Hanz Mirck, Johannes Bobrowski, Gerard Reve

De Nederlandse dichter Hanz Mirck werd geboren op 8 april 1970 te Zutphen. Zie ook alle tags voor Hanz Mirck op dit blog.

 

Ik mag ook eens wat

Een nieuwe, oude tafel heeft ze
zegt ze. Wil ik niet komen kijken?
Vanwaar en sinds wanneer dit idee
dat ik me zozeer voor tafels interesseer?
Sinds ze het vroeg gaan mijn gedachten
er wel vaker naar uit. Is de hare rond
of juist vierkant, ovaal, ingelegd,
gepolitoerd? Met vier of zes poten,
lange elegante, met een knikje halfweg?
Met ballen? Eén heel dikke poot?
En: wat wil ze van dergelijke poten,
zo’n tafel van mij? Zou mooi vinden
voldoende zijn? Zou de tafel het houden?

 

Cruisin’ with the low riders

Koop nooit een auto in Apeldoorn
was het eerste wat ze me zeiden
toen ik hier kwam wonen, zeker niet
als van een oud dametje geweest, altijd

binnen gestaan, cash aftikken
Een echte auto koop je niet, die verwerf je
om voor één dag koning te zijn,
door de stad te zweven

Dat is waarom deze stad van zeven dorpen
een koninkrijk in het klein is,
een contactsleutel in haar blazoen draagt

En op één dag in het jaar
is het land van de koning
maar de koning is die dag van ons

 

Hogere wiskunde

Samendoen met één gebed aan tafel
– met mijn moeder

Je mag niet zien dat ik kijk
Ik zie dat je kijkt

Zou je me helpen of tegenwerken?
Zou ik me aan je moeten meten?

Samen zouden we onze onvoldoendes voor wiskunde
tot ver achter de komma kunnen berekenen

Als je samen iemand mist
is dat dan minder erg?

Bij elkaar opgeteld is de uitkomst nul
Wiskunde is bijna onbegrijpelijk

Hoe ver is iemand die niet kwam?

 

Hanz Mirck (Zutphen, 8 april 1970)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Dorp

Het uitheemse nog
als pauken, ver.
Ik volg een weg.
Onder de veldberk in de open lucht
de herder, in het bladergeruis, regengeluid
van een wolk. Tegen de avond
een lied van lange tonen,
een stil geroep
bij de struiken.

Dorp, tussen moeras en de stroom,
rauw, het kraaienlicht van je
vroege winters, om de elzen heen
de weg, overwoekerd, de hutten,
zwak, door de turfrook
gekleurd en regen, jij
mijn eindeloos licht,
mijn glansloos licht,
op de randen van mijn leven
geschreven, oud jij:

figuur van de jager, toverend,
dierhoofdig,
geschilderd in de ijzige
krocht, in de rots.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Herinnering aan Gerard Reve

Vandaag is het precies 20 jaar geleden dat de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve overleed. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

 

Leve onze marine

Per trein op weg naar huis, zoek ik vergetelheid in bier,
maar kan, wat komen moet, niet meer bezweren:
reeds na twee haltes stapt hij in, tenger matroos,
met stoute billen,
verlegen en brutaal. Met oortjes. Donkerblond.
Wanneer ik ooit nog rijk word gaat hij elke dag
met mij de stad in om van mij te drinken wat hij wil:
‘dit is mijn bloed’.
En elke mooie hoer die hij wil hebben wordt door mij betaald:
‘dit is mijn lijf’.
Ik zou zo graag erbij zijn, schat, maar niet als jij je schaamt:
dan hoeft het niet, en zal ik je nooit zien,
verborgen naakt in trui en broek, verheven ruiter,
aanbeden Dier, lief Broertje van me.

 

Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e april ook mijn blog van 8 april 2020 en eveneens mijn blog van 8 april 2019 en ook mijn blog van 8 april 2018 deel 2.

Advent (Karl Gerok), Gerard Reve, Paul Eluard

 

 

“Neudorf im Advent (Erzgebirge)” door Dieter Jacob, 2009

 

Advent

Offenb. 3, 20.
Siehe, ich stehe vor der Tür und
klopfe an.

Ich klopfe an zum heiligen Advent
Und stehe vor der Tür!
O selig, wer des Hirten Stimme kennt,
Und eilt und öffnet mir.
Ich werde Nachtmahl mit ihm halten,
Ihm Gnade spenden, Licht entfalten,
Der ganze Himmel wird ihm aufgetan,
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, da draußen ists so kalt
In dieser Winterszeit;
Von Eise starrt der finstre Tannenwald,
Die Welt ist eingeschneit,
Auch Menschenherzen sind gefroren,
Ich stehe vor der verschlossnen Toren,
Wo ist ein Herz, den Heiland zu empfahn?
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, sähst du mir nur einmal
Ins treue Angesicht,
Den Dornenkranz, der Nägel blutig Mahl, —
O du verwärst mich nicht!
Ich trug um dich so heiß Verlangen,
Ich bin so lang dich suchen gangen,
Vom Kreuze her komm ich die blut’ge Bahn:
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, der Abend ist so traut,
So stille nah und fern,
Die Erde schläft, vom klaren Himmel schaut
Der lichte Abendstern;
In solchen heilgen Dämmerstunden
Hat manches Herz mich schon gefunden;
O denk, wie Nikodemus einst getan:
Ich klopfe an!

Ich klopfe an und bringe nichts als Heil
Und Segen für und für,
Zachäus ‘ Glück, Marias gutes Teil
Bescheert‘ ich gern auch dir,
Wie ich den Jüngern einst beschieden
In finstrer Nacht den süßen Frieden,
So möchte‘ ich dir mit holdem Gruße nahn;
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, bist, Seele du, zu Haus,
Wenn dein Geliebter pocht?
Blüht mir im Krug ein frischer Blumenstrauß,
Brennt deines Glaubens Docht?
Weißt du, wie man den Freund bewirtet?
Bist du geschürzet und gegürtet?
Bist du bereit mich bräutlich zu umsahn?
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, klopft dir dein Herze mit
Bei meiner Stimme Ton?
Schreckt dich der treusten Mutterliebe Tritt
Wie fernen Donners Drohn?
O hör‘ auch deines Herzens Pochen,
In deiner Brust hat Gott gesprochen:
Wach‘ auf, der Morgen graut, bald kräht der Hahn,
Ich klopfe an.

Ich klopfe an; spricht nicht: es ist der Wind,
Er rauscht im dürren Laub; —
Dein Heiland ists, dein Herr, dein Gott, mein Kind,
O stelle dich nicht taub;
Jetzt komm‘ ich noch im sanften Sausen,
Doch bald vielleicht im Sturmesbrausen,
O glaub‘, es ist kein eitler Kinderwahn:
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, jetzt bin ich noch dein Gast
Und steh vor deiner Tür,
Einst, Seele, wenn du hier kein Haus mehr hast,
Dann klopfest du bei mir;
Wer hier getan nach meinem Worte,
Denn öffn‘ ich dort die Friedenspforte,
Wer mich verstieß, dem wird nicht aufgetan;
Ich klopfe an.

 

Karl Gerok (30 januari 1815 – 14 januari 1890)
Advent in Vaihingen an der Enz, de geboorteplaats van Karl Gerok

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

Uit: Brief uit Berlijn

“Berlijn-Zehlendorf, Paaszondag 1962. Naarmate de trein de grens van Oost-Duitsland – waar men, zoals bekend, doorheen moet reizen om West-Berlijn te bereiken – nadert, groeit er, met mijn nieuwsgierigheid over wat ik te zien zal krijgen, ook een zonderlinge hoop: de hoop, dat alles zich veel betrekkelijker en veel minder ernstig zal laten aanzien, en dat de voorstelling die ik uit de berichtgeving van vele jaren heb opgebouwd, veel meer een projektie van mijn eigen, dikwijls zeer absoluut gestelde problematiek zal blijken te zijn, dan een met de werkelijkheid vergelijkbaar beeld.
Men kent de voorstelling van de Duitse Bondsrepubliek zoals die wordt gekoesterd door de mensen voor wie de in de bezetting ondergane verschrikking een levenvullende tijdloosheid heeft gekregen; een voorstelling waaraan ook, vooral uit gemakzucht, wordt vastgehouden door mensen die politiek nooit volwassen willen worden; een voorstelling die haar voortbestaan in veel grotere mate aan de communistiese propaganda dankt dan men in het algemeen wel vermoedt. Volgens deze voorstelling is de Westduitse democratie een schijndemocratie, waarin de nazi’s en het grootkapitaal bezig zijn een nieuwe autoritaire Duitse staat naar een nieuwe veroveringsoorlog te voeren. De kracht van deze voorstelling berust in niet geringe mate op het ontbreken van een redelijke hoeveelheid feitelijk bewijsmateriaal: materiaal dat er niet is, kan men immers niet aanvechten. In werkelijkheid wordt slechts een handvol voorvallen gebruikt om de al van te voren axiomaties aangenomen agressiviteit van West-Duitsland te illustreren. Feiten zoals de nog nooit in de Duitse geschiedenis vertoonde impopulariteit van de Westduitse dienstplicht – waarvoor iedereen zich probeert te drukken – en de verbijsterend geringe percentages stemmen, die neo-, semi-nazistiese of andere ultra-rechtse groeperingen, voordat ze bij de wet werden verboden, bij verkiezingen behaalden zelfs in die deelstaten, die indertijd de typiese voedingsbodem waren van het nationaal-socialisme – die feiten zeggen de politieke dommelaar niets. Voor het handhaven van zijn op onvruchtbare moffenhaat steunende visie heeft hij slechts een paar berichten per jaar over geschonden Joodse begraafplaatsen, op muren geschilderde hakenkruisen of over de ontmaskering van een op een verantwoordelijke post gekomen oorlogsmisdadiger nodig.”

 

Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)
Reve met Woelrat en kat op schoot

 

De Franse dichter en schrijver Paul Eluard werd geboren op 14 december 1895 in Saint Denis. Zie ook alle tags voor Paul Eluard op dit blog.

 

Ik houd van je

Ik houd van je om alle vrouwen
Die ik niet heb gekend
Ik houd van je om alle tijden
Dat ik niet heb geleefd
Om de geur van het ruime sop
En de geur van warm brood
Om de sneeuw die smelt
Om de eerste bloemen
Om de zuivere dieren
Die de mens niet verschrikt
Ik houd van je om lief te hebben
Ik houd van je om alle vrouwen
Die ik niet liefheb

Wie anders spiegelt mij dan jij zelf
Ik zie ik mij amper
Zonder jou zie ik enkel
Een verlaten vlakte
Tussen vroeger en vandaag
Waren al die doden
Waar ik doorheen
Loop op stro
Ik kon geen gat boren
In de muur van mijn spiegel
Ik moest het leven leren
Woord voor woord
Zoals men vergeet

Ik houd van je om jouw wijsheid
Die niet van mij is
Om de gezondheid houd ik
Van je ondanks alles dat enkel illusie is
Om het onsterfelijke hart
Dat ik niet beheer
Je meent twijfel te zijn
En je bent slechts rede
Je bent de grote zon
Die mij naar het hoofd stijgt
Als ik zeker ben van mezelf
Als ik zeker ben van mezelf.

 

Vertaald door Theo Festen

 

Paul Eluard (14 december 1895 – 18 november 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e december ook mijn blog van 14 december 2021 en ook mijn blog van 14 december 2018 en ook mijn blog van 14 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.