August Sun (Robert Duncan), Wolf Wondratschek

 

 

August Sun door Peter Batchelder, 2023

 

August Sun

God of the idle heat, in this glaring road
you dominate all.
And over the green fields wilted down
under your blaze, these
thirsty unruly plants grow a jungle domesticity
to protect their fruit.
Of all hidden things, I sing, waiting
for evening’s grace.

 

Robert Duncan (7 januari 1919 – 3 februari 1988)
Oakland (Californië), de geboorteplaats van Robert Duncan

 

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook alle tags voor Wolf Wondratscheck op dit blog.

Uit: Selbstbild mit russischem Klavier

„Im Kaffeehaus. Alle Tische besetzt. Alle Witze erzählt. Alle Zeitungen gelesen. Fremde und einheimische. Die Kellner tanzen. Die Luft eine brennende Zigarre. An meinem Tisch ein Russe, ein Klavierspieler in jungen Jahren, eine vergessene Berühmtheit. Er hat sich abgefunden. Moskau, London, Wien. Alle Entfernungen zusammengefasst in der Zeile eines Gedichts, alle Räume eingeschmolzen in Rätsel. Ich habe es versucht, Verklärung bei klarem Verstand, bin aber gescheitert. Am Ende sind es Hotelzimmer, an die man sich erinnert, mehr als an Konzerte. Ein zu fester Händedruck. Schöne Frauen, die anklopfen und sich, weil sie sich getäuscht haben, entschuldigen. Ein Koffer mit kaputtem Schloss. Der Eiffelturm im Nebel, da war zwei Tage lang nichts zu sehen. Und natürlich hat man es gewusst: Die Kunst kann nichts dafür, dass sie nichts kann. Unbegreiflich, wie nutzlos ein Mensch werden kann, ein Mensch wie ich, der am Ende in eine Gedächtnislücke passt, ohne Schuhe, ohne Traum. Seine rechte Hand, seine Pranke einst, spielt mit einer Zigarette, die zu rauchen ihm von den Ärzten unter-sagt ist. Das Herz. Er hat es schriftlich. Sie werden sterben. Das ist es, antwortet er, was ich mir wünsche. Und keine Musik, keine Note. Kirchenglocken, ja, wie sie geklungen haben in den Dörfern meiner Heimat, der meiner Großeltern, meiner Tanten und Onkel. Sommerferien, ich erinnere mich, lange kurze Wochen. Höhlen, in die ich mich keinen Schritt hineintraute. Hühner, die in den Händen ausblute-ten. Das Warten auf Gewitter. Zweige sammeln für ein Feuer, was natürlich verboten war, den Mann, der vorbeigeritten kam, aber nicht störte; er war ganz in das Lied, das er sang, vertieft. Man musste nicht brav sein, durfte lange aufbleiben und den Geschichten zuhören, die sich Erwachsene erzählten. Irgendwer trug einen, wenn man, den Geschmack süßer Wald-beeren noch auf der Zunge, eingeschlafen war, ins Bett. Leben im Glück! Barfuß im Schlamm stehen. Von Bäumen ins Weiche fallen. Und wieder hoch-klettern. Noch einmal und noch einmal, nicht auf-hören! Da waren Frauen, junge, kräftige Frauen bei der Arbeit auf den Feldern, die anzuschauen ich mich schämte. Wie alt war ich, dass ich Gedanken bekam, die nicht die eines Kindes waren? Ach ja, schon riefen mich andere, freche, rotbackige Mädchen, die sich versteckt hatten! Ich sammelte, was ich fand, warf es wieder weg, trottete weiter. Herden von Schafen. Wagenspuren im Sand.“

 

Vluchtelingen zijn we

“Een ongelijk paar, beiden
koud genoeg voor het koudste onheil
tegenstanders die geen tweede kans afwachten

zulke tegenstanders doen nooit een stap terug
en blijven toch onbereikbaar voor elkaar, zelfs in hun zwijgen
waarin wat ooit vuur was en liefdesgeluk
uitgloeit tot as

En zoals op gezichten van doden
zie je hun laatste verwondering koud worden
vluchtelingen zijn we, die zich vastklampen

reizigers door lege kamers
Onverschillig snikken de violen nog altijd
Stervenden smeken om dollarbiljetten”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e augustus ook mijn blog van 14 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 14 augustus 2018 en ook mijn blog van 14 augustus 2016 deel 1 en ook deel 2.

August (Annette Wynne), Taije Silverman

 

 

Broer en zus rustend op een bospad in de zomer door N. C. Hansen, 1895

 

August

August days are hot and still,
Not a breath on house or hill,
Not a breath on height or plain,
Weary travelers cry for rain;
But the children quickly find
A shady place quite to their mind;
And there all quietly they stay,
Until the sun has gone away,—
August is too hot for play!

 

Annette Wynne (1889-1952)
Brooklyn, New York, de geboorteplaats van Annette Wynne

 

De Amerikaanse dichteres, vertaalster en hoogleraar Taije Silverman werd geboren in San Francisco op 13 augustus 1974. Zie ook alle tags voor Taije Silverman op dit blog.

 

It Was a Good Day

When we imagine someone asking us,
the answer is sadness. But what I think first
is this nightgown, the dark red silk
and my washed hair, that slow lull of space
before sleeping. My mother’s rash
is not the first thought. It spreads and loosens,
climbs her face, the bumps blur and I tell her
that it’s leaving. It is leaving.
Fear slicks down to size so that time takes over:
beef tenderloin with sugar snaps,
the lemon’s aftertaste. This, my father says,
pointing to the potatoes, this is really good.
My sister pulls three kinds of cookies
out of the freezer and my father asks
Didn’t we choose not to have cookies anymore?
Yes, my sister says, and I chose not to hear that.
The cookies are halved, passed around,
we claim favorites and tell my sister to take
the cookies away, then not to take them away,
we are laughing. I say to my father
as he eats, I love you, and he says, I love you all,
the three of us he is able to watch at the counter
in our sweaters and hair, bending and talking as if skin
were a grace. I take a bath. My mother reads in bed
and reads on the toilet, looking up when I look at her
and smiling. The rash will pass. It was a good day.
My father coughing now. Yawning.

 

Variorum

All the pretty girls.
Parsley, sage, salt, glue.
And you’re a big help to him
says my husband’s father
when I share his news of promotion.
Hey, hey, buckle my shoe,
No sing me a new song mama
says my son before bed.
All the pretty girls.
No a new song.
Lost my partner what’ll I do,
lost my partner what’ll I do.
Skip to my lou my darling.
No another song.
Hey little girl is your daddy home
did he go and leave you all alone
I got a bad desire.
Where am I going with this
I’m thinking while he watches
his pillow to picture the words.
All the pretty girls.
He fucked the shit out of her explained
my father about the plot of a movie he’d seen.
The pretty girls.
Do you have to say that to me?
Mama another one. Mama a new one.
Well I’m sorry but that’s what he did.
You’re a big help to him.
All the pretty girls.

 

De Domme Botten

Gisteravond vroeg ik een man van wie ik hou om me snel te vernietigen.
Ik wilde dat hij niets achterliet, alleen verbrijzelde botten,

krijt waarvan ze de sporen niet meer kunnen traceren.
Wat, vroeg hij, zonder het te begrijpen.

De man is een god. De god is een man. Hij knielt voor me neer.
Hij drukt mijn wang tegen het witte gips, gebogen.

Hij tilt mijn rok op en ik schud mijn hoofd nee, in een poging
een instinct te herinneren.

Hij knikt en ik wil voor hem gaan liggen.
Maak me tot krijt. Laat me eindigen.

Is het gewoon liefde, dit verdriet in mij dat afbrokkelt?
Gewoon liefde, tenslotte, gewoon liefde. Slapen. Proberen te slapen.

Ik heb nooit geweten hoe ik het geluk van mijn moeder moest koesteren.
Hoe ze vanavond naar haar gasten glimlachte in dat zachte kaarslicht

rond de tafel. Zij was het middelpunt, en was bedoeld
om het middelpunt te zijn, en dankbaar. Dit is alles wat ik heb gewild.

Toen gleed zijn ene hand in me. Zijn aandringen.
Opnieuw geloof ik in beloftes.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Taije Silverman (San Francisco, 13 augustus 1974)

 

Zie voor de schrijvers van de 13e augustus ook mijn blog van 13 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 13 augustus 2019 en ook mijn blog van 13 augustus 2016 en ook mijn blog van 13 augustus 2011 deel 2.

August (Lizette Woodworth Reese), Luuk Gruwez, Philip Larkin

 

 

Reflections of August door Emil Atanasov, 2022

 

August

No wind, no bird. The river flames like brass.
On either side, smitten as with a spell
Of silence, brood the fields. In the deep grass,
Edging the dusty roads, lie as they fell
Handfuls of shriveled leaves from tree and bush.
But ’long the orchard fence and at the gate,
Thrusting their saffron torches through the hush,
Wild lilies blaze, and bees hum soon and late.
Rust-colored the tall straggling briar, not one
Rose left. The spider sets its loom up there
Close to the roots, and spins out in the sun
A silken web from twig to twig. The air
Is full of hot rank scents. Upon the hill
Drifts the noon’s single cloud, white, glaring, still.

 

Lizette Woodworth Reese (9 januari 1856 – 17 december 1935)
Waverly, Baltimore, de geboorteplaats van Lizette Woodworth Reese

 

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook alle tags voor Luuk Gruwez op dit blog.

 

Kapper

Hij weet niet wie er woont onder mijn schedel,
maar zorgt met schaar en scheermes en tondeuse
dat het er onherbergzaam wordt en ieder mij
verlaat en op de vlucht slaat naar de verre plek

waar men maar beter zonder mij kan wonen.
Mijn kapper zwijgt zo traag dat hij zich peinzen
hoort en vraag na vraag welt pijnlijk in hem op.
O, alle vragen die hij mij niet stelt.

Maar sta ik uit zijn kapstoel op, voel ik mij
niettemin beroofd en kaal en leeggevraagd.
Daar waait mijn laatste engel uit mij weg: zie hoe
die zich te pletter vliegt tegen het spiegelglas.

 

Solo e pensoso

Ben ik een zanger of een godje uit een shoarmatent,
een mankementige charmeur, een potentaat?
Ik slenter op een vrijdagochtend in april
met opgezette kraag langs de kapellen

van de wellust in de Aarschotstraat. Ik gluurde en loer
als was ik op een jachtrevier waar ik die lepe rotnatuur
incognito betrappen wil op – zonder meer –
haar mooiste wild. En dat het hier niet Brussel is,

ondermaans en vies en met een lucht van pis,
maar een welriekend hemel dal bij Avignon
in dertienhonderd zevenentwintig, heel precies:
dit alles leert mij, domme dichter, mijn lectuur.

Toch wenkt er mij van tijd tot tijd een draadloze pausin
met gsm die achter glas daareven nog te breien zat
en die in Blue Lagoon of in Bar Edelweiss
een kusmond zet (als van een goudvis in een kom)

en naar mij glimlacht met haar hedendaagse kont.
Maar het is Lore niet die naar mij lonkt.
Mijn Lore ging compleet voor mij verloren
vanaf het ogenblik dat ik haar vond.

 

Zuster maan

Mijn zus hield in haar nachtkastje een regenboog
gevangen. Een regenboog en een dood paard.
Tussen tampons en maandverband.
Ik kon, ik wilde haar maar niet geloven.

Zo kwam het dat ik minder van haar hield.
Een regenboog en een dood paard. In haar nachtkastje!
Gevangen! Zij had het sleuteltje aan een halssnoer gehangen,
pal tussen pas begonnen borsten, veelbelovend,

die zij bewaarde en liet groeien voor een latere.
Geen mens heeft ooit zo’n zus gehad als ik,
zo een die wapperde met haar gedachten
of borsten kweekte voor de allerbeste

en kwispelstaartte met haar liefdesverdriet.
Tot zij hoogzwanger in de hitte van augustus
in een madammenjurk van Pierre Cardin
onder de intercity tussen Gent en Kortrijk liep.

 

Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

Naar de kerk

Zodra ik zeker weet, dat ik alleen ben
stap ik hier binnen, trek de deur achter me dicht.
Alweer zo’n kerk met rijen banken, oude steen,
overal boekjes; bloemen, afgeknipt
voor zondag, nu verkleurd; glimmende dingen,
daar, waar het heilige gebeurt; een orgeltje;
een oude stilte, vol tastbare spanning
die, God weet al hoe lang, hier hangt. Ik heb geen hoed
maar haal beleefd de fietsklem van mijn broek

en loop naar voren, strijk over het doopvont.
Het dak ziet er, van onderaf gezien, goed uit.
gerestaureerd? Geverfd? Ik weet het niet, hoe het komt.
Ik ga de preekstoel op. Ik declameer
een paar loodzware verzen, en besluit
met tot zover. Ik klink toch harder dan ik dacht.
De echo doet me na, en ik loop naar de uitgang,
teken het boek, doneer een klein bedrag,
ik weet niet goed meer waar ik hier voor kwam

en toch kwam ik hier weer. Zoals in feite vaak
en altijd weer zonder idee, uiteindelijk,
niet wetend waar te kijken, met de vraag,
als kerken ooit volledig uit de tijd zijn,
wat wij met die gebouwen doen, houden we dan
sommige kathedralen open voor publiek,
met al dat heiligs mooi tentoongesteld,
en sloopt de regen en het vee de andere –
wil niemand dan nog op die onheilsplaatsen komen?

Of komen in de nacht dan vreemde vrouwen
hun kinderen een steen aan laten raken
om zo van kanker te genezen; zouden ze
een dode rond zien lopen, ’s avonds laat?
Iets van de kracht zal wel blijven bestaan
in spelletjes en schijnbaar onlogische namen;
maar bijgeloof, net als geloof, dat blijft niet duren,
wat blijft, als ook het ongeloof voorbijgegaan is?
Gras, onkruid op de tegels, een paar muurtjes, lucht

en elke week iets minder van de vorm,
een minder duidelijke functie. Wie,
vraag ik me af, is dan de laatste die hier komt,
voor wat dit was. Iemand, misschien, die
wat op het hout klopt, weet dat dit het koor heet?
Een zuiplap, zoekend naar antiek,
een kerstliefhebber, die nog hoopt
op het geluid van orgels en de lucht van wierook?
Of iemand namens mij, meer zoals ik,

die hier verveeld en ondeskundig komt, maar weet
wat het gehalte geest is op dit kruispunt, deze grond,
die hier, gemengd met stadsstof, zuinig is geweest,
die heeft bewaard wat nu alleen nog voorkomt
in afscheid, trouwerijen en geboortes,
in dood en denken aan de dood – omdat daarvoor
dit ding gebouwd is? Ik heb geen idee
wat deze opgetuigde klamme huls nog waard is,
ik sta hier graag in stilte, en alleen.

Een serieus gebouw op serieuze grond,
hier hangt de lucht van al onze obsessies
die hier, als noodlot aangekleed, tot rust komen.
En dat is dan toch iets dat niet verdwijnt,
want steeds is er weer iemand die zichzelf verrast
met de behoefte voortaan serieus te zijn,
zijn aandacht zal op deze grond worden gericht:
hij hoorde, dat dit goede grond voor wijsheid was,
alleen al door de vele doden die hier liggen.

 

Vertaald door Menno van der Beek

 

Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e augustus ook mijn blog van 9 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 9 augustus 2019 en ook mijn blog van 9 augustus 2017 en ook mijn blog van 9 augustus 2015 deel 2.

In August (Paul Laurence Dunbar), Stefan van Dierendonck, Martin Piekar

 

 

Middaglandschap in augustus door Pierre Bonnard, 1915

 

In August

When August days are hot an’ dry,
When burning copper is the sky,
I ‘d rather fish than feast or fly
In airy realms serene and high.

I ‘d take a suit not made for looks,
Some easily digested books,
Some flies, some lines, some bait, some hooks,
Then would I seek the bays and brooks.

I would eschew mine every task,
In Nature’s smiles my soul should bask,
And I methinks no more could ask,
Except—perhaps—one little flask.

In case of accident, you know,
Or should the wind come on to blow,
Or I be chilled or capsized, so,
A flask would be the only go.

Then could I spend a happy time,—
A bit of sport, a bit of rhyme
(A bit of lemon, or of lime,
To make my bottle’s contents prime).

When August days are hot an’ dry,
I won’t sit by an’ sigh or die,
I ‘ll get my bottle (on the sly)
And go ahead, and fish, and lie!

 

Paul Laurence Dunbar (27 juni 1872 – 9 februari 1906)
Dayton (Ohio), de geboorteplaats van Paul Laurence Dunbar

 

De Nederlands schrijver en gewezen priester Stefan Clemens Maria (Stefan) van Dierendonck werd geboren in Gemert op 4 augustus 1972. Zie ook alle tags voor Stefan van Dierendonck op dit blog.

Uit: En het regende brood

“De rozen lijken zich te herstellen,” zei ik. De doos was van karton, de zilveren tape zorgvuldig aangedrukt; op een hoek zag ik een grillige kring van opgedroogd water. “Weerbarstige planten zijn dat toch. Snoeien moet je Ieren, dat blijkt maar weer. Ik hoop dat ze in de toekomst weer het hoofdaltaar kunnen sieren.”
Ik zweeg.
“Goed. Dit pakket is verzonden door Clemens Driessen, en blijkbaar enkele maanden zoekgeraakt in de post. Het is een wonder dat het nog is opgedoken.” Even leek hij te grinniken; toen hernam hij zich. “Natuurlijk staat Clemens’ geval me nog helder voor ogen. Ik herinner me onze gesprekken over zijn coeliakie, over zijn onvermogen om die een plaats te geven in zijn priesterschap. Ik weet hoe aangeslagen je was door zijn ontijdige einde. Onze hele gemeenschap heeft voor jou en voor je leerling gebeden; we hebben je ondersteund in de verwerking van je verdriet. Vergeet dat niet nu ik je deze doos ga overhandigen. Jij hebt er recht op om de laatste boodschap van Clemens in te zien. Ik heb het in gebed voor de Heer gebracht en het besproken in dc raad van monniken. We zijn er zeker van dat Hij het zo wil. Moge je antwoorden vinden en vrede.”
Hij tilde zijn handen van de doos. De flappen veerden omhoog. De tape bleek doorgesneden; de abt had alles ingezien en beoordeeld, natuurlijk. Tenslotte is hij als vader door de gemeenschap gekozen, door God in die taak bevestigd, een goede herder voor zijn kudde. Ik begreep het maar al te goed. Niettemin bleef de oude slang mijn hart knellen, mijn longen pletten, mijn maag knijpen; mijn lijf was te klein voor mijn organen en het beest.
“Dank u,” zei ik, met mijn blik op de kiezels in de betonnen vloer, en ik nam het karton en liep naar de deur.
“Graag had ik de doos bij de vespers terug,” sprak de abt achter me.
Ik liep door naar mijn vrijwillige privé cel, mijn kamer in een anoniem gebouw. Nooit had ik die als mijn bezit beschouwd, zoals de regel voorschrijft; nu was hij veranderd in mijn domein. Ik sloot de deur achter me, draaide de sleutel om. Ook voor het eerst.
De verhuisdoos plaatste ik op mijn werktafel. Ik ging zitten, langzaam.”

 

Stefan van Dierendonck (Gemert, 4 augustus 1972)

 

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

Zie onder het vlees de poging om de urn op te blazen door afwezigheid

Het sensationele elders en zijn
Inclusieve duisternis van agitatie
Een sluisdeur in de natuur, een visval op
De tweede blik onder het vlees
Vreet stoffig geruis zich vrij
Eerst de stemmenvangst dan – alsjeblieft niet –
De moraal, ondermijnt geen kopieerfouten
Dit is het stempel van de vereniging
Der niet-stemmers

De verstomden
In het koor van de ongehoorden
Zijn niet de ontstemden, hun monden vol
Angst en rimpels, die zich druk maken over de
Ontgrenzing van stemloosheid en stem
Alleen stem en stemloosheid zijn onder
Het vlees te horen, fonemen
De bijl van de domheid ontstemt
Op de meest elliptische manier

Wat is dat
Voor 1 groep niet-stemmers?

Je redenen zullen worden genegeerd, dat beloof ik.

Nu is het
Party, party, partytijd met champagne-receptie.
Tot leedvermaak achteraf.
Alles is even onbestemd onder
Het vlees, kijk eens onder het vlees.
Is er nog utopie en hoop is er nog
Een bedelaar, bepaald door gisteren, voordat
Het geschiedenis voordat het voorbij is. Het maakt
Niet uit dat feiten niet met gevoelens
Overeenkomen, dat dat een feit is
Klopt niet dat morgen
Een nieuwe dag is klopt ook niet.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e augustus ook mijn blog van 4 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 4 augustus 2019 en ook mijn blog van 4 augustus 2017 en ook mijn blog van 4 augustus 2013 en mijn drie blogs van 4 augustus 2011 en mijn blog over Robert Beck.

Sommersonate (Georg Trakl), Marica Bodrozić, Mirko Wenig

 

 

Een vijver in de zomer door Peder Mørk Mønsted, 1906

 

Sommersonate

Täubend duften faule Früchte.
Busch’ und Bäume sonnig klingen,
Schwärme schwarzer Fliegen singen
Auf der braunen Waldeslichte.

In des Tümpels tiefer Bläue
Flammt der Schein von Unkrautbränden.
Hör’ aus gelben Blumenwänden
Schwirren jähe Liebesschreie.

Lang sich Schmetterlinge jagen;
Trunken tanzt auf schwülen Matten
Auf dem Thymian mein Schatten.
Hell verzückte Amseln schlagen.

Wolken starre Brüste zeigen,
Und bekränzt von Laub und Beeren
Siehst du unter dunklen Föhren
Grinsend ein Gerippe geigen.

 

Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)
Salzburg, de geboorteplaats van Georg Trakl

 

De Duitse dichteres en schrijfster Marica Bodrozić werd geboren op 3 augustus 1973 in Zadvarje in het toenmalige Joegoslavië. Zie ook alle tags voor Marica Bodrozić op dit blog.

Uit: Pantherzeit: Vom Innenmaß der Dinge

„Der Frühling ist gekommen. Seine Schönheit und sein Licht sind überirdisch wirksam. Mit der wärmenden Sonne ist unsere Innenzeit einhergegangen. Auf der ganzen Welt sitzen die Menschen in ihren Wohnungen fest. COVID-19 hat uns alle auf die gleiche Weise getroffen: als atmende Einzelwesen, die mit dem empfindlichsten Organ ihres Körpers mit allen anderen Einzelwesen verbunden sind. Vielleicht haben wir das vergessen, diese Verbindung, die die Luft uns zuweist. „Alles, was man vergessen hat”, schreibt Elias Canetti, „schreit im Traum um Hilfe.” Diese Pandemie trägt traumhafte Züge, sie fühlt sich auf eine merkwürdige Weise zeitgleich wirklich und unwirklich an, sie agiert nach Gesetzen, die wir nicht oder noch nicht genau genug kennen. Sie hat die Regie über unsere Gedanken übernommen. Aber es gibt immer noch die Innenwelt, den Blick, der mitgestaltet, weil er genauer sieht und ein Sehen ermöglicht, das alles ändern kann.
Meine Innenwelt möchte dieser äußeren Regie der kollektiven Gedanken widerstehen, ich kann sie lesen, das genügt; also verschlingt sie mich auch nicht. Eine starke Ruhe kehrt in mich ein. Mein Kind sieht mich in diesem Augenblick an, in dem sich alles in mir neu sortiert. Gregor schaut erst unsere Tochter, dann lange und ausdauernd mich an. Ohne zu sprechen wissen wir beide, was wir in diesem Augenblick denken. Denn so viele Jahre haben wir uns immer wieder gefragt, was in unserer Zeit an der Stelle eines Kriegs auf uns zukommen könnte, das unser al-ler Leben verändert. Wir haben über Wasserknappheit nachgedacht, über Klima-katastrophen, über die Gier der wenigen Reichen, über Diktaturen. Aber so etwas haben wir uns nie vorstellen können. Jetzt ist eine Zeitenwende da, und wir sind ihr Anfang, der anderen einmal Geschichte sein wird. Es könnte lange dauern, denke ich. Mein inneres Leben greift gleichsam von alleine auf tiefere Flüge der Seele zurück, die Brücke ist einmal mehr das Buch, diese Welt aus Blättern, die mir schon so viele Male das Leben gerettet hat, die mich zum Atem geführt hat, der aus der Ruhe kommt.“

 

Marica Bodrozić (Zadvarje, 3 augustus 1973)

 

De Duitse dichter Mirko Wenig werd geboren op 3 augustus 1977 in Gera. Zie ook alle tags voor Mirko Wenig op dit blog.

 

Kleinsteedse Indianen

Ze rijden niet. Maar
ze bewaken
de maan als ze ’s avonds
samenkomen beneden
op de parkeerplaats waar
de bezorgauto’s staan:
ze worden bespied
door de ogen van buren
achter de gordijnen.

En de een schreeuwt in de wind,
de ander voert kunstjes uit
op de achterkant van zijn skateboard.
O, ze vertrouwen de stilte niet,
hebben geen bivak opgeslagen,
en steeds weer,
het bij elkaar steken van de hoofden,
het uitwisselen van kusjes
met bleke meisjes.
aan de overkant, op de spoordijk,
groeien kabels uit het gras;
hier zijn geen treinvonken meer te zien.

Dan plotseling, het vertrek.
Ze gaan naar huis of
naar een café
waar geen bier meer is: onderweg
veranderen de scheuren in het asfalt
in kleine slangetjes.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mirko Wenig (Gera, 3 augustus 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e augustus ook mijn blog van 3 augustus 2023 en ook mijn blog van 3 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 3 augustus 2016 en mijn blog van 3 augustus 2015 en eveneens van 3 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Im Sommerwind (Reinhold Fuchs), Jussi Adler-Olsen, Conrad Aiken

 

 

Tarweveld in de zomer door Ludmilla Ukrow, 2021

 

Im Sommerwind

Hoch stehen des Roggens mattgoldene Wände
Zur Rechten und Linken in flimmerndem Duft.
Schwellender Segen rings und kein Ende;
Kosend, wie schmeichelnde Mutterhände,
Streichelt die nickenden Ähren die Luft.

Sinnend vom Feldrain im Schwarzdornschatten
Laß ich ins Weite die Blicke gehn. –
Herz, o wie sanft sich die Sorgen bestatten,
Wenn um glühenden Mohn über grünende Matten
Hauche von blühenden Rosen wehn!

Was du in sternlosen Nächten geduldet,
Was du verloren, versäumt und verschuldet,
Dünkt dich ein Traum, der verweht und zerrinnt,
Während wie segnender Feen Schreiten
Rings in den wogenden Halmengebreiten
Flüstert und säuselt der Sommerwind.

 

Reinhold Fuchs (8 juni 1858 – 12 mei 1938) 
Leipzig, de geboorteplaats van Reinhold Fuchs

 

De Deense schrijver Carl Henry Valdemar Jussi Adler-Olsen werd geboren op 2 augustus 1950 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jussi Adler-Olsen op dit blog.

Uit: Dossier 64 (Vertaald door Kor de Vries)

“Proloog
November 1985
Op een onvoorzichtig moment ging haar gevoel met haar op de loop. Het koele, broze champagneglas tussen haar vingers, het geroezemoes van stemmen en de soepele hand van haar man om haar middel. Afgezien van verliefdheid waren er slechts fracties van seconden in een verre jeugd die dit gevoel konden oproepen. De geborgenheid van haar grootvaders gekeuvel. Gedempt gelach, terwijl je in slaap viel. Gelach van mensen die allang verdwenen waren. Nete perste haar lippen op elkaar om haar gevoel niet met haar op de loop te laten gaan. Dat gebeurde af en toe. Ze rechtte haar rug en keek uit over het rijke palet aan fleurige jurken en ranke ruggen. Er waren veel mensen afgekomen op het feestdiner ter ere van de Deense winnaar van de Grote Scandinavische Prijs voor Medicijnen van dit jaar. Onderzoekers, artsen, de hotshots van het land. Een gezelschap waar ze niet echt voor was geboren, maar waar ze zich in de loop van de jaren steeds beter op haar gemak voelde. Ze haalde diep adem en wilde een tevreden zucht slaken, toen ze door de menigte van hoog opgestoken haar en mannen met strak geknoopte vlinderdasjes veel te duidelijk een blik op zich gericht voelde worden. Deze ondefinieerbare, verontrustende elektrische ontladingen die alleen ogen kunnen uitzenden die niets goeds met je voor hebben. Ze dook instinctief opzij, als een opgejaagd dier dat dekking zoekt in het struikgewas. Ze legde haar hand op de arm van haar man en probeerde te glimlachen, terwijl haar ogen heen en weer schoten tussen de in feestkleding gestoken lijven en de lichte rook van de kroonluchters. Een vrouw gooide in een moment van vrolijkheid haar hoofd achterover en maakte zo een blik op de achterste muur van de zaal mogelijk. Dáár stond hij. De gestalte stak als een vuurtoren boven iedereen uit. Ondanks zijn ronde rug en zijn kromme benen een massief, reusachtig wild dier dat zijn ogen als schijnwerpers over de menigte liet glijden. Ze voelde opnieuw zijn intense observatie diep in haar lijf en wist heel zeker dat alles in haar leven in een paar seconden in elkaar zou storten als ze op dit moment niet reageerde.”

 

Jussi Adler-Olsen (Kopenhagen, 2 augustus 1950)

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

Preludes voor Memnon

XLII

Sluit het dagboek in je hart, dat de natuur bijhoudt;
Rep van het berijpte, kreupele waterkersblad;
Zie dat de hagendoornboog met ijs is opgetuigd,
En dat de slak, mettertijd, door malheur bevangen raakt;
Ontwerp de winter op een vensterglas,
Laat in een door de herfst uitgewoond web een waterig zonnetje schijnen;
Herinner je de zomer als de vliegen niet meer zoemen;
Herinner je de lente als de kille spin slaapt.

Zo’n dagboek zegt ook het volgende: het hart
Sloeg vandaag twee of drie keer zonder goede reden,
Voor vrienden en geliefden die voor hun tijd gestorven zijn,
Voor wijsheid die te laat kwam, en voor niets.
Noteer ‘de hand die schudt’, ‘het oog dat staart’;
‘De stap die wankelt tussen vanwaar en vandaar’;
Aanschouw dat rozenbottels en bessen het helderst rood
Opgloeien als Noordpool en zon het verst van elkaar af staan.

Teken aan dat de maan er is, koud als altijd,
Met de eeuwen op haar gelaat, en ijs en sneeuw,
Zoals alleen de tot stand brengende geest kan weten,
Wanneer liefde en haat twijgen zijn die beven.
PS: het is opgehouden met regenen.
De wind draait vanuit het zuidwesten naar het zuiden,
Alle rampen zijn vergeten, pijntjes vergeven,
En de veranderlijke Poolster straalt voor eeuwig.

Zeg dan: ik was onderdeel van het ontwerp van de natuur,
Kende haar koude hart, want ik was bewustzijn,
Dat ermee begon haar te haten en op het laatst haar zegende.
Ik geloofde in haar, twijfelde, geloofde opnieuw.
Mijn geliefde korstmos had dezelfde wortels als ik,
De sneeuwvlok was mijn vader; ik keer terug,
Na dit intermezzo vol vertrouwen en vragen,
Naar het hart van Moeder aarde, even pijnlijk als toen ik ontstond.

 

Vertaald door Hans Dekkers & René Huigen

 

Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e augustus ook mijn blog van 2 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 2 augustus 2018 en ook mijn blog van 2 augustus 2017 en ook mijn blog van 2 augustus 2011 deel 2.

Midsummer Night (Carol Ann Duffy), Jörg Fauser, Steffen Popp

 

 

Sankthansnatt  (Midzomernacht) door Edvard Munch, 1901-1903

 

Midsummer Night

Not there to see midsummer’s midnight rose
open and bloom, me,
or there when the river dressed in turquoise
under the moon, you;
not there when stones softened, opened, showed
the fossils they held
or there, us, when the dark sky fell to the earth
to gather its smell.

Not there when a strange bird sang on a branch
over our heads, you
and me, or there when a starlit fruit ripened
itself on a tree.
Not there to lie on the grass of our graves, both,
alive alive oh,
or there for Shakespeare’s shooting star,
or for who we are,

but elsewhere, far. Not there for the magic hour
when time becomes love
or there for light’s pale hand to slip, slender,
from darkness’s glove.
Not there when our young ghosts called to us
from the other side
or there where the heron’s rags were a silver gown,
by grace of the light.

Not there to be right, to find our souls, we,
dropped silks on the ground,
or there to be found again by ourselves, you, me,
mirrored in water.
Not there to see constellations spell themselves on the sky
and black rhyme with white
or there to see petals fold on a rose like a kiss
on midsummer night.

 

Carol Ann Duffy (Glasgow, 23 december 1955)
De Doultonfontein voor het Paleis van het Volk in Glasgow

 

De Duitse schrijver en journalist Jörg Fauser werd geboren op 16 juli 1944 in Bad Schwalbach. Zie ook alle tags voor Jörg Fauser op dit blog.

Uit: Caliban Berlin

„Die Gegend wurde immer trostloser. Hochhauswaben, Ausfallstraßen, Autobahnzubringer, dazwischen in ergrautem Grün Mietskasernen, Reihenhäuser, Einkaufszentren, der TÜV,  die Großtankstelle, die Bowlingbahn, die Pizzabude, der ganze Plunder, den die Stadt aufs Land kippt, um es sich einzuverleiben -aber Stadt wird diese Gegend nie. Sie bleibt Zwischenzone. Niemandsland. Als das Taxi hielt, hätte ich am liebsten gesagt: Warten Sie hier, aber dann fiel mir ein, dass der Mann, den ich aufsuchte, Telefon hatte, also zahlte ich, und das Taxi fuhr weg. Der Himmel zwischen den TV-Antennen war wie eine dunkle Ahnung. Das Haus war Teil eines Blocks im Stil des sozialen Wohnungsbaus der frühen 50er Jahre – flache Dächer, Treppenhausfenster wie Schießscharten, Anstrich von der Farbe verdünnter Hühnersuppe. Es fehlten nur die Roller vor der Haus-tür, der Adenauer an der Litfaßsäule und die Capri-Fischer im Radio. Von ihrem Hochsitz im dritten Stock beobachtete mich eine Frau mit blauen Lockenwicklern im Haar. Ein seltsames Lächeln zog an ihren Mundwinkeln. Wusste sie, zu wem ich ging? Ich starrte zurück. Sie zog die Gardinen zu. Ich klingelte. Der Mann, der mich an der Wohnungstür empfing, war mittelgroß, ziemlich massig, mit einem weißblonden Haarkranz und dicken Brillengläsern. Ich schätzte ihn auf etwa sechzig. Seine Kleidung und die Einrichtung des fenster-losen Zimmers, in das er mich führte, erinnerten auch an alte Zeiten, als die Leute noch mit simplen Gebrauchsgegenständen ausgekommen waren. Der altmodische Bücherschrank enthielt Lexika und Klassik, darunter der ganze Goethe. In einer Ecke stand ein Koffer, als sei der Mann erst gestern eingezogen und erwarte keinen langen Aufenthalt. Wir setzten uns. Mir fiel auf, dass er asthmatisch keuchte. Seine Hände zitterten. Er sah mich an. »Sind Sie zum ersten Mal bei einem Astrologen?« Ich steckte mir gerade eine Zigarette an und blies den Rauch weg, um seinem Asthma das Gröbste zu ersparen. Meine Antwort fiel wohl etwas undeutlich aus, denn er sagte mit unnötig lauter Stimme: »Ich bin schwerhörig, ich trage zwar ein Hörgerät, lese aber von den Lippen ab, bitte sprechen Sie deutlich.« »Sind Sie Astrologe im Hauptberuf?«, fragte ich. Ich ertappte mich dabei, dass ich auf seine Lippen starrte. »Ja«, sagte er und breitete Papiere aus, »ich mache das, seit ich 18 bin. Vor 30 Jahren hab ich fünf Mark für ein Horoskop bekommen, heute bin ich natürlich teurer. Und nun sagen Sie mir Ihren Geburtstag, Ihre Geburtsstunde und Ihren Geburtsort.« Ich sagte sie ihm. Dann begann er, mein Horoskop zu erstellen. Bei den Berechnungen benutzte er keinen Taschenrechner. Alte Schule. Seine Hände zitterten zwar, aber er konnte mit dem Zittern umgehen. Ich drückte die Ziga-rette aus und rauchte dann nicht mehr. Während er berechnete und die Zeichen eintrug, stellte er mir Fragen. Ich hatte nicht vorgehabt, ihm meinen Beruf zu sagen, aber er bekam ihn auch so heraus. Dass ich nicht verheiratet war, machte ihm zunächst zu schaffen, bis er schließlich sagte: »Sie sollten überhaupt nicht heiraten, auf keinen Fall vor Oktober 1981, und nur eine Frau, die geistig zu Ihnen passt. Bei Ihrem Leben kommt nichts andres in Frage.«

 

Jörg Fauser (16 juli 1944 – 17 juli 1987)

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

Maanstudies

Dit omhoog! Dan een lange zijwaartse beweging
vriendschap, formaties

een opstijgen van de ogen, hun wegzinken in de droom
beeldverwerking in de tuin, achter het tuinhek

waargenomen entropie tussen prieeltjes, de kolonie
Naar de zon, wierp damp op, groentedamp

dronken lucht uit kassen, werd nevelig, dreef
door onze aardse hersenen direct naar de maan

die we niet bereikten, gemankeerde kosmonauten
met operakijkers, zelf gebreide mutsen

op een houten bank onder de wolkenbank.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juli ook mijn blog van 16 juli 2025 en ook mijn blog van 16 juli 2023 en ook mijn blog van 16 juli 2021 en ook mijn blog van 16 juli 2020 en eveneens mijn blog van 16 juli 2019 en ook mijn blog van 16 juli 2017 deel 2.

Hochsommer (Hermann Lingg), Richard Russo, Steffen Popp

 

 

Hochsommer door Knut Janson, 1913

 

Hochsommer

O Frühling, holder fahrender Schüler,
Wo zogst du hin? Die Linden blühn,
Die Nächte werden stiller, schwüler,
Und dichter schwillt das dunkle Grün.

Doch ach! Die schönen Stunden fehlen,
Wo jedes Leben überquoll,
Wo trunken alle Schöpfungsseelen
Ins Blaue schwärmten wollustvoll.

Nicht singt mehr wie am Maienfeste,
Die Nachtigall, die Rosenbraut;
Sie fliegt zum tiefverborg’nen Neste
Mit mütterlich besorgtem Laut.

Der goldne längste Tag ist nieder,
Der Himmel voll Gewitter glüht;
Verklungen sind die ersten Lieder,
Die schönsten Blumen sind verblüht.

 

Hermann Lingg ( 22 januari 1820 – 18 juni 1905)
Lindau aan het Bodenmeer,  de geboorteplaats van Hermann Lingg

 

De Amerikaanse schrijver Richard Russo werd geboren op 15 juli 1949 in Johnstown, New York. Zie ook alle tags voor Richard Russo op dit blog.

Uit: Straight Man

“When my nose finally stops bleeding and I’ve disposed of the bloody paper towels, Teddy Barnes insists on driving me home in his ancient Honda Civic, a car that refuses to die and that Teddy, cheap as he is, refuses to trade in. June, his wife, whose sense of self-worth is not easily tilted, drives a new Saab. “That seat goes back,” Teddy says, observing that my knees are practically under my chin.
When we stop at an intersection for oncoming traffic, I run my fingers along the side of the seat, looking for the release. “It does, huh?”
“It’s supposed to,” he says, sounding academic, helpless.
I know it’s supposed to, but I give up trying to make it, preferring the illusion of suffering. I’m not a guilt provoker by nature, but I can play that role. I release a theatrical sigh intended to convey that this is nonsense, that my long legs could be stretched out comfortably beneath the wheel of my own Lincoln, a car as ancient as Teddy’s Civic, but built on a scale more suitable to the long-legged William Henry Devereauxs of the world, two of whom, my father and me, remain above ground.
Teddy is an insanely cautious driver, unwilling to goose his little Civic into a left turn in front of oncoming traffic. “The cars are spaced just wrong. I can’t help it,” he explains when he sees me grinning at him. Teddy’s my age, forty-nine, and though his features are more boyish, he too is beginning to show signs of age. Never robust, his chest seems to have become more concave, which emphasizes his small paunch. His hands are delicate, almost feminine, hairless. His skinny legs appear lost in his trousers. It occurs to me as I study him that Teddy would have a hard time starting over-that is, learning how unfamiliar things work, competing, finding a mate. The business of young men. “Why would I have to start over?” he wants to know, a frightened expression deepening the lines around the corners of his eyes.
Apparently, to judge from the way he’s looking at me now, I have spoken my thought out loud, though I wasn’t aware of doing so. “Don’t you ever wish you could?”
“Could what?” he says, his attention diverted. Having spied a break in the oncoming traffic, he takes his foot off the brake and leans forward, his foot poised over but not touching the gas pedal, only to conclude that the gap between the cars isn’t as big as he thought, settling back into his seat with a frustrated sigh.”

 

Richard Russo (Johnstown, 15 juli 1949)

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Venster op de wereldnacht

Een tram staat te slapen voor het huis – geel
met ingeklapte panto, opgerold in het parkeerlicht

voorin de tram dromen twee conducteurs
hoofdeloos, onder de kleppen van hun kartonnen petten

eentje komt in beweging
stapt uit, een zwakke gloed, en ademt
rook uit, met zijn rug naar de cabine

lang kijkt hij
omhoog, door de oranje verlichting –

blind
als Homerus, in zwarte schoenen
met stalen neuzen
onder de geveltop van Uranus.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2020 en eveneens mijn blog van 15 juli 2019 en ook mijn blog van 15 juli 2017 deel 2.

The Icecream People (Charles Bukowski), Volker Kaminski, William Irwin Thompson

 

 

The Original Ice Cream Stand door Tom Harris, 2020

 

The Icecream People

the lady has me temporarily off the bottle
and now the pecker stands up
better.
however, things change overnight–
instead of listening to Shostakovich and
Mozart through a smeared haze of smoke
the nights change, new
complexities:
we drive to Baskin-Robbins,
31 flavors:
Rocky Road, Bubble Gum, Apricot Ice, Strawberry
Cheesecake, Chocolate Mint…

we park outside and look at icecream
people
a very healthy and satisfied people,
nary a potential suicide in sight
(they probably even vote)
and I tell her
“what if the boys saw me go in there? suppose they
find out I’m going in for a walnut peach sundae?”
“come on, chicken,” she laughs and we go in
and stand with the icecream people.
none of them are cursing or threatening
the clerks.
there seem to be no hangovers or
grievances.
I am alarmed at the placid and calm wave
that flows about. I feel like a leper in a
beauty contest. we finally get our sundaes and
sit in the car and eat them.

I must admit they are quite good. a curious new
world. (all my friends tell me I am looking
better. “you’re looking good, man, we thought you
were going to die there for a while…”)
–those 4,500 dark nights, the jails, the
hospitals…

and later that night
there is use for the pecker, use for
love, and it is glorious,
long and true,
and afterwards we speak of easy things;
our heads by the open window with the moonlight
looking through, we sleep in each other’s
arms.

the icecream people make me feel good,
inside and out.

 

Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)
Andernach in Duitsland, de geboorteplaats van Charles Bukowski

 

De Duitse schrijver Volker Kaminski werd op 14 juli 1958 in Karlsruhe geboren. Zie ook alle tags voor Volker Kaminski op dit blog.

Uit: SCHÖNES leben

„Warum sollen wir denn in Urlaub fahren?“
„Weil alle Familien das im Sommer so machen.“„
Aber wir doch nicht. Wir können uns genauso gut in unserem Garten entspannen. Zu Hause ist es doch auch schön.”
„Du Mistkerl! Gönnst uns keinen Spar. Hockst nur auf deiner Scholle. Ein elender Langweiler bist du.”
Es ist ein Streit entbrannt, den ich gut kenne, an dem ich nie Teil habe und von dem ich hoffe, dass er so ausgeht wie jedes Jahr. Ich bin auf Vaters Seite, ich verstehe auch nicht, wozu Ver-reisen gut sein soll Warum machen sich die Leute die Mühe, packen Koffer, treffen allerlei Vorbereitungen, steigen ins Auto und stellen dann auf der Autobahn in einer kilometerlangen Blechlawine, die sich kaum von der Stelle rührt. Obwohl Mutter sich auch dieses Mal nicht durchsetzen kam, gibt sie nicht gleich auf, sie schreit ihre Enttäuschung heraus, beschimpft Vater und rennt aus dem Wohnzimmer. Ihre stampfenden Schritte hallen durch den Flur. In der Küche schimpft und flucht sie weiter, steigert sich in eine Tirade hin-ein. Ihre Worte dringen bis in mein Zimmer, die Tür ist wie meistens angelehnt. Der Streit ist entschieden, Mutters Gebrüll erscheint mir sinnlos und dumm. Sie muss wirklich geglaubt haben, dass es diesmal anders ausgeht.
Wir sind eine fünfköpfige Familie in einem gepachteten alten Haus. Vater hat es aufwendig renoviert, neue Stromleitungen verlegt, einen Durchbruch in die Flurwand gemacht, eine Tür eingesetzt und so den Anbau mit dem Resthaus verbunden. Er hat auch den Garten angelegt, nachdem er das überwucherte Gelände gerodet hat. Für unseren Schäferhund hat er einen Handzwinge gebaut. Wenn er tagsüber im Büro ist, sperrt Mutter den Hund ein, kommt Vater nachmittags nach Hause, lässt er Arco raus. Ich führe Arco ungern zum Hundeübungsplatz, der Weg ist ziemlich weit und Arco zerrt wild an der Leine. Vater hat ein Stachelhalsband gekauft, das Arco würgt und ihm ins Halsfell sticht, wenn die Leiter gespannt ist, aber das scheint er nicht zu spüren. Wenn Arco andere Hunde sieht, dreht er komplett durch, und ich weiß nicht, wie ich ihn dann festhalten soll. Vater fordert mich nur selten zur Mitarbeit auf, mal gibt es etwas zu tragen oder ich soll ein Brett halten. Manchmal bittet er mich, den Rasen zu mähen, wird aber nicht böse, wenn ich es ein ums andere Mal vergesse.“

 

Volker Kaminski (Karlsruhe, 14 juli 1958)

 

De Amerikaanse dichter, sociaal filosoof en cultuurcriticus William Irwin Thompson werd geboren op 16 juli 1938 in Chicago, Illinois. Zie ook alle tags voor William Irwin Thompson op dit blog.

 

Une Femme D’ Un zekere leeftijd in LA

De plastisch chirurg bestudeert haar aandachtig
zoals een oude Chinese koopman de barsten
in een celadonkleurige pot zou lezen die hij inpakt
voordat hij die over de groene zee
naar Korea en Japan verscheept.
Kraaienpootjes in de hoeken van haar heldere ogen,
lange, delicate, gebogen lijnen rond haar mond,
haar bovenlip lijkt op een valse snor
van fijn geëtste, kleine verticale lijntjes.
Ze is gevangen in dit Clytaemestrische
web van de vloek van haar eigen lot.
Net als Roquefortkaas bewaard in een grot in de Dordogne,
verraden haar zich verspreidende blauwe aderen haar ware leeftijd;
of net als supergeleidende elektronen –
kristallen van tijd in een kwantumrooster –
is haar geval er een waarin haar geest verandert in materie.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Irwin Thompson (Chicago, 16 juli 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e juli ook mijn blog van 14 juli 2025 en ook mijn blog van 14 juli 2020 en eveneens mijn blog van 14 juli 2019 deel 1 en ook deel 2.

My Ice Cream Is Melting (Kenn Nesbitt), Rien Vroegindeweij, Wole Soyinka

 

 

IJsverkoper door Veniamin Borisov, 1991

 

My Ice Cream Is Melting

My ice cream is melting
this hot sunny day.
I’m licking it quick but
it’s dribbling away.

My ice cream is melting.
It’s starting to drip
all over my fingers,
my chin, and my lip.

My ice cream is melting.
I can’t make it stop.
It’s hitting the ground with
a splash and a plop.

My ice cream has melted
and turned into ooze.
It was on a cone but
it’s now on my shoes

 

Kenn Nesbitt (Berkeley, 20 februari 1962)
Berkeley

 

De Nederlandse dichter en (toneel)schrijver Rien Vroegindeweij werd geboren in Middelharnis op 13 juli 1944. Zie ook alle tags voor Rien Vroegindeweij op dit blog.

 

Nazare

Hier slaat de gesel van de atlantische golfslag
Neder. De vissers boeten de netten op het strand.
Over zee komt traag de nevel naar het land.
Een enkele boot vaart uit vandaag; het is zondag.

Wij liggen op het strand van Portugees Nazare.
De vrouwen gaan in het zwart, vol bedrijvigheid
Tussen de toeristen op de boulevard. Soms als ware
Voorbeelden van evenwicht en moderniteit:

Want draagt er een nog een wasmand vol met vis
Behendig op haar hoofd, over het dunne koord
Dat voor haar op de straat gespannen is,
Een ander waart zich haastig voort

Door de menigte, op haar hoofd een tv-toestel.
Het beeld van vissers, boten, strand en oceaan
Wordt wazig, het sneeuwt, verandert snel
Als we er een met de wereld op haar kop zien gaan.

Bij wijze van spreken dan, want even later,
Als zij met haar tv-toestel verdwenen is, ik dan
Een rustpunt zoek daarginds in het oneindig water,
Ligt daar nog steeds de rots bij de ingang van

De baai van Nazare, met naar boven wat boven is.
Wij grappen nazare, nazareth, nazarener en
Zien Hem dan verschijnen in de nevelen.
Het ziet er niet naar uit dat Hij hier geboren is.

Hij zou trouwens moeilijk zijn te vinden.
Zoveel nazareners slenteren langs het strand.
Wie vist? Wie zegt de netten aan de andere kant
Uit te werpen en ze extra stevig vast te binden?

Een reclameluchtballon gevangen in een net,
Schreeuwt kleurig zijn boodschap uit tegen de
Zonnebaders. Ik wilde wel dat het regende,
Dat het goot. Maar ik kom niet uit Nazareth.

En voor de kinderen hoeft het niet, regen.
Zij spelen lustig op de grens van land en zee.
De oceaan, die zwaargewicht, spart met hen mee.
Niets verstoort hun spel, niets houdt hen tegen.

Behalve dan het avondeten en straks de nacht,
De avond eerst, de tv, de welverdiende rust:

Als vuurtoren en misthoorn waken aan de kust,
Nazare slaapt, bewijst de zee aldoor haar kracht.

 

Gevecht

Dat we elkaar niet mochten:
met messen uit Solingen,
roestvrij en degelijk, gingen
we elkaar te lijf. Gevochten

hebben we als leeuwen
(en geworsteld met de Zeeuwen)
zoals die twee eeuwen geleden
in het paradijs, oost van Eden.

Nog zie ik hem staan,
klein en ongenaakbaar.
Zoals we elkaar toen zagen,

zie ik soms alleen mezelf staan,
het dichtst bij het dressoir
waarin de messen lagen.

 

Rien Vroegindeweij (Middelharnis, 13 juli 1944)

 

De Nigeriaanse dichter, schrijver en voorvechter van democratie Akinwande Oluwole “Wole” Soyinka werd geboren op 13 juli 1934 in Abeokuta. Zie ook alle tags voor Wole Soyinka op dit blog.

 

Telefoongesprek

De huur leek redelijk, de buurt
kon er mee door. De hospita bezwoer me dat ze zelf
een ander pand bewoonde. Er restte niets
dan open kaart te spelen. ‘Mevrouw,’ waarschuwde ik,
‘Ik kom niet graag voor niets – ik ben een Afrikaan.’
Stilte. Verstilde overdracht van
etiquette onder hoge druk. Stem, dan ten slotte,
in lipstickfloers, met landerig, lang doublé-
sigarettepijpeffect. Daar zat ik, hopeloos in de tang
‘hoe donker?’… ik had het goed verstaan… ‘ben je licht
of heel erg donker?’ Knopje B. Knopje A. Stank
van zure adem in publieke praatgelegenheid.
Rode cel. Rode reclamezuil. Rode dubbeldekkerbus
op zuigend asfalt. Het was geen droom! Beschaamd
door onwellevend zwijgen, capitulatie,
verbijstering verdrongen om nader bescheid te vragen.
Ze was zo goed de nadruk te verleggen –
‘ben je donker? of heel erg licht?’ – De openbaring kwam.
‘U bedoelt, als chocolade, melk of puur?’
Haar ja was klinisch, en verpletterend in zijn lichthartige
onpersoonlijkheid. Snel, op haar golflengte afgestemd, maakte ik
mijn keus. ‘Westafrikaans sepia’ – en toen, als een PS,
Zo staat het in mijn pas.’ Stilte, voor vrije vlucht van
spectroscopische verbeelding, tot oprechtheid haar geluid
rauw in de hoorn liet schetteren ‘wat?’ erkennend
‘’k weet niet wat dat is.’ ‘Een soort brunet.’
‘da’s donker toch?’ ‘Niet helemaal.
Brunet is mijn gelaatskleur, maar, mevrouw, u zou
de rest eens moeten zien. Mijn handpalmen, mijn voetzolen
zijn peroxydeblond. Door wrijving –
dom genoeg, mevrouw – veroorzaakt door het zitten
is nu mijn achterste pikzwart – Eén moment mevrouw!’ – als
voelde ik haar hoorn omhooggaan voor de donderende rotklap
om mijn oren – ‘Mevrouw,’ soebatte ik, ‘zou u het toch niet liever
met eigen ogen zien?’

 

Vertaald door Ko Kooman

 

Wole Soyinka (Abeokuta, 13 juli 1934)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juli ook mijn blog van 13 juli 2020 en eveneens mijn blog van 13 juli 2019 en ook mijn blog van 13 juli 2016 en ook mijn blog van 13 juli 2014 deel 1 en ook deel 2.