Stefan Brijs, Norbert Hummelt

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: Het geduld van de bloemen

“Kort nadat mijn vrouw en ik begin april 2014 in ons huis waren getrokken, probeerde een paartje boerenzwaluwen een nest te bouwen op het terras. Hun pogingen mislukten
echter keer op keer doordat de modder niet bleef plakken aan de houten balken van het dak. Inderhaast hing ik een kunstnest op dat ik uit België had meegenomen en al binnen
een dag begon het paartje de binnenkant ervan met strootjes en veertjes te bekleden. Een week later had het vrouwtje haar eerste ei gelegd. In mijn verbeelding hoorde ik haar een zucht van verlichting slaken.
In de volgende jaren kwam er een tweede en een derde paartje bij, hun – soms zelfgemaakte – nesten keurig verspreid over de breedte van het terras, één aan de linkerkant, één in het midden en één aan de rechterkant, telkens een meter of drie ertussen. De paartjes keerden jaar na jaar terug (met 14 februari als vroegste datum) of werden na wat schermutselingen door een ander paartje afgelost. De nesten telden telkens twee legsels met vier tot vijf jongen. Cijfers heb ik nooit bijgehouden, maar alles bij elkaar moeten hier in acht jaar meer dan honderd jongen zijn geboren en uitgevlogen. En als dank weerklonk de hele lente en zomer vrolijk gekwetter op het terras.
Toen mijn moeder in januari 2021 ernstig ziek werd, was ik voor het eerst een langere periode onafgebroken in België. Het huis bleef ruim een maand leeg achter, het terras was al die tijd verlaten. Twee paartjes boerenzwaluwen waren al teruggekeerd voor ik half april vertrok, het derde nest was een jaar eerder leeg gebleven. Ik hoopte bij mijn terugkeer een nieuw paartje te mogen verwelkomen.
Mijn moeder stierf op 7 mei 2021. Ze zwaaide nog een laatste keer naar ons en vertrok voorgoed. In de dagen tussen haar dood en haar crematie maakte ik lange wandelingen in natuurreservaat De Maten in Genk, aan de rand waarvan ik enkele jaren gewoond heb. Een zwarte specht toonde me van dichtbij haar rouwkleed. Een roerdomp liet zijn weemoedigste roep horen. Vanaf een duin staarde ik naar het water van een ven dat de hemel weerspiegelde.”

 

Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren op 30 december 1962 in Neuss. Zie ook alle tags voor Norbert Hummlt top dit blog en ook mijn blog van 24 juni 2009.

 

interlokaal gesprek

op deze dag was het stil in berlijn jij was al
enkele uren geleden uit het huis vertrokken ik
voelde me enigszins ontspoord en had verhoging
en een tijdje met de benen omhoog liggen ik hield
de hoorn vast en kreeg verbinding en hoorde in het
haperen van de tijd de klokken luiden verderop in
het westen luid en duidelijk alsof ze naast me hingen.
ik zakte langzaam in elkaar en dacht ik ruik de rijn
weer en hoorde het water om me heen klotsen en wou
nog niet geboren zijn en wat van de andere kant
kwam klonk als gedempte radiostemmen
achter een groot en donker membraam .. ik hield
de hoorn vast en liet niets merken en hoorde
hoe jij met de sleutel kwam en slikte nog iets
en wil niet sterven toen was de opwinding
weer voorbij het was een vrije dag begin oktober
aan het gesprek waren geen kosten verbonden.

 

Vertaald door Jan Baeke

 

Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e december ook mijn blog van 29 december 2018.

Burkhard Spinnen, Alexander Gumz

De Duitse schrijver Burkhard Spinnen werd geboren op 28 december 1956 in Mönchengladbach. Zie ook alle tags voor Burkhard Spinnen op dit blog.

Uit: Vorkriegsleben

„Montag, 14. Februar 2022. Die Mutter sitzt in ihrem Sessel, den Rücken zum Fens-ter. Sie trägt keine Maske, und sie wird keine aufsetzen; die Pandemie hat sie von Anfang an nicht verstanden. Seine eigene Maske hat Morjan schon abgenommen. Ein Besuch damit ist völlig undenkbar. Jetzt muss er es sagen, und er tut es: »Hallo, Mama!« Der Text könnte kaum simpler sein, aber er muss den richtigen Ton treffen. Es muss klingen, als käme er gerade von der Schule nach Hause. Ein freundlicher Gruß, aber eigentlich die Aufforderung, heiter zu sein, von Sorgen nicht zu reden und nicht danach zu fragen. »Hallo«, antwortet die Mutter. Es fehlt der Name. Kein Richard, das ist ein schlechtes Zeichen. Womöglich hält sie ihn heute wieder für ihren Vater oder ihren Ehemann oder ihren Bruder, alle tot seit vielen Jahren. Morjan setzt sich ihr gegenüber. Zwischen ihnen steht der runde Tisch, der noch aus dem Elternhaus stammt. Soffy legt sich darunter, den Blick zur Tür gerichtet. Sie meidet die Mutter; vielleicht weiß sie auf ihre Art, dass etwas mit der alten Frau nicht stimmt. Die Mutter ihrerseits nimmt niemals Notiz von der Hündin. Sie meidet Themen, in denen sie sich nicht auskennt, und die gibt es wahrlich zur Genüge. Morjan trägt Anzug mit Hemd und Krawatte, weil er gleich noch einen offiziellen Termin hat. Jeans, kariertes Hemd und Parka wie damals zu Schulzeiten wären besser. Manchmal helfen sie der Mutter, ihn als den zu erkennen, der er ist: ihr einziges Kind. Doch wichtiger ist sein Gesichtsausdruck. Der muss unbedingt
zum Tonfall der Begrüßung passen: ein unironisches, entspanntes Lächeln. Die Mutter missversteht die ganze Welt, aber Gesichter kann sie noch lesen, natürlich nur ohne Maske. Morjan beherrscht dieses Lächeln, aber es fühlt sich falsch an. »Ach«, sagt die Mutter. »Gut, dass du kommst« Das sagt sie immer. Was dahintersteckt, hört Morjan an der Melodie. Sie kann es sagen, als käme jemand, von dem sie einen guten Rat erhofft. Heute sagt sie es so, als hätte man sie in der Wildnis ausgesetzt. »Was gibt es denn?«, sagt Morjan durch sein Lächeln hindurch. »Die«, sagt die Mutter. Aber schon ist da eine Lücke. Man hat ihr etwas angetan, aber sie weiß nicht mehr, wer das war. »Die haben mich —« Weiter kommt sie nicht. Sie hat die Täter vergessen und die Tat Aber dass man sie verletzt oder missachtet oder beleidigt hat, das weiß sie, und davon wird sie sich nicht abbringen lassen, erst recht nicht durch Sätze wie den, etwas könne nicht schlimm sein, wenn man es so schnell vergessen habe.“

 

Burkhard Spinnen (Mönchengladbach, 28 december 1956)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

ozon in de avond

ik vind het fijn dat we ’s avonds lichter worden,
met onze groene handschoenen het weer trotseren.

ik hou van het friendly fire van de radiostations,
de hobby’s van keepers uit de regionale competitie.

wie geen tuin heeft, moet door het platteland kruipen,
de horizon verkleinen, vogelgeluiden

met ballen bekogelen. natuurlijk, het gezelschap
van bierblikjes is niet half zo fijn als vroeger.

toen elke dag zaterdag heette, telden doelpunten
dubbel. ik vind het geweldig als spitsen

de regen in stappen, hun positie uitschakelen
(de voorzetten van de dropshots). geen score

bereikt hen meer. In de schemering
sist er niets anders om onze oren dan ozon.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2018 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.

Marc-Édouard Nabe, Alexander Gumz

De Franse dichter, schrijver, schilder en musicus Marc-Édouard Nabe (eig. Alain Zannini) werd geboren in Marseille op 27 december 1958. Zie ook alle tags voor Marc-Edouard Nabe op dit blog.

Uit: L’âge du Christ

“J’ai trente-trois ans. Tous les hommes meurent à trente-trois ans, tous les hommes de trente-trois ans ressuscitent. D’abord la mort. Qu’est-ce qui est mort en moi ? Tant de choses… Il faut bien accepter que les choses meurent en vous à votre place, sinon c’est le colt sur la tempe. La multiplication des petits suicides, ça me connaît. J’en aurai tué des Moi haïssables, et même des Moi adorables ! A cet âge, je n’ai plus que trois obsessions : l’art, l’amour et la religion, dans le désordre. Il y a toujours quelque chose de vrai dans ce qu’on me reproche. Ça ne m’aide pas à mieux me connaître, ça m’aide à ne plus avoir envie de me connaître. Je gâche ce que je veux, je me suicide quand je veux, à chaque livre je me suicide. Il est trop tôt pour réfléchir. J’ai envie de foncer. Michel-Ange, en sculptant, disait : “Je hais ce marbre qui me sépare de ma statue.” D’après ce que je crois comprendre, si j’étais moins exalté, méprisant, malin, fanfaron, religieux, froid, excessif, organisé, injuste, ma littérature serait acceptable. Ça me dégoute, les gens qui se recherchent eux-mêmes. Il n’y a rien à trouver au bout de soi-même. J’aimerais bien m’intéresser à moi, mais je me tombe des mains. Souvent, je m’imagine sous la forme d’un instrument de musique : un saxophone, un trombone. Quand je mourrai, on me remettra dans ma boîte, dans mon étui. Au départ, on nous offre une mélodie, il faut l’harmoniser. Ça sonne ou ça ne sonne pas. Autour de moi, je ne rencontre que des êtres en chantier ou en ruine. Je ne vois pas l’intérêt de passer ma vie à me demander pourquoi c’est moi qui la vis. Je ne suis pas le premier homme à avoir trente-trois ans, mais j’ai le droit d’être effaré de constater que la plupart des trentenaires passent de trente-deux à trente-trois ans sans se poser de questions. Ils franchissent le cap à la légère. Ils ne ressentent pas combien ce chiffre fatidique, à la fois christique (33) et diabolique (2*33=66), desquame l’homme de sa jeunesse comme un serpent se débarrasse de sa vieille peau.”

 

Marc-Édouard Nabe (Marseille, 27 december 1958)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

Schaduwwerper

de troebele dichtheid van een glazen wand, voor het stadscentrum
geplaatst. aan zeven heuvels

hangen camera’s volgen de stand van de zon.
ze willen weten wat voor hen

brug genoemd wordt hoeveel ze voor de autoriteiten
moeten verzwijgen.

op de rivieroever verdringen zich geluidsinstallaties,
eenvoudige relais: aan of uit.

sociale woningbouwpaleisjes staan op de weide, hun daken
rood, dan bruin. natuurlijk.

zou de zuurstof erover kunnen waken,
zouden de draagbare radio’s eens even

hun bek houden, de geboorteplaatsen van de helden
niet langer naast de snelweg gebouwd worden.

zoiets moeten constructeurs toch weten! ook ratten ruiken
waar ze het goedkoopste voedsel kunnen vinden.

ze strekken hun snuiten uit, krabben met hun klauwen,
en rennen steeds weer tegen deze glazen wand aan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e december ook mijn blog van 27 december 2018 en ook mijn blog van 27 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Christmas Tree (James Merrill), Rainer Maria Rilke

 

 

Kinderen bij de kerstboom door Leopold Graf von Kalckreuth, ca. 1912

 

Christmas Tree

To be
Brought down at last
From the cold sighing mountain
Where I and the others
Had been fed, looked after, kept still,
Meant, I knew—of course I knew—
That it would be only a matter of weeks,
That there was nothing more to do.
Warmly they took me in, made much of me,
The point from the start was to keep my spirits up.
I could assent to that. For honestly,
It did help to be wound in jewels, to send
Their colors flashing forth from vents in the deep
Fragrant sables that cloaked me head to foot.
Over me then they wove a spell of shining—
Purple and silver chains, eavesdropping tinsel,
Amulets, milagros: software of silver,
A heart, a little girl, a Model T,
Two staring eyes. Then angles, trumpets, BUD and BEA
(The children’s names) in clownlike capitals,
Somewhere a music box whose tiny song
Played and replayed I ended before long
By loving. And in shadow behind me, a primitive IV
To keep the show going. Yes, yes, what lay ahead
Was clear: the stripping, the cold street, my chemicals
Plowed back into the Earth for lives to come—
No doubt a blessing, a harvest, but one that doesn’t bear,
Now or ever, dwelling upon. To have grown so thin.
Needles and bone. The little boy’s hands meeting
About my spine. The mother’s voice: Holding up wonderfully!
No dread. No bitterness. The end beginning. Today’s
Dusk room aglow
For the last time
With candlelight.
Faces love-lit
Gifts underfoot.
Still to be so poised, so
Receptive. Still to recall, praise.

 

James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 
Kerstmis in New York, de geboorteplaats van James Merrill

 

Onafhankelijk van geboortedata

Kerstmis

Ja, Kerstmis is de stilste dag van ’t jaar.
Dan hoor je alle harten vurig slaan
als klokken die de avond doen verstaan
dat Kerstmis is de stilste dag van ’t jaar.

Dan worden alle kinderogen groot,
alsof de dingen groeiden die ze zien,
en moederlijker worden alle vrouwen
en alle kinderogen worden groot.

Dan moet je buiten in het wijde land,
wil je de kerstnacht zien, de onbezeerde,
alsof je zinnen nooit de stad begeerden,
zo moet je buiten in het wijde land.

Daar schemert menig hemel boven jou
die op de verre witte bossen staat.
Onder de schoen de weg die groeien gaat
waar menig hemel schemert boven jou.

En in de grote luchten staat een ster
die opbloeit als een felle gentiaan.
De verten rollen als een golfslag aan
en in de grote luchten staat een ster.

 

Vertaald door Piet Thomas

 

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Kerstmis in Praag, de geboorteplaats van Rainer Maria Rilke

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn blog van 26 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Wird Christus tausendmal in Bethlehem geboren (Angelus Silesius)

 

 

De geboorte van jezus Christus door Carl Bloch, 1867

 

Wird Christus tausendmal in Bethlehem geboren

Wird Christus tausendmal in Bethlehem geboren
und nicht in dir, du bleibst noch ewiglich verloren.

Gott schleußt sich unerhört in Kindes Kleinheit ein:
Ach möchte ich doch ein Kind in diesem Kinde sein.

Ach könnte nur dein Herz zu einer Krippe werden,
Gott würde noch einmal ein Kind auf dieser Erden.

Merk, in der stillen Nacht wird Gott, ein Kind, geboren,
und wiederum ersetzt, was Adam hat verloren.

Ist deine Seele still und dem Geschöpfe Nacht,
so wird Gott in dir Mensch und alles wiederbracht.

Hier liegt das werte Kind, der Jungfrau erste Blum,
der Engel Freud und Lust, der Menschen Preis und Ruhm.

Soll er dein Heiland sein und dich zu Gott erheben,
so musst du nicht sehr weit von seiner Krippe leben.

Der Himmel senkte sich, er kommt und wird zur Erden;
wann steigt die Erd empor und wird zum Himmel werden?

 

Angelus Silesius (25 december 1624 – 9 juli 1677)
Breslau, de geboorteplaats van Angelus Silesius

 

Zie voor nog meer gedichten over Kerstmis ook alle tags voor Kerstmis op dit blog.  

Robert Bly

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Bly werd geboren op 23 december 1926 in Madison, Minnesota. Zie ook alle tags voor Robert Bly op dit blog.

 

THE LIFE OF WEEDS

The cry of those being eaten by America,
Others pale and soft being stored for later eating

And Jefferson
Who saw hope in new oats

The wild houses go on
With long hair growing from between their tots
The feet at night get up
And run down the long white roads by themselves

Dams reverse themselves and want to go stand alone in the desert

Ministers who dive headfirst into the earth
The pale flesh
Spreading guiltily into new literatures

This is why these poems are so sad
The long dead running over the fields

The mass sinking down
The light in children’s faces fading at six or seven
The world will soon break up into small colonies of the saved

 

ISEULT AND THE BADGER

The ink we use to write seeps in through our fingers.
What we call reason is the way the parasite
Learns to live in the saint’s intestinal tract.

Even the finest reason still contains the darkness
From feathers packed together; General Patton
Was a salmon who grew large in the Etruscan pool.

Poetry, being language, is woven from animal hair.
The badgers and the thrushes soak up the stain of separation,
Just as lanolin makes the shearer’s hands soft.

The old thinkers of quiddity remind us
Of the fear the hogs feel hanging by their hind legs;
For we know our throats are open to the unfaithful.

Iseult said, “I was climbing on the sounds of my lover’s
Name toward God! Then a badger ran past.
When I said, ‘Oh badger,’ I fell to earth.”

Perhaps if we used no words at all in poems
We could continue to climb, but things seep in.
We are porous to the piled leaves on the ground.

 

The Fat Old Couple Whirling Around

The drum says that the night we die will be a long night.
It says the children have time to play. Tell the grownups
They can pull the curtains around the bed tonight.

The old man wants to know how the war ended.
The young girl wants her breasts to cause the sun to rise.
The thinker wants to keep misunderstanding alive.

It’s all right if the earthly monk is buried near the altar.
It’s all right if the singer fails to turn up for her concert.
It’s good if the fat old couple keeps whirling around.

Let the parents sing over the cradle every night.
Let the pelicans go on living in their stickly nests.
Let the duck go on loving the mud around her feet.

It’s all right if the ant always remembers his way home.
It’s all right if Bach keeps reaching for the same note.
It’s all right if we knock the ladder away from the house.

Even if you are a puritan it would be all right
If you join the lovers in their ruined house tonight.
It’s good if you become a soul and then disappear.

 

Verbaasd over een opeenhoping van sneeuw

Ik had alleen in mijn verduisterde huis lopen zingen
over een man die erin toestemt te lijden.
De deur ging open, ik was verbaasd dat de lucht dik was;
het paard had zijn romp naar het noorden gekeerd.
Sneeuw glijdt langs de valleien van zijn rug.
Het witte dak stond kalm tussen de zwarte bomen.

Het is schokkend dat de sneeuw op de hele boerderij viel
terwijl de zanger alleen en op zichzelf in zijn woning bleef.
Net alsof de Afrikaanse reiger, gesneden uit een buffelhoorn,
plotseling zijn bek open zou doen en zou roepen,
of een klok onder glas die op zou stijgen en slaan.
De hoef van het paard schraapt een zeeschelp tevoorschijn
en de boer vindt een Indiaanse steen met een gat dwars er doorheen.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Robert Bly (23 december 1926 – 21 november 2021)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e december ook mijn blog van 23 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Astrid Lampe, Kenneth Rexroth

De Nederlandse dichteres en schrijfster Astrid Lampe werd geboren in Tilburg op 22 december 1955. Zie ook alle tags voor Astrid Lampe op dit blog.

 

Inktslag zwart

de anderpoot sleept hij
zwaar van de laars
– de nog éne –
want incompleet het paar

het zou de geweldenaar niet zijn
als hij – bol, bliksem aan bast –
zijn kans niet wachtte

splijt
schors met leer
het priemen van de hak zonder
gezicht
inktslag zwart
tot pek het tere binnen
zo kurkbestoft het binnen
van de boom

in een nacht

treur niet mijn meisje
– de botterik –
hij heeft zijn zweetschans
aan de wilg gehangen
die kwijnt
mét de kruin
wie zou niet treuren
de arme lede,
lam
zo moe ook daar nog bij

moe van jaren

korst, vuil,
bloed
traag als pek
spoedt weg uit mij
maak

de kruin weer vrij opdat
ik treure
en hete tranen laat
een geiser gelijk

dit
drek –
wie kon bevroeden
de ingehouden adem erachter

korst en bloed
spoedt weg van mij
opdat ik kijke en
– leze de les –
mijns gelijk

 

agressors die melkpoeder doneren

internetbruiden die zweren bij melkpoeder trilplaatfitness
en de verholen agressie van een natuur die op de drempel van bed naar bad
piketpaaltjes plaatst

het containerschip strandt

de menselijke waarden bereiken ons niet

niet eerder dan dat
het bad ezelinnenmelk met een boel tamtam leegloopt
een ik met een enkelband
de haven ontmijnt

 

Astrid Lampe (Tilburg, 22 december 1955)

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

Lucht en Engelen: Alleen deze Nacht

Maanlicht nu op Malibu
De winternacht, de paar sterren
Ver weg, miljoenen kilometers
De zee die eindeloos doorgaat
Voor altijd rond de aarde
Ver zo ver, als je lippen dichtbij zijn
Gevuld met hetzelfde licht als jouw ogen
Liefje, liefje, liefje
De toekomst is allang voorbij
En het verleden zal nooit gebeuren
We hebben alleen deze
Onze ene voor altijd
Zo klein, zo oneindig
Zo vluchtig, zo immens
Onsterfelijk als onze handen die elkaar aanraken
Onsterfelijk als de wijn die we drinken bij het vuur
Almachtig als deze ene kus
Die geen begin heeft
Die nooit
Nooit
Eindigt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e december ook mijn blog van 22 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Das Weihnachtsbäumlein (Christian Morgenstern), Ted van Lieshout

 

 

Kerstboom met kaarsjes door Rudolf Bernhard Willman, 1905

 

Das Weihnachtsbäumlein

Es war einmal ein Tännelein
mit braunen Kuchenherzlein
und Glitzergold und Äpflein fein
und vielen bunten Kerzlein:
Das war am Weihnachtsfest so grün
als fing es eben an zu blühn.

Doch nach nicht gar zu langer Zeit,
da stands im Garten unten,
und seine ganze Herrlichkeit
war, ach, dahingeschwunden.
Die grünen Nadeln war’n verdorrt,
die Herzlein und die Kerzlein fort.

Bis eines Tags der Gärtner kam,
den fror zu Haus im Dunkeln,
und es in seinen Ofen nahm –
Hei! Tat`s da sprühn und funkeln!
Und flammte jubelnd himmelwärts
in hundert Flämmlein an Gottes Herz.

 

Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)
Adventstijd in München, de geboorteplaats van Christian Morgenstern

 

De Nederlandse dichter en schrijver Ted van Lieshout werd geboren op 21 december 1955 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Ted van Lieshout op dit blog.

 

Papegaaivis

Waarorn ben jij zo
blauw, zo blauwer
nog dan de zee?

Er is geen spiegel
waarin je jezelf
kunt bewonderen,

dus wat heeft het
mooiste blauw
voor zin? Alleen

aan die andere vis
zie je hoe blauw je
zelf eigenlijk bent.

Is dat verliefd?
zien aan een ander
hoe mooi je bent

 

Vier minuten

Een vlinder spartelde tegen het raam, zocht door
de ruit een weg naar buiten. Ik vouwde mijn handen
voorzichtig om hem heen en ving wat niet te vangen

leek. Ik liep naar de tuin en deed mijn handen open
van ga! Hij bleef zitten op mijn vinger, klapte zijn
vleugels open en weer dicht, open en dicht en tijd

ging voorbij. Kostbare tijd in een vlinderleven. Na
vier minuten zei ik zacht: moet jij niet eens gaan?
Toen vloog de vlinder de lucht in en verdween.

In het grote boek der levende natuur heb ik gezocht
wat voor zeldzame vlinder het was. Een dagpauwoog.
Die komen veel voor, behalve de Dagpauwoogopmijnhand.

Dat is een van de allerzeldzaamste soorten op aarde.
In het korte leven van één ervan ben ik even,
nee, lang, heel lang een veilig huis geweest.

 

Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e december ook mijn blog van 21 september 2018 en ook mijn blog van 21 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Hans van Willigenburg, Friederike Mayröcker

De Nederlandse dichter, schrijver en journalist Hans van Willigenburg werd geboren in Utrecht op 20 december 1963. Zie ook alle tags voor Hans van Willigenburg op dit blog.

 

Dissident

Wat ik tot dusver heb gedaan met mijn leven is weinig,
ik heb het niet op straat gegooid,
niet geslagen,
niet geaaid,
niet één keer nauwkeurig bekeken.

Ik houd mijn handen thuis en sluit bij voorkeur mijn ogen.

Wat ik tot dusver heb gedaan met mijn leven is weinig,
nee schudden,
zuchten,
steunen,
uitblazen van niets,
daar ben ik grotendeels mee bezig geweest.

Ik behoor bij uitstek tot de mensensoort
die men oproept te ontwaken,
ter verbetering van het één of ander.

Met het leven weinig doen
is iets waarvan ik merk dat anderen dan ik
zich er ongemakkelijk bij voelen.

Aangezien ik niet van plan ben me ongemakkelijk te gaan voelen
ga ik gewoon door
met het leven weinig te doen.

Ik zeg: laat het maar een opdracht voor die anderen zijn
hun gevoelens van ongemak te leren beheersen
terwijl ik mijn leven alweer niet oppak
hangend in een stoel volle dagen
naar iets staar
waarvan ik niets verlang

het minste een droom of idee waaraan ik zou kunnen werken.

 

Kent u dat?

Kent u dat?
Een soortgelijk gevoel?

Niet begrijpen volwassen te zijn
op de snelweg in een auto te zitten
in nette kleren
achter het stuur
met een – voor zover bekend – naadloos kloppend hart
en het plotselinge verlangen het stuur om te gooien
een eerstvolgende afslag te nemen
om het even naar welke negorij?

Vervolgens de luxe te proeven
de tijd te hebben het stuur daadwerkelijk om te gooien
en in een vreemde omgeving met bekende attributen
– Shell station, verkeersborden, Albert Heijn, zebra’s – 
terecht te komen
alles op te nemen
ieder detail
niet te weten waarom
slechts het vermoeden iets belangrijks te doen?

En daarna
– weer terug op de snelweg –
niet weten trots of misplaatste trots te voelen
de negorij tegen alle statistieken in
en zonder aanwijsbare reden
bezocht te hebben?

Kent u dat?
Een soortgelijk gevoel?

 

Hans van Willigenburg (Utrecht, 20 december 1963)

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Friederike Mayröcker werd op 20 december 1924 in Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Friederike Mayröcker op dit blog.

 

van ’t omarmen van een aloë-, een laurierboompje in de behandelkamer van mijn fysiotherapeute

ik kan op geen plaats i bloem ik bedoel ik kan geen bloem zien in
m’n tuin in m’n huis, ook de ogen van m’n ziel die als bloemen
zijn bloeiden op geen plek op de grassen van verleden zomer
hebben gewaaid en ik heb ze aangeraakt en heb ze geplukt en
ze hebben me aangestaard en ik heb ze aangestaard en de maan
heeft de hl. grassen naar zich toegehaald en de maan heeft de golven
van de zee naar zich toegehaald namelijk aan zijn borst en de golven
van de zee hebben mijn voeten overspoeld en de golven van de zee
hebben het aloë- en laurierboompje aangehaald en de tranen
van de maan hebben mij beweend en mij in de diepe slaap / de
doodsslaap, en als i lieve tijger overvalt mij de slaap geheimzinnig
namelijk iriserend en vreemd, en de mistflard van kalmoesgeur
aan de voetjes van de onooglijk kleine bloempjes / iets van de geur
van een fijngewreven notelaarsblad

 

Vertaald door Ton Naaijkens

 

Friederike Mayröcker (20 december 1924 – 4 juni 2021)

 

Zie voor de schrijvers van de 20e december ook mijn blog van 20 december 2024 en ook mijn blog van 20 december 2021 en ook mijn blog van 20 december 2018 en ook mijn blog van 20 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Paolo Giordano, Alexander Gumz

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: Tasmanië (Vertaald door Manon Smits)

“In die tijd ging mijn kleine persoonlijke catastrofe me veel meer aan het hart dan de planetaire, dan de ophoping van broeikasgassen in de atmosfeer, de terugtrekking van de gletsjers en de stijging van de oceanen. Het was vooral om er even tussenuit te kunnen dat ik aan de Corriere della Sera vroeg of ze een accreditatie voor me wilden aanvragen bij de klimaatconferentie in Parijs, ook al was de inschrijftermijn al verstreken. Ik moest dan ook echt bij ze smeken, alsof dit iets was wat ik absoluut niet mocht missen. Ze hoefden alleen maar te betalen voor de vlucht en de artikelen die ik zou schrijven. Een slaapplaats zou ik wel regelen bij een vriend.
Giulio woonde in een donker tweekamerappartement in het veertiende, de Rue de la Gaîté. De Straat van de Vrolijkheid? zei ik toen ik binnenkwam. Niet echt toepasselijk.
Nee, inderdaad. Ik zou me maar niet te veel illusies maken als ik jou was.
Jaren eerder hadden we in Turijn een flat gedeeld, Giulio als student van buiten de stad, ik als rijkeluiszoon die graag op kamers wilde ook al was de uni maar een halfuur met de bus vanaf mijn ouders. In tegenstelling tot mij was Giulio na zijn afstuderen wel in de natuurkunde bezig gebleven. Hij had in talloze steden gewerkt, uitsluitend in Europa omdat hij politiek gezien een onoverkomelijke weerstand koesterde jegens de Verenigde Staten. Intussen was hij getrouwd en gescheiden, had een zoontje gekregen en was ten slotte in Frankrijk neergestreken, met een onderzoeksbeurs aan de École Polytechnique, waar hij zich bezighield met chaostheorieën toegepast op de financiële wereld.
We schepten allebei een bord pasta vol alsof we twintigers waren en aten aan een ongedekte tafel, terwijl ik hem vertelde over de reden van mijn bezoek, de officiële reden tenminste. Giulio ging op een schap naar een boek zoeken. Heb je dit gelezen?
Ik zei nee en liet de rand van de pagina’s onder mijn duim door glijden. Ondergang, mompelde ik, dat klinkt perfect.
Hij heeft een interessante kijk op uitsterving. Hou het maar.
Het woord ‘uitsterving’ bleef even in mijn hoofd hangen, als het label van een persoonlijk lot. Ik ruimde af terwijl Giulio me snel bijpraatte over Adriano, die alweer vier jaar was.
Ik was een beetje slaperig geworden door de koolhydraten, maar de wijn was op, dus gingen we de deur uit zodat we konden blijven drinken.”

 

Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

strak omheind groen

het einde van ons verlangen: opgetrokken
wenkbrauwen voor een rijtjeshuis.

zoveel kansen krijgt hier anders niemand.
het gras onder onze zolen wordt drie keer verkocht.

één keer aan de slager in Oberdorf, twee keer
aan kleinkinderen op de rondweg.

haal je jurk uit de kast, die strakke,
en dans met mij in het zwembad.

wij nemen nooit meer de bus van negen uur.
we zullen ons slechts alles herinneren,

toen het klein was. vóór de crashes, de gaten in het hek,
de roest in onze hand.

heb je het fornuis in de keuken aan laten staan
of wat is dat voor geur?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2018 en eveneens mijn blog van 19 december 2015 deel 2.