Alfred Schaffer, Breyten Breytenbach

De Nederlandse dichter Alfred Schaffer werd geboren in Leidschendam op 16 september 1973. Zie ook alle tags voor Alfred Schaffer op dit blog.

 

Politiek voor beginners

Je staat te glunderen, alsof je al gewonnen hebt. Of wil je de
menukaart zien? Lieveling, er trok vandaag een optocht door
de straat, er was confetti, er waren voorzorgsmaatregelen, er
was genoeg voor iedereen. De dag stond bol van nijverheid.

Dit is geen gezeur, dit is de kolder in m’n kop, secondewerk.
En dit hier liep ik in de oorlog op, ik was een scherpschutter,
ik schoot met scherp, waande mij een voorvader, mijn bleke
snufferd in alle soorten en maten. Zo ging dat in die tijd van

voor de nieuwsberichten, wie niet deugde kon bij het grofvuil.
Ik moest tot inkeer komen, kwam tot inkeer en toen wilde ik
naar huis – tussen de flats laat jij je hondje uit, het kinderspel,

de graffiti, het gekef, alles in nostalgisch zwart en wit. Luister,
brult de meester. Eendracht, klaagt de meester. Wie de schoen
past, begint de meester. Maar wat het ook was, het is verleden.

 

Het persoonlijk magnetisme

Kijk eens naar rechts en vertel me wat je ziet.
De constante verandering,
nu al onderdeel van onze dagelijkse routine.

Dit is de grote dag,
de dag van het titelgevecht en het spontane compliment.
In de drukte zoek je naar het gat
in een gesprek en als op een teken lijkt de aandacht te verschuiven
naar geluiden buiten.
Het blijft vragen naar de bekende weg, een vloeiende beweging
van aantrekken en afstoten.

Onze speelsheid een nieuwe vorm van liefdewerk:
de kortstondige toewijding, het verrassend perspectief.

Zo te horen is het vrijgezellenfeest hiernaast een groot succes.
Maar laat je niet afleiden,
hier gelden andere wetten.

 

De dageraad stokt in zichtbaarheid

Hij ligt op zijn buik naast de bank, het televisielicht werpt
een zenuwachtig schijnsel op alles wat hier achterbleef.
Dit is nog net geen verhaal. Zijn ogen staan verbaasd, zweet
druipt van zijn voorhoofd, de mond klapt open en dicht.

Het is zaterdag of zondag, onbewolkt, een prachtige gelegenheid
voor een wandeling in het park, een bezoek aan de kermis.
De klok slaat zes: al die uren waarin hij zich heeft leeggeschreeuwd,
zich probeerde los te rukken, oorzaak en gevolg verwarde.

Een zeehond, blind of gewond, kruipt als vanzelf terug
naar het vrieskoude water, hoe ver ook, onder het ijs voorvoelt hij
de eerste sensaties van diepte als de uitkomst van een belofte.
Een dik rood spoor verklaart zijn tocht in minuten of dagen.

 

Alfred Schaffer (Leidschendam, 16 september 1973)

 

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

zeelandschap

– And this very moment, this very world will be Eden – Enderby

kijk neer in de donkere spiegel kameraad
hoe jagen de palmen de wind achterna
kijk naar de zon,
ergens in jou schuilt de onvervoegde kracht
het roodborstje breekt ritmisch zijn kristallen pijn
in vermiljoenen vocalen
ergens in jou puilt de onvervoegde kracht
en de onverzadigbare engel teert in jouw stilte
vreet aan de zon
al geringer wordt het niks om het woord
ringen, ringen, ringen
wrijf je lippen aan het donker af
aan het lijk van de zon
en kijk hoe de stilte stralend over je kust breekt
tot het onvernietigbare sterk en blind zo
glanzend stinkt: de rictus, kameraad

 

Vertaald door Adriaan van Dis

 

Breyten Breytenbach (16 september 1936 – 24 november 2024)

 

Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2025 en ook mijn blog van 16 september 2021 en ook mijn blog van 16 september 2020 en eveneens mijn blog van 16 september 2019 en ook mijn blog van 16 september 2018.

Adriaan van Dis, Rafael Alberti

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Indische duinen

“De meisjes wilden de kust zien. Ze hoorden opgewonden stemmen op de gang en een luidspreker galmde over alle dekken: Nederland in zicht. De stoomfluit loeide, voetstappen bonkten op de trap, meeuwen krijsten. De meisjes klommen uit hun kooi en schoven de hutkoffer voor de patrijspoort. De kleinste mocht eerst, haar twee zusters tilden haar op. Ze drukte haar neus tegen het glas en zei: ‘Alleen maar golven.’ De ruit besloeg.
In de hoek van de hut, naast de deur, waste de moeder zich boven het fonteintje, het water spatte op de plankenvloer, ze nam haar handdoek van de haak en keek in de
spiegel. Ze zuchtte, elke morgen stond ze bekaf op en het was een troost dat het dampende water ook de spiegel besloeg, zodat ze onder het afdrogen niet de diepe lijnen in haar gezicht hoefde te zien. Het was benauwd in de hut, ze liep naar de patrijspoort en draaide de vleugelmoeren los. Een zilte koude lucht stroomde de kamer binnen, de meisjes rilden en trokken een trui over hun pyjama aan. Een meeuw vloog langs, vadsiger dan het soort dat hun schip gewoonlijk volgde; dit moest een landmeeuw zijn.
‘Nu ik,’ zei het middelste meisje, ze duwde haar moeder opzij en stak haar hoofd door de patrijspoort. Ze trok een vies gezicht. Geen land te bekennen.
‘Je moet naar omlaag kijken,’ zei de oudste, ‘Nederland ligt onder de zeespiegel.’ Ze ging wijdbeens op de koffer staan, duwde haar billen naar achter en maakte een verrekijker van haar handen. Iemand klopte op de deur. Een kale man kwam binnen, hij was al aangekleed en hield een korte militaire jas in zijn hand. De kleinste rende op hem toe en sprong in zijn armen. Ze klemde haar benen om zijn middel en liet zich met uitgestoken armen achterover vallen: ‘Justin, Justin,’ riep ze, ‘ik heb de Hollandse zee gezien!’ Hij legde het kind voorzichtig op bed en knuffelde haar bruine buik. ‘Dat is de Noordzee,’ zei hij, ‘nog een paar uur en we zijn in Amsterdam.’ Hij kuste de moeder en bukte zich naar het middelste meisje. Ze dook opzij. ‘Ada,’ zei de moeder, ‘zeg dag als Justin je groet.’
‘Dag,’ snauwde Ada. Ze liep naar het fonteintje en begon haar tanden te poetsen. De kale man haalde lachend zijn schouders op en liep naar het raam: ‘Kom Jana, je vat kou’, hij sloeg zijn arm om haar heupen en drukte haar tegen zich aan, ‘je kijkt de verkeerde kant op, de kust ligt aan stuurboord.’ De moeder zag in het tegenlicht hoe mager Jana’s benen door haar pyjamabroek schenen.”

 

Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

De Spaanse dichter en schrijver Rafael Alberti werd geboren op 16 december 1902 in El Puerto de Santa María (Cádiz). Zie ook alle tags voor Rafael Alberti op dit blog.

 

De engel der vrekkigheid

Mensen op de straathoeken
van steden en landen die op geen kaait staan
bespraken het:
– Die man is gestorven
En hij weet het niet.
Hij wil de banken bestormen,
wolken, sterren, gouden kometen stelen,
het allermoeilijkste kopen:
de hemel.

En die man is gestorven.
Onderaardse schokken schudden zijn slapen.
dolzinnige echo’s,
verwarde klank van schoppen en houwelen
treffen zijn oren;
en zijn ogen
acyteleenlampen,
klamme, goudglanzende gaanderijen,
en zijn hart
explosies van stenen, gejuich, dynamiet.
Hij droomt van mijnen.

 

Vertaald door G. J. Geers

 

Rafael Alberti (16 december 1902 – 27 oktober 1999)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e december ook mijn blog van 16 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.