Dolce far niente (Ada Limón), Paul Muldoon, Vikram Seth

 

 

Barbecue door Eric Fischl, 1982

 

Sundown and All the Damage Done

Nearly nine and still the sun’s not slunk
into its nightly digs. The burnt meat smell
of mid-week cookouts and wet grass
hangs in the air like loose familiar summer
garb. Standing by the magnolia tree, I think
if I were to live as long as she did, I’d have
eleven more years. And if I were to live as long
as him, I’d have forty-nine. As long as him,
I’d be dead already. As long as her, this
would be my final year. There’s a strange
contentment to this countdown, a nodding
to this time, where I get to stand under
the waxy leaves of the ancient genus, a tree
that appeared before even the bees, and
watch as fireflies land on the tough tepals
until each broad flower glows like a torch-lit
mausoleum. They call the beetle’s conspicuous
bioluminescence “a cold light,” but why then,
do I still feel so much fire?

 

Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)
Sonoma

 

De Ierse dichter en schrijver Paul Muldoon werd geboren in Portadown, County Armagh, in Noord-Ierland op 20 juni 1951, Zie ook alle tags voor Paul Muldoon op dit blog.

 

Brock

Small wonder
he’s not been sighted all winter;
this old brock’s
been to Normandy and back

through the tunnels and trenches
of his subconscious.
His father fell victim
to mustard-gas at the Somme;

one of his sons lost a paw
to a gin-trap at Lisbellaw:
another drills
on the Antrim hills’

still-molten lava
in a moth-eaten Balaclava.
An elaborate
system of foxholes and duckboards

leads to the terminal moraine
of an ex-linen baron’s
croquet-lawn
where he’s part-time groundsman.

I would find it somewhat infra dig
to dismiss him simply as a pig
or heed Gerald of Wales’
tall tales

of badgers keeping badger-slaves.
For when he shuffles
across the esker
I glimpse my grandfather’s whiskers

stained with tobacco-pollen.
When he piddles against a bullaun
I know he carries bovine TB
but what I see

is my father in his Sunday suit’s
bespoke lime and lignite,
patrolling his now-diminished estate
and taking stock of this and that.

 

Anseo

When the Master was calling the roll
At the primary school in Collegelands,
You were meant to call back Anseo
And raise your hand
As your name occurred.
Anseo, meaning here, here and now,
All present and correct,
Was the first word of Irish I spoke.
The last name on the ledger
Belonged to Joseph Mary Plunkett Ward
And was followed, as often as not,
By silence, knowing looks,
A nod and a wink, the Master’s droll
‘And where’s our little Ward-of-court?’

I remember the first time he came back
The Master had sent him out
Along the hedges
To weigh up for himself and cut
A stick with which he would be beaten.
After a while, nothing was spoken;
He would arrive as a matter of course
With an ash-plant, a salley-rod.
Or, finally, the hazel-wand
He had whittled down to a whip-lash,
Its twist of red and yellow lacquers
Sanded and polished,
And altogether so delicately wrought
That he had engraved his initials on it.

I last met Joseph Mary Plunkett Ward
In a pub just over the Irish border.
He was living in the open,
In a secret camp
On the other side of the mountain.
He was fighting for Ireland,
Making things happen.
And he told me, Joe Ward,
Of how he had risen through the ranks
To Quartermaster, Commandant:
How every morning at parade
His volunteers would call back Anseo
And raise their hands
As their names occurred.

 

Paul Muldoon (Portadown, 20 juni 1951)

 

De Indische schrijver Vikram Seth werd geboren op 20 juni 1952 in Kolkata. Zie ook alle tags voor Vikram Seth op dit blog.

 

ONOPGEËIST

Naar bed gaan met een vreemde is het best.
Er is geen raadsel en er is geen test. –

Samen naar bed gaan, zonder dwang dit nader
Te plaatsen in ons referentiekader.

Elkaar strelen, zonder vrees voor dag
Elkaar begrijpen, zoals vreemd vermag.

Elkaars vreemde hart te voelen slaan
Niet liever blijven en niet liever gaan.

In onbekende armen rustend weten
Dat dit dus alles is; dit ’t moet heten.

 

Vertaald door Ko Kooman

 

Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juni ook mijn blog van 20 juni 2025 en ook mijn blog van 20 juni 2020 en eveneens mijn blog van 20 juni 2019 en ook mijn blog van 20 juni 2015 deel 2.

Palmsonntag (Franz Alfred Muth), Ada Limón

 

 

Jongens in een Italiaanse kerk, Palmzondag door Kristian Zahrtmann, 1884

 

Palmsonntag

2.

Sanften, warmen Sonnenregen
Bracht’ uns des Palmsonntags
Morgen, Kinder ziehn auf allen Wegen,
Die um grüne Palmen sorgen.

Reiche Palmen, Liebesspenden,
Für den Friedensfürst, den hehren,
Schwingen bald sie in den Händen,
Und die Scharen stets sich mehren.

Hosianna! Hörst du’s klingen
Silberhell aus Kindermunde?
Frommen Gruß die Glocken bringen
Lieblich drein vom Dorf im Grunde.

Nun so geh auch du entgegen
Jubelnd deinem Herrn mit Psalmen,
Bringt er Frühling doch und Segen;
Laß Ihm grünen deine Palmen!

Nun, so thu’ Ihm auf die Pforte,
Wenn er anklopft, einzukehren!
Heil dem milden Himmelshorte
Preis dem Könige der Ehren!

 

Franz Alfred Muth (13 juni 1839 – 3 november 1890)
De Liebfrauenkirche in Hadamar, de geboorteplaats van Franz Alfred Muth

 

De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zie ook alle tags voor Ada Limón op dit blog.

CO-OUDERSCHAP

Waarom besefte ik nooit wat het eigenlijk was:
overvloed. Twee gezinnen, twee verschillende
keukentafels, twee verzamelingen regels, twee
kreken, twee hoofdwegen, twee stiefouders
met hun aquaria of cassettebandjes of
sigarettenrook of kennis van koken of
talent voor lezen. Ik kan het niet omdraaien, de bekraste
plaat blijft hangen op dat oorspronkelijke
chaotische lied. Toch moet ik zeggen, op zondag
werd ik heen en weer gebracht en dat was best lastig
maar op beide plekken hadden ze me lief. Zodoende heb ik
nu twee paar hersenen. Twee complete tegenpolen.
Eén paar dat altijd mist waar ik niet ben,
één dat opgelucht denkt: ik ben eindelijk thuis.

 

Vertaald door Jeske van der Velden

 

Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)

 

Zie voor de schrijvers van de 29e maart ook mijn blog van 29 maart 2025 en ook mijn blog van 20 maart 2023 en ook mijn blog van 29 maart 2020 en eveneens mijn blog van 29 maart 2019 en ook mijn blog van 29 maart 2015 deel 2.

Joost de Vries, Ada Limón

De Nederlandse schrijver Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

Uit: Hogere machten

“Bomen dragen alle kleuren. Zijn moeder vertelt hem over dassen en vossen, herten, valken. ‘Als je weet waar je moet kijken, vind je ze, James.’ Na de zomer, de eerste keer naar school: de meester luidt zijn bel op het schoolplein, de lessen beginnen, Welmoed rent het groepje moeders in, dan toch overvallen door het afscheid, en slaat zijn armen om haar benen. Hij hoort een ingehouden gegniffel, en wanneer hij zijn ogen opent kijkt hij zijn moeder recht aan, twee meter verderop. Ook de andere moeders beginnen te lachen. Meteen al, nog met zijn armen om de verkeerde moederbenen, snapt hij de blunder. Hij snapt ook dat dit grappig is, snapt het allemaal, maar kan zich niet inhouden. Het verschil tussen hart en hoofd. Hij huilt en zijn moeder lacht, een scheur in de wereld, voor het eerst bestaat hij afgescheiden van baar, alleen.
Op een middag in 1605 passeert koning James I — de zoon van de onthoofde Mary, Queen of Scots en op zijn beurt de vader van de later onthoofde Charles I — het slaperige dorpje Newmarket, in Suffolk, en hij fantaseert dat de uitgerekte, brede weide daar een prachtige baan voor paarden kan zijn. Fantasieën van koningen zijn realiteiten in afwachting. James, de koning die Schotland en Engeland met elkaar verenigde, de heksenvervolger, de Bij-belvertaler de mecenas van Shakespeare en John Donne, en dus ook de grondlegger van de paardenrennen. Hij annexeert Newmarket als persoonlijk grondgebied en in de eeuw erna groeit het gehucht uit tot een symbolische tweede hoofdstad. Heren en hertogen ontdekken in de volbloed een spiegel voor hun eigen rangenmaatschappij. Ze importeren Darley Arabian, Godolphin Bark en Byerly Turk, de drie hengsten waarvan het bloed als een schaduwdynastie door de eeuwen stroomt, elk toppaard is tot hen terug te leiden, een zuiverdere bloedlijn dan de meeste aristocraten voor zichzelf kunnen overleggen. Groot-Brittannië wordt een rijk van fokkers, kopers, investeerders, veilingmeesters, jockeys, coaches, bookmakers, gokverslaafden, staljongens, zadelmakers, hoefsmeden, producenten en verkopers van zwepen, borstels en oogkappen. Welmoed rent langs de velden, kijkt hoe ver hij van huis durft te gaan.”

 

Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983)

 

De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zie ook alle tags voor Ada Limón op dit blog.

 

LIEFDESGEDICHT MET EXCUSES VOOR HOE IK ERBIJ LOOP

Soms denk ik dat ik mijn slechtste kant
voor jou bewaar. De slobberige dennengroene
joggingbroek, de lange bh-loze dagen, haren
geklit en verward, een voorhoofd vol schaduwen
waarin duivelse gedachten hun hoefklepperdans
doen op het brein. Liefst wil ik zeggen dat dit betekent
dat ik van je houd, het T-shirt van vlekkerig wit katoen,
de tranen, de pistachedopjes, de berg
sinaasappelschillen op mijn bureau, maar zo zit het niet.
Ik beweeg me in dit huis met jou, zoals ik me beweeg
in mijn hoofd, niet verkrampt in de kooi van mooi zijn.
Ik doe zoals ik doe in het hoge gras, meer dier-in-mij
dan veel anders. Nee, het komt omdat ik van je houd,
maar nog meer omdat wanneer jij het terugzegt, lichten
uit, een koude wind door de gordijnen, ik het, misschien
voor het eerst in mijn leven, geloof.

 

Vertaald door Jeske van der Velden

 

Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn blog van 28 maart 2020 en eveneens mijn blog van 28 maart 2019 en ook mijn blog van 28 maart 2017 en ook mijn blog van 28 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.