Klaus Ebner, Philip Larkin

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Klaus Ebner werd geboren op 8 augustus 1964 in Wenen. Zie ook alle tags voor Klaus Ebner op dit blog.

Uit: Glut: Legende vom Woher und Wohin

„Am Anfang war das Wort: »Geh!«, einfach nur .geh!.. Wehmütig blickte er zurück, auf die moosbewachsenen Ausläufer des Gebirges, über die Baumwipfel, bis hinab in die große Ebene, wo er, unterhalb der Höhlen, die Windschilde der Sippe wusste. Dort hatten sie gespielt und von der Gefährlichkeit des Feuers er-fahren, dort hatten sie die Spuren des Wildes lesen gelernt und oftmals Gazellen gejagt. Mewonn erschrak. Hinter der Felskette zu seiner Linken stieg Rauch in den Himmel, und das Gedröhn erkannte er als den schaurigen Lärm aus Kindheitstagen. Damals war alles noch in der Ferne gelegen: dunkel und drohend, aber trotzdem allgegenwärtig in den Erzählungen der alten Frau. Mewonn ahnte die Nähe des Feuers, und trotz des Windes glaubte er seine Hitze zu spüren —war es das, wovon die Alten stets gesprochen hatten? Am Gürtel fühlte er den glatten Stein der Axt. Nicht einmal zu essen hatten sie ihm geben wollen, kein Fell und kein Werkzeug. Die Mitnahme der Axt war nur Gresonn zu danken. Er hatte die andern zurückgehalten. Ihn vermisste Mewonn als Einzigen, und der Gedanke, ihn für immer verloren zu haben, schmerzte. Mewonn und Gresonn hatten dieselbe Mutter. Alaala war als Mädchen aus den Wäldern gekommen, um ihre Söhne in der Tiefebene großzuziehen. Jeden Tag waren sie zusammen gewesen, und auf der Jagd konnte der eine sich auf den andern verlassen. Nun fühlte er zum ersten Mal, dass niemand hinter ihm stand, dass niemand ihm helfen würde, wenn ein Raubtier angriff. Vielleicht aber gab es hier keine Raubtiere, denn das Feuer schien alles Lebende zu vertreiben. Mewonn atmete tief ein und erklomm einen der Felsen, die am Ausläufer des Berges wie verlorene, rein zufällig hingestreute Gesteinsbrocken wirkten. Sie waren jedoch so gewaltig, dass die gesamte Sippe mit vereinten Kräften nicht einen einzigen hätte bewegen können. Oben angekommen, erblickte er weitläufige Wiesen, die näher zu den Gebirgshöhen führten. Grünes Gras beruhigte ihn und gab ein Gefühl von Sicherheit, doch merkte er wohl, dass die Grasbüschel spärlicher wurden und ihre Farbe änderten. Während die Ebene ein Gutteil des Jahres ihr sattes Grün darbot, wirkten die Halme hier oben dünn und schwach. Die grüne Farbe wurde dunkler, und vereinzelt kippte sie ins Braun. Mewonn setzte sich, mit Blick zur Ebene, auf den Boden.“

 

Klaus Ebner (Wenen, 8 augustus 1964)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

’t Huis is zo droef

’t Huis is zo droef, het blijft verlaten staan
Gemaakt voor het gemak van iemand, hij ging heen,
En kwam hij nu maar terug. – Zo dus, ontdaan
Van de bewoners, valt het huis uiteen
En haalt, berooid, nergens de kracht vandaan

Om zo te blijven als het vroeger was:
Een montere opmaat, feestelijk ingezet
Waar niets op volgde; volg dit droef relaas,
Kijk naar de etsen, het servies, het kabinet,
Muziek, een open vleugelklep. Die vaas

 

Vertaald door Marko Fondse

 

Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)
Standbeeld in Hull (Detail)

 

Zie voor meer schrijvers van de 8e augustus ook mijn blog van 8 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 8 augustus 2019 en ook mijn blog van 8 augustus 2017 en ook mijn blog van 8 augustus 2015 deel 2.

Ad Zuiderent, Vladislav Chodasevitsj

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

Einde van het feest

je had geen hand meer over
om een hand te geven
en om een houding aan te nemen
zei je dat je me straks nog zag
waar wist ik niet
ik heb niet lang gewacht

soms proef ik de restanten van paté
soms vallen schalen uit een hand in gruis
soms hoor ik stemmen bezig bij de vaat
maar die van jou breng ik daar niet uit thuis

 

Herfst in het hoofd

Alsof ik blijvend bloos, zo gloeit mijn hoofd.
Geknield heb ik vandaag verstek gezaagd,
de nieuwe vloer geplint, terwijl het goot.

Het is november; onder vrienden
sprak je dan van hoe je dacht dat straks
je dood zou komen – als een druppel.

Nu niet. Nu wordt de herfst benut
om aan het werk een gladde rand te geven.
Het hoofd voorziet zich nog wel van gedachten,
maar door de mond komt geen ervan tot leven.

Vandaar die rode kleur? Of word ik oud?
De dag loopt af. Wij drinken op het plint
als op een kist met goudbeslag. ’t Werd tijd.
‘Altijd november,’ denk ik, ‘altijd regen.’
Zo’n regel loopt, en raakt mij nooit meer kwijt.

 

Winterlandschap

Vergeefs sla ik gesloten ogen op;
daarmee sluit mij het landschap in zich op
dat mij voor dag en dauw en kou voor ogen stond:

een man fietste voor ’t laatst de polder in
op zoek naar stilte als een vruchtbegin,
en wolkjes adem condenseerden bij zijn mond.

Winter als op een Hollands schilderij.
Maar waar de mensen waren? Misschien bij
de kachel thuis, of op de achtergrond in mist.

Vooroorlogse ontroering gaf
deze verbeelding mij, als had
ik mij, nu nevels dichter werden, in de tijd vergist.

Wat moest ik met de mensen? Gedachten
vielen als een vormloos pak in zachte
sneeuw – een witte vlek betekende: een man die afstapt.

Vergeefs sla ik gesloten ogen op;
daarmee sluit zich de man in mijn geheugen op
tot dit in fijne sneeuw verdwijnt. Wat blijft is landschap.

 

Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

 

De Russische schrijver en dichter Vladislav Felitsianovitsj Chodasevitsj werd geboren in Moskou op 28 mei 1885. Zie ook alle tags voor Vladislav Chodasevitsj op dit blog.

 

Zonder woorden

Je toonde het mij zonder woorden –
hoe onberispelijk schoon je wist
met fijne steken te omboorden
de zomen van het blank bastist.

En ik bedacht hoe mijn bestaan
langs het licht weefsel van het wezen
als draad achter Gods vingers aan
beweegt in steken net als deze.

De steek is zichtbaar, dan weer zoek,
van dood naar leven gaat en keert hij…
en ik bezag daarna je doek
glimlachend, lieve, van de keerzij.

 

Vertaald door Marko Fondse

 

Vladislav Chodasevitsj (28 mei 1885 – 14 juni 1939)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2023 en ook mijn blog van 28 mei 2019 en ook mijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.

José Eduardo Agualusa, Heinrich Heine, Olaf Lüken

De Angolese schrijver José Eduardo Agualusa werd op 13 december 1960 in Huambo geboren. Zie ook alle tags voor José Eduardo Agualusa op dit blog.

Uit: Regentijd (Vertaald door Harrie Lemmens)

“Die nacht droomde Lídia over de zee. Een diepe, doorzichtige zee vol trage wezens die gemaakt leken van hetzelfde weemoedige licht als je hebt in de schemering. Lídia wist niet waar ze was, maar ze wist wel dat die wezens kwallen waren. Terwijl ze wakker werd zag ze ze nog door de muren van haar kamer heen glippen, en toen moest ze denken aan haar oma, dona Josephine do Carmo Ferreira, alias nga[1] Fina Diá Makulussu, beroemd droomduidster. Volgens de oude vrouw stond dromen over de zee gelijk aan dromen over de dood.
Het eerste wat ze zag toen ze haar ogen opende was de tijd op de grote wandklok: twintig over twaalf. Angola was dus al twintig minuten onafhankelijk, dacht ze, en ze verbaasde zich over het feit dat ze in dat bed lag, in het oude huis in Ingombotas[2]. Wat deed ze hier, in het centrum van Luanda, wat deed ze in dit land? Een zinloze vraag die haar dag in dag uit kwelde.
Maar op dat moment had de vraag wat ze daar deed een andere betekenis.
Haar hoofd was helder en ze voelde niets, noch de verbittering van een verliezer, noch de euforie van een overwinnaar (die nacht was ze het allebei). Het is de nacht van de sprinkhaan, dacht ze, en ze zag zichzelf als pasgeboren baby met een grote bidsprinkhaan op haar borst.
Toen ze klein was, had de oude Jacinto haar dat verteld: ‘Vlak na je geboorte zag je moeder toen ze naar je keek een enorme bidsprinkhaan op je borst zitten.’ Lang daarna herinnerde oma Fina haar aan het voorval en zei: ‘Het leven zal jou verslinden.’
Oma Fina was die maand honderdvijf geworden, maar ze was nog even fris en fit als altijd. Lídia geloofde alles wat ze zei, ook haar voorspellingen. Heel even dacht ze erover haar te wekken en haar droom te vertellen, maar ze deed het niet, had er de kracht niet voor. Ze ademde diep de met kikombo-parfum[3] doordrenkte lucht in en voelde zich lichter. Een ver en vet rumoer drong haar oren binnen; ze kon de geluiden niet van elkaar onderscheiden maar wist dat het ging om geweerschoten, ontploffingen en kreten van pijn, woede en euforie. Eén en al razernij, maar er moest ook liefdesgekreun tussen zitten, geblaf van honden en het bonzen van harten. Lídia dacht aan Viriato da Cruz, dacht aan de dood, dacht aan het leven, dat buiten de dichte ramen van haar slaapkamer doorging. Ze ging rechtop zitten, stak haar hand uit naar het nachtkastje en pakte een langwerpig zwart notitieboekje, zo een waarin kruideniers met potlood hun dagomzet noteren.”

 

José Eduardo Agualusa (Huambo, 13 december 1960)

 

De Duitse dichter Heinrich Heine werd geboren in Düsseldorf op 13 december 1797. Zie ook alle tags voor Heinrich Heine op dit blog.

 

Verwording

Krijgt de natuur, steeds dieper zinkend,
Al fouten met de mens gemeen?
Mij dunkt – de planten en de dieren
Die liegen nu als iedereen.

‘k Geloof niet aan de kuise lelie,
Zij houdt het met de bonte zot
Die vlinder heet; dat zoent en fladdert
Nog met haar onschuld heen tot slot.

’t Viooltje lijkt dan wel bescheiden,
Maar ‘k moet nog zien. De kleine bloem
Lokt aan met haar koket aroma,
Maar in ’t geniep dorst zij naar roem.

Doorvoelt de nachtegaal zijn zingen? –
Daar ga ik ook al niet in mee;
Hij slooft zich uit, snikt en slaakt trillers –
Lijkt mij – als pure routinier.

 

Vertaald door Marko Fondse en Peter Verstegen

 

Heinrich Heine (13 december 1797- 17 februari 1856)
Heinrich Heine monument in Düsseldorf

 

De Duitse dichter en schrijver Olaf Lüken werd geboren op 13 december 1952 in Herne (Westfalen). Zie ook alle tags voor Olaf Lüken op dit blog.

 

Advent – die Ankunft

Am Fenster glitzern Eiskristalle.
Es ruht das Wirtschaftswunderland.
In weißen Dörfern, grauen Städten,
blicken wir Menschen – wie gebannt.

Nicht Elend, sondern Herzenswärme
und jede Menge Zuversicht.
Vorfreude steckt wohl in uns allen,
weil Jesu Wiederkunft anbricht.

Heute, eine kurze Zeit vorher,
geben wir uns Tagträumen hin.
Zwischen all dem, was ist dort draußen,
steckt auch in uns ein tiefer Sinn.

 

Olaf Lüken (Herne, 13 december 1952)
Herne in de Adventstijd

 

Zie voor nog meer de schrijvers van de 13e december ook mijn blog van 13 december 2021 en ook mijn blog van 13 december 2018 en ook mijn blog van 13 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

—————————————————

[1] Nga: afkorting van nganga, ‘mevrouw’.
[2] Ingombotas: wijk in Luanda.
[3] Kikombo: hout waarvan bedden werden gemaakt omdat men geloofde dat de sterke geur ervan wantsen weghield.
[4] 11 november 1975: dag waarop de Angolese onafhankelijkheid werd uitgeroepen.