Abbas Khider, James Merrill

De Duits-Iraakse schrijver Abbas Khider werd geboren op 3 maart 1973 in Bagdad. Zie ook alle tags voor Abbas Khider op dit blog.

Uit: Der letzte Sommer der Tauben

„Die Flammen der Anpassung
Unser Laden liegt dort, wo die Hektik des Basars auf die Stille der Medina trifft. Die Moschee al-Rahman thront über allem, ihre Minarette ein steinernes Mahnmal der Beständigkeit. Doch heute wankt selbst diese Standhaftigkeit. Rauch beißt in den Augen — riecht säuerlich nach verbranntem Stoff und geschmolzenem Kunststoff. Die Basarstraße brodelt: Pick-ups und Eselskarren stehen bereit, während Ladenbesitzer hastig ihre Auslagen sortieren. Als ich fast bei unserem Laden angekommen bin, sehe ich das Feuer und viele Menschen, die sich dort versammelt haben. Drei Männer in schlichten, uniformartigen Gewändern stehen mit Gewehren an den Schultern um das Feuer herum. Ihre Haltung ist starr, ihre Blicke sind streng, eine Aura absoluter Macht umgibt sie. Zigarettenstangen, Poster und Kleidungsstücke werden in die Flammen geworfen. Niemand schreit, niemand protestiert Es ist ein Schauspiel, dessen Premiere alle erwartet haben — der Tag, an dem die Reinheit des Glaubens alle unislamischen Farben und Formen verschlingen soll.
Am Ende der Straße entdecke ich meinen Vater. Er sitzt auf einem niedrigen Hocker vor unserem Laden, den Kopf gesenkt, die Schultern nach vorne gebeugt. Seine Hände ruhen auf den Knien. Die Sonne MIR schräg auf sein Gesicht, schneidet scharfe Linien in die Haut, die einst von Wärme und Stolz geprägt war. Jetzt wirkt er blass.
»Wo ist deine Mutter?“, fragt er, ohne den Blick zu heben.
»Bei Suad. Sie hat Bauchschmerzen. Vielleicht kommt Mutter später.“
»Allein?«
»Natürlich nicht“.
Er nickt kaum merklich, erhebt sich und verschwindet im Laden. Ich bleibe draußen stehen und betrachte das Schaufenster.
Wo einst leuchtende Stoffe und elegante Kleidung die Passanten anlocken, stehen je. Figuren, eingehüllt in Niqabs. Die Puppen wirken wie Gefangene in einem düsteren Albtraum. Ich frage mich, was passieren würde, wenn diese starren Kunststoffgestalten zum Leben erwachten. Würden sie sich auflehnen? In meinem Kopf formt sich eine Geschichte. Onkel Ali wäre begeistert, wenn ich ihm davon erzähl.. Vielleicht würde er mich sogar dazu ermutigen, sie aufzuschreiben.“

 

Abbas Khider (Bagdad, 3 maart 1973)

 

De Amerikaanse dichter James Merrill werd geboren op 3 maart 1926 in New York. Zie ook alle tags voor James Merrill op dit blog.

 

Nog een april

De ruiten flitsen, trillen door jouw spookachtige doortocht
Erdoorheen golft een röntgenachtige helderheid, en ik ben opgestaan
Maar kan niet spreken, me alleen herinnerend dat het de bedoeling was
Om op te staan en niet te spreken. Jonge storm, dit huis is van jou.
Laat onze ogen donker worden, laat je regen komen, de kaars wankelen
Diep in wat nog steeds de beheersing zelf en mij weerspiegelt.
De grote grijze, roestbruine irissen van de dageraad, nederig en trots
Langs jouw pad zullen ze hun voorhoofden in het stof hebben gelegd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e maart ook mijn blog van 3 maart 2020 en ook mijn blog van 3 maart 2019 en ook mijn blog van 3 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

März (Georg Heym), Jan Eijkelboom, Franz Hohler

 

 

Maart door Boris Serdyuk, 2024

 

März

Aus der Erde quollen Kräfte,
Die in dunkler Enge schliefen,
In den Wolken gingen Stürme,
Graue Wogen in den Tiefen.

Lange Tage fuhren Winde
Regenschwer vom nahen Meere,
Große Vögel kamen nächtlich
Und verschwanden schnell ins Leere.

Auf dem halbgeborstnen Eise
Schoben sich die schweren Schollen,
Oft wir schraken auf aus Träumen
Von des Stromes dumpfem Grollen.

Sterne glänzten und verschwanden,
Eh wir noch die Schönen schauten,
Fern vom Sturm geläutet klangen
Glocken mit der Märznacht Lauten.

 

Georg Heym (30 oktober 1887 – 16 januari 1912)
Hirschberg in het Reuzengebergte, de geboorteplaats van Georg Heym

 

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

 

Gedragen kleding

1

Hun eens per week gewassen voeten
in veelvuldig gestopte sokken
in eeuwig gepoetste bottines
gingen tweemaal ’s zondags ter kerke
in onwennig statige tred.

Jij, vader, sprong er nog uit
in je dure lakense jas,
je streepjesbroek die
– hoe is het godsterwereld mogelijk –
fantasiebroek genoemd werd
(en misschien nog wel wordt).

Door een broeder werd je berispt
toen jij, op klaarlichte zondag,
een brief op de post ging doen
en daarmee and’ren iiet werken
terwijl het nog sabbat was
(ook droeg je een zomerkostuum).

Tussen dat volk bleef je leven,
goedsmoeds. Ik heb ’t ze nooit vergeven.
Jou wel, maar veel te posthuum.

2

Dan was er die kennis
die niet naar de kerk ging
maar wel steeds de schrift
in het midden bracht.
Hij heeft meer verstand
dan menig predikant,
zo werd van hem gezegd.

Ook hij stapte op zondag
statiger dan anders
maar wandelde liever
– alleen, ongetrouwd –
in ’t lommerrijk stadspark
en sprak dan van ‘deez’ tempel
van ongekorven hout.’

Iedere ketter heeft zijn letter,
zei eens mijn moeder fel.
Zo had ik haar nooit gehoord.
Ik schrok, al bekoorden
zulke snel rijmende woorden
mij wel.

3

Ik heb dat rare geloof
als een jasje uitgedaan.
Ik was nog maar veertien jaar
en voelde mij begenadigd,
als was er een wonder geschied.
Toch, zonder kleerscheuren
is het niet gegaan.
Later kwam het besef:
je bent voorgoed beschadigd,
te nauwer nood gered.

Ik trok geen jas uit
maar een huid en
moest het voortaan zonder doen,
moest achter een
– door de geest uit de fles –
snel opgetrokken rookgordijn
verdwijnen voor wie alles ziet,
ook al bestaat hij niet.

 

Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

 

De Zwitserse dichter, schrijver, cabaretier en liedjesmaker Franz Hohler werd geboren op 1 maart 1943 in Biel. Zie ook alle tags voor Franz Hohler op dit blog.

 

Turicum

Het eerste nieuws
dat ons bereikte
uit Zürich
is
in de 2e eeuw na Christus
de dood van een kind
de kleine Lucius Aelius
zijn vader was een Romeinse hoofdbelastinginner
geld was zeker geen probleem voor hem
hij had een ambt, een vrouw en genoeg te eten
en toch leefde de zoon
niet langer
dan 1 jaar, 5 maanden en 5 dagen
en zijn moeder heette Secundina
en haar verdriet is af te lezen
aan de laatste regel van de grafsteen
parentes dulcissimo filio
de ouders aan hun geliefde zoon.

Vandaag
is het slechts 5 minuten lopen
van de kastelen van het geld
en de winkels van de hoogste douanebeambten
naar de Lindenhof
waar oude mannen
schaakstukken verplaatsen onder de bomen
en soms stopt er iemand
zoals ik
en leest deze inscriptie
en denkt
ook al worden in deze stad
dingen gebouwd, geboord, gegraven en opgehoopt
totdat alles van goud, glas en staal is gemaakt
dan ligt er helemaal onderin
een dood kind
en een verdriet
dat eeuwen zal duren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Franz Hohler (Biel, 1 maart 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn blog van 1 maart 2025 en ook mijn blog van 1 maart 2021 en ook mijn blog van 1 maart 2020 en ook mijn blog van 1 maart 2019  en ook mijn blog van 1 maart 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Bart Koubaa, Howard Nemerov

De Vlaamse schrijver Bart Koubaa (pseudoniem van Bart van den Bossche) werd geboren op 28 februari 1968 in Eeklo. Zie ook alle tags voor Bart Koubaa op dit blog.

Uit: De Brooklynclub

“Al negen maanden zit ik vast. De achterlijke gesprekken met mijn advocaat en het geroddel met Luigi niet meegerekend, heb ik hier al negen maanden gezwegen. Dat wat de mond uit gaat maakt de mens onrein, schrijft Mattheus, en ik kan hem geen ongelijk geven; ik ben liever stom dan blind. Ik ben te oud voor oude liedjes, heb geen zin om me met blabla te rechtvaardigen tegenover onbekenden, maar vandaag, hier op dit bed achter de tralies in Brooklyn, rekt mijn verhaal zich met een lange geeuw uit, trekt het zijn verkleefde oogjes open en zet het zijn lange gekromde klauwen in mijn schouder. ‘Nu ga jij eens goed naar me luisteren,’ fluistert het in mijn oor, ‘meer dan deze zondag heb ik niet nodig om je vrij te spreken. Ik zal je laten zien wie je bent, ik heb genoeg verzameld, je hoeft alleen maar je mond open te doen, ik zal er de woorden in leggen. Het is niet mijn bedoeling om aan je geweten te knagen, ik heb geen zin in spelletjes want ik ken je beter dan jij jezelf kent; ik weet waarom je je dubbelganger vernietigd hebt, ik weet waarom je de naam van je grote liefde op je borst getatoeëerd hebt en waarom je naar Groenland vertrokken bent, maar je hebt jezelf niets te verwijten, verwijten zouden alleen maar een beter mens van je maken. Ik kan je niet beloven dat ik na vandaag nog zal terugkomen, als ik al weerkeer zal het in een andere gedaante, in een andere tijd zijn en hopelijk niet te laat, je kunt maar beter nu met me meekomen… kom, van de hak op de tak,’ en ik grijp me vast aan de pluimstaart en spring terug naar de nacht waarin ik het bewustzijn verloor nadat mij een masker werd opgezet in het bed van Mayer, mijn dubbelganger… …Ik heb me niet verroerd toen er in het appartement ingebroken werd. Ik heb de voetstappen in de hal gehoord, het wachten voor de slaapkamerdeur, de deurklink die naar beneden ging. Ik wist dat Paaluk de kamer binnen kwam en wat hij van plan was. Paaluk was een man van zijn woord, daarom had ik me voorbereid op de verdoving: een gasmengsel met veel CO2 waarmee varkens en runderen onder narcose 1 worden gebracht voordat de halsslagader wordt doorgesneden. En 1 ondanks dat ik ervan overtuigd was dat ik niet ging sterven omdat ik geld waard was, voelde ik me wit wegtrekken in dat grote bed en probeerde ik te reageren zoals ieder normaal mens die in zijn slaap een masker opgezet zou krijgen. Paaluk liep in de val.”

 

Bart Koubaa (Eeklo, 28 februari 1968)

 

De Amerikaanse dichter en literatuurdocent Howard Nemerov werd geboren op 29 februari 1920 in New York. Zie ook alle tags voor Howard Nemerov op dit blog.

 

September De eerste schooldag

II

Een school is de plek waar ze het graan van het denken malen,
en de kinderen malen die het denken moeten beheersen.
Misschien zijn die twee maalprocessen één en hetzelfde,
Zoals Shakespeares toneelstukken uit het alfabet voortkomen,
Zoals de wet van Euler uit de getallen,
Zoals uit het geheel, onlosmakelijk, de levens,

De gekrompen levens die niet bevrijd zijn
Door de wet of door poëtische fantasie.
Maar mogen ze dat wel zijn. Mijn kind is verdwenen
Achter de deur van het klaslokaal. En mocht ik leven
Om het weer te zien verschijnen, een leven verderop,
Dan ken ik mijn hoop, maar ik ken niet de vorm ervan

Noch hoop ik die ooit te kennen. Mogen de vaders die hij vindt
Onder zijn leraren voor hem zorgen,
Meer dan zijn vader ooit kon. Hoe dat eruit zal zien
Weet ik niet, ik hoef het niet te weten.
Zelfs onze tranen horen bij het ritueel.
Maar moge er uiteindelijk grote goedheid uit voortkomen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Howard Nemerov (29 februari 1920 – 5 juli 1991)

 

Zie voor meer schrijvers van de 28e en de 29e februari ook mijn blog van 28 februari 2021 en ook mijn blog van 28 februari 2020 en ook mijn blog van 28 februari 2019 en eveneens mijn blog van 28 februari 2018 deel 2.

Cynan Jones, Elisabeth Borchers

De Welshe schrijver Cynan Jones werd geboren op 27 februari 1975 in Aberystwyth, Wales. Zie ook alle tags voor Cynan Jones op dit blog.

Uit: Deining (Vertaald door Manon Smits)

“Toen de gedaante van de twee mannen verscheen, vlogen de vogels op, vreemd genoeg lichtgevend door de maan die nacht, van het ondiepe water waar de rivier bij de zee uitkwam. De mannen bereikten het strand, legden het pakket op de stenen, en toen ging de dikste terug om de motor te halen.
Het licht van de maan had een diepe, blauwe toon, en de witte rand van de zee zag er poederachtig uit. Waar die brak was het net de rand van gescheurd papier. Het maakte niet meer dan een zacht ratelend geluid.
Terwijl de dikkere man weg was, maakte de magere de banden van het pakket los, vouwde de opblaasboot uit en begon hem op te pompen. Hij zag eruit als een nerveuze waadvogel, extra mager door de wetsuit die hij droeg, staand op één been terwijl zijn andere been omhoog en omlaag ging op de pomp. De wetsuit zat vol vaalgrijze terriërhaartjes, alsof ze erdoor werden aangetrokken.
Toen de dikkere man terugkwam, met de motor op zijn schouder, stegen de meeuwen weer op, en deze keer vertrokken ze naar de overkant van de rivier.
Toen de boot was opgeblazen droegen ze hem naar het water.
De grotere man ging in de boot zitten en ontving de rugzak en jassen, en de vishengels die ze hadden meegenomen voor het geval ze gezien zouden worden; toen liep de magere man tot aan zijn middel in het water en sleepte de boot naar zee.
De kou stak door zijn wetsuit.
Toen hij terugliep voor de buitenboordmotor vingen de hondenharen het maanlicht, zodat het leek alsof het pak op sommige plekken was geweven met gloeidraad.
Samen monteerden de twee mannen de motor op de spiegel, hingen hem voorover zodat hij niet bleef hangen in het ondiepe water, en draaiden ze de klemschroeven vast. Toen klom de magere man onhandig aan boord.
Door het extra gewicht zakte de boot een beetje tegen de keien onderwater, en de zwaardere man gebruikte de korte peddel om de boot af te duwen naar het kalme water voorbij de brandingsgolven.
Toen ze los waren, liet hij de motor zakken. Gaf drie harde rukken aan het startkoord.
Het plotselinge kabaal toen de motor tot leven kwam werd meteen gedempt toen hij het toerental verlaagde. De motor sputterde wat, murmelde, en toen stuurde hij de boot naar open zee.”

 

Cynan Jones (Aberystwyth, 27 februari 1975)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Zie ook alle tags voor Elisabeth Borchers op dit blog.

 

Laat niemand beweren

Laat niemand beweren
dat ik doof ben.
Elke avond hoor ik
de onrust der sterren.

Laat niemand beweren
dat ik blind of kreupel ben.
Ik pak stok en steen
totdat er plotseling iets gebeurt.

Laat niemand beweren
dat ik verzuimd hen te dromen.
Ik zal niet naar Tibet reizen
noch naar Tanger.

Ik droomde
dat ik de weg terug
niet kon vinden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elisabeth Borchers (27 februari 1926 – 25 september 2013)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e februari ook mijn blog van 27 februari 2021 en ook mijn blog van 27 februari 2019 en eveneens mijn blog van 27 februari 2016 deel 2.

Marijke Schermer, Stephen Spender

De Nederlandse schrijfster Marijke Schermer werd op 25 februari 1975 geboren in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Marijke Schermer op dit blog.

Uit: Liefde, als dat het is

“Het voltrekt zich altijd min of meer hetzelfde: ze zeggen een paar dingen tegen elkaar, ze drinken een glas bier of tonic of water, soms neemt hij een douche, en dan gaan ze naar bed. Het heeft de juiste verhouding tussen lichtheid en ernst. Het is opwindend, onbeschaamd, maar ook emotioneel. Soms snikt hij in haar armen. Daarna zijn ze ontspannen. Soms vallen ze bijna in slaap. Ze praten over hun werk, over hun kinderen, hij vertelt over de natuurramp, zij neemt het op voor zijn vrouw. Tijdens het eten kijken ze naar het uitzicht. Sev woont heel hoog, vanuit haar raam zie je de stad en hoe de rivier zich erdoorheen slingert. Als er tijd genoeg is gaan ze daarna weer naar bed. Hij neemt nooit iets mee, geen wijn, geen bloemen. Hij blijft nooit slapen. Hij zegt altijd dat het de laatste keer is. Zij belt een taxi voor hem en kijkt hoe hij beneden instapt en zich weg laat rijden.
De balkondeuren staan open maar het gordijn is dichtgetrokken tegen de hitte van de zon. Sev leunt in de halfduistere keuken tegen het aanrecht en schrijft een bericht aan David. Ze stelt zich voor hoe hij thuis aan de Gorterlaan, waar ze nooit is geweest, in zijn keuken staat. Hoe hij de wanhoop te lijf gaat door te zorgen voor zijn dochters. Hoe die dat zich laten welgevallen, oud genoeg al om er ook het hunne van te denken. Ze heeft ze nooit ontmoet; alles wat zij weet van hen, van hem en van zijn vrouw, weet ze van hem. Ze stelt zich alles voor.
Zijzelf heeft die middag Hendrik, haar zoon van acht, naar zijn vader gebracht. In haar vermengt het gevoel van ruimte die de vrijheid van de week in het verschiet haar geeft zich met een vaag gemis. Ze wacht tot David haar woorden ziet en haar laat weten dat die geland zijn, ze weet dat haar woorden dat doen, het is precies dat doel waarmee ze ze verstuurt. Via een draadloos geluidssysteem vult Satie de verschillende kamers van haar huis. David zegt dat zijn huwelijk vijfentwintig jaar gelukkig was, dat zijn leven gelukkig was, tot de natuurramp. Ze pakt een flesje bier, denkt na over wat ze zal eten, iets pittigs, iets kind-onvriendelijks. Ze leegt haar tas op tafel, ze kan wat werken nog, straks, als het eindelijk koeler geworden is. Vijfentwintig jaar geluk aan gruzelementen, Sev weet niet wat voor haar het grootste mysterie is, die vijfentwintig jaar of de genadeklap.”

 

Marijke Schermer (Amsterdam, 25 februari 1975)

 

De Engelse dichter, essayist en schrijver Stephen Spender werd geboren op 28 februari 1909 in Londen. Zie ook alle tags voor Stephen Spender op dit blog.

 

Auden in Milwaukee

Met Auden gegeten. Hij was net terug van drie dagen
Milwaukee, hij had voor studenten gesproken.
‘Ze vonden het prachtig. Ik had ze in trance.’ Zijn gezicht
Verlichtte het tafereel. Ik kreeg daar de foto te zien, hij
In vagebondplunje gepropt, op trijpen pantoffels,
Zijn gezicht alleen levend alleen boven hen.
Blijkbaar heeft hij zichzelf dat vertrek in weten te krijgen
Als object, als een prijs, een geschenk dat weet wat het waard is,
En dat voor hen zijn waarde afmat op een weegschaal,
Woorden die woorden wogen, verdiept in zijn eigen stem.
Hij weet dat zij jong zijn en, meer nog, dat hij oud is.
Hij deelt, als een grap, in de afstand die hen scheidt.
Daarom houden ze van hem. Omdat ze voelen dat hij
Aan niemand toebehoort en toch alles geeft.
Ze zien hem als object, artefact, een gezicht
Dat tijd met al die groeven kriskras doorkerfd heeft,
Dat ondoorschijnend is, maar wel een kern heeft die brandt,
Met albastachtig licht door barnsteen.
Met al hun ogen en oren omgeven ze hem,
En kennen een tederheid gehouwen uit steen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stephen Spender (28 februari 1909 – 16 juli 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e februari ook mijn blog van 25 februari 2019 en ook mijn blog van 25 februari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Sally Rooney, Björn Kuhligk

De Ierse schrijfster Sally Rooney werd geboren op 20 februari 1991 in Castlebar. Zie ook alle tags voor Sally Rooney op dit blog.

Uit: Intermezzo (Vertaald door Gerda Baardman en Jan de Nijs)

“Het leek niet eerlijk tegenover die jongen. Dat pak op de begrafenis. En dan die beugel, het toppunt van puberale ongemakkelijkheid. Bij zo’n gelegenheid zou je je haast gaan schamen voor je eigen sociale begaafdheid. Maar nu heeft hij tenminste een excuus of althans iemand om smekend aan te kijken tussen het obligate handjes geven door. De stakker. Bijna drieëntwintig nu: Ivan de Verschrikkelijke. Dat pak, niet te geloven. Waarschijnlijk in een muf ruikend tweedehandswinkeltje voor het plaatselijke hospice
op de kop getikt, contant betaald, gekreukt en wel in een herbruikbare plastic zak gepropt en er zo mee naar huis gefietst. Ja, dat kon kloppen, zo paste het wel bij elkaar, dat pak, schitterend van lelijkheid, en de persoonlijkheid van zijn tien jaar jongere broertje. Toch had hij wel iets van stijl, op zijn manier. Een zeker lef in zijn totale gebrek aan belangstelling voor het materiële. Brains and beauty, had een tante eens gezegd. Over hen allebei. Of was Ivan de ‘brains’ en Peter de ‘beauty’? Nou, bedankt, hè. Hij steekt Watling Street over naar het appartement dat geen appartement is, het huis dat geen huis is; elf, of is het alweer twaalf dagen na de begrafenis terug in
de stad. Weer aan het werk of wat daarvoor moet doorgaan. Of in elk geval weer naar Naomi’s huis. Wat zou ze aanhebben als ze zo meteen opendoet? Op de stoep haalt hij zijn telefoon uit zijn zak, het koele scherm licht onder zijn vingers op terwijl hij tikt. Buiten. Het wordt al donker. De colleges zijn waarschijnlijk weer begonnen. Ze reageert niet, maar heeft het bericht wel gezien. Dan de voorspelbare opeenvolging van vertrouwde, inmiddels indirect opwindende geluiden: haar voeten op de trap van het souterrain naar de gang. Klassieke conditionering: waarom heeft hij er zo lang over gedaan om dat te bedenken? Gewoon gezond verstand. Niet eens. Dagelijkse ervaring. De relatie tussen herinnering en gevoel.
De deur die opengaat.
Hallo Peter, zegt ze. Korte top van kasjmier, dun gouden kettinkje. Zwarte trainingsbroek, strak om de enkels. Geen elastiek, dat haat ze. Blote voeten.
Mag ik binnenkomen? vraagt hij.
De trap af, naar haar kamer, zonder de anderen te zien. Kleine ledlampjes gloeien als doffe speldenprikken tegen de muur. Schoenen uit, bij de deur neerzetten. Laptop open op het kale matras.
Geur van parfum, zweet en wiet. De lucht van al onze obsessies.
Gordijnen dicht, zoals altijd.”

 

Sally Rooney (Castlebar, 20 februari 1991)

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Over de tussenpozen

Hij heeft een leven en zijn vriendin
een ander; in het weekend creëren
ze raakvlakken en glimlachen

zij kan geen kinderen krijgen;
dat is haar nederlaag. Hij houdt vol
dat het hem niet kan schelen en rookt stilletjes.

hij is noch een borsten- noch een billentype.
hij merkt op hoe ze met haar wimpers knippert
en vindt haar onhandige bewegingen leuk.

hij heeft een nieuw gebit aangeschaft
en danst de pogo, als niets anders
lukt braakt hij luidruchtig in een boog

bij de overgang van fabrieks- naar
kenniscultuur heeft hij met 2,5 lichamen geslapen
met regelmatige tussenpozen.

hij wenst zichzelf een goede reis, iets
met pit en een goed humeur, hij praat
alleen in noodgevallen over zichzelf

In zijn vrije tijd beklimt zijn broer
bergen, hij klampt zich altijd
te zeer aan mensen vast

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e februari ook mijn blog van 20 februari 2021 en ook mijn blog van 20 februari 2019 en eveneens mijn blog van 20 februari 2016 deel 2.

 Jonathan Lethem, Björn Kuhligk

De Amerikaanse schrijver Jonathan Allen Lethem werd geboren op 19 februari 1964 in Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Lethem op dit blog.

Uit: A Different Kind of Tension

“Look,” says the mother of The Man Who Is Walking Around the Moons of Jupiter, “he’s going so fast.”
She snickers to herself and scuttles around the journalist to a table littered with wiring tools and fragmented mechanisms.
She loops a long, tangled cord over her son’s intravenous tube and plugs one end into his headset, jostling him momentarily as she works it into the socket.
His stride on the treadmill never falters.
She runs the cord back to a modified four-track recorder sitting in the dust of the garage floor, then picks up the recorder’s microphone and switches it on.
“Good morning, Mission Commander,” she says.
“Yes,” grunts The Man Who, his slack jaw moving beneath the massive headset.
It startles the journalist to hear the voice of The Man Who boom out into the tiny garage. “Interview time, Eddie.”
“Who?”
“Mr. Kaffey. Systems Magazine , remember?”
“Okay,” says Eddie, The Man Who.
His weakened, pallid body trudges forward.
He is clothed only in jockey undershorts and orthopedic sandals, and the journalist can see his heart beat beneath the skin of his chest.
The Mother Of smiles artificially and hands the journalist the microphone.
“I’ll leave you boys alone: she says.
“If you need anything, just yodel.”
She steps past the journalist, over the cord, and out into the sunlight, pulling the door shut behind her. The journalist turns to the man on the treadmill.
“Uh, Eddie?”
“Yeah.”
“Uh, I’m Ron Kaffey. Is this okay? Can you talk?”
“Mr. Kaffey, I’ve got nothing but time.”
The Man Who smacks his lips and tightens his grip on the railing before him.
The tread rolls away steadily beneath his feet, taking him nowhere.
The journalist covers the mike with the palm of his hand and clears his throat, then begins again.”

 

 Jonathan Lethem (New York, 19 februari 1964) 

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

DE PRACHTIGE 38e SEPTEMBER

In deze hoogspanningsnacht, in deze
van begin tot eind
doordachte, grotedroomfabriek
bespioneert de maan, het zandkoekje,
de door slierten wolken doorsneden hemel
en de handen, waar dienen deze handen voor?
vandaag werden 1000 Senegalezen
als boodschapperstoffen van Europa teruggestuurd
het weerbericht, volgens AOL, wordt geladen
en jij, jij hoort het samengroeien
van de fontanellen van alle baby’s
van deze stad, jij pathos-ezel

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn blog van 19 februari 2019 en eveneens mijn blog van 19 februari 2017 deel 1 en ook deel 2.

Aschermittwoch (Norbert van Tiggelen), Björn Kuhligk

 

 

Aswoensdag door Greg Milinovich, 2016

 

Aschermittwoch

Schluss mit lustig, hoch die Tassen
selbst der Kater kann’s nicht fassen.
Dort, wo gestern wurd’ geschunkelt,
da wird jetzt nur leis’ gemunkelt.

Backus ist jetzt schon verbrannt,
Narrentum – es wurd’ verbannt.
Fastenzeit ist angesagt,
mancher Jeck, der sich beklagt.

Karneval ist nun Geschichte,
Glanz und Liebreiz sind zunichte.
Ende ist’s mit Saus und Braus
Aschermittwoch, Schluss und Aus.

 

Norbert van Tiggelen  (23 mei 1964 – 5 april 2022)
Sankt Georgkirche in Gelsenkirchen, de geboorteplaats van Norbert van Tiggelen

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

DE HEMEL MAAKT DE VLOKKEN, WIJ NIET

Laat de mens flexibel zijn, en moge hij rekbare
kinderen meebrengen, tussen
functieloosheid en een werkweek van 200 uur zet men
de kluis op scherp, er zijn dingen die kan
men niet kopen, aan de muur de kaart van
Europa een verpletterd insect

in dit van boven tot onder gepureerd
recreatiegebied, zijn de dansvloeren van
Duitsland een halfbakken licht
tussen ideaal en materieel begint
het grote haar uittrekken als een aanvullend deel
bij de volgende jeugdstudie

wanneer je met opa’s bramengezicht praat
als een object, de kleinzoon
die vrijwillig het vuilnis buiten zet
papierversnipperaar als zijn gewenste beroep noemt
de aan de keukentafel besproken dag
gaat voorbij als een mislukt landschap

weet je niet meer dan voorheen, meer dan genoeg
staan de haren in je nek rechtop tegen
alles wat stil, spraakzaam is, alles wat al geweest is
zwemt binnen na drie weken in het middelgebergte
op de fiets een everzwijnkarkas
in het zwembad, dat verder niets dan blauw is

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e februari ook mijn blog van 18 februari 2019 en eveneens mijn blog van 18 februari 2018 deel 2.

Der Rosenmontagszug (Olaf Lüken), Elke Erb

 

 

Karnevalszug door Carl Strathmann, 1913

 

Der Rosenmontagszug

Die Jecken tanzen auf den Straßen.
Viel Volk strömt durch die Innenstadt.
Es wird getrommelt und geblasen.
D’r Zoch kütt, und die Welt steht platt.

Kostümiert sind die Geschlechter.
Die Politik nimmt man aufs Korn.
Neben Geschrei viel mehr Gelächter.
Der Jecken Eintracht, noch frei von Zorn.

Unernst genommen ernste Themen.
ALLES zieht man durch den Kakao.
Niemand will sich heute schämen.
Kölle Alaaf, woanders Helau!

Und dann?

Nach dem Zug schaut sich der Mann
gern ein lecker Mariechen an.
Wie fruchtbar solch eine Liebe ist,
er den November nie wieder vergisst!

 

Olaf Lüken (Herne, 13 december 1952)
Rosenmontag in Herne

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

 

Overweging

Stel ik me voor, wat ik zie zijn verschijningen.

En de verschijningen zijn slechts schijn.

En de schijn is niets dan de oppervlakte.

En die oppervlakte is glad.

Maar de verschijning “verdacht”
is niet glad zoals alle andere samen,

maar gerimpeld, een gerimpeld, verborgen gat
in het geel van alle andere.

Alsof er iets borrelt zonder te koken,
koud borrelt – verdacht.

Blaas bubbels.
Deze plek verbergt de hel.

En als een denkproces
adequaat zo beschreven zou kunnen worden,

en men het zo zou beschrijven –
dan zou het zich belasterd voelen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elke Erb (18 februari 1938 – 22 januari 2024)

 

Zie voor meer schrijvers van de 16e februari ook mijn blog van 16 februari 2019 en ook mijn blog van 16 februari 2018 en ook mijn blog van 16 februari 2016 en ook mijn blog van 16 februari 2015.

Die Jecken sind los (Olaf Lüken), Stacie Cassarino

 

 

Carnaval in Vlaanderen door James Ensor, 1929-1930

 

Die Jecken sind los

Über die breiten Straßen hüpfen.
Einmal König oder Clown zu sein.
Närrisch in eine Rolle schlüpfen.
Feiern mit Bier oder leckeren Wein.

Der Karneval uns sehr viel erlaubt.
Die Regeln fallen heute von Bord.
Die Narrenzunft an ALLES glaubt.
Der Karneval zieht von Ort zu Ort.

Die Jecken sieht man überall.
Die Straße feiert Kostümball.
Damit man das Gesicht nicht sieht,
sich eine Larve überzieht.

Gegönnt sei uns das Volksvergnügen.
Die Welt darf heute niemand rügen.
Denn, was die Welt sich ausgedacht,
heißt Karneval, Fasching, Fassenacht.

 

Olaf Lüken (Herne, 13 december 1952)
Carnaval in Herne

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Stacie Cassarino werd geboren op 15 februari 1975 in Hartford, Connecticut. Zie ook alle tags voor Stacie Cassarino op dit blog.

 

Vroege sneeuw

Sommige ochtenden zijn zo,
de verdoving van verlangen of puur licht,
stilte in een opgeschrokken korhoen,
de zwarte bossen leesbaar voor een vrouw
wiens hart is gemaakt van valse starts,
het roodachtige leven van een heuvel die kaal werd
of wat het gezicht in het raam
wil geloven over haar verleden,
de architectuur van een wit huis,
dit ontwerp van kamers, minnaressenplaneten,
kinderen met zachte handen, brandhout
opgestapeld bij de pilaar van de maan, dit ontwerp
van despotische liefde, dan afstand, leegte,
dan vergeven woorden die zich ophopen
als sneeuw, net wanneer de wereld
klaar met ons is, bouwen we een muur
met stenen en het werk is het hele
lichaam binnen het idee van ergens bij horen,
ook al is het niet voor lang,
minerale wereld van leisteen en vuursteen,
numineus zoals deze dagen en andere
winterdagen, we testen wat standhoudt,
verzwakte stemmen die leunen
en vallen, de zilveren hemel, de zorgen
die we niet meer nodig hebben.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stacie Cassarino (Hartford, 15 februari 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e februari ook mijn blog van 15 februari 2025 en ook mijn blog van 15 februari 2019 en ook mijn blog van 15 februari 2015 deel 1 en eveneens deel 2.