Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Anish Kapoor

Ik ben in een echt bloedmoment
rood is altijd in het middelpunt geweest

hoewel ik veel treurige dingen heb gedaan
toch was er rood en vreugdevol

rood is lichamelijk, maar het gaat
naar zwart diep naar binnen

rood is een afdaling naar de hel
de onbekende eeuwige herhaling

rood gaat ook naar geel
waar het licht is, het leven

rood gaat van dood naar leven

 

Inua

Zie, ik sta als een trillende snaar voor u
Raak mij aan, kalmeer mijn beven.

Bent u mijn god, ben ik uw schepsel
Of ben ik de vrouw voor haar man
De dichter voor zijn lezer?

Is dit de bestemming, het doel van mijn zingen?
Wij groeien apart samen in bewustzijn.

 

Poolhaas

Hij zit, zeer wit, tussen de scherpe stenen
van de eindmorene, zijn oren gespitst
vangen de stilte, het geluidloos zwerven
van de poolvos boven hem op de gletsjer
het zweven van de sneeuwuil in de schemer.

Dit is zijn wereld, hij is tevreden met zijn vacht.
Zijn sterke achterpoten trommelen bij gevaar.
Voor de ijsbeer duikt hij weg in spleten
vindt daar nog uitlopers van wilgen
korstmos en als de kust weer veilig is
rent hij snel naar het water, knabbelt aan zeewier.

Een raadsel is: waarom raakt bij het paren
de moerhaas ernstig gewond?

 

Remco Ekkers (1 juli 1941 – 4 juni 2021)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

De man die werd gedood

Wat de wind ook zegt die het oppervlak
van de rivier verdeelt

in kleine, opwaartse gebaren van verbazing
is onbekend, is niet hier

bij mij aan de oever. Ik heb me hetzelfde
afgevraagd voor de winterse gezichten van voetgangers,

ik heb me afgevraagd hoeveel hiervan
waanzin is en hoeveel echt. Hij moet

de wind hebben gehoord, om zo diep
geschrokken te zijn toen de kogel

uit de handen van de moordenaar vloog. Hij herinnert zich altijd
hoe het was om te ademen. Zijn blik

dwaalt door de straten van de stad,
door de regen, door de dromen na zijn leven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2020 en eveneens mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Maarten Asscher, Thomas Frahm

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit: Veni creator spiritus

“Een hartsvriendin van mij, die ik bij wijze van eerbetoon aan haar achtentachtig jaren met ‘tante’ aanspreek, is onlangs verhuisd naar een klein verzorgingshuis aan de Schumannlaan in Amsterdam-Zuid. Bijna vijftig jaar lang heeft zij als weduwe zonder kinderen op zichzelf gewoond, en door kamerverhuur en het geven van vioollessen in haar zelfstandigheid voorzien. Maar ondanks haar grote doorzettingsvermogen werd het de laatste tijd duidelijk dat zij – zelfs met geregelde hulp – zichzelf en haar huishouden niet meer goed kon verzorgen. Met een aantal vrienden – oud-leerlingen, ex-pensionaires en buren – hebben wij toen haar verhuizing naar dit niet eens zo onplezierige tehuis geregeld, waar ze tenminste een eigen kamer kreeg en een aantal vertrouwde meubels en spullen mocht meenemen.
In haar verhouding tot de muziek, die altijd een intense is geweest, is door deze verhuizing wel het een en ander veranderd. Niet alleen had zij met haar reumatische handen het vioolspel al enige jaren tevoren moeten opgeven, maar nu moest zij ook nog afscheid nemen van haar geliefde vleugel, die nooit in haar nieuwe kamer aan de Schumannlaan zou hebben gepast. Nu zij daarmee haar mogelijkheden tot zelf musiceren kwijt was, kreeg zij sterker dan ooit de behoefte om haar levenslange enthousiasme voor muziek in conversatie tot uitdrukking te brengen. En een van haar grote muzikale voorliefdes was nu juist de figuur van Gustav Mahler. In hem zag zij de syntheticus-bij-uitstek van de negentiende-eeuwse tegenstelling tussen Brahms en Wagner, en tegelijk was hij – volgens haar meer dan Schönberg of Sjostakovitsj, Wolf of Strawinsky – de blijvende vernieuwer van het symfonische repertoire en de liedkunst in de twintigste eeuw.
Het bijzondere van onze gesprekken – zij met het gewicht van haar innerlijk doorleefde overtuiging, ik met mijn gespeeld-jeugdige tegenspraak – was dat er nooit een noot bij klonk. Haar muziekinstrumenten waren er niet meer, een radio had ze niet en haar grammofoon was bij de verhuizing stukgegaan. ‘Alles wat ik zou willen horen, heb ik al in mijn hoofd zitten, en ik kan het moeiteloos voor mijzelf afspelen,’ was haar reactie als iemand voorstelde om de grammofoon te laten repareren of te vervangen.
Zo zaten wij lange avonden thee te drinken – en daarna bij voorkeur iets sterkers – terwijl mijn tante mij met toenemend vuur symfonienummers of titels van liederencycli voorhield. Die moesten mij bewijzen dat de vroege Mahler zus, of dat Mahler later in zijn Weense tijd zo had gewerkt, waaruit dan weer een en ander te concluderen viel ten gunste van de waarde en de invloed van zijn kunstenaarschap.”

 

Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Tsunami

Geografie is de stapel
vanwaar mijn lyrische boten
vertrekken op hun eerste reis.

Wat ik boten noem
is Kon-Tilki met biotechnologie
aan boord:

bevingen
door buigzame rietstengels
in seismografen uit gist
gefluisterd —

Daar broeit het wanneer
de aarde beeft omdat
de volkomen normale waanzin
aan politieke landgeografen elektroshocks
toedient
en de kleine kernproef op Bikini Atol
de graten uit het lijf van
besmette vissen scheurt —

(en natuurlijk
houdt mijn boot
tegen deze golfslag geen stand).

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog van 29 juni 2020 en eveneens mijn blog van 29 juni 2019 en ook mijn blog van 29 juni 2018 en ook mijn blog an 29 juni 2017 en eveneens mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.

The wind begun to rock the grass (Emily Dickinson), Sophie Hannah, Thomas Frahm

 

 

Vóór het onweer  door Andrei Balakirev, 2022

 

The wind begun to rock the grass

The wind begun to rock the grass
With threatening tunes and low,–
He flung a menace at the earth,
A menace at the sky.

The leaves unhooked themselves from trees
And started all abroad;
The dust did scoop itself like hands
And throw away the road.

The wagons quickened on the streets,
The thunder hurried slow;
The lightning showed a yellow beak,
And then a livid claw.

The birds put up the bars to nests,
The cattle fled to barns;
There came one drop of giant rain,
And then, as if the hands

That held the dams had parted hold,
The waters wrecked the sky
But overlooked my father’s house,
lust quartering a tree.

 

Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)
Amherst College in Amherst, de geboorteplaats van Emily Dickinson

 

De Britse dichteres en schrijfster Sophie Hannah werd geboren in Manchester op 28 juni 1971. Zie ook alle tags voor Sophie Hannah op dit blog.

 

Villain Elle

Stories are stories. Real life is real life.
You hint that you might sue for defamation.
It’s not illegal to dislike your wife.

Fictional bitch gets stabbed with made up knife
and you perceive your stab-less situation.
Stories are stories. Real life is real life.

Is ‘trouble’ just a few lines down from ‘strife’?
That’s where you’re finding risk to reputation?
It’s not illegal to dislike your wife.

Traduced ex-friends, from Oswestry to Fife,
privately think she’s an abomination.
Stories still stories. Real life still real life.

Discussion of her awfulness is rife
(yet lawful) at Heathrow, at Cambridge station.
It’s not illegal to dislike your wife.

I could invent a creature called a Spife
(spindly-wife-esque and prone to pustulation).
Stories remain just stories, life is life.
The law allows me not to like your wife.

 

Let’s

Let’s steal a clapped-out camper van
And push it to the edge
Of occupied Afghanistan.
Let’s perch it on a ledge
Of sinking sand, and test how fast
Its punctured wheels will spin.
Whoever’s lung collapses last
Must lift the van to win.

Let’s roast the carcass of a beast
In sweat and single malt,
Subject whoever eats the least
To a prolonged assault,
Blindfolded, beer cans in the face;
Let’s scale the sharpest rock
Straight from a polar ice floe race,
In hypothermic shock.

Is it high-risk and ill-thought-out?
Will victory equal pain?
Will all involved be plagued by doubt
Unless they are insane,
And will this be dismissed as grounds
To stop and think again?
I only ask because it sounds
Like a plan made by men.

 

Sophie Hannah (Manchester, 28 juni 1971)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Mijn naam

hoort niet bij de groten
van de wereldgeschiedenis, die met bloed,
soms met hersensmeer
werden geschreven. Hij staat
op geen banier dat, stel dat my home
my castle was,
knetterend vanaf de kantelen,
grootsheid zou suggereren.

Ik weiger
de kleine menselijkheden van mijn leven
te verploeteren als brandstof
om vooruit te komen, wil
de onvermijdelijkheid van de dood
onder ogen kunnen zien, wetende dat
mijn naam bij een paar mensen
op de tong smelt als ze praten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juni ook mijn blog van 28 juni 2020 en eveneens mijn blog van 28 juni 2019 en ook mijn blog van 28 juni 2018 en ook mijn blog van 28 juni 2014 deel 2.

I See The Boys Of Summer ( Dylan Thomas), Lucille Clifton

 

 

Boys Of Summer door Hyatt, 2018

 

I See The Boys Of Summer

I
I see the boys of summer in their ruin
Lay the gold tithings barren,
Setting no store by harvest, freeze the soils;
Theire in their heat the winter floods
Of frozen loves they fetch their girls,
And drown the cargoed apples in their tides.

These boys of light are curdlers in their folly,
Sour the boiling honey;
The jacks of frost they finger in the hives;
There in the sun the frigid threads
Of doubt and dark they feed their nerves;
The signal moon is zero in their voids.

I see the summer children in their mothers
Split up the brawned womb’s weathers,
Divide the night and day with fairy thumbs;
There in the deep with quartered shades
Of sun and moon they paint their dams
As sunlight paints the shelling of their heads.

I see that from these boys shall men of nothing
Stature by seedy shifting,
Or lame the air with leaping from its hearts;
There from their hearts the dogdayed pulse
Of love and light bursts in their throats.
O see the pulse of summer in the ice.

 

Dylan Thomas (27 oktober 1914 – 9 november 1953)
Swansea, de geboorteplaats van Dylan Thomas

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

The Photograph: A Lynching

is it the cut glass
of their eyes
looking up toward
the new gnarled branch
of the black man
hanging from a tree?

is it the white milk pleated
collar of the woman
smiling toward the camera,
her fingers loose around
a christian cross drooping
against her breast?

is it all of us
captured by history into an
accurate album? will we be
required to view it together
under a gathering sky?

 

Notes to Clark Kent

if i should

enter the house and speak
with my own voice, at last,
about its awful furnitutre,
pulling apart the covering
over the dusty bodies; the randy
father, the husband holding ice
in his hand like a blessing,
the mother bleeding into herself
and the small imploding girl,
i say if i should walk into
that web, who will come flying
after me, leaping tall buildings?
you?

 

Further note to Clark

  do you now how hard it is for me? 
 do you know what you’re asking?

what i can promise to be is water,
water plain and direct as Niagara.
unsparing of myself, unsparing of
the cliff i batter, but also unsparing
of you, tourist. the question for me is
how long can i cling to this edge?
the question for you is
what have you ever traveled toward
more than your own safety?

 

mijn droom over de wederkomst

mary is een oude vrouw zonder schoenen.
ze gelooft het niet.
niet wanneer haar buik begint te borrelen
en de afdruk van een vinger achterlaat op een plek
die geen man aanraakt.
niet wanneer de sneeuw in haar haar wegsmelt.
niet wanneer de vreemdeling op wie ze altijd wachtte
verschijnt, gekleed in lichtjes, aan haar
keukentafel.
ze is een oude vrouw en
gelooft het niet.

wanneer er op een nacht iets op haar tenen valt,
noemt ze het een vos,
maar ze geeft het te eten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juni ook mijn blog van 27 juni 2020 en eveneens mijn blog van 27 juni 2019 en ook mijn blog van 27 juni 2016 en eveneens mijn blog van 27 juni 2015 deel 2.

Jaap Robben, Anne Carson


De Nederlandse dichter, schrijver en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

 

Jij was zoiets als kwijt

Niemand graaft
om zand te vinden.
We zochten jou
omdat we je vergaten.

Alsof we op achtergelaten jassen klopten
op zoek naar wat nog niemand was verloren.

En jij,
stil en donker in de grond
jij was zoiets als kwijt.

Al wist je misschien
dat wij er waren
door wat je boven je hoorde
zoals iemand op zolder soms
een doos verschuift.

 

Andermans ogen

Thuis hoor ik niet meer
dat de kachel tikt
en de kraan drupt.

Van mezelf zie ik enkel
wat ik gewend ben
te herkennen, wanneer ik
in spiegels en winkelruiten kijk
of naar foto’s en donkere tv’s.

Mij valt niets nieuws op,
ik kijk naar wat ik al jaren zie
omdat ik enkel mijn eigen ogen heb.

Maar samengevat in zesentwintig strepen
merk ik pas hoe nieuw ik word,
door andermans ogen
en weet ik weer
waar in het huis van mijn gelaat
een traptree kraakt.

 

Wie plukt het laatste fruit?

Wie weet nog waar de paden waren?
Dat onhandig vrijen het best
in een Bongerd gaat
waar je de witjes
zonder handen
van de bomen kon bijten?

Hier hangt de hemel hoger
en is de bodem het beste
voor bloemen.

Maar in nieuwe straten
zijn de mensen
groter dan de bomen.

En blijft mist wat langer hangen
omdat niet alle wolken willen wennen
dat hier voortaan geen veld meer is.

 

Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

O Kleine Droevige Extase van de Liefde

Ik vind het fijn om de hele nacht met gesloten ogen bij je te zijn.
Wat een geluk – daar
kom je al aan
langs de sterren!

Ik maakte een roadtrip
door mijn gedachten en mijn hart
en daar was je
knielend langs de weg
met je kleine gereedschapskistje
iets aan het repareren.

Geef me een wereld, je hebt me de wereld afgenomen die ik was.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn blog van 22 juni 2020 en eveneens mijn blog van 22 juni 2019 en ook mijn blog van 22 juni 2018 en ook mijn blog van 22 juni 2014 deel 1.

Sonnenwende (Clara Müller-Jahnke), Anne Carson

 

 

Summer Solstice – Crinan Canal door Fraser Maciver, 2019

 

Sonnenwende

Es fiel ein Blütenregen
herab auf Wald und Feld,
ein Netz von Sonnenstrahlen
umspinnt die grüne Welt;
das flammt und blüht und duftet
und höhnt den Glockenschlag,
als ging er nie zu Ende,
der süße, goldene Tag …

O Tag der Sonnenwende,
vollblühende Rosenzeit,
du hast mir ins Herz geduftet
berauschende Seligkeit!
Das pocht und glüht und zittert
und bebt im Vollgenuß,
als ging er nie zu Ende,
der süße, erste Kuß –

O Tag der Sonnenwende –

 

Clara Müller-Jahnke (5 februari 1860 – 4 november 1905)
De Dorfstraße in Lenzen (Nu: Łęczno), de geboorteplaats van Clara Müller-Jahnke

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

Chicago

Gekrijs (wit) en tinten (suède) van vuile kou.
Ik liep Montrose af naar de oever van het meer.
Voorbij een gesloten Park Bait Shop en een boot
genaamd Temperance II,
een boot genaamd Mr Bright Eye,
modderige velden,
een verroeste barbecue uit de middeleeuwen.
Een hond springt somber rond op het strand.
Het meer is zo lelijk als een motelkamer.
Muren sluiten niet op elkaar aan. Vlekken zakken uit. Een engel gaapt in een geile hemel.
Tegen de noordenwind worstel ik me terug naar de plek waar ik warm was
toen ik wakker werd.
Op de theepot een briefje van jou over ademhalen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2020 en eveneens mijn blog van 21 juni 2019 en ook mijn blog van 21 juni 2014 deel 1, en deel 2 en eveneens deel 3.

Marije Langelaar, Karin Fellner

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Marije Langelaar werd geboren op 18 juni 1978 in Goes. Zie ook alle tags voor Marije Langelaar op dit blog.

Uit: In het jaar van de rode os

“Deel III – Brieven aan de condor
We rijden naar Ch’iyara, de baai van het Laramameer. We eten een eenvoudige maaltijd bij vrienden van mijn man. Het zijn grove lieden die in de mijnen werken en naar mijn borsten staren. Madre mia wat een wolven! Ze doen het alleen als mijn man niet kijkt.
Ik vind hen niet aardig, wil snel weer weg, een van hen, met een soort fonkeling in zijn ogen, geeft me een hoofdknik maar ik keur hen geen blik waardig. Na de maaltijd rijden we naar het meer. De baby leggen we op een deken naast het water. Haar bewegingen zijn opgewonden, het uitstapje doet haar zienderogen goed, we zingen liedjes voor haar en gooien druppeltjes water in haar gezicht en uiteindelijk valt ze in slaap. Mijn man bouwt een dam van stenen om haar heen zodat ze niet in het water kan rollen. Slaat met een stokje alle insecten weg.
Ik kleed me uit om te zwemmen, ik zie mijn man kijken hoe ik alle kleren afleg, ik ben zo bloot als een vis, schud mijn krullende haren los en breek het roerloze oppervlak met mijn duik. Als een mes snijd ik door het koude water, er zijn talloze vissen als zilveren ringen. Onder water is het troebel, ik zie het wier als knoperig touw bewegen en raak de steentjes op de bodem met mijn vingers. Ik schrik van een grotere vis die tegen me opbotst en hapt in mijn middel, gil overeind om te zien dat het mijn man is, we vrijen als leeuwen een beetje hard en onstuimig en bovendien na enkele golven weer klaar.
We waden terug naar de baby die nog steeds ligt te slapen. In de struiken zie ik een gestalte, sluike zwarte veren van een ineengedoken man, strakke ogen, het liefst wil ik me ergens verbergen en bedekken maar er is niets van hulsel, de enige andere mogelijkheid is dus mijn tepels te priemen richting de wolken.
Soms lieve condor, amigo de alas negras, valt het leven als mens me zwaar, het is schraal van betekenis, het ontbreekt ons aan iets en het doet ons zo’n pijn.
We rollen maar door in het veld van niet weten.
We drinken niet, al zijn we dorstig maar we drinken niet, we zijn hongerig maar eten niet, werkelijk drinken bedoel ik en werkelijk eten met iets wat onze dorst echt kan lessen, onze honger kan stillen, ons verlangen dat zo brandend is, we zijn bevangen door een grote drang om zo snel mogelijk ergens een rand te bereiken.”

 

Marije Langelaar (Goes, 18 juni 1978)

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren op 18 juni 1970 in München. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog.

 

Cache misère

We spraken over kale bomen bij 30 graden,
over de heldere kruimels die gram voor gram verdwenen
in de subroutine,
we gooiden koekjes uit onze mouwen en spraken
over armoede alsof het geen deel uitmaakte van ons bezit.

Ook dit gesprek verliep in geluidloze meeteenheden,
we lieten elkaar de stigmata van onze honden zien,
terwijl Mem vertelde hoe vroeger zogenaamde vliegende insecten
op elk autoraam crepeerden. Over de
correlatie, over hoe… des te…spraken we niet.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2020 en eveneens mijn blog van 18 juni 2019 en ook mijn blog van 18 juni 2016 deel 2.

Peter Rosei, Ron Padgett

De Oostenrijkse dichter en schrijver Peter Rosei werd geboren op 17 juni 1946 in Wenen. Zie ook alle tags voor Peter Rosei op dit blog.

Uit: Unsterbliche Seelen

„Es war an der Art des Robert Perwald durchaus etwas Langsames, man hätte auch sagen können, etwas Behutsames. Sein noch jungenhaftes Ge-sicht, das zumeist vor Energie und Klugheit nur so strahlte, floss in manchen Momenten weich auseinander, die Lippen standen offen und seine blaugrauen Augen sahen dann zart und verletzlich aus. Für gewöhnlich war an seinem Gesicht wenig Besonderes, es sei denn sein waches und kluges Geschau und eben der Eindruck von Kraft, von dem es insgesamt zeugte. Seit Jahren lebte Robert jetzt mit seiner japanischen Frau Yoko in Tokyo. Bald nach der Hochzeit waren sie von Wien her übersiedelt. Yoko hatte in Wien studiert. Sie hatte sich aber eingeredet und bald auch den schwer in sie verliebten Robert davon überzeugen können, dass eine Japanerin auf Dauer im Ausland unglücklich werden muss. Dabei war sie durchaus keine Nesthockerin. Gleich nach der Hochzeit hatte sie mit Robert eine Weltreise unternommen. In Japan gelten Welt- reisen als schick. Aber wo ist das, bitte, nicht so? Im Übrigen: Die Ehe lief dann nicht sehr gut.
Heimgekehrt von einer seiner Extratouren, die immer ganz unangekündigt und grausam über Yoko hereinbrachen, fand Robert in der Diele ihres gemeinsamen Hauses in Ebisu, einem angesagten Viertel in West-Tokyo, eingeschoben unter die gewöhnlichen Poststücke, einen Schrieb seiner Frau, auf dem sie ihm das gemeinsame Leben aufkündigte. »Mach, was du willst«, schrieb sie da, »mich siehst du nicht wieder.« Was für ein Wisch, dachte Robert. Solche Botschaften von Yoko waren nichts Neues für ihn. Der Groll, der sich anfänglich in ihm regte, zerfiel aber bald zu einem Gefühl der Schwäche, einer fast kindlichen Verzagtheit: Und wenn sie es diesmal ernst meint? — Seinem gedunsenen und leicht geröteten Gesicht war von diesen Regungen freilich kaum etwas anzumerken. Ich bin einfach müde, sagte er sich. Zu müde sogar, um mich zu fürchten. Das machte ihn lächeln, und er rief dann halbherzig und halblaut ein paar Mal Yokos Namen durch das Haus.
Wo mag sie nur stecken? Er kochte sich in der Küche Kaffee, und während er so hantierte, ging er Yokos mögliche Fluchtorte und Schlupfwinkel durch, ohne indes zu einem Ergebnis zu kommen.“

 

Peter Rosei (Wenen, 17 juni 1946)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Ron Padgett werd geboren op 17 juni 1942 in Tulsa, Oklahoma. Zie ook alle tags voor Ron Padgett op dit blog.

 

Dames en heren in de ruimte

Dit is mijn filosofie:
Alles verandert (het woord “alles”
is net veranderd, net als het
woord “verandering”: het betekent nu
geen verandering”) zo
snel dat het letterlijk mijn geloof overstijgt,
er recht langs raast
zoals sommige van de gigantische
ideeën op dit gebied.
Ik had geen begin en ik zal geen einde
hebben: de lichtstraal
strekt zich voor en achter uit
en ik kook de groenten
slechts een paar minuten,
hoe korter hoe beter. Doe er boter op
en serveer. Dit is mijn
filosofie: doe er boter op en serveer.

 

Vertaald door Frans Roume

 

Ron Padgett (Tulsa, 17 juni 1942)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juni ook mijn blog van 17 juni 2020 en eveneens mijn blog van 17 juni 2019 en ook mijn blog van 17 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Joël Dicker, Maylis de Kerangal, Ronelda Kamfer, Frans Roumen

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: Het boek van de Baltimores (Vertaald door Manik Sarkar)

“Ik ben de schrijver.
Zo word ik door iedereen genoemd. Door mijn vrienden, mijn ouders, mijn familie en zelfs in het openbaar, door mensen die ik niet ken maar die me herkennen en dan vragen: “Bent u niet die schrijver…?” Ik ben de schrijver, dat is mijn identiteit.
Men denkt dat je als schrijver een vredig leventje leidt. Niet zo lang geleden beklaagde een van mijn vrienden zich erover hoe lang hij onderweg was van huis naar kantoor, en hij besloot met: <Tja, jij staat ’s ochtends op, gaat aan je bureau zitten en schrijft. Dat is alles.’ Ik zei niets terug, misschien omdat ik te murw was van het besef hoezeer mijn werk in de collectieve verbeelding bestaat uit nietsdoen. Iedereen denkt dat je niets uitvoert, terwijl je juist als je niets doet het hardste werkt.
Het schrijven van een boek is als het organiseren van een zomerkamp. Het leven, dat gewoonlijk eenzaam en stil is, wordt plotseling overrompeld door een groot aantal personages dat op een dag onaangekondigd komt aanzetten en je hele leven overhoophaalt. Op een ochtend komen ze in een grote touringcar aangereden, ze stappen lawaaiig uit, opgewonden over de rol die ze hebben gekregen. En daar moet je het mee doen, je moet ze bezighouden, te eten geven en onderdak bieden. Je bent overal verantwoordelijk voor. Want jij bent de schrijver.
Het verhaal begon in februari zon, toen ik New York verliet om mijn nieuwe roman te gaan schrijven in een huis dat ik net had gekocht in Boca Raton, Florida. Ik had het drie maanden eerder aangeschaft van de filmrechten van mijn laatste boek, en afgezien van een paar korte bezoekjes in december en januari om het in te richten, was dit de eerste keer dat ik er zou verblijven. Het was een ruim huis, een en al glas, met uitzicht op een meer dat in trek was bij wandelaars. Het lag in een heel rustige, groene wijk, waar bijna uitsluitend gepensioneerden woonden, tussen wie ik detoneerde. Ik was half zo oud als zij, maar ik had deze plek juist uitgezocht voor de absolute rust. Het was de plek die ik nodig had om te schrijven.
Anders dan bij mijn vorige bezoeken, die heel kort waren geweest, had ik ditmaal een zee van tijd, en ik ging met de auto naar Florida. De rit van twaalfhonderd mijl boezemde me geen enkele angst in: in de loop van de voorgaande jaren had ik die tocht vanuit New York onnoemelijk vaak gemaakt om bij Saul Goldman langs te gaan, mijn oom, die zich na het Drama dat zijn familie ten deel was gevallen in een voorstad van Miami had gevestigd. Ik kende de route uit mijn hoofd.
Ik liet New York achter onder een dun laagje sneeuw, de thermometer gaf tien graden onder nul aan; twee dagen later bereikte ik Boca Raton in de zachtheid van de tropische winter. Toen ik in deze bekende omgeving van zon en palmbomen kwam, kon ik de gedachte aan oom Saul niet onderdrukken. Ik miste hem verschrikkelijk. “

 

Joël Dicker (Genève, 16 juni 1985)

 

De Franse schrijfster Maylis de Kerangal werd geboren op geboren 16 juni 1967 in Toulon. Zie ook alle tags voor Maylis de Kerangal op dit blog.

Uit: Naissance d’un pont

“Au commencement, il connut la Yakoutie du Nord et Mirny où il travailla trois années. Mirny, une mine de diamants à ouvrir sous la croûte glaciale, grise, sale, toundra
désespérante salopée de vieux charbon malade et de camps de déportés, terre déserte baignée de nuit à engelures, cisaillée onze mois l’an d’un blizzard propre à fendre
les crânes, sous laquelle sommeillaient encore, members épars et cornes géantes bellement recourbées, rhinoceros en fourrure, bélougas laineux et caribous congelés – cela il se l’imaginait le soir attablé au bar de l’hôtel devant un alcool fort et translucide, la même pute subreptice lui prodiguant mille caresses tout en arguant d’un mariage en
Europe contre loyaux services mais jamais ne la toucha, pouvait pas, plutôt rien que baiser cette femme qui n’avait pas envie de lui, il s’en tint à ça. Les diamants de Mirny,
donc, il fallut creuser pour aller les chercher, casser le permafrost à coups de dynamite, forer un trou dantesque, large comme la ville elle-même – on y aurait plongé tête en bas les tours d’habitation de cinquante étages qui y naissance d’un pont poussèrent bientôt tout autour –, et, muni d’une torche frontale, descendre au fond de l’orifice, piocher les parois, excaver la terre, ramifier des galeries en une arborescence souterraine latéralisée au plus loin, au plus dur, au plus noir, étayer les couloirs et y poser des rails, électrifier la boue, alors fouir la glèbe, gratter la caillasse et tamiser les boyaux, guetter l’éclat splendide. Trois ans.
Son contrat expiré, il rentra en France à bord d’un Tupolev peu démocratique – son siège en classe économique est complètement défoncé, une pelote de fils métalliques
se promène sous la toile du dossier, la perce çà et là pour faire sortir une tige qui lui meurtrit les reins –, quelques contrats s’ensuivent et chef de chantier à Dubaï on le
retrouve, un palace à faire jaillir du sable, vertical comme un obélisque mais laïc comme un cocotier, et du verre cette fois, du verre et de l’acier, des ascenseurs comme des
bulles coulissant le long de tubulaires dorés, du marbre de Carrare pour le lobby circulaire dont la fontaine bruitait son glouglou de luxe pétrodollar, le tout assorti de plantes vertes cirées, de canapés croûte de cuir et d’air conditionné.”

 

Maylis de Kerangal (Toulon, 16 juni 1967)

 

De Zuid-Afrikaanse dichteres Ronelda Kamfer werd op 16 juni 1981 in Blackheath, een voorstad van Kaapstad, geboren. Zie ook alle tags voor Ronelda Kamfer op dit blog.

 

Aanspraak

al wat ik terug wou hebben
was het blauw van de zee
het groen va de winter
het geel van de zon
de afstand van de maan
het water van de regen
de klank van de wind
mijn plekje achter moeders rug

 

Vertaald door Alfred Schaffer

 

Ronelda Kamfer (Blackheath, 16 juni 1981)

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

Psalm

Voor hem bestond er geen voortijdig sterven
– wie bood ook aan het sterven tegenstand? –
de dood begroetend met dezelfde hand
die ooit gods naam in elke boom zou kerven.

Niets meer verhopend van het eeuwig zwerven
Naar dat beloofd, maar steeds verschuldigd land,
Het zaad verspillend aan onvruchtbaar zand,
Liet hij de duivel al zijn steden erven.

Voor hem was er geen spreken en geen woord.
Hij had geen stem tenminste ooit gehoord.
De dood verloste al wie er voor kozen.

Was hij een kind van god of vaderloze,
het leven had gelijk gewicht noch waarde.
Gods zoon zag pas postuum het licht der aarde.

 

Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957)
David speelt harp voor koning Saul, door Julius Kronberg, 1885

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juni ook mijn blog van 16 juni 2019 en ook mijn blog van 16 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Silke Scheuermann, Olivier Guez

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

Uit: Wovon wir lebten

„Aufwachen!« Ich tippe ihr auf die Schulter. Halte die Hand ins Flusswasser und bespritze ihr Gesicht.
Der Junge findet das total spannend, das merke ich. So schnell werde ich den nicht mehr los, also sage ich: »Hilf mir mal, wenn du schon da bist.«
Das muss man ihm nicht zweimal sagen. Er stürzt sich auf Mutter und zieht so heftig an ihrem Arm, dass er ihr fast die Schulter auskugelt. Aus ihrem Mund kommt ein Grunzen, sie blinzelt endlich. Zusammen gelingt es uns, sie hochzuziehen. Sie nuschelt etwas.
»Er hilft uns kurz«, erkläre ich.
»Warte«, sagt der Junge, »ich halte sie an der anderen Seite.«
Sie steht inzwischen, auf unsere Schultern gestützt, mühsam arbeiten wir uns die Anhöhe hoch. Auf dem Weg wird es leichter, und prompt schließen sich ihre Augen wieder halb, während sie wie ein Automat weiter Fuß vor Fuß setzt.
»Was sollte das mit der toten Nutte?«, frage ich.
»Tut mir leid. Ich wusste doch nicht, dass sie deine Mutter ist!«
Ich versuche es anders: »Ich meine, wie bist du darauf gekommen? Hast du schon einmal eine tote Nutte gesehen?«
»Klar. Zweimal. In Frankfurt.«
»Wow.«
»Na ja, nur vom Fenster aus, sie rannte aus einem Haus. Jemand hat auf sie geschossen. Dauernd war da was los auf der Straße, Polizeirazzien, Messerstechereien und so. Wir haben im Bahnhofsviertel gewohnt, das ist eine gefährliche Gegend.« Er klingt stolz.
»Hm.« Hier in der Stadt gibt es auch jede Menge fiese Ecken, aber da bin ich natürlich nachts nicht.
»Ich habe ein Fernglas«, sagt der Junge. »Ein Fernglas?« Ich stelle ihn mir damit am Fenster vor und muss grinsen.
Er grinst zurück: »Ja. Genau wie ein Spanner.«
Ich merke, dass er gern eine Pause machen würde, um sich zu unterhalten, aber den Gefallen kann ich ihm nicht tun. Wir gehen weiter. An der Seite wird das Ufer schnurgerade, und nur niedriges Grün wächst am Rand.
»Frankfurt ist sicher nicht schlecht, oder?«, frage ich. Eigentlich nur, weil man das eben so sagt, denn ich vermisse hier nichts.
»Na ja. Jetzt sind wir hier. Wir sind am Wochenende eingezogen. Da!« Er dreht sich um, soweit das mit Mutter an der Seite geht, und deutet zu den Blocks an der Mainstraße.“

 

Fluisterende dorpen

Hoewel onze steden voortdurend proberen
ons met de hemel vertrouwder te maken
doordat zij ons van uitzichtpunten,
balkons en terrassen voorzien
Hoewel ze beweren dat je van bovenaf
misschien wel het meest tedere
punt in de ruimte kunt zien,
een gigantische knikker met een blauw centrum,
en ze ons trappen op en liften in lokken,
ons de veiligheidsvoorzieningen laten zien,
leuningen en netten,
de schoonheid van
de neonreclames,
vrachtwagens zo klein dat we ons
gigantisch voelen
Hoewel we bijna betoverd worden
door het lawaai beneden,
horen we soms het gefluister van de dorpen,
en soms geloven we er iets van,
en springen we
als Superman

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

De Franse schrijver,  essayist en journalist Olivier Guez werd geboren op 15 juni 1974 in Straatsburg. Zie ook alle tags voor Olivier Guez op dit blog.

Uit: Mesopotamië (Vertaald door Tatjana Daan)

“Basra, maart 1916
Miss Ben veegt op de drempel van de hal haar bemodderde rijglaarsjes schoon en slaat met een geërgerd gebaar de zwerm mugjes weg die om haar heen cirkelt. Een Somalische boy, gekleed in een tuniek en met een tulband op, snelt blootsvoets toe om haar schoudermantel en paraplu over te nemen. Hij verzoekt haar hem te volgen, Sir Percy Cox wacht op haar in zijn kantoor. Hij is die ochtend van zijn dienstreis teruggekeerd. Lang en mager, blauwe doordringende ogen: Cox is niet veranderd sinds hun laatste ontmoeting bij gemeenschappelijke vrienden in Londen, zeven jaar terug. Zijn golvende haar is misschien grijzer geworden, maar hij lijkt niet erg verouderd en ziet er in zijn uniform nog altijd even deftig uit. Op zijn kraag herkent Miss Bell de dubbele witte lipjes van de politiek officieren van het Brits-Indische leger. Na in Somalië, Perzië en verschillende emeritaten aan de Perzische Golf te hebben gediend is de eenenvijftigjarige Cox, doorgewinterd dienaar van het Britse Rijk, het hoofd van het civiel bestuur in het bezette Mesopotamië. Cox, vermaard om zijn tact en zijn onverstoorbaarheid, betoont zich zijn reputatie die middag onwaardig. Verscholen achter een stapel topografische kaarten en luchtfoto’s bepotelt hij onder een portret van koning George v zijn snor en scheldt op de regen die aanhoudend op het dak van zijn hoofdkwartier roffelt, een gebouw dat is opgetrokken langs een stinkend kanaal waaruit het oorverdovende gekwaak van kikkers en padden opklinkt, het vaste winterse deuntje van Basra, de op palen gebouwde stad aan het estuarium dat Perzië van Mesopotamië scheidt. Er heerst chaos, heeft Miss Ben vastgesteld in de week dat ze in de stad is. De logistiek van het Brits-Indische leger faalt, de Britten tasten rond in onzekerheid, improviseren, hebben aan alles een tekort. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, de honderdduizenden paarden, soldaten, artsen en brahmanen die aan land zijn gekomen te herbergen en dit grote leger van het Oosten te bevoorraden, bij gebrek aan loodsen en koelinstallaties voor de bederfelijke voedingswaren. Het zuiden van Mesopotamië heeft alleen dadels, wat groenten en vee te bieden, dus alles moet uit India, worden geïmporteerd. Maar de oude handelsstad is niet uitgerust om het eskader onder te brengen dat in haar wateren ronddobbert. De haven zit vol, de grote vaartuigen gaan op volle zee voor anker. Onder wolkbreuken en een verzengende zon zijn uren, zelfs dagen nodig om mensen, dieren, goederen en munitie op kleinere transportmiddelen als gondels en ranke kaïks over te schepen en naar de drabbige, van vliegen en muggen vergeven oevers te brengen. Miss Bell heeft het aan den lijve ondervonden en tijdens de overtocht is ze door haar kousen heen in haar benen gestoken. Ze heeft onderweg opgemerkt dat het enige hospitaalschip overvol is en dat de stroom aan bootjes nog lang niet ophoudt.”

 

Olivier Guez (Straatsburg, 15 juni  1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juni ook mijn blog van 15 juni 2021 en eveneens mijn blog van 15 juni 2019 en ook mijn blog van 15 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.