Aleksej Salnikov

De Russische dichter en schrijver Aleksej Salnikov werd geboren op 7 augustus 1978 in Tartu, Estland. Sinds 1984 woont hij in het Oeralgebied, waaronder in Jekaterinburg, waar hij zich ontwikkelde tot een van de meest eigenzinnige stemmen in de hedendaagse Russische literatuur. Salnikov begon zijn carrière als dichter en publiceerde in diverse literaire tijdschriften. Zijn poëtische achtergrond is duidelijk terug te zien in zijn proza, dat wordt gekenmerkt door een unieke stijl en een scherp oog voor het absurde. Zijn doorbraak kwam met de roman “De Petrovs en de griep”, een hyperrealistisch en absurdistisch portret van een gezin in Jekaterinburg tijdens een griepepidemie. Het boek, oorspronkelijk online gepubliceerd, werd een literaire sensatie en won onder andere de Nationale Bestsellerprijs en de NOS-juryprijs. In 2021 werd het verfilmd door Kirill Serebrennikov en in première gebracht op het filmfestival van Cannes.​ Salnikovs werk wordt geprezen om zijn zwarte humor, ironie en kritische blik op de post-Sovjetmaatschappij. Zijn romans, waaronder “De afdeling” en “Indirect”, combineren het alledaagse met het surrealistische en onthullen de onderliggende absurditeit van het moderne Russische leven.

Uit: De afdeling (Vertaald door Maarten Tengbergen)

“Voor de vijfde keer in anderhalf uur belde ze hem om te vragen wanneer hij nou thuiskwam. Sinds Igor was ontslagen bij de organen van de veiligheidsdienst, was zijn vrouw veranderd in een zeldzaam despotisch kreng. Alle vijf de keren dat ze belde, herinnerde ze hem eraan dat ze werd opgehouden op haar werk en dat hij het dus was die hun zoontje moest ophalen van de kleuterschool.
‘Hoor ‘s,’ kon Igor zich ten slotte niet langer inhouden.
‘Heb je daar niks beters te doen dan voortdurend telefoontjes te plegen?’
Zijn irritatie viel gemakkelijk te begrijpen. Hij reed in zijn auto eindeloos rondjes door een vreemde wijk, als een verdwaalde snorder op zoek naar een klant, zonder dat hij de plek
kon vinden waar hij werd verwacht voor een sollicitatiegesprek. Zowel zijn GPS, het navigatiesysteem van Yandex en Google Maps als ook de mensen op straat – allemaal wezen ze hem de weg naar een desolaat gebouw met een door de jaren heen verweerde schoorsteenpijp van rode baksteen, die uitstak boven een scheefgezakte betonnen muur. Langs de lage oktoberhemel waartegen de schoonsteenpijp zich aftekende, dreef
langzaam naar onbekende bestemming een massieve, naar alle kanten uitdijende wolk. En die trage voortbeweging langs de hemel verdiepte Igors gevoel van wanhoop. Naar het gebouw met de schoorsteenpijp leidde een onverhard kleiig paadje dat was afgesloten met een afbladderende houten slagboom. Dit gebouw kon toch onmogelijk het FSB-kantoor zijn waar een officier met een hem vaag bekend voorkomende naam hem een paar dagen geleden zo dringend had gevraagd te verschijnen.
Zijn vrouw belde voor de zesde keer en Igor besloot een tijdje onbereikbaar te zijn. Hij stapte uit, liet zijn telefoon achter in de auto en kroop onder de slagboom door. Aan
de andere kant van de muur was alles nog troostelozer dan het van buitenaf had geschenen, waarschijnlijk omdat hij eerst vanuit zijn warme droge auto over de slagboom heen had gekeken, zonder dat hij de naargeestige wind die ononderbroken, met mottige regendruppels over het ommuurde terrein blies, aan den lijve had gevoeld en gehoord. De bosjes die in de hoeken van de muur groeiden, zagen eruit als
ongeschoren oksels. Het onverharde paadje boog zich als een vraagteken rond het gebouw met de schoorsteenpijp, als wilde het de nieuwsgierigheid prikkelen van de bezoeker die zich afvroeg waarom de voordeur van het gebouw zich aan de achterkant bevond.”

 

Aleksej Salnikov (Tartu,7 augustus 1978)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *