Cees van der Pluijm, Anthony Hecht

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Socialistisch realisme

Zodoende kent hij nu zijn burgerplicht –
Het volksbelang stijgt boven alles uit –
De staatscontroledienst wordt ingelicht.

(En Nikolaj weet meer van de schavuit
Bijvoorbeeld dat hij het met Olga houdt
Die door een dissident is opgeruid.

Dat is Andrej, voormalig kosmonaut,
Die zich vervreemd heeft van de onderbouw…)
Nauwkeurig rapporteert hij elke fout

En zie, de controleur verschijnt al gauw:
Tatjana is een frisse jonge vrouw.

 

Ondeugende roman

De bootsgezel lag uitgeput terneer,
Er viel met hem te ploegen noch te eggen
Die arme jongen – ach, hij kòn niet meer.

Hij kon zijn eigen naam niet eens meer zeggen,
Hij kwam niet verder dan een steunend ‘Moe…’
Toen zij hem vroeg hoe dit viel uit te leggen.

Het kamermeisje trok hem naar zich toe
(De koningin sliep onverstoorbaar voort)
En eiste dreigend ook een rendez-vous:

‘Zo niet dan ben jij voor de ochtend gloort
Ontmand en wel teruggekeerd aan boord.’

 

Lustige zeeroman

De pest breekt uit, de kapitein verdrinkt
De bottelier verhangt zich in het ruim
Hojo, hojo! Ons aantal koppen slinkt

Een zwabbergast stapt zingend in een fluim
En kiest het ruime sop op eigen kracht
Maar ’t leven is niet enkel as en schuim

De haven lonkt; wie weet wat ons daar wacht!
Wij gaan met 13 knoop naar Mexico
En ’t is geen pikbroek die daar niet naar smacht…

Het leven is een feest, ik zeg maar zo:
‘Hojo, hojo, hojo, hojo, hojo!’

 

Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

 

De Amerikaanse dichter Anthony Hecht werd geboren op 16 januari 1923 in New York. Zie ook alle tags voor Anthony Hecht op dit blog.

 

De Venetiaanse Vespers (Fragment)

Canto II

Daarachter een gekringeld samenvloeien
Van schuine lijnen, als de strengen van
Een zijden koord, in ’t door een lichte bries
Gerimpeld water. Zonlicht tooit de baai
Met schittering van scherven dansend zilver.
Die rimpeltjes en kopjes promeneren,
Gehaast en schertsend, geen moment verveeld.
Ils se promènent, als vrij welgestelde
Gezinnen in het Bois, op zondag. Blij om
Die zorgeloosheid en gefascineerd
Door zonne-morsetekens in de haven,
Ben ik, voor het moment, geheel genezen,
Onthecht, en los van toekomst en verleden,
Zelfs van de wetenschap dat deze Zee
Van Hadria, des Doges gemalin,
De koele, de gewijde, is afgeschuimd
Door kooplui uit haast alle werelddelen,
En al die kristallijnen breekbaarheid
Waarvoor ze zweten aan de ovens lijkt
Een wondere en breekbare triomf.
De eerste ruwe bol van glas, gestold,
Wordt aan de blaaspijp, gloeiend heet en zacht
Als toffee nog, gedompeld in een mal,
Die van metaal is en van binnen als
Een ananas met stekels is bezet.
Het glas krijgt voor de helft een regelmatig
Patroon van kuiltjes zo, en als die eenmaal
Bedekt zijn met een vloeibare glazuur,
Ontstaan er belletjes gevangen lucht,
Geëmailleerde, parelende leegtes.

 

Vertaald door Paul van den Hout

 

Anthony Hecht (16 januari 1923 – 20 oktober 2004)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e januari ook mijn blog van 12 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Katharina Hacker, Adrian Kasnitz

De Duitse dichteres en schrijfster Katharina Hacker werd geboren op 11 januari 1967 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Katharina Hacker op dit blog.

Uit: Handbuch für Traurigkeiten

„Als ich mit den Hunden nach Hause zum Dorf zurückging, fand ich auf dem Weg Spuren von Rehen, einem sehr kleinen Pony, anderen Hunden und Menschen, Waschbären, viel-leicht einer Katze und in unregelmäßigen Abständen ein Herz, kleiner oder größer, ver-mutlich mit einem Stöckchen in den Sand gezogen, wie unterwegs, aber deutlich zu er-kennen, und vielleicht ftbaf oder sechs die Länge des Weges, der sich aufs Dorf hin wohl einen knappen Kilometer zieht.
Davor war ich auf den weiten Feldern zu den geborstenen Weiden hingelaufen, die ich von fern öfters mit meinem Vater gesehen hatte, breite, zerklüftete Stämme, kahl jetzt im Februar, und mein Vater hatte immer das Durchscheinende der winterlichen, laublosen Landschaft geliebt.
Mit meinem alten besten Freund war ich den Weg nicht mehr gegangen, denn er war vor-her gestorben, und vor zwei Jahren war ich viele Male den Weg mit meiner sterbenskran-ken Freundin im Herzen gegangen und mit meiner besten Freundin, die nach einem Herz-infarkt noch schwach gewesen, war ich ihn gegangen und wieder, als sie bei Kräften war, und unzählige Male waren wir den Weg zu viert gegangen, und meine inzwischen heran-gewachsenen Töchter auch un7ählige Male zu zweit oder mit Freundinnen. Was ich auch sah, sah ich mit vielen Augen, nur die Herzen im sandigen Weg sah ich al-leine, ohne die Menschen, die ich liebte, und anderntags würden sie schon verwischt oder vertreten oder verregnet sein.
Ich kann nicht sagen, dass ich traurig war, aber alle Traurigkeiten waren doch dabei, sehr hell und einige fröhlich, und viel Sehnsucht und auch ein zerdehntes Herz, das in die Ver-gangenheit wollte und noch etwas in die Zukunft.
Deswegen habe ich dieses Buch geschrieben.“

 

Katharina Hacker (Frankfurt am Main, 11 januari 1967)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

Rüschhaus

Droste in een negligé, slapeloos. (Een wesp
die haar zwellingen stak:) Geen liefdesvlek, niets
uit een droom, gewoon een niet-vlek. Kijk: zwarte zwanen
halverwege. Vanuit de erker,
het gordijn als teken. Zijn het de dierbare
familieleden die draden spinnen en opkijken
van de boekhouding? Ach, al dat schrijven…
Zo geschrokken, arm ding, zo bedrogen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e januari ook mijn blog van 11 januari 2019 en ook mijn blog van 11 januari 2015 en ook mijn blog van 11 januari 2016 deel 2.

Saskia Stehouwer, Adrian Kasnitz

De Nederlandse dichteres Saskia Stehouwer werd geboren op 10 januari 1975 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Saskia Stehouwer op dit blog.

 

Avond

in je precieze jaren
toen je zelden buitenkwam
omdat je onder schot gehouden werd
zagen maar weinig mensen
hoe wit je haar was

als ik door de glazen deur naar buiten kijk
zie ik een trillend been naast de begonia

we zouden kunnen gaan graven
maar dat zal je rug niet rechten
we kunnen door de tuin lopen
en de plekken aanwijzen waar onkruid groeit
we laten de thee onze tong vormen
de inkt van deze lange dag op onze vingers

als we de jassen aantrekken
zal de wereld gaan draaien
zullen onze voeten bevriezen
zodat we kunnen schaatsen
tussen de hopeloos glijdende honden
op zoek naar een lijn naar een bal
naar een bot

we zullen weer naar school gaan
om schapen te leren tellen
we zullen naar de winkel gaan
omdat het prettig is om iets te kopen
voor het op is

 

Stem uitbrengen

een gevangene krijgt sleutel ven zijn cel
sluit de deur en verdwijnt

je zegt me te gaan slapen
nu je zelf nog wakker bent

de kampbewoners
dIe zich de woestijn eigen maken
omdat er geen gras is
vullen de bulten van hun kamelen

*

een gevangene komt terug
met de sleutel van rijn cel
als een priem in zijn hand

ik denk aan alles in mij
wat zijn nek niet uitsteekt
en loop wat sneller

ik mis mijn manieren
in mijn hoofd staan de torens recht
maar ze komen nooit buiten

een gevangene legt de sleutel
op de tafel in zijn cel

wil en stil zit een groep mensen
in een treincoupé
door het midden loopt een scheur

de rat het lieveheersbeestje
de vermoeide man
allemaal vormen vvan het kind
dat de trap afloopt
en zich uitvouwt

 

Saskia Stehouwer (Alkmaar, 10 januari 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

De nieuwslezeres

schijnwerpers glimlach lamplicht bloeiende mond
het oog een waterige ster in de avond (22:30)
hemel boven Servië waar bommenwerpers
overgeven / vanuit afvalscherven en puin wijs je
op het menselijke, op het daaronder be-
graven lichaamsdeel / even snikken en dan verder

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e januari ook mijn blog van 13 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Voor de democratie

“De man die zijn naam aan de Griekse ‘gouden eeuw’ gaf, de Atheense staatsman Perikles, bevond zich vrijwel zijn hele leven in dat politieke spanningsveld. Hij
was afkomstig uit een oud en voornaam geslacht, de Alkmaioniden, maar schaarde zich al vroeg aan de kant van het volk, wat hem het verwijt van populisme opleverde en veel conservatieve vijanden.
Niettemin was hij zo’n dertig jaar een leidende politieke figuur in Athene, van ongeveer 461 v.Chr. tot aan zijn dood tijdens de pestepidemie in 429 v.Chr. Dat de naam Perikles verbonden raakte met een ‘gouden tijdperk’ is grotendeels te danken aan zijn aanhoudende populariteit als politiek leider. Ieder jaar werd hij opnieuw gekozen als strategos (een van de tien bevelhebbers). Hij breidde de Atheense democratie uit, zorgde voor een financiële compensatie wanneer gewone burgers democratische verplichtingen op zich namen. Hij nam het initiatief tot grootse bouwprojecten als het
Parthenon, de Propyleeën, het Erechtheion, het Odeion. Hij voltooide de zogenaamde Lange Muren, een verdedigingswerk dat Atheners bescherming bood op de weg naar de haven van Piraeus. Ook gaf hij zijn persoonlijke vriend, de beeldhouwer Phidias, de opdracht tot het maken van het beeld van Athena Parthenos in het Parthenon, maar liefst 12 meter hoog, opgetrokken uit goud en ivoor.
Onder Perikles werd de hegemonie van Athene ten opzichte van haar bondgenoten versterkt. Zij hadden zich verenigd in de zogenaamde Delische Bond en het was Perikles die hun gezamenlijke schatkist van het eiland Delos overbracht naar Athene, waarmee behalve de oppermachtige Atheense vloot ook de prestigieuze bouwprojecten werden bekostigd – wat Perikles het verwijt van praalzucht en imperialisme bezorgde. Athene fungeerde zo’n beetje zoals de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog ten opzichte van West-Europa, dominant, maar ook een waarborg voor veiligheid. Je moest betalen, je had weinig in te brengen, maar je kreeg er een redelijk zorgeloos bestaan voor terug.
Iemand die de Atheense politiek zo lang domineerde, was vanzelfsprekend omstreden. Tijdens Perikles’ leven, maar ook in de eeuwen daarna, helemaal tot in onze tijd, is zijn reputatie en statuur onderwerp van discussie.”

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Siroop

Hoe ze haar vinger uitstrekt
van de mokkalepel, mijn Sudeten-grootmoeder.
Haar haar zwart
van de gedroogde bieten.
Buiten, de afdruk
van haar handen in de wind,
waar kinderen kastanjes
doorheen gooien. De aardappelen
heeft ze nooit vertrouwd en hurkte
alleen in de rook van de stokerij.
Zoals bij sommigen een bochel
langs de rug omhoog groeit,
groeit deze in haar krullen.
Dit uiteenvallen elke avond,
naakt voor de gordijnen is haar huid
slechts een scheur in de stof.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Waldtraut Lewin, Alfred Tomlinson

De Duitse schrijfster Waldtraut Lewin werd geboren op 8 januari 1937 in Wernigerode. Zie ook alle tags voor Waldtraut Lewin op dit blog.

Uit: Feuer: Der Luther-Roman

„Unbegreiflich. Unbegreiflich, aus welchem Grund unser allergnädigster Kurfürst Friedrich, den man den Weisen nennt, uns diesen halbtoten Augustinermönch aufgehalst hat. Die Gedanken der Großen dieser Welt sind unerforschlich wie Wolken und Winde. Einen Mann, der wider den Ablasshandel wettert – dabei betreibt unser durchlauchtigster Herr den ja selbst in üppigem Maße. Er nennt eine Unzahl von heiligen Reliquien sein eigen, die gegen ein Entgelt zu betrachten oder gar zu berühren, wie man weiß, bereits viele Jahre Ablass vom Fegefeuer garantiert. Und vom wahren Glauben abzufallen, dazu zeigt der Fürst nicht die geringste Neigung. So wenig wie der ganze thüringische Landstrich. Aber gewiss steckt feinsinnigstes Kalkül dahinter, das kein schlichter Erdenbürger zu erraten ver-mag. Sc’ ist die Meinung jener, die halb verborgen hinter den Fensterbögen des Palas stehen und mit ansehen, wie die Begleiter den seltsamen Gast vom Pferd heben. Dabei geht er in die Knie, und sie müssen ihn beinah tragen, um ihn ins Neben-gebäude zu bringen. Der Mann, dessen Name in aller Mund war! Ein schmächtiges Mönchlein, das kantige Gesicht unter der Kappe, die seine Tonsur verdeckt, vor Erschöpfung wie erloschen. Sie zucken die Achseln, gehen zur Tagesordnung über – die ganze ritterliche Mannschaft, die diese Burg im Norden Thüringens bewacht und eigentlich nichts tut als saufen, fressen, spielen, zur Jagd reiten und dem Herrgott den Tag zu stehlen. Man hatte von diesem angekündigten »Besuche heute etwas Ab-wechslung erwartet. In welcher Weise, wüsste man allerdings nicht zu sagen. Irgendetwas gegen die tägliche Langeweile. Es war allerhöchster Befehl erteilt worden, diesen gebannten Erzketzer auf seiner Heimreise vom Reichstag abzufangen und hierher zu verbringen. Nicht etwa, so wurde ihnen eingeschärft, um die ansehnliche Belohnung zu kassieren, die Kaiser und Reich darauf ausgesetzt hatten, einen Vogelfreien zu greifen und Justitiam zu überliefern, sondern ihn zu verstecken und dabei zu behandeln, als sei er wie einer von Adel. All seine Wünsche seien zu erfüllen, außer, er verlange, sein Domizil oder gar die Burg zu verlassen.“

 

Waldtraut Lewin (8 januari 1937 – 20 mei 2017)

 

De Engelse dichter, vertaler en graficus Alfred Charles Tomlinson werd geboren op 8 januari 1927 in Stoke-on-Trent, Staffordshire. Zie ook alle tags voor Alfred Tomlinson op dit blog.

 

Dialectisch

voor Edoardo Sanguineti

Leven is het verhaal van een lichaam, zeg jij:
het gekuch in de concertzaal is het verhaal
van een lichaam dat zichzelf niet kan bevatten,
en de Waldstein het verhaal van een leven
dat weigert zich te laten vangen
in z’n eigen lichaam, het beschadigde oor
dat z’n gaafheid terugkrijgt in een nageslacht
van noten. Ik strek
mijn verkrampte knieën. Naast elkaar
deze hele reeks van jeukende benen! Zwoegend
om het ritme uit de lucht
aan het lichaam terug te geven en
met de hak de grond steeds in te tikken.
Een gevallen programma verhaalt
van een in zichzelf verdwaald lichaam
dat één en al oor werd – zo’n oor
waarvan alleen de doven
dromen, met z’n reusachtige
boogkanalen en doolhoven, z’n
slakkenhuisje van kraakbeen
dat trilt en beeft en tot de rand gevuld is
met het door de oorschelp doorgegeven verhaal
waarin leven het verbreken is van nu gehoorde
stiltes, het dagelijks
herscheppen van een lichaam
belichaamd met lucht.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

Alfred Charles Tomlinson (8 januari 1927 – 22 August 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e januari ook mijn blog van 8 januari 2025 en ook mijn blog van 8 januari 2019 en ook mijn blog van 8 januari 2017 deel 2.

Frans Kellendonk, Reginald Gibbons

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

Uit: Mystiek Lichaam

Want geld was een kwestie van geloof, welbeschouwd, en net als ieder geloof baatte het je niets als anderen het niet met je deelden. Stel dat het als staatsgodsdienst zou worden afgeschaft, of dat het vaderland failliet zou gaan… O ongrijpbare, onherroepelijk symbolische gulden, die op zo’n dag des oordeels als loos verzinsel ontmaskerd zou worden! Dan zou fl voor flut en flauwekul komen te staan en Gijselhart voor gek, met zijn buidel om zijn hals.
Het gebied waar men weet had van zijn kredietwaardigheid besloeg maar een paar vierkante kilometer. Daarbinnen wist men dat de toonder van het Gijselhartgezicht goed was voor de somma van één miljoen gulden, dat het in de rangorde van Vondel, Frans Hals, J.P. Sweelinck, de zonnebloem en de watersnip het hoogst bereikbare vertegenwoordigde, maar daarbuiten was zijn geld hem niet aan te zien, al liet hij het bedrag op zijn voorhoofd tatoeëren. Eigendom werd nooit eigenschap. En geld was niet eens eigendom, eerder vage belofte, volksbegoocheling, God mocht weten wat het was.
De muis van Gijselhart was een vrouw. Bij uitbreiding ook ‘de’ vrouw.
Toen hij pas weduwenaar was had hij een paar keer een prostituee bezocht, in de stad, in nachtclub De Keizerskroon. Slangemensen en buikdanseressen werkten zich daar star glimlachend voor je in het zweet, een bandje speelde in een doorzakkend tempo en schudde zichzelf af en toe wakker met een onverhoedse dissonant, een dame troonde je mee naar boven. In de dagen na zo’n bezoek trachtte Gijselhart zijn schaamte en de scherven van zijn verlangen op te ruimen door met een handeltje het schandegeld terug te verdienen. De sterrekijker die zijn zoon thuis had laten staan of de naaimachine van zijn overleden echtgenote werden dan haastig te gelde gemaakt. Was zijn portefeuille weer even vol als vóór het incident, dan beschouwde hij zijn zonde als vergeven en vergeten.
Eén keer had hij echter een vrouw van de straat opgepikt. Die was vast goedkoper, dacht hij, en dus minder slecht. Op het tippeltrottoir, aan de voet van de kruittoren, stond ze haar zwarte haar te borstelen, dwars over haar hoofd naar links, dan een gelijk aantal slagen naar rechts, dan weer evenveel naar links, met een mechanische ijver. Wanneer de haren uitwaaierden in het lamplicht waren ze eventjes van goud. Ze had zijn oude Pontiac eerst willen negeren, maar was toch ingestapt toen hij voor de derde keer langsreed. Ze was een buitenlandse, een Française zo te horen of misschien een Algerijns heidinnetje, in elk geval sprak ze bar weinig Nederlands. Ze reden naar een hotel dat zij genoemd had. Daar was ze de meest kil-routineuze en zwijgzame hoer geweest die hij tot dusver had meegemaakt.”

 

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)
Portret door Kees Knopper, 1984

 

De Amerikaanse dichter, redacteur en hoogleraar Reginald Gibbons werd geboren in Houston op 7 januari 1947. Zie ook alle tags voor Reginald Gibbons op dit blog.

 

Naar Mandelshtam

Op het nutteloze geluid
van middernachtelijke kerkklokken,
spoelt iemand achter het huis
haar gedachten in de
onpeilbare
universele hemel –
een koude, zwakke gloed.
Zoals altijd zijn de sterren
wit als zout op het
blad van een oude bijl.
De regenton is vol,
er zit ijs in de opening.
Verbrijzel het ijs – kometen
en sterren smelten weg
als zout, het water
wordt donkerder en de aarde
waarop de ton staat
is transparant
onder de voeten, en daar
zijn ook sterrenstelsels,
spookachtig bleek en stilletjes
brullend in de zowat
zevenhonderd
kamers van de geest.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Reginald Gibbons (Houston, 7 januari 1947)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e januari ook mijn blog van 7 januari 2022 en ook mijn blog van 7 januari 2019 en ook mijn blog van 7 januari 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Hester Knibbe, Carl Sandburg

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

Staand

Versteend sta ik op deze aarde
met lange rok en omslagdoek
die hij strak rond mijn borsten
speelde, omdat dat van de wereld
moet. Zo ben ik opgevoed.

Mijn ogen hebben iris noch pupil.
Dus kijk ik maar naar binnen, wil
al wat buiten voorvalt binnen horen.

Van wat ik waarneem ligt rondom
mijn mond een lach bevroren,
die daar maar vriezen blijft. Ontdooi me,
tooi me met een hoed van bloemen
en lange stengels in m’n lijf.

 

Endymion

je komt in al mijn dromen om
wat bij te praten, in mijn tuin te zwijgen,
ruggespraak te houden over een feest
dat je tezijnertijd zult geven

wat ik destijds verzweeg, vertel ik je:
blij dat je er bent, ik regel alle
dag en geef je heel mijn schijn
van licht in wisselende vorm;
donker slibt achter ons dicht

maar lang al voor de zon opkomt,
word je doorschijnend, blauw als ijs, verdwijnt
het beeld perfect als jou vermomd
je komt in al mijn dromen om

 

Tuin met uitzicht

Ik heb mij hoger gesetteld
dan doorgaans, ben stapel op wolken
lucht en zo meer. Nee, nee ik kijk

niet op u neer, heb nog te veel
weet van gemodder, moeizaam
gewroet daarbeneden. Maar ik

hecht nu eenmaal sterk aan
het weidse, een buigzame wuivende
blik op het leven, wil een lusthof zijn

voor wie mij betreden en een dak
voor degenen die bijna als mollen
onder mijn wortels schuilen

voor het extreme. Hierboven en
tussen de huizen ontvang ik blijmoedig

eenieder met uitzicht, een zetel om
genietend te zitten te kijken te lezen.

 

Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

Sneeuwstorm notities

Ik geef niet de pauken de schuld – ze hebben honger.
En de snaredrums – ik weet wat ze willen – die zijn ook leeg.
En de dreunende basdrums – die hebben het meeste honger van allemaal…
De huilende speren van het noordwesten verstommen.
De wiegeliedjes van het zuidwesten krijgen een kans, een moederlied.
Een wiegemaan komt tevoorschijn uit een gescheurd gat in de voddenhemel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Carl Sandburg (6 januari 1878 – 22 juli 1967)
Portret door William Arthur Smith, 1961

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari ook mijn blog van 6 januari 2021 en ook mijn blog van 6 januari 2019 deel 2 en eveneens deel 3.

Joris van Casteren, Forough Farokhzad

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren werd geboren in Rotterdam op 5 januari 1976. Zie ook alle tags voor Joris van Casteren op dit blog.

Uit: De mensheid zal nog van mij horen

“Eva Koning ligt in de bosjes. Tegenover de apotheek aan de Bilderdijkstraat in Amsterdam. Het is droog, niemand kan haar zien. Haar dagboek heeft ze bij zich, zoals altijd. Dinsdag 3 september 1996, kwart voor twaalf ’s avonds. Met ballpoint noteert ze dat het nog niet rustig is op straat. `Veel fietsers en voetgangers? Ze schrikt van een passerende politiewagen. Eva Koning heeft een prettig handschrift. Meisjesachtig, de letters bol en rond. Regelmatig vind ik verdroogde plukjes shag tussen haar bladzijden. Soms ook een blaadje, grasspriet of geplet insect.
Gisternacht heeft ze een voorverkenning gedaan. Met hond Banjer, die ditmaal thuis is gebleven. Vermoedelijk slaapt hij. Net als Henk, haar man, die op een kantoor werkt en vroeg op moet. Hij weet niets van haar nachtelijke escapades. Ze constateerde gisteren dat de apotheek geen rolluik heeft. ‘Met een glassnijder en een brok steen moet het lukken! Inmiddels is het halfdrie en veel rustiger, ze komt in beweging. De volgende dag is het dagboek in beslag genomen, ze schrijft met potlood op een stukje papier dat later is ingeplakt. Ze bevindt zich in een psychiatrisch centrum. ‘Het plan is mislukt, de glassnijder was bot? Met de steen ramde ze op het raam. Omwonenden hoorden het en belden de politie.
Moeder Marleen is teleurgesteld, dat viel te verwachten. Het is niet haar echte moeder. Haar echte moeder bestaat wat Eva Koning betreft niet meer. Marleen Spaargaren is een fictief personage uit de boeken van Jan Mens, ooit de best verkopende schrijver van Nederland. In haar jeugd begon Eva Koning de Kleine Waarheid-trilogie van Jan Mens te lezen. Op de boerderij in Hoofddorp, waar haar drankzuchtige vader en sadistische broer Rolf tekeergingen terwijl haar moeder, Helleveeg noemt ze haar, goedkeurend toekeek. Helleveeg deed zelf geregeld ook een duit in het zakje. Door haar af te ranselen met de pollepel. Door de deur dicht te gooien als haar vingers ertussen zaten. ‘Daar word je hard van; riep ze dan.”

 

Joris van Casteren (Rotterdam, 5 januari 1976)

 

De Iraanse dichteres Forough Farokhzad werd geboren op 5 januari 1935 in Teheran. Zie ook alle tags voor Forough Farokhzad op dit blog.

 

DE VOGEL WAS ALLEEN MAAR EEN VOGEL

de vogel zei:
‘wat een geur, wat een zon, o,
de lente is gekomen
en ik ga op zoek naar mijn maat’

de vogel vloog net als op afroep
van de veranda weg

de vogel was klein
de vogel dacht aan niets
de vogel las geen kranten
de vogel had geen schulden
de vogel kende de mensen niet

de vogel vloog
in de lucht
boven de stoplichten
in de hoogte van onwetendheid
en ervoer krankzinnig
de blauwe momenten

de vogel was, ach, alleen maar een vogel

 

Vertaald door Iris Amir Afrassiab

 

Forough Farokhzad (5 januari 1935 – 13 februari 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 5e januari ook mijn blog van 5 januari 2024 en ook mijn blog van 5 januari 2021 en ook mijn blog van 5 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

The Masque of the Magi (James Elroy Flecker), Andreas Altmann

 

 

De aanbidding der koningen door Hendrick De Clerck, ca. 1610

 

The Masque of the Magi

Three Kings have come to Bethlehem
With a trailing star in front of them.
MARY
What would you in this little place,
You three bright kings?
KINGS
Mother, we tracked the trailing star
Which brought us here from lands afar,
And we would look on his dear face
Round whom the Seraphs fold their wings.
MARY
But who are you, bright kings?
CASPAR
Caspar am I: the rocky North
From storm and silence drave me forth
Down to the blue and tideless sea.
I do not fear the tinkling sword,
For I am a great battle-lord,
And love the horns of chivalry.
And I have brought thee splendid gold,
The strong man’s joy, refined and cold.
All hail, thou Prince of Galilee!
BALTHAZAR
I am Balthazar, Lord of Ind,
Where blows a soft and scented wind
From Taprobane towards Cathay.
My children, who are tall and wise,
Stand by a tree with shutten eyes
And seem to meditate or pray.
And these red drops of frankincense
Betoken man’s intelligence.
Hail, Lord of Wisdom, Prince of Day!
MELCHIOR
I am the dark man, Melchior,
And I shall live but little more
Since I am old and feebly move.
My kingdom is a burnt-up land
Half buried by the drifting sand,
So hot Apollo shines above.
What could I bring but simple myrrh
White blossom of the cordial fire?
Hail, Prince of Souls, and Lord of Love!
CHORUS OF ANGELS
O Prince of souls and Lord of Love,
O’er thee the purple-breasted dove
Shall watch with open silver wings,
Thou King of Kings.
Suaviole o flos Virginum,
Apparuit Rex Gentium.

“Who art thou, little King of Kings?”
His wondering mother sings.

 

James Elroy Flecker (5 november 1884 – 3 januari 1915)
De St Stephen church in Lewisham, de geboorteplaats van James Elroy Flecker

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009.

 

eiland hoofd

betraliede bunkerwanden liggen op de kop
van het eiland geworpen, de zee kabbelt zachtjes voort
vergane handen hebben enkele veren
aan vinger sterke draden gebonden in de steen

na de zomer zullen ze vliegen
hier zie je delen van de wortels van onderaf
zonder te sterven, steil schilfert de kust af
een roestige klok steekt uit het zand

zij is nat, voor haar vergaat deze tijd later
heb ik de zwaan voor de veren gevonden
zijn kop ontbrak, alleen op zijn lichaam
viel het beeld van zijn schaduw te veranderen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e januari ook mijn blog van 4 januari 2019 en ook mijn blog van 4 januari 2017 en mijn blog van 4 januari 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Peter Ghyssaert, Hasso Krull

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Landschap van Rameau

Honderd broze botjes breekt de kip
in haar lijf. Kleine pijpen die
als takjes van de ruggegraat afhangen,
en de pijn wordt in een laag van gulden
vet gesmoord. Buiten het pluimvee om
gaan nu ook decors barsten. Krakend
vergaat een wereld van azuur en gips.
Het klavecimbel in de maneglans
zakt ten leste door zijn poten heen
van nachtschade. Wie speelt hoort met de laatste
toonladders, een rad van trillers aan
de pennen, één voor één de botten
gulzig knappen in zijn lichaam.

 

Monster

Moeizaam maalt hij uit de schoot,
het hevig, bloedgeblakerd kind,
zonder genade, zonder stilte voor
het wit dat hem omringt.

Alle andere kinderen en
zijn eigen ouders moeten dood,
en zijn gaven moeten glanzend tot
volmaaktheid uitvergroot.

Monster dat uit zijn omgeving alle
woede in zijn pantser rooft,
dat het liefst de schamel toe-
gedekte mensheid had gedoofd.

In het licht ontstaat een schub,
door geen verpleegster afgedroogd
en per minuut groeit het gezonde kwaad
en wordt zijn status opgehoogd.

 

Vierwoudstedenmeer

Blauw besteeg vanuit het meer
de bergen; sneeuw lag in een verre kreuk
in foetushouding opgerold.
Druppels verhuisden daar druppels
in hoog tempo. Je wist het zo intens
dat het te horen was.

Wat wij vanavond ook nog moesten zien
kwam voor de voet gedreven: lichtzeil
van boulevards, essentie
van een stad.

Hemel en aarde vielen in het water
zonder veel omhaal en wij
vermagerden daarbij tot twee gezichten,
hevig kijkend.

 

Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?
Zo sprak het jongetje tegen Freud.
Maar die was al ingedut. Een kaars
in de hand, het hoofd op de borst gezonken, zo
 
zat hij te knikkebollen en droomde: hij was nog maar
een klein jongetje, liep langs de stoeprand,
de zon scheen fel, en van boven kwam een
adelaar naar beneden en pikte hem de ogen uit.
 
Hoe moet ik zonder ogen
nu dromen krijgen, dacht Freud, hoe
moet ik op de stoep blijven? Bij
deze gedachte wordt Freud wakker.
 
Een jongetje, met dodenwakekaars in de hand,
buigt zich over hem heen en zegt:
Er was eens een man, die nog nooit
één enkele droom had gekregen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.