De Nederlandse dichter, schrijver en predikant Jacob Roelof (Jaap) Zijlstra werd geboren in Wassenaar op 5 september 1933. Zijlstra groeide op in een timmermansgezin in de arbeidersbuurt van Wassenaar; zijn ouders kwamen uit Friesland. Het gezin telde vijf broers en een zus; een jongere broer is de latere filosoof Onno Zijlstra (1949). Een neef van moederskant was de latere predikant, schrijver en tv-presentator Sipke van der Land (1937-2015), die ook in Wassenaar opgroeide. Zowel Van der Land (voor het proza) als Jaap Zijlstra (voor de poëzie) hielpen een jonge Boudewijn Büch met diens vroege schreden op het schrijverspad. Zijlstra volgde de mulo en werkte vervolgens als boekhouder bij de gemeente en in een meubelfabriek; in de avonduren haalde hij zijn praktijkdiploma. Na zijn militaire diensttijd was hij tien jaar administrateur op het Rijnlands Lyceum Wassenaar. Zijlstra was sinds 1967 gereformeerd predikant en was vaste voorganger in Duurswoude (vanaf 1966), Delfzijl (vanaf 1971), Vorden (vanaf 1978) en Amsterdam (vanaf 1986); ook heeft hij in veel andere plaatsen gepreekt. Van de jaren tachtig tot het eind van zijn leven woonde Zijlstra in een grachtenpand in Amsterdam, waar hij een tijdlang evangelisatiepredikant was bij de oecumenische stichting Diensten Met Belangstellenden. In de jaren tachtig presenteerde hij voor de NCRV vier jaar het programma Kerkepad, een rondgang langs kerken in Nederland. In 1983 kwam hij tijdens een preek in Ermelo voor zijn homoseksuele geaardheid uit. Vervolgens heeft hij veel homoseksuele mensen, en later ook mensen met aids, pastoraal begeleid. Als dichter debuteerde Zijlstra bij uitgeverij Callenbach met “Voor de gelukkige vinder” (1965). Hij heeft ruim twintig dichtbundels gepubliceerd. Verder zijn er van hem een roman, twee novelles, liederen, beschouwelijke teksten en verspreide verhalen verschenen. Hij droeg een aantal liederen bij aan het Liedboek voor de Kerken. De dichtbundel “Ik zie je zo graag” uit 1991 gaat over zijn liefde voor jongens en kreeg de Prijs van de Vlaamse Poëziedagen. In 2005 schreef hij het libretto voor de inhuldiging van een kerkorgel in Antwerpen, waarvoor Willem Ceuleers de muziek componeerde. Zijlstra’s Verzamelde gedichten verschenen in 2010 bij uitgeverij Kok. In dat jaar kreeg hij ook de Dr. C. Rijnsdorp Prijs voor zijn hele oeuvre.
Vreugde
ik zou van blijdschap
een klarinet willen zijn
een diepe fagot
van ontzag
ik zou
tomeloos willen draven
een hinde
tokkelend over de aarde
een carillon
zou ik willen zijn
een octaaf duiven
wirwar over de stad
mijn handen mijn occarino
mijn voeten hindelopen
mijn hart mijn naftali
en al de klanken van mijn vreugde
uitstrooien in het licht
een luisterrijke fontein
een welluidende waterval
o overvloed van leven
bron van geluk
geloofd zij God
met diepe teugen
Roeierslied
Oude mannen,
neigend naar de aarde,
heffen de kist.
Zo hief jij,
met jonge mannen,
de roeiboot.
Ze zingen ij je graf,
de tongriemen
redden het niet.
Laat je maar gaan,
acht zonder stuur, stroomaf
op je verdriet.
Dijk
Verdronken land
van wat ik was
valt soms weer droog.
Gaande over een dijk,
bevriend met de vlagen zon,
de zachte zweep van de regen,
de wolken stormenderhand,
vaar ik weer als een boot
door de wind
met niemand aan boord
dan de jongen,
de opkomende man
die de tegenkanting van het getij
te woord staat
uit alle macht,
in alle eenzaamheid.
