De Nederlandse literatuurcriticus, essayist en letterkundige Kees Fens werd geboren in Amsterdam op 18 oktober 1929. Zie ook alle tags voor Kees Fens op dit blog.
Uit: Enkele aspekten van ‘Het glinsterend pantser’ (roman van Simon Vestdijk)
“Leidt S. nu een eigen leven? Het heeft de schijn van wel. Hij is een druk handelend iemand, niet zonder gevoelens van superioriteit, hij legt allerlei contacten, maar is gelijk bezig het verleden tot leven te wekken en daarmee begint zijn schaduwbestaan opnieuw. Slingeland beheerst de relatie met Alice van Voorde en voor een belangrijk deel die met Adri Duprez; beiden verliest S. aan Slingeland, staat ze als het ware aan hem af in volledige dienstbaarheid. In de beide relaties van S. is er een hoogst belangrijk intermediair: de muziek. Via de muziek verliest hij beiden aan Slingeland, zoals hij zich in deel ii via de muziek zelf aan S. verloor. Een der hoogtepunten ook lyrisch gezien, van het tweede deel is het vierde hoofdstuk, ‘Klopgeesten en spinetten’. Op de zolder van Duprez, die veel lijkt op een uitdragerij, ontdekt Slingeland een spinet. De scène waarin Slingeland zich op dat oude ding als musicus aan S. openbaart, wordt met uiterste precisie beschreven, bewijs van belang in zijn leven van die scène, zoals de herhaling aan het slot van de passage de getroffenheid van S. aangeeft: ‘Victor nam een kapotte keukenstoel, waarvan hij enkele jaargangen van een modeblad af liet glijden, en ging voor het tafeltje zitten. Hij bekeek het spinet nog eens goed. Hij verschoof zijn stoel, boog het hoofd, alsof hij nadacht. Hij hief de handen. Hij begon te spelen. Hij begon te spelen op dat spinet.’ (blz. 117) De beschrijving doet denken aan die van een ritueel. Een vergelijkbare scène staat in het laatste hoofdstuk van het tweede deel. Victor Slingeland speelt in zijn huis aan de student S. (het verleden en het houtstadje lijken al ver achter beiden te leggen) ‘La soirée dans Grenade’ en de sextenetude van Debussy voor. S. schrijft er jaren later over: ‘Ik kan dat niet beschrijven. Het was niet dat hij onberispelijk speelde, of ook maar een bijzondere opvatting liet raden, het was ook niet de verbazing omdat hij de verloren tijd zo glansrijk bleek te hebben ingehaald, maar het was omdat híj het was, die daar achter de vleugel zat te spelen, mijn jeugdvriend, mijn vriend.’ (blz. 189)
Zoals er zoveel van S. verzwegen wordt, is dat ook het geval met zijn muzikaliteit. We vernemen dat hij, omstreeks de tijd dat Slingeland in zijn leven verschijnt, al een aantal jaren pianoles heeft. Zijn muzikaliteit moet niet gering zijn geweest, de bekendheid van zijn begaafdheid evenmin: door de informaties van Bert Duprez wordt door de moeder van Adri Duprez op het muzikale oordeel van S. hoge prijs gesteld.”

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.
de man uit de zee
hij wordt aangetroffen in een rokkostuum van zout
en zand. een paspoort van zeewier, een zwerm
mantelmeeuwen achter hem. de mist.
hij spreekt niet, maar aan de piano laat hij de vilten
branding opspringen, door de kast heen stromen,
zodat men versteld staat. de zware epauletten
van de handen die op de schouders worden gelegd;
het uur van roem, het tijdperk van de pillen,
de herfstnachten: in de gangen drijven de verplegers
als ijsbergen voorbij. in de kliniek-
tuin onder de muren, een flikkering
van de laatste bladeren, uit het oude schuurtje,
waar de klimop omhoog klimt, het gedempte geluid
van een piano. Men denkt dat het chopin is.
Vertaald door Frans Roumen

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e oktober ook mijn blog van 18 oktober 2020 en ook mijn blog van 18 oktober 2018 en ook mijn blog van 18 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 18 oktober 2015 deel 2.