James Frey, Louis MacNeice

De Amerikaanse schrijver James Frey werd geboren op 12 september 1969 in Cleveland. Zie ook alle tags voor James Frey op dit blog.

Uit: Next to Heaven

Devon often dreamed of punching her husband in the face. She didn’t necessarily want to hurt him. And he often didn’t do any-thing to deserve it. She was just tired of him. Of his voice, of his smell, the way he breathed, how he chewed, the way he sniffed, the way it sounded when he swallowed, that he picked his fingernails and sometimes dropped them on the bathroom floor instead of the trash can, that he both snored and farted while he slept. None of it was done to deliberately annoy her, and he didn’t know that any of it did. It didn’t matter. She wanted to punch him. Right in his rotten fucking face. Like so many marriages among the one percent, and even more so among the one percent of the one percent, their marriage was one of convenience, a business relationship. They met when she was twenty-eight and he was thirty. At an art opening in Chelsea, New York City. The show was of highly sexual, abstract expressionist paintings made by a beautiful young French woman. It was called Nympho, and the paintings were believed, though the painter neither confirmed nor denied it, to be portraits of her and a series of wealthy older men with whom she had had affairs, one of whom was the richest man in Paris, another whose brother had been the President of France. Devon had been working at the gallery for six years. It was the largest and most prestigious art gallery in the world, with three spaces in New York, and outposts in Los Angeles, London, Paris, Rome, Dubai, Hong Kong, and Tokyo. Each of them had three or four directors, essentially high-paid salespeople with fancy titles. At twenty-five, Devon had become its youngest director. Yes, she had an art history degree from Princeton, and yes she had grown tip around art and the art world, and yes she was smart and capable and knew her shit, but none of those things really mattered. What mattered was that site was young and beautiful, and she had young and beautiful friends who would come to the shows, and she could sell extraordinarily expensive art to rich men who wanted to sleep with her. And occasionally she did sleep with one of them. Never to close a deal, but for the fun of it, the thrill, the feeling of power and agency it gave her, so she had a good story the next time she went out with her girlfriends.”

 

James Frey (Cleveland, 12 september 1969)

 

De Ierse dichter en schrijver Louis MacNeice werd geboren op 12 september 1907 in Belfast. Zie ook alle tags voor Louis MacNeice op dit blog.

 

Gebed van een ongeborene

Ik ben nog niet geboren; O hoor mij.
Laat niet de bloeddorstige stier, de vampier, de aasgier, de
gehoefde demon verschijnen voor mij.

Ik ben nog niet geboren; verkwik mij.
Straks komt de mensheid met kale kerkermuren rondom mij,
met bedwelmende drugs bij mij, met vrome leugens tot mij,
en pijnbanken pijnigen mij, een bloedbad verstikt mij.

Ik ben nog niet geboren; bereid mij
water dat schommelt rondom mij, gras dat groeit onder mij, bomen
die praten met mij, een hemel die zingt boven mij, een vogel
die mij voorgaat, een wit licht in mijn geest – het leidt mij.

Ik ben nog niet geboren; vergeef mij
de zonden die de wereld in mij zal bedrijven, mijn woorden
als ze tot mij spreken, mijn gedachten als ze mij denken,
mijn verraad dat verwekt is door verraders buiten mij,
mijn leven als ze door mijn handen moorden,
en mijn dood als hun kwaad leeft in mij.

Ik ben nog niet geboren; instrueer mij
hoe ik mijn stukken spelen moet, de clausjes die ik zeggen moet
als oude mensen mij beleren, bureaucraten mij schofferen, bergen
naar mij fronsen, liefjes met mij spotten, de witte
golven mij tot dwaasheid verleiden en de woestijn
mijn ondergang afroept, de bedelaar mijn aalmoes
afwijst; en stel: mijn nakroost kleineert mij!

Ik ben nog niet geboren; O hoor mij.
Laat niet de mens die beest is of denkt dat hij God is
verschijnen voor mij.

Ik ben nog niet geboren; O leer mij
me te weren tegen hen die de menselijkheid in mij
willen bevriezen, mij willen drillen tot een moordautomaat,
mij willen dwingen een radertje te zijn, een eendimensionaal
ding, niets dan een ding, en tegen al degenen
die mijn gaafheid willen verjagen, en mij
als bloempluis willen wegblazen, hierheen en
daarheen of hierheen en daarheen
als water dat door de handen
loopt – het onteert mij.

Laat ze geen steen van me maken, laat mij nooit zeggen: dit onteert mij.
Anders: liquideer mij.

 

Vertaald door Arie Sonneveld

 

Louis MacNeice (12 september 1907 – 3 september 1963)
Portret door Nancy Culliford Spender, ca. 1936

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2025 en ook mijn blog van 12 september 2020 en eveneens mijn blog van 12 september 2018 en ook mijn blog van 12 september 2015 deel 2.