Gerbrand Bakker, Monika Rinck

De Nederlandse schrijver Gerbrand Bakker werd geboren in Wieringerwaard op 28 april 1962. Zie ook alle tags voor Gerbrand Bakker op dit blog.

Uit: Moeder, na vader

“Mijn moeder – geboren op 17 december 1934 – zegt best vaak: ‘Zo lang je eet, ga je niet dood.’ Meestal zegt ze dat als ze ziek of niet lekker is. Mijn vader hield op met eten en ging dus wél dood.
Hij is, iets anders kan ik er niet van maken, overleden aan spit. Eind mei 2021 klom hij uit de droge sloot naast zijn huis met enorme rugpijn. Hij had daar onkruid staan trekken. Tegen de tijd dat hij stierf, dat was 14 augustus, had hij allang geen pijn meer. Die hele periode van dik tweeënhalve maand komt me nu onwerkelijk voor, en ook verwarrend en raadselachtig. Hoe kan iemand doodgaan aan spit? Waarom gaat iemand überhaupt dood? We hadden onlangs vrienden te eten en ik kreeg tussen neus en lippen te horen dat die en die dood was. ‘Waarom?’ vroeg ik. Niet ‘waaraan’, omdat de overleden man nog zo jong was. Nee, waarom? Alsof doodgaan een keuze is, iets waar je zelf de hand in hebt, iets wat je eventueel zelf zou kunnen regisseren. Ik werd uitgelachen om mijn vraag: wie vraagt er nu waarom in plaats van waaraan?
En toch is het een vraag die me in het geval van mijn vader nogal bezighoudt. Hem mankeerde niets. Hij was tot het moment dat die pijn in zijn rug schoot een, zoals dat dan heet, ‘kranige oude man’. Hij was weliswaar in april 90 geworden, maar zijn vader werd 96, dus hij had nog zeker zes jaar te gaan. Tenminste: als je er een competitie van maakt. En dat is het natuurlijk niet; je kunt er namelijk niet zelf actief voor zorgen dat je zo oud mogelijk wordt, want kanker, hartverlammingen, een verkeersongeluk, een verdwaalde of gerichte kogel of een val van een keukentrapje verstoren die poging best regelmatig.
De eerste weken zijn mij een beetje ontgaan. Omdat we in de Eifel zaten, zag ik hem niet. Ik hoorde door de telefoon hoe het ging. Meestal sprak ik dan met mijn moeder, maar omdat ze de telefoon altijd op de speaker zet, kon mijn vader op de achtergrond meeschreeuwen. Na een paar dagen hevige pijn heeft mijn broer hem naar de huisarts gereden. Hij kreeg pijnstillers. Maar hij kon nauwelijks omhoog of omlaag. Dat verstoorde de routine die mijn vader en moeder samen opgebouwd hadden: hij kon mijn moeder, die slecht ter been is en last heeft van een haperend hart, niet langer helpen de dingen te doen die hij altijd voor zijn rekening had genomen.”

 

Gerbrand Bakker (Wieringerwaard, 28 april 1962)

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

Stro

Horen jullie dat, zo honen honingprotocollen, nu heeft de gevoeligheid
zich uitgestrekt, nu heeft ze alle ruimtes overspannen en aangestoken.
Aardse treurigheid, de berken werden grijs, de hond heeft een oog verloren.
As, vlokkend talmen, boetedoening, vermoeidheid, verdriet misschien, toch is het je plicht
erdoorheen te gaan, als ware het licht waarin de ellende staat met handen
die jij gebonden acht. Dan zie je: het wordt minder, het begrijpen.
Helderheid ontstaat alleen nog door de intensiteit van de schok. Een geluidloze knal.
Je kunt het niet meer bevatten, bent ongedurig, en in een poging toch te begrijpen,
kom je er aan de andere kant weer uit, reliëf dat niet bestaat,
tremolo dat niet bestaat, als had je tevergeefs in de nevel gegrist,
een nevelpaardje je erin geluisd (huuhot, die grijze stort zich op mij,
ik val door hem heen) en bent diep beneden, gevoelig, onbegrepen,
in afwachting van de schok. Maar plotseling, hier, alles geel, vol stro!

 

Vertaald door Miek Zwamborn

 

Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e april ook mijn blog van 28 april 2021 en ook mijn blog van 28 april 2020 en eveneens mijn blog van 28 april 2019 deel 1 en ook deel 2.

Marcus Jackson

De Amerikaanse dichter Marcus Jackson werd geboren op 28 april 1983 in Toledo, Ohio. Na zijn bachelor aan de Universiteit van Toledo vervolgde hij zijn poëziestudie aan de masteropleiding creatief schrijven van NYU en als Cave Canem-fellow. Zijn gedichten zijn verschenen in onder andere The American Poetry Review, The New Yorker en The New York Times Magazine. Zijn dichtbundel, “Rundown”, werd in 2009 uitgegeven door Aureole Press. Zijn debuutbundel, “Neighborhood Register”, verscheen in 2011, en zijn tweede volledige bundel, “Pardon My Heart”, werd in 2018 uitgegeven door TriQuarterly Books/Northwestern University Press. Marcus Jackson doceert aan de MFA-programma’s van Ohio State University en Queens University of Charlotte.

 

What of Fire?

My therapist has approved my drinking of three whiskeys per night,
her eyes forbearing, knowing well the ruthlessness of night.

The sun having fled as a father might flee, my cousin fathered
a narrow terror while he robbed, with a pistol, a fellow citizen one night.

The encouraging lies of a mother are greatly underpaid job-keepers;
slovenly kings have dealt much wrong money to generals and knights.

My childhood was a lengthy scene of make believe and disaccord—
my favorite things being rain and watching my mother’s cigarettes ignite.

What of fire, among its timelessness and musculature, is not
more divine when burning past the open gates of night?

 

Evasive Me

Of course there’s a certificate, bleeding
carbon at the creases and impressions,

detailing my metrics and lineage the night
I entered the earthly air in a new hospital

built by the intricate partnership between
Rust Belt governance, capitalism

and Christ, though I lie to people I like,
saying I was born in a garden so near

the sea that my mother—multilingual
and remarkably tall—rinsed me at the fringe

of the tide the morning after labor,
the horizon cloudless and birdless

while the sand whispered spells of protection,
depth, and solemnity upon the pair of us,

and amid this farce my dear listeners
don expressions of distrust or ire

as likely they should, faced with evasive
me, so wearied even before boyhood

by the truth that I’ve forever disallowed
my ears and my mouth any songs not made

from the water, dirt, wind, salt, and fire
of American manipulation.

 

Marcus Jackson (Toledo, 28 april 1983)