Paula Hawkins, Guillaume Apollinaire

De Britse schrijfster Paula Hawkins werd geboren op 26 augustus 1972 en groeide op in Salisbury (het huidige Harare in Zimbabwe) in Rhodesië. Zie ook alle tags voor Paula Hawkins op dit blog.

Uit: In het water (Vertaald door Ineke de Groot)

“Ik werd ergens wakker van. Ik stond op om naar de wc te gaan en zag dat de slaapkamerdeur van mijn ouders openstond. Toen ik naar binnen keek, zag ik dat mam niet in bed lag. Pap lag zoals altijd te snurken. Op de radiowekker zag ik dat het acht over vier was. Ik nam aan dat ze beneden zou zijn. Ze is een slechte slaper. Allebei nu wel, maar hij neemt zulke zware pillen dat je keihard in zijn oor kunt gillen en dan nog zou hij niet wakker worden. Ik liep heel stilletjes naar beneden, want normaal gesproken kijkt ze een tijdje naar van die megasaaie reclames op de tv voor apparaten waardoor je kunt afvallen of waarmee je de vloer kunt schoonmaken of groenten kunt snijden op heel veel verschillende manieren, en valt ze in slaap. Maar de tv stond uit en ze zat niet op de bank, dus moest ze wel de deur uit zijn gegaan. Dat heeft ze wel vaker gedaan, voor zover ik weet, maar ik houd verder niet bij waar ze de hele tijd zitten. De eerste keer zei ze dat ze wat was gaan wandelen om rustig te worden, maar de daaropvolgende keer dat ik wakker werd en merkte dat ze er niet was, keek ik naar buiten en zag ik dat haar auto niet zoals altijd voor de deur stond geparkeerd. Ze zal op die momenten wel langs de rivier gaan wandelen of naar Katies graf gaan, denk ik, want dat doe ik soms ook. Maar dan niet midden in de nacht. Ik ben bang in het donker, en het is ook eng, want Katie had hetzelfde gedaan: ze was midden in de nacht opgestaan, naar de rivier gelopen, en was nooit meer teruggekomen. Ik snap wel waarom mam het doet: zo kan ze dicht bij Katie zijn. Ze zit ook weleens in Katies slaapkamer. Dat weet ik, omdat Katies kamer aan de mijne grenst en ik mam kan horen huilen.
Ik zat op de bank op haar te wachten, maar ik moet in slaap zijn gevallen, want toen de deur openging, was het al licht buiten en gaf de klok op de schoorsteenmantel aan dat het kwart over zeven was. Mam deed de deur achter zich dicht en haastte zich de trap op naar boven. Ik ging achter haar aan. Ik bleef voor hun slaapkamerdeur staan en keek door de kier naar binnen. Ze zat op haar knieën aan paps kant naast het bed en ze was rood aangelopen, alsof ze had gerend. Ze haalde zwaar adem en zei: ‘Wakker worden, Alec, wakker worden: Ze schudde hem heen en weer. <Nel Ab-bon is dood: zei ze. ‘Ze lag in het water. Ze is erin gesprongen: Ik geloof niet dat ik iets zei, maar ik moet toch geluid hebben gemaakt, want ze keek me aan en kwam haastig overeind. `Q Josh: zei ze, terwijl ze naar me toe liep. ‘0, Josh. De tranen stroomden over haar wangen en ze drukte me tegen zich aan. Toen ik me lostrok, huilde ze nog steeds, maar ze glimlachte ook.”

 

Paula Hawkins (Salisbury, 26 augustus 1972)

 

De Franse schrijver en dichter Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook alle tags voor Guillaume Apollinaire op dit blog.

 

Een wolkenverschijning

Sinds het de dag voor de veertiende juli was
Tegen vier uur in de middag
Liep ik de straat af om de kunstenmakers te zien

Je ziet ze niet zo veel meer in Parijs
Die lui die buiten hun kunstjes doen
Toen ik jong was zag je ze vaker dan vandaag
Ze zijn massaal uit de stad weggegaan

Ik nam de boulevard Saint-Germain
En op een klein pleintje gelegen tussen Saint-Germain-des-Prés en het standbeeld van Danton
Daar trof ik de kunstenmakers

Een menigte omringde hen stil en geduldig wachtend
Ik zocht een goed plekje in die kring om alles te zien
Geweldige gewichten
Belgische steden met uitgestrekte arm opgetild door een Russische arbeider uit Longwy
Zwarte holle halters met als stang een gestolde rivier
Vingers rollen een sigaret zo bitter en zo heerlijk als het leven

Vele vuile tapijten bedekten de grond
Tapijten met plooien die nooit meer verdwijnen
Tapijten die bijna helemaal vervaald zijn door het stof
Waarop wat gele of groene vlekken zichtbaar blijven
Zoals een melodie die je achtervolgt

Zie je die magere wilde man die daar staat
Uit zijn grijzende baard kwam de as van zijn voorvaderen
Daarmee droeg hij zijn hele erfelijkheid in ’t gelaat
Hij leek te mijmeren over de toekomst
Terwijl hij werktuigelijk draaide aan een orgel
Dat wonderlijk jammerde met een trage stem
Met geklok en gekras en een gedempt gesteun

De kunstenmakers bewogen niet
De oudste droeg een tricot in die paarsachtige roze kleur van de wangen van sommige meisjes die fris maar dichtbij de dood zijn

Dat roze nestelt zich vooral in de plooien die hun monden vaak omringen
Of bij de neusvleugels
’t Is een roze vol van verraad

Die man droeg dus zo de vuile kleur
Van zijn longen op zijn rug

Armen armen overal gingen op wacht staan
De tweede kunstenmaker
Had als kleding alleen zijn schaduw
Ik keek langdurig naar hem
Zijn gezicht ontgaat mij helemaal
’t Is een man zonder hoofd

Een ander tot slot leek op een straatschooier
Op een gangster goed en een schoft tegelijk
Met zijn opgeblazen broek en met zijn sokophouders
Leek hij zo niet sprekend op een pooier trouwens

De muziek stopte en er startten onderhandelingen met het publiek
Dat op het kleed in centen opgeteld tweeëneenhalve franc neerwierp
In plaats van de drie franc die de ouwe als prijs had vastgesteld

Maar toen duidelijk was dat er niemand meer iets zou betalen
Besloot men om toch met de show te beginnen
Van onder het orgel kwam een piepkleine kunstenmaker gekleed in pulmonaal roze
Met een randje van bont om de pols en om de enkels
Hij slaakte korte kreten
En groette ons allen vriendelijk met gebogen armen
Handen gespreid

Klaar voor een kniebuiging met één been naar achteren
Salueerde hij zo richting de vier windstreken
En toen hij op een bal liep
Werd zijn dunne lijf zulk een fijnzinnige muziek dat niemand in het publiek er ongevoelig voor bleef
Een kleine onmenselijke geest
Dacht iedereen
En deze muziek van vormen
Vernielde die van van het mechanisch orgel
Gedraaid door de man met zijn voorgeslacht op het gezicht

De kleine kunstenmaker maakte een radslag
Met zo’n harmonie
Dat ’t orgel stopte met spelen
En de orgelspeler verborg zijn gezicht in zijn handen
Zijn vingers leken afstammelingen van zijn bestemming
Miniatuurfoetussen kwamen uit zijn baard
Nieuw gegil van roodhuiden
Engelenmuziek van bomen
Verdwijning van het kind

De kunstenmakers hieven hun halters met gestrekte armen
Ze jongleerden met de gewichten

Maar elke toeschouwer zocht in zichzelf het wonderbaarlijke kind
Eeuw o eeuw van wolken

 

Vertaald door Wouter van der Land

 

Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)
La Muse inspirant le poète (dubbelportret van Apollinaire met zijn minnares Marie Laurencin) door Henri Rousseau, 1909

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e augustus ook mijn blog van 26 augustus 2023 en ook mijn blog van 26 augustus 2021 en ook mijn blog van 26 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 26 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *