Robert Harris, Günter Kunert, Radna Fabias

De Britse schrijver en journalist Robert Dennis Harris werd geboren op 7 maart 1957 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Robert Harris op dit blog.

Uit: Vaderland (Vertaald door Ronald Beek)

“Een dik wolkendek had de hele nacht laag boven Berlijn gehangen en bleef nu achter in wat doorging voor de ochtend. Aan de westkant van de stad dreven regenpluimen over het Havelmeer, als rook. Lucht en water gingen in elkaar over, een grijs vlak dat alleen werd verbroken door de donkere streep van de oever aan de overkant. Daar was alles stil, was geen lichtje te zien. Xavier March, rechercheur bij de afdeling moordzaken van de Berlijnse Kriminalpolizei – de Kripo -, klom uit zijn Volkswagen en hief zijn gezicht naar de regen. Hij was een connaisseur waar het dit soort regen betrof. Hij kende de smaak ervan, de geur. Het was Baltische regen, uit het noorden, koud, met een zeelucht, pittig door het zout. Even was hij twintig jaar terug, in de commandotoren van een U-boot, die geruisloos Wilhelmshaven uit voer, met gedoofde lichten, de duisternis in. Hij keek op zijn horloge. Het was even na zevenen ’s ochtends. Voor hem stonden drie andere auto’s langs de kant van de weg geparkeerd. De inzittenden van twee ervan zaten te slapen achter het stuur. De derde auto was een patrouillewagen van de Ordnungspolizei – de Orpo, zoals iedere Duitser die noemde. Er zat niemand in. Door de open raampjes klonk het geknetter van de radio, afgewisseld door plotselinge, gebrabbelde mededelingen. Het zwaailicht op het dak verlichtte het bos naast de weg: blauw-zwart, blauw-zwart, blauw-zwart. March zocht naar de Orpoagenten en zag hen schuilen bij het meer onder een druipende berk. In de modder bij hun voeten lichtte iets bleeks op. Op een boom-
stam een eindje verderop zat een jongeman in een zwart trainingspak, ss-insigne op zijn borstzak. Hij zat voorovergebogen, ellebogen op zijn knieën, zijn handen tegen de zijkant van zijn hoofd gedrukt – het toonbeeld van neerslachtigheid. March nam een laatste trek van zijn sigaret en gooide hem met een korte polsbeweging weg. Hij siste en ging uit op de natte weg. Toen hij naderbij kwam, hief een van de agenten zijn arm. ‘Heil Hitler!’ March negeerde hem en gleed de modderige oever af om de dode te onderzoeken. Het was het lijk van een oude man – koud, dik, kaal en verbijsterend wit. Van een afstandje had het een gipsen beeld kunnen zijn dat in de plomp was gegooid. Het lijk, dat onder het vuil zat, lag half uit het water, de armen gespreid, het hoofd achterover. Eén oog was stijf dichtgeknepen, het andere tuurde onheilspellend naar de smerige lucht.”

 

Robert Harris (Nottingham, 7 maart 1957)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ookalle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

Op weg naar Utopia II

Op de vlucht
voor het beton
gaat het als in
een sprookje: waar je ook
aankomt
het wacht je op
grijs en somber

Op de vlucht vind je
misschien
een stukje groen
aan het einde
en val je zalig
in de grassprieten
uit gekleurd glas…

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Kunert (6 maart 1929 – 21 september 2019)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster en dichteres Radna Fabias werd geboren op Curaçao in 1983. Zie ook alle tags voor Radna Fabias op dit blog.

 

roestplaats

onderweg naar de roestplaats
bewater en bemest ik één vierkante kilometer roodbruine aarde
het is een altruïstische investering ik maak het mogelijk voor een ander om
wortel te schieten uit te dijen het ecosysteem te verstoren
dan was ik mijn handen
– lang en grondig –
ik trek de afdrukken van mijn vingers
– voorzichtig     ik ben voorzichtig –

ik knip mijn haar omdat ik een slachtoffer ben
ik verf mijn haar omdat ik een schurk ben
ik kweek een snor voor bij mijn valse papieren
– ik ben rustig     ik ben rustig –

de boeing vlieg ik door de turbulentie in retrospectief naar de man die mij terloops en
onbedoeld verwekte
ik neem een gijzelaar, introduceer hem bij aankomst zeg
deze man doet me aan jou denken ik wil hem niet we moeten praten het is tragisch
dat ik hem zal dragen
en ik zal hem dragen
als een berenvel
ik zal hem dragen als een mantel
zijn huid ruikt naar woestijnhitte fenegriek en open wonden

mijn moeder breng ik terug naar het barre land omdat ik van haar houd
vanwege mijn moeder geef ik iedereen die op mij lijkt terug aan de aarde
ik werp mijn mantel af omdat ik van mijn moeder houd
omdat ik van mijn moeder houd bezweer ik de herhaling vanuit mijn afgeklemde
eierstokken

mijn afgeklemde eierstokken zijn schoon
mijn afgeklemde eierstokken zijn schitterend
mijn afgeklemde eierstokken zijn vervaardigd van reactieve metalen

dan rust ik
hier roest ik
hier stopt het

 

Radna Fabias (Curaçao, 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e maart ook mijn blog van 7 maart 2021 en ook mijn blog van 7 maart 2019 en ook mijn blog van 7 maart 2016 en ook mijn blog van 7 maart 2015 deel 2.

Patrick deWitt, Günter Kunert

De Canadese schrijver en scenarist Patrick deWitt werd geboren op 6 maart 1975 op Vancouver Island. Zie ook alle tags voor Patrick deWitt op dit blog.

Uit: Ondermajordomus Minor (Vertaald door Caroline Meijer en Saskia van der Lingen)

“Lucien Minors moeder had niet gehuild, had bij hun afscheid geen traan gelaten.
Hijzelf had de hele dag een brok in zijn keel gevoeld en al zijn handelingen uitgevoerd in behoedzame stapjes, alsof één schielijke beweging een uitbarsting van emotie kon veroorzaken. Ze hadden samen het ontbijt en het middagmaal gebruikt maar geen van beiden had een woord gezegd, en nu was het tijd voor hem om te gaan maar lukte het hem niet om op te staan van zijn bed, waarop hij volledig gekleed lag, jas en schoenen aan en zijn muts van schapenvacht laag over zijn voorhoofd getrokken. Lucy was zeventien jaar oud en dit was sinds zijn geboorte zijn kamer geweest; alles wat hij zag en waar hij zijn hand op kon leggen was doortrokken van verwarrende herinneringen aan zijn kindertijd. Toen hij zijn moeder beneden in de keuken onbeantwoordbare vragen aan zichzelf hoorde stellen, werd hij bijna overmand door verdriet. Op de vloer naast hem stond een valies paraat.
Hij sleurde zichzelf van het matras, stond op en stampte driemaal met zijn voeten: stamp stamp stamp! Hij greep het valies bij zijn gedraaide leren hengsel, ging de trap af en de deur uit, en riep onder aan het stoepje van hun sobere huisje naar zijn moeder. Ze verscheen in de deuropening en knipperde met haar ogen tegen het licht terwijl ze het meel van haar knokkels en handpalmen sloeg.
‘Is het tijd?’ vroeg ze. Toen hij knikte, zei ze: ‘Nou, kom hier dan.’
Over de vijf kreunende traptreden klom hij naar haar toe. Ze kuste hem op zijn wang en keek toen met een bedenkelijke blik over het grasland naar de snel oprukkende bank onweerswolken achter de bergketen die hun dorp als een muur omsloot. Toen ze hem weer aankeek, was haar gezicht uitdrukkingloos.
‘Het beste, Lucy. Ik hoop dat je die baron fatsoenlijk behandelt. Laat je me weten hoe het je vergaat?’
‘Dat zal ik doen.’
‘Goed zo. Vaarwel.’
Ze ging het huis weer in en keek strak naar de grond terwijl ze de deur sloot –
een blauwe deur. Lucy wist nog de dag dat zijn vader hem had geschilderd, tien jaar eerder.”

 

Patrick deWitt (Vancouver Island, 6 maart 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

Venetië

I

Straaljagerdonder boven de lagune.
Schrik – de bronzen paarden steigerend op het dak
in eeuwige waanzin verstard
de ogen opengesperd en blind
herkennen je niet.
Ga naar de bruggen, jouw levenswerk
is ze stuk voor stuk over te lopen
een keer van deze en een keer van deze kant

Telkens is de wereld anders

Maar vergeet je schaduw niet
zij reikt omlaag tot in ’t water
waar onder ondoorzichtig vuilnis
de stroming haar wegspoelt. Geen nog
zingt bij dat wankele varen
een ceremonie doelloos
en te vaak herhaald.

In het hotel om de hoek huist een man
Dostojewski geheten of
is reeds vertrokken of reeds
opnieuw aangekomen.

De oude paleizen
vreet onze contemporaine adem aan
zodat we ze niet kunnen bewonen
hoe teer ook de toeleg.
Verbrokkelen zou onze greep
de steen
en alle meetkundes zouden inzinken

zo geruisloos zo verwacht

 

Vertaald door W. Hogendoorn

 

Günter Kunert (6 maart 1929 – 21 september 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e maart ook mijn blog van 6 maart 20

23 en ook mijn blog van 6 maart 2022 en ook mijn blog van 6 maart 2020 en ook mijn blog van 6 maart 2019 en ook mijn blog van 6 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.