Anton de Goede

De Nederlandse biograaf, schrijver, programmamaker, presentator en stem voor luisterboeken Anton de Goede werd geboren in Velsen op 13 januari 1956. Nadat De Goede in 1975 de middelbare school in IJmuiden verliet, werd hij boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel aan het Amsterdamse Spui. In 1980/1982 werkte hij bij reclamebureau Prad als copywriter (onder meer voor Mercedes-Benz, De Postcodeloterij en Douwe Egberts). Bij Paradiso was hij in 1977 medeoprichter van de Beurs van Kleine Uitgevers waar hij jarenlang een programma met schrijvers en dichters presenteerde. Dat leverde hem radiowerk op bij de VPRO. Sinds 1988 werkte hij als redacteur en eindredacteur bij de VPRO Gids en als presentator en maker van programma’s als Michelangelo, Het Gebouw, Geblaf in het Hondsdal, VPRO aan de Amstel, VPRO’s Marathoninterviews, Brands met Boeken, De Avonden en Nooit Meer Slapen. Tot 2018 was hij eindredacteur van Woord.nl (NPO). In 2020 was hij redacteur van het documentaire programma Radiodoc (VPRO/NTR) en verantwoordelijk voor het radiodrama dat bij de VPRO werd uitgezonden en de podcasts die deze omroep publiceerde. Hij is verder bekend als presentator van literaire evenementen en publiceerde onder meer in de tijdschriften De Tweede Ronde, Tirade en Mens & Gevoelens. Vanaf 2017 maakte hij de podcast Lees dees die werd uitgezonden in Nooit meer slapen. In deze podcast, die aanhaakte bij de actie Schwob van het Nederlands Letterenfonds, behandelde hij maandelijks een vergeten klassieker uit de wereldliteratuur. In 2020 tekende hij voor de VPRO-podcast Een dik uur Ischa op de radio waarin radio-uitzendingen van en met Ischa Meijer worden besproken door Karin Bloemen, Ramsey Nasr, Jan Haasbroek, Jessica Meijer en vele anderen. Onder regie van John Albert Jansen zond de EO in het najaar van 2022 de televisiedocumentaire ‘En de naam is Heeresma’ uit, waarin De Goede te zien is als interviewer. In 2025 verscheen zijn biografie van schrijver Heere Heeresma (1932-2011).

Uit: Een gat in het hoofd. Leven en werk van Heere Heeresma

“Ik ben geboren in 1956, en de vroege jaren zeventig vormden de periode waarin ik de literatuur ontdekte. Op school gingen Heeresma’s boeken er bij mij in als koek. Wat een fijne melancholie kwam ik tegen.
Neem het motto van Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming: ‘tot stand gekomen in het besef dat de natuur/ machtig mooi is/ en een mensenleven/ nauwelijks de moeite waard’. Dat was een voltreffer in mijn puberhart. De uitgaven van Heeresma, van Thomas Rap en Peter Loeb in de jaren zeventig, brachten mij ook het plezier dat een boek als object kan geven.
Voor mij als tiener kwamen zijn boeken precies op tijd. De beschreven mistroostigheid in combinatie met een groot gevoel voor humor raakten mij. De bekrompenheid die je op die leeftijd naar de strot kan vliegen, ging hij te lijf. Heeresma was voor mij en een aantal van mijn vrienden een held, wiens werk we bespraken en citeerden. Hij was dwars, hij was ongrijpbaar, hij beschreef peilloze somberheid én hij was komisch. Hij nam alles op de hak.
Toen ik eind jaren zeventig werkte als boekverkoper bij Athenaeum in Amsterdam, dook hij daar een enkele keer op, zichzelf eens, op de drempel bij binnenkomst, luid introducerend door ‘Hier is Neerlands schrijver met het menselijk gezicht’ te roepen. Weer later, bij de vpro-radio, interviewde ik hem meer dan eens, en waren we blij als hij wilde optreden als columnist of spreker.
Hij kon je als interviewer voor een goed gesprek meenemen naar een stil terras van een jachthaven in de buurt van Loosdrecht om dan bijvoorbeeld commentaar te leveren op een patserige motorboot. ‘Zwart geld,’ mompelde hij die ene keer, om vervolgens een verhandeling af te steken over de Nederlandse én internationale onderwereld, die hij ook weer vrij abrupt afbrak, want ‘voor je het weet sta je met je voeten in beton gegoten het verkeer te regelen op de bodem van de Vinkeveense Plassen’.”

 

Anton de Goede (Velsen,13 januari 1956)

Edmund White, Kostís Palamás

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

Uit: The Loves of My Life: A Sex Memoir

“I used to be shocked when Virgil Thomson the composer—who wrote the opera Four Saints in Three Acts with Gertrude Stein, which received its premiere in 1934 with an all-black cast—used to be called to the telephone. I knew him in the 1970s when he was almost in his eighties; he’d come back to the table and say, “Well, Smitty is dead,” and just sit down and continue the conversation about something else. I was amazed that he could receive the news with such indifference about such a close friend.
Now that I’m in my eighties, I realize his emotion was stoicism, not indifference; someone who outlives his contemporaries knows that he very likely will be next but that for the moment “he controls the narrative,” as pundits say. When you get to be old, everyone consults you about the biographies of your famous contemporaries. You get the last word, at least until the dead person’s Complete Letters come out.
A life, a love. I always say that Jim Ruddy was the great love of my life. What does that mean now he’s just a faint neural scratch on my brain? It seems the hippocampus delegates short-term memories to various other neurons, where they are encoded forever. Does that mean an electrode stimulating the right neurons could make Jim, his conversation, his deep voice, his big curved penis, as real as it was fifty or sixty years ago, a hologram? The wondering way he’d greet any declaration with a tentative acceptance? His always saying “Is that right?” no matter how preposterous one’s remark had been.
Maybe I’ve forgotten him because I wrote about him; I’ve always thought that writing about someone is the kiss-off. Nabokov, in Speak, Memory, was apprehensive about writing about his nanny since he liked revisiting her in his thoughts and he knew once he’d committed her to print, he’d lose her. Some people wonder why I’ve not written about them. If they’re a current part of my life, I need to keep them on life support; my husband is Michael Carroll, whom I’ve been with since 1995. I’ve never written about him; he’s too precious to me. My recent fiction is less autobiography and more thought experiment. I assemble my monsters from stolen body parts (his nape, her stutter). Often I want to lead the reader to a better (more compassionate, more forgiving, bolder, more loving) world by picturing it as if it already existed; George Meredith called that process “moral sculpture.”
What did it feel like to be in love?
Constant suspense. Does he love me yet? More? Less? Is he getting bored?”

 

Edmund White (13 januari 1940 – 3 juni 2025)

 

De Nieuwgrieks dichter Kostís Palamás werd geboren op 13 januari 1859 in Patra. Zie ook alle tags voor Kostís Palamás op dit blog.

 

De markt

Steeds dorst je – zoals dorst heeft naar de eerste regen
het droge zomerweer – naar je gezegend huis,
naar een verborgen leven, als de bede van een monnik,
leven van loochening en liefde in een hoek.

Ook dorst je naar het schip dat prooi is van de zeeën,
dat vogels, vissen volgend almaar verder trekt,
welks leven rijk en vol is van de ganse aarde –
maar beide, schip en huis, zij gaven ’t antwoord: ‘nee!’

Noch het geluk in afzondering en onbewogen,
noch ook het leven dat zich steeds weer weet bezield
door elke nieuwe haven, ieder volgend land –

alleen de siddering van de slaaf, van die moet zwoegen:
sleep voort over de markt de naaktheid van je leden,
vreemde voor vreemden en voor eigen mensen vreemd.

 

Vertaald door Hero Hokwerda

 

Kostís Palamás (13 januari 1859 – 27 februari 1943)
De dichters (1919) door Georgios Roilos. Het schilderij toont verschillende dichters van de generatie van 1880; in het midden, met het hoofd rustend op zijn elleboog, Kostís Palamás.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e januari ook mijn blog van 13 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.