Hélène Gelèns, Erich Fried

De Nederlandse dichteres Hélène Gelèns werd geboren in Bergschenhoek op 6 mei 1967. Zie ook alle tags voor Hélène Gelèns op dit blog.

 

willekeur

stip! het maakt niet uit waar niet wanneer hoe
geconcentreerd, stip! als je maar niet spiekt

je neemt een pen, een leeg vel papier
sluit de ogen, stip in het wilde weg
het vel vol stipstipstipstip flink doorstippen

leg de pen neer na een minuut of twee
open je ogen en zie: veel stippen
met staarten! haha geen probleem

trek een cirkel, het maakt niet uit hoe wanneer
waar op het vel, tel netjes binnen de lijn
elke stip elke aanzet van een staart

proficiat, je nam zojuist een steekproef!
(hoe groter je cirkel hoe beter de proef
de gemiddelde stippendichtheid nadert)

 

mis

er ging iets mis het is niets het ging
niet meer mis dan elders het gaat
overal weleens mis overal is wel iets

die zinnen smaken naar ijzer
ik kan ze niet herhalen

ik probeer het schrijvend: er ging iets mis
het is niets het ging niet meer, maar
het golft, de woorden beginnen te golven

de woorden golven meer en meer, kijk
nu golft het al meren – wat een ruimte opeens
ergens kwinkeleert een merel: dit hier! dit nu!

ver kijk ik uit over zilverblauw rimpelend water en zing na:
dit hier! dit nu! dittehier dittenu! dit hier nu dit nu nu
dittedit! – dan is daar krullach: gaan we zwemmen?

raak!

 

marsmanvariaties I

vlam in mij, jaag, laai op!
hart in mij, oefen geduld
verdriedubbel vertrouwen
vogel in mij, hup, wiek op
uit vruchtdragende takken!
laat de durf niet varen
je vaart niet luwen
glijvlucht en hulde zijn fijn
maar veel weidser het speelruim

 

Hélène Gelèns (Bergschenhoek, 6 mei 1967)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

Logisch

Het kan toch niet zo zijn
dat de Amerikanen
onnodig
Vietnamese kinderen verbranden

Het kan toch niet zo zijn
dat de Amerikanen maarschalk Kiev steunen
als hij echt een schurk is

Ze steunen hem wel degelijk
dus zo slecht kan hij niet zijn
en wat hij zegt
kan niet zo verkeerd zijn

Hij zegt echt dat zijn rolmodel Adolf Hitler is
dus zo erg kan het niet zijn
als je Hitler als rolmodel neemt

Maar Hitler verbrandde ook kinderen
en niet in Vietnam, maar dichter bij huis
Dus waarom raken mensen van streek
als de Amerikanen dit doen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn blog van 6 mei 2020 en eveneens mijn blog van 6 mei 2019 en ook mijn blog van 6 mei 2018 deel 3 en eveneens deel 4.

‘Wij zijn vrij’ (Martinus Nijhoff), Roni Margulies

 

 

Bevrijdingsmonument in Oirschot, Noord-Brabant

 

‘Wij zijn vrij’

Wij zijn vrij, roept de Nederlandsche vlag
die wapperend zich boven ons ontplooit,
wij zijn vrij, roept zij, en zij riep dit nooit
met dieper kleuren dan op dezen dag.

Want zie, het trotsche rood heeft zich getooid
met bloed, dat in den dood de vrijheid zag,
’t wit blinkt van ijver zonder winstbejag,
het blauw werd door beproefde trouw voltooid.

Waai uit, herwonnen driekleur, waai vrij uit,
tezaâm met den oranjewimpelzwier
van Haar, de Landsvrouwe, die gehandhaafd heeft.

Een nieuwe reis vangt aan, en gij beduidt
hetgeen in ons, o heilige banier,
trotseerend, zuiver en gestaald herleeft.

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Bevrijdingsmonument in Den Haag, de geboorteplaats van Martinus Nijhoff

 

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Roni Margulies op dit blog.

 

SLIPPER

Ineens zag ik een oude vrouw
bij de ingang van het metrostation
een paar maanden geleden.
Ze zat te bedelen.

Gescheurd, maar hagelwit waren haar kleren.
Ze deed me aan mijn oma denken:
aan haar ogen vol angst,
haar laatste dagen.

Ik wende me aan telkens als ik langsliep
‘Goedemorgen’ te zeggen en ofwel brood
of geld te geven.
Ze zei geen woord terug.

Ik probeerde laatst wat te zeggen,
ze keek, maar ze begreep het duidelijk niet.
Ze nam aan wat ik gaf
en keek van me weg.

Toen ik er gisteren langskwam, zat ze er niet.
Op de grond zag ik een enkele slipper.
Bleek roze, met schilfers
en op zijn linkerkant

een bloedrood plastic hart
Piepklein, glimmend.
Alsof het ieder moment
zou kunnen gaan kloppen.

 

Vertaald door Erik-Jan Zürcher

 

Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e mei ook mijn blog van 5 mei 2020 en eveneens mijn blog van 5 mei 2019.

4 mei (Jaap Zijlstra), Roni Margulies

 

Bij 4 mei (Dodenherdenking)

 

Oorlogsmonument in Veghel, Noord-Brabant

 

4 mei
.
De oorlog is al jarenlang voorbij.
Men zegt het, maar het is niet waar.
Ik zie ze nog, gebonden aan elkaar
gaan naar hun graf. De duinenrij
ligt in de zon, de wind streelt door hun haar.

.
Voorover liggen. het is niet voorbij.
Wachten met het gezicht op de grond.
Roepen tot God met een gesloten mond.
Mijn God, mijn God, ontferm U over mij.

.
Nog klopt hun bloed tegen het witte zand.
Nog zoekt hun hart de verre overkant.
Ik hoor de schoten. het is niet voorbij.

 

Jaap Zijlstra (5 september 1933 – 22 december 2015)
Oorlogsmonument in wassenaar, de geboorteplaats van Jaap Zijlstra

 

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Roni Margulies op dit blog.

 

BANAAN EN SAFFRAAN

’s Ochtends toen ik langs de keuken liep
Zag ik de banaan op de aanrecht liggen.
Gisterenavond heb ik hem niet gegeten en daar laten liggen.

Ik zou hem gaan pakken en hem in de koelkast leggen,
Ik keek: de bovenkant van de banaan zat vol met saffraan!

Ik herinnerde me, dat tijdens het maken van een salade
Het deksel van het saffraanpotje van zijn plaats verdwenen was.

Kijk dat is toevallig, dacht ik, dat rijmt: banaan en saffraan
In mijn keuken banaan
Met bovenop saffraan
Het heeft geen betekenis
Noch enige noodzaak
Zoals alle gedichtjes van mijn leven. 

 

Vertaald door Bruno van der Werff

 

Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei  mijn blog van 4 mei 2019 deel 2.

Erik Lindner, Erich Fried

De Nederlandse dichter en schrijver Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

Terug uit Acedia

1. Ze weet een jas als jurk te dragen
terwijl ze zit steunt ze
op de neuzen van haar schoenen

hij staat hij loopt een paar passen
hij loopt terug en blijft weer staan

ze ziet scherp hoe recht de objecten zijn
als ze zich de ondergrond schuin inbeeldt

in de bus die optrekt
steekt ze lezend een hand uit
die een vrouw pakt om te gaan zitten

ze knoopt haar veters op de roltrap
er stopt een auto en ze stapt in.

 

2. Als ze haar knie in de zetel zet
tilt ze de stoel aan de rugleuning omhoog
de stoel balanceert op een poot
hangt stil in een draai

in het trappenhuis staat een ladder

ze zegt mijn gedachten zijn een landschap
haar vingers trommelen op haar dij

er zit een vrouw gehurkt op een boomstronk
haar ellebogen steunend op haar knieën
aan haar voeten zit geen enkel

ze staat op en opent de luiken
een man danst op krukken over straat.

 

3. Nadat ze de motor start
een voorwiel van de stoep afrijdt
wrijft ze mascara uit over haar ooglid

aan de overkant spuit een jongen
met een tuinslang naar een brommer
water loopt in golfjes over straat

een meisje dat touwtje wil springen
komt met te gespreide voeten neer

een vrouw houdt een parkeerplaats bezet
en zwaait naar de auto’s die passeren

ze legt een landkaart op het dashboard
ze draait de spiegel terug en geeft gas.

 

Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

De redding van de wereld

Op een dag
zullen alle honden samenkomen
die met spitse en die met stompe snuiten
die met een glad en die met een ruig vel
die elkaar kunnen luchten
en die elkaar niet kunnen luchten

Ze zullen eerst nog grommen
en ze zullen hun achterpoot optillen
alle honden tegen dezelfde lantaarnpaal
daarop zullen ze wachten
en dan
zal er een beginnen te blaffen

En dan zullen alle honden
uit alle landen
tegelijkertijd blaffen
en dan zal er eindelijk vrede zijn

Vele van hen zullen ook hun mensen meebrengen
maar alleen kampioenen en alleen aan de lijn
Die mogen dan ook hun poot optillen
precies als de honden
en misschien zelfs
tegen dezelfde lantaarnpaal

Maar begint er weer iemand
met oorlog
dan bijten ze hem dood

 

Vertaald door Hans W. Bakx

 

Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn blog van 3 mei 2022 en ook mijn blog van 3 mei 2020 en eveneens mijn blog van 3 mei 2019 en ook mijn blog van 3 mei 2017 en mijn blog van 3 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Rob Waumans, Gottfried Benn

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

Uit: De solist

“Amandine Lucile Aurore Dudevant en haar twee kinderen vertrokken vanuit Parijs, reisden naar het zuiden en stapten bij Lyon op de boot over de Rhóne naar Avignon. Daar namen ze paard en wagen en trokken langs de Middellandse Zee naar Perpignan en door de Pyreneeën de grens over naar Barcelona. Frédéric Chopin reisde niet met zijn geliefde maar vertrok in gezelschap van een vriend naar het zuiden en ging in Port-Vendres aan boord van de oceaanstomer naar Barcelona. Vanuit daar vertrokken ze gezamenlijk, met z’n vieren, met de El Mallorquin naar Palma, waar ze in de tweede week van november arriveerden. Mallorca. Zoals altijd liep alles anders dan hij van tevoren had bedacht. Allereerst zinde het hem niet dat Amandine per se haar kinderen mee wilde nemen. Hoe was het mogelijk om fatsoenlijk te werken als er twee onruststokers om hen heen drentelden? Ze zouden een blok aan hun been worden. Zij wilde werken aan haar nieuwe boek en ook hij was hier niet om vakantie te vieren. Ze kwamen hier allebei met een doel en dat zou alleen maar verder uit zicht raken. Maar Amandine hield voet bij stuk, ze wilde haar kinderen onder geen beding achterlaten. En dus legde hij zich erbij neer, al was het maar omdat hij wist dat hij zonder haar, helemaal alleen, zijn bestemming niet zou bereiken. Hij voelde zich al maanden zwak, hij hoestte veel, en hij had haar hulp nodig. Ook al waren ze geliefden, steeds vaker betrapte hij zich erop dat zijn liefde voor haar vooral bestond uit de behoefte om door haar verzorgd te worden. Frédéric en Amandine namen hun intrek in een appartement aan de Carrer de la Mar, dicht bij de zee, in het drukke centrum maar ook praktisch naast het koninklijk paleis van La Almudaina, terwijl ze naar een permanente woning zochten. Een week nadat ze op Mallorca waren gearriveerd, betrokken ze een vrijstaand huis even buiten Palma. Daar wachtte Chopin op zijn half-vleugel. De transporteurs in Parijs hadden hem hooguit twee weken reistijd beloofd, de piano werd verscheept vanaf Marseille, maar die twee weken waren al ruimschoots verstreken en nog steeds was hij verstoken van zijn instrument. Chopin huurde een eenvoudige piano, om de dreunende inspiratie die zich in zijn lichaam een weg naar buiten probeerde te banen, de ruimte te geven. Hij hoorde de zon en de droogte van de zomer in het instrument terug.”

 

Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

Dag die de zomer besluit

Dag die de zomer besluit,
het hart ontving het teken wel:
de vlammen hebben zich geuit,
de stromen en het spel.

De beelden worden matter,
onttrekken zich aan de tijd,
wat weerspiegeld nog door water,
maar ook dat water is wijd.

Je hebt een slag ervaren,
draagt de aanval nog, het op de vlucht slaan,
terwijl de meuten, de scharen,
de troepen verder gaan.

Rozen en wapenspanners,
pijlen en vlammen wijd -:
de tekens zinken, de standers -:
onherroepelijkheid.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

Gottfried Benn (2 mei 1886 – 7 juli 1956)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2022 en ook mijn blog van 2 mei 2021 en ook mijn blog van 2 mei 2018 en ook mijn blog van 2 mei 2017 en ook mijn blog van 2 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Into the streets May First! (Alfred Hayes), Aleksander Wat

 

City Building door Thomas Hart Benton, 1931

 

Into the streets May First!

Into the streets May First!
Into the roaring Square!
Shake the midtown towers!
Shatter the downtown air!
Come with a storm of banners,
Come with an earthquake tread,
Bells, hurl out of your belfries,
Red flag, leap out your red!
Out of the shops and factories,
Up with the sickle and hammer,
Comrades, these are our tools,
A song and a banner!
Roll song, from the sea of our hearts,
Banner, leap and be free;
Song and banner together,
Down with the bourgeoisie!
Sweep the big city, march forward,
The day is a barricade;
We hurl the bright bomb of the sun,
The moon like a hand grenade.
Pour forth like a second flood!
Thunder the alps of the air!
Subways are roaring our millions –
Comrades, into the square!

 

Alfred Hayes (18 april 1911 – 14 augustus 1985)
Brick Lane in Whitechapel, Londen, de geboorteplaats van Alfred Hayes

 

De Poolse schrijver en dichter Alexander Wat werd geboren op 1 mei 1900 in Warschau. Zie ook alle tags voor Aleksander Wat op dit blog.

 

Een Perzische fabel

Aan een grote rappe stroom
lag op de stenen oever
een schedel en die schedel
schreeuwde: Allah jah illah.

En er was zoveel afgrijzen
in die kreet, zo’n vurige bede
en de wanhoop was zo diep,
dat ik aan de stuurman vroeg:

Wat doet hem nu vrezen? En waar kan hij om smeken?
Welk Godsoordeel kan hem wreder nog hier wreken?

Toen rolde een golf aan
hij greep de schedel mee
sloeg hem met woeste kracht
tegen de kant te pletter.

Er is geen laatste grens
-sprak daarop dof de stuurman-
erger kent geen bodem.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Aleksander Wat (1 mei 1900 – 29 juli 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e mei ook mijn blog van 1 mei 2021 en ook mijn blog van 1 mei 2020 en eveneens mijn blog van 1 mei 2019 en ook mijn blog van 1 mei 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Alexander Osang, Ulla Hahn

De Duitse schrijver en journalist Alexander Osang werd geboren op 30 april 1962 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Osang op dit blog.

Uit: Fast hell

Ich kannte Uwe aus New York, obwohl er eigentlich aus Ostberlin kam wie ich. Ich weiß nicht mehr genau, wann ich ihn zum ersten Mal sah, wahrscheinlich Anfang der Zweitausender auf einer Party bei Solveigh, die aus der Nähe von Dresden stammte, aber seit über dreißig Jahren in Brooklyn lebte. Ich hatte eine kleine ostdeutsche Gemeinde in New York Meine Frau natürlich, die in Berlin-Lichtenberg groß wurde, Solveigh, die kurz vor dem Mauerfall einen New Yorker Juden heiratete, der seine Sommerferien im Sozialismus verbracht hatte, Sabine, die aus einem Dorf bei Erfurt kam und Ende der Achtziger ausgereist war, ihren Freund Bert, der nach einem Fluchtversuch aus Ostberliner Haft freigekauft worden war, Kathleen aus Gera, die ein Jahr in unserem verrumpelten Büro arbeitete, obwohl sie aussah wie ein Filmstar, ein junges Thüringer Ärztepaar, das irgendwann nach New Mexico weiterzog, später dann auch Else, die eigentlich Sabine hieß, aus Eilenburg kam und einem Mönch in einen Tempel nach Manhattan gefolgt war. Uwe gehörte dazu. Keine Ahnung, wovor der weggelaufen, wem der gefolgt war. Er trat mir aus dem Gewirr der Riesenstadt entgegen. Er war schwul, glatzköpfig und besaß ein Haus in Spanish Harlem, das er in einer Art Stadtlotterie gewonnen hatte. Die Sommer verbrachte er auf Fire Island, wo auch wir ein Ferienhaus gemietet hatten. Er bewohnte mit zwei pensionierten Tänzern des Bolschoi-Balletts einen Bungalow in Cherry Grove, dem gay village der Insel. Unser Haus stand in Oakleyville, wo niemand war, außer uns, einem verschrobenen Verwalter namens Sam, der einst Affären mit Yoko Ono und Greta Garbo gehabt haben soll, sowie einem einheimischen Messie namens Chuck, der den Klimawandel anzweifelte, obwohl seine Insel langsam aber sicher im Atlantischen Ozean versank. Einmal im Sommer liefen wir durch die Hitze am Strand entlang und besuchten Uwe in Cherry Grove, wo er auf einer Terrasse im Schatten saß und schon auf uns zu warten schien. Wenn ich dort ankam, fühlte ich mich, als sei ich nur kurz weg gewesen. Uwe gehörte zu den Menschen, in deren Gegenwart ich sofort anfing zu berlinern. Ich habe nie einen Mann an Uwes Seite gesehen. Ich kannte nur Geschichten von seinen Partnern. Sie klangen meist tragisch.“

 

Alexander Osang (Berlijn, 30 april 1962)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

 

Bewijssituatie

Had jij, had ik, zouden wij
in het kielzog van het vacuüm steeds meer
op leeftijd gekomen zijn
geloof verzet misschien bergen
maar nooit een conjunctief
Niet eens een foto
van alle hoop
al het geduld

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2025 en ook mijn blog van 30 april 2020 en eveneens mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

K. P. Kaváfis, Monika Rinck

De Griekse dichter Konstantínos Petros Kaváfis werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863. Zie ook alle tags voor Konstantínos Petros Kaváfis op dit blog.

 

De satrapie

Wat een ongeluk dat, hoewel je bent geschapen
voor de mooie en grote daden,
je onrechtvaardig lot je altijd
aanmoediging en succes onthoudt;
dat zinloze gewoontes, kleinigheden
en onbenulligheden je belemmeren.
En wat is de dag verschrikkelijk waarop je bezwijkt
(de dag waarop je je liet gaan en bezwijkt)
en je je op reis begeeft naar Susa,
en naar monarch Artaxerxes gaat,
die je welwillend aanstelt aan zijn hof
en je satrapieën en dergelijke aanbiedt.
En jij neemt ze aan, in vertwijfeling,
die zaken die je niet wenst.
Je ziel zoekt naar iets anders, weent om iets anders:
de lof van het Volk en van de Sofisten,
het zo begeerde, onschatbare Bravo,
de Agora, het Theater en de Kransen.
Hoe zal Artaxerxes je dit kunnen geven,
waar zul je dit vinden in de satrapie
en wat voor leven zul je leiden zonder dit alles.

 

Philhelleen

Zorg er voor dat het graveren bekwaam gebeurt.
De gelaatsuitdrukking ernstig en majesteitelijk.
Het diadeem liefst wat smal:
die brede van de Parthen zijn niet naar mijn smaak.
Het opschrift zoals gebruikelijk in het Grieks;
niet overdreven, niet hoogdravend –
opdat de proconsul het niet misduiden kan,
hij die alles bespiedt en doorgeeft naar Rome –
maar vererend niettemin.
Iets zeer uitgelezens op de keerzijde:
een of andere mooie jonge discuswerper.
Bovenal druk ik je op het hart, er op toe te zien
(Sithaspes, bij god, laat het niet vergeten worden)
dat na het Koning en het Redder,
met sierlijke letters gegraveerd wordt: Philhelleen.
En kom me nu niet aan met spitsvondigheden
als ‘Waar zijn de Hellenen?’ en ‘Waar is het Grieks
hier achter de Zagros en voorbij Phraäta’.
Aangezien talloze anderen, barbaarser dan wij,
het schrijven, zullen ook wij het schrijven.
Vergeet tenslotte niet dat soms
sofisten uit Syrië naar ons toe komen
en verzenmakers en andere nietsnutten,
zodat we niet zonder Griekse beschaving zijn, dunkt me.

 

Een van de goden

Wanneer een van hen, omstreeks het uur dat het avond wordt,
over de agora van Seleukia ging,
als een lange en volmaakt mooie jongeman,
met de vreugde om onsterfelijkheid in de ogen,
met zijn geparfumeerde zwarte haren,
keken de voorbijgangers naar hem
en men vroeg elkaar of men hem kende
en of hij een Griek uit Syrië, dan wel een vreemde was. Maar sommigen
die met meer aandacht naar hem keken
begrepen, en maakten baan,
en terwijl hij verdween onder de zuilengangen,
in de schaduwen en in de lichten van de avond,
op weg naar de buurt die alleen ’s nachts
tot leven komt met orgieën en drinkgelagen
en elke soort van roes en wellust,
vroegen zij zich af wie van Hen dit misschien was
en voor welk verdacht genot
Hij afgedaald zou zijn naar de straten van Seleukia
uit de Vereerde, Heilige Verblijven.

 

Vertaald door Hans Warren en Mario Molegraaf

 

K. P. Kaváfis (29 april 1863 – 29 april 1923)

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

de soufflé (Honingprotocollen)

Horen jullie dat, zo honen honingprotocollen: je moet nu simpelweg niets doen.
Alsof een doorwerkt (als een spons verzadigd) bewustzijn
het voorwerk weigerde. Ik kan me niet verstaanbaar maken. Proberen we het zo:
Je nodigt eters uit, om acht uur en er ligt rood vlees, een berg meel,
smerige wortels en een dozijn eieren en je zegt: dit is de soufflé,
zoals u wilt, of als het dat nu niet is maar over drie uur,
of als ik iemand anders zou zijn, dan zou het precies dat zijn: de soufflé.
Dan vragen de gasten meer bezorgd dan teleurgesteld: wat is er dan gebeurd?
Wat hebt u dan gedaan toen u geen soufflé gemaakt hebt?
Gejammer! De tristesse van de weigering die de verkwisting aan zichzelf
en aan de verkwisters toeschrijft. Omdat de verkwisters hun zorgvuldigheid verkwisten,
verkwisten ze? Zichzelf! Tot zover het vooranalytische laten rondslingeren,
wat echter ook geen oplossing is. Het is of troebel of puur. Zoals je wilt.
Of beter: afhankelijk van waar je op uit bent. Zo bekeken is ook het pure
troebel, zeer troebel. Waarbij de troebelheid erbij blijft in het recht van het pure te zijn.
Maar de gasten hebben het recht aan hun zijde als ze zeggen:
een soufflé ziet er anders uit.

 

Vertaald door Miek Zwamborn

 

Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e april ook mijn blog van 29 april 2019.

Gerbrand Bakker, Monika Rinck

De Nederlandse schrijver Gerbrand Bakker werd geboren in Wieringerwaard op 28 april 1962. Zie ook alle tags voor Gerbrand Bakker op dit blog.

Uit: Moeder, na vader

“Mijn moeder – geboren op 17 december 1934 – zegt best vaak: ‘Zo lang je eet, ga je niet dood.’ Meestal zegt ze dat als ze ziek of niet lekker is. Mijn vader hield op met eten en ging dus wél dood.
Hij is, iets anders kan ik er niet van maken, overleden aan spit. Eind mei 2021 klom hij uit de droge sloot naast zijn huis met enorme rugpijn. Hij had daar onkruid staan trekken. Tegen de tijd dat hij stierf, dat was 14 augustus, had hij allang geen pijn meer. Die hele periode van dik tweeënhalve maand komt me nu onwerkelijk voor, en ook verwarrend en raadselachtig. Hoe kan iemand doodgaan aan spit? Waarom gaat iemand überhaupt dood? We hadden onlangs vrienden te eten en ik kreeg tussen neus en lippen te horen dat die en die dood was. ‘Waarom?’ vroeg ik. Niet ‘waaraan’, omdat de overleden man nog zo jong was. Nee, waarom? Alsof doodgaan een keuze is, iets waar je zelf de hand in hebt, iets wat je eventueel zelf zou kunnen regisseren. Ik werd uitgelachen om mijn vraag: wie vraagt er nu waarom in plaats van waaraan?
En toch is het een vraag die me in het geval van mijn vader nogal bezighoudt. Hem mankeerde niets. Hij was tot het moment dat die pijn in zijn rug schoot een, zoals dat dan heet, ‘kranige oude man’. Hij was weliswaar in april 90 geworden, maar zijn vader werd 96, dus hij had nog zeker zes jaar te gaan. Tenminste: als je er een competitie van maakt. En dat is het natuurlijk niet; je kunt er namelijk niet zelf actief voor zorgen dat je zo oud mogelijk wordt, want kanker, hartverlammingen, een verkeersongeluk, een verdwaalde of gerichte kogel of een val van een keukentrapje verstoren die poging best regelmatig.
De eerste weken zijn mij een beetje ontgaan. Omdat we in de Eifel zaten, zag ik hem niet. Ik hoorde door de telefoon hoe het ging. Meestal sprak ik dan met mijn moeder, maar omdat ze de telefoon altijd op de speaker zet, kon mijn vader op de achtergrond meeschreeuwen. Na een paar dagen hevige pijn heeft mijn broer hem naar de huisarts gereden. Hij kreeg pijnstillers. Maar hij kon nauwelijks omhoog of omlaag. Dat verstoorde de routine die mijn vader en moeder samen opgebouwd hadden: hij kon mijn moeder, die slecht ter been is en last heeft van een haperend hart, niet langer helpen de dingen te doen die hij altijd voor zijn rekening had genomen.”

 

Gerbrand Bakker (Wieringerwaard, 28 april 1962)

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

Stro

Horen jullie dat, zo honen honingprotocollen, nu heeft de gevoeligheid
zich uitgestrekt, nu heeft ze alle ruimtes overspannen en aangestoken.
Aardse treurigheid, de berken werden grijs, de hond heeft een oog verloren.
As, vlokkend talmen, boetedoening, vermoeidheid, verdriet misschien, toch is het je plicht
erdoorheen te gaan, als ware het licht waarin de ellende staat met handen
die jij gebonden acht. Dan zie je: het wordt minder, het begrijpen.
Helderheid ontstaat alleen nog door de intensiteit van de schok. Een geluidloze knal.
Je kunt het niet meer bevatten, bent ongedurig, en in een poging toch te begrijpen,
kom je er aan de andere kant weer uit, reliëf dat niet bestaat,
tremolo dat niet bestaat, als had je tevergeefs in de nevel gegrist,
een nevelpaardje je erin geluisd (huuhot, die grijze stort zich op mij,
ik val door hem heen) en bent diep beneden, gevoelig, onbegrepen,
in afwachting van de schok. Maar plotseling, hier, alles geel, vol stro!

 

Vertaald door Miek Zwamborn

 

Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e april ook mijn blog van 28 april 2021 en ook mijn blog van 28 april 2020 en eveneens mijn blog van 28 april 2019 deel 1 en ook deel 2.

Marcus Jackson

De Amerikaanse dichter Marcus Jackson werd geboren op 28 april 1983 in Toledo, Ohio. Na zijn bachelor aan de Universiteit van Toledo vervolgde hij zijn poëziestudie aan de masteropleiding creatief schrijven van NYU en als Cave Canem-fellow. Zijn gedichten zijn verschenen in onder andere The American Poetry Review, The New Yorker en The New York Times Magazine. Zijn dichtbundel, “Rundown”, werd in 2009 uitgegeven door Aureole Press. Zijn debuutbundel, “Neighborhood Register”, verscheen in 2011, en zijn tweede volledige bundel, “Pardon My Heart”, werd in 2018 uitgegeven door TriQuarterly Books/Northwestern University Press. Marcus Jackson doceert aan de MFA-programma’s van Ohio State University en Queens University of Charlotte.

 

What of Fire?

My therapist has approved my drinking of three whiskeys per night,
her eyes forbearing, knowing well the ruthlessness of night.

The sun having fled as a father might flee, my cousin fathered
a narrow terror while he robbed, with a pistol, a fellow citizen one night.

The encouraging lies of a mother are greatly underpaid job-keepers;
slovenly kings have dealt much wrong money to generals and knights.

My childhood was a lengthy scene of make believe and disaccord—
my favorite things being rain and watching my mother’s cigarettes ignite.

What of fire, among its timelessness and musculature, is not
more divine when burning past the open gates of night?

 

Evasive Me

Of course there’s a certificate, bleeding
carbon at the creases and impressions,

detailing my metrics and lineage the night
I entered the earthly air in a new hospital

built by the intricate partnership between
Rust Belt governance, capitalism

and Christ, though I lie to people I like,
saying I was born in a garden so near

the sea that my mother—multilingual
and remarkably tall—rinsed me at the fringe

of the tide the morning after labor,
the horizon cloudless and birdless

while the sand whispered spells of protection,
depth, and solemnity upon the pair of us,

and amid this farce my dear listeners
don expressions of distrust or ire

as likely they should, faced with evasive
me, so wearied even before boyhood

by the truth that I’ve forever disallowed
my ears and my mouth any songs not made

from the water, dirt, wind, salt, and fire
of American manipulation.

 

Marcus Jackson (Toledo, 28 april 1983)