H.H. ter Balkt, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

Verkeerde raadhuizen

Hartelijk lachend zit je
In de verkeerde raadhuizen
En zachtjes huilend zit je
In de verkeerde raadhuizen

Verkeerde raadhuizen, zijn
Alleen maar verkeerde raad-
Huizen; ook goede raadhuizen
Zijn de verkeerde raadhuizen

Alleen je eigen bleue hals
Draagt het goede raadhuis dat
Misschien het verkeerde maar
Toch het enige raadhuis is

 

Het klavertjevier

Daar staat hij, het klavertjevier,
uit de tent huilt de Diamond Dogs
en ook het kleine klavertje huilt
want geen hond wou hij zijn, nee,
ook niet dat roestige blikje, nee,
van zijn plaatsje wou hij weggaan,

wilde zijn worteltje oppakken en
wandelen naar waar het licht was,
daar waar geen blikjes rammelden en
doodziek roestbruin bloed ophoestten
naar hem, het arme klavertjevier.
‘Ach, kwam ik maar van de Antillen!’

‘Hing ik als wijnrank in een tuin
in Frankrijk! Had ik de Duitse hoed
van de Hanekam, wortels net als de eik!’
Geloof mij, al wat bos en veld stof-
feert met vaak bezongen bladerpracht,
dat snikt soms droef de Internationale mee.

Daar staat hij dan, het klavertjevier.
Op de asfaltweg bromt de bus van 20 u 7.
Ja, de zeven die zal er niet bij zijn;
kom nou! Uit de blauwe tent kwam zij toen,
het meisje, zo mooi dat het groene bloed
van eik en grassen stilstond in de vaten.

In de zoete zomeravond van juni of juli,
jullie marskramers weten wat ik bedoel,
heeft zij vrolijk geplukt t klavertjevier,
het aan haar borst gedrukt, en rennende
naar de halte waar de bus optrok, stof, stof,
terwijl zij niets zag dan t klavertjevier,
stof, stof! rent t klavertje naar de sterren.

 

Dennebos

Het uithangbord van ons gilde
is de onbeschilderde denappel, ei

van de dennen. Ongeverfde negorijen
doemen op waar de denappel uithangt.

t Plaveisel zand, de rede sagen.
Het zand knerst waar de dennen waaien.

 

H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Om een oude dame te wekken

Ouderdom is
een zwerm kleine
tjilpende vogels
scherend
langs kale bomen
boven verijsde sneeuw.
Stijgend en vallend
wordt het ze lastig gemaakt
door een donkere wind –
Maar kijk!
Op harde ruigtehalmen
is de troep neergestreken,
de sneeuw
ligt vol geschilferd
kaf
en de wind wordt getemperd
door een hoop
schril gepiep.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
Zelfportret, 1914

 

Zie voor de schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2020 en eveneens mijn blog van 17 september 2018.

Jenny Colgan, William Carlos Williams

De Schotse schrijfster Jenny Colgan werd geboren op 14 september 1972 in Prestwick, Ayrshire. Zie ook alle tags voor Jenny Colgan op dit blog.

Uit: Boven de wolken (Vertaald door Inge Pieters)

“Mijn overgrootvader, gezagvoerder Ranald Murdo MacIntyre van het City of Aberdeen Auxiliary Squadron 612 van de Royal Air Force, was niet zo groot. De meeste mensen vermoedden dat hij daarom zo’n fel mannetje was.
Hij was wel stevig, met een compact hoofd en een blik die je bijna uitdaagde om tegen hem in te gaan, als je de consequenties tenminste aandurfde. Hij was een van die mannen voor wie de oorlog een geweldige tijd was geweest, een groot avontuur dat zijn smalle kijk op de wereld vanuit een klein stadje aan de Schotse noordkust openbrak.
Hij ging meteen in dienst, bij de luchtmacht, in een tijd dat de levensverwachting voor RAF-jongens een maand of zes was. De eerste keer dat hij opsteeg in een Spitfire was hij meteen verkocht. Hij vloog zonder een spoor van angst alles en iedereen tegemoet bij de verdediging van de Firth of Forth en scheerde vaker dan strikt noodzakelijk gevaarlijk dicht langs zijn aartsvijanden – niet de Luftwaffe, grappig genoeg, maar 602, het Glasgow Auxiliary Squadron, hun rivalen van de westkust.
Vlak voordat zijn zes maanden erop zaten en de statistiek hem te pakken kreeg – niet dat Ranald MacIntyre daar veel mee ophad – zette de RAF hem in Leuchars aan de grond om de volgende lichting op te leiden, en de volgende, een taak die hij uitvoerde met hetzelfde felle enthousiasme waarmee hij het hemelruim had bestormd. En toen de oorlog voorbij was, was de kans dat hij weer aan het werk zou gaan op het keuterboerderijtje van zijn familie definitief verkeken.
Hij vond een vliegtuigje, een Cessna die hij ergens op de kop had getikt – volgens de verhalen zou het heel goed kunnen dat de RAF hem dat ding gegeven had, gewoon om van hem af te zijn, aangezien zijn lessen in suïcidale heldenmoed voor piloten na de oorlog een iets minder populair onderdeel waren dan voorheen – en begon meteen een luchtvaartdienst in de archipel, de majestueuze keten van eilanden die boven de noordkust van Schotland uitwaaiert en die tot dan toe alleen met het vasteland was verbonden via niet al te regelmatige veerpontverbindingen, of vaak gewoon met zeil- en roeibootjes.
De eilanden vonden dat ze het prima in hun eentje redden, dank u hartelijk, en dat ze deze goddeloze, lawaaiige, naar olie stinkende verstoring in hun jaarritme niet nodig hadden, tot ze het steeds handiger begonnen te vinden om een krant in handen te krijgen die maar één dag oud was, of dat ze naar de dokter konden, of zelfs een dagje uit konden plannen in de verleidelijke grote steden Oban en Inverness, met hun flonkerende lichtjes.”

 

Jenny Colgan (Prestwick, 14 september 1972)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Het gedicht

Alles zit hem in
de toon. Een lied.
Zelden een lied. Het moet

een lied zijn – bestaand uit
concrete dingen, wespen,
een gentiaan – iets
directs, een open

schaar, de ogen
van een dame – wakker
centrifugaal, centripetaal

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
In 1938


Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2020 en eveneens mijn blog van 14 september 2018 en ook  mijn blog van 14 september 2017 en ook mijn blog van 14 september 2015.

Tõnu Õnnepalu, William Carlos Williams

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook alle tags voor Tõnu Õnnepalu op dit blog.

Uit: Paradise (Vertaald door Christopher Moseley)

“And by evening, it is sunshine again. And the wind is warm at once. And below the window, one pretty summer tortoiseshell butterfly came to a dandelion flower to warm its wings. With that soft rain, I myself felt bored. And that is good. The fact that I felt it. For it brought to mind all the boredom of the days in paradise. And there was a lot of that.
Yes, but why? Why can’t we start to be satisfied with what we have?
But I am satisfied now. Satisfied that I can be here these seven days. It’s a long time. There’s plenty of time to feel and think.
Yet before, in the rain that was not really falling, I went for a walk along that road that leads from the gate here and which is one of the roads leading out of Paradise.
For there were four of those roads. The crossroads was in front of the gate on the seaward side, and one road went south from there, another went through the yard and the forest gate to the north (but went around the garden), and the other two led east and west.
The eastward road went past the Allika gardens and up to Aafrika and from there went on to the big highway. But before the Russians built the main highway, that was the main road leading out of Paradise. They conveyed those church people I was speaking about along it, the dead were carried off, and boys went yonder into the wide world. And now people used that road by which you left Paradise, by cycle or by car, for it was the most direct road if you were thinking of going onto the highway, into the wider county, and everywhere.
But for going by bus, you took the north road, which led from the forest gate straight to the Paradise bus stop and post-boxes. If you went on an early bus and it was winter, you certainly had to have a torch with you, because the spot where the road sinks from the forest gate into the forest was very dark. For the branches of the old birches had grown over the road, and you couldn’t even see where the road went by a strip of lighter sky, and you could easily end up in the blueberry bushes and heather feeling your way on foot. Further on, though, there was no problem, for there were the pines, and there was always a bright line of road visible between their branches.
“

 

Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Tedere repliek

Dit zijn van die dagen dat ik wil
stoppen met mijn baan om mee te doen
met de oude man die ik eens
op de kade van Villefranche
op slakdolf zag vissen,
met een gevorkte stok,
in het ondiepe water –

Ik weet
wat anders voor je, zei ze, om iets
mee aan te vangen, in de lente,
heel eenvoudig, als je
zou willen. Maar dat wil je zeker
niet, toch?

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
Hier waarschijnlijk met een patiëntje. Williams was kinderarts

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook mijn blog van 13 september 2025 en ook mijn blog van 13 september 2020 en eveneens  mijn blog van 13 september 2018 en ook mijn blog van 13 september 2015 deel 1 en ook deel 2.

David van Reybrouck, William Carlos Williams

De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

Uit: Slagschaduw

“Er staat een bericht op mijn antwoordapparaat als ik binnenkom. Eén bericht. De telefoon knippert traag in de halfdonkere kamer. Ik doe het licht aan, maar er gebeurt niets. De lamp zal gesprongen zijn. Ik zet mijn laptop naast de werktafel en loop met mijn jas nog aan naar de badkamer. Ook daar geen licht. Een kortsluiting ongetwijfeld. Met een lucifer kijk ik in het bezemhok naar het zekeringskastje. Alles ziet er goed uit: de zekeringen staan omhoog, de verliesstroomschakelaar staat op 1. In het nerveuze geflakker van de lucifer ademt alles rust en vertrouwen. Wellicht zit het ergens in de kelder, iets met de hoofdschakelaar, maar daar begin ik niet aan. Of iets in de straat. Een dronkaard die tegen een elektriciteitscabine reed, dat zou ook kunnen. De lucifer dooft vanzelf. Het is maandagavond, de stad ruist in de verte. Door het raam valt de oranje gloed van de hoofdstad. De nacht hier is niet zwart, maar oranje – een donker, desolaat oranje. Een schijnsel dat het duister niet verdrijft, maar erdoor besmet lijkt. In de badkamer haal ik de klamme zwemspullen uit mijn rugzakje. De geur van chloor, de geur van deze ochtend toen ik in het water dook. De badhanddoek gooi ik over het deurtje van de douche. Het zwembrilletje pluk ik uit het bewasemde plastic doosje; het bungelt aan mijn vingers als een kikker. Aan de wastafel spoel ik mijn zwembroek uit. Geen idee of dat nog zin heeft nadat hij een dag opgerold is geweest in mijn vochtige handdoek, maar ik heb ooit geleerd dat je na het zwemmen je zwembroek moet uitspoelen. (Beter voor de rekker, zei mijn vader vroeger, niet dat hij zelf ooit zwom.) Ik zie mijn contouren in de spiegel. Een man die met zijn jas nog aan een zwembroek uitspoelt, niet wetend of dat nog zin heeft. Ik zie hem denken: veel van wat ik uithaal, heeft wellicht nog minder zin. Ik zie de rondingen van zijn schedel, mijn schedel, mijn kaalgeschoren kop. Sinds twee jaar scheer ik me wekelijks en nee, daar is geen specifieke reden voor. Er ging geen caféweddenschap of chemokuur aan vooraf. Soms kan ik naar mijn kop kijken als zag ik hem voor het eerst. Een onvolmaakte bol met glimmende poriën en afgeplatte vlakken. Een windei. De pootjes van mijn bril omspannen mijn gezicht als een nietje. Op mijn slapen kronkelen aders, soms zie ik ze kloppen. Dan denk ik: ze moeten vast een naam hebben. Iets in het Latijn, iets langs, iets dat ik niet ken. Er is zoveel dat ik niet ken.”

 

David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Mussen tussen dorre bladeren

De mussen
bij de ijzeren hekpaal
nauwelijks te zien

door de dorre bladeren
waar ze half
onder schuil gaan –

ze warrelen de bladeren
op – vechten
en tjilpen

schel
zoeken
en

pikken het scherpe
zand voor
een goede vertering

en liefde’s
duistere en onverzadigbare
eetlust

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn blog van 11 september 2021 en ook mijn blog van 11 september 2020 en eveneens mijn blog van 11 september 2018 en ook mijn blog van 11 september 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

C. O. Jellema, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

Familiereünie

Zij voeren vroeger op
met zegelringen, grijze taft.
Voeren elkaar
met vroeger,
peuzelend keuvelend.
Keurig.

De kleverige draad van hun gesprek
vangt de werkster
in haar stofdoek morgen. 

 

Zelfportret

De naam is legio, want wij zijn velen:
wil, wanhoop, woede, wensdroom, twijfel, maar
dat lijf houdt ons als kluwen bij elkaar,
die kop soms dol van ons verward krakelen.

Ons aller hunkering: het ik te delen
van een die anders is, met zichzelf klaar,
die met medusablik gevoelsgevaar
bezweert, vrij met zijn invallen kan spelen.

Trompe-l’oeil van rust, passend gekozen pose
die afstand schept, verheelt waaraan het scheelt:
kwam je maar met jouw wezen in het reine

middels zo’n vleesloos, enig zoonwoord, boze
geesten uitdrijvend in een kudde zwijnen,
je van jezelf verlossend in één beeld.

 

Litanie

De liefde die de dood is,
de liefde die te groot is,
de liefde die te bloot is,
de liefde die in nood is,

de liefde die op straat is,
de liefde die zonder gelaat is,
de liefde die vergaat is
zoals de liefde zaad is,

de liefde die ons lot is,
ach door en door verrot is
en ons alzo ten spot is,
omdat de liefde god is;

en van deze liefde wordt gezegd:
zij is niet opgeblazen –
o ziel, blijf in verbazen,
zo is zij uwe lafenis
tot uw begrafenis,
amen.

 

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)
Portret door Jan Smeltekop, 1996

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Een soort lied

Laat de slang wachten onder
haar groen
en het schrijven
van woorden traag en snel zijn, fel
in het toeslaan, stil in het wachten,
slapeloos.

– om de mensen en de stenen
te verzoenen in de metafoor.
Componeer. (Geen ideeën
dan in dingen) Vind uit!
Steenbreek is mijn bloem, ze splijt
rotsen.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
Portret door Sophie Herxheimer, 2017

 

Zie voor de schrijvers van de 9 september ook mijn blog van 9 september 2020 en eveneens mijn blog van 9 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Rob Waumans, Gottfried Benn

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

Uit: De solist

“Amandine Lucile Aurore Dudevant en haar twee kinderen vertrokken vanuit Parijs, reisden naar het zuiden en stapten bij Lyon op de boot over de Rhóne naar Avignon. Daar namen ze paard en wagen en trokken langs de Middellandse Zee naar Perpignan en door de Pyreneeën de grens over naar Barcelona. Frédéric Chopin reisde niet met zijn geliefde maar vertrok in gezelschap van een vriend naar het zuiden en ging in Port-Vendres aan boord van de oceaanstomer naar Barcelona. Vanuit daar vertrokken ze gezamenlijk, met z’n vieren, met de El Mallorquin naar Palma, waar ze in de tweede week van november arriveerden. Mallorca. Zoals altijd liep alles anders dan hij van tevoren had bedacht. Allereerst zinde het hem niet dat Amandine per se haar kinderen mee wilde nemen. Hoe was het mogelijk om fatsoenlijk te werken als er twee onruststokers om hen heen drentelden? Ze zouden een blok aan hun been worden. Zij wilde werken aan haar nieuwe boek en ook hij was hier niet om vakantie te vieren. Ze kwamen hier allebei met een doel en dat zou alleen maar verder uit zicht raken. Maar Amandine hield voet bij stuk, ze wilde haar kinderen onder geen beding achterlaten. En dus legde hij zich erbij neer, al was het maar omdat hij wist dat hij zonder haar, helemaal alleen, zijn bestemming niet zou bereiken. Hij voelde zich al maanden zwak, hij hoestte veel, en hij had haar hulp nodig. Ook al waren ze geliefden, steeds vaker betrapte hij zich erop dat zijn liefde voor haar vooral bestond uit de behoefte om door haar verzorgd te worden. Frédéric en Amandine namen hun intrek in een appartement aan de Carrer de la Mar, dicht bij de zee, in het drukke centrum maar ook praktisch naast het koninklijk paleis van La Almudaina, terwijl ze naar een permanente woning zochten. Een week nadat ze op Mallorca waren gearriveerd, betrokken ze een vrijstaand huis even buiten Palma. Daar wachtte Chopin op zijn half-vleugel. De transporteurs in Parijs hadden hem hooguit twee weken reistijd beloofd, de piano werd verscheept vanaf Marseille, maar die twee weken waren al ruimschoots verstreken en nog steeds was hij verstoken van zijn instrument. Chopin huurde een eenvoudige piano, om de dreunende inspiratie die zich in zijn lichaam een weg naar buiten probeerde te banen, de ruimte te geven. Hij hoorde de zon en de droogte van de zomer in het instrument terug.”

 

Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

Dag die de zomer besluit

Dag die de zomer besluit,
het hart ontving het teken wel:
de vlammen hebben zich geuit,
de stromen en het spel.

De beelden worden matter,
onttrekken zich aan de tijd,
wat weerspiegeld nog door water,
maar ook dat water is wijd.

Je hebt een slag ervaren,
draagt de aanval nog, het op de vlucht slaan,
terwijl de meuten, de scharen,
de troepen verder gaan.

Rozen en wapenspanners,
pijlen en vlammen wijd -:
de tekens zinken, de standers -:
onherroepelijkheid.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

Gottfried Benn (2 mei 1886 – 7 juli 1956)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2022 en ook mijn blog van 2 mei 2021 en ook mijn blog van 2 mei 2018 en ook mijn blog van 2 mei 2017 en ook mijn blog van 2 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Hanz Mirck, Johannes Bobrowski, Gerard Reve

De Nederlandse dichter Hanz Mirck werd geboren op 8 april 1970 te Zutphen. Zie ook alle tags voor Hanz Mirck op dit blog.

 

Ik mag ook eens wat

Een nieuwe, oude tafel heeft ze
zegt ze. Wil ik niet komen kijken?
Vanwaar en sinds wanneer dit idee
dat ik me zozeer voor tafels interesseer?
Sinds ze het vroeg gaan mijn gedachten
er wel vaker naar uit. Is de hare rond
of juist vierkant, ovaal, ingelegd,
gepolitoerd? Met vier of zes poten,
lange elegante, met een knikje halfweg?
Met ballen? Eén heel dikke poot?
En: wat wil ze van dergelijke poten,
zo’n tafel van mij? Zou mooi vinden
voldoende zijn? Zou de tafel het houden?

 

Cruisin’ with the low riders

Koop nooit een auto in Apeldoorn
was het eerste wat ze me zeiden
toen ik hier kwam wonen, zeker niet
als van een oud dametje geweest, altijd

binnen gestaan, cash aftikken
Een echte auto koop je niet, die verwerf je
om voor één dag koning te zijn,
door de stad te zweven

Dat is waarom deze stad van zeven dorpen
een koninkrijk in het klein is,
een contactsleutel in haar blazoen draagt

En op één dag in het jaar
is het land van de koning
maar de koning is die dag van ons

 

Hogere wiskunde

Samendoen met één gebed aan tafel
– met mijn moeder

Je mag niet zien dat ik kijk
Ik zie dat je kijkt

Zou je me helpen of tegenwerken?
Zou ik me aan je moeten meten?

Samen zouden we onze onvoldoendes voor wiskunde
tot ver achter de komma kunnen berekenen

Als je samen iemand mist
is dat dan minder erg?

Bij elkaar opgeteld is de uitkomst nul
Wiskunde is bijna onbegrijpelijk

Hoe ver is iemand die niet kwam?

 

Hanz Mirck (Zutphen, 8 april 1970)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Dorp

Het uitheemse nog
als pauken, ver.
Ik volg een weg.
Onder de veldberk in de open lucht
de herder, in het bladergeruis, regengeluid
van een wolk. Tegen de avond
een lied van lange tonen,
een stil geroep
bij de struiken.

Dorp, tussen moeras en de stroom,
rauw, het kraaienlicht van je
vroege winters, om de elzen heen
de weg, overwoekerd, de hutten,
zwak, door de turfrook
gekleurd en regen, jij
mijn eindeloos licht,
mijn glansloos licht,
op de randen van mijn leven
geschreven, oud jij:

figuur van de jager, toverend,
dierhoofdig,
geschilderd in de ijzige
krocht, in de rots.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Herinnering aan Gerard Reve

Vandaag is het precies 20 jaar geleden dat de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve overleed. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

 

Leve onze marine

Per trein op weg naar huis, zoek ik vergetelheid in bier,
maar kan, wat komen moet, niet meer bezweren:
reeds na twee haltes stapt hij in, tenger matroos,
met stoute billen,
verlegen en brutaal. Met oortjes. Donkerblond.
Wanneer ik ooit nog rijk word gaat hij elke dag
met mij de stad in om van mij te drinken wat hij wil:
‘dit is mijn bloed’.
En elke mooie hoer die hij wil hebben wordt door mij betaald:
‘dit is mijn lijf’.
Ik zou zo graag erbij zijn, schat, maar niet als jij je schaamt:
dan hoeft het niet, en zal ik je nooit zien,
verborgen naakt in trui en broek, verheven ruiter,
aanbeden Dier, lief Broertje van me.

 

Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e april ook mijn blog van 8 april 2020 en eveneens mijn blog van 8 april 2019 en ook mijn blog van 8 april 2018 deel 2.