De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.
Uit: Het boek van de Baltimores (Vertaald door Manik Sarkar)
“Ik ben de schrijver.
Zo word ik door iedereen genoemd. Door mijn vrienden, mijn ouders, mijn familie en zelfs in het openbaar, door mensen die ik niet ken maar die me herkennen en dan vragen: “Bent u niet die schrijver…?” Ik ben de schrijver, dat is mijn identiteit.
Men denkt dat je als schrijver een vredig leventje leidt. Niet zo lang geleden beklaagde een van mijn vrienden zich erover hoe lang hij onderweg was van huis naar kantoor, en hij besloot met: <Tja, jij staat ’s ochtends op, gaat aan je bureau zitten en schrijft. Dat is alles.’ Ik zei niets terug, misschien omdat ik te murw was van het besef hoezeer mijn werk in de collectieve verbeelding bestaat uit nietsdoen. Iedereen denkt dat je niets uitvoert, terwijl je juist als je niets doet het hardste werkt.
Het schrijven van een boek is als het organiseren van een zomerkamp. Het leven, dat gewoonlijk eenzaam en stil is, wordt plotseling overrompeld door een groot aantal personages dat op een dag onaangekondigd komt aanzetten en je hele leven overhoophaalt. Op een ochtend komen ze in een grote touringcar aangereden, ze stappen lawaaiig uit, opgewonden over de rol die ze hebben gekregen. En daar moet je het mee doen, je moet ze bezighouden, te eten geven en onderdak bieden. Je bent overal verantwoordelijk voor. Want jij bent de schrijver.
Het verhaal begon in februari zon, toen ik New York verliet om mijn nieuwe roman te gaan schrijven in een huis dat ik net had gekocht in Boca Raton, Florida. Ik had het drie maanden eerder aangeschaft van de filmrechten van mijn laatste boek, en afgezien van een paar korte bezoekjes in december en januari om het in te richten, was dit de eerste keer dat ik er zou verblijven. Het was een ruim huis, een en al glas, met uitzicht op een meer dat in trek was bij wandelaars. Het lag in een heel rustige, groene wijk, waar bijna uitsluitend gepensioneerden woonden, tussen wie ik detoneerde. Ik was half zo oud als zij, maar ik had deze plek juist uitgezocht voor de absolute rust. Het was de plek die ik nodig had om te schrijven.
Anders dan bij mijn vorige bezoeken, die heel kort waren geweest, had ik ditmaal een zee van tijd, en ik ging met de auto naar Florida. De rit van twaalfhonderd mijl boezemde me geen enkele angst in: in de loop van de voorgaande jaren had ik die tocht vanuit New York onnoemelijk vaak gemaakt om bij Saul Goldman langs te gaan, mijn oom, die zich na het Drama dat zijn familie ten deel was gevallen in een voorstad van Miami had gevestigd. Ik kende de route uit mijn hoofd.
Ik liet New York achter onder een dun laagje sneeuw, de thermometer gaf tien graden onder nul aan; twee dagen later bereikte ik Boca Raton in de zachtheid van de tropische winter. Toen ik in deze bekende omgeving van zon en palmbomen kwam, kon ik de gedachte aan oom Saul niet onderdrukken. Ik miste hem verschrikkelijk. “

De Franse schrijfster Maylis de Kerangal werd geboren op geboren 16 juni 1967 in Toulon. Zie ook alle tags voor Maylis de Kerangal op dit blog.
Uit: Naissance d’un pont
“Au commencement, il connut la Yakoutie du Nord et Mirny où il travailla trois années. Mirny, une mine de diamants à ouvrir sous la croûte glaciale, grise, sale, toundra
désespérante salopée de vieux charbon malade et de camps de déportés, terre déserte baignée de nuit à engelures, cisaillée onze mois l’an d’un blizzard propre à fendre
les crânes, sous laquelle sommeillaient encore, members épars et cornes géantes bellement recourbées, rhinoceros en fourrure, bélougas laineux et caribous congelés – cela il se l’imaginait le soir attablé au bar de l’hôtel devant un alcool fort et translucide, la même pute subreptice lui prodiguant mille caresses tout en arguant d’un mariage en
Europe contre loyaux services mais jamais ne la toucha, pouvait pas, plutôt rien que baiser cette femme qui n’avait pas envie de lui, il s’en tint à ça. Les diamants de Mirny,
donc, il fallut creuser pour aller les chercher, casser le permafrost à coups de dynamite, forer un trou dantesque, large comme la ville elle-même – on y aurait plongé tête en bas les tours d’habitation de cinquante étages qui y naissance d’un pont poussèrent bientôt tout autour –, et, muni d’une torche frontale, descendre au fond de l’orifice, piocher les parois, excaver la terre, ramifier des galeries en une arborescence souterraine latéralisée au plus loin, au plus dur, au plus noir, étayer les couloirs et y poser des rails, électrifier la boue, alors fouir la glèbe, gratter la caillasse et tamiser les boyaux, guetter l’éclat splendide. Trois ans.
Son contrat expiré, il rentra en France à bord d’un Tupolev peu démocratique – son siège en classe économique est complètement défoncé, une pelote de fils métalliques
se promène sous la toile du dossier, la perce çà et là pour faire sortir une tige qui lui meurtrit les reins –, quelques contrats s’ensuivent et chef de chantier à Dubaï on le
retrouve, un palace à faire jaillir du sable, vertical comme un obélisque mais laïc comme un cocotier, et du verre cette fois, du verre et de l’acier, des ascenseurs comme des
bulles coulissant le long de tubulaires dorés, du marbre de Carrare pour le lobby circulaire dont la fontaine bruitait son glouglou de luxe pétrodollar, le tout assorti de plantes vertes cirées, de canapés croûte de cuir et d’air conditionné.”

De Zuid-Afrikaanse dichteres Ronelda Kamfer werd op 16 juni 1981 in Blackheath, een voorstad van Kaapstad, geboren. Zie ook alle tags voor Ronelda Kamfer op dit blog.
Aanspraak
al wat ik terug wou hebben
was het blauw van de zee
het groen va de winter
het geel van de zon
de afstand van de maan
het water van de regen
de klank van de wind
mijn plekje achter moeders rug
Vertaald door Alfred Schaffer

En als toegift bij een andere verjaardag:
Psalm
Voor hem bestond er geen voortijdig sterven
– wie bood ook aan het sterven tegenstand? –
de dood begroetend met dezelfde hand
die ooit gods naam in elke boom zou kerven.
Niets meer verhopend van het eeuwig zwerven
Naar dat beloofd, maar steeds verschuldigd land,
Het zaad verspillend aan onvruchtbaar zand,
Liet hij de duivel al zijn steden erven.
Voor hem was er geen spreken en geen woord.
Hij had geen stem tenminste ooit gehoord.
De dood verloste al wie er voor kozen.
Was hij een kind van god of vaderloze,
het leven had gelijk gewicht noch waarde.
Gods zoon zag pas postuum het licht der aarde.

David speelt harp voor koning Saul, door Julius Kronberg, 1885
Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juni ook mijn blog van 16 juni 2019 en ook mijn blog van 16 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.