Kees Fens, Jan Wagner

De Nederlandse literatuurcriticus, essayist en letterkundige Kees Fens werd geboren in Amsterdam op 18 oktober 1929. Zie ook alle tags voor Kees Fens op dit blog.

Uit: Wilhelmus Jozef Maria Bronzwaer
Heerlen 15 mei 1936 – Nijmegen 20 januari 1999

“Maar zijn verzet tegen verstarring en eenzijdigheid, die ook een angst voor de verstijving van zichzelf kan verraden, verliet hem niet. Dat hij, met al zijn kennis van de theorie, zijn leeropdracht het accent van het comparatisme gaf, is veelzeggend. Hij bleef voor alles een heel groot lezer; ook, en dat mag wel benadrukt worden, in de Nederlandse letterkunde. Hij schreef een aantal stukken over Vestdijk, Bordewijk en Koolhaas die klassiek verdienen te zijn. Zijn zeer grote kennis van de Nederlandse poëzie blijkt uit zijn in 1993 verschenen Lessen in lyriek. De gebondenheid aan het boek was zijn vrijheid. Ik heb hem van alle collega’s aan de Nijmeegse letterenfaculteit het meest van een boek zien opkijken. Literatuur en muziek zijn de enige zaken die hij nooit heeft gerelativeerd.
Met dit laatste woord raak ik aan een van zijn meest fundamentele eigenschappen: zijn scepsis. Die is natuurlijk allereerst een voorbeeldige wetenschappelijke hoedanigheid. Maar samen met ironie treft ze alles wat pretentie heeft en starheid vertoont (die twee gaan meestal samen) en dat in personen, opvattingen en publicaties. De scepsis was ook een voortdurende vorm van zelfcorrectie, een lichte bekering kan men zeggen. In gesprekken uitte de scepsis zich in een bijna ondergrondse humor, waarbij ook het lichte gerinkel van de kettingen die hemzelf bonden, hoorbaar was. De in zijn ambt zeer formele, om niet te zeggen strenge Bronzwaer had een opstandige kant, die zijn verlangen naar vrijheid te vermoeden gaf. Hij heeft die tweedracht in zichzelf – en dat is ook de tweedracht tussen de wetenschap en het schrijven, tussen week en vrije dag – niet helemaal kunnen oplossen. Een van zijn opvallendste wetenschappelijke uitingen, die ook een persoonlijke bevrijding moet hebben betekend, was zijn relativeren – wellicht is ‘afwijzen’ een te sterk woord – van de hem, ook uit zijn Nijmeegse studiejaren, zeer vertrouwde ‘Cambridge-canon’ (wat, uiteraard, bewondering voor zijn leermeester T.A. Birrell niet uitsloot). Bronzwaer is al vroeg zijn eigen weg gegaan en die heeft hij tot zijn einde gevolgd, met een steeds groter wordend relativeringsvermogen.
Alle hartstocht verraadt zich in eenzijdigheid. Ook bij de veelzijdigen. Over enkele auteurs heeft Bronzwaer zeer veel geschreven en vaak briljant: Eliot, Hopkins, Thomas Mann en Rilke. Van de laatste heeft hij ook – en dat was ineens een verrassend initiatief, dat een altijd vermoed, maar verborgen gebleven kunstenaarstalent in hem zichtbaar maakte – gedichten en proza vertaald. Over de oorsprong van deze voorkeuren durf ik niet te speculeren. Wat de vier gemeenschappelijk hebben, is wat ik maar noem hun ‘zwaarte’, hun moeilijkheidsgraad ook. Bronzwaer hield van het spel, maar hij beminde de ernst.”

 

Kees Fens (18 oktober 1929 – 14 juni 2008)
Kees Fens en W. J. M. Bronzwaer

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

het wilgentakje

waarom precies wanneer tante Mia
een wilgentakje in haar neus stak,
vertelt de geschiedenis niet. Zeker is:
hoe meer ze probeerde het te grijpen,
hoe meer het zich gestaag terugtrok
in zijn duisternis, zacht
en wit, een hermelijn in zijn hol.
het punt waarop de dingen zich weg bewegen;
het moment waarop we worden genegeerd
en slechts getuigen of figuranten zijn,
totdat dat tapijt geruïneerd,
de vleugelpiano van de tiende verdieping is gevallen,
de hele stad een laaiend inferno.
nog was het oorlog, maar de krekel zong
ondanks alles in de bloeiende takken van de wilg,
in de beek zat de met licht gepantserde
forel. en niets, dat hielp, geen pincet
en geen breinaald, tot men het krijsende kleintje
naar een kliniek bracht. deze heldere
dubbele maan van de lamp en de halo
van lachende verpleegsters erboven –
je zou bijna mee willen lachen, was daar niet
de subtiele druk die tussen voorhoofdsholte
en neusbrug heerst, achter het gezicht,
die afwacht, vasthoudend, als een dier.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e oktober ook mijn blog van 18 oktober 2020 en ook mijn blog van 18 oktober 2018 en ook mijn blog van 18 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 18 oktober 2015 deel 2.

Simon Vestdijk, Jan Wagner

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

 

Juni

De maand is uitgebalanceerd en snel
En jong en snaat’rend als een eendenkom;
De nachten zijn te kort en noord’lijk hel
En kant’len makk’lijk naar de ochtend om.

Dit is het ergst: men kent die nachten wel,
Dat men zich wentelt om en om en om
In ’t lauwe bed, terwijl een Turksche trom
Van verre kermissen de zielsrust kwelt.

Alles in bloei, en alles hangt te bengelen
En daagt de zwaartekracht uitbundig uit
En vliegt en zweeft en doet wat ’t niet kan laten.

En wie des nachts een draaiorgel hoort jengelen
Droomt kort en bondig van de acrobaten
Die, vallend, door een koord worden gestuit.

 

Juli

Verwonderd vragen van de eerste vruchten:
Zijn wij voor ’t midden of voor ’t eind bestemd?
Reeds schallen onze bongerds van geruchten
Die het welvarend appelvolk niet kent.

Het najaar stooft met zijn verbleekte luchten
Ons zoo verwoed niet als dit licht ons temt
En zoet en vloeibaar maakt; wij willen vluchten,
Maar kunnen niet, door ’t rijpen overstemd.

Jong rijp jong rot: wij gaan de avond in,
En hangen pronkend achter meisjesooren,
Wij willen leven, en wij kunnen niet.

Wij werden niet als toovervrucht geboren,
Maar moeten bloeden in ons eerst begin,
En moeten sterven bij een kinderlied.

 

Augustus

De warmste dag, en dit merkwaardig korten
Der dagen, waar de dood de hand in heeft,
De dood van ’t jaar, die zich nog op wil schorten,
Doch reeds in koop’ren donderkoppen beeft.

En als de hondsdag ons het graan niet geeft,
Dan komen onverhoeds de ijscohorten
Van koning Winter grijnslachend en scheef
Zich op het onbeschermde bouwland storten.

Een grijsaard, heet en geil, verwarmt zijn leden
Aan de eigen brand, en brandt geweldig op,
Met heel zijn toekomst saamgeperst in ’t heden.

Maar als hij met zijn malsche prooi terneerligt,
Slaat hem de hitte, en op zijn kale kop
Buigen de laatste halmen onder ’t weerlicht.

 

Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)
Mieke en Simon Vestdijk met Harry Mulisch en Hugo Claus

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

Heers

Niet te onderschatten: heers
met verlangen al in de naam – vandaar
de bloesems, die zo zwevend wit zijn, kuis
als een tirannendroom.

Keert altijd terug als een oude schuld,
zendt zijn geheime boodschappen
door de duisternis onder het gazon, onder het veld,
tot ergens een nieuw wit nest

van verzet opschiet. Achter de garage,
bij het knarsende grind, de kers: heers
als schuim, als bruis, dat geruisloos

gebeurt, omhoog naar de gevel kruipt, totdat heers
bijna overal ontspruit, door de hele tuin heers
over heers schuift, verslindt met niets anders dan heers.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e oktober ook mijn blog van 17 oktober 2018 en ook mijn blog van 17 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 17 oktober 2015 deel 2.

Maarten van der Graaff, Katha Pollitt

De Nederlandse dichter en schrijver Maarten van der Graaff werd geboren op 14 oktober 1987 in Dirksland. Zie ook alle tags voor Maarten van der Graaff op dit blog.

 

Te oordelen

Er zal niets meer zijn.
Ik hield van je onnodige en
achteloze spierspanningen
genetisch gemodificeerd katoen
genetisch gemodificeerde rijst
Ik weet dat mijn vrienden moeten blijven waar ze zijn en met wie ze zijn.
Er wordt gegeten door beelden.
Dit wordt weergegeven.

Er ontstaat een recreatieve economie waar mijn ouders wonen.
Hier denk ik aan en zie Blondie op de fiets stappen.
Hoe moet ik het kromme krom lullen?
Wij lopen richting binnenweg. De Chinese kerk, een zaak met piano’s
waar ook bladmuziek wordt verkocht, een verlaten cocktailbar,
een cocktailbar met een meisje erin. Het meisje zegt iets tegen iemand
die ik niet zie. Is het te vroeg om te drinken of te laat? Jongen,
ik ben hier niet voor jan lul, roept een vrouw. Er wordt gegeten door beelden.
Dit wordt weergegeven.
Close-up van Kees ’t Hart in zijn werkkamer. Ik heb mijn hang-ups, zegt hij.
Precies op dat moment wordt een hoer doodgeschoten.
Er ligt een bleek cliché in een kist, het is droevig en mooi. Chinese
kerk, piano’s bladmuziek,
een verlaten cocktailbar. Geloven om te begrijpen. Ik verlang soms
naar illusieloos advies
van iemand die al lang dood is. Geen industrie om je uit te buiten.
Regent het al?

Ik ken de toekomst niet. Ik ken het verleden niet. Ik ken het heden,
ah nee, zeg het niet.
Ik ken het heden vooral als toerist. Het is fotogeniek, dat moet gezegd,
ook als het tragisch wordt.
Het heden zou een hoekig, stijlvol, licht verontrustend, album op
kunnen leveren.
De eerste zijn.
De laatste.

 

Maarten van der Graaff (Dirksland, 14 oktober 1987)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

Lichaam-geestprobleem

Als ik aan mijn jeugd denk, heb ik niet medelijden met mezelf,
maar met mijn lichaam. Het was zo direct
en eenvoudig, zo rationeel in zijn verlangens,
verlangend om aangeraakt te worden zoals een otter
van water houdt, zoals een giraffe
langs de rand van het bos wil slenteren en snuffelen
aan de tere blaadjes in de boomtoppen. Het lijkt
op de een of andere manier oneerlijk dat mijn lichaam moest lijden
omdat ik, en daarmee bedoel ik mijn geest, opgezadeld zat
met bepaalde ongelukkige, hoogdravende romantische ideeën
die ervoor zorgden dat ik het tiranniseerde en betuttelde
als een wrede middeleeuwse baron, of een ambitieuze
echtgenoot die professor Engels was en zich schaamde voor zijn vrouw –
haar liefde voor trieste films, haar goedkope ovenschotels
en regionale klinkers. Misschien
had mijn lichaam liever gehad dat een paar van onze afspraakjes,
om vier uur ’s ochtends thuiskwamen en mijn frons beantwoordden
met ‘Gaat je niks aan!’ Misschien
had het meer cadeaus gewild: zijden jurkjes, mascara. Als we een democratischer regeling hadden gehad, waren we misschien zelfs, ondanks onze verschillende achtergronden, tot een met tegenzin gedragen respect voor elkaar gekomen, zoals Tony Curtis
en Sidney Poitier die samen geboeid vluchten,
in plaats van de huidige merkwaardige machtsverschuiving
waarin ik merk dat ik met tegenzin
door mijn lichaam word meegesleurd, alsof het een
snelle en krachtige hond is. Hoe gretig
springt het vooruit, zonder ergens voor te stoppen,
alsof het precies weet waar we naartoe gaan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e oktober ook mijn blog van 14 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Alexis de Roode, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Indachtig G. Reve

Nu de Gedroomde in de Nacht is
die voor eeuwig lichtloos gloeit
heb ik mijn laatste vader verloren.

Zo eindigen profeten: zwijgend
in verpleegtehuizen,
aan tafels van kunststof tegen het morsen,
met straffen van twee tot vijf jaar.
Niemand nadert ongeschonden
tot het aangezicht van God.

Bij wie kan ik mijn onschuld pleiten?
Hem heb ik nog nooit gezien,
noch ook enig bewijs
van Zijn bestaan,

maar dat is waarschijnlijk wederzijds.
Het gras wordt gemaaid,
een geur stijgt op.

Het is te laat voor brieven.

 

Beeld in genade ontvangen

Ze tuimelt voorover in mijn dag,
een onhandige dienstmaagd
die over haar eigen voeten struikelt,
die dienbladen op de grond laat kletteren
en verlegen in de deuropening staat,
wachtend op het tij van onze grillen.

Verbijsterd kijkt ze toe hoe mensen sterven
en huizen verkruimelen, staat met de scherven
van het 206-delig theeservies aan haar voeten,
veegt de boei hoofdschuddend bij elkaar,
zij weet ook niet waarom alles zo kort duurt,
het huis is opgeruimd maar nooit voor lang.

Ze zou wel eens huilend op haar kamertje willen blijven
en twee hele dagen lang geen pap eten, maar dat kan niet
want voortdurend worden er baby’s geboren
en planeten geschapen waar ze voor redderen moet,

dus rent ze weer door de gang, struikelend over haar voeten,
zwetend in haar boezeroen, met vochtige strengetjes haar langs de oren,
mompelend ogottegottegottegot, o gottegottegottegot.

 

Singel

Met dank aan Jan Engelman en Marga Klompé

O singel weer rond
O cirkel weer dicht
O water weer open
Slaap zacht, Catharijnebaan
die we eindelijk mochten slopen.

Een nazi bedacht het
J. Kuiper volbracht het
De Ranitz verachtte
de volkswil en dempte de gracht.
Zo begon de lange wacht.

De stad draagt nu een ring.
De allereerste zilverwinde
zwom reeds de grote kring
en werd goddank niet opgevist; haar staartje
heeft vijftig jaar uitgewist.

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

doel

het doel is dat
waarheen het zich ontwikkelt
goed dan wel slecht, alleen
met zijn tweeën, het doel
is waarvan
zoveel sprake is
van wijn en schijn, van
geld en goud, van
tol en wereld
het doel is datgene waardoor
men verstrikt raakt
littekens krijgt, verliefd
in cirkels rent,
geld en goed zoekt
dat sommigen nog van
het leven scheidt, schurken,
idioten en faillissement
afhandelaars luisteren
in de verte brullen
sappelmensen doel
doel, tepels doel
het doel is dat
wat er aan gewicht te
veel is

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e oktober ook mijn blog van 8 oktober 2018 en ook mijn blog van 8 oktober 2017`.

Simon Carmiggelt, Arne Rautenberg

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

Uit: Onze vriend uit Oslo (Uit: Mag ’t een ietsje meer zijn)

“Het was John Barrymore die eens zeide: ‘Een vrouw kan drie dingen maken uit niets: een slaatje, een hoed en ruzie.’ Het vierde is zonder de geringste twijfel een cocktailparty. Te Rome was ik weer eens in de gelegenheid deze verticale ontspanning te beoefenen. Merendeels buitenlandse gasten hadden zich verenigd ten puissanten huize van een heer, die in het hart van de kwestie, stond te kijken als een boeiende persoonlijkheid, voor wie hem wist aan te snijden. Zijn echtgenote, die wij op een moeilijk levenstijdstip aantroffen, dwarrelde gastvrouwelijk rond en sloeg fonteinen geestdrift uit een rots van wanhoop. Men nipte aan verversingen, zoals vorstelijke personen maar niet kunnen laten het noenmaal te gebruiken. Er heerste een stemming van wellevend verbeten verveling.
‘Ah – en u is onze jonge vriend uit Oslo,’ kwam de gastvrouw tegen mij roepen. Ze had het al een keer éérder gedaan, maar mijn rectificatie was blijkbaar niet tot haar doorgedrongen.
‘Nee nee, uit Amsterdam,’ zei ik, op een toon of het maar een enkel breedtegraadje scheelde.
‘Ach, natuurlijk…’
Zij verdween weer in de menigte, mij overlatend aan een windstille heer op leeftijd, die als een uitgedwarreld blad in het leven lag, en mij aankeek of ik zijn twaalfde bord balkenbrij was. ‘How’s your king?’ vroeg hij eindelijk.
‘We have no king,’ zei ik.
Hij zweeg ontmoedigd.
‘We have a queen,’ sprak ik, om hem tegemoet te komen.
‘Is that so…’ vroeg hij gehinderd, of ik hem lastig viel met lootjes op een rookworst. Daarop begaf hij zich neuriënd naar elders.
Toen ik mijn glas ging neerzetten op een grote tafel, waar verscheidene personen de moeilijke spitzendans om de eetwaren uitvoerden, rees de gastvrouw weer op en riep met een nauwelijks gehavende glimlach: ‘Ah – en daar is onze jonge vriend uit Oslo!’
Zij stond in een groepje gezonde mannen, die keken of ze het onbetaalbaar vonden, daar vandaan te komen. Even wilde ik mijn rectificatie weer plaatsen, maar opeens leek het me een beetje querulant, het aldoor beter te willen weten.
‘Yes…’ zei ik en nam een nieuw glas van haar aan.”

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

op het januaristrand

vandaag zag ik geen bloesem, geen fruit
vandaag liep ik over het verbleekte strand

het constante schemerlicht
de zon ijzig in haar ondergang

zwijgend volgde ik de kribben
verloor tijd en verdwijnpunt

half intact lag een enorme zeehond bij de vloedlijn
de waanzinnige grijns van zijn skeletachtige schedel

zijn scherpe tanden bekeek ik aandachtig, bewakers
van een euforisch opengesperde doodsbek

louter afdrukken van meeuwenpoot eromheen
ook mijn eigen spoor zag ik en draaide me om

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 7e oktober ook mijn blog van 7 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Victor Vroomkoning, Horst Bingel

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

Wijding

De kaarsen die zij in de grond
stak, bakenden hun graf af, wees
zij hem hun ruimte in de dood.

Ze zouden op het zuiden liggen
met hun hoofden vol geluiden van
de vogels in de oksels van het kerkje,
aan de noordkant lag nog sneeuw.

Ze dronken Hemawijn uit plastic
bekers, vlochten ijzerdraad tot
ringen, beurden chips als heilig
brood, neurieden Latijnse dingen.

Dronken wordend strekten zij zich
in het mos uit, hielden eikaars
adem in, vergingen. Gingen.

 

Recessie

Met verliefdheden gaat het
als met je leven: ze willen
steeds minder lukken. Hoe
veelbelovend begonnen ze:
evenwichtsstoornissen, braak-
neigingen, smachtelijke blik
op de nachtelijke eeuwigheid,
scherp besef van god, samen
dood willen, daarna alleen,
langzaam herstellen, weer
bomen en struiken zien staan,
je vrouw, dat nam toch gauw
een paar maanden tot een jaar.

Gaandeweg steeds minder ongelukkig
geluk, alles bij elkaar twee
weekjes, je blijft er noemenswaardig
goed uitzien, let te snel weer op
je kinderen. Verliefdheid niet
veel meer dan een onschuldige
aandoening: even erdoor van streek,
je schraapt je keel, snuit je neus,
simuleert wat snikken en gaat over
tot de orde van het huwelijk.

 

Tocht

Zijn slapen sneeuwen in.
Naast hem in hun wagen
geeft zij hem niet veel
meer dan een jaar

voordat zijn boordwit door-
loopt in de berm
van zijn haar.

Houdt zij het stuur
dan gluurt hij naar
haar perkamenten vel,
het stikwerk van pigment.

Naar nieuwe verten onderweg
ontkomen zij steeds minder
aan het oude, zeer nabije

tot één de bocht vindt
om te missen, de einders
tegemoet.

 

Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Liberté

In je adem, de
kou, verbroedering in de
roes van de wijn,
de operette, je
favoriet
in je oor,
Fledermaus.
Kou
verwarmt.

Sterker dan kou,
scheidt de smaak
rode en witte
bessen:
quelle différence
de bouquet
warme en
koude Marseillaises.

Ik hou
van je, op
het internet, de
kus verborgen, een
enkele fureur
tussen twee
paar lippen, op
de tong, de
égalité

Ik heb
geen strafhof
nodig in Den Haag .
Fraternité, in de
wagon-lit. Patina.
In de regenboog, altijd
lachende mensen, de
fata morgana
liberté.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e oktober ook mijn blog van 6 oktober 2021 en ook  mijn blog van 6 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Dimitri Verhulst, Wallace Stevens, John Hegley

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

Uit: Problemski Hotel

“Doe maar gewoon alsof ik er niet ben”, zei ik tegen het kind dat van de honger aan het sterven was en dat ik probeerde te fotograferen.
Ik was zenuwachtig en wou dat ik een pil te slikken had die het beven van mijn handen zou stoppen. Ergens voelde ik dat dit mijn foto zou worden. Dé foto. Die foto die mijn grote doorbraak zou inluiden, waardoor ik mijn marktwaarde kon opdrijven, die het mij zou toestaan de grote baas van Reuters te vragen of hij mij eens terug kon bellen wanneer het mij beter paste. Een fotograaf voelt zoiets. De wereldberoemde Henri Cartier-Bresson voelde het toen hij dat jongetje met de twee wijnflessen in de Parijse rue Mouffetard vastlegde, Elliot Ervitt voelde het toen die neger voor het oog ronde camera zijn rong uitstak, Alfred Stieglitz voelde het toen dat mooie meisje met de nog mooiere vingers haar jas had dichtgeknoopt op het juiste moment, en Edward Steichen had honderden kiekjes van Greta Garbo geschoten maar had nog tijdens het scheepstellen van zijn lens gevoeld: dit wordt het enige, ware, schone, ultieme portret van de godin. Hetzelfde als wat ik voelde met het uitgehongerde kind in mijn vizier. Zalig.
Op avonden die nergens voor deugen dan voor flauwekul hoor je weleens beweren dat fotografie veel, zo niet alles met geluk van doen heeft. En dan beginnen ze over de maker van de foto die iedereen kent: het naakte meisje, verbrand, rennend met de armen open. Christus met een kut. Als de fotograaf niet toevallig op de plaats van het napalmbombardement was geweest, zo redeneren ze, dan had hij nooit die foto kunnen schieten en dus heeft het te maken met geluk. Tja. U gaat toch niet mopperen dat ik het geluk had dat er voor mijn ogen een kind lag te creperen? Ik had dat geluk niet. Ik had dat talent. Zoals Robert Capa het talent had, de neus had, met zijn camera op de plaats te zijn waar een soldaat de hersenen uit de kop werden geschoten. Geluk, zeggen bergbeklimmers die een moordende steenlawine op drie centimeter van hun smikkel zagen voorbijrazen, geluk is op den duur een kwestie van bekwaamheid. ik weet dat ze daar gelijk in hebben.
Dat stervende kind dat ik wou fotograferen, ik moet daar eerlijk in zijn, vormde een dramatisch en artistiek keerpunt in mijn leven. Het bekeerde mij tot de kleurenfotografie. Als student was ik opgeleid in de traditie van de zwartrotfotografie. Een kleurenfilmpje, dat werd omzeggens alleen gekocht voor vakantiekiekjes en huwelijksreportages.”

 

Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 eneveneens alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

Sunday Morning

VII

Supple and turbulent, a ring of men
Shall chant in orgy on a summer morn
Their boisterous devotion to the sun,
Not as a god, but as a god might be,
Naked among them, like a savage source.
Their chant shall be a chant of paradise,
Out of their blood, returning to the sky;
And in their chant shall enter, voice by voice,
The windy lake wherein their lord delights,
The trees, like serafin, and echoing hills,
That choir among themselves long afterward.
They shall know well the heavenly fellowship
Of men that perish and of summer morn.
And whence they came and whither they shall go
The dew upon their feet shall manifest.

VIII

She hears, upon that water without sound,
A voice that cries, “The tomb in Palestine
Is not the porch of spirits lingering.
It is the grave of Jesus, where he lay.”
We live in an old chaos of the sun,
Or old dependency of day and night,
Or island solitude, unsponsored, free,
Of that wide water, inescapable.
Deer walk upon our mountains, and the quail
Whistle about us their spontaneous cries;
Sweet berries ripen in the wilderness;
And, in the isolation of the sky,
At evening, casual flocks of pigeons make
Ambiguous undulations as they sink,
Downward to darkness, on extended wings.

 

Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

In een lavaveld stappen

De Fransman, Patrice, wordt voorafgegaan
door een reputatie voor het in kaart brengen en vastleggen van vulkanen
Ik heb begrepen dat het niet zijn werk is, maar zijn passie.
Terwijl ik de man ontmoet
aan een Franse eettafel
bij zijn zus, Cécile,
geeft hij te kennen dat ook ravijnen
hem en zijn camera in beweging brengen.
Ik wijs op de steile hellingen die ravijnen en vulkanen gemeen hebben.
Zijn zus wijst op een broer die altijd wankelt
aan de rand van een afgrond.
Een man op het randje.

Er wordt fruit aangeboden als dessert.
Patrice begint
de appel te schillen met zijn zakmes,
en terwijl hij het vervolgens gebruikt
om het vruchtvlees te snijden,
roept het een vergeten flits van mijn vader op.
Hij zat aan onze eettafel met zijn eigen zakmes en
gaf me gul het beste stuk
uit handen die gebarsten waren tot woeste ravijnen
en ingesmeerd met vaseline.
Pap, soms stond je op het punt om uit te barsten,
maar ondanks elk brandend pak slaag dat je me gaf,
heb ik er nooit aan getwijfeld
dat je onvoorwaardelijk
de rest van je leven zou opofferen
om mij te redden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e oktober ook mijn blog van 2 oktober 2024 en ook mijn blog van 2 oktober 2023 en ook mijn blog van 2 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 2 oktober 2018.

October (Robert Frost), P. N. van Eyck, John Hegley

 

 

October door George Inness, 1886

 

October

O hushed October morning mild,
Thy leaves have ripened to the fall;
Tomorrow’s wind, if it be wild,
Should waste them all.
The crows above the forest call;
Tomorrow they may form and go.
O hushed October morning mild,
Begin the hours of this day slow.
Make the day seem to us less brief.
Hearts not averse to being beguiled,
Beguile us in the way you know.
Release one leaf at break of day;
At noon release another leaf;
One from our trees, one far away.
Retard the sun with gentle mist;
Enchant the land with amethyst.
Slow, slow!
For the grapes’ sake, if they were all,
Whose leaves already are burnt with frost,
Whose clustered fruit must else be lost—
For the grapes’ sake along the wall.

 

Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963)
San Francisco, de geboorteplaats van Robert Frost, in oktober

 

De Nederlandse dichter criticus, essayist en letterkundige Pieter Nicolaas van Eyck werd geboren op 1 oktober 1887 in Breukelen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor P. N. van Eyck op dit blog.

 

Het ik

Troebel idool, kan ’t licht u binnendringen,
Dan zult gij, eens, zó klaar doorzichtig zijn,
Dat ik, wanneer het diep uit mij gaat zingen,
In u als heldere vorm der ziel verschijn.

Doch schim, fantoom gij, als ge, uw doel ontwijdend,
Niet haar, doch úw onschendbaarheid bewaakt,
En, blindelings tegen elk die nadert strijdend,
De citadel der ziel haar kerker maakt.

Zwaar, dan, ’t beklag als ‘Ik-die-Ik-verdedig’,
Ontwricht, ook zelf, door ’t vehement verzet,
Gij, na dat fel geweld vermoeid en ledig,
Terughaakt naar uw strenge, zachte wet.

Tot in uw binnenst zijns-besef verminderd,
Martelt u ’t maanwoord, dat ge weerloos duldt:
Nu weet gij, hoe úw toedoen God verhindert,
(Zélfs als ’t zijn tijd is!) dat hij zich onthult.

 

De keizer

Hoog en stil, in ’t glinsterend ijzer,
Boven volksgril – die hij haat –
Rijdt, als droomde hij, de Keizer
Dwars de davering door der straat.

Maar de spotschelm, eng ter slinker,
Schampert: “ken uw waarheid, dwaas!
Dood, die bittere verminker,
Schendt ook u tot, aanstonds, aas.”

Smaad, als roem, maakt wijzen wijzer, –
Baat de schelm zijn hete spot?
De een blijft, onverlet, de Keizer,
De andere een naamloze onder ’t rot.

 

Het gedicht

Eén berk, in het opene tussen de sparren,
Als een volk om zijn koning het bos om die berk,
De zon en de wind in de takken, de schaduwen
Vluchtig-bewegelijk, teder en sterk.

Ik, tot dit krachtige leven verkoren,
Treed als ontbonden door schaduw en licht,
Vrij, als de zon en de wind in de bomen,
In die stralende wereld: de Droom van ’t Gedicht.

 

P. N. van Eyck (1 oktober 1887 – 10 april 1954)

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

Foto in St. James Park

een warme lentedag aan het meer
en een jonge vrouw en man
waarschijnlijk toeristen
mogelijk Spanjaarden
die een foto van zichzelf samen wilden
gaven hun camera aan iemand
vrijwel zeker Engels
die bepaalde landgenoten
voorspelbaar zouden omschrijven
als een zeer dronken oude schooier
maar voor hen was hij slechts een voorbijganger
hij nam de camera aan
had lang nodig om scherp te stellen
en zichzelf in evenwicht te brengen
maar slaagde erin de foto te maken
en ontving oprechte dankbaarheid
van de twee
die niets afwijkends in zijn gedrag hadden gezien
en zich hem zouden herinneren
als een vriendelijke en behulpzame
Engelse heer
als hij niet met hun camera in het meer was gevallen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn blog van 1 oktober 2021 en ook mijn blog van 1 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 1 oktober 2018 en ook mijn blog van 1 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Pé Hawinkels, W. S. Merwin

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

Het uiterlijk van de Rolling Stones (Fragment)
Een lyrisch-episch leerdicht

II De zwarte markies met suikerziekte
…………
Wat moeten wij, nu de interne berg
Van de geschoren kruin, waar de goden elkaar
Beoorlogen of naaien, tot in de zoom die in
De vlakte sleept met sawah’s in cultuur
Gebracht is, nog met één standvastig krijgertje
In de goot? Daar hoeft maar één
Genie in te liggen en we zijn
Helemaal nergens meer. Och heer, nu wordt
Het krachtig donker, gaan aan de overzij
De lichtjes aan. Een koppel gezichten
Zwelt aan, als de oceaan wanneer Adriaan
Roland Holst een venster openzet, –
Hun expressie verschilt als een staatkundige
Van een natuurkundige landkaart, als een taal-
Van een redekundige ontleding: hun onderwerp
Is eender. Laat ons hopen dat het de deficiëntie
Van de tijd is, niet de wederkerige
Invloed van polsslag en horloge, de bekoring
Van de dood of andere verfijndheden.
Wolken zijn soms van een parelgrijs,
Dat men nooit bij bloemen ziet, ten hoogste
Eén keer in een heel leven bij een spijkerbroek.
En een schedel, die is wit als koffiemelk
Of als het schuim in de mondhoeken van
Een verliefde dichter. Maar ziet, de diaprojector
Klikt, en de wolken zijn wit, de schedel verkoolt;
Een observatie van een flauwigheid, afgrondelijk
Als je allemaal nagaat wàt er op het spel staat:
Identificatie van het ene gezicht, lijdend
Als aan de ziekte van de derde stand, waarvoor
De kreeft het zinnebeeld mag zijn, en in
Een uiterst precair equilibre op een principe,
Zo koud en abstract, dat niet alleen
Het voorstellingsvermogen van Paulus VI
Maar zelfs dat van Jorge Luis Borges tekortschiet.
Wij weten dat er tussen de planeten
Een luchtledig is, een ‘niets’, maar ook
Dat die ruimte desondanks, zij het wellicht
Enkel grammaticale, aspecten bezit die ons ervan
Weerhouden aan te nemen, dat het echt
Niéts is, wat daar speelt.
Welnu, op het tweede gezicht der beide
Exécutairs leest, dodelijk onthutst, de president
Een niets, dat z. tot dat van het heelal verhoudt
Als de coïtus tot Hearts Beat and Shades
In Physical Embraces, en hij hoopt van ganser harte
Dat hij z. op grond van de tijd vergist.

 

Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927. Zie ook alle tags voor W. S. Merwin op dit blog.

 

Een tijdgenoot

Wat als ik nu zou afdalen uit deze
stevige donkere wolken die zich dag na dag
tegen de berg opstapelen, zonder regen erin
en zou leven als een grassprietje
in een tuin in het zuiden, wanneer de wolken zich in de winter openen
vanaf het begin zou ik ouder zijn dan alle dieren
en tot het einde zou ik eenvoudiger zijn
vorst zou me ontwerpen en dauw zou op me verdwijnen
zon zou door me heen schijnen
ik zou groen zijn met witte wortels
wormen als een buit aan mijn voeten voelen
geen naam en geen angst hebben
mij op natuurlijke wijze naar het licht keren
weten hoe ik de dag en de nacht moet doorbrengen
en mijn hele leven lang
uit mezelf klimmen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e september ook mijn blog van 29 september 2020 en eveneens mijn blog van 29 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Kay Ryan

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27 september 1945 in San Jose, California. Zie ook alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

NEEDLE

Not even a
needle is left
of the great
struggle to
transport the
gift intact.
Not a single
fragment of
prism. A
crystal vase
of perfect
proportion,
crushed to
dust, no part
escaped. This,
one regrets, is the
workable paste
of art.

 

RUBBING LAMPS

Things besides
Aladdin’s and
the golden cave
fish’s lamps
grant wishes.
In fact,
most lamps
aren’t lamp-
shaped and
happen by
accident: an
ordinary knob
goes lambent
as you twist
or a cloth turns
to silver mesh
against a dish—
something
so odd and
filled with promise
for a minute
that you spend
your only wish wishing
someone else
could see it.

 

WINTER FEAR

Is it just winter
or is this worse.
Is this the year
when outer damp
obscures a deeper curse
that spring can’t fix,
when gears that
turn the earth
won’t shift the view,
when clouds won’t lift
though all the skies
go blue.

 

Gerelateerde dingen

Wie, die alleen vleugels had gezien, kon de
dunne stokjes van dingen
die vogels als land gebruiken,
de achterwaartse manier waarop ze buigen,
de dwaze manier waarop ze staan, extrapoleren?
En wie, die alleen
vogelsporen in het zand bestudeerde,
kon denken dat die kleine vorken
op de wind waren neergedaald?
Zoveel gerelateerde dingen lijken vreemd.
Wie had ooit kunnen dromen
dat de breed gevleugelde raaf van wanhoop
de lucht zou verlaten en
met kreupele poten op de grond zou landen,
een gewone kraai?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e september ook mijn blog van 27 september 2020 en eveneens mijn blog van 27 september 2018 en eveneens mijn blog van 27 september 2015 deel 2 en eveneens deel 3.