Annunciation (Malcolm Guite), Paul Meeuws, Joy Ladin

 

 

De Annunciatie door Leonardo da Vinci, ca. 1472

 

Annunciation

We see so little, stayed on surfaces,
We calculate the outsides of all things,
Preoccupied with our own purposes
We miss the shimmer of the angels’ wings,

They coruscate around us in their joy
A swirl of wheels and eyes and wings unfurled,
They guard the good we purpose to destroy,
A hidden blaze of glory in God’s world.

But on this day a young girl stopped to see
With open eyes and heart. She heard the voice;
The promise of His glory yet to be,

As time stood still for her to make a choice;
Gabriel knelt and not a feather stirred,
The Word himself was waiting on her word.

 

Malcolm Guite (Ibadan, 12 november 1957)
De St. Petruskathedraal in Aremo, Ibadan, Nigeria, de geboorteplaats van Malcolm Guite

 

De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Zie ook alle tags voor Paul Meeuws op dit blog.

Uit: Het genadeloze oog

“De galeriehoudster, vermaard om haar collectie wajangs, chinees aardewerk, een dikbuikige Boeddha en sinds kort, een ‘gedurfde verzameling moderne kunst’ (de plaatselijke pers) wist de kinderen tactisch van haar oosterse snuisterijen te weren. Ze stelde, mits ze goed naar hun onderwijzer luisterden, een kartonnetje in het vooruitzicht, waaruit ze hun eigen wajang konden prikken voor boven hun bed. Haar broze garnituur was maar schijn. Toen enkele belhamels te dicht in de buurt van haar porseleinkast kwamen, werden ze domweg terug geduwd. Hun onderwijzer zond ze een krisscherpe blik.
De vorm van de bronzen dwong tot uitleg. Waarom geen armen maar stompjes? Waarom hadden de hoofden geen ogen, maar de borsten wel tepels?
De jongens betrokken hem knipogend in een complot tegen de meisjes. Ze waren pas tien, maar hadden nu al van hun vaders geleerd over dit soort zaken vrijpostig te zwijgen. De onderwijzer had op zijn opleiding het een en ander over de kunst van het weglaten geleerd. Men kan, ook al is men pas tien, een ontwikkeling die inzette bij de Venus van Milo toch zomaar niet weghonen? Een keur van argumenten had hem kunnen wapenen tegen de spotlust van deze kinderen. Er waren manifesten geschreven, epaterende pamfletten vaak, die het mes zetten in de realistische verbeelding; niet een was er gericht tegen kinderen. Sprak er uit al die geschriften niet hetzelfde respect voor de onbezoedelde kinderblik, als een nostalgisch a priori? Hadden die pamfiettenschrijvers dan geen kinderen?
Hij had te kiezen uit twee even uitzichtloze conclusies. Of de kinderblik was wel degelijk bezoedeld, vooringenomen en benepen en die van de moderne kunstenaar dus niet minder. Of de kinderlijke schamperheid gold een bij uitstek volwassen aangelegenheid, waarover zij niet oordelen konden, en waarvan men de drijfveren uit kiesheid verzweeg of met een zekere sprookjesachtigheid omgaf. Ook dan was deze excursie tijdverlies, verspilde moeite.
Hij zocht houvast bij een paar meisjes, altijd dezelfde, die zich aan hun onderwijzer hadden gehecht. Ze knikten trouwhartig op alles wat hij hakkelend te berde bracht. Maar toen hij die befloerste oogjes zag, sloeg even de vlam in zijn betoog, dat oplaaide als de arabesk van gepolijst koper waar hij met zijn bespreking net aan toe was.
‘Dit’, riep hij uit, ‘is als het vuur dat nu nog smeult in jullie hartjes en in de kinderlijke grilligheid vergeefs een uitweg zoekt’.”

 

Paul Meeuws (Roermond, 25 maart 1947)

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

Psalm

[III]

De voetstappen van de Heer
in de tuin. Ik weet
wat me te doen staat, trek mijn huid aan

en doe een poging tot mens,
wetend dat jij allang weet
wat er scheelt tussen het schepsel dat ik ben

en het schepsel waarvan jij dacht
dat je jezelf er naar binnen zou blazen
op de avond van de zesde dag. Ik weet,

je zal mijn naaktheid teder bedekken,
maar ook ontgoocheld
dat ik mij iets moet voelen

anders dan naakt,
want naaktheid is het beeld
waarin ik ben geschapen, het beeld

te kijk door je doorkijkvoile
van verlegen jonge sterren
die heel stilletjes zingen

om maar niet te smoren
wat jouw beeld binnenin hen zingt.
Je wilt dat ik jou zie,

hoe je je weg plukt daar
door de tuin binnen mijn huid.
Je doet zo je best

te worden gezien. Ik doe zo mijn best niet
iets te zijn waar je op hoopt
als ik hongerig tussen de blaadjes door spied.

Niet tegen je praten kan ik niet
maar je kunt op de vingers narekenen
van de hand die je niet hebt

hoe vaak je hebt geantwoord. Soms misschien
verblind je mij
met al je staatsie. Eén zweem,

en het geruststellend
levensooglid knijpt
zich weer op je toe. Nu

lijd ik geen enkel leven
over het grimmig continent van je verlangen
naar een staren

naar jouw staren
naakt en onbeschaamd, een beeld van jou
dat niet wegkijkt

bij het beeld waarin het is gemaakt.

 

Vertaald door Joost Baars

 

Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e maart ook mijn blog van 25 maart 2021 en ook mijn blog van 25 maart 2020 en eveneens mijn blog van 25 maart 2019 en ook mijn blog van 25 maart 2018 deel 2.

Aschermittwoch (Norbert van Tiggelen), Björn Kuhligk

 

 

Aswoensdag door Greg Milinovich, 2016

 

Aschermittwoch

Schluss mit lustig, hoch die Tassen
selbst der Kater kann’s nicht fassen.
Dort, wo gestern wurd’ geschunkelt,
da wird jetzt nur leis’ gemunkelt.

Backus ist jetzt schon verbrannt,
Narrentum – es wurd’ verbannt.
Fastenzeit ist angesagt,
mancher Jeck, der sich beklagt.

Karneval ist nun Geschichte,
Glanz und Liebreiz sind zunichte.
Ende ist’s mit Saus und Braus
Aschermittwoch, Schluss und Aus.

 

Norbert van Tiggelen  (23 mei 1964 – 5 april 2022)
Sankt Georgkirche in Gelsenkirchen, de geboorteplaats van Norbert van Tiggelen

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

DE HEMEL MAAKT DE VLOKKEN, WIJ NIET

Laat de mens flexibel zijn, en moge hij rekbare
kinderen meebrengen, tussen
functieloosheid en een werkweek van 200 uur zet men
de kluis op scherp, er zijn dingen die kan
men niet kopen, aan de muur de kaart van
Europa een verpletterd insect

in dit van boven tot onder gepureerd
recreatiegebied, zijn de dansvloeren van
Duitsland een halfbakken licht
tussen ideaal en materieel begint
het grote haar uittrekken als een aanvullend deel
bij de volgende jeugdstudie

wanneer je met opa’s bramengezicht praat
als een object, de kleinzoon
die vrijwillig het vuilnis buiten zet
papierversnipperaar als zijn gewenste beroep noemt
de aan de keukentafel besproken dag
gaat voorbij als een mislukt landschap

weet je niet meer dan voorheen, meer dan genoeg
staan de haren in je nek rechtop tegen
alles wat stil, spraakzaam is, alles wat al geweest is
zwemt binnen na drie weken in het middelgebergte
op de fiets een everzwijnkarkas
in het zwembad, dat verder niets dan blauw is

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e februari ook mijn blog van 18 februari 2019 en eveneens mijn blog van 18 februari 2018 deel 2.

Mariae Lichtmess (Emmy Hennings), Hella Haasse, Norbert Bugeja

 

 

Mozaïek van de presentatie van Jezus in de tempel in de Rozenkransbasiliek te Lourdes

 

Mariae Lichtmess
(Die Darstellung Jesu im Tempel)

Maria machte ihr Kind bereit.
Was gurrte die Taube leise?
Heut wird das Licht der Welt geweiht.
O, nehmt mich mit auf die Reise.

Maria und Josef gingen über Land.
Es flog voran die Taube,
Wie eines Engels Glaube,
Und braucht zur Führung kaum ein Band.

Hat bis zum Tempel man wohl weit?
Komm Fuhrmann, zeige dich bereit,
Und nimm die drei auf deinen Wagen.
Du siehst, hier wird ein Kind getragen.

O, Kind, noch hast dus1 gut und warm
Auf deinem ersten Opfergang.
Hier trägt die Liebe die Liebe im Arm.
Schon keimte die Saat und die Taube sang.

Dann wieder war es Glockenklang,
Wie Engelsgruss der durch die Seele drang.
Es sang die Sonne über dem Feld:
Gelobet seist du Licht der Welt.

 

Emmy Hennings (17 februari 1885 – 10 augustus 1948)
De Museumshafen in Flensburg, de geboorteplaats van Emmy Hennings

 

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

Uit: Ik stuur deze brief maar op goed geluk weg. Brieven 1939-1950, s

“Brief aan Haasses ouders en broer in Batavia, 11 september 1939

Lieve Allemaal,
Moesten jullie veel porto betalen voor mijn vorige brief? Ik wist niet precies hoeveel er op moest voor de zeepost, ik dacht 6 cent, dat had Oma gezegd, en ik had geen tijd meer om ’t op ’t postkantoor te gaan vragen, omdat de brief nog diezelfde avond met de Oranje weg moest. Maar de volgende dag las ik in de krant dat de vliegdienst weer ingesteld was en dat de Nandoe dien morgen was vertrokken. Ik hoorde ook dat mijn brief te laat was geweest voor de Oranje, zodat ik denk dat hij nu met het vliegtuig is meegegaan. Hoe gaat het met jullie? Hier is alles weer gewoon, je let niet eens meer op mobilisatie of zandzakken en ander oorlogstuig. Ze zeggen dat de oorlog wel een jaar of drie zal duren. Ik hoop het niet! – Anneke en ik hebben van kamer geruild. Ik heb nu de grote voorkamer met 3 ramen op de gracht. Mijn meubels staan er prachtig in, het ziet er zo artistiek en gezellig uit. Douwe heeft een vriend die binnenshuis foto-opnamen kan maken, misschien kan die mijn kamer ook eens nemen. Er is weer van allerlei gebeurd. Douwe en ik hebben het zotste avontuur van ons leven meegemaakt. Enfin, nu moeten wij er voor boeten. Het is een tragikomische geschiedenis, getiteld: ‘Wij gaan op een middag om 6 uur de stad in om goedkoop te eten’. Luistert! Zondagmiddag’s eten D. en ik gewoonlijk in de ‘Petite Marmite’ dat is een kantoormensen eetgelegenheid waar je voor 80 cent soep, voorgerecht, groenten, aard. en vlees, toetje en koffie krijgt, meer dan genoeg en uitstekend klaargemaakt. D. heeft daar een abonnement. Gisteren zouden wij ’t ook weer doen. Wij waren wat laat, zodat er geen plaats meer te krijgen was (er kunnen n.l. maar ± 25 mensen in). Wij hadden echter veel te veel honger om te wachten en besloten ons heil elders te zoeken. Nu waren wij eens op een avond in een café in de Leidse straat geweest dat ‘Fleur’ heet. Het was een goedkope gelegenheid, zoiets als Heck, en een bedevaartsoord voor soldaten + meisje, en Zaterdagavond-dagjesmensen. Op de tafeltjes lagen kaarten die ’t bestaan vermeldden van een, blijkbaar bij ‘Fleur’ horend, eet-restaurant in de straat daarachter. Dit nu herinnerden wij ons gisteren ter onzaliger ure.”

 

Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

 

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook alle tags voor Norbert Bugeja op dit blog.

 

FOTO NR. 7

Van mij naar jou is er een seconde, een lach,
er is een volle waslijn die uitkijkt over de zee.
Na het gekkigheid bij It-Toqba z-Zghira*
probeerde ik je te bereiken. En misschien omdat
er geen licht is in dit huis,
in de nog steeds echoënde gang,
in de kamers boven en beneden, op de bodem van deze put
die jouw onvruchtbare woorden kreunt en mompelt ,
vond ik niemand. Alleen in jouw keuken,
knallen mijn uitgehongerde ingewanden over de jongen
die geboren wilde worden en zichzelf hangend aantrof
aan de uitgedroogde borst die ontsproot in de woestijn;
bijna als een stad waaruit iedereen is weggevlucht.

En het is nutteloos om je te verschuilen achter oude muren,
en blootsvoets te lopen over de wegen van je moeder,
en trots de ruïnes van je schoonheid te bewonen;
want je bent nooit moeder geweest, en je zult het ook nooit worden.

Uit de deur van je buurman kwam een meisje tevoorschijn,
haar ogen, twee kanonskogels gekruist
op de cornetto bij de kleine opening van haar mond.
Ze staart je aan, ze probeert je niet te bereiken.
Als een mijn op de zeebodem van de haven die nooit ontploft
bekijkt ze je, de afbladderende verf, en lacht
een moment, naar jou, en liegt dat je mooi bent.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

 

Zie ook alle tags voor Maria Lichtmis op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.


  • It-Toqba z-Zghira is een kleine inham, gelegen onder de bastions van de historische maritieme stad Vittoriosa (Birgu) in Malta

The Masque of the Magi (James Elroy Flecker), Andreas Altmann

 

 

De aanbidding der koningen door Hendrick De Clerck, ca. 1610

 

The Masque of the Magi

Three Kings have come to Bethlehem
With a trailing star in front of them.
MARY
What would you in this little place,
You three bright kings?
KINGS
Mother, we tracked the trailing star
Which brought us here from lands afar,
And we would look on his dear face
Round whom the Seraphs fold their wings.
MARY
But who are you, bright kings?
CASPAR
Caspar am I: the rocky North
From storm and silence drave me forth
Down to the blue and tideless sea.
I do not fear the tinkling sword,
For I am a great battle-lord,
And love the horns of chivalry.
And I have brought thee splendid gold,
The strong man’s joy, refined and cold.
All hail, thou Prince of Galilee!
BALTHAZAR
I am Balthazar, Lord of Ind,
Where blows a soft and scented wind
From Taprobane towards Cathay.
My children, who are tall and wise,
Stand by a tree with shutten eyes
And seem to meditate or pray.
And these red drops of frankincense
Betoken man’s intelligence.
Hail, Lord of Wisdom, Prince of Day!
MELCHIOR
I am the dark man, Melchior,
And I shall live but little more
Since I am old and feebly move.
My kingdom is a burnt-up land
Half buried by the drifting sand,
So hot Apollo shines above.
What could I bring but simple myrrh
White blossom of the cordial fire?
Hail, Prince of Souls, and Lord of Love!
CHORUS OF ANGELS
O Prince of souls and Lord of Love,
O’er thee the purple-breasted dove
Shall watch with open silver wings,
Thou King of Kings.
Suaviole o flos Virginum,
Apparuit Rex Gentium.

“Who art thou, little King of Kings?”
His wondering mother sings.

 

James Elroy Flecker (5 november 1884 – 3 januari 1915)
De St Stephen church in Lewisham, de geboorteplaats van James Elroy Flecker

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009.

 

eiland hoofd

betraliede bunkerwanden liggen op de kop
van het eiland geworpen, de zee kabbelt zachtjes voort
vergane handen hebben enkele veren
aan vinger sterke draden gebonden in de steen

na de zomer zullen ze vliegen
hier zie je delen van de wortels van onderaf
zonder te sterven, steil schilfert de kust af
een roestige klok steekt uit het zand

zij is nat, voor haar vergaat deze tijd later
heb ik de zwaan voor de veren gevonden
zijn kop ontbrak, alleen op zijn lichaam
viel het beeld van zijn schaduw te veranderen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e januari ook mijn blog van 4 januari 2019 en ook mijn blog van 4 januari 2017 en mijn blog van 4 januari 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Christmas Tree (James Merrill), Rainer Maria Rilke

 

 

Kinderen bij de kerstboom door Leopold Graf von Kalckreuth, ca. 1912

 

Christmas Tree

To be
Brought down at last
From the cold sighing mountain
Where I and the others
Had been fed, looked after, kept still,
Meant, I knew—of course I knew—
That it would be only a matter of weeks,
That there was nothing more to do.
Warmly they took me in, made much of me,
The point from the start was to keep my spirits up.
I could assent to that. For honestly,
It did help to be wound in jewels, to send
Their colors flashing forth from vents in the deep
Fragrant sables that cloaked me head to foot.
Over me then they wove a spell of shining—
Purple and silver chains, eavesdropping tinsel,
Amulets, milagros: software of silver,
A heart, a little girl, a Model T,
Two staring eyes. Then angles, trumpets, BUD and BEA
(The children’s names) in clownlike capitals,
Somewhere a music box whose tiny song
Played and replayed I ended before long
By loving. And in shadow behind me, a primitive IV
To keep the show going. Yes, yes, what lay ahead
Was clear: the stripping, the cold street, my chemicals
Plowed back into the Earth for lives to come—
No doubt a blessing, a harvest, but one that doesn’t bear,
Now or ever, dwelling upon. To have grown so thin.
Needles and bone. The little boy’s hands meeting
About my spine. The mother’s voice: Holding up wonderfully!
No dread. No bitterness. The end beginning. Today’s
Dusk room aglow
For the last time
With candlelight.
Faces love-lit
Gifts underfoot.
Still to be so poised, so
Receptive. Still to recall, praise.

 

James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 
Kerstmis in New York, de geboorteplaats van James Merrill

 

Onafhankelijk van geboortedata

Kerstmis

Ja, Kerstmis is de stilste dag van ’t jaar.
Dan hoor je alle harten vurig slaan
als klokken die de avond doen verstaan
dat Kerstmis is de stilste dag van ’t jaar.

Dan worden alle kinderogen groot,
alsof de dingen groeiden die ze zien,
en moederlijker worden alle vrouwen
en alle kinderogen worden groot.

Dan moet je buiten in het wijde land,
wil je de kerstnacht zien, de onbezeerde,
alsof je zinnen nooit de stad begeerden,
zo moet je buiten in het wijde land.

Daar schemert menig hemel boven jou
die op de verre witte bossen staat.
Onder de schoen de weg die groeien gaat
waar menig hemel schemert boven jou.

En in de grote luchten staat een ster
die opbloeit als een felle gentiaan.
De verten rollen als een golfslag aan
en in de grote luchten staat een ster.

 

Vertaald door Piet Thomas

 

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Kerstmis in Praag, de geboorteplaats van Rainer Maria Rilke

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn blog van 26 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Wird Christus tausendmal in Bethlehem geboren (Angelus Silesius)

 

 

De geboorte van jezus Christus door Carl Bloch, 1867

 

Wird Christus tausendmal in Bethlehem geboren

Wird Christus tausendmal in Bethlehem geboren
und nicht in dir, du bleibst noch ewiglich verloren.

Gott schleußt sich unerhört in Kindes Kleinheit ein:
Ach möchte ich doch ein Kind in diesem Kinde sein.

Ach könnte nur dein Herz zu einer Krippe werden,
Gott würde noch einmal ein Kind auf dieser Erden.

Merk, in der stillen Nacht wird Gott, ein Kind, geboren,
und wiederum ersetzt, was Adam hat verloren.

Ist deine Seele still und dem Geschöpfe Nacht,
so wird Gott in dir Mensch und alles wiederbracht.

Hier liegt das werte Kind, der Jungfrau erste Blum,
der Engel Freud und Lust, der Menschen Preis und Ruhm.

Soll er dein Heiland sein und dich zu Gott erheben,
so musst du nicht sehr weit von seiner Krippe leben.

Der Himmel senkte sich, er kommt und wird zur Erden;
wann steigt die Erd empor und wird zum Himmel werden?

 

Angelus Silesius (25 december 1624 – 9 juli 1677)
Breslau, de geboorteplaats van Angelus Silesius

 

Zie voor nog meer gedichten over Kerstmis ook alle tags voor Kerstmis op dit blog.  

Weihnacht (Julius Sturm), Ingo Baumgartner

 

 

De aanbidding door de herders door Luca Giordano, ca. 1688

 

Weihnacht

Es sangen himmlische Heere
In heilig stiller Nacht:
Gott in der Höh‘ sei Ehre,
Sei Lob und Ehr‘ gebracht.

Und Friede sei mit allen
Auf Erden weit und breit,
Der Mensch ein Wohlgefallen
Dem Herrn der Herrlichkeit,

So klang es über der Erde
In der geweihten Nacht,
Wo bei der schlafenden Herde
Die frommen Hirten gewacht.

Das Lied aus Engelmunde
Erklungen vom Himmelszelt,
Es klingt bis diese Stunde
Noch durch die weite Welt.

Der Heiland ward geboren,
Des‘ freue sich groß und klein,
Wir waren alle verloren
Und sollen nun selig sein.

 

Julius Sturm (21 juli 1816 – 2 mei 1896)
Bad Köstritz, de geboorteplaats van Julius Sturm

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtener op dit blog.

 

Es riecht nach Schnee

Es riecht nach Schnee und Pfefferkuchen,
Nach Bienenwachs und Nadelduft.
Schon denkt man an das Herbergssuchen,
Den Christbaum, wenn das Glöcklein ruft.

In Gassen flimmern Weihnachtssterne,
Die Straße säumt ein Lampenband.
Auf Plätzen plaudern Leute gerne,
Erwärmt vom Trunk am Glühweinstand.

Man muss nicht Kind sein, sich zu freuen,
Nicht fromm und gläubig, auch nicht Christ,
Es reicht, Gedanken einzustreuen,
Was Frieden heißt und Hoffnung ist.

 

Vorweihnachtliche Ecke

Den Esstisch in der Stubenecke
versieht man mit der Weihnachtsdecke,
die Tannenbaum  und Waldgetier
am Saume trägt zu froher Zier.

Ein Kranz aus dichten Nadelzweigen
bringt Flackerlicht ins Abendschweigen.
Er weist dem Kinderblick als Ziel
ein Wachsquartett mit Flammenspiel.

Da liegen Äpfel Aphrodites,
die Glanzerheller des Gemütes.
Ein Schmunzelengel trägt sein Haar
als flachsgeflochtnes Zöpfepaar.

Der süße Seim des Bienenfleißes
verbirgt sich, doch ein jeder weiß es,
im Döschen aus gebranntem Ton,
er kommt nicht unbenascht davon.

Adventlich steht nach alter Sitte
ein Teller Backwerk in der Mitte,
der leert sich schnell bis Mitternacht,
wenn niemand diese Pracht bewacht.

 

Ingo Baumgartner (24 december 1944 – 16 juli 2015)

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

Geboorte van Christus

Was er je eenvoud niet, hoe kon jou dan
gebeuren wat nu de nacht verlicht?
Zie, God hield volken toornend in zijn ban,
maar Hij wordt mild, nu jij Hem baart: een wicht.

Verscheen Hij groter in je droomgedicht?

Wat is dat, grootheid? Dwars en uitermate
recht is deze weg die ’t lot Hem bood.
Zelfs voor een ster is zo geen baan gelaten,
want, zie je, deze koningen zijn groot

en slepen schatten aan tot voor je schoot,

de schatten waar ze ’t meest van houden;
dat die bestonden had je nooit gedacht –
maar zie toch hoe Hij in je doek met vouwen
ligt en nu al alles overtreft in kracht.

Van ver al d’amber over zee gebracht

en al het goud, de strelende en pure
kruiden, bedwelmend in hun wazigheid:
maar dit zijn alles dingen die niet duren,
en aan het einde wacht je rouw en spijt.

Maar Hij (dat merk je nog wel), Hij verblijdt.

 

Vertaald door Piet Thomas

 

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e december ook mijn blog van 24 december 2021 en ook mijn blog van 24 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Das Weihnachtsbäumlein (Christian Morgenstern), Ted van Lieshout

 

 

Kerstboom met kaarsjes door Rudolf Bernhard Willman, 1905

 

Das Weihnachtsbäumlein

Es war einmal ein Tännelein
mit braunen Kuchenherzlein
und Glitzergold und Äpflein fein
und vielen bunten Kerzlein:
Das war am Weihnachtsfest so grün
als fing es eben an zu blühn.

Doch nach nicht gar zu langer Zeit,
da stands im Garten unten,
und seine ganze Herrlichkeit
war, ach, dahingeschwunden.
Die grünen Nadeln war’n verdorrt,
die Herzlein und die Kerzlein fort.

Bis eines Tags der Gärtner kam,
den fror zu Haus im Dunkeln,
und es in seinen Ofen nahm –
Hei! Tat`s da sprühn und funkeln!
Und flammte jubelnd himmelwärts
in hundert Flämmlein an Gottes Herz.

 

Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)
Adventstijd in München, de geboorteplaats van Christian Morgenstern

 

De Nederlandse dichter en schrijver Ted van Lieshout werd geboren op 21 december 1955 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Ted van Lieshout op dit blog.

 

Papegaaivis

Waarorn ben jij zo
blauw, zo blauwer
nog dan de zee?

Er is geen spiegel
waarin je jezelf
kunt bewonderen,

dus wat heeft het
mooiste blauw
voor zin? Alleen

aan die andere vis
zie je hoe blauw je
zelf eigenlijk bent.

Is dat verliefd?
zien aan een ander
hoe mooi je bent

 

Vier minuten

Een vlinder spartelde tegen het raam, zocht door
de ruit een weg naar buiten. Ik vouwde mijn handen
voorzichtig om hem heen en ving wat niet te vangen

leek. Ik liep naar de tuin en deed mijn handen open
van ga! Hij bleef zitten op mijn vinger, klapte zijn
vleugels open en weer dicht, open en dicht en tijd

ging voorbij. Kostbare tijd in een vlinderleven. Na
vier minuten zei ik zacht: moet jij niet eens gaan?
Toen vloog de vlinder de lucht in en verdween.

In het grote boek der levende natuur heb ik gezocht
wat voor zeldzame vlinder het was. Een dagpauwoog.
Die komen veel voor, behalve de Dagpauwoogopmijnhand.

Dat is een van de allerzeldzaamste soorten op aarde.
In het korte leven van één ervan ben ik even,
nee, lang, heel lang een veilig huis geweest.

 

Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e december ook mijn blog van 21 september 2018 en ook mijn blog van 21 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Advent (Karl Gerok), Gerard Reve, Paul Eluard

 

 

“Neudorf im Advent (Erzgebirge)” door Dieter Jacob, 2009

 

Advent

Offenb. 3, 20.
Siehe, ich stehe vor der Tür und
klopfe an.

Ich klopfe an zum heiligen Advent
Und stehe vor der Tür!
O selig, wer des Hirten Stimme kennt,
Und eilt und öffnet mir.
Ich werde Nachtmahl mit ihm halten,
Ihm Gnade spenden, Licht entfalten,
Der ganze Himmel wird ihm aufgetan,
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, da draußen ists so kalt
In dieser Winterszeit;
Von Eise starrt der finstre Tannenwald,
Die Welt ist eingeschneit,
Auch Menschenherzen sind gefroren,
Ich stehe vor der verschlossnen Toren,
Wo ist ein Herz, den Heiland zu empfahn?
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, sähst du mir nur einmal
Ins treue Angesicht,
Den Dornenkranz, der Nägel blutig Mahl, —
O du verwärst mich nicht!
Ich trug um dich so heiß Verlangen,
Ich bin so lang dich suchen gangen,
Vom Kreuze her komm ich die blut’ge Bahn:
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, der Abend ist so traut,
So stille nah und fern,
Die Erde schläft, vom klaren Himmel schaut
Der lichte Abendstern;
In solchen heilgen Dämmerstunden
Hat manches Herz mich schon gefunden;
O denk, wie Nikodemus einst getan:
Ich klopfe an!

Ich klopfe an und bringe nichts als Heil
Und Segen für und für,
Zachäus ‘ Glück, Marias gutes Teil
Bescheert‘ ich gern auch dir,
Wie ich den Jüngern einst beschieden
In finstrer Nacht den süßen Frieden,
So möchte‘ ich dir mit holdem Gruße nahn;
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, bist, Seele du, zu Haus,
Wenn dein Geliebter pocht?
Blüht mir im Krug ein frischer Blumenstrauß,
Brennt deines Glaubens Docht?
Weißt du, wie man den Freund bewirtet?
Bist du geschürzet und gegürtet?
Bist du bereit mich bräutlich zu umsahn?
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, klopft dir dein Herze mit
Bei meiner Stimme Ton?
Schreckt dich der treusten Mutterliebe Tritt
Wie fernen Donners Drohn?
O hör‘ auch deines Herzens Pochen,
In deiner Brust hat Gott gesprochen:
Wach‘ auf, der Morgen graut, bald kräht der Hahn,
Ich klopfe an.

Ich klopfe an; spricht nicht: es ist der Wind,
Er rauscht im dürren Laub; —
Dein Heiland ists, dein Herr, dein Gott, mein Kind,
O stelle dich nicht taub;
Jetzt komm‘ ich noch im sanften Sausen,
Doch bald vielleicht im Sturmesbrausen,
O glaub‘, es ist kein eitler Kinderwahn:
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, jetzt bin ich noch dein Gast
Und steh vor deiner Tür,
Einst, Seele, wenn du hier kein Haus mehr hast,
Dann klopfest du bei mir;
Wer hier getan nach meinem Worte,
Denn öffn‘ ich dort die Friedenspforte,
Wer mich verstieß, dem wird nicht aufgetan;
Ich klopfe an.

 

Karl Gerok (30 januari 1815 – 14 januari 1890)
Advent in Vaihingen an der Enz, de geboorteplaats van Karl Gerok

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

Uit: Brief uit Berlijn

“Berlijn-Zehlendorf, Paaszondag 1962. Naarmate de trein de grens van Oost-Duitsland – waar men, zoals bekend, doorheen moet reizen om West-Berlijn te bereiken – nadert, groeit er, met mijn nieuwsgierigheid over wat ik te zien zal krijgen, ook een zonderlinge hoop: de hoop, dat alles zich veel betrekkelijker en veel minder ernstig zal laten aanzien, en dat de voorstelling die ik uit de berichtgeving van vele jaren heb opgebouwd, veel meer een projektie van mijn eigen, dikwijls zeer absoluut gestelde problematiek zal blijken te zijn, dan een met de werkelijkheid vergelijkbaar beeld.
Men kent de voorstelling van de Duitse Bondsrepubliek zoals die wordt gekoesterd door de mensen voor wie de in de bezetting ondergane verschrikking een levenvullende tijdloosheid heeft gekregen; een voorstelling waaraan ook, vooral uit gemakzucht, wordt vastgehouden door mensen die politiek nooit volwassen willen worden; een voorstelling die haar voortbestaan in veel grotere mate aan de communistiese propaganda dankt dan men in het algemeen wel vermoedt. Volgens deze voorstelling is de Westduitse democratie een schijndemocratie, waarin de nazi’s en het grootkapitaal bezig zijn een nieuwe autoritaire Duitse staat naar een nieuwe veroveringsoorlog te voeren. De kracht van deze voorstelling berust in niet geringe mate op het ontbreken van een redelijke hoeveelheid feitelijk bewijsmateriaal: materiaal dat er niet is, kan men immers niet aanvechten. In werkelijkheid wordt slechts een handvol voorvallen gebruikt om de al van te voren axiomaties aangenomen agressiviteit van West-Duitsland te illustreren. Feiten zoals de nog nooit in de Duitse geschiedenis vertoonde impopulariteit van de Westduitse dienstplicht – waarvoor iedereen zich probeert te drukken – en de verbijsterend geringe percentages stemmen, die neo-, semi-nazistiese of andere ultra-rechtse groeperingen, voordat ze bij de wet werden verboden, bij verkiezingen behaalden zelfs in die deelstaten, die indertijd de typiese voedingsbodem waren van het nationaal-socialisme – die feiten zeggen de politieke dommelaar niets. Voor het handhaven van zijn op onvruchtbare moffenhaat steunende visie heeft hij slechts een paar berichten per jaar over geschonden Joodse begraafplaatsen, op muren geschilderde hakenkruisen of over de ontmaskering van een op een verantwoordelijke post gekomen oorlogsmisdadiger nodig.”

 

Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)
Reve met Woelrat en kat op schoot

 

De Franse dichter en schrijver Paul Eluard werd geboren op 14 december 1895 in Saint Denis. Zie ook alle tags voor Paul Eluard op dit blog.

 

Ik houd van je

Ik houd van je om alle vrouwen
Die ik niet heb gekend
Ik houd van je om alle tijden
Dat ik niet heb geleefd
Om de geur van het ruime sop
En de geur van warm brood
Om de sneeuw die smelt
Om de eerste bloemen
Om de zuivere dieren
Die de mens niet verschrikt
Ik houd van je om lief te hebben
Ik houd van je om alle vrouwen
Die ik niet liefheb

Wie anders spiegelt mij dan jij zelf
Ik zie ik mij amper
Zonder jou zie ik enkel
Een verlaten vlakte
Tussen vroeger en vandaag
Waren al die doden
Waar ik doorheen
Loop op stro
Ik kon geen gat boren
In de muur van mijn spiegel
Ik moest het leven leren
Woord voor woord
Zoals men vergeet

Ik houd van je om jouw wijsheid
Die niet van mij is
Om de gezondheid houd ik
Van je ondanks alles dat enkel illusie is
Om het onsterfelijke hart
Dat ik niet beheer
Je meent twijfel te zijn
En je bent slechts rede
Je bent de grote zon
Die mij naar het hoofd stijgt
Als ik zeker ben van mezelf
Als ik zeker ben van mezelf.

 

Vertaald door Theo Festen

 

Paul Eluard (14 december 1895 – 18 november 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e december ook mijn blog van 14 december 2021 en ook mijn blog van 14 december 2018 en ook mijn blog van 14 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Der Täufer (Christian Morgenstern), Tatamkhulu Afrika

 

 

St. Johannes de Doper als jongen door Andrea del Sarto, ca. 1525

 

Der Täufer

Siehe! Das ist Gottes Lamm.
Dieser wird für unsre Sünde
sterben an des Kreuzes Stamm,
dass er allen Völkern künde:
Gott nimmt ihr Gebrest auf sich.
Dass fortan die Menschheit wisse:
Träger ihrer Finsternisse
ist nicht nur ihr kleines Ich.

 

Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)
Christkindlmarkt in München, de geboorteplaats van Christian Morgenstern

 

De Zuid-Afrikaanse dichter en schrijver Tatamkhulu Afrika werd geboren op 7 december 1920 in Egypte. Zie ook alle tags voor Tatamkhulu Afrika op dit blog.

 

Niets is veranderd

Kleine ronde harde stenen klikken
onder mijn hielen,
zaaiend gras duwt
baardzaadjes
in broekspijpen, blikjes,
waarop getrapt wordt, knarsen
in hoog, paars bloeiend,
vriendelijk onkruid.

District zes.
Geen bord zegt dat het zo is:
maar mijn voeten weten het,
en mijn handen,
en de huid rond mijn botten,
en het zachte gezwoeg van mijn longen,
en de hete, witte, naar binnen draaiende
woede van mijn ogen.

Ruw met glas,
naam wapperend als een vlag,
hurkt het
in het gras en onkruid,
ontluikende Port Jackson-bomen:
nieuwe, chique haute cuisine,
wachter bij de poort,
herberg alleen voor blanken.

Geen bord zegt dat het zo is:
Maar we weten waar we thuishoren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Tatamkhulu Afrika (7 december 1920 – 23 december 2002)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e december ook mijn blog van 7 december 2024 en ook mijn blog van 7 december 2023 en ook mijn blog van 7 december 2020 en eveneens mijn blog van 7 december 2018 en eveneens mijn blog van 7 december 2014 deel 2.