Roos van Rijswijk, Hanane Aad, Bonnie Garmus

De Nederlandse schrijfster Roos van Rijswijk werd geboren in Amsterdam op 18 april 1985. Zie ook alle tags voor Roos van Rijswijk op dit blog.

Uit: Spookaantekeningen

“Een lijf is wat het spook in Seoul vrij recent verlaten moest hebben. De kunstenaar die het verhaal vertelde werd bij de herinnering aan het incident haast onpasselijk. Hij had bij zijn zieke vader zitten waken in een ziekenhuis. Het was, zo vertelde hij, een ziekenhuis dat rond een binnenplaats cirkelde. Er waren geen rechte hoeken in de gangen. Hongerig besloot de kunstenaar op zoek te gaan naar een snackautomaat. Hij belandde op een leegstaande verdieping van het ziekenhuis. Een tijd liep hij, nog altijd op zoek naar een automaat, achter een man aan die zijn infuuspaal met zich meerolde. Hij gaf een beetje licht, leek tegelijkertijd doorschijnend te zijn. Het lukte de kunstenaar niet hem in te halen, hoe hard hij ook rende. Uiteindelijk vluchtte hij.
‘Waar denk je dat die man naar onderweg was?’ vroeg ik.
‘Ik wil er niet meer aan denken,’ zei de kunstenaar.
Naar rust, dacht ik, naar een uitgang, naar iemand die bij hem had moeten zitten waken misschien.
Het was eenzaam om ziek te zijn in die grote woning, het lichte pand met de wenteltrap die ik op sommige dagen nauwelijks op kwam. Tot overmaat van ramp maakte een hittegolf mijn zware schil nog zwaarder. In diepe ontkenning slenterde ik halsstarrig rond de Sint-Pietersberg.
Waarom zou er in 1972 een geest in de kamer van mijn vader zijn verschenen?
‘Hij zat alleen maar,’ vertelde mijn vader me aan de telefoon, ‘hij zat op een stoel heel strak naar me te kijken. Een man, maar geen gewone man, geen écht mens.’
‘En toen?’ Ik luisterde naar de stem van mijn vader terwijl ik op de vloer van mijn atelier lag.
‘Ik heb me onder mijn deken verstopt.’
Waarom verscheen ikzelf nog? Buiten mijn bed, bedoel ik, buiten mijn deur, buiten in de stad en buiten op de bospaden? Ik denk omdat het verlangen me niet losliet. Het verlangen gezond te zijn, net als anderen mezelf niet voort te hoeven slepen maar met lichte tred een zebra over te steken. Ik herinner me dat ik soms zomaar ergens ging zitten en naar mensen keek. Vooral naar mannen die er sterk uitzagen. Niet uit verlangen naar die mannen, maar uit de wens hun lichaam over te nemen. Moeiteloos een tas over je schouder slaan, een kind optillen, iemand met kracht op z’n schouders slaan.”

 

Roos van Rijswijk (Amsterdam, 18 april 1985)

 

De Libanese dichteres, journaliste en vertaalster Hanane Aad werd geboren op 18 april 1965 in Beiroet. Zie ook alle tags voor Hanane Aad op dit blog.

 

De omloopbanen van de ziel

In de omloopbanen van de ziel
cirkelt mijn ware ster.
Daar dwaal ik bij zonsopgang,
daar parkeer ik mijn vermoeide caravan.
Mijn mysterieuze en trouwe ster
wacht altijd op mij
bij de wendingen van de tijd
op de hellingen van de storm.
Mijn ware ster
cirkelt in de omloopbanen van de ziel,
in haar aanwezigheid kniel ik neer,
ik fluister,
lees het loflied van de essentie,
duik in de entiteit,
het hart van opperste tederheid,
omarm de illusies van vrijheid,
was ze met mijn zachte tranen tot ze zuiver glanzen,
mogen ze me redden,
mogen ze me verheffen
in het schijnwerperlicht van de zekerheid.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hanane Aad (Beiroet, 18 april 1965)

 

De Amerikaanse schrijfster Bonnie Jean Garmus werd geboren op18 april 1957 in Riverside, Californië. Zie ook alle tags voor Bonnie Garmus op dit blog.

Uit: Lessons in Chemistry

“Back in 1961, when women wore shirtwaist dresses and joined garden clubs and drove legions of children around in seatbelt-less cars without giving it a second thought; back before anyone knew there’d even be a sixties movement, much less one that its participants would spend the next sixty years chronicling; back when the big wars were over and the secret wars had just begun and people were starting to think fresh and believe everything was possible, the thirty-year-old mother of Madeline Zott rose before dawn every morning and felt certain of just one thing: her life was over.
Despite that certainty, she made her way to the lab to pack her daughter’s lunch.
Fuel for learning, Elizabeth Zott wrote on a small slip of paper before tucking it into her daughter’s lunchbox. Then she paused, her pencil in mid-air, as if reconsidering. Play sports at recess but do not automatically let the boys win, she wrote on another slip. Then she paused again, tapping her pencil against the table. It is not your imagination, she wrote on a third. Most people are awful. She placed the last two on top.
Most young children can’t read, and if they can, it’s mostly words like ‘dog’ and ‘go.’ But Madeline had been reading since age three and, now, at age five, was already through most of Dickens.
Madeline was that kind of child—the kind who could hum a Bach concerto, but couldn’t tie her own shoes; who could explain the earth’s rotation, but stumbled at tic-tac-toe. And that was the problem. Because while musical prodigies are always celebrated, early readers aren’t. And that’s because early readers are only good at something others will eventually be good at, too. So being first isn’t special—it’s just annoying.”

 

Bonnie Garmus  (Riverside, 18 april 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e april ook mijn blog van 18 april 2021 en ook mijn blog van 18 april 2020 en eveneens mijn blog van 18 april 2019 en ook mijn blog van 18 april 2017 en ook mijn blog van 18 april 2015 deel 2.

Vincent Corjanus, Sarah Kirsch

De Nederlandse dichter Vincent Daniel Corjanus werd geboren op 17 april 1995 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Vincent Corjanus op dit blog.

 

Bercy

Ik verkoop geen angst,
voor wanneer de ramen
boze ogen dragen
Vooral de lucht spreekt mij
vreemde woorden tegen
Het gevoel van een terneergeslagen lijster
die maar zingt en zingt
Een ballade over het gemis
van jouw stem in de stegen,
metrotunnels
en straten van deze verlopen stad
God, wat verlang ik naar de lente
van vervlogen dagen vergeten

De slagboom wuift de laatste interactie uit
Niet te laat
een gedicht voor het raam gehouden
Alleen jij die mijn liefde lezen mag

 

Waar eens een huis stond

Waar eens een huis stond
schreeuwt de onmacht
om vergiffenis
Kraters gevuld
met bloed van …
Wegwuiven
met een witte vlag
uit het riool opgedoken

Waar eens een huis stond
zwijgen ze in dezelfde taal
verboden
Zonder wapens
de ander aanvaarden
Schoppen, schieten we vol

Vanuit ons comfort
Een thuis, heel
Waar nachtlampjes doven
met een ‘’tot morgen’’
De beelden vervagen,
verlagen ons morele niveau
Zie ze wijzen
vanaf de plek
waar eens een huis stond

 

Zacht | Zacht

Jij bent zachter
dan het woord zacht
Gevangen in een wolk
van zoete dromerij
Net
niet
echt
Tot je ogen lachen
Een woord verloren
Zachter dan zacht

 

Vincent Corjanus (Zwolle, 17 april 1995)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Uitstapje

O vogel, vreemde smient, verdwaald in de fonteinvijver, zeg niet
Dat ik het niet kan:
’s Nachts kruip ik in de nylon jas, betaal
De helpers van tevoren met knopen, en vlieg gewoon weg
Niet erger dan jij, grijsgevederde
De sterren, poriën in mijn vleugels
Dansen rond het kleine maantje in mijn zak
De wind in mijn mouwen tilt me op in overmatig schoorsteenroet
Ik zweef boven het land, zie niets door mist en rook
Ik word meegesleurd over de rivier, de rechtopstaande bomen, de dagbouw
Hier laat ik rammelende reserveonderdelen vallen – zomaar, ze
Ze hebben ze altijd nodig, jij, vogel, fluit niet, ik zing, dat draagt me
Zwart van het werk van het vliegen tot in de voorsteden
Door het raam val ik in witte dekens
Kussens gevuld met eendendons (pas op, vreemde vogel)
En mijn vriend, de smid uit het rookcomplex
Geeft me een geurig stuk zeep

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor de schrijvers van de 17e april ook mijn blog van 17 april 2021 en ook  mijn blog van 17 april 2020 en eveneens mijn blog van 17 april 2019 en ook mijn blog van 17 april 2017 deel 2.

Thomas Olde Heuvelt, Sarah Kirsch

De Nederlandse schrijver Thomas Baudelet Olde Heuvelt werd geboren in Nijmegen op 16 april 1983. Zie ook alle tags voor Thomas Olde Heuvelt op dit blog.

Uit: Het laatste verhaal van Jamie Gunn

“Laat me je een verhaal vertellen… over een BookTok die viral ging. Je ziet een meisje. Jaar of zestien. Typische Amerikaanse gen Z’er, pride-armbandje, niets vreemds. Op school zou je haar naam niet onthouden, maar social media geeft haar een identiteit: @booksbyjessicat. Ze heeft een kamer vol boeken. En een kat, die we Bilbo noemen. Nummer 2 in het abc van elke BookTok-kat: Aslan, Bilbo, Cheshire. Aan die kat zie je als eerst dat er iets mis is. Met grote bange ogen probeert Bilbo bij haar weg te komen. Kansloos, want ze klampt zich aan hem vast alsof hij haar hulpkat is. Misschien heeft ze een angststoornis. Past in het plaatje. Als het zo is, dan heeft Bilbo daar lak aan. Zie je hoe haar hand trilt? Hoe haar ogen naar alle hoeken van de kamer schieten? Ze ziet eruit alsof ze in geen dagen heeft geslapen. In haar rechterhand houdt ze een hardcover van Jamie Gunn, getiteld She. Sinds ze het boek uit heeft, zegt ze, dat fucking boek, wordt ze achtervolgd door de vrouw op de cover. Het BookTok-meisje komt bijna niet uit haar woorden, maar dát versta je luid en duidelijk. Ze weet ook wel hoe idioot het klinkt, maar die vrouw is overal. Op straat. In haar hoofd. In het donker. Goed, een boekpromo dus, denk je. Clever. She is tenslotte een horrorroman. De vrouw wil haar een verhaal vertellen, zegt ze. Maar @books-byjessicat wil niet luisteren, want als ze het einde hoort, zal ze sterven. Heb je Jamie Gunn gelezen, dan weet je dat dat zo ongeveer de plot is van dat boek. Op de achterflap staat de waarschuwing gedrukt: #dontreadthelastpage. Daar heeft het BookTok-meisje duidelijk niet naar geluisterd. Want nu gebeurt het écht met haar. Alsof het verhaal haar heeft vervloekt. `Help me; smeekt ze recht in de camera, en nu stromen de tranen over haar wangen. ‘Iemand. Alsjeblieft: Dan overvalt het je: dit is geen boekpromo. Het meisje is echt niet oké. Psychisch. Je wilt iets voor haar doen, want ze heeft hulp nodig. Tegelijkertijd voel je die geconditioneerde afstandelijkheid die je nou eenmaal voelt bij andermans leed online. Je kunt moeilijk door je telefoon heen reiken. Bilbo probeert zich nog eens aan haar greep te ontworstelen. Als katten een zesde zintuig hebben, dan slaat dat op dit moment uit in het rood. Soms kruipt de vrouw over het plafond, zegt het BookTok-meis-je. Haar armen bewegen verkeerd, alsof ze geen botten heeft. Ogen heeft ze ook niet, tenminste, niet die je kunt zien. Je ziet alleen een mond. Die probeert ze steeds heel dicht bij haar oor te brengen. Dan gebeurt het. Het BookTok-meisje draait zich om, kijkt de lege kamer in en gilt. Hoe vaak je die TikTok ook bekijkt, van die gil gaan je haren steeds weer overeind staan. Je hoort pure doodsangst.”

 

Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 16 april 1983)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Noordelijke juni

De nachten hebben hun
Kenmerken verloren:
Witte treden, de
Horizonten met
Roestbruine doeken.

Wie hier omhoog springt,
Kan gelukkig worden.
Driemaal roep ik je, maar
Je bent niet
Op aarde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn blog van 16 april 2020 en eveneens mijn blog van 16 april 2019 en ook mijn blog van 16 april 2017 deel 2.

Eva Gerlach, Johannes Bobrowski

De Nederlandse dichteres en vertaalster Eva Gerlach (pseudoniem van Margaret Dijkstra) werd geboren in Amsterdam op 9 april 1948. Zie ook alle tags voor Eva Gerlach op dit blog.

 

Lievelingsdieren

Tussen de stenen hollen de platte,
brede pissebedden omlaag naar het donker. Vergeten
toen het nog koud was te kijken: hoe overwintert
een dier dat zo lijkt op herinnering,
zo afvalkleurig, met zijn hoofd naar binnen
en doodstil bij de minste aanraking.

Ik weet een kind dat van ze houdt, het streelt
hun dadelijk verstijvende stofjassen,
draagt ze tussen twee handen de kamer door.
O! zachte pootjes hebben ze, mag ik ze niet
houden in een kistje met onderaan glas?
Daar kijk ik de hele tijd naar, daar zing ik dan voor.

 

Bed

Je lichaam vast in slaap, de rest vloog weg.
Een hand ligt naast je met gekrulde vingers.
Doe ik mijn hand erin, de jouwe sluit zich,
neemt die van mij en legt hem op je hart,
je andere eroverheen. Wat heet

liefde. Zomaar zing ik iets
zonder dat ik het merk, een lied dat niet
bedacht wordt maar bestaat, ik weet van niks,
ik merk dat ik het zing terwijl ik fiets,
een trap afloop, blad hark, ik weet

niet wat ik zing tot het gezongen is.

 

Verdeeld

Gister gelopen onder de spoorbrug door,
driemaal de zon voorbij met het nieuwe kind,
tot waar je de autoweg ziet.

Hoe je verdeeld raakt, op-
gedeeld over steeds meer leven,
zoals de zon op drie plassen, over drie bruggen,
driemaal gevangen in mist, uitgerekt in water,
onderging achter ons, voor ons.

Vuurtje gestookt in een krant
onder de spoorbrug maar niet
meer kind geworden daardoor,

ouder hooguit, aan de randen
aangevreten, onleesbaar.

Zij in de wagen werd blauwig. Haar daarom even
opgepakt, haar tegen haar
gestaan. Neergelegd, terug

gegaan als altijd, iets later
misschien. Nergens meer gestopt.

 

Eva Gerlach (Amsterdam, 9 april 1948)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Hölderlin in Tübingen

Bomen aards en licht,
waarin de boot rust, geroepen,
de roeispaan tegen de oever, de prachtige
helling, voor deze deur
ging de schaduw, die is
gevallen op een rivier
Neckar, die groen was, de Neckar,
uitgestroomd
rond weilanden en oeverweiden.
Toren,
dat hij bewoonbaar mag zijn
als een dag, van de muren,
de zwaarte, de zwaarte tegen het groen,
bomen en water, om te wegen
beide in één hand:
de klok luidt van boven af
over de daken, de klok
roert zich om
de ijzeren windvaan te draaien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook mijn blog van 9 april 2020 en eveneens mijn blog van 9 april 2019 en ook mijn blog van 9 april 2018 en ook mijn blog van 9 april 2017 deel 2.

Ein Oster-Requiem (Karl Henckell), Maya Angelou

 

Bij Stille Zaterdag

 

Sint Petrus en Sint Johannes bij het lege graf door Theodore Schaepkens,
midden 19e eeuw

 

 

Ein Oster-Requiem
Der Jünger am Grabe

Was stehst du trauernd,
Ewiger Sehnsucht Freund,
Am Grab des Liebsten,
Welchen der Tod verschlang?
Was birgst dein Haupt du,
Schmerzbeschattet,
Und suchst des Menschen
Göttlich Antlitz,
Ach, vergebens?

Der selbst sein Kreuz trug,
Dornengekrönter Held,
Gepeitscht mit Ruten,
Weil in der Wahrheit Wehr
Er zeugen mußte
Wider Weltwahn
Vom innern Himmel-
Reich der Liebe,
Fürst des Lebens.

Der auch der Schönheit
Rose gesegnet – sieh!
Die Schwester brachte
Blühenden Abschiedsgruß
Dem sonnenmilden
Herzerlöser.
Betaut von Tränen
Irrt Maria
Bleich im Garten . . .

Auf Schöpferschwingen
Freudegefilden zu,
Du gramgebeugter
Freund des Erhabenen,
Schwebt der geschmähte
Menschen-Meister
Und thront zur Rechten
Gottes, wo die
Strahlend-Unsterblichen warten.

 

Karl Henckell (17 april 1864 – 30 juli 1929)
De Marktkirche St. Georgii et Jacobi in Hannover, de geboorteplaats van Karl Henckell

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Aangeraakt door een Engel

Wij, ongewend aan moed
bannelingen van het geluk
leven opgerold in eenzaamheid
totdat de liefde haar hoge heilige tempel verlaat
en in ons zicht verschijnt
om ons te bevrijden voor het leven.

De liefde arriveert
en in haar kielzog komen extases
oude herinneringen aan plezier
eeuwige geschiedenissen van pijn.
Maar als we moedig zijn,
slaat de liefde de ketenen van angst weg
van onze ziel.

We worden ontdaan van onze schroom
In de gloed van het liefdeslicht
durven we dapper te zijn
En plotseling zien we
dat liefde ons alles kost wat we zijn
en ooit zullen zijn.
Toch is het alleen de liefde
die ons bevrijdt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e april ook mijn blog van 4 april 2025 en ook mijn blog van 4 april 2023 en ook mijn blog van 4 april 2020 en eveneens mijn blog van 4 april 2019 en ook mijn blog van 4 april 2017 en ook mijn blog van 4 april 2015 deel 2.

The Feet of Judas (George Marion McC lellan), Anneke Claus, Jay Parini

 

 

Christus wast de voeten van de apostelen door Peter Paul Rubens, 1632

 

The Feet of Judas

Christ washed the feet of Judas!
The dark and evil passions of his soul,
His secret plot, and sordidness complete,
His hate, his purposing, Christ knew the whole.
And still in love he stooped and washed his feet.

Christ washed the feet of Judas!
Yet all his lurking sin was bare to him,
His bargain with the priest, and more than this,
In Olivet, beneath the moonlight dim,
Aforehand knew and felt his treacherous kiss.

Christ washed the feet of Judas!
And so ineffable his love ’twas meet,
That pity fill his great forgiving heart,
And tenderly to wash the traitor’s feet,
Who in his Lord had basely sold his part.

Christ washed the feet of Judas!
And thus a girded servant, self-abased,
Taught that no wrong this side the gate of heaven
Was ever too great to wholly be effaced,
And though unasked, in spirit be forgiven.

And so if we have ever felt the wrong
Of Trampled rights, of caste, it matters not,
What e’er the soul has felt or suffered long,
Oh, heart! this one thing should not be forgot:
Christ washed the feet of Judas.

 

George Marion McClellan (29 september 1860 – 17 mei 1934)
De Fisk University in Nashville, waar George Marion McClellan aan studeerde

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anneke Claus werd geboren op 2 april 1979 in Doetinchem. Zie ook alle tags voor Anneke Claus op dit blog.

 

Een officiële functie

Ik had een officiële functie, het paste slecht bij mij.
Jammer genoeg was ik de enige
die er zo over dacht. Mijn man was trots op me, maar wist
aan het eind van de
dag niet goed wat hij moest vragen. Voor de kinderen was
het zoiets als Waterloo.

Medailles bloesemden op mijn uniform. Langzaam maar
zeker verslapten mijn
contouren onder invloed van het zittende bestaan. Ik
maakte overuren met de lelieblanke
secretaris, hij begreep ten minste wat incasseren
betekende.

Tegen het eind van de oorlog bleek dat die rat gewoon
hetero was. Ik ontsloeg iedereen:
de secretaris, de ministers, mijn man, de kinderen en de
golden retriever.
Ik heb ze nooit meer teruggezien.

Ik ging weer sporten. De volkstribunalen kregen
hoegenaamd geen vat op mij.
Sinds ik een nieuwe markt van pensioengerechtigde
vrouwen uit de westerse
middenklasse heb aangeboord, kent mijn succes geen
grenzen meer. Pensioengerechtigde
vrouwen uit de westerse middenklasse lezen van allemaal
misschien
nog wel de meeste poëzie.

 

Heel erg hetzelfde

In veel opzichten ben je dus toch wel heel erg hetzelfde.
Ik wrijf mijn vaders grauwe
ogen uit, knijp in mijn moeders appelwang.

Ik richt me tot de man: ‘Het was de bedoeling dat ik iets
anders werd, iets volkomen
nieuws en onomwonden levensvatbaars. Zie je voor je
hoe ze erbij stonden
toen ze een tweedehandsje leverden, voorjaar 1979, op de
oprit, onder de pergola,
in hun schortjes, braaf braaf braaf, ontgoocheld,
beteuterd, voor het blok gezet?’

De man knikt en streelt de borsten van mijn oma. Hij
weet allang dat de beste dingen
verre van democratisch zijn.

 

Anneke Claus (Doetinchem, 2 april 1979)

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en essayist Jay Parini werd geboren in Pittston op 2 april 1948. Zie ook alle tags voor Jay Parini op dit blog.

 

Voorgevoel

Ik volg hem, de slak van de gedachte
Ik verlaat het spoor, sla af van dit pad
Ik hurk in de schaduw, onder varens
Ik weiger elke vogel te antwoorden
Ik zie de vloeistof glinsteren in zijn huis
Ik proef de wind
Ik ruik de rook van het vuur in het bos
Ik hoor het geknetter van duizend doornen
Ik voel de temperatuur stijgen
Ik beschouw elke optie als geldig
Ik doorloop elke fase
Ik verkruimel in natte, zwarte grond
Ik raak mijn plek kwijt in zand en grind
Ik luister naar het gekletter van onkruid
Ik vraag me af waar de slak vandaag heen zal gaan

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jay Parini (Pittston, 2 april 1948)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e april ook mijn blog van 2 april 2022 en ook mijn blog van 2 april 2020 en eveneens mijn blog van 2 april 2019 en ook  mijn blog van 2 april 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

April (M. Vasalis), Sandro Veronesi, Jay Parini

 

 

Glamis Village in April door James McIntosh Patrick, 1946

 

April

Het blinkend lemmet van het licht
sneed door de donkere gordijnen,
uit ochtendlijke feestdomeinen
zongen de vogels luid en licht.

Geurloos en koel stroomde naar binnen
ademend met verse mond
de adem van de ochtendstond.

Ontwaakt zonder herinneringen.

 

M. Vasalis (13 februari 1909 – 6 oktober 1998)
Den Haag, de geboorteplaats van M. Vasalis, in april

 

De Italiaanse schrijver Sandro Veronesi werd geboren in Florence op 1 april 1959. Zie ook alle tags voor Sandro Veronesi op dit blog.

Uit: Zwarte september (Vertaald door Welmoet Hillen)

“Voordat ik jullie dit verhaal ga vertellen, moet ik het hebben over mijn ouders. In die tijd waren zij de bewakers van mijn gemoedsrust, wat betekent dat ze goede ouders waren. Ik was twaalf jaar oud en niets in mijn leven kwam ook maar in de buurt bij hoe belangrijk zij waren. Als je kunt stellen dat mijn kindertijd een veilige haven was en dat ik een gelukkig kind was, dan is dat hun verdienste. Daarom hebben de gebeurtenissen waarover ik ga vertellen me zo diep geschokt: omdat mijn ouders me voor het eerst niet konden beschermen, integendeel: zij waren een van de oorzaken van de ontwrichtingen die mij hebben getroffen. Voor het eerst raakte de wereld me direct, zonder filter – en de wereld brandt, het is open vuur, en ik wist dat niet omdat mijn ouders zich er tot dat moment dus altijd mee hadden bemoeid. Maar dit keer waren zij zelf de wereld die tekeerging, dus als je kunt stellen dat ik vanaf een bepaalde dag níet meer gelukkig was – althans niet op die manier –, dan is dat door hun toedoen.
Mijn vader was strafrechtadvocaat. In feite was hij de enige strafrechtadvocaat in het dorp waar we woonden, en als ik de naam van dat dorp nu noem, denken jullie allemaal hetzelfde: Vinci. Maar Leonardo heeft met dit verhaal niets te maken. Ik herinner me liever iets anders dat met mijn dorp is verbonden, iets wat voor mij veel belangrijker is, al herinnert niemand zich dat ooit: het instorten van de brug over de Arno op 17 november 1966, een paar dagen na de overstroming die Florence en de hele regio eromheen had getroffen. Die instorting, meer nog dan de overstroming zelf, was het eerste trauma van mijn leven: de brug stortte in de rivier en mijn dorp, samen met andere dorpen in de buurt, raakte van de wereld afgesloten. Dat isolement duurde enkele dagen. Geen school, geen catechismus, gezinnen waren van elkaar gescheiden, en wie voor zijn werk per se naar Florence moest, zoals mijn vader, moest een lange omweg maken over gevaarlijk geworden bergwegen. Ik hoorde vertellen dat het instorten van de brug heel erg was omdat de brug pas twaalf jaar oud was. Ik was nog maar half zo oud en twaalf jaar leek me nu niet echt weinig, maar toen het zes jaar later mijn beurt was om in te storten, besefte ik dat twaalf jaar inderdaad niet veel is. Daarom kan ik me die periode van de overstroming en het instorten van die brug zo goed herinneren: die brug en ik waren even oud toen we werden getroffen, hij door de natuur, ik door mensen. Het is een leeftijd waarop bepaalde dingen niet zouden mogen gebeuren, niet met bruggen en niet met mensen. Het is te vroeg.”

 

Sandro Veronesi (Florence, 1 april 1959)

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en essayist Jay Parini werd geboren in Pittston op 2 april 1948. Zie ook alle tags voor Jay Parini op dit blog.

 

Zijn ochtendmeditaties

Mijn vader in deze eenzame gebedskamer
luistert bij het raam
in het kleine huisje van zijn eigen dromen.

Hij heeft een lange reis gemaakt, alleen maar om te luisteren,
voorbij zeeën en verdriet, door de smalle poort
van zijn verlossing.

En hij verblijft hier nu,
voorbij het dal en de schaduw,
in stilte verzameld door de dageraad.

Het is gekomen tot deze zoete afzondering
in het oog van God, de vroegste ochtend
in zijn besloten schedel, deze vorst van gedachten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jay Parini (Pittston, 2 april 1948)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e april ook mijn blog van 1 april 2020 en eveneens mijn twee blogs van 1 april 2019 en ook mijn blog van 1 april 2018 deel 2.

Stefan Hertmans, Nichita Stănescu

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

 

Onder een zinken dak

Het klopt en trekt in de nacht.
Vrieskou en stucco darmkolieken.
Het loopt over de spanten
Naar de nokbalk en terug.

Springt in het hoofd,
Trilt daar twee bouten los,
Zodat de incubus naar binnen valt.

Het raast door millimeters in de droom,
Doet daar aan kinderjaren denken,
Maar smaakt wat later toch naar lood.

Wie wakker ligt hoort hoe het gaat.
Van kwaad naar mij, die uitverkoren
Werd tot niets dan horen.

Ik ben de droesem in de goot
Die op het eerste teken
Van het virus wacht.

Icarus in het bos.
Geen tak die kraakt.
Een god is los.

 

Betovering door sneeuw

Zo onaanraakbaar valt het op ons in.
Kleine schokkende dingen zijn het,
Gestolde wolk die in het tegenlicht
Gaat dampen op een bokkenvacht.

Door op je huid te jagen
Hervindt herinnering zichzelf.
Ik zie je voor het eerst.

Helder valt je lichaam open,
Gaat met mijn ogen aan de haal.

Je vingers ijler dan
Rookpluimen in de verte.
Als ik je bijtend kus
Gloeit je doorschijnend bloed.

Rood is je ademende keel.
Je warmt de ochtend en het bos.

Nu ik mijn handen
Aan je lippen openhaal
Begrijp ik wie je bent.

Het is te laat.

Ik hoor je kleine hakbijl hakken
In de vijvers van mijn hoofd.

Ik stop mijn oren dicht.
Het sneeuwen houdt niet op.

 

Faust on tape

De boeken staan in ochtendlicht.
Hun buitenaards geluk straalt
Van hun stofbeslagen flanken af.

Alles wat ons werd bijgebracht –
De mateloosheid en de tucht –
Bedekken ze, ijdele omslachtigheid,
Als vleugels om een ronde rug.

Ik heb het beste van mezelf
Aan hen gegeven – (hij citeert).
Wat ik ervoor terugkreeg,
Betaalde ik met leven
En de minachting van mensen
Die reeds alles weten.

Ik hoor, door ramen die lang
Openstaan, hoe oud de wereld
Is geworden die ik zo lang
Jong had willen houden.

Maar het licht neemt nog niet af –
Het glinstert in stilaan ver
Ziende, bleke ogen.

Op tafel ligt het uurwerk
Dat mijn waarheid
Heeft gelogen.

 

Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook alle tags voor Nichita Stănescu op dit blog.

 

Adolescenten op zee

Deze zee is bedekt met adolescenten
die leren lopen op de golven, rechtop,
soms hun armen laten rusten op de stroming,
soms grijpen naar een felle zonnestraal.
Ik lig op het brede strand, een hoekige vorm, perfect uitgesneden,
en ik sla ze gade als reizigers die aan land komen.
Een oneindige vloot van zeilbootjes. Ik wacht op
een misstap, of op zijn minst een aanraking van de bodem
tot aan hun knieën in de doorschijnende deining
onder hun afgemeten voortgang, terwijl ze de diepte in duiken.
Maar ze zijn slank en kalm – en ook
hebben ze geleerd om op de golven te lopen – en te staan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn blog van 31 maart 2020 en eveneens mijn drie blogs van 31 maart 2019. 

Joy Ladin

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

In the Beginning

There was love.  And out of love
Came graves and mountains,
Clefts in rocks, footsteps in gardens,
Warm-blooded creatures
Taking shape in darkness,
Peppermills and grocery lists,
Squirrels scrabbling on copper roofs,
The smalls of backs, the backs of necks,
Tea lights and tapers,
Badly sewn curtains,
Sobs in the night, policemen on lawns,
IVs and ambulances,
Skies full of stars
Waiting for eyes
To see them as constellations.

 

The World at Your Feet

What is man that you are mindful of him…
laying the world at his feet?
                                             — Psalm 8

Eden eyes you from afar.  Waterbirds
Flick their white-tipped wings

Shyly as they skim
The paradise ashiver

In the river’s ripples:  palm and eucalyptus,
Animals eager to receive their names,

Sheep and oxen, wild beasts, all the birds of heaven.
The Garden that’s longed for you

From the instant longing split you
Colors like a jilted lover, flashing

The iridescent eyes of peacocks, brushing your brow
With willow fingertips,

While you, who long to lose yourself
In the world that longs to take you

Where God is imperative to blossom
And thirst for the knowledge of sorrow

Becomes the sorrow of the knowledge
There was no need to thirst,

Find yourself
With the world at your feet

Choosing again
To betray her.

 

Making Love

I reach for God
and brush your breast,

reach for you
and brush God

dangling and tipped,
gathered over years

of concealment and revelation
into this teardrop of flesh

spilling toward my lips.
I don’t know

what is entering me.
I don’t know what I’ve entered,

or when God became
a shudder of pleasure,

compressing the universe’s exploding center
into this triangle of desire

so that touching you
is touching God

swaddled in arms and legs,
shy as a new-made planet

you and I, breath-filled clay,
were created to inhabit.

 

Een klein stukje oceaan

Kinderen hurken op een luchtbed midden in het water.
Het halfvolwassen hert verdwijnt

in een bosje jeneverbes en riet. We weten dat schelpen
ooit leefden, maar het is moeilijk voor te stellen

wat stenen ooit hebben meegemaakt. Moeilijk om een aards wezen te zijn
in een wereld bedekt met water. Ik maak me geen zorgen

over gelukkig zijn. Ik wilde voelen:
Missie volbracht.

Ik wilde de schaduw die ik wierp erkennen,
meer licht dan schaduw werpen. Mijn dochter en ik

bereiken de boeien die het touw drijvende houden. Onder ons,
duisternis, die oprukt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e maart ook mijn blog van 24 maart 2021 en ook mijn blog van 24 maart 2020 en eveneens mijn blog van 24 maart 2019 en ook mijn blog van 24 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Yōko Tawada, Gary Whitehead

De Japanse dichteres en schrijfster Yōko Tawada werd geboren op 23 maart 1960 in Tokyo. Zie alle tags voor Yōko Tawada op dit blog.

Uit: De laatste kinderen van Tokyo (Vertaald door Luk Van Haute)

“Mumei, nog steeds in zijn blauwe zijden pyjama, zat met zijn achterste tegen de tatami geplakt. Dat hij wat aan een kuiken deed denken, kwam misschien doordat zijn hoofd zo groot was in verhouding tot zijn lange, smalle hals. Zijn haar, zo dun als zijdedraad, was nat van het zweet en kleefde in klitten aan zijn huid.
Hij hield zijn oogleden bijna gesloten en bewoog zijn hoofd om met zijn oren de ruimte af te tasten, en zo het geknars van de zware voetstappen buiten op het grindpad met zijn trommelvliezen op te vangen. Het geluid klonk steeds harder en hield toen plotseling op.
De schuifdeur begon te ratelen als een goederentrein en Mumei deed zijn ogen open, waarop het zonlicht kwam binnengestroomd, geel als gesmolten paardenbloemen. Mumei trok zijn schouders krachtig naar achteren, stak zijn borst vooruit en hief zijn gespreide armen de hoogte in, alsof hij zijn vleugels uitsloeg.
Yoshiro kwam hijgend in zijn richting. Een glimlach trok diepe rimpels in zijn ooghoeken. Zodra hij een been optilde en omlaagkeek om zijn schoen uit te trekken, druppelde het zweet van zijn voorhoofd.
Yoshiro huurde elke ochtend een hond bij de ‘hondenverhuurder’ aan het kruispunt voor de dijk. Met de hond aan zijn zij rende hij dan een halfuur op die dijk. De rivier was als een bundel zilveren linten. Als het waterpeil door schaarste heel laag stond, stroomde hij verrassend ver van de oever vandaan. Op die manier zomaar zonder reden hardlopen op de weg noemden de mensen vroeger ‘joggen’, maar met het verdwijnen van de leenwoorden werd het vanaf een bepaald moment ‘weglopen’ genoemd. Eerst was het een modewoord dat voor de grap werd gebruikt, in de zin van: ‘Als je hard loopt, gaat je hoge bloeddruk weg’, maar na een poosje was het ingeburgerd. Mumeis generatie had er nooit bij stilgestaan dat ‘weglopen’ vroeger ook een romantische connotatie kon hebben.
Ook al werden leenwoorden dan niet langer gebruikt, bij de hondenverhuurder waren de fonetische tekens waarin de namen van de buitenlandse rassen werden geschreven nog overvloedig aanwezig. Toen Yoshiro begon als ‘wegloper’, had hij weinig vertrouwen in de snelheid die hij aankon, en dus ging hij ervan uit dat hij het best een zo klein mogelijk hondje kon kiezen.”

 

Yōko Tawada (Tokyo, 23 maart 1960)

 

De Amerikaanse dichter Gary Joseph Whitehead werd geboren op 23 maart 1965 in Pawtucket, Rhode Island. Zie alle tags voor Gary Whitehead op dit blog.

 

Peren plukken

Ik sta op de bovenste sport en de ladder
trilt; boven me hangen de winterperen net buiten
bereik, schoon en zwaar aan de takken geregen
en wiegend als de schorten van mijn grootmoeder
die aan de waslijn hangen te drogen. Ik laat er een vallen in
de tas die ze onder me openhoudt. Ze glimlacht,
en ik word meegetrokken in de omhelzing van haar blik –
naar beneden, naar handenvol aarde, seizoenen, de lege
beker van een verloren dochter, een verloren borst.
Ik ben verweven in kilometers aan quilts, gordijnen,
tafelkleden, zomen van broeken, rokken.
Ik zit aan haar vast als een knoopje aan een borstzak,
en ik ruik zeep, tomaten, kippensoep,
Portugees zoet brood, geitenkaas, peren…
en ik laat me zakken langs de knoestige
tak, de ladder af om de volle
zak met fruit te pakken waar ik zo van houd, warm van
de zon en gevlekt als haar handen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gary Whitehead (Pawtucket, 23 maart 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e maart ook mijn blog van 23 maart 2023 en ook mijn blog van 23 maart 2020 en eveneens mijn blog van 23 maart 2019 en ook mijn blog van 23 maart 2015 deel 1 en eveneens mijn blog van 23 maart 2014 deel 1 en ook deel 2.