Willem de Mérode, Adrian Matejka, Nelio Biedermann

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

Begeerte

Dit is hem zoete zelfzucht van de liefde:
Dat hij zijn daden om een ander doet
(En gaarne zich het noodige ontriefde,
Want elk ontberen is begeerd en zoet),

En weet zichzelven meer en meer beminde,
En voelt rondom zich als het koel geruisch,
Dat, durend en weldadig, de oude linde
Omschaduwd schenkt aan ’t zongezengde huis.

En ziet de effen heemlen van zijn droomen
Van smeltend goud en kwijnend avondrood.
En voelt een wijden avond om zich komen,
En in hem is de avondvrede groot.

Dan vliegt een donkre vogel (zijn begeeren,
Nog wonder vreemd en vaag zonder naam)
En daalt op strak gespannen glanzen veeren.
Hij ziet, en wacht met ingehouden aêm.

 

Pharao

Volkeren hebben zich ontzet gebogen.
Ik nam hun vleesch en bloed, hun moeilijk weenen,
Om aan mijn naam den donkren glans te leenen
Die sloeg uit hun gebroken woedende oogen.

Mijn groote dood werd langzaam opgetogen
Door hun klein sterven, als muurvaste steenen
Stapelde ik hun angsten om mij henen,
En stierf als zij, maar sterk en onbewogen.

Schennende handen van hun vuige zonen
Braken het graf der heilge pharaonen,
Scheurden de wa van hun verdorde leest.

Niets kan de glorie van mijn mummie storen.
Zij staat zoo stil en zeker als te voren
Onder den zwaren bouw van mijnen geest.

 

De ijsbloem

Het vriest, de nevels moeten wijken.
Men stookt in hut en in paleis.
En ’s morgens op de ramen prijken
De wonderbloemen van het ijs.

O flonkertak, o ranke varen,
O tooverspel van vocht en wind,
Uw schitteren, waar wij naar staren,
Wijkt voor den adem van een kind.

Het glas is helder als voor dezen.
Heeft kinderadem zulk een kracht,
Hoe machtig moet Uw Adem wezen,
Heer, die ons reinigen volbracht!

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

16 -maten poëtica

Zo makkelijk als een exquise lijk geparafraseerd
zo gelexicografeerd als een betweter

opgewekt door de dreun van bus 146—
deze 16 zijn voor jullie. Roep

naar de stadszangers die in schuine
lettergrepen schreeuwen op lanen poreus

van slecht gebouwde ornamenten en paardrijdende
monumenten. Deze 16 zijn voor jullie:

regelbrekers en foeteraars, meerlettergrepige
praatjesmakers klaar voor moeders spaghetti

hun enige kans. Ondertussen
ondermijnt het dak tegenover ons

de zonsondergangsskyline en wordt bekroond door
twee metrische ketters gekleed

als kraaien. Een andere koppige dichter
met een Bulls-pet op zijn hoofd rust met zijn ellebogen

op de rugleuning van de bank en vraagt zich af of
het zijn hese verzen zijn of de bleke

straatverlichting die een ellips vormt van
de waarachtige bomen en de onvermijdelijke briesjes.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Zwitserse schrijver Nelio Biedermann werd in 2003 geboren in Thalwil. Zie ook alle tags voor Nelio Biedermann op dit blog.

Uit: Lázár

“Am Rand des dunklen Waldes lag noch der Schnee des verendeten Jahrhunderts, als Lajos von Lázár, das durchsichtige Kind mit den wasserblauen Augen, zum ersten Mal den Mann erblickt, den es bis über seinen Tod hinaus für seinen Vater halten wird.
Es war der Tag der drei Könige – der Wald schluckte das letzte trübblaue Licht. Das Zimmer, in dem der Junge geboren wurde, lag im Westflügel des Waldschlosses, gleich neben dem blaugestrichenen, das nie jemand betrat.
Während die Hebamme in seinem Rücken das Kind wusch, stand Sándor von Lázár am Fenster und suchte das Unterholz ab. Es war ihm, als hätte er etwas im Dickicht verschwinden sehen.
Er stand dort, spürte die Kälte des Glases und tastete mit seinem Blick den Waldrand entlang, ließ ihn über die Rinde der Stämme gleiten und von Baum zu Baum huschen, als sich plötzlich ein Riss in ihm auftat. Sofort fühlte er die altbekannte Angst, die vertraute Panik in seinen Körper strömen und alles überschwemmen – da blinzelte er, und der Riss schloss sich wieder. Erleichtert atmete er auf. Er war nicht wie sein Bruder, nicht wie seine Mutter, nur etwas unruhig war er, was niemanden verwundern durfte, schließlich hatte seine Frau gerade ein Kind geboren, unter dessen transparenter Haut man die kleinen Organe sehen konnte.
Das Abendessen nahm der Baron nur in Gesellschaft seiner sechsjährigen Tochter ein, die sich ganz und gar nicht über die Geburt ihres Bruders freute. Als Ida, das deutsche Kindermädchen, Ilona ins Zimmer geführt hatte, hatte diese das schrumpelige, bläulichblasse und völlig verquollene Geschöpf mit ernstem Ausdruck angesehen, die braunen Augen zusammengekniffen und trocken gesagt: «Es ist sehr hässlich.»

 

Nelio Biedermann (Thalwil, 2003)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn blog van 2 september 2020 en eveneens mijn blog van 2 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *