Nuits de juin (Victor Hugo), Jakub Małecki, Ingeborg Bachmann

 

 

Een nacht in juni in de tuin door Nikolai Astrup, 1909

 

Nuits de juin

L’été, lorsque le jour a fui, de fleurs couverte
La plaine verse au loin un parfum enivrant ;
Les yeux fermés, l’oreille aux rumeurs entrouverte,
On ne dort qu’à demi d’un sommeil transparent.

Les astres sont plus purs, l’ombre paraît meilleure ;
Un vague demi-jour teint le dôme éternel ;
Et l’aube douce et pâle, en attendant son heure,
Semble toute la nuit errer au bas du ciel.

 

Victor Hugo (26 februari 1802 – 22 mei 1885)
Besançon, de geboorteplaats van Victor Hugo

 

De Poolse schrijver en vertaler Jakub Małecki werd geboren op 25 juni 1982 in Kolo, Polen. Zie ook alle tags voor Jakub Malecki op dit blog.

Uit: Roest (Vertaald door Karol Lesman)

“Szymek had nog wel even gezocht, maar had snel de moed opgegeven. Een klontertje was maar een klontertje, misschien lukte het de volgende keer wel. De wereld houdt niet op bij klonters, vooral niet op een dag als vandaag waarop zijn moeder had beloofd uit Warschau een nieuwe Asterix voor hem mee te nemen: wie zou op zo’n dag nog in het gras en tussen distels willen lopen graaien? Hij had nog een halve jampot oude munten. Hij haalde zijn schouders op en liep achter Budzik aan.
Ze liepen langzaam terug, om beurten elkaar een vlak voorwerp met gerafelde randen overhandigend. Budzik beweerde dat hij ooit al zijn klonters uit zijn schuilplaats in het kippenhok zou meenemen en ze op een plank in de kamer zou leggen. Hij zou zich niets van zijn vader aantrekken. Dat ging hij een keer doen.
Ze passeerden de oprit naar de Autobaan en Szymek vertraagde zijn pas in de hoop een blauwe Fiat Uno te ontwaren. Hij bleef even staan wachten, erop vertrouwend dat zijn ouders zo dadelijk de afslag van de hoofdweg zouden nemen. Ze namen geen afslag. Alleen Hołowczyc scheurde geheel in stijl de andere kant op, dicht langs de berm, machtig en angstaanjagend. Hij duwde de wielen met zijn dikke armen voort, iets in zijn volle baard mompelend.
Szymek hoopte dat zijn ouders snel terug zouden zijn, zoals ze hadden beloofd, hoewel je het met de beloftes van ouders wel wist: je wist het maar nooit. Hij logeerde graag bij oma Tosia, maar vanavond was Het reuzenrad met Bugs Bunny op tv en hij moest nog zoveel doen. Als ze eenmaal thuis waren wachtte hem het saaie ritueel met de visjes: levend voer uit de vriezer, wat droogvoer uit een zakje, het schoonmaken van het verwarmingselement en het filter, water bijvullen. O, en het belangrijkste van alles: het kleuren van koeien.
De koeien bracht zijn vader mee van zijn werk. Ze stonden op grote vellen papier, ingekaderd in de linkerbovenhoek. Twee flanken en van voren alleen een driehoekige kop. Geesten van koeien, dunne omlijningen zonder vlekken, want de vlekken moest je zelf invullen. Zijn vader tekende ze snel op zijn werk en gaf met een kruisje aan waar het zwart moest komen. Szymek ging dan aan zijn bureau zitten, deed de lamp met de rode metalen lampenkap aan en vulde zorgvuldig de vlekken in met viltstift.”

 

Jakub Małecki (Kolo, 25 juni 1982)

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ingeborg Bachmann werd geboren op 25 juni 1926 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Ingeborg Bachmann op dit blog.

 

Praag januari 64

Sinds die nacht
loop en spreek ik weer,
het klinkt Boheems
alsof ik opnieuw thuis was,

waar tussen de Moldau, de Donau
en de rivier van mijn jeugd
alles weet van mij heeft.

Lopen – stap voor stap is het teruggekomen.
Zien – aangekeken, heb ik het weer geleerd.

Gebukt nog, knipperend,
hing ik in het raam
en zag de schaduwjaren,
waarin geen ster
in mijn mond hing,
zich over de heuvel verwijderen.

Over het Hradschin
hebben om zes uur ’s morgens
de sneeuwruimers uit de Tatra
met hun gesprongen vuisten
de scherven van de ijslaag weggeveegd.

Onder de barstende schotsen
van mijn, ook mijn rivier
kwam het bevrijde water te voorschijn.

Te horen tot aan de Oeral.

 

Vertaald door Paul Beers en Isolde Quadflieg

 

Ingeborg Bachmann (25 juni 1926 – 17 oktober 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e juni ook mijn blog van 25 juni 2023 en ook mijn blog van 25 juni 2020 en eveneens mijn blog van 25 juni 2019 en ook mijn blog van 25 juni 2018 en ook mijn blog van 25 juni 2017 deel 2.

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: De promotie

“Toen ik ongeveer in het midden zat van m’n eerste gedicht, getiteld `De zomer van ’91’, werd m’n zoontje wakker en begon leuk te brabbelen, en kwam m’n vriendin binnen, die niet over de blauweregen repte, maar wel zei: ‘Wil jij de vaatwasser uitruimen?’ Zij haalde ons zoontje uit het park en knuffelde hem, en ik liep naar beneden om de vaatwasser uit te ruimen. De tweede helft van ‘De zomer van ’91’ zou ik later wel schrijven. Een vaatwasser moet nu eenmaal uitgeruimd worden, en het is niet altijd een vrouw die dat moet doen. Dat is althans, als feminist, m’n mening. De tweede helft schreef ik uren later, terwijl m’n vriendin op de bank in slaap gevallen was, en ons zoontje genoot van z’n nachtrust in z’n kamer boven. Ik vond ‘De zomer van ’91’, voor zover ik er verstand van had, geen mis gedicht. Soms rijmden een paar woorden met elkaar, soms Set. Wat ik er leuk aan vond was dat m’n moeder erin voorkwam, in haar mythische bloemetjesjurk. In de zomer van ’92 zou ze overlijden, het ergste nekschot in m’n leven tot dan toe. De dag daarna was Michael, zoals ons zoontje heet, naar de crèche, en was Thera, de naam van m’n vriendin, gaan zwemmen in het Van Eyck-zwembad. Ik zette me aan het schrijven van het tweede gedicht, getiteld te doelman van Dikkelvenne’. Dat kwam zo: eerder die dag was ik naar de Poolse winkel geweest, waar alle producten inderdaad in het Pools zijn gelabeld en belettend. Ik zou enige zakjes nat voer voor onze hond Bert kopen. Dat deed ik. Op weg naar de kassa werd ik staande gehouden door een man met een baard, die zei: `Wie we hier hebben, Walter Waterschoot, ik zag je laatst nog op tv.’ Ik zei dat ik dat niet was, maar wel iemand die erg op mij leek, de imitator Ferdy Smal. ‘Ach zo,’ zei hij, ‘ja, iedereen heeft wel een dubbelganger.’ Hij ging door met lullen en tijdens deze monoloog kwam ik aan de weet dat hij havenarbeider was, dat hij in Zomergem woonde, dat hij speciaal naar Gent en deze winkel kwam om Poolse worst te kopen, volgens hem de beste worst ter wereld, en dat hij voetbalde, als doelman van het elftal van het dorp Dikkelvenne. Tevens zei hij dat z’n vrouw gestorven was aan longkanker en dat ze nooit een sigaret had aangeraakt. Ik condoleerde hem, waarop hij zei: ‘Ze deugde niet. Ik heb om haar geen traan gelaten.”

 

Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

GOUDEN BERGEN

Voor het eerst
zag ik bergen
toen ik zesentwintig
was

Ik lachte niet
ik schreeuwde niet
in hun aanschijn
sprak ik op fluistertoon

Toen ik thuiskwam
wilde ik vertellen
aan moeder
hoe bergen eruitzien

Het was een ingewikkeld verhaal
’s nachts
ziet alles er anders uit
ook bergen en woorden

Moeder zweeg
misschien was ze in slaap gevallen
van vermoeidheid

In de wolken
groeide de maan
de gouden berg
van arme mensen

 

Vertaald door Karol Lesman

 

Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e oktober ook  mijn blog van 9 oktober 2018 en ook mijn blog van 9 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 9 oktober 2016 deel 2.

Wiesław Myśliwski

De Poolse schrijver Wiesław Myśliwski werd geboren op 25 maart 1932 in Dwikozy nabij Sandomierz. Myśliwski kwam uit een Pools gezin uit de middenklasse. Zijn vader was officier en diende in de Polen-Sovjetoorlog van 1920. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog studeerde Myśliwski van 1951 tot 1956 Poolse filologie aan de Katholieke Universiteit van Lublin. Van 1955 tot 1976 werkte hij als adjunct-hoofdredacteur, uitgever en hoofdredacteur bij uitgeverij Ludowa Spółdzielnia Wydawnicza. Van 1975 tot 1999 was hij hoofdredacteur van het kwartaalblad Regiony en van 1993 tot 1999 stond hij aan het hoofd van het tijdschrift Sycyna. Van 1971 tot 1983 was Myśliwski lid van de Poolse Schrijversbond. Hij woont momenteel in Warschau. Zijn eerste roman, “Nagi sad” (De Naakte Tuin), werd in 1967 in Polen gepubliceerd en won de Stanisław Piętakprijs. Sindsdien heeft hij verschillende romans en toneelstukken gepubliceerd, die doorgaans worden aangeduid als ‘boerenliteratuur’. Ze behandelen de identiteitsproblemen van dorpen en hun inwoners in tijden van historische verandering.” Myśliwski’s werken zijn vertaald in het Engels, Duits, Nederlands, Russisch, Hongaars, Tsjechisch, Slowaaks, Roemeens, Bulgaars, Lets, Litouws, Ests, Oekraïens en Georgisch. Hij ontving de Nike Literatuurprijs, de meest prestigieuze literaire prijs van Polen, voor “Widnokrąg” (De heldere horizon, 1997) en “Traktat o łuskaniu fasoli” (Verhandeling over de geschiedenis van het dorp, 2006). Verschillende romans en toneelstukken van Myśliwski zijn verfilmd, waaronder “Klucznik” (Rentmeester) in 1980, geregisseerd door Wojciech Marczewski; “Pałac’ (Het paleis) in 1980, geregisseerd door Tadeusz Junak; en “Kamień na kamieniu” (Steen op steen) in 1995, geregisseerd door Ryszard Ber. Myśliwski schreef zelf ook verschillende scenario’s voor televisiefilms.

Uit: Het paleis (Vertaald door Karol Lesman)

“Het had al lang oorlog moeten zijn. Jaar in, jaar uit, maand aan maand, dag na dag werd hij verwacht. Met Nieuwjaar, met Pasen, met Pinksteren, met Kerstmis, op de naamdagen van Maria, van Johannes, van Petrus en op alle, alle andere dagen. Hij werd besproken, voorspeld, afgesmeekt. Sinds enige tijd was hij zelfs tc horen. Je hoefde je oor maar tegen dc grond te leggen of als het helder weer was je oren te spitsen richting het oosten of jc hoorde het verre gerommel, het denderen, soms zelfs afzonderlijke explosies dichterbij komen. Zo nu en dan kon ik hem, op een sterreloze nacht, als je op een heuvel ging staan, zelfs zien. Ergens ver, ver weg, aan dc rand van de nacht als het ware, verschenen allerlei nogal vreemde lichtflitsen en een rode gloed die op een gewoon onweer leken, maar er werd gezegd dat dat nu juist de oorlog was. En gezegd werd dat hij helemaal niet ver meer was en dat het slechts een kwestie van dagen was voordat hij ons bereikte. En als je nog wat langer naar hem uitkeek kwam hij zo dichtbij dat het leek alsof hij hier vandaag al zou zijn, midden in dc nacht, tegen dc ochtend, op zijn laatst morgen, maar hij werd ook gevreesd. Sommigen gingen hem al over lange wegen tegemoet, om te horen, om te zien van welke kant hij zeker zou komen. En anderen zeiden dat het nog geen oorlog was, dat dit nog maar een voorgevoel was. Toch werden er al kuilen, holen, schuilkelders gegraven, in drasland, op hellingen, aan de voet van een berg, hele inboedels werden naar buiten gedragen, in de grond gestopt, en sommigen brachten de nachten al buitenshuis door, voerden het vee naar de boomgaarden, naar de rivier, naar de velden, naar het bos. Ook in het paleis werden vanaf de eerste geruchten over een naderende oorlog voorbereidingen getroffen voor een mogelijk vertrek. Niemand wist echter waarheen, want alles gebeurde in het grootste geheim. Zelfs de lakeien konden niet veel vertellen, behalve dan dat de edele juffertjes al waren weggevoerd, dat de edele mevrouw in tranen rondliep en onder de kamermeisjes haar jurken verdeelde, en de edele heer enkel voor het raam stond en nadacht. Dat er koffers en valiezen werden gepakt, die ’s nachts ergens naartoe werden gebracht.”

 

 

Wiesław Myśliwski (Dwikozy, 25 maart 1932)

Wiesław Myśliwsk

De Poolse schrijver Wiesław Myśliwski werd geboren op 25 maart 1932 in Dwikozy nabij Sandomierz. Myśliwski kwam uit een Pools gezin uit de middenklasse. Zijn vader was officier en diende in de Polen-Sovjetoorlog van 1920. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog studeerde Myśliwski van 1951 tot 1956 Poolse filologie aan de Katholieke Universiteit van Lublin. Van 1955 tot 1976 werkte hij als adjunct-hoofdredacteur, uitgever en hoofdredacteur bij uitgeverij Ludowa Spółdzielnia Wydawnicza. Van 1975 tot 1999 was hij hoofdredacteur van het kwartaalblad Regiony en van 1993 tot 1999 stond hij aan het hoofd van het tijdschrift Sycyna. Van 1971 tot 1983 was Myśliwski lid van de Poolse Schrijversbond. Hij woont momenteel in Warschau. Zijn eerste roman, “Nagi sad” (De Naakte Tuin), werd in 1967 in Polen gepubliceerd en won de Stanisław Piętakprijs. Sindsdien heeft hij verschillende romans en toneelstukken gepubliceerd, die doorgaans worden aangeduid als ‘boerenliteratuur’. Ze behandelen de identiteitsproblemen van dorpen en hun inwoners in tijden van historische verandering.” Myśliwski’s werken zijn vertaald in het Engels, Duits, Nederlands, Russisch, Hongaars, Tsjechisch, Slowaaks, Roemeens, Bulgaars, Lets, Litouws, Ests, Oekraïens en Georgisch. Hij ontving de Nike Literatuurprijs, de meest prestigieuze literaire prijs van Polen, voor “Widnokrąg” (De heldere horizon, 1997) en “Traktat o łuskaniu fasoli” (Verhandeling over de geschiedenis van het dorp, 2006). Verschillende romans en toneelstukken van Myśliwski zijn verfilmd, waaronder “Klucznik” (Rentmeester) in 1980, geregisseerd door Wojciech Marczewski; “Pałac’ (Het paleis) in 1980, geregisseerd door Tadeusz Junak; en “Kamień na kamieniu” (Steen op steen) in 1995, geregisseerd door Ryszard Ber. Myśliwski schreef zelf ook verschillende scenario’s voor televisiefilms.

Uit: Het paleis (Vertaald door Karol Lesman)

“Het had al lang oorlog moeten zijn. Jaar in, jaar uit, maand aan maand, dag na dag werd hij verwacht. Met Nieuwjaar, met Pasen, met Pinksteren, met Kerstmis, op de naamdagen van Maria, van Johannes, van Petrus en op alle, alle andere dagen. Hij werd besproken, voorspeld, afgesmeekt. Sinds enige tijd was hij zelfs tc horen. Je hoefde je oor maar tegen dc grond te leggen of als het helder weer was je oren te spitsen richting het oosten of jc hoorde het verre gerommel, het denderen, soms zelfs afzonderlijke explosies dichterbij komen. Zo nu en dan kon ik hem, op een sterreloze nacht, als je op een heuvel ging staan, zelfs zien. Ergens ver, ver weg, aan dc rand van de nacht als het ware, verschenen allerlei nogal vreemde lichtflitsen en een rode gloed die op een gewoon onweer leken, maar er werd gezegd dat dat nu juist de oorlog was. En gezegd werd dat hij helemaal niet ver meer was en dat het slechts een kwestie van dagen was voordat hij ons bereikte. En als je nog wat langer naar hem uitkeek kwam hij zo dichtbij dat het leek alsof hij hier vandaag al zou zijn, midden in dc nacht, tegen dc ochtend, op zijn laatst morgen, maar hij werd ook gevreesd. Sommigen gingen hem al over lange wegen tegemoet, om te horen, om te zien van welke kant hij zeker zou komen. En anderen zeiden dat het nog geen oorlog was, dat dit nog maar een voorgevoel was. Toch werden er al kuilen, holen, schuilkelders gegraven, in drasland, op hellingen, aan de voet van een berg, hele inboedels werden naar buiten gedragen, in de grond gestopt, en sommigen brachten de nachten al buitenshuis door, voerden het vee naar de boomgaarden, naar de rivier, naar de velden, naar het bos. Ook in het paleis werden vanaf de eerste geruchten over een naderende oorlog voorbereidingen getroffen voor een mogelijk vertrek. Niemand wist echter waarheen, want alles gebeurde in het grootste geheim. Zelfs de lakeien konden niet veel vertellen, behalve dan dat de edele juffertjes al waren weggevoerd, dat de edele mevrouw in tranen rondliep en onder de kamermeisjes haar jurken verdeelde, en de edele heer enkel voor het raam stond en nadacht. Dat er koffers en valiezen werden gepakt, die ’s nachts ergens naartoe werden gebracht.”

 

Wiesław Myśliwski (Dwikozy, 25 maart 1932)

Wiesław Myśliwski

De Poolse schrijver Wiesław Myśliwski werd geboren op 25 maart 1932 in Dwikozy bij Sandomierz. Myśliwski kwam uit een Poolse middenklassefamilie. Zijn vader was officier en diende in de Pools-Russische Oorlog van 1920. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog studeerde Myśliwski van 1951 tot 1956 Poolse filologie aan de Katholieke Universiteit van Lublin. Van 1955 tot 1976 werkte hij als adjunct-hoofdredacteur, uitgever en hoofdredacteur bij uitgeverij Ludowa Spółdzielnia Wydawnicza. Van 1975 tot 1999 was hij hoofdredacteur van het kwartaalblad Regiony en van 1993 tot 1999 was hij tevens hoofd van het tijdschrift Sycyna. Van 1971 tot 1983 was Myśliwski lid van de Poolse Schrijversbond. Hij woont momenteel in Warschau. Zijn debuutroman, “Nagi sad” (De Naakte Tuin), werd in 1967 in Polen gepubliceerd en won de Stanisław Piętak-prijs. Sindsdien heeft hij verschillende romans en toneelstukken gepubliceerd, die “meestal ‘boerenliteratuur’ worden genoemd. Ze behandelen de identiteitsproblemen van dorpen en hun bewoners in tijden van historische verandering.” Myśliwski’s werken zijn vertaald in het Engels, Duits, Nederlands, Russisch, Hongaars, Tsjechisch, Slowaaks, Roemeens, Bulgaars, Lets, Litouws, Ests, Oekraïens en Georgisch. Hij ontving de Nike Literatuurprijs, de meest prestigieuze literaire prijs van Polen, voor “Widnokrąg” (De heldere horizon, 1997) en “Traktat o łuskaniu fasoli”(Traktaat over de geschiedenis van het dorp, 2006). Verschillende van zijn romans en toneelstukken zijn verfilmd, waaronder “Klucznik” in 1980, geregisseerd door Wojciech Marczewski; “Pałac” in 1980, geregisseerd door Tadeusz Junak; en “Kamień na kamieniu” in 1995, geregisseerd door Ryszard Ber. Myśliwski schreef zelf ook diverse scenario’s voor televisiefilms.

Uit: De horizon (Vertaald door Karol Lesman)

“Proloog
Dat kleine, schriele mensje op de foto, met die opengesperde ogen, in een als het ware te grote gabardine jas en platgedrukt door een als het ware te grote hoed —dat is mijn vader. Naast hem, gehuld in een donkerblauw matrozenpakje met korte broek, met een wit matrozenpetje op het hoofd, op sandalen en in kniekousen — dat ben ik. Mijn moeder is er niet bij. Dus is het vast zondag. Anders had ik trouwens ook dat matrozenpakje niet aangehad.
Mijn moeder is hoogstwaarschijnlijk bezig met het middageten, want wat zou ze anders kunnen doen op deze, zoals op de door de zon overbelichte foto te zien is, zomerse zonnige zondag. Ze staat vast iets in een pan te roeren, verzet wat op de kachelplaat, legt houtblokken onder het fornuis, kneedt het deeg voor de noedels, waarbij ze zich beklaagt dat het enige wat ze ziet pannen en potten zijn, waarvoor heeft Onze-Lieve-Heer haar zo moeten straffen dat ze zelfs op zondag niet uit wandelen kan gaan. We gingen altijd op zondag uit wandelen, ze droeg een vos, een hoed, een tasje, handschoenen, pumps, alles in dezelfde kleur, ze was een dame, men keek haar na, en nu is ze veranderd in een huissloof. Misschien staat ze wel te ruziën met tante Marta, want we wonen met zijn allen bij opa en oma en ruzie is zo gemaakt.
Niet alleen jou, niet alleen jou, probeert tante Jadwinia zoveel ze kan haar mild te stemmen, want tante Jadwinia zou wel voor iedereen de sterren van de hemel willen plukken en het doet haar pijn als iemand anders pijn heeft, Hij heeft ons allemaal gestraft. Neem de varkens, die hebben ze geringd, ze zijn zogenaamd van jou, je voedert ze, je doet je best, je voelt je handen niet meer van de aardappelen, ze zijn vetgemest maar slachten mag je ze niet. Wacht even, ik doe eerst nog wat eten voor ze in de trog en dan kom ik je helpen.
Daarentegen vergeeft tante Marta moeder nog geen woord. Mevrouw! Moet je haar zien, mevrouw! Waarom ben je ook hiernaartoe gekomen? Was in de stad gebleven, als je het daar zo naar je zin had. En een vos kan ik ook dragen, haal je maar niets in je hoofd. Wiadek gaat daarvoor zorgen, hij zet een val, hij brengt hem naar Kazimierski om hem te laten tanen en dan heb ik ook mijn vos. Dat doe je toch wel voor me, hè Wladek?
Oom Wiadek komt die vos zo ongeveer de keel uit”.

 

Wiesław Myśliwski (Dwikozy, 25 maart 1932)