Marije Langelaar, Karin Fellner

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Marije Langelaar werd geboren op 18 juni 1978 in Goes. Zie ook alle tags voor Marije Langelaar op dit blog.

Uit: In het jaar van de rode os

“Deel III – Brieven aan de condor
We rijden naar Ch’iyara, de baai van het Laramameer. We eten een eenvoudige maaltijd bij vrienden van mijn man. Het zijn grove lieden die in de mijnen werken en naar mijn borsten staren. Madre mia wat een wolven! Ze doen het alleen als mijn man niet kijkt.
Ik vind hen niet aardig, wil snel weer weg, een van hen, met een soort fonkeling in zijn ogen, geeft me een hoofdknik maar ik keur hen geen blik waardig. Na de maaltijd rijden we naar het meer. De baby leggen we op een deken naast het water. Haar bewegingen zijn opgewonden, het uitstapje doet haar zienderogen goed, we zingen liedjes voor haar en gooien druppeltjes water in haar gezicht en uiteindelijk valt ze in slaap. Mijn man bouwt een dam van stenen om haar heen zodat ze niet in het water kan rollen. Slaat met een stokje alle insecten weg.
Ik kleed me uit om te zwemmen, ik zie mijn man kijken hoe ik alle kleren afleg, ik ben zo bloot als een vis, schud mijn krullende haren los en breek het roerloze oppervlak met mijn duik. Als een mes snijd ik door het koude water, er zijn talloze vissen als zilveren ringen. Onder water is het troebel, ik zie het wier als knoperig touw bewegen en raak de steentjes op de bodem met mijn vingers. Ik schrik van een grotere vis die tegen me opbotst en hapt in mijn middel, gil overeind om te zien dat het mijn man is, we vrijen als leeuwen een beetje hard en onstuimig en bovendien na enkele golven weer klaar.
We waden terug naar de baby die nog steeds ligt te slapen. In de struiken zie ik een gestalte, sluike zwarte veren van een ineengedoken man, strakke ogen, het liefst wil ik me ergens verbergen en bedekken maar er is niets van hulsel, de enige andere mogelijkheid is dus mijn tepels te priemen richting de wolken.
Soms lieve condor, amigo de alas negras, valt het leven als mens me zwaar, het is schraal van betekenis, het ontbreekt ons aan iets en het doet ons zo’n pijn.
We rollen maar door in het veld van niet weten.
We drinken niet, al zijn we dorstig maar we drinken niet, we zijn hongerig maar eten niet, werkelijk drinken bedoel ik en werkelijk eten met iets wat onze dorst echt kan lessen, onze honger kan stillen, ons verlangen dat zo brandend is, we zijn bevangen door een grote drang om zo snel mogelijk ergens een rand te bereiken.”

 

Marije Langelaar (Goes, 18 juni 1978)

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren op 18 juni 1970 in München. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog.

 

Cache misère

We spraken over kale bomen bij 30 graden,
over de heldere kruimels die gram voor gram verdwenen
in de subroutine,
we gooiden koekjes uit onze mouwen en spraken
over armoede alsof het geen deel uitmaakte van ons bezit.

Ook dit gesprek verliep in geluidloze meeteenheden,
we lieten elkaar de stigmata van onze honden zien,
terwijl Mem vertelde hoe vroeger zogenaamde vliegende insecten
op elk autoraam crepeerden. Over de
correlatie, over hoe… des te…spraken we niet.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2020 en eveneens mijn blog van 18 juni 2019 en ook mijn blog van 18 juni 2016 deel 2.