Hester Knibbe, Carl Sandburg

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

Staand

Versteend sta ik op deze aarde
met lange rok en omslagdoek
die hij strak rond mijn borsten
speelde, omdat dat van de wereld
moet. Zo ben ik opgevoed.

Mijn ogen hebben iris noch pupil.
Dus kijk ik maar naar binnen, wil
al wat buiten voorvalt binnen horen.

Van wat ik waarneem ligt rondom
mijn mond een lach bevroren,
die daar maar vriezen blijft. Ontdooi me,
tooi me met een hoed van bloemen
en lange stengels in m’n lijf.

 

Endymion

je komt in al mijn dromen om
wat bij te praten, in mijn tuin te zwijgen,
ruggespraak te houden over een feest
dat je tezijnertijd zult geven

wat ik destijds verzweeg, vertel ik je:
blij dat je er bent, ik regel alle
dag en geef je heel mijn schijn
van licht in wisselende vorm;
donker slibt achter ons dicht

maar lang al voor de zon opkomt,
word je doorschijnend, blauw als ijs, verdwijnt
het beeld perfect als jou vermomd
je komt in al mijn dromen om

 

Tuin met uitzicht

Ik heb mij hoger gesetteld
dan doorgaans, ben stapel op wolken
lucht en zo meer. Nee, nee ik kijk

niet op u neer, heb nog te veel
weet van gemodder, moeizaam
gewroet daarbeneden. Maar ik

hecht nu eenmaal sterk aan
het weidse, een buigzame wuivende
blik op het leven, wil een lusthof zijn

voor wie mij betreden en een dak
voor degenen die bijna als mollen
onder mijn wortels schuilen

voor het extreme. Hierboven en
tussen de huizen ontvang ik blijmoedig

eenieder met uitzicht, een zetel om
genietend te zitten te kijken te lezen.

 

Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

Sneeuwstorm notities

Ik geef niet de pauken de schuld – ze hebben honger.
En de snaredrums – ik weet wat ze willen – die zijn ook leeg.
En de dreunende basdrums – die hebben het meeste honger van allemaal…
De huilende speren van het noordwesten verstommen.
De wiegeliedjes van het zuidwesten krijgen een kans, een moederlied.
Een wiegemaan komt tevoorschijn uit een gescheurd gat in de voddenhemel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Carl Sandburg (6 januari 1878 – 22 juli 1967)
Portret door William Arthur Smith, 1961

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari ook mijn blog van 6 januari 2021 en ook mijn blog van 6 januari 2019 deel 2 en eveneens deel 3.

The Masque of the Magi (James Elroy Flecker), Andreas Altmann

 

 

De aanbidding der koningen door Hendrick De Clerck, ca. 1610

 

The Masque of the Magi

Three Kings have come to Bethlehem
With a trailing star in front of them.
MARY
What would you in this little place,
You three bright kings?
KINGS
Mother, we tracked the trailing star
Which brought us here from lands afar,
And we would look on his dear face
Round whom the Seraphs fold their wings.
MARY
But who are you, bright kings?
CASPAR
Caspar am I: the rocky North
From storm and silence drave me forth
Down to the blue and tideless sea.
I do not fear the tinkling sword,
For I am a great battle-lord,
And love the horns of chivalry.
And I have brought thee splendid gold,
The strong man’s joy, refined and cold.
All hail, thou Prince of Galilee!
BALTHAZAR
I am Balthazar, Lord of Ind,
Where blows a soft and scented wind
From Taprobane towards Cathay.
My children, who are tall and wise,
Stand by a tree with shutten eyes
And seem to meditate or pray.
And these red drops of frankincense
Betoken man’s intelligence.
Hail, Lord of Wisdom, Prince of Day!
MELCHIOR
I am the dark man, Melchior,
And I shall live but little more
Since I am old and feebly move.
My kingdom is a burnt-up land
Half buried by the drifting sand,
So hot Apollo shines above.
What could I bring but simple myrrh
White blossom of the cordial fire?
Hail, Prince of Souls, and Lord of Love!
CHORUS OF ANGELS
O Prince of souls and Lord of Love,
O’er thee the purple-breasted dove
Shall watch with open silver wings,
Thou King of Kings.
Suaviole o flos Virginum,
Apparuit Rex Gentium.

“Who art thou, little King of Kings?”
His wondering mother sings.

 

James Elroy Flecker (5 november 1884 – 3 januari 1915)
De St Stephen church in Lewisham, de geboorteplaats van James Elroy Flecker

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009.

 

eiland hoofd

betraliede bunkerwanden liggen op de kop
van het eiland geworpen, de zee kabbelt zachtjes voort
vergane handen hebben enkele veren
aan vinger sterke draden gebonden in de steen

na de zomer zullen ze vliegen
hier zie je delen van de wortels van onderaf
zonder te sterven, steil schilfert de kust af
een roestige klok steekt uit het zand

zij is nat, voor haar vergaat deze tijd later
heb ik de zwaan voor de veren gevonden
zijn kop ontbrak, alleen op zijn lichaam
viel het beeld van zijn schaduw te veranderen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e januari ook mijn blog van 4 januari 2019 en ook mijn blog van 4 januari 2017 en mijn blog van 4 januari 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Peter Ghyssaert, Hasso Krull

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Landschap van Rameau

Honderd broze botjes breekt de kip
in haar lijf. Kleine pijpen die
als takjes van de ruggegraat afhangen,
en de pijn wordt in een laag van gulden
vet gesmoord. Buiten het pluimvee om
gaan nu ook decors barsten. Krakend
vergaat een wereld van azuur en gips.
Het klavecimbel in de maneglans
zakt ten leste door zijn poten heen
van nachtschade. Wie speelt hoort met de laatste
toonladders, een rad van trillers aan
de pennen, één voor één de botten
gulzig knappen in zijn lichaam.

 

Monster

Moeizaam maalt hij uit de schoot,
het hevig, bloedgeblakerd kind,
zonder genade, zonder stilte voor
het wit dat hem omringt.

Alle andere kinderen en
zijn eigen ouders moeten dood,
en zijn gaven moeten glanzend tot
volmaaktheid uitvergroot.

Monster dat uit zijn omgeving alle
woede in zijn pantser rooft,
dat het liefst de schamel toe-
gedekte mensheid had gedoofd.

In het licht ontstaat een schub,
door geen verpleegster afgedroogd
en per minuut groeit het gezonde kwaad
en wordt zijn status opgehoogd.

 

Vierwoudstedenmeer

Blauw besteeg vanuit het meer
de bergen; sneeuw lag in een verre kreuk
in foetushouding opgerold.
Druppels verhuisden daar druppels
in hoog tempo. Je wist het zo intens
dat het te horen was.

Wat wij vanavond ook nog moesten zien
kwam voor de voet gedreven: lichtzeil
van boulevards, essentie
van een stad.

Hemel en aarde vielen in het water
zonder veel omhaal en wij
vermagerden daarbij tot twee gezichten,
hevig kijkend.

 

Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?
Zo sprak het jongetje tegen Freud.
Maar die was al ingedut. Een kaars
in de hand, het hoofd op de borst gezonken, zo
 
zat hij te knikkebollen en droomde: hij was nog maar
een klein jongetje, liep langs de stoeprand,
de zon scheen fel, en van boven kwam een
adelaar naar beneden en pikte hem de ogen uit.
 
Hoe moet ik zonder ogen
nu dromen krijgen, dacht Freud, hoe
moet ik op de stoep blijven? Bij
deze gedachte wordt Freud wakker.
 
Een jongetje, met dodenwakekaars in de hand,
buigt zich over hem heen en zegt:
Er was eens een man, die nog nooit
één enkele droom had gekregen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Dinosauriër

Begin jaren negentig probeerde ik de band te overtuigen van de verschrikkelijke uitwerking van de technologische vooruitgang, maar onze drummer zei: ‘Ik geloof jouw onheilsvoorspellingen niet. De eindtijd is al zo vaak aangekondigd. We zullen het wel weer overleven.’ Hij was een weldenkend mens, maar hij vergat dat het voortleven niet per se voor alle soorten zou gelden. ‘Kijk naar de dinosauriërs,’ riep ik, ‘die zijn mooi van de aardbodem verdwenen.’ Maar spoedig bleek mijn ongelijk. Alles kwam terug. De dino’s kwamen terug, zelfs mijn vader stond ineens weer voor onze deur. Hij ging zitten aan de keukentafel en begon te vertellen. Nog steeds dezelfde zwetsverhalen.

 

Twente

Ik was in slaap gevallen in de laadbak van een pick-up truck. Ik weet niet hoeveel later ik wakker werd. Het was donker geworden. Het voelde alsof ik ergens in Mexico was, maar aan de gevel van een boerderij zag ik dat ik me in Twente bevond. Achter mij schenen felle koplampen op een houten wand. Verderop stond een groepje mannen: donkere silhouetten met hooivorken in hun hand. Ik staarde naar hen en een sterke angst bekroop mij, een oude angst, tot ik blijkbaar bewoog en een klomp van een van de mannen mijn aandacht trok. Het ding schoof met de punt door het zand. En daarmee draaide alles om, het hele universum. Ik keek niet naar hen. Zij keken naar mij.

 

Anne en Arie

Vannacht in een droom
ben ik het strand opgegaan

Vannacht eindelijk een voet
buiten dat stille tehuis

Vannacht op het strand
stond mijn SOS er zomaar:

Wanneer Anne kan ik weer
bij je kruipen?

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

Als een dier

Achter de gladde textuur
Van mijn ogen, diep in mij,
Is een deel van mij gestorven:
Ik beweeg mijn bebloede vingernagels
Er overheen, hard als een schoolbord,
Laat mijn vingers erlangs glijden,
De krijtwitte littekens
Die zeggen: IK BEN BANG,
Bang voor wat er zou kunnen gebeuren
Met mij, de echte ik,
Achter deze gevangenismuren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2024 en ook mijn blog van 2 januari 2023 en ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 2 en ook deel 3

Een nieuw jaar (Toon Tellegen), Conor O’Callaghan

 

 

Wintergezicht bij Hillegersberg door Herman Bieling, 1933

 

Een nieuw jaar

Het is bijna zover
en een man dacht dat er iets ging beginnen,
iets wat niet kon beginnen, niet mocht beginnen,
iets met lente.
met water,
met vrijheid

.
en een engel sloeg hem neer
en zei:
er is geen beginnen,
er is nooit een begin geweest

.
en vrijheid werd aan een stuk hout gebonden
en losgelaten,
zodat iedereen haar kon zien,
ze hing hoog in de lucht tussen de wolken,
dreef langzaam weg

.
en de man kroop over de grond,
stilstand klemde zich aan hem vast,
en hij kromp ineen
tot hij een stofje was
en met zijn stoffigheid pronkte, lonkte

.
en het werd zomer, water werd vuur.

 

Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941) 

 

Onafhankelijk van geboortedata

Januari-droogte

Het hoeft geen vuurmaker te zijn, in deze tijd van het jaar,
een sigaret waarmee je twijfelt tussen auto en struiken.

Het perkament van het bos barst
bij de eerste windvlaag al open.

Gisteren kwam een grote plataan over First Street
en Hawthorne Street en staat er nog steeds.

De kranten zeggen dat het moet gebeuren,
al is het maar in kleine beetjes op de asbestgevel.
Maar vanavond zijn het emmers vol sterren, zo hard en droog als dubbeltjes
.

De voorraad etenswaren voor een maand stapelt zich op in de gootsteen.
Thee wordt gezet met water uit een volgelopen bad,
en elke dorst die ik heb opgebouwd, wordt gelest met de gedachte aan jou,
stukje voor stukje, een kerstcadeau dat verstopt ligt
en weken later wordt gevonden: het lint, de doos.

Ik heb een reservoir aan wensen, genoeg
om vele nachten in de vrieskou door te brengen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Conor O’Callaghan (Newry, 20 september 1968)
Newry

 

Zie ook alle tags voor nieuwjaar op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn blog van 1 januari 2023 en ook mijn vier blogberichten van 1 januari 2019.

Das alte Jahr vergangen ist (Hoffmann von Fallersleben), Maria Luise Weissmann

 

 

Wintergezicht op Veere door Lucie van Dam van Isselt, ca. 1920 – 1925

 

Das alte Jahr vergangen ist

Das alte Jahr vergangen ist,
Das neue Jahr beginnt.
Wir danken Gott zu dieser Frist,
Wohl uns, daß wir noch sind!
Wir sehn auf’s alte Jahr zurück,
Und haben neuen Mut:
Ein neues Jahr, ein neues Glück!
Die Zeit ist immer gut.

Ja, keine Zeit war jemals schlecht:
In jeder lebet fort
Gefühl für Wahrheit, Ehr’ und Recht
Und für ein freies Wort.
Hinweg mit allem Weh und Ach!
Hinweg mit allem Leid!
Wir selbst sind Glück und Ungemach,
Wir selber sind die Zeit.

Und machen wir uns froh und gut,
Ist froh und gut die Zeit,
Und gibt uns Kraft und frohen Mut
Bei jedem neuen Leid.
Und was einmal die Zeit gebracht,
Das nimmt sie wieder hin –
Drum haben wir bei Tag und Nacht
Auch immer frohen Sinn.

Und weil die Zeit nur vorwärts will,
So schreiten vorwärts wir;
Die Zeit gebeut, nie stehn wir still,
Wir schreiten fort mit ihr.
Ein neues Jahr, ein neues Glück!
Wir ziehen froh hinein,
Denn vorwärts! vorwärts! nie zurück!
Soll unsre Losung sein.

 

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
Schloss Fallersleben, met op de benedenverdieping het Hoffmann-von-Fallersleben-Museum.

 

De Duitse dichteres Maria Luise Weissmann  werd geboren op 20 augustus 1899 in Schweinfurt. Zie ook alle tags voorMaria Luise Weissmann op dit blog.

 

Einde van het jaar

Jij oud geworden jaar: zo op ’t eind belust,
Haast je snel en sneller. Je verlangt naar rust
In een diepe, grenzeloze dood.
Maar zie: ik haast me sneller, naar het rood
Van de nieuwe ochtend, voor jou uit.
O kom! Ga over! Wis uit, wis uit!
Wat getekend is, belast, bevlekt
met grote moeheid, met pijn bedekt —
Verga— ik word. Sterf—en ik vermag
Op te staan: O nieuwe, reinste dag!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maria Luise Weissmann (20 augustus 1899 – 7 november 1929)
Vuurwerk boven het oude stadhuis in Schweinfurt, de geboorteplaats van Maria Luise Weissmann

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn blog van 31 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Burkhard Spinnen, Alexander Gumz

De Duitse schrijver Burkhard Spinnen werd geboren op 28 december 1956 in Mönchengladbach. Zie ook alle tags voor Burkhard Spinnen op dit blog.

Uit: Vorkriegsleben

„Montag, 14. Februar 2022. Die Mutter sitzt in ihrem Sessel, den Rücken zum Fens-ter. Sie trägt keine Maske, und sie wird keine aufsetzen; die Pandemie hat sie von Anfang an nicht verstanden. Seine eigene Maske hat Morjan schon abgenommen. Ein Besuch damit ist völlig undenkbar. Jetzt muss er es sagen, und er tut es: »Hallo, Mama!« Der Text könnte kaum simpler sein, aber er muss den richtigen Ton treffen. Es muss klingen, als käme er gerade von der Schule nach Hause. Ein freundlicher Gruß, aber eigentlich die Aufforderung, heiter zu sein, von Sorgen nicht zu reden und nicht danach zu fragen. »Hallo«, antwortet die Mutter. Es fehlt der Name. Kein Richard, das ist ein schlechtes Zeichen. Womöglich hält sie ihn heute wieder für ihren Vater oder ihren Ehemann oder ihren Bruder, alle tot seit vielen Jahren. Morjan setzt sich ihr gegenüber. Zwischen ihnen steht der runde Tisch, der noch aus dem Elternhaus stammt. Soffy legt sich darunter, den Blick zur Tür gerichtet. Sie meidet die Mutter; vielleicht weiß sie auf ihre Art, dass etwas mit der alten Frau nicht stimmt. Die Mutter ihrerseits nimmt niemals Notiz von der Hündin. Sie meidet Themen, in denen sie sich nicht auskennt, und die gibt es wahrlich zur Genüge. Morjan trägt Anzug mit Hemd und Krawatte, weil er gleich noch einen offiziellen Termin hat. Jeans, kariertes Hemd und Parka wie damals zu Schulzeiten wären besser. Manchmal helfen sie der Mutter, ihn als den zu erkennen, der er ist: ihr einziges Kind. Doch wichtiger ist sein Gesichtsausdruck. Der muss unbedingt
zum Tonfall der Begrüßung passen: ein unironisches, entspanntes Lächeln. Die Mutter missversteht die ganze Welt, aber Gesichter kann sie noch lesen, natürlich nur ohne Maske. Morjan beherrscht dieses Lächeln, aber es fühlt sich falsch an. »Ach«, sagt die Mutter. »Gut, dass du kommst« Das sagt sie immer. Was dahintersteckt, hört Morjan an der Melodie. Sie kann es sagen, als käme jemand, von dem sie einen guten Rat erhofft. Heute sagt sie es so, als hätte man sie in der Wildnis ausgesetzt. »Was gibt es denn?«, sagt Morjan durch sein Lächeln hindurch. »Die«, sagt die Mutter. Aber schon ist da eine Lücke. Man hat ihr etwas angetan, aber sie weiß nicht mehr, wer das war. »Die haben mich —« Weiter kommt sie nicht. Sie hat die Täter vergessen und die Tat Aber dass man sie verletzt oder missachtet oder beleidigt hat, das weiß sie, und davon wird sie sich nicht abbringen lassen, erst recht nicht durch Sätze wie den, etwas könne nicht schlimm sein, wenn man es so schnell vergessen habe.“

 

Burkhard Spinnen (Mönchengladbach, 28 december 1956)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

ozon in de avond

ik vind het fijn dat we ’s avonds lichter worden,
met onze groene handschoenen het weer trotseren.

ik hou van het friendly fire van de radiostations,
de hobby’s van keepers uit de regionale competitie.

wie geen tuin heeft, moet door het platteland kruipen,
de horizon verkleinen, vogelgeluiden

met ballen bekogelen. natuurlijk, het gezelschap
van bierblikjes is niet half zo fijn als vroeger.

toen elke dag zaterdag heette, telden doelpunten
dubbel. ik vind het geweldig als spitsen

de regen in stappen, hun positie uitschakelen
(de voorzetten van de dropshots). geen score

bereikt hen meer. In de schemering
sist er niets anders om onze oren dan ozon.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2018 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.

Marc-Édouard Nabe, Alexander Gumz

De Franse dichter, schrijver, schilder en musicus Marc-Édouard Nabe (eig. Alain Zannini) werd geboren in Marseille op 27 december 1958. Zie ook alle tags voor Marc-Edouard Nabe op dit blog.

Uit: L’âge du Christ

“J’ai trente-trois ans. Tous les hommes meurent à trente-trois ans, tous les hommes de trente-trois ans ressuscitent. D’abord la mort. Qu’est-ce qui est mort en moi ? Tant de choses… Il faut bien accepter que les choses meurent en vous à votre place, sinon c’est le colt sur la tempe. La multiplication des petits suicides, ça me connaît. J’en aurai tué des Moi haïssables, et même des Moi adorables ! A cet âge, je n’ai plus que trois obsessions : l’art, l’amour et la religion, dans le désordre. Il y a toujours quelque chose de vrai dans ce qu’on me reproche. Ça ne m’aide pas à mieux me connaître, ça m’aide à ne plus avoir envie de me connaître. Je gâche ce que je veux, je me suicide quand je veux, à chaque livre je me suicide. Il est trop tôt pour réfléchir. J’ai envie de foncer. Michel-Ange, en sculptant, disait : “Je hais ce marbre qui me sépare de ma statue.” D’après ce que je crois comprendre, si j’étais moins exalté, méprisant, malin, fanfaron, religieux, froid, excessif, organisé, injuste, ma littérature serait acceptable. Ça me dégoute, les gens qui se recherchent eux-mêmes. Il n’y a rien à trouver au bout de soi-même. J’aimerais bien m’intéresser à moi, mais je me tombe des mains. Souvent, je m’imagine sous la forme d’un instrument de musique : un saxophone, un trombone. Quand je mourrai, on me remettra dans ma boîte, dans mon étui. Au départ, on nous offre une mélodie, il faut l’harmoniser. Ça sonne ou ça ne sonne pas. Autour de moi, je ne rencontre que des êtres en chantier ou en ruine. Je ne vois pas l’intérêt de passer ma vie à me demander pourquoi c’est moi qui la vis. Je ne suis pas le premier homme à avoir trente-trois ans, mais j’ai le droit d’être effaré de constater que la plupart des trentenaires passent de trente-deux à trente-trois ans sans se poser de questions. Ils franchissent le cap à la légère. Ils ne ressentent pas combien ce chiffre fatidique, à la fois christique (33) et diabolique (2*33=66), desquame l’homme de sa jeunesse comme un serpent se débarrasse de sa vieille peau.”

 

Marc-Édouard Nabe (Marseille, 27 december 1958)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

Schaduwwerper

de troebele dichtheid van een glazen wand, voor het stadscentrum
geplaatst. aan zeven heuvels

hangen camera’s volgen de stand van de zon.
ze willen weten wat voor hen

brug genoemd wordt hoeveel ze voor de autoriteiten
moeten verzwijgen.

op de rivieroever verdringen zich geluidsinstallaties,
eenvoudige relais: aan of uit.

sociale woningbouwpaleisjes staan op de weide, hun daken
rood, dan bruin. natuurlijk.

zou de zuurstof erover kunnen waken,
zouden de draagbare radio’s eens even

hun bek houden, de geboorteplaatsen van de helden
niet langer naast de snelweg gebouwd worden.

zoiets moeten constructeurs toch weten! ook ratten ruiken
waar ze het goedkoopste voedsel kunnen vinden.

ze strekken hun snuiten uit, krabben met hun klauwen,
en rennen steeds weer tegen deze glazen wand aan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e december ook mijn blog van 27 december 2018 en ook mijn blog van 27 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Astrid Lampe, Kenneth Rexroth

De Nederlandse dichteres en schrijfster Astrid Lampe werd geboren in Tilburg op 22 december 1955. Zie ook alle tags voor Astrid Lampe op dit blog.

 

Inktslag zwart

de anderpoot sleept hij
zwaar van de laars
– de nog éne –
want incompleet het paar

het zou de geweldenaar niet zijn
als hij – bol, bliksem aan bast –
zijn kans niet wachtte

splijt
schors met leer
het priemen van de hak zonder
gezicht
inktslag zwart
tot pek het tere binnen
zo kurkbestoft het binnen
van de boom

in een nacht

treur niet mijn meisje
– de botterik –
hij heeft zijn zweetschans
aan de wilg gehangen
die kwijnt
mét de kruin
wie zou niet treuren
de arme lede,
lam
zo moe ook daar nog bij

moe van jaren

korst, vuil,
bloed
traag als pek
spoedt weg uit mij
maak

de kruin weer vrij opdat
ik treure
en hete tranen laat
een geiser gelijk

dit
drek –
wie kon bevroeden
de ingehouden adem erachter

korst en bloed
spoedt weg van mij
opdat ik kijke en
– leze de les –
mijns gelijk

 

agressors die melkpoeder doneren

internetbruiden die zweren bij melkpoeder trilplaatfitness
en de verholen agressie van een natuur die op de drempel van bed naar bad
piketpaaltjes plaatst

het containerschip strandt

de menselijke waarden bereiken ons niet

niet eerder dan dat
het bad ezelinnenmelk met een boel tamtam leegloopt
een ik met een enkelband
de haven ontmijnt

 

Astrid Lampe (Tilburg, 22 december 1955)

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

Lucht en Engelen: Alleen deze Nacht

Maanlicht nu op Malibu
De winternacht, de paar sterren
Ver weg, miljoenen kilometers
De zee die eindeloos doorgaat
Voor altijd rond de aarde
Ver zo ver, als je lippen dichtbij zijn
Gevuld met hetzelfde licht als jouw ogen
Liefje, liefje, liefje
De toekomst is allang voorbij
En het verleden zal nooit gebeuren
We hebben alleen deze
Onze ene voor altijd
Zo klein, zo oneindig
Zo vluchtig, zo immens
Onsterfelijk als onze handen die elkaar aanraken
Onsterfelijk als de wijn die we drinken bij het vuur
Almachtig als deze ene kus
Die geen begin heeft
Die nooit
Nooit
Eindigt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e december ook mijn blog van 22 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Paolo Giordano, Alexander Gumz

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: Tasmanië (Vertaald door Manon Smits)

“In die tijd ging mijn kleine persoonlijke catastrofe me veel meer aan het hart dan de planetaire, dan de ophoping van broeikasgassen in de atmosfeer, de terugtrekking van de gletsjers en de stijging van de oceanen. Het was vooral om er even tussenuit te kunnen dat ik aan de Corriere della Sera vroeg of ze een accreditatie voor me wilden aanvragen bij de klimaatconferentie in Parijs, ook al was de inschrijftermijn al verstreken. Ik moest dan ook echt bij ze smeken, alsof dit iets was wat ik absoluut niet mocht missen. Ze hoefden alleen maar te betalen voor de vlucht en de artikelen die ik zou schrijven. Een slaapplaats zou ik wel regelen bij een vriend.
Giulio woonde in een donker tweekamerappartement in het veertiende, de Rue de la Gaîté. De Straat van de Vrolijkheid? zei ik toen ik binnenkwam. Niet echt toepasselijk.
Nee, inderdaad. Ik zou me maar niet te veel illusies maken als ik jou was.
Jaren eerder hadden we in Turijn een flat gedeeld, Giulio als student van buiten de stad, ik als rijkeluiszoon die graag op kamers wilde ook al was de uni maar een halfuur met de bus vanaf mijn ouders. In tegenstelling tot mij was Giulio na zijn afstuderen wel in de natuurkunde bezig gebleven. Hij had in talloze steden gewerkt, uitsluitend in Europa omdat hij politiek gezien een onoverkomelijke weerstand koesterde jegens de Verenigde Staten. Intussen was hij getrouwd en gescheiden, had een zoontje gekregen en was ten slotte in Frankrijk neergestreken, met een onderzoeksbeurs aan de École Polytechnique, waar hij zich bezighield met chaostheorieën toegepast op de financiële wereld.
We schepten allebei een bord pasta vol alsof we twintigers waren en aten aan een ongedekte tafel, terwijl ik hem vertelde over de reden van mijn bezoek, de officiële reden tenminste. Giulio ging op een schap naar een boek zoeken. Heb je dit gelezen?
Ik zei nee en liet de rand van de pagina’s onder mijn duim door glijden. Ondergang, mompelde ik, dat klinkt perfect.
Hij heeft een interessante kijk op uitsterving. Hou het maar.
Het woord ‘uitsterving’ bleef even in mijn hoofd hangen, als het label van een persoonlijk lot. Ik ruimde af terwijl Giulio me snel bijpraatte over Adriano, die alweer vier jaar was.
Ik was een beetje slaperig geworden door de koolhydraten, maar de wijn was op, dus gingen we de deur uit zodat we konden blijven drinken.”

 

Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

strak omheind groen

het einde van ons verlangen: opgetrokken
wenkbrauwen voor een rijtjeshuis.

zoveel kansen krijgt hier anders niemand.
het gras onder onze zolen wordt drie keer verkocht.

één keer aan de slager in Oberdorf, twee keer
aan kleinkinderen op de rondweg.

haal je jurk uit de kast, die strakke,
en dans met mij in het zwembad.

wij nemen nooit meer de bus van negen uur.
we zullen ons slechts alles herinneren,

toen het klein was. vóór de crashes, de gaten in het hek,
de roest in onze hand.

heb je het fornuis in de keuken aan laten staan
of wat is dat voor geur?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2018 en eveneens mijn blog van 19 december 2015 deel 2.