4 mei . De oorlog is al jarenlang voorbij. Men zegt het, maar het is niet waar. Ik zie ze nog, gebonden aan elkaar gaan naar hun graf. De duinenrij ligt in de zon, de wind streelt door hun haar. . Voorover liggen. het is niet voorbij. Wachten met het gezicht op de grond. Roepen tot God met een gesloten mond. Mijn God, mijn God, ontferm U over mij. . Nog klopt hun bloed tegen het witte zand. Nog zoekt hun hart de verre overkant. Ik hoor de schoten. het is niet voorbij.
Jaap Zijlstra (5 september 1933 – 22 december 2015) Oorlogsmonument in wassenaar, de geboorteplaats van Jaap Zijlstra
’s Ochtends toen ik langs de keuken liep Zag ik de banaan op de aanrecht liggen. Gisterenavond heb ik hem niet gegeten en daar laten liggen.
Ik zou hem gaan pakken en hem in de koelkast leggen, Ik keek: de bovenkant van de banaan zat vol met saffraan!
Ik herinnerde me, dat tijdens het maken van een salade Het deksel van het saffraanpotje van zijn plaats verdwenen was.
Kijk dat is toevallig, dacht ik, dat rijmt: banaan en saffraan In mijn keuken banaan Met bovenop saffraan Het heeft geen betekenis Noch enige noodzaak Zoals alle gedichtjes van mijn leven.
De Nederlandse dichter, schrijver en predikant Jacob Roelof (Jaap) Zijlstra werd geboren in Wassenaar op 5 september 1933. Zijlstra groeide op in een timmermansgezin in de arbeidersbuurt van Wassenaar; zijn ouders kwamen uit Friesland. Het gezin telde vijf broers en een zus; een jongere broer is de latere filosoof Onno Zijlstra (1949). Een neef van moederskant was de latere predikant, schrijver en tv-presentator Sipke van der Land (1937-2015), die ook in Wassenaar opgroeide. Zowel Van der Land (voor het proza) als Jaap Zijlstra (voor de poëzie) hielpen een jonge Boudewijn Büch met diens vroege schreden op het schrijverspad. Zijlstra volgde de mulo en werkte vervolgens als boekhouder bij de gemeente en in een meubelfabriek; in de avonduren haalde hij zijn praktijkdiploma. Na zijn militaire diensttijd was hij tien jaar administrateur op het Rijnlands Lyceum Wassenaar. Zijlstra was sinds 1967 gereformeerd predikant en was vaste voorganger in Duurswoude (vanaf 1966), Delfzijl (vanaf 1971), Vorden (vanaf 1978) en Amsterdam (vanaf 1986); ook heeft hij in veel andere plaatsen gepreekt. Van de jaren tachtig tot het eind van zijn leven woonde Zijlstra in een grachtenpand in Amsterdam, waar hij een tijdlang evangelisatiepredikant was bij de oecumenische stichting Diensten Met Belangstellenden. In de jaren tachtig presenteerde hij voor de NCRV vier jaar het programma Kerkepad, een rondgang langs kerken in Nederland. In 1983 kwam hij tijdens een preek in Ermelo voor zijn homoseksuele geaardheid uit. Vervolgens heeft hij veel homoseksuele mensen, en later ook mensen met aids, pastoraal begeleid. Als dichter debuteerde Zijlstra bij uitgeverij Callenbach met “Voor de gelukkige vinder” (1965). Hij heeft ruim twintig dichtbundels gepubliceerd. Verder zijn er van hem een roman, twee novelles, liederen, beschouwelijke teksten en verspreide verhalen verschenen. Hij droeg een aantal liederen bij aan het Liedboek voor de Kerken. De dichtbundel “Ik zie je zo graag” uit 1991 gaat over zijn liefde voor jongens en kreeg de Prijs van de Vlaamse Poëziedagen. In 2005 schreef hij het libretto voor de inhuldiging van een kerkorgel in Antwerpen, waarvoor Willem Ceuleers de muziek componeerde. Zijlstra’s Verzamelde gedichten verschenen in 2010 bij uitgeverij Kok. In dat jaar kreeg hij ook de Dr. C. Rijnsdorp Prijs voor zijn hele oeuvre.
Vreugde
ik zou van blijdschap een klarinet willen zijn een diepe fagot van ontzag
ik zou tomeloos willen draven een hinde tokkelend over de aarde
een carillon zou ik willen zijn een octaaf duiven wirwar over de stad
en al de klanken van mijn vreugde uitstrooien in het licht een luisterrijke fontein een welluidende waterval
o overvloed van leven bron van geluk geloofd zij God met diepe teugen
Roeierslied
Oude mannen, neigend naar de aarde, heffen de kist.
Zo hief jij, met jonge mannen, de roeiboot.
Ze zingen ij je graf, de tongriemen redden het niet.
Laat je maar gaan, acht zonder stuur, stroomaf op je verdriet.
Dijk
Verdronken land van wat ik was valt soms weer droog. Gaande over een dijk, bevriend met de vlagen zon, de zachte zweep van de regen, de wolken stormenderhand, vaar ik weer als een boot door de wind met niemand aan boord dan de jongen, de opkomende man die de tegenkanting van het getij te woord staat uit alle macht, in alle eenzaamheid.
Jaap Zijlstra (5 september 1933 – 22 december 2015)