Hagar Peeters, Cecilia Quílez

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

Aan mijn dartele veranderlijkheid

Je bent een kleine dartele veranderlijkheid
die de vorm van mijn vinger aanneemt
waarmee ik je om mijzelf wind.

Je domein is een oogwenk.
Je knipt met je vingers mijn reden tot chaos
in een caleidoscoop van verwarring draai je
het radarwerk van mijn innerlijk aan diggelen.
Je bent een bruid van scherven en gruis.

Gevangen in je handen
bleef de vogel de vogel
zonder vleugels,
vergroeid met je vingers, mijn vlerken
opende je hem of sloot hem willekeurig.

Nee, je bent een spring-in-het-veld.
Elke hechting scheurt open,
waar je aanraakt, vertrek je.
Je bent de goederentrein die mij als verstekeling meevoert
en je kantelt langs elke vallei om mij uit te schudden.
Mijn losrakende veertjes vergezellen me.

 

Honds lamento

Je zou maar een hond met zo’n vacht in dit weer zijn
aan dat touw met die vrouw steeds maar naast je.
Ze haast je voort door haar straten en laat je
niet snuffelen aan palen maar slaat je
als je een maatje hebt gevonden dat samen plassen wil.

Haar schrilte drilt en bedisselt je tot je
bot vangt en de buurt ’s avonds wakker wilt janken.
Dan graait ze met haar rode nagels, ze tergt je
en krijst zelfde wijk de schrik op het lijf dus je verbergt je
uit schaamte maar steeds vertoont zij zich naast je.

Al draaf je je dood, er is geen ontkomen aan haar.
Je hebt haar nooit gekozen, je wilde
die blonde haar borsten bekluiven.
Soms denk je daaraan, dan huiver je.
Minder dan een stuiver ben je
aan de poot van haar tafel.

 

Prins Hendrik, de Zeevaarder

Tronend in de schittering der sferen,
In zijn kleed met nacht en eenzaamheid omrand,
Met aan zijn voet de nieuwe zee, de dode eeuwen –
Is hij de een’ge vorst die werkelijk de wereld
Houdt in de holte van zijn hand.
Fernando Pessoa (16.9.1928)

Als een donkerblauw uniform door mariniers gedragen
valt om de schouders van het land het water.
Zijn kraag van forten slaat hij op tegen de wind
van vijandelijke belegering, gestrikt naar Franse snit.
Een anker houdt het knoopsgat van zijn jas, het zeegat, dicht.

Zijn hand reikt tot zijn pet, een eiland,
richt in het duister zijn vuurtorenlantaarn
op waar hij eeuwen oog in oog mee staat:
het schuimen van zee, de zeewering zijn arm
die hij gestrekt langs zijn lichaam in de houding houdt.

Zijn hoofd, Kop van Holland, rekt zich uit
en tuurt de einder af naar verre schepen
die vooruitzicht bergen in hun ruimen
maar halverwege schipbreuk leden en hier zijn gestrand.

 

Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Spaanse dichteres Cecilia Quílez Lucas werd geboren in Algeciras in 1965. Zie ook alle tags voor Cecilia Quílez op dit blog.

 

AMNATIO MEMORIAE

In de duinen
waar ik je niet vond
zochten we elkaar.
We zijn kiezels
van de herinnering.
Weke flanken
bloeden.
De tijd weerhoudt
dode tijd.
Wij zijn het gemurmel
van de tempels.
Wij geloven elkaar
en wenen
hoewel er niet méér zee is
dan degene die ons uit elkaar houdt.
Beminnen, ja, altijd liefde,
zoals alles altijd geweest is,
zal het morgen zijn.

 

Vertaald door Fa Claes

 

Cecilia Quílez (Algeciras, 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e mei ook mijn blog van 12 mei 2020 en eveneens mijn blog van 12 mei 2019.

Ida Gerhardt, Cecilia Quílez

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

Sonnet voor mijn moeder

Gij hebt, Moeder, dit leven zwaar gedragen.
Gelijk ik het zwaar draag. Wij zijn verwant.
Wij horen in dit stormbevochten land
van kavels, tussen dijk en stroom geslagen.

Ik heb uw gang: die driftige en toch trage
voetstap, die onverzettelijke trant.
Uw harde hand herken ik in mijn hand,
onwrikbaar om de schrijfstift heengeslagen.

Machtig zijn wij, in liefde en in haat.
Gij hebt u dóódgehaat, hatend het meest
uzelve, om de liefde die gij schond.

Ik ben genezen van het bitter kwaad.
En eer in stugheid, wie gij zijt geweest:
van mijn talent de donkere moedergrond.

 

Alpha en Omega

(Lukas II 49)

Het mooiste werk: Grieks in het eerste jaar.
Het Griekse alphabet staat op het bord.
‘Kijk kinderen, dat is een kandelaar.
‘Maak dat de Omega gaaf getrokken wordt.’

Behoed dit eerst beginnen voor gevaar;
dat niet het werk, nauwlijks ontkiemd, verdort.
-Zie, als het buiten vroege lente wordt,
liggen de kleine Griekse bijbels klaar.

Pasen: een jongen leest met heldere stem
van Jezus, twaalf jaar, in Jeruzalem;
en hoe hij voor de schriftgeleerden las.

En elk kind in de luisterende klas
begrijpt het vragend: ‘Wist gij niet?’… van Hem
die in de dingen van zijn Vader was.

 

Woestijn

Geen enkel raam dat werkt. De tocht der buitendeur
tot in de laatste hoek der schilferige gangen.
En zwijg van de wc’s. – Een nameloze geur
blijft veertig weken aan de klamme muren hangen.

Lokalen, vaalgeworden platen: vochtvlek, scheur.
Flarden gordijnen schuiven langs verroeste stangen.
Orpheus – met inktmop-ogen – slaakt zijn laatste zangen.
De Gratiën, kromgetrokken, oefenen horreur.

Zet u niet op die stoel: ge valt, als Eli, dood;
tussen de zitting en de leuning geen synthese –
Steun op de tafel niet: hij heeft een manke poot.

Wat op de banken staat, moet ge vooral niet lezen.
-Trek recht uw rug en arbeid voor uw dagelijks brood.
Gij kunt aan déze tucht, tot eerlijkheid genezen.

 

Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Spaanse dichteres Cecilia Quílez Lucas werd geboren in Algeciras in 1965. Zie ook alle tags voor Cecilia Quílez op dit blog.

 

DE DORST

De legers zijn voorbijgegaan
naast mijn onzichtbare boom.
Die van mijn dromen,
degene die me beschutte
in mijn kleine bedje.
Ook deze keer zagen ze me niet
omhoog geklauterd in de kruin van de vijgenboom,
beschermd in het sap van zijn vrucht.
Ze trokken voorbij en van ver merkte ik
de onverbiddelijke zweep op het kruis van de dieren,
de opgewonden ruiters,
de kapotte stenen van het veetrekpad.
Ik heb voor ze moeten onderdoen
en niemand heeft iets gemerkt.
Mijn mond heb ik vol zout.
Velen werden tot het wonder
van het water geroepen,
en alleen hier
bleef de dorst over.

 

Vertaald door Fa Claes

 

Cecilia Quílez (Algeciras, 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e mei ook mijn blog van 11 mei 2023  en ook mijn blog van 11 mei 2020 en eveneens mijn blog van 11 mei 2019 en ook mijn blog van 11 mei 2018.