De Belgische rooms-katholieke priester, dichter, schrijver en hoogleraar Piet Thomas werd geboren in Aalst op 20 april 1929. Hij volgde lager onderwijs en deed zijn Latijns-Griekse humaniora aan het Sint-Jozefscollege in Aalst. Na wijsbegeerte aan het filosoficum van het Klein Seminarie in Sint-Niklaas en theologie aan het Groot Seminarie in Gent werd hij in 1953 tot priester gewijd. Hij vervolgde zijn studies aan de Katholieke Universiteit Leuven en promoveerde in 1957 tot licentiaat Germaanse filologie. Van 1957 tot 1961 was hij leraar Engels, Duits, Nederlands en kunstgeschiedenis aan het Sint-Vincentiuscollege in Eeklo. In 1960-1961 was hij ook docent psychologie aan de school voor verpleegsters van het Instituut voor Verpleegkunde bij de Heilig Hartkliniek in Eeklo. In 1961-1962 verbleef hij in Wenen en München. Hij was bursaal voor navorsingen en studies aan de universiteit van Wenen, aan de Wiener Arbeitskreis für Tiefenpsychologie en aan het postuniversitair centrum Wiener Psychoanalytische Gesellschaft. Van 1962 tot 1964 was hij literair adviseur van de Interdiocesane Commissie voor Liturgische Zielzorg bij de Belgisch-Nederlandse werkgroep belast met de eindredactie van het altaarmissaal. In 1966 werd hij assistent aan de K.U.Leuven Afdeling Kortrijk (KULAK) en leraar godsdienst aan het Sint-Maartensinstituut in Aalst. In 1969 promoveerde hij tot doctor in de Germaanse filologie met het proefschrift De literatuurpsychologische opvattingen en interpretaties van Sigmund Freud en zijn eerste leerlingen. Daarop werd hij docent, vanaf 1973 hoogleraar en in 1975 gewoon hoogleraar aan de K.U.Leuven en de K.U.Leuven Afdeling Kortrijk. Hij doceerde er: geschiedenis van de moderne Nederlandse letterkunde, moderne Nederlandse teksten, inleiding tot de wereldletterkunde, literaire analyse en kritiek en inleiding tot de freudiaanse literatuurpsychologie. In de jaren 70 richtte hij het knipselarchief op voor hedendaagse Nederlandse letterkunde, alsook de literaire mediatheek van de Campus Kortrijk, waarvan hij Van 1972 tot 1994 het diensthoofd was. In 1980 werd onder zijn impuls het ‘Cobra en ’50’-archief’ opgericht, dat ondergebracht werd in de campusbibliotheek. Piet Thomas was ook de oprichter of medeoprichter van: Vertaalcentrum Oostenrijkse poëzie van de twintigste eeuw, het Stijn Streuvels Genootschap (1994) en het Gery Helderenberg Genootschap (2001).
Met Johannes op Patmos
Schrijvend dromen op een eiland
van een nieuw Jeruzalem,
dromen van een heuvelrug
en daarop die stad van Hem.
Schrijvend ook de zee vergeten
die zo vol gevaren is,
blij dat men niet langer vreest
voor de macht der duisternis.
Dromend schrijven op een eiland
waar het nooit meer donker is,
waar de nacht niet meer bestaat
met zijn angst en ergernis.
Poorten zien met goud beslagen
en een stad als bruid versierd
waar men tot Gods welbehagen
Christus als Messias viert.
Als we met Johannes dromen
van dit nieuw utopia,
is dan niet het uur gekomen
dat we zeggen: amen, ja?
Tussen Genesis
Tussen Genesis
en Apocalyps
vloeien de wateren
van de Styx.
Tussen Jezus’ dood
en verrijzenis
bloeit de doornloze roos
vergiffenis.
Ik weet dat mijn Verlosser leeft
Hoezeer ik ook door angst en pijn
verwond en overweldigd ben,
ik die verward in schone schijn
te laat de gaven Gods erken,
ik weet dat mijn Verlosser leeft.
Hoezeer ik telkens weer ervaar
dat al wat ademt moet vergaan
en dat wat eerlijk is en waar
moet onderdoen voor list en waan.
Ik weet dat mijn Verlosser leeft.
Zoals het duister voor het licht
verdween de dag dat Hij verrees,
zo breekt ook eens het vergezicht
doorheen de mist van haat en vrees.
Ik weet dat mijn Verlosser leeft.
De wereld is nog steeds verdeeld,
verziekt door oorlog en verraad,
maar eens rijst uit dit ziektebeeld
een vrede die nooit meer vergaat.
Ik weet dat mijn Verlosser leeft.
