Dolce far niente

My Ice Cream Is Melting
My ice cream is melting
this hot sunny day.
I’m licking it quick but
it’s dribbling away.
My ice cream is melting.
It’s starting to drip
all over my fingers,
my chin, and my lip.
My ice cream is melting.
I can’t make it stop.
It’s hitting the ground with
a splash and a plop.
My ice cream has melted
and turned into ooze.
It was on a cone but
it’s now on my shoes

Berkeley
De Nederlandse dichter en (toneel)schrijver Rien Vroegindeweij werd geboren in Middelharnis op 13 juli 1944. Zie ook alle tags voor Rien Vroegindeweij op dit blog.
Nazare
Hier slaat de gesel van de atlantische golfslag
Neder. De vissers boeten de netten op het strand.
Over zee komt traag de nevel naar het land.
Een enkele boot vaart uit vandaag; het is zondag.
Wij liggen op het strand van Portugees Nazare.
De vrouwen gaan in het zwart, vol bedrijvigheid
Tussen de toeristen op de boulevard. Soms als ware
Voorbeelden van evenwicht en moderniteit:
Want draagt er een nog een wasmand vol met vis
Behendig op haar hoofd, over het dunne koord
Dat voor haar op de straat gespannen is,
Een ander waart zich haastig voort
Door de menigte, op haar hoofd een tv-toestel.
Het beeld van vissers, boten, strand en oceaan
Wordt wazig, het sneeuwt, verandert snel
Als we er een met de wereld op haar kop zien gaan.
Bij wijze van spreken dan, want even later,
Als zij met haar tv-toestel verdwenen is, ik dan
Een rustpunt zoek daarginds in het oneindig water,
Ligt daar nog steeds de rots bij de ingang van
De baai van Nazare, met naar boven wat boven is.
Wij grappen nazare, nazareth, nazarener en
Zien Hem dan verschijnen in de nevelen.
Het ziet er niet naar uit dat Hij hier geboren is.
Hij zou trouwens moeilijk zijn te vinden.
Zoveel nazareners slenteren langs het strand.
Wie vist? Wie zegt de netten aan de andere kant
Uit te werpen en ze extra stevig vast te binden?
Een reclameluchtballon gevangen in een net,
Schreeuwt kleurig zijn boodschap uit tegen de
Zonnebaders. Ik wilde wel dat het regende,
Dat het goot. Maar ik kom niet uit Nazareth.
En voor de kinderen hoeft het niet, regen.
Zij spelen lustig op de grens van land en zee.
De oceaan, die zwaargewicht, spart met hen mee.
Niets verstoort hun spel, niets houdt hen tegen.
Behalve dan het avondeten en straks de nacht,
De avond eerst, de tv, de welverdiende rust:
Als vuurtoren en misthoorn waken aan de kust,
Nazare slaapt, bewijst de zee aldoor haar kracht.
Gevecht
Dat we elkaar niet mochten:
met messen uit Solingen,
roestvrij en degelijk, gingen
we elkaar te lijf. Gevochten
hebben we als leeuwen
(en geworsteld met de Zeeuwen)
zoals die twee eeuwen geleden
in het paradijs, oost van Eden.
Nog zie ik hem staan,
klein en ongenaakbaar.
Zoals we elkaar toen zagen,
zie ik soms alleen mezelf staan,
het dichtst bij het dressoir
waarin de messen lagen.

De Nigeriaanse dichter, schrijver en voorvechter van democratie Akinwande Oluwole “Wole” Soyinka werd geboren op 13 juli 1934 in Abeokuta. Zie ook alle tags voor Wole Soyinka op dit blog.
Telefoongesprek
De huur leek redelijk, de buurt
kon er mee door. De hospita bezwoer me dat ze zelf
een ander pand bewoonde. Er restte niets
dan open kaart te spelen. ‘Mevrouw,’ waarschuwde ik,
‘Ik kom niet graag voor niets – ik ben een Afrikaan.’
Stilte. Verstilde overdracht van
etiquette onder hoge druk. Stem, dan ten slotte,
in lipstickfloers, met landerig, lang doublé-
sigarettepijpeffect. Daar zat ik, hopeloos in de tang
‘hoe donker?’… ik had het goed verstaan… ‘ben je licht
of heel erg donker?’ Knopje B. Knopje A. Stank
van zure adem in publieke praatgelegenheid.
Rode cel. Rode reclamezuil. Rode dubbeldekkerbus
op zuigend asfalt. Het was geen droom! Beschaamd
door onwellevend zwijgen, capitulatie,
verbijstering verdrongen om nader bescheid te vragen.
Ze was zo goed de nadruk te verleggen –
‘ben je donker? of heel erg licht?’ – De openbaring kwam.
‘U bedoelt, als chocolade, melk of puur?’
Haar ja was klinisch, en verpletterend in zijn lichthartige
onpersoonlijkheid. Snel, op haar golflengte afgestemd, maakte ik
mijn keus. ‘Westafrikaans sepia’ – en toen, als een PS,
Zo staat het in mijn pas.’ Stilte, voor vrije vlucht van
spectroscopische verbeelding, tot oprechtheid haar geluid
rauw in de hoorn liet schetteren ‘wat?’ erkennend
‘’k weet niet wat dat is.’ ‘Een soort brunet.’
‘da’s donker toch?’ ‘Niet helemaal.
Brunet is mijn gelaatskleur, maar, mevrouw, u zou
de rest eens moeten zien. Mijn handpalmen, mijn voetzolen
zijn peroxydeblond. Door wrijving –
dom genoeg, mevrouw – veroorzaakt door het zitten
is nu mijn achterste pikzwart – Eén moment mevrouw!’ – als
voelde ik haar hoorn omhooggaan voor de donderende rotklap
om mijn oren – ‘Mevrouw,’ soebatte ik, ‘zou u het toch niet liever
met eigen ogen zien?’
Vertaald door Ko Kooman

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juli ook mijn blog van 13 juli 2020 en eveneens mijn blog van 13 juli 2019 en ook mijn blog van 13 juli 2016 en ook mijn blog van 13 juli 2014 deel 1 en ook deel 2.