Moeder (Johan Daisne), J. C. Bloem, Jayne Cortez

 

 

Portrait of the Artist’s Mother door Hilda Carline, 1929

 

MOEDER

Ik wil van jou niet zingen als van de grijze,
de gebogene, de weer klein gewordene, die gaat
met aarzeling, maar gáát, in de treurige wijzen
van dichteres met handen voor hun rouw-gelaat;
ik wil van jou geen beelden als deze bewaren
die, sommige dagen, in elk leven geweest zijn,
geen beelden van wee-dagen, geen gestalten van zware,
onhandig dwaze stonden van schuld en van pijn;
ik wil je noemen, overtekenen, houden
in ’n stel zingende regelen, geen gedicht als de oude,
maar ongebonden eenvoudig,
en tóch lied – van en voor jou – direct lied van het Licht!

 

Johan Daisne (2 september 1912 – 9 augustus 1978)
Sint Baafskathedraal in Gent, de geboorteplaats van Johan Daisne

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

Hemelen

O hart eens als de korte zomernachten,
Waarin de dag, die naar de dooden gaat,
Verlangende op den komenden blijft wachten,
En ’t licht den hemel nooit geheel verlaat.

Maar dat een late najaarslucht nu slacht,
Met sterrenschijn door mist’ge wolkenlagen,
Om het gedoofde en het gedempte en ’t zacht
Befloerste stralen tusschen korte dagen.

 

Uitzicht

Gij waart een kind, dat nachten wakker lag,
Een knaap, die ziek ging aan zijn eerste droomen,
Een jongeling, wiens drang was: elken dag
Gloeien als vuur en als wild water stroomen.

En nu? Een man staart zonder woord en zucht
Naar ’t hooploos uitzicht van zijn laatre dagen:
Een kersen zon, die smelt – een najaarslucht –
Een middagzee, die in den mist vervagen.

 

Een man

Een rood raam aan een oude gracht,
Een deur, die open schrijnt,
Een man, die even wacht
Eer hij in den nacht verdwijnt.

De sleetsche rug was krom
Gebogen onder den smaad,
Toen wendde hij zich om
Naar de geul van een gore straat.

In het duister, dat hem omving,
Ging hij teloor als een huis,
Hij werd minder dan een ding,
Hij verging als een geruisch.

Het hart is maar een vod,
Het wordt nog niet eens verkwist;
Vanzelf verwordt het tot
Bezit van een grijzen mist.

 

J. C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)

 

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

Onuitwisbaar

Luister, ik heb een klacht
Mijn lippen zitten vol
vingerafdrukken
Slapeloosheid teistert me
De mate van isolatie
is zo groot dat mijn schildklier eronder lijdt
en ik wil niet verdwijnen
Kun je me helpen?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jayne Cortez (10 mei 1936 – 28 december 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 10 mei 2020 en eveneens mijn blog van 10 mei 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Almudena Grandes, Volker Braun, Laura Accerboni

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Zie ook alle tags voor Almudena Grandes op dit blog.

Uit: Tussenstations (Vertaald door Trijne Vermunt)

“Mijn vader zegt dat ik hem nooit zal vergeten, en ik hoop dat dat klopt, want … Oké, daar kan ik beter niet aan denken. Maar mijn broer was echt een toffe gozer. Nee, niet de beste, alhoewel … Mon doet wel alsof, maar die is ook geen heilig boontje … Niemand was de beste, maar Ramón  was wel een topvent, echt waar … Gierig als de neten, maar hij verlinkte nooit iemand. Hij had een heleboel vrienden. Hij had slechtere cijfers dan ik, omdat hij zo lui was, maar hij had wel heel veel sjans … echt niet normaal, als geen ander, eerlijk waar. In zeventien jaar heeft hij vier vriendinnen gehad, en met de laatste twee heeft ie van alles gedaan, dat weet ik omdat hij het vertelde, en Ramón was geen opschepper, volgens mij niet tenminste … En als hij wel blufte maakt het me ook niet uit. Hij had in elk geval meer sjans dan ik, want bij mij is het armoe troef… Ik weet trouwens wel zeker dat het waar was, want hij wist hartstikke veel over meisjes, waar ze geil van werden, hoe je merkte dat je niet verder mocht gaan, dat soort dingen, en dat had hij echt niet uit een boek, want Ramón had een bloedhekel aan lezen … Maar ja, hij had natuurlijk ook geen bril … En hij was ook minstens twintig centimeter langer dan ik, maar hij was ook twee jaar ouder, dus dat telt niet … En die bril blijf ik ook echt niet eeuwig dragen, het kan me verdomme niet schelen wat mijn ouwelui zeggen, zodra ik ga werken neem ik lenzen, blauwe, en dan zullen we weleens zien, let maar op … Je pakt het verkeerd aan, Rafa, zei hij, je moet beginnen met een lelijke, de lelijke zijn makkelijker, minder concurrentie, snap je? Rot op, neem zelf een lelijke, zei ik dan, want hij had altijd superlekkere wijven. Daar was ik wel een beetje jaloers op, dat geef ik toe, maar verder konden we heel goed met elkaar opschieten. Ik hield heel veel van hem. Ik bewonderde hem. Ik wilde op hem lijken. Kikker zegt dat dat altijd zo is met oudere broers, dat dat normaal is. Of dat waar is weet ik niet, maar als hij zich opsloot in de badkamer en schreeuwde dat ik hem met rust moest laten, dat ik moest oprotten. dat hij geen honing aan zijn reet had, nou … dan begreep ik dat soms ook wel. Het enige wat ik hem niet kon vergeven was dat hij me ‘kabouter’ noemde waar zijn vrienden bij waren. En zelfs dat vergaf ik hem uiteindelijk … lk mis hem. Echt waar, heel erg. Maar goed dat ik Kikker nog heb. En Mon. En Atleti. Ook al spelen we kut, want de derde zit eraan te komen, ik zie het gebeuren, naar de wedstrijd kan me nu toch niet meer schelen. Aan jou heb je niets, dat bewijs je hier alleen maar mee … Zie je wel? Jezus, hoe kon ik ook denken dat … Dat bedoel ik maar.”

 

Almudena Grandes ( 7 mei 1960 – 27 november 2021)

 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook alle tags voor Volker Braun op dit blog.

 

Het eigendom

 Ik ben er nog: mijn land gaat westwaarts reizen.
WEG MET DE HUTTEN, LEVE DE PALEIZEN.
Ik was het zelf die het heeft weggetrapt.
Mijn land verlaagt zich in zijn voddenkleren.
Na winter volgt een zomer vol begeren.
En mijn bestaan wordt aan de laars gelapt.
Geen mens die mijn geschriften nu nog snapt.
Wat ik nog nooit bezat, wordt mij ontnomen.
Het nooit geleefde moet ik eeuwig dromen.
Op weg zijn we voor valse hoop gevallen,
’t Is mijn bezit dat jullie uit gaan stallen.
Klinkt ooit nog mijn van mij als van ons allen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

De Italiaanse dichteres Laura Accerboni werd op 7 mei 1985 geboren in Genua. Zie ook alle tags voor Laura Accerboni op dit blog.

 

Mijn nieuwe glimlach

Mijn nieuwe glimlach
zet ik enkel op
als ik uitga.
Het zou zonde zijn
mocht die bederven.
Ik schitter trouwens méér
wanneer het geen gewoonte wordt,
ik bestijg alle tronen
en wijs de zwakkeren
de weg.
Ik heb daarbij tien kinderen
en een klein hondje
om mee uit wandelen te gaan.
En toch dans ik thuis voor jou
terwijl je eet
en laat je de koopjes zien
terwijl je slaapt
en ik schitter
in je hoofd,
ik schitter
ademloos.

 

Vertaald door Frans Denissen en Hilda Schraa

 

Laura Accerboni (Genua, 7 mei 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn blog van 7 mei 2020 en eveneens mijn blog van 7 mei 2019 en ook mijn blog van 7 mei 2018 en ook mijn blog van 7 mei 2017 deel 2.

Hélène Gelèns, Erich Fried

De Nederlandse dichteres Hélène Gelèns werd geboren in Bergschenhoek op 6 mei 1967. Zie ook alle tags voor Hélène Gelèns op dit blog.

 

willekeur

stip! het maakt niet uit waar niet wanneer hoe
geconcentreerd, stip! als je maar niet spiekt

je neemt een pen, een leeg vel papier
sluit de ogen, stip in het wilde weg
het vel vol stipstipstipstip flink doorstippen

leg de pen neer na een minuut of twee
open je ogen en zie: veel stippen
met staarten! haha geen probleem

trek een cirkel, het maakt niet uit hoe wanneer
waar op het vel, tel netjes binnen de lijn
elke stip elke aanzet van een staart

proficiat, je nam zojuist een steekproef!
(hoe groter je cirkel hoe beter de proef
de gemiddelde stippendichtheid nadert)

 

mis

er ging iets mis het is niets het ging
niet meer mis dan elders het gaat
overal weleens mis overal is wel iets

die zinnen smaken naar ijzer
ik kan ze niet herhalen

ik probeer het schrijvend: er ging iets mis
het is niets het ging niet meer, maar
het golft, de woorden beginnen te golven

de woorden golven meer en meer, kijk
nu golft het al meren – wat een ruimte opeens
ergens kwinkeleert een merel: dit hier! dit nu!

ver kijk ik uit over zilverblauw rimpelend water en zing na:
dit hier! dit nu! dittehier dittenu! dit hier nu dit nu nu
dittedit! – dan is daar krullach: gaan we zwemmen?

raak!

 

marsmanvariaties I

vlam in mij, jaag, laai op!
hart in mij, oefen geduld
verdriedubbel vertrouwen
vogel in mij, hup, wiek op
uit vruchtdragende takken!
laat de durf niet varen
je vaart niet luwen
glijvlucht en hulde zijn fijn
maar veel weidser het speelruim

 

Hélène Gelèns (Bergschenhoek, 6 mei 1967)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

Logisch

Het kan toch niet zo zijn
dat de Amerikanen
onnodig
Vietnamese kinderen verbranden

Het kan toch niet zo zijn
dat de Amerikanen maarschalk Kiev steunen
als hij echt een schurk is

Ze steunen hem wel degelijk
dus zo slecht kan hij niet zijn
en wat hij zegt
kan niet zo verkeerd zijn

Hij zegt echt dat zijn rolmodel Adolf Hitler is
dus zo erg kan het niet zijn
als je Hitler als rolmodel neemt

Maar Hitler verbrandde ook kinderen
en niet in Vietnam, maar dichter bij huis
Dus waarom raken mensen van streek
als de Amerikanen dit doen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn blog van 6 mei 2020 en eveneens mijn blog van 6 mei 2019 en ook mijn blog van 6 mei 2018 deel 3 en eveneens deel 4.

Alexander Osang, Ulla Hahn

De Duitse schrijver en journalist Alexander Osang werd geboren op 30 april 1962 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Osang op dit blog.

Uit: Fast hell

Ich kannte Uwe aus New York, obwohl er eigentlich aus Ostberlin kam wie ich. Ich weiß nicht mehr genau, wann ich ihn zum ersten Mal sah, wahrscheinlich Anfang der Zweitausender auf einer Party bei Solveigh, die aus der Nähe von Dresden stammte, aber seit über dreißig Jahren in Brooklyn lebte. Ich hatte eine kleine ostdeutsche Gemeinde in New York Meine Frau natürlich, die in Berlin-Lichtenberg groß wurde, Solveigh, die kurz vor dem Mauerfall einen New Yorker Juden heiratete, der seine Sommerferien im Sozialismus verbracht hatte, Sabine, die aus einem Dorf bei Erfurt kam und Ende der Achtziger ausgereist war, ihren Freund Bert, der nach einem Fluchtversuch aus Ostberliner Haft freigekauft worden war, Kathleen aus Gera, die ein Jahr in unserem verrumpelten Büro arbeitete, obwohl sie aussah wie ein Filmstar, ein junges Thüringer Ärztepaar, das irgendwann nach New Mexico weiterzog, später dann auch Else, die eigentlich Sabine hieß, aus Eilenburg kam und einem Mönch in einen Tempel nach Manhattan gefolgt war. Uwe gehörte dazu. Keine Ahnung, wovor der weggelaufen, wem der gefolgt war. Er trat mir aus dem Gewirr der Riesenstadt entgegen. Er war schwul, glatzköpfig und besaß ein Haus in Spanish Harlem, das er in einer Art Stadtlotterie gewonnen hatte. Die Sommer verbrachte er auf Fire Island, wo auch wir ein Ferienhaus gemietet hatten. Er bewohnte mit zwei pensionierten Tänzern des Bolschoi-Balletts einen Bungalow in Cherry Grove, dem gay village der Insel. Unser Haus stand in Oakleyville, wo niemand war, außer uns, einem verschrobenen Verwalter namens Sam, der einst Affären mit Yoko Ono und Greta Garbo gehabt haben soll, sowie einem einheimischen Messie namens Chuck, der den Klimawandel anzweifelte, obwohl seine Insel langsam aber sicher im Atlantischen Ozean versank. Einmal im Sommer liefen wir durch die Hitze am Strand entlang und besuchten Uwe in Cherry Grove, wo er auf einer Terrasse im Schatten saß und schon auf uns zu warten schien. Wenn ich dort ankam, fühlte ich mich, als sei ich nur kurz weg gewesen. Uwe gehörte zu den Menschen, in deren Gegenwart ich sofort anfing zu berlinern. Ich habe nie einen Mann an Uwes Seite gesehen. Ich kannte nur Geschichten von seinen Partnern. Sie klangen meist tragisch.“

 

Alexander Osang (Berlijn, 30 april 1962)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

 

Bewijssituatie

Had jij, had ik, zouden wij
in het kielzog van het vacuüm steeds meer
op leeftijd gekomen zijn
geloof verzet misschien bergen
maar nooit een conjunctief
Niet eens een foto
van alle hoop
al het geduld

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2025 en ook mijn blog van 30 april 2020 en eveneens mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Robert Anker, Edwin Morgan

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

Vergeetkist

Ik vond in de beroemde boekenkist op zolder
Een telefoonboek waar jouw naam nog in stond
Snel dichtgeklapt maar zoals de snelle stofjes
Die ontsnapten aan het zonlicht zo kolkten
Mijn gedachten om je stralende naam en om
Je gapende gestalte waar die zijn kon
In de tijd en natuurlijk heb ik toch nog
Snel je nummer ingetoetst en een kind nam op
En of het door dat kind kwam dat ik plotseling

Trok ik uit dezelfde boekenkist te voorschijn
Het busboekje van toen mijn moeder nog haar tijd
Geheel bewonen moest en die ze moest bereizen
Met de bus die langs dorpsweg en binnendijk
Trillen doverhellend stoppend voor een geit
Leer en dieselolie hoofdpijn verspreidend –
O al die tijden en daartussen al die lijnen
Alles wat beschreven was en dan verdwijnt

 

De zon daalt, wij hebben ons verinnerlijkt in ons bootje

De zon daalt, wij hebben ons verinnerlijkt in ons bootje
en varen zoet vereenzaamd in een landschap
waarbij ik roei en jij met elegante handslag het water
in het water schept opdat wij zinkende niet zinken
in het water waar zo pas zie ik omkijkend land was
en ver voor mij op de kant was de kindertijd en wuift nog
o god wat hou ik toch van de knieën uit je rok!

 

Heimwee naar Carmiggelt

De man zat met moe haar
op een bank in de herfs
zei hij dof
zei hij eenvoudig.
Ik ben niet ostentatief ongelukkig
ik draag mijn zelfspot
als een zijden harnas
riep hij
hield hij vol.
Ach je knoeit wat je rommelt wat
en je hebt je rust
je levensavond.
Anna heette ze wist ik nu
gehuld in een mooie gave neurose
een fineer van droefenis over haar stem
een lichtbruin korstje op haar stem
bloemen gezellig
voor als je ontevreden bent
of sad.
Ik op een paaltje? Ik was lid van het Concertgebouw
nu rielèks ik rielèksen daar gaat het om
dat wel natuurlijk
zei de kastelein laf
een wat schemerige man
een heerachtige verschijning
een losse jongen
men schreef een goudbruine namiddag
in december.
Daarom heeft die verongelijkte uitdrukking
zich metterwoon op mijn gezicht gevestigd
zei hij filosofisch
heeft u ooit intensief samengehangen
met schertsartikelen
vroeg hij getoucheerd
vroeg hij vriendelijk verweesd
nee maar dat vind ik nou leuk
sprak de kastelein moedeloos
en loosde onafgebroken
levensbloesem.

 

Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook alle tags voor Edwin Morgan op dit blog.

 

Een kleine catechismus van de demon

Wat is een demon? Bestudeer mijn leven.
Wat is een berg? Ga er nu op uit.
Wat is vuur? Het is voor eeuwig.
Wat is mijn leven? Een val, een roep.
Wat is de diepte? Ga er nu op uit.
Wat is donder? Jouw kracht neemt af.
Wat is de film? Hij draait, hij vertelt.
Wat is de film? Onder de watervallen.
Waar is het theater? Onder de heuvel.
Waar is de demon? Hij wandelt over de heuvels.
Waar is de overwinning? Op de hoge toppen.
Waar is het vuur? Ver in de diepte.
Waar is de diepte? Bestudeer de demon.
Waar is de berg? Ga er nu op uit.
Bestudeer mijn leven en ga er nu op uit.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Edwin Morgan (27 april 1920 – 19 augustus 2010)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april verder ook mijn blog van 27 april 2024 en ook mijn blog van 27 april 2020 en eveneens mijn blog van 27 april 2018 en ook mijn blog van 27 april 2016 en mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Carl Christian Elze

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

 

fötotomische ballade

das fault sich schnell im mutterleib & aast dahin, das kalb
verdreht, blockiert. des muttertiers ziegelrote augenschlitze.
ein guter mann pflanzt seine faust ins fleisch, setzt kalt

die säge an & sägt dem milchvieh durch die aufgeschäumte ritze
die leibfrucht klein: ein vorderbein & noch ein bein & noch
– dem guten mann steckt in der hirnhaut eine mörderhitze –

ein letztes bein! in scheiben heckt der rumpf durchs loch!
die färse presst die fehlgeburt, als wär sie nicht in stücken!
der gute mann am kettenglied, zieht – jede schläfe pocht –

den kopf wie einen stöpsel raus: aufgetürmter rücken
die wirbel: messerstecherei, das fleckvieh stöhnt entschimmelt.
in der wanne liegt nun alles, stirn an steiß, die fliegen zücken

das geschlecht: gebrumme. auf den puzzleteilen: gewimmel.
ein lichtstrahl fällt ins zink & wirft sich dort aufs rot & schwarz.
die mutter glotzt, im fleisch verschnürt, in eine pfütze himmel.

der gute mann befiehlt: „das aus dem blick geschafft!“

 

anatolische stunde

er hatte die hellblauen augen auf mir
ich vergaß, wer ich war & aß wie sein hund
versunken in brot, trunken vor butter.

wir sprachen ein deutsch hinterm haus
an den hängen, gebrochene sätze von städten
da wo man federn lässt & kinder.

wir gingen rauchend, die jacken voll nüsse
zwischen den bäumen die blicke der kühe sanft
sämig ihren geschmack noch am gaumen.

wir kamen auf feinde zu sprechen, verwundete
stellen im feld, sein gesicht wie ein stein, denn nachts
steigt das wild aus den zedern & scharrt.

wir tranken den cocktail in die körper wie schlaf
wir schliefen am tisch langsam ein, nur der hund
blieb breitköpfig schwer auf den beinen.

 

lied

& ziehe & ziehe immer am zimmer, am kopf
im spiegel, wie hässlich das wird, wie klaffend
hässlich das wird, dein zimmer im spiegel im kopf
herausziehen wollen! liebestrunkenen kopf
alle die schätze wie splitter wie klinge wie pfeil
herausziehen wollen! wie klaffend das wird
wie spaltholz, gaumenspalte, wolfsrachen!
jetzt die finger ausdrehen, ganz still stehen
im zimmer, im spiegel, nachschwingen sehen
die weißen kissen auf den schwarzen felsen
dein schwarzes haar & wie es still wird nie
dies leichte zittern noch bei jeder fahrt
unter uns die schnellen linien. lilien. weiße
kissen. ganz still stehen im zimmer. ganz still
stehen im zimmer. vermissen. königskind, psst.

 

het verschil

het verschil tussen een steen
en een hond
lijkt voor mensen enorm te zijn.
beweging en groei
voortplanting en ontwikkeling
stofwisseling en prikkelbaarheid
de kenmerken van alle levende wezens: de onwrikbare zes
op elke school ter wereld
worden ze onderwezen. ze volledig
benoemen en uitleggen
waarom een kaarsvlam niet leeft
ook al flikkert hij in de wind
wordt altijd beloond.
10-jarigen stoppen met praten
tegen stenen, tegen hun knuffels en stokken.
hun hersenen veranderen, onmerkbaar,
van complexere, vertakkende sterrenstelsels
in simpele datasnelwegen
die alleen nog maar in cirkels lopen.
uiterlijk groeien onze schedels
inclusief hun gegroefde vulling,
maar het zijn alleen de rustplaatsen die groeien,
niet de wegen. alleen de rustplaatsen
groeien uit tot steeds grotere gaten
om daarin duizenden
te verzamelen. alle rustplaatsen van alle hersenen
zijn volledig overbevolkt. Op elke
vierkante millimeter dwalen reizigers rond,
miljoenen volwassen,
vermoeide, gedaantes
van kinderkamers dromende invaliden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Carl Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2020 en eveneens mijn blog van 26 april 2019 en ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Erik Menkveld, Ted Kooser

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

Droomwater

Door roodbruin ijzerhouden zijn bodem verhullend
raast het meters lager dan de weerszijdse paden,
geïntensiveerde dovenetel overwoekert de taluds.

Zwaar verval. Een ophaalbrug. Smaller, blauwer, roerloos
wordt het na een kilometer – vastgestoken met riet.
Waarna ik het zie: schitterend, ongemerkt

eindigen tegen een betonnen rand, met links daarachter
open grasland en een terrein waar men blokhutten
te koop aanbiedt en achtkantige priëlen.

 

Onder kandelabers

O dat prachtigst lachen! Nauwelijks.
Eerste stralen van een zinderende dag?
Welwater? Welzand? Onder kandelabers
waar de dames onbewaakt het malle paard
berijden, heren van liefde klappen
lijk een gebroken spa – jaren zocht ik het
zo nergens dat het zich hier vinden laat.

 

Kastanienallee, Berlijn

Kinderkoppen nog altijd
nat als voor de wende, woonpakhuizen

even grauw en volgekalkt, met dure
retro-etalages ook al (‘Sgt. Peppers’)

en ik daar toen als enige domweg
gelukkig hoogstwaarschijnlijk

met mijn nieuwe herinneringen
van Remco C. op zak en alle tijd

voor lantarenpalen vol trance party’s
waar ik geen mens zou kennen.

 

Erik Menkveld (25 april 1959 – 30 maart 2014)

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook alle tags voor Ted Kooser op dit blog.

 

Depressieglas

Het leek alsof het roze vaatwerk
dat ze voor speciaal bezoek bewaarde
altijd koud was,
van de plank gehaald in rinkelende stapels,
de borden als de ijsschotsen
die ze uit de wateremmer brak,
op winterochtenden, de wijde kopjes
als tulpen die te vroeg opengingen
en door de vorst werden gebeten. Daarin
werd de koffie koud, hoe snel je hem
ook dronk, terwijl een zware
alledaagse mok een scheutje
het grootste deel van een gesprek
warm zou houden. Het was moeilijk
om jouw deel aan de roddel bij te dragen
met koude koffie, maar het was
desalniettemin een bijzondere gelegenheid,
om aan haar keukentafel te zitten
en te nippen aan het bittere filtraat
van de roddels van de afgelopen week uit kopjes
die ze in een jaar tijd had verzameld
in de supermarkt, met één gratis kopje
voor elke tweeënhalve kilo bloem.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e april ook mijn blog van 25 april 2020 en eveneens mijn blog van 25 april 2019 en ook mijn blog van 25 april 2016 en mijn blog van 25 april 2015 deel 2.

Frans Coenen, George Oppen

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

Uit: Van mijn doode hondje  (Een Herinnering.)

“Zou ik er wel van spreken? Over een paar dagen zal het schrijnen der herinnering, die smartelijke schrik bij het plotseling herdenken immers weer voorbij zijn. Dan heeft de dagestroom ons al ver weg gevoerd en is het levensaspect weer nieuw, zoodat wij enkel nog maar weten van het verdriet, doch niet meer voelen. Zoo zou ik dan kunnen zwijgen, bedenkend de geringheid van het feit en hoe spoedig het nagevoel over is.
De dood van een hondje! Het is niet veel in ’t wereldgebeuren en kan gauw vergeten zijn. Maar ik wil niet gauw vergeten. Ik wil nog vasthouden, wat ik eens beleefde en wat mij sterk vervuld heeft: het zachte, verteederde neigen tot dat kleine leven, en de smartelijke leegte van gemis bij zijn dood. Dit beleefde ik eens en het was niet zoo weinig. Dan wil ik er nu ook niet haastig en schuw aan voorbijgaan, in kleinmoedige angst voor een pijn, die wellicht het allerbeste beteekent, dat het lage leven ons te bieden heeft.
Laat ik dan eerst mij duidelijk bezinnen hoe hij was. In ’t begin, negen jaar geleden, en later.
Toen wij hem bij den hondekoopman kochten, keek hij schril en spichtig uit zijn hooge hokje neer: een bekoorlijk levendig smouskopje met verwarde zijig blonde haren voor twee groote glanzende oogen. Hij kostte niet duur en wij hadden het gevoel dat hij misschien wel gestolen kon zijn. Immers zóó piep jong was hij niet, trots zijn ongelooflijk levendig en driftig aardje en hij bleek zijn menschen en wereld al bijzonder goed te kennen, veel te goed voor een hondje, dat pas uit het nest komt. Aan het touwtje, waarmee wij hem thuis brachten, liep hij zonder eenige bevreemding of schroom mede, het scheen zelfs of hij het was, die ons met zijn driftige, fijne trippelpootjes leidde naar een hem bekend doel. En eenmaal in huis en losgemaakt, holde hij licht en vlug alle trappen op en weer af, snuffelde de kamers en gangen door op een grappig zakelijke en zeer positieve manier, alsof zijn blijven er van afhing, dat hij alle dingen naar zijn smaak bevond.
Zoo was zijn eerste entree en zoo bleef hij bij ons: volkomen op zijn gemak, maar voorloopig nog maar matig vriendelijk. Hij had het aanvankelijk ook te druk, was tezeer geïnteresseerd in alles, om voor ons nog veel aandacht te hebben. Hij kende ons ook maar zoo kort en gedacht misschien zijn vorig gezin, dat hem gewis nog betreurde.”

 

Frans Coenen (24 april 1866 – 23 juni 1936)
Portret door Ferdinand Hart Nibbrig, 1894

 

De Amerikaanse dichter George Oppen (eig. George Oppenheimer) werd geboren op 24 april 1908 in New Rochelle, New York. Zie ook alle tags voor George Oppen op dit blog.

 

Wereld, wereld —

Mislukking, nog ergere mislukking, niets gezien
Vanuit de uitkijkpost,
Te veel gezien in de greppel.

Zij die niet willen kijken
Hoewel ze het op hun huid voelen
Worden niet doorboord;

Men kan ze niet tellen
Hoewel ze aanwezig zijn.

Het is volkomen wild, het wildst
Waar verkeer is
En bevolking.

‘Gedachten springen op ons af’ omdat we hier zijn. Dat is de waarheid.
Zelfonderzoek, deze voorschriften,

Zijn een medische modegril, een poging om te ontsnappen,
Om zichzelf te verliezen in het zelf.

Het zelf is geen mysterie, het mysterie is
Dat er iets is waarop we kunnen staan.

We willen hier zijn.

De daad van het zijn, de daad van het zijn
Meer dan jezelf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

George Oppen (24 april 1908 – 7 juli 1984)
Met echtgenote Mary

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn blog van 24 april 2021 en ook mijn blog van 24 april 2020 en eveneens mijn blog van 24 april 2019 en ook mijn blog van 24 april 2016 deel 2.

William Shakespeare, Christine Busta

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

 

Sonnet 12

Tel ik de klok, de slagen van de tijd,
Zie ik de dag in grauwe nacht verzinken,
Viooltjes, al hun lentepracht reeds kwijt,
Het zwart van lokken door vergrijzing slinken,
Of hoge bomen, van hun blad ontdaan,
Waar eertijds kudden in de schaduw lagen,
En zomergroen, geschoofd bijeen gedaan,
Met witte baard op baren weggedragen –
Dan dient jouw schoonheid zich als kwestie aan:
De tijd zal je verwoesten en verknoeien,
Want schoonheid gaat van schoonheid ooit vandaan,
Versterft zo snel als ze de rest ziet groeien.
   Geen man of macht kan maaier Tijd weerstaan,
   Jouw kind alleen zal hem het veld uit slaan.

 

Sonnet 14

Begrip pluk ik níet bij planeten weg,
Al ben ik toch een sterrenwichelaar.
Níet dat ik spreek van blind geluk of pech,
Van plagen, schaarste of de loop van ’t jaar.
Wat komt kan ik níet per minuut voorspellen,
Of minutieus het weer prognosticeren,
Of prinsen wat gebeuren gaat vertellen
Uit dat wat mij de hemeltekens leren.
Jouw kijkers kunnen mij wél instrueren:
Die vaste sterren zeggen hun student
Dat pracht en waarheid samen weer floreren
Als jij een ander dan jezelf bekent.
   Zo niet, verklaar ik jou dat op termijn
   Jouw dood en doel hun beider afloop zijn.

 

Sonnet 16

Waarom gebruik je niet het grof geschut
Om wrede heerser tijd mee te bestoken?
Verval vereist de vruchtbaarheid als stut,
De vrucht waarvan mijn verzen zijn verstoken.
De vuurkracht van je jeugd kan veel volbrengen,
En menig ongezaaid jongmeisjesbed
Zou graag met deugd jouw spruit ter wereld brengen,
Gelijkender dan jouw geverfd portret.
Neem daarom levenslijnen als patroon:
Geen pen, penseel of vers kan ook maar even
Qua eigenschappen of qua lichaamsschoon
Jouw zelf in mensenogen doen herleven.
   Jouw zelf behouden door eerst vuur te geven,
   Die schutterskunst is jou op ’t lijf geschreven.

 

Vertaald door Erik Honders

 

Sonnet 12

Omdat de klok mijn tijd in stukken bijt,
De dag verzwolgen wordt door zwarte nacht,
De bloem vergeefs tegen verwelking strijdt
En zwart haar zwicht voor grijze overmacht,
De bomen zijn beroofd van ’t bladerdak
Waaronder vee voorheen verkoeling zocht,
Het graan in schoven staat geschaard die straks
Bebaard beginnen aan hun laatste tocht –
Dáárom vrees ik de dag dat jij zal sterven,
Dat sloper Tijd jouw pracht teniet komt doen.
Daar al wat zoet en mooi is moet bederven
En elk bruin blad steeds plaatsmaakt voor nieuw groen.
   De tand des tijds wordt door geen hand gekeerd –
   Tenzij je een kind maakt en hem zo trotseert.

 

Vertaald door Frank Lekens

 

William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
Standbeeld van William Shakespeare ten zuiden van de kathedraal van Southwark

 

De Oostenrijkse dichteres Christine Busta werd geboren op 23 april 1915 in Wenen. Zie ook alle tags voor Christine Busta op dit blog.

 

Stille aanwijzing

Rust maar uit,
Voor mij hoef je het gras niet te maaien.
Laat het maar samen met het woekerende onkruid,
verder groeien op mijn heuvel.

Luister liever of er onder de aarde
een met groen al dichtbegroeide stem ,
nog steeds tegen je zegt: “Ik groei naar je toe…”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christine Busta (23 april 1915 – 3 december 1987)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e april ook mijn blog van 23 april 2020 en eveneens mijn blog van 23 april 2019 en ook mijn blog van 23 april 2017 deel 3.

Martinus Nijhoff, Sarah Kirsch

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

Geen dief overtrof, geen spion,
hetgeen hij moeiteloos kon;
en het gevederd leder waarop
de god Hermes van zijn bergtop
neer te dalen placht
doorkruiste het ruim niet zo zacht
als hij op straat kon gaan,
gewoon lopend, met schoenen aan.

Hij maakte op het trottoir
het onheilspellende maar
onhoorbare gerucht
van het hoog in de lucht
verschoten vliegerbericht:
in een wolkje ploft licht
tot een blinkende ster uiteen,
en langs heel de vuurlinie heen
weet men: dit meldt het uur u,
nu gaat het beginnen, nu
verdwijnt de onzekerheid
van de mij gegunde tijd,
nu is het voor alles te laat.
De stilte die dan ontstaat
is een stilte, niet slechts naar de vorm
een stilte voor de storm,
maar een stilte van het soort
waar dingen in worden gehoord
die nog nimmer het oor vernam.
Zo ook hier. Toen de man kwam
en met zijn gestrekte pas
voortliep, begon men het gas
in de buizen onder het huis
te horen, en het gesuis
van water onder de straat,
en, in de elektrische draad
naar radio en telefoon,
een vonkende zoemertoon
als waren er bijen in de buurt.
Er werd niet gegluurd.

 

De verbrandende lampion

Vannacht zag ik, door ’t raam op het balkon,
Waar ’t maanlicht langs de natte planken glansde,
Voorbij de balustrade, een lampion
Van vreemd bleek licht, die in het donker danste,
Kantelen op den wind –
En plotseling
Herkende ik: zijn gelaat, dat met vermoeide
Wijd-open oogen daar voor ’t venster hing
Terwijl de huid als dun doek openschroeide –

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Aarde

Nieuws uit het leven van rupsen
De koekoek stottert en de verdroogde bedden
Scheuren open als ik gieters sjouw
De mij toevertrouwde planten, groenten met bladluizen
Hulpeloos bekijk, toen ik jaren geleden
in de tuin van mijn vader kwam
Waren er de zeven plagen
Helachtig ongedierte niet en de bodem
Deed nog zijn werk, deze hier
Is een drop-out, smerig en lui
Je moet hem vragen om de mest
overal in te blazen, anders produceert hij
niet eens een cantharel. Hoezeer moeten de mensen
De aarde beledigd hebben mij verschijnt
Om zevenentwintig rozenstruiken te redden
Een verdwaalde engel, de gele jerrycan,
over de beschimmelde vleugels gespannen
De hemelse duim in de rubberen handschoen
Draait het ventiel omlaag en het ruikt
Urenlang naar bittere amandelen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e april ook mijn blog van 20 april 2020 en eveneens mijn blog van 20 april 2019 deel 2 en ook deel 3.