo geduldig, zelfs zij zijn vertrokken.
En ik ben geen geest en deze plek ligt in puin.

‘Zwart,’ roep ik zachtjes naar een dode maar geliefde,
‘Zwart, zwart,’ en verlang dat de nacht antwoordt, …
                                                                                ‘Zwart’.

 

 Vertaald door Frans Roumen

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e september ook mijn blog van 22 september 20919 en ook mijn blog van 22 september 2018 deel 1 en deel 2.