De Nederlandse schrijfster Sanneke van Hassel werd geboren in Rotterdam op 4 september 1971. Zie ook alle tags voor Sanneke van Hassel op dit blog.
Uit: Milde klachten (Speeltijd)
“Ze ziet hem eerder dan hij haar.
Hij staat in een groepje jongens, iets voorbij de lindes die alweer helemaal geel zijn, en leunt tegen het rek met de schommels. Als ze met haar boodschappentas het plein op stapt, draaien zijn smalle schouders van haar weg – of is het haar overgevoeligheid? In elk geval, hij wil niet mee naar huis.
‘Ik kom.’ Een gemompelde groet, geen knuffel. Haar zoon. Sinds een jaar of wat heeft hij haar het liefst ergens aan de rand van zijn wereld. Vanaf daar mag ze hem een bord eten toeschuiven, een stapel schone T-shirts, een glas cola. De hele dag zit hij op zijn kamer. Als ze er naar binnen wil, moet ze eerst kloppen. Maar af en toe, niet al te vaak, deelt hij een grappig filmpje met haar, rond een uur of tien. Wanneer ze op het punt staat om naar bed te gaan, zakt hij naast haar op de bank, en dan moet ze eindeloos kijken naar dansende koeien, een gezin dat in de keuken perfect synchroon dansjes uitvoert, Obama als YouTuber met een koptelefoon op, een kip die een kipnugget van een bord pikt.
Om de jongens heen liggen stukken hout verspreid, resten van pallets die ze uit de containers trokken. Ondanks corona gaat de renovatie van hun buurt gewoon door. Van afvalhout bouwden kinderen een hut tegen het klimrek.
Op het plein achter hun huis is Mano groot geworden. Ze hoefde maar uit het raam naar beneden te kijken en dan zag ze hem, voetballend, slepend met takken, zich een weg banend door de bosjes in het plantsoen. Tot zijn achtste liep ze met hem mee om de tegels te inspecteren op glasscherven of ander afval dat hem in gevaar kon brengen: halflege bierblikken, zakjes met restjes wiet. ‘Zorg dat ik je kan zien,’ zei ze, zeker tot zijn twaalfde. ‘Ik wil het weten als je met een vriendje mee naar huis gaat.’
Nog altijd houdt ze een oogje in het zeil. Er wonen veel mensen met problemen in deze buurt. Zoals die oudere man op de hoek aan de andere kant van het plein, een tanige Surinamer die haar aan haar vader doet denken. Sommige kinderen pesten hem. Haar zoon niet, voor zover ze weet. Ze gooien steentjes tegen de ramen. Als ze lang genoeg doorgaan, trekt de man de deur open en stormt naar buiten. ‘Hij heeft een kapmes, hij heeft een mes,’ de kinderen stuiven uiteen.”

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.
De Schaduw Weet Het
Vanaf dag één streven we ernaar
meer te zijn dan de gemiddelde
Neger. Geen van die yassah
baas en watermeloenschil
glimlach voor ons. We willen kwartels
gebakken in boter. We willen
goud waar die spleet tussen onze tanden
hoort te zitten. Duidelijkheid voor de Neger
karikatuur. We willen stijlvolle
kleding, gouden ringen
aan onze vingers als Griekse
architectuur en gouden zak
horloges in onze vestzakken. Meer
vrouwen dan jassen. Witte vrouwen
overal in onze architectuur.
We willen bijzondere en instinctieve
bevredigingen. We willen de hoofdattractie
van het boksen zijn:
de wereldkampioen
zwaargewicht. Als wij opstaan,
staat het hele zwarte ras op
met ons. Als we de top bereiken,
zijn alleen wij het. Geen behoefte aan negers
dan, niet eens aan onszelf.
Vertaald door Frans Roumen

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e september ook mijn blog van 4 september 2025 en ook mijn blog van 4 september 2024 en ook mijn blog van 4 september 2018.