Gabriele Wohmann, Robert Creeley

De Duitse schrijfster Gabriele Wohmann werd op 21 mei 1932 in Darmstadt geboren als Gabriele Guyot. Zie ook alle tags voor Gabriele Wohmann op dit blog.

Uit: Hebzucht (Vertaald door Klaus Siegel)

“Gisteren is het gebeurd. We kunnen het nog steeds niet geloven, vader en ikzelf. Vader dat is mijn man. We noemen elkaar vader en moeder, omdat we vinden dat zoiets ons des te inniger tot een gezin aaneensmeedt en op den duur zijn vruchten af zal werpen. Vaderlijke autoriteit en moederschap – zoiets ga je toch niet ondergraven door een willekeurige voornaam te gebruiken. Als je een kind er op tijd van doordringt: dit is moeder, en niets anders dan moeder en niet zekere Lucy, Margot, Elsbeth, of noem maar op, dan zal dat vast en zeker invloed hebben op het instinct en zo; tenminste zo denken wij erover. Wij zijn waarachtig niet het soort mensen dat bij de dag leeft. Hoeveel families zie je niet om je heen, waarin de bejaarde ouders het moeten stellen zonder de alleszins gerechtvaardigde dankbaarheid van hun kinderen. Anders uitgedrukt: in tehuizen of in andere oorden zie je ze terugvallen op de hulp van derden. Is het gek dat vader en ik vinden dat die beklagenswaardige mensen – dat wel – hun lot per slot van rekening aan zichzelf hebben te wijten. Je moet je kind vanaf de eerste dag – ik zou haast zeggen: zó uit de moederschoot – opvoeden tot dankbaarheid. Tenslotte schenk je hun toch maar het leven, anders gezegd: een geschenk, waarvan je maar moet afwachten hoe het uitpakt. De liefde voor vader en moeder kun je nog het beste vergelijken met de terugbetaling van een schuld, maar van een prachtschuld, ik zou haast willen zeggen van de mooiste schuld die er bestaat.
Gisteren is het dus allemaal gebeurd. Ik begrijp er nog steeds niets van.
Vader, die ik trouwens erg bewonder, komt er klaarblijkelijk eerder overheen – tenminste dat denk ik, want dat hij nu alweer aan de gang is gegaan met nieuwe ideeën voor grootmoeders testament, diep erover heen gebogen, op kladjes krabbelend en belust op veranderingen, dat hij dat doet en op die manier ons gezinsleven verrijkt met het uitzicht op een erfenis, daarop heeft zijn verdriet, terwijl hij toch Koens vader is, kennelijk geen invloed. Als het nu maar bij verdriet bleef; behalve dat zijn we allemaal ook erg verbolgen, heel erg verbolgen.
Verschrikkelijk gewoon. Alles liep tot nu toe zo gesmeerd. Speciaal sinds ons dochtertje Gitti, werd geboren, de beloning voor vier zoontjes. Gittekind is werkelijk nog schattiger dan we hadden durven dromen. En bovendien gewoonweg ideale peetouders.”

 

Gabriele Wohmann (21 mei 1932 – 22 juni 2015)

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Later

Als ik de hand
(mijn hand) kon leggen
op een klein stukje
ervan – dat vlees is

noch vis noch gevogelte.
Jij niet, Harry. Niemands
moeder – of vader,
of kinderen. Ik

niet, hoor. Niet
aarde, lucht, water –
geen geest, geen tijd.
Geen eilanden in de zon.

Geld wil ik niet.
Niet meer ruimte
dan een ander –
ik ben hier niet

in m’n eentje. Maar
als je me iets wilt
geven voor Kerstmis,
ik blijf in de buurt.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e mei ook mijn blog van 21 mei 2025 en ook mijn blog van 21 mei 2021 en ook mijn blog van 21 mei 2020 en eveneens mijn blog van 21 mei 2019 en ook mijn blog van 21 mei 2018.

Tommy Wieringa, Robert Creeley

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa werd geboren in Goor op 20 mei 1967. Zie ook alle tags voor Tommy Wieringa op dit blog.

Uit: Mijn moeder & ik

“Mijn moeder groeide op waar de Rijn ons land binnenkomt, in Tolkamer. Haar autoritaire vader was douanier, haar moeder had een zwak hart en lag vaak op de bank. Het onstuimige karakter van mijn moeder zorgde in haar jeugd al voor conflicten. Als tiener werd ze daarom naar een instelling voor gemankeerde jongens gestuurd, waar ze zonder noemenswaardige opleiding groepsleidster werd. Het was een manier om haar het huis uit te werken.
Door mijn vader te trouwen, kon ze ontsnappen aan die omstandigheden. Ik weet niet of het echt liefde was, ze waren voor elkaar misschien eerder een paspoort naar een ander leven. Mijn vader wist niet wat hem overkwam: hij was onzeker en brildragend en had opeens zo’n flamboyante meid aan de haak.
Twee jaar nadat ik werd geboren, emigreerden ze naar Aruba. Mijn vader ging daar lesgeven, mijn moeder leidde er het leven van een expatvrouw. Die jaren hebben onlangs met terugwerkende kracht kleur gekregen dankzij de brieven van mijn moeder, die ik op haar uitvaart van een vriend van haar kreeg. Een doos vol dichtbeschreven luchtpost, die ze hem destijds stuurde.
Het was een ontremde toestand, daar op Aruba: mensen gingen er getrouwd heen en kwamen bijna zonder uitzondering gescheiden terug. In haar brieven beschrijft mijn moeder de losbandige feesten. Mijn vader deed nog aan huwelijkse trouw, maar mijn moeder nam het ervan. Ze is altijd roekeloos geweest, niet alleen op seksueel vlak. Ze reed steevast veel te hard en verspeelde kapitalen door te investeren in krankzinnige, idealistische projecten.
Als moeder van mijn zus, mij en ons uit Colombia geadopteerde zusje was ze grillig. Haar temperament kon vlug verschieten van enorme woede naar grote liefheid. Ze was geen traditionele moeder, van een echte opvoeding was eigenlijk niet zozeer sprake. Meer een laisser-faire.
Op mijn negende keerden we terug naar Nederland – ik had mijn heup gebroken en die kon alleen hier worden gerepareerd. Twee jaar daarna scheidden mijn ouders. Aanvankelijk nam mijn moeder niet alleen alle kinderen maar ook de volledige inboedel mee, mijn vader hield het huis. Zij trok in de woning van haar nieuwe man. Ik vond het daar unheimlich, had geen zin in het nieuwe bestaan dat me werd opgedrongen, en besloot bij mijn vader te gaan wonen.”

 

Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Het reclamebord

Hoe zwijgzamer de mensen zijn
hoe langzamer de tijd verstrijkt

tot er opeens een eenzame man
zit in de gedaante van de stilte.

Schreeuw dan tegen hem, kom hier
idioot dat ding gaat ontploffen.

Een gezicht dat geen gezicht is
maar de trekken ervan, over

een gezicht geplakt tot dat gezicht
z’n gezicht heeft verloren, antwoordt

door alleen niets te zijn
daar waar een man was.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e mei ook mijn blog van 20 mei 2023 en ook mijn blog van 20 mei 2020 en eveneens mijn blog van 20 mei 2019.

Waldtraut Lewin, Alfred Tomlinson

De Duitse schrijfster Waldtraut Lewin werd geboren op 8 januari 1937 in Wernigerode. Zie ook alle tags voor Waldtraut Lewin op dit blog.

Uit: Feuer: Der Luther-Roman

„Unbegreiflich. Unbegreiflich, aus welchem Grund unser allergnädigster Kurfürst Friedrich, den man den Weisen nennt, uns diesen halbtoten Augustinermönch aufgehalst hat. Die Gedanken der Großen dieser Welt sind unerforschlich wie Wolken und Winde. Einen Mann, der wider den Ablasshandel wettert – dabei betreibt unser durchlauchtigster Herr den ja selbst in üppigem Maße. Er nennt eine Unzahl von heiligen Reliquien sein eigen, die gegen ein Entgelt zu betrachten oder gar zu berühren, wie man weiß, bereits viele Jahre Ablass vom Fegefeuer garantiert. Und vom wahren Glauben abzufallen, dazu zeigt der Fürst nicht die geringste Neigung. So wenig wie der ganze thüringische Landstrich. Aber gewiss steckt feinsinnigstes Kalkül dahinter, das kein schlichter Erdenbürger zu erraten ver-mag. Sc’ ist die Meinung jener, die halb verborgen hinter den Fensterbögen des Palas stehen und mit ansehen, wie die Begleiter den seltsamen Gast vom Pferd heben. Dabei geht er in die Knie, und sie müssen ihn beinah tragen, um ihn ins Neben-gebäude zu bringen. Der Mann, dessen Name in aller Mund war! Ein schmächtiges Mönchlein, das kantige Gesicht unter der Kappe, die seine Tonsur verdeckt, vor Erschöpfung wie erloschen. Sie zucken die Achseln, gehen zur Tagesordnung über – die ganze ritterliche Mannschaft, die diese Burg im Norden Thüringens bewacht und eigentlich nichts tut als saufen, fressen, spielen, zur Jagd reiten und dem Herrgott den Tag zu stehlen. Man hatte von diesem angekündigten »Besuche heute etwas Ab-wechslung erwartet. In welcher Weise, wüsste man allerdings nicht zu sagen. Irgendetwas gegen die tägliche Langeweile. Es war allerhöchster Befehl erteilt worden, diesen gebannten Erzketzer auf seiner Heimreise vom Reichstag abzufangen und hierher zu verbringen. Nicht etwa, so wurde ihnen eingeschärft, um die ansehnliche Belohnung zu kassieren, die Kaiser und Reich darauf ausgesetzt hatten, einen Vogelfreien zu greifen und Justitiam zu überliefern, sondern ihn zu verstecken und dabei zu behandeln, als sei er wie einer von Adel. All seine Wünsche seien zu erfüllen, außer, er verlange, sein Domizil oder gar die Burg zu verlassen.“

 

Waldtraut Lewin (8 januari 1937 – 20 mei 2017)

 

De Engelse dichter, vertaler en graficus Alfred Charles Tomlinson werd geboren op 8 januari 1927 in Stoke-on-Trent, Staffordshire. Zie ook alle tags voor Alfred Tomlinson op dit blog.

 

Dialectisch

voor Edoardo Sanguineti

Leven is het verhaal van een lichaam, zeg jij:
het gekuch in de concertzaal is het verhaal
van een lichaam dat zichzelf niet kan bevatten,
en de Waldstein het verhaal van een leven
dat weigert zich te laten vangen
in z’n eigen lichaam, het beschadigde oor
dat z’n gaafheid terugkrijgt in een nageslacht
van noten. Ik strek
mijn verkrampte knieën. Naast elkaar
deze hele reeks van jeukende benen! Zwoegend
om het ritme uit de lucht
aan het lichaam terug te geven en
met de hak de grond steeds in te tikken.
Een gevallen programma verhaalt
van een in zichzelf verdwaald lichaam
dat één en al oor werd – zo’n oor
waarvan alleen de doven
dromen, met z’n reusachtige
boogkanalen en doolhoven, z’n
slakkenhuisje van kraakbeen
dat trilt en beeft en tot de rand gevuld is
met het door de oorschelp doorgegeven verhaal
waarin leven het verbreken is van nu gehoorde
stiltes, het dagelijks
herscheppen van een lichaam
belichaamd met lucht.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

Alfred Charles Tomlinson (8 januari 1927 – 22 August 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e januari ook mijn blog van 8 januari 2025 en ook mijn blog van 8 januari 2019 en ook mijn blog van 8 januari 2017 deel 2.