My Ice Cream Is Melting (Kenn Nesbitt), Rien Vroegindeweij, Wole Soyinka

 

 

IJsverkoper door Veniamin Borisov, 1991

 

My Ice Cream Is Melting

My ice cream is melting
this hot sunny day.
I’m licking it quick but
it’s dribbling away.

My ice cream is melting.
It’s starting to drip
all over my fingers,
my chin, and my lip.

My ice cream is melting.
I can’t make it stop.
It’s hitting the ground with
a splash and a plop.

My ice cream has melted
and turned into ooze.
It was on a cone but
it’s now on my shoes

 

Kenn Nesbitt (Berkeley, 20 februari 1962)
Berkeley

 

De Nederlandse dichter en (toneel)schrijver Rien Vroegindeweij werd geboren in Middelharnis op 13 juli 1944. Zie ook alle tags voor Rien Vroegindeweij op dit blog.

 

Nazare

Hier slaat de gesel van de atlantische golfslag
Neder. De vissers boeten de netten op het strand.
Over zee komt traag de nevel naar het land.
Een enkele boot vaart uit vandaag; het is zondag.

Wij liggen op het strand van Portugees Nazare.
De vrouwen gaan in het zwart, vol bedrijvigheid
Tussen de toeristen op de boulevard. Soms als ware
Voorbeelden van evenwicht en moderniteit:

Want draagt er een nog een wasmand vol met vis
Behendig op haar hoofd, over het dunne koord
Dat voor haar op de straat gespannen is,
Een ander waart zich haastig voort

Door de menigte, op haar hoofd een tv-toestel.
Het beeld van vissers, boten, strand en oceaan
Wordt wazig, het sneeuwt, verandert snel
Als we er een met de wereld op haar kop zien gaan.

Bij wijze van spreken dan, want even later,
Als zij met haar tv-toestel verdwenen is, ik dan
Een rustpunt zoek daarginds in het oneindig water,
Ligt daar nog steeds de rots bij de ingang van

De baai van Nazare, met naar boven wat boven is.
Wij grappen nazare, nazareth, nazarener en
Zien Hem dan verschijnen in de nevelen.
Het ziet er niet naar uit dat Hij hier geboren is.

Hij zou trouwens moeilijk zijn te vinden.
Zoveel nazareners slenteren langs het strand.
Wie vist? Wie zegt de netten aan de andere kant
Uit te werpen en ze extra stevig vast te binden?

Een reclameluchtballon gevangen in een net,
Schreeuwt kleurig zijn boodschap uit tegen de
Zonnebaders. Ik wilde wel dat het regende,
Dat het goot. Maar ik kom niet uit Nazareth.

En voor de kinderen hoeft het niet, regen.
Zij spelen lustig op de grens van land en zee.
De oceaan, die zwaargewicht, spart met hen mee.
Niets verstoort hun spel, niets houdt hen tegen.

Behalve dan het avondeten en straks de nacht,
De avond eerst, de tv, de welverdiende rust:

Als vuurtoren en misthoorn waken aan de kust,
Nazare slaapt, bewijst de zee aldoor haar kracht.

 

Gevecht

Dat we elkaar niet mochten:
met messen uit Solingen,
roestvrij en degelijk, gingen
we elkaar te lijf. Gevochten

hebben we als leeuwen
(en geworsteld met de Zeeuwen)
zoals die twee eeuwen geleden
in het paradijs, oost van Eden.

Nog zie ik hem staan,
klein en ongenaakbaar.
Zoals we elkaar toen zagen,

zie ik soms alleen mezelf staan,
het dichtst bij het dressoir
waarin de messen lagen.

 

Rien Vroegindeweij (Middelharnis, 13 juli 1944)

 

De Nigeriaanse dichter, schrijver en voorvechter van democratie Akinwande Oluwole “Wole” Soyinka werd geboren op 13 juli 1934 in Abeokuta. Zie ook alle tags voor Wole Soyinka op dit blog.

 

Telefoongesprek

De huur leek redelijk, de buurt
kon er mee door. De hospita bezwoer me dat ze zelf
een ander pand bewoonde. Er restte niets
dan open kaart te spelen. ‘Mevrouw,’ waarschuwde ik,
‘Ik kom niet graag voor niets – ik ben een Afrikaan.’
Stilte. Verstilde overdracht van
etiquette onder hoge druk. Stem, dan ten slotte,
in lipstickfloers, met landerig, lang doublé-
sigarettepijpeffect. Daar zat ik, hopeloos in de tang
‘hoe donker?’… ik had het goed verstaan… ‘ben je licht
of heel erg donker?’ Knopje B. Knopje A. Stank
van zure adem in publieke praatgelegenheid.
Rode cel. Rode reclamezuil. Rode dubbeldekkerbus
op zuigend asfalt. Het was geen droom! Beschaamd
door onwellevend zwijgen, capitulatie,
verbijstering verdrongen om nader bescheid te vragen.
Ze was zo goed de nadruk te verleggen –
‘ben je donker? of heel erg licht?’ – De openbaring kwam.
‘U bedoelt, als chocolade, melk of puur?’
Haar ja was klinisch, en verpletterend in zijn lichthartige
onpersoonlijkheid. Snel, op haar golflengte afgestemd, maakte ik
mijn keus. ‘Westafrikaans sepia’ – en toen, als een PS,
Zo staat het in mijn pas.’ Stilte, voor vrije vlucht van
spectroscopische verbeelding, tot oprechtheid haar geluid
rauw in de hoorn liet schetteren ‘wat?’ erkennend
‘’k weet niet wat dat is.’ ‘Een soort brunet.’
‘da’s donker toch?’ ‘Niet helemaal.
Brunet is mijn gelaatskleur, maar, mevrouw, u zou
de rest eens moeten zien. Mijn handpalmen, mijn voetzolen
zijn peroxydeblond. Door wrijving –
dom genoeg, mevrouw – veroorzaakt door het zitten
is nu mijn achterste pikzwart – Eén moment mevrouw!’ – als
voelde ik haar hoorn omhooggaan voor de donderende rotklap
om mijn oren – ‘Mevrouw,’ soebatte ik, ‘zou u het toch niet liever
met eigen ogen zien?’

 

Vertaald door Ko Kooman

 

Wole Soyinka (Abeokuta, 13 juli 1934)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juli ook mijn blog van 13 juli 2020 en eveneens mijn blog van 13 juli 2019 en ook mijn blog van 13 juli 2016 en ook mijn blog van 13 juli 2014 deel 1 en ook deel 2.

Dolce far niente (Ada Limón), Paul Muldoon, Vikram Seth

 

 

Barbecue door Eric Fischl, 1982

 

Sundown and All the Damage Done

Nearly nine and still the sun’s not slunk
into its nightly digs. The burnt meat smell
of mid-week cookouts and wet grass
hangs in the air like loose familiar summer
garb. Standing by the magnolia tree, I think
if I were to live as long as she did, I’d have
eleven more years. And if I were to live as long
as him, I’d have forty-nine. As long as him,
I’d be dead already. As long as her, this
would be my final year. There’s a strange
contentment to this countdown, a nodding
to this time, where I get to stand under
the waxy leaves of the ancient genus, a tree
that appeared before even the bees, and
watch as fireflies land on the tough tepals
until each broad flower glows like a torch-lit
mausoleum. They call the beetle’s conspicuous
bioluminescence “a cold light,” but why then,
do I still feel so much fire?

 

Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)
Sonoma

 

De Ierse dichter en schrijver Paul Muldoon werd geboren in Portadown, County Armagh, in Noord-Ierland op 20 juni 1951, Zie ook alle tags voor Paul Muldoon op dit blog.

 

Brock

Small wonder
he’s not been sighted all winter;
this old brock’s
been to Normandy and back

through the tunnels and trenches
of his subconscious.
His father fell victim
to mustard-gas at the Somme;

one of his sons lost a paw
to a gin-trap at Lisbellaw:
another drills
on the Antrim hills’

still-molten lava
in a moth-eaten Balaclava.
An elaborate
system of foxholes and duckboards

leads to the terminal moraine
of an ex-linen baron’s
croquet-lawn
where he’s part-time groundsman.

I would find it somewhat infra dig
to dismiss him simply as a pig
or heed Gerald of Wales’
tall tales

of badgers keeping badger-slaves.
For when he shuffles
across the esker
I glimpse my grandfather’s whiskers

stained with tobacco-pollen.
When he piddles against a bullaun
I know he carries bovine TB
but what I see

is my father in his Sunday suit’s
bespoke lime and lignite,
patrolling his now-diminished estate
and taking stock of this and that.

 

Anseo

When the Master was calling the roll
At the primary school in Collegelands,
You were meant to call back Anseo
And raise your hand
As your name occurred.
Anseo, meaning here, here and now,
All present and correct,
Was the first word of Irish I spoke.
The last name on the ledger
Belonged to Joseph Mary Plunkett Ward
And was followed, as often as not,
By silence, knowing looks,
A nod and a wink, the Master’s droll
‘And where’s our little Ward-of-court?’

I remember the first time he came back
The Master had sent him out
Along the hedges
To weigh up for himself and cut
A stick with which he would be beaten.
After a while, nothing was spoken;
He would arrive as a matter of course
With an ash-plant, a salley-rod.
Or, finally, the hazel-wand
He had whittled down to a whip-lash,
Its twist of red and yellow lacquers
Sanded and polished,
And altogether so delicately wrought
That he had engraved his initials on it.

I last met Joseph Mary Plunkett Ward
In a pub just over the Irish border.
He was living in the open,
In a secret camp
On the other side of the mountain.
He was fighting for Ireland,
Making things happen.
And he told me, Joe Ward,
Of how he had risen through the ranks
To Quartermaster, Commandant:
How every morning at parade
His volunteers would call back Anseo
And raise their hands
As their names occurred.

 

Paul Muldoon (Portadown, 20 juni 1951)

 

De Indische schrijver Vikram Seth werd geboren op 20 juni 1952 in Kolkata. Zie ook alle tags voor Vikram Seth op dit blog.

 

ONOPGEËIST

Naar bed gaan met een vreemde is het best.
Er is geen raadsel en er is geen test. –

Samen naar bed gaan, zonder dwang dit nader
Te plaatsen in ons referentiekader.

Elkaar strelen, zonder vrees voor dag
Elkaar begrijpen, zoals vreemd vermag.

Elkaars vreemde hart te voelen slaan
Niet liever blijven en niet liever gaan.

In onbekende armen rustend weten
Dat dit dus alles is; dit ’t moet heten.

 

Vertaald door Ko Kooman

 

Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juni ook mijn blog van 20 juni 2025 en ook mijn blog van 20 juni 2020 en eveneens mijn blog van 20 juni 2019 en ook mijn blog van 20 juni 2015 deel 2.