Anneke Brassinga, Li-Young Lee

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948. Zie ook alle tags voor Anneke Brassinga op dit blog.

 

Nagedachte

Al dat zinnentuig, en dan nog geen sjoege
van wat brandt in de pit waar zich verduren moet
het schroeiend neteligs en de zweepslag

van angst alsof ooit iets stilvallen zou; terwijl
op dode stronken mos gedijt, in tierende varens
uitbreekt begraven gebeente!

Kunnen dan niet, als ontzind en huidloos
doordringend verliefde grondstof, tot één zacht
vuurtje nu vervloeien mijn de weg kwijt-

rakende voortstrompeling en jouw
als sneeuw voor de zon ronddwarrelende
afwezigheid?

 

De wegen der vrijheid

Op water lopen? Zee is bedrieglijk en veel te diep
al ligt zij daar en lijkt een dier te wezen
want rillingen van schuim gaan overheen
haar luie lijf dat ademt als een stier zo luid.

Beter is wandelen door de hoge lucht
daar weet je zeker dat je niet kunt gaan
maar heel het mensdom zal versteld staan
hoe rap van dwalingen je keert.

 

Maart

Onder stammen staat het blank
als glas over roestend blad.
Onder lucht staat het zwart

bos ontdaan tot bot.
In wortels rust vuur,
het raast in wind.

Kindjes vallen, hun kreten
scherven strijdmetaal.
Zomer is hiernamaals, straks.

 

Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948)

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook alle tags voor Li-Young Lee op dit blog.

 

Met ruïnes

Kies een rustige
plek, een ruïne, een huis dat geen
huis meer is,
waaronder ik op een dag onder de stenen boog stond
om te schuilen voor de regen.

De vloer zonder dak, verticale
stijlen, acht houten kolommen
die niets dragen,
twee trappen die nergens heen leiden, alles
doet het lijken

op een schets, aantekeningen bij een huis, een drie-
dimensionaal raster dat afwezigheden,
overbrugt
een idee
dat verdwijnt in de oneindige regen,

of juist dat idee
dat tevoorschijn komt, skeletachtig
tegen de gehamerde hemel, een
menselijk iets, schoon en duidelijk te zien
van hieruit tot in een ijzeren hemel.

Een plek waar dingen
gezegd en gedaan werden,
daar kun je je herinneren wat je je moet
herinneren. Melancholie is nuttig. Neem die van jou mee.

Er zijn geen buren die zich afvragen
wie je bent,
wat je daar doet,
als je daar loopt,
af en toe stilstaat

om een afbrokkelende steen aan te raken
of in een deuropening te staan
omlijst door de dag.
Niemand hoeft te weten dat je
denkt aan een andere deuropening

die de regen of het nieuws van de oorlog omlijstte
afhankelijk van welke kant je opkeek.
Je denkt aan zeewegen en landwegen
waar je ooit over reisde, en altijd
in dezelfde richting: weg.

Je denkt
aan een vrouw, een favoriete
jurk, de borsten van je oude vader
de laatste keer dat je hem zag, zijn adem,
kort, het blad

dat je van een wijnrank hebt geplukt en dat je nu
tegen je wang houdt als een treinkaartje
of een stuk stof, een handje of een mes –
het hangt allemaal af
van de loop van je herinnering.

Het is een plek
voor hen die geen eigen plek hebben
om te corresponderen met ruïnes in de ziel.
Het is van mij.
Het is helemaal van jou.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e augustus ook mijn blog van 20 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 20 augustus 2019 en ook mijn blog van 20 augustus 2017 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Zadie Smith, Sylvia Plath

De Engelse schrijfster Zadie Smith werd geboren op 27 oktober 1975 in Londen. Zie ook alle tags voor Zadie Smith op dit blog.

Uit: Witte tanden (Vertaald door Sophie Brinkman)

“Vroeg in de ochtend, laat in de eeuw, Cricklewood Broadway. Op 1 januari 1975 zat Alfred Archibald Jones om 6.27 uur gekleed in corduroy in een met uitlaatgassen gevulde Cavalier Musketeer Estate met zijn gezicht omlaag op het stuur en hoopte dat God niet te zwaar over hem zou oordelen. Hij hing voorover als een liggend kruis, met openhangende kaken, de armen aan beide zijden uitgespreid als een gevallen engel; stevig vastgeklemd in zijn vuisten hield hij zijn legermedailles (links) en zijn huwelijksakte (rechts), want hij had besloten zijn fouten met zich mee te nemen. Voor zijn ogen knipperde een klein groen lampje dat een afslag naar rechts aangaf, die hij besloten had nooit te nemen. Hij had zich erbij neergelegd. Hij was er klaar voor. Hij had een muntje opgegooid en hield zich onwankelbaar aan de uitkomst. Dit was een weloverwogen zelfmoord. Een nieuwjaarsvoornemen, in feite. Maar zelfs toen zijn ademhaling krampachtig werd en het begon te schemeren voor zijn ogen was Archie zich ervan bewust dat Cricklewood Broadway een vreemde keuze zou lijken. Vreemd voor de eerste persoon die zijn ineengezakte gestalte door de voorruit zou zien, vreemd voor de politiemensen die het rapport zouden schrijven, voor de plaatselijke journalist die er vijftig woorden aan zou wijden, voor de familieleden die ze zouden lezen. Ingeklemd tussen een almachtig betonnen bioscoopcomplex aan de ene kant en een gigantische kruising aan de andere kant kon je Cricklewood eigenlijk geen plaats noemen. Geen plaats waar een man heen ging om te sterven. Het was een plaats waar een man kwam om naar andere plaatsen te gaan via de A14. Maar Archie Jones wilde niet sterven in een of ander aangenaam, afgelegen bos of op de rand van een rots omgeven door tere heideplantjes. Wat Archie betrof sterven plattelanders op het platteland en stedelingen in de stad. zo hoort het. In de dood zoals hij in het leven was en dat soort dingen. Het was wel logisch dat Archie daar zou sterven, in die akelige straat waar hij op zijn zevenenveertigste terecht was gekomen en in zijn eentje in een kleine flat woonde boven een verlaten patatzaak. Hij was geen type voor gedetailleerde plannen – zelfmoordbriefjes en begrafenisinstructies -geen type voor overdreven gedoe. Het enige wat hij vroeg was een beetje stilte, een beetje rust om zich te kunnen concentreren. Hij wilde dat het volkomen vredig en kalm was, als in een lege biechtstoel, of het moment in de hersenen tussen gedachte en spraak.”

 

Zadie Smith (Londen, 27 oktober 1975)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sylvia Plath werd geboren op 27 oktober 1932 in Jamaica Plain, een buitenwijk van Boston. Zie ook alle tags voor Sylvia Plath op dit blog.

 

Verschijning

De glimlach van een ijskast is verpletterend.
Die blauwe stromen in je aders, mijn beminde!
Ik hoor het snorren van je grote hart.

Haar lippen blazen plussen en procenten
Als zoenen voor zich uit.
Het is maandag in haar geest: voornemens

Maken hun opwachting, frisgesteven.
Wat moet ik aan met al dat ongerijmde?
Wit zijn m’n manchetten, en ik buig.

Is dit nu liefde, de rode stof rollend vanonder
De stalen naald die flitst en flitst?
Jasjes en jurkjes komen ervan,

Die een heel geslacht meegaan.
Haar lichaam, zoals het zich opent en sluit –
Een Zwitsers horloge juwelen voor scharnieren!

O hart, wat een ontreddering!
De sterren blinken, als schrikbarende getallen.
Haar oogleden melden: ABC.

 

Vertaald door Anneke Brassinga

 

Sylvia Plath (27 oktober 1932 – 11 februari 1963)
In 1951

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e oktober ook mijn blog van 27 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.