Ramsey Nasr, Hasso Krull

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

DE DAG KAN KOMEN

De dag kan komen en ik wens hem niet
waarop het hart, gevuld met spechten
lol op de pof, gedane liefjes of de scherven
van een slordig onbeheerd verdriet
kortom waarop elk rammelhart 
plots kalm wordt als een koffer.

Een vers is maar een regel lang
één letter diep en elk gedicht, elk boek
herbergt een piepklein afgelijnd gevang
dat je voor even laat ontsnappen.
Op ons papier woedt oorlog veilig
rijmt massagraf op poëzie.

Maar de dag kwam, en hij kan weer komen 
waarop uw woorden eetbaar worden
kaal en schaars, levend onder aarde.
Inkt weegt er zwaarder. Papier ontvouwt.
Je werd toen vermoord om een drukpers in de kamer.
Rauwe mens, van zijn beeldspraak ontdaan.

Iemand schrijft ‘De mensen stierven staande’.
Je denkt bij wijze van. Leest het opnieuw
beseft: ze vielen pas neer bij het uitladen.
Als deze dag nadert, niet zo exact, maar gewoon
als letterlijkheid aan uw hart komt knagen
wees dan ongenood – en treed binnen. 

Hang eerst uw doodsangst in de gang.
Leg familie, vrienden op de bestemde plank.
Veeg voeten, handen, eigenschappen.
Trek uw beroep uit. Laat alles gaan.
Staat u mij toe de laatste metaforen
en versiersels van u af te slaan.

Ik moet u, als in vroeger dagen 
vragen het ras voorzichtig los te pellen.
Afkomst verwijderen, kleur ontkennen.
Wandel nu rond, bleek-doorschijnend
door de bezige kamers van het huis 
waar we eetbaar zijn. En o ja: zeg jij tegen mij.

We zijn nu bijna zonder opsmuk. 
Ontkleed je. Ga tot op de huid.
Kijken we samen naar je buik. Je rug.
Tien vingers, één navel. Het vet in je zij.
Alle botten, wervels en kiezen verzameld.
Alle trilharen, smetten, rafels: dat ben jij.

En in deze schaamte zijn wij vrij.
Ik denk vandaag aan onze naaktheid
in de hoop dat niemand ooit
het grote gelijk in je ontdekt
onze longen bezet, opvult met honger
of zijn geloof in je plant als een schep.

Als het komt – zet je schrap tegen mij. 
Alleen hier, in weerloosheid zijn wij vrij.

 

DE ONDERMENS EN ZIJN HABITAT

welkom in het land van melk en honing
hier groeien vijgamandelabrikozen
zonder beeldspraak aan gewillige bomen
eet ervan word mijn gast vandaag
ik betaal je taxi naar de eerste blokkade

mijn vader staat achter de tweede blokkade
wees van de nacht ook zijn eregast
met olie brood oregano sesam
bij hem liggen sterren stil op plat dak
slaap bij hem breng groeten van nadir

de dag naar mijn vader is minder maar moet
probeer een jochie met handkar te vinden
neem ezels of klim te voet langs de rotsen
volg anderen en spreek met jezelf af
nu zijn we dieren dit mag

daar stuiteren rolstoelen door het stof
terug van de stad waar men zieken geneest
met kanker suiker in volle zon
veel bejaarden veel zieken veel zwetende dieren
maar zo is dat ook bedoeld geweest

overdag zijn wij zwetende klimdieren
omdat het zo bedoeld is geweest
ze slaan en schoppen de dieren met reden
ooit zullen wij melk en honing geven
ontstaat uit mensenhand mannaregen

indien je dit krankzinnig vindt habibi
bedenk dan kilometers verderop
zitten echte meisjes en jongens angstvallig
als daad van verzet op terrassen van starbuck
luidkeels te vrezen voor het leven

 

Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Een leeg Grieks restaurant

Een leeg Grieks restaurant. Er lopen mensen
langs, Duitsers, Schwaben en wat
niet al, er wordt geen muziek gespeeld.
Het restaurant heet MYTHOS.
 
Een Griek brengt het eten. Fijngesneden
reepjes vlees, knapperig varkensvlees,
salade en rode rijst. Ik kijk uit het raam,
eet, werp een blik op mijn bord en
 
zie plotseling: Griekse letters.
Gyros. Poleites. Mesogaios. Helos.
Op elk reepje vlees staat een naam.
Natuurlijk, dat zijn de mannen van Odysseus,
 
die Circe in varkens had veranderd. Nu
is hun vel uiteindelijk ook bij mij aangekomen.
De Griek komt, glimlacht, geeft
de orchidee water uit een kan, PHALAENOPSIS. MYTHOS.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn blog van 28 januari 2024 en ook mijn blog van 28 januari 2019 en ook mijn blog van 28 januari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Peter Ghyssaert, Hasso Krull

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Landschap van Rameau

Honderd broze botjes breekt de kip
in haar lijf. Kleine pijpen die
als takjes van de ruggegraat afhangen,
en de pijn wordt in een laag van gulden
vet gesmoord. Buiten het pluimvee om
gaan nu ook decors barsten. Krakend
vergaat een wereld van azuur en gips.
Het klavecimbel in de maneglans
zakt ten leste door zijn poten heen
van nachtschade. Wie speelt hoort met de laatste
toonladders, een rad van trillers aan
de pennen, één voor één de botten
gulzig knappen in zijn lichaam.

 

Monster

Moeizaam maalt hij uit de schoot,
het hevig, bloedgeblakerd kind,
zonder genade, zonder stilte voor
het wit dat hem omringt.

Alle andere kinderen en
zijn eigen ouders moeten dood,
en zijn gaven moeten glanzend tot
volmaaktheid uitvergroot.

Monster dat uit zijn omgeving alle
woede in zijn pantser rooft,
dat het liefst de schamel toe-
gedekte mensheid had gedoofd.

In het licht ontstaat een schub,
door geen verpleegster afgedroogd
en per minuut groeit het gezonde kwaad
en wordt zijn status opgehoogd.

 

Vierwoudstedenmeer

Blauw besteeg vanuit het meer
de bergen; sneeuw lag in een verre kreuk
in foetushouding opgerold.
Druppels verhuisden daar druppels
in hoog tempo. Je wist het zo intens
dat het te horen was.

Wat wij vanavond ook nog moesten zien
kwam voor de voet gedreven: lichtzeil
van boulevards, essentie
van een stad.

Hemel en aarde vielen in het water
zonder veel omhaal en wij
vermagerden daarbij tot twee gezichten,
hevig kijkend.

 

Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?
Zo sprak het jongetje tegen Freud.
Maar die was al ingedut. Een kaars
in de hand, het hoofd op de borst gezonken, zo
 
zat hij te knikkebollen en droomde: hij was nog maar
een klein jongetje, liep langs de stoeprand,
de zon scheen fel, en van boven kwam een
adelaar naar beneden en pikte hem de ogen uit.
 
Hoe moet ik zonder ogen
nu dromen krijgen, dacht Freud, hoe
moet ik op de stoep blijven? Bij
deze gedachte wordt Freud wakker.
 
Een jongetje, met dodenwakekaars in de hand,
buigt zich over hem heen en zegt:
Er was eens een man, die nog nooit
één enkele droom had gekregen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.