Jongens in een Italiaanse kerk, Palmzondag door Kristian Zahrtmann, 1884
Palmsonntag
2.
Sanften, warmen Sonnenregen Bracht’ uns des Palmsonntags Morgen, Kinder ziehn auf allen Wegen, Die um grüne Palmen sorgen.
Reiche Palmen, Liebesspenden, Für den Friedensfürst, den hehren, Schwingen bald sie in den Händen, Und die Scharen stets sich mehren.
Hosianna! Hörst du’s klingen Silberhell aus Kindermunde? Frommen Gruß die Glocken bringen Lieblich drein vom Dorf im Grunde.
Nun so geh auch du entgegen Jubelnd deinem Herrn mit Psalmen, Bringt er Frühling doch und Segen; Laß Ihm grünen deine Palmen!
Nun, so thu’ Ihm auf die Pforte, Wenn er anklopft, einzukehren! Heil dem milden Himmelshorte Preis dem Könige der Ehren!
Franz Alfred Muth (13 juni 1839 – 3 november 1890) De Liebfrauenkirche in Hadamar, de geboorteplaats van Franz Alfred Muth
De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zie ook alle tags voor Ada Limón op dit blog.
CO-OUDERSCHAP
Waarom besefte ik nooit wat het eigenlijk was: overvloed. Twee gezinnen, twee verschillende keukentafels, twee verzamelingen regels, twee kreken, twee hoofdwegen, twee stiefouders met hun aquaria of cassettebandjes of sigarettenrook of kennis van koken of talent voor lezen. Ik kan het niet omdraaien, de bekraste plaat blijft hangen op dat oorspronkelijke chaotische lied. Toch moet ik zeggen, op zondag werd ik heen en weer gebracht en dat was best lastig maar op beide plekken hadden ze me lief. Zodoende heb ik nu twee paar hersenen. Twee complete tegenpolen. Eén paar dat altijd mist waar ik niet ben, één dat opgelucht denkt: ik ben eindelijk thuis.
“Bomen dragen alle kleuren. Zijn moeder vertelt hem over dassen en vossen, herten, valken. ‘Als je weet waar je moet kijken, vind je ze, James.’ Na de zomer, de eerste keer naar school: de meester luidt zijn bel op het schoolplein, de lessen beginnen, Welmoed rent het groepje moeders in, dan toch overvallen door het afscheid, en slaat zijn armen om haar benen. Hij hoort een ingehouden gegniffel, en wanneer hij zijn ogen opent kijkt hij zijn moeder recht aan, twee meter verderop. Ook de andere moeders beginnen te lachen. Meteen al, nog met zijn armen om de verkeerde moederbenen, snapt hij de blunder. Hij snapt ook dat dit grappig is, snapt het allemaal, maar kan zich niet inhouden. Het verschil tussen hart en hoofd. Hij huilt en zijn moeder lacht, een scheur in de wereld, voor het eerst bestaat hij afgescheiden van baar, alleen. Op een middag in 1605 passeert koning James I — de zoon van de onthoofde Mary, Queen of Scots en op zijn beurt de vader van de later onthoofde Charles I — het slaperige dorpje Newmarket, in Suffolk, en hij fantaseert dat de uitgerekte, brede weide daar een prachtige baan voor paarden kan zijn. Fantasieën van koningen zijn realiteiten in afwachting. James, de koning die Schotland en Engeland met elkaar verenigde, de heksenvervolger, de Bij-belvertaler de mecenas van Shakespeare en John Donne, en dus ook de grondlegger van de paardenrennen. Hij annexeert Newmarket als persoonlijk grondgebied en in de eeuw erna groeit het gehucht uit tot een symbolische tweede hoofdstad. Heren en hertogen ontdekken in de volbloed een spiegel voor hun eigen rangenmaatschappij. Ze importeren Darley Arabian, Godolphin Bark en Byerly Turk, de drie hengsten waarvan het bloed als een schaduwdynastie door de eeuwen stroomt, elk toppaard is tot hen terug te leiden, een zuiverdere bloedlijn dan de meeste aristocraten voor zichzelf kunnen overleggen. Groot-Brittannië wordt een rijk van fokkers, kopers, investeerders, veilingmeesters, jockeys, coaches, bookmakers, gokverslaafden, staljongens, zadelmakers, hoefsmeden, producenten en verkopers van zwepen, borstels en oogkappen. Welmoed rent langs de velden, kijkt hoe ver hij van huis durft te gaan.”
Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983)
De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zie ook alle tags voor Ada Limón op dit blog.
LIEFDESGEDICHT MET EXCUSES VOOR HOE IK ERBIJ LOOP
Soms denk ik dat ik mijn slechtste kant voor jou bewaar. De slobberige dennengroene joggingbroek, de lange bh-loze dagen, haren geklit en verward, een voorhoofd vol schaduwen waarin duivelse gedachten hun hoefklepperdans doen op het brein. Liefst wil ik zeggen dat dit betekent dat ik van je houd, het T-shirt van vlekkerig wit katoen, de tranen, de pistachedopjes, de berg sinaasappelschillen op mijn bureau, maar zo zit het niet. Ik beweeg me in dit huis met jou, zoals ik me beweeg in mijn hoofd, niet verkrampt in de kooi van mooi zijn. Ik doe zoals ik doe in het hoge gras, meer dier-in-mij dan veel anders. Nee, het komt omdat ik van je houd, maar nog meer omdat wanneer jij het terugzegt, lichten uit, een koude wind door de gordijnen, ik het, misschien voor het eerst in mijn leven, geloof.