Er is nog zomer (Judith Herzberg), Amitav Ghosh, Jürgen Becker

 

 

Stadsterras door Hans Versfelt, 2024

 

Er is nog zomer

Er is nog zomer en genoeg
wat zou het loodzwaar
tillen zijn, wat een gezwoeg
als iedereen niet iedereen
ter wille was
als iedereen niet iedereen
op handen droeg.   

 

Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)
De Bogortuin in Amsterdam, een geliefde recreatieplek in de zomer

 

De Indiase schrijver Amitav Ghosh werd geboren in Calcutta op 11 juli 1956. Zie ook alle tags voor Amitav Ghosh op dit blog.

Uit: Zee van papaver (Vertaald door Joop van Helmond)

“Het visioen van een schip met hoge masten op de oceaan kwam tot Deeti op een voor het overige gewone dag, maar ze wist onmiddellijk dat de verschijning een noodlotsteken was, want ze had nog nooit eerder zo’n vaartuig gezien, zelfs niet in een droom: hoe kon dat ook, aangezien ze in het noorden van Bihar woonde, zeshonderd kilometer van de kust af. Haar dorp lag zo diep landinwaarts dat de zee net zo ver weg leek als het schimmenrijk: het was de kloof der duisternis waar de heilige Ganges verdween in de Kala-Pani, ‘het Zwarte Water’. Het gebeurde aan het einde van de winter, in een jaar dat de papavers er wonderlijk lang over deden om hun bloemblaadjes te laten vallen: vanaf Benares leek het of kilometer na kilometer de Ganges tussen twee identieke gletsjers stroomde, omdat de beide oevers overdekt waren met velden vol bloemen met witte blaadjes. Het was alsof de sneeuw van de hoge Himalaya was afgedaald naar de vlakten om te wachten op de komst van het Holi-feest met zijn overdadige lentekleuren. Het dorp waarin Deeti woonde, lag aan de rand van de stad Ghazipur, zo’n vijfenzeventig kilometer ten oosten van Benares. Net als al haar buren zat Deeti in over de verlate papaveroogst: die dag was ze vroeg opgestaan en werkte haar dagelijkse routine af, legde een fris gewassen dhoti en kameez klaar voor Hukam Singh, haar man, en bereidde de roti’s en achar die hij midden op de dag zou eten. Toen zijn maaltijd was ingepakt, onderbrak ze haar werk om snel langs haar schrijnkamer te lopen: later, nadat ze zich had gebaad en verkleed, zou Deeti een echte puja doen, met bloemen en offerandes; nu ze nog haar nachtsari droeg, bleef ze alleen bij de deur staan om met haar handen tegen elkaar een kleine buiging te maken. Al spoedig kondigde een krakend wiel de komst van de ossenwagen aan die Hukam Singh naar de fabriek in Ghazipur zou brengen, vijf kilometer verderop, waar hij werkte. Hoewel niet ver was de afstand voor Hukam Singh te groot om te voet af te leggen, want hij had een beenwond opgelopen toen hij als sepoy in een Brits regiment diende. Het letsel was echter niet zo ernstig dat hij krukken moest gebruiken en Hukam Singh kon zonder hulp naar de wagen lopen. Deert volgde op een pas achter hem met zijn eten en drinkwater en reikte hem de in een lap gewikkelde bundel aan nadat hij op de wagen was geklommen. Kalua, de voerman van de ossenwagen, was een boom van een kerel, maar hij maakte geen aanstalten om zijn passagier te helpen en zorgde ervoor dat zijn gezicht voor hem verholen bleef: hij behoorde tot de kaste van de leerbewerkers, en Hukam Singh, die behoorde tot de hoge Rajput-kaste, geloofde dat het zien van zijn gezicht een slechte voorbode zou zijn voor de komende dag.”

 

Amitav Ghosh (Calcutta, 11 juli 1956)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

In de wisselende ogenblikken

met de gelijktijdige telefoontjes uit Meiningen, Detroit, Heilbronn,
en in de regenbui licht de zon op,
voordat ze verdwijnt. De verdwijning laat
geen lijst achter waarop we kunnen kijken
naar wat er niet meer is.
Klimop groeit tegen de muur van het huis, schuin tegenover,
waar ooit de man woonde die
met zijn kruiwagen de sneeuw het bos in duwde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (10 juli 1932 – 27 november 2024)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juli ook mijn blog van 11 juli 2020 en eveneens mijn blog van 11 juli 2019 en ook mijn blog van 11 juli 2016 en ook mijn blog van 11 juli 2015 deel 1 en ook deel 2.

Erik Jan Harmens, Jürgen Becker

De Nederlandse dichter en schrijver Erik Jan Harmens werd op 10 juli 1970 geboren in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Erik Jan Harmens op dit blog.

Uit: Hallo, muur

“Hallo muur. Je ziet er nog precies zo uit als gisteren. Ik niet, ik ben veranderd. Ik heb andere kleren aan, ik kijk anders. Ik voel me ook anders. Gisteren kon ik de wereld aan. Ik droeg mijn bruine laarzen, waarmee ik door het winkelcentrum liep als over een erf. Ik kwam iemand tegen die ik niet heel goed ken, maar toch op de wang zoende. Hij liet het gebeuren. De eerste avocado die ik in de supermarkt van het schap nam was behoorlijk rijp, maar zeker niet rot. De tweede was nog niet rijp, maar wel bijna. Zo had ik een avocado voor vandaag en een voor morgen. Ik woog ze niet af, want ze werden per stuk verkocht. Het ging niet op gewicht. De caissière hoefde daarom ook niet van haar kruk te draaien om alsnog een prijsstickertje op de vrucht te plakken. Thuis legde ik de nog niet rijpe avocado weg, de andere sneed ik doormidden tot aan de pit. De boel liet gelijk los, de pit wipte er uit zichzelf uit. Ik deed dure olijfolie op beide helften en schoot niet uit. Er kwam zout en peper bij en toen begon ik het vruchtvlees met de zijkant van mijn eierlepeltje in parten te hakken en daarna at ik de avocado op en hij smaakte goed. De schillen gingen in de afwasteil om later in de gft-bak leeg te kieperen. Met een doekje nam ik het aanrecht af. Daarna ging ik een minuut of tien op de bank liggen om te mijmeren. Dat was gisteren.
Vanmorgen opende ik de andere avocado, maar deze bleek harder dan gisteren, alsof hij was versteend. De pit verzette zich, de schil hield het vruchtvlees vast. Met de nodige kracht lukte het allemaal wel, maar de smaak bleek week; ik had te veel olijfolie uitgeschonken en veel te kwistig met zout gestrooid. Ik at het allemaal wel op, maar zonder ook maar iets van die verrukkelijke victorie van gisteren. Ik ruimde de boel af en wandelde het winkelcentrum in, dit keer op de te klein gekochte dure gympen die mijn beide grote tenen afknellen, waardoor er donkere vlekken verschenen onder de nagels, die voorlopig niet meer weggaan. Iemand groette me en ik groette terug, maar pas een paar meter verder wist ik met wie ik te maken had en realiseerde ik me dat ik veel te enthousiast hallo had gezegd. De ander zal wel gedacht hebben: wat is er met die man aan de hand, is hij dronken?
Ik drink al anderhalf jaar niet meer, muur. Dat is waar, al kan het ook voor de bühne zijn en sluip ik in werkelijkheid elke nacht naar het schuurtje om daar een fles Bacardi aan mijn mond te zetten. Misschien doe ik dat zelfs wel onbewust, wandelend in mijn slaap, al is het dan wel de vraag wie steeds de Bacardi bijvult die daar zou moeten staan. Sinds ik het besluit heb genomen om nuchter te blijven, ontmoet ik heel veel mensen die niet meer drinken. Waren die er altijd al en zag ik ze in mijn dronkenschap over het hoofd?”

 

Erik Jan Harmens (Harderwijk, 10 juli 1970)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

Berlijn — Londen

Misser tamelijk veel; de seizoenen
kloppen nog steeds. Bladeren. Dus
november. November
tussen Tiergarten en Kensington Gardens;
nutteloze zomer. Nu ook al
sneeuw, de eerste verdwijnende sneeuw, en
ik blijf niet waar ik ben. Meeuwen
echter, blijven ’s winters,
rusteloosheid boven de rustige Spree. Wie
sprong er als laatste, draaikolk van wanhoop,
nee, de zon weer op mijn gezicht, en
tederheid, de middag. Vergelijkingen
van de stemming. Wind. Elk uur
verandert het aandeel van de schaduwen, daar,
veranderend landschap, in mijn hoofd en daarachter,
vrijmaking van het luchtruim. Voorbij aan
een woord voor iets wat ik niet weet,
als ik zeg, voorbij
de misser, de schaduw, de wind.
Nog steeds november. Het klopt,
wat men ziet, het klopt niet,
ten behoeve van de hoop, en
men ziet niet de hoop,
de duizeligheid, maar de sneeuw
nou ja, daar beneden, verdwijnend.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (10 juli 1932 – 27 november 2024)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juli ook mijn blog van 10 juli 2020 en eveneens mijn blog van 10 juli 2019 en ook mijn blog van 10 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.