Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Voor de democratie

“De man die zijn naam aan de Griekse ‘gouden eeuw’ gaf, de Atheense staatsman Perikles, bevond zich vrijwel zijn hele leven in dat politieke spanningsveld. Hij
was afkomstig uit een oud en voornaam geslacht, de Alkmaioniden, maar schaarde zich al vroeg aan de kant van het volk, wat hem het verwijt van populisme opleverde en veel conservatieve vijanden.
Niettemin was hij zo’n dertig jaar een leidende politieke figuur in Athene, van ongeveer 461 v.Chr. tot aan zijn dood tijdens de pestepidemie in 429 v.Chr. Dat de naam Perikles verbonden raakte met een ‘gouden tijdperk’ is grotendeels te danken aan zijn aanhoudende populariteit als politiek leider. Ieder jaar werd hij opnieuw gekozen als strategos (een van de tien bevelhebbers). Hij breidde de Atheense democratie uit, zorgde voor een financiële compensatie wanneer gewone burgers democratische verplichtingen op zich namen. Hij nam het initiatief tot grootse bouwprojecten als het
Parthenon, de Propyleeën, het Erechtheion, het Odeion. Hij voltooide de zogenaamde Lange Muren, een verdedigingswerk dat Atheners bescherming bood op de weg naar de haven van Piraeus. Ook gaf hij zijn persoonlijke vriend, de beeldhouwer Phidias, de opdracht tot het maken van het beeld van Athena Parthenos in het Parthenon, maar liefst 12 meter hoog, opgetrokken uit goud en ivoor.
Onder Perikles werd de hegemonie van Athene ten opzichte van haar bondgenoten versterkt. Zij hadden zich verenigd in de zogenaamde Delische Bond en het was Perikles die hun gezamenlijke schatkist van het eiland Delos overbracht naar Athene, waarmee behalve de oppermachtige Atheense vloot ook de prestigieuze bouwprojecten werden bekostigd – wat Perikles het verwijt van praalzucht en imperialisme bezorgde. Athene fungeerde zo’n beetje zoals de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog ten opzichte van West-Europa, dominant, maar ook een waarborg voor veiligheid. Je moest betalen, je had weinig in te brengen, maar je kreeg er een redelijk zorgeloos bestaan voor terug.
Iemand die de Atheense politiek zo lang domineerde, was vanzelfsprekend omstreden. Tijdens Perikles’ leven, maar ook in de eeuwen daarna, helemaal tot in onze tijd, is zijn reputatie en statuur onderwerp van discussie.”

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Siroop

Hoe ze haar vinger uitstrekt
van de mokkalepel, mijn Sudeten-grootmoeder.
Haar haar zwart
van de gedroogde bieten.
Buiten, de afdruk
van haar handen in de wind,
waar kinderen kastanjes
doorheen gooien. De aardappelen
heeft ze nooit vertrouwd en hurkte
alleen in de rook van de stokerij.
Zoals bij sommigen een bochel
langs de rug omhoog groeit,
groeit deze in haar krullen.
Dit uiteenvallen elke avond,
naakt voor de gordijnen is haar huid
slechts een scheur in de stof.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Frans Kellendonk, Reginald Gibbons

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

Uit: Mystiek Lichaam

Want geld was een kwestie van geloof, welbeschouwd, en net als ieder geloof baatte het je niets als anderen het niet met je deelden. Stel dat het als staatsgodsdienst zou worden afgeschaft, of dat het vaderland failliet zou gaan… O ongrijpbare, onherroepelijk symbolische gulden, die op zo’n dag des oordeels als loos verzinsel ontmaskerd zou worden! Dan zou fl voor flut en flauwekul komen te staan en Gijselhart voor gek, met zijn buidel om zijn hals.
Het gebied waar men weet had van zijn kredietwaardigheid besloeg maar een paar vierkante kilometer. Daarbinnen wist men dat de toonder van het Gijselhartgezicht goed was voor de somma van één miljoen gulden, dat het in de rangorde van Vondel, Frans Hals, J.P. Sweelinck, de zonnebloem en de watersnip het hoogst bereikbare vertegenwoordigde, maar daarbuiten was zijn geld hem niet aan te zien, al liet hij het bedrag op zijn voorhoofd tatoeëren. Eigendom werd nooit eigenschap. En geld was niet eens eigendom, eerder vage belofte, volksbegoocheling, God mocht weten wat het was.
De muis van Gijselhart was een vrouw. Bij uitbreiding ook ‘de’ vrouw.
Toen hij pas weduwenaar was had hij een paar keer een prostituee bezocht, in de stad, in nachtclub De Keizerskroon. Slangemensen en buikdanseressen werkten zich daar star glimlachend voor je in het zweet, een bandje speelde in een doorzakkend tempo en schudde zichzelf af en toe wakker met een onverhoedse dissonant, een dame troonde je mee naar boven. In de dagen na zo’n bezoek trachtte Gijselhart zijn schaamte en de scherven van zijn verlangen op te ruimen door met een handeltje het schandegeld terug te verdienen. De sterrekijker die zijn zoon thuis had laten staan of de naaimachine van zijn overleden echtgenote werden dan haastig te gelde gemaakt. Was zijn portefeuille weer even vol als vóór het incident, dan beschouwde hij zijn zonde als vergeven en vergeten.
Eén keer had hij echter een vrouw van de straat opgepikt. Die was vast goedkoper, dacht hij, en dus minder slecht. Op het tippeltrottoir, aan de voet van de kruittoren, stond ze haar zwarte haar te borstelen, dwars over haar hoofd naar links, dan een gelijk aantal slagen naar rechts, dan weer evenveel naar links, met een mechanische ijver. Wanneer de haren uitwaaierden in het lamplicht waren ze eventjes van goud. Ze had zijn oude Pontiac eerst willen negeren, maar was toch ingestapt toen hij voor de derde keer langsreed. Ze was een buitenlandse, een Française zo te horen of misschien een Algerijns heidinnetje, in elk geval sprak ze bar weinig Nederlands. Ze reden naar een hotel dat zij genoemd had. Daar was ze de meest kil-routineuze en zwijgzame hoer geweest die hij tot dusver had meegemaakt.”

 

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)
Portret door Kees Knopper, 1984

 

De Amerikaanse dichter, redacteur en hoogleraar Reginald Gibbons werd geboren in Houston op 7 januari 1947. Zie ook alle tags voor Reginald Gibbons op dit blog.

 

Naar Mandelshtam

Op het nutteloze geluid
van middernachtelijke kerkklokken,
spoelt iemand achter het huis
haar gedachten in de
onpeilbare
universele hemel –
een koude, zwakke gloed.
Zoals altijd zijn de sterren
wit als zout op het
blad van een oude bijl.
De regenton is vol,
er zit ijs in de opening.
Verbrijzel het ijs – kometen
en sterren smelten weg
als zout, het water
wordt donkerder en de aarde
waarop de ton staat
is transparant
onder de voeten, en daar
zijn ook sterrenstelsels,
spookachtig bleek en stilletjes
brullend in de zowat
zevenhonderd
kamers van de geest.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Reginald Gibbons (Houston, 7 januari 1947)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e januari ook mijn blog van 7 januari 2022 en ook mijn blog van 7 januari 2019 en ook mijn blog van 7 januari 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Hester Knibbe, Carl Sandburg

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

Staand

Versteend sta ik op deze aarde
met lange rok en omslagdoek
die hij strak rond mijn borsten
speelde, omdat dat van de wereld
moet. Zo ben ik opgevoed.

Mijn ogen hebben iris noch pupil.
Dus kijk ik maar naar binnen, wil
al wat buiten voorvalt binnen horen.

Van wat ik waarneem ligt rondom
mijn mond een lach bevroren,
die daar maar vriezen blijft. Ontdooi me,
tooi me met een hoed van bloemen
en lange stengels in m’n lijf.

 

Endymion

je komt in al mijn dromen om
wat bij te praten, in mijn tuin te zwijgen,
ruggespraak te houden over een feest
dat je tezijnertijd zult geven

wat ik destijds verzweeg, vertel ik je:
blij dat je er bent, ik regel alle
dag en geef je heel mijn schijn
van licht in wisselende vorm;
donker slibt achter ons dicht

maar lang al voor de zon opkomt,
word je doorschijnend, blauw als ijs, verdwijnt
het beeld perfect als jou vermomd
je komt in al mijn dromen om

 

Tuin met uitzicht

Ik heb mij hoger gesetteld
dan doorgaans, ben stapel op wolken
lucht en zo meer. Nee, nee ik kijk

niet op u neer, heb nog te veel
weet van gemodder, moeizaam
gewroet daarbeneden. Maar ik

hecht nu eenmaal sterk aan
het weidse, een buigzame wuivende
blik op het leven, wil een lusthof zijn

voor wie mij betreden en een dak
voor degenen die bijna als mollen
onder mijn wortels schuilen

voor het extreme. Hierboven en
tussen de huizen ontvang ik blijmoedig

eenieder met uitzicht, een zetel om
genietend te zitten te kijken te lezen.

 

Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

Sneeuwstorm notities

Ik geef niet de pauken de schuld – ze hebben honger.
En de snaredrums – ik weet wat ze willen – die zijn ook leeg.
En de dreunende basdrums – die hebben het meeste honger van allemaal…
De huilende speren van het noordwesten verstommen.
De wiegeliedjes van het zuidwesten krijgen een kans, een moederlied.
Een wiegemaan komt tevoorschijn uit een gescheurd gat in de voddenhemel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Carl Sandburg (6 januari 1878 – 22 juli 1967)
Portret door William Arthur Smith, 1961

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari ook mijn blog van 6 januari 2021 en ook mijn blog van 6 januari 2019 deel 2 en eveneens deel 3.

The Masque of the Magi (James Elroy Flecker), Andreas Altmann

 

 

De aanbidding der koningen door Hendrick De Clerck, ca. 1610

 

The Masque of the Magi

Three Kings have come to Bethlehem
With a trailing star in front of them.
MARY
What would you in this little place,
You three bright kings?
KINGS
Mother, we tracked the trailing star
Which brought us here from lands afar,
And we would look on his dear face
Round whom the Seraphs fold their wings.
MARY
But who are you, bright kings?
CASPAR
Caspar am I: the rocky North
From storm and silence drave me forth
Down to the blue and tideless sea.
I do not fear the tinkling sword,
For I am a great battle-lord,
And love the horns of chivalry.
And I have brought thee splendid gold,
The strong man’s joy, refined and cold.
All hail, thou Prince of Galilee!
BALTHAZAR
I am Balthazar, Lord of Ind,
Where blows a soft and scented wind
From Taprobane towards Cathay.
My children, who are tall and wise,
Stand by a tree with shutten eyes
And seem to meditate or pray.
And these red drops of frankincense
Betoken man’s intelligence.
Hail, Lord of Wisdom, Prince of Day!
MELCHIOR
I am the dark man, Melchior,
And I shall live but little more
Since I am old and feebly move.
My kingdom is a burnt-up land
Half buried by the drifting sand,
So hot Apollo shines above.
What could I bring but simple myrrh
White blossom of the cordial fire?
Hail, Prince of Souls, and Lord of Love!
CHORUS OF ANGELS
O Prince of souls and Lord of Love,
O’er thee the purple-breasted dove
Shall watch with open silver wings,
Thou King of Kings.
Suaviole o flos Virginum,
Apparuit Rex Gentium.

“Who art thou, little King of Kings?”
His wondering mother sings.

 

James Elroy Flecker (5 november 1884 – 3 januari 1915)
De St Stephen church in Lewisham, de geboorteplaats van James Elroy Flecker

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009.

 

eiland hoofd

betraliede bunkerwanden liggen op de kop
van het eiland geworpen, de zee kabbelt zachtjes voort
vergane handen hebben enkele veren
aan vinger sterke draden gebonden in de steen

na de zomer zullen ze vliegen
hier zie je delen van de wortels van onderaf
zonder te sterven, steil schilfert de kust af
een roestige klok steekt uit het zand

zij is nat, voor haar vergaat deze tijd later
heb ik de zwaan voor de veren gevonden
zijn kop ontbrak, alleen op zijn lichaam
viel het beeld van zijn schaduw te veranderen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e januari ook mijn blog van 4 januari 2019 en ook mijn blog van 4 januari 2017 en mijn blog van 4 januari 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Peter Ghyssaert, Hasso Krull

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Landschap van Rameau

Honderd broze botjes breekt de kip
in haar lijf. Kleine pijpen die
als takjes van de ruggegraat afhangen,
en de pijn wordt in een laag van gulden
vet gesmoord. Buiten het pluimvee om
gaan nu ook decors barsten. Krakend
vergaat een wereld van azuur en gips.
Het klavecimbel in de maneglans
zakt ten leste door zijn poten heen
van nachtschade. Wie speelt hoort met de laatste
toonladders, een rad van trillers aan
de pennen, één voor één de botten
gulzig knappen in zijn lichaam.

 

Monster

Moeizaam maalt hij uit de schoot,
het hevig, bloedgeblakerd kind,
zonder genade, zonder stilte voor
het wit dat hem omringt.

Alle andere kinderen en
zijn eigen ouders moeten dood,
en zijn gaven moeten glanzend tot
volmaaktheid uitvergroot.

Monster dat uit zijn omgeving alle
woede in zijn pantser rooft,
dat het liefst de schamel toe-
gedekte mensheid had gedoofd.

In het licht ontstaat een schub,
door geen verpleegster afgedroogd
en per minuut groeit het gezonde kwaad
en wordt zijn status opgehoogd.

 

Vierwoudstedenmeer

Blauw besteeg vanuit het meer
de bergen; sneeuw lag in een verre kreuk
in foetushouding opgerold.
Druppels verhuisden daar druppels
in hoog tempo. Je wist het zo intens
dat het te horen was.

Wat wij vanavond ook nog moesten zien
kwam voor de voet gedreven: lichtzeil
van boulevards, essentie
van een stad.

Hemel en aarde vielen in het water
zonder veel omhaal en wij
vermagerden daarbij tot twee gezichten,
hevig kijkend.

 

Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?
Zo sprak het jongetje tegen Freud.
Maar die was al ingedut. Een kaars
in de hand, het hoofd op de borst gezonken, zo
 
zat hij te knikkebollen en droomde: hij was nog maar
een klein jongetje, liep langs de stoeprand,
de zon scheen fel, en van boven kwam een
adelaar naar beneden en pikte hem de ogen uit.
 
Hoe moet ik zonder ogen
nu dromen krijgen, dacht Freud, hoe
moet ik op de stoep blijven? Bij
deze gedachte wordt Freud wakker.
 
Een jongetje, met dodenwakekaars in de hand,
buigt zich over hem heen en zegt:
Er was eens een man, die nog nooit
één enkele droom had gekregen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Dinosauriër

Begin jaren negentig probeerde ik de band te overtuigen van de verschrikkelijke uitwerking van de technologische vooruitgang, maar onze drummer zei: ‘Ik geloof jouw onheilsvoorspellingen niet. De eindtijd is al zo vaak aangekondigd. We zullen het wel weer overleven.’ Hij was een weldenkend mens, maar hij vergat dat het voortleven niet per se voor alle soorten zou gelden. ‘Kijk naar de dinosauriërs,’ riep ik, ‘die zijn mooi van de aardbodem verdwenen.’ Maar spoedig bleek mijn ongelijk. Alles kwam terug. De dino’s kwamen terug, zelfs mijn vader stond ineens weer voor onze deur. Hij ging zitten aan de keukentafel en begon te vertellen. Nog steeds dezelfde zwetsverhalen.

 

Twente

Ik was in slaap gevallen in de laadbak van een pick-up truck. Ik weet niet hoeveel later ik wakker werd. Het was donker geworden. Het voelde alsof ik ergens in Mexico was, maar aan de gevel van een boerderij zag ik dat ik me in Twente bevond. Achter mij schenen felle koplampen op een houten wand. Verderop stond een groepje mannen: donkere silhouetten met hooivorken in hun hand. Ik staarde naar hen en een sterke angst bekroop mij, een oude angst, tot ik blijkbaar bewoog en een klomp van een van de mannen mijn aandacht trok. Het ding schoof met de punt door het zand. En daarmee draaide alles om, het hele universum. Ik keek niet naar hen. Zij keken naar mij.

 

Anne en Arie

Vannacht in een droom
ben ik het strand opgegaan

Vannacht eindelijk een voet
buiten dat stille tehuis

Vannacht op het strand
stond mijn SOS er zomaar:

Wanneer Anne kan ik weer
bij je kruipen?

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

Als een dier

Achter de gladde textuur
Van mijn ogen, diep in mij,
Is een deel van mij gestorven:
Ik beweeg mijn bebloede vingernagels
Er overheen, hard als een schoolbord,
Laat mijn vingers erlangs glijden,
De krijtwitte littekens
Die zeggen: IK BEN BANG,
Bang voor wat er zou kunnen gebeuren
Met mij, de echte ik,
Achter deze gevangenismuren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2024 en ook mijn blog van 2 januari 2023 en ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 2 en ook deel 3

Een nieuw jaar (Toon Tellegen), Conor O’Callaghan

 

 

Wintergezicht bij Hillegersberg door Herman Bieling, 1933

 

Een nieuw jaar

Het is bijna zover
en een man dacht dat er iets ging beginnen,
iets wat niet kon beginnen, niet mocht beginnen,
iets met lente.
met water,
met vrijheid

.
en een engel sloeg hem neer
en zei:
er is geen beginnen,
er is nooit een begin geweest

.
en vrijheid werd aan een stuk hout gebonden
en losgelaten,
zodat iedereen haar kon zien,
ze hing hoog in de lucht tussen de wolken,
dreef langzaam weg

.
en de man kroop over de grond,
stilstand klemde zich aan hem vast,
en hij kromp ineen
tot hij een stofje was
en met zijn stoffigheid pronkte, lonkte

.
en het werd zomer, water werd vuur.

 

Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941) 

 

Onafhankelijk van geboortedata

Januari-droogte

Het hoeft geen vuurmaker te zijn, in deze tijd van het jaar,
een sigaret waarmee je twijfelt tussen auto en struiken.

Het perkament van het bos barst
bij de eerste windvlaag al open.

Gisteren kwam een grote plataan over First Street
en Hawthorne Street en staat er nog steeds.

De kranten zeggen dat het moet gebeuren,
al is het maar in kleine beetjes op de asbestgevel.
Maar vanavond zijn het emmers vol sterren, zo hard en droog als dubbeltjes
.

De voorraad etenswaren voor een maand stapelt zich op in de gootsteen.
Thee wordt gezet met water uit een volgelopen bad,
en elke dorst die ik heb opgebouwd, wordt gelest met de gedachte aan jou,
stukje voor stukje, een kerstcadeau dat verstopt ligt
en weken later wordt gevonden: het lint, de doos.

Ik heb een reservoir aan wensen, genoeg
om vele nachten in de vrieskou door te brengen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Conor O’Callaghan (Newry, 20 september 1968)
Newry

 

Zie ook alle tags voor nieuwjaar op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn blog van 1 januari 2023 en ook mijn vier blogberichten van 1 januari 2019.

Das alte Jahr vergangen ist (Hoffmann von Fallersleben), Maria Luise Weissmann

 

 

Wintergezicht op Veere door Lucie van Dam van Isselt, ca. 1920 – 1925

 

Das alte Jahr vergangen ist

Das alte Jahr vergangen ist,
Das neue Jahr beginnt.
Wir danken Gott zu dieser Frist,
Wohl uns, daß wir noch sind!
Wir sehn auf’s alte Jahr zurück,
Und haben neuen Mut:
Ein neues Jahr, ein neues Glück!
Die Zeit ist immer gut.

Ja, keine Zeit war jemals schlecht:
In jeder lebet fort
Gefühl für Wahrheit, Ehr’ und Recht
Und für ein freies Wort.
Hinweg mit allem Weh und Ach!
Hinweg mit allem Leid!
Wir selbst sind Glück und Ungemach,
Wir selber sind die Zeit.

Und machen wir uns froh und gut,
Ist froh und gut die Zeit,
Und gibt uns Kraft und frohen Mut
Bei jedem neuen Leid.
Und was einmal die Zeit gebracht,
Das nimmt sie wieder hin –
Drum haben wir bei Tag und Nacht
Auch immer frohen Sinn.

Und weil die Zeit nur vorwärts will,
So schreiten vorwärts wir;
Die Zeit gebeut, nie stehn wir still,
Wir schreiten fort mit ihr.
Ein neues Jahr, ein neues Glück!
Wir ziehen froh hinein,
Denn vorwärts! vorwärts! nie zurück!
Soll unsre Losung sein.

 

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
Schloss Fallersleben, met op de benedenverdieping het Hoffmann-von-Fallersleben-Museum.

 

De Duitse dichteres Maria Luise Weissmann  werd geboren op 20 augustus 1899 in Schweinfurt. Zie ook alle tags voorMaria Luise Weissmann op dit blog.

 

Einde van het jaar

Jij oud geworden jaar: zo op ’t eind belust,
Haast je snel en sneller. Je verlangt naar rust
In een diepe, grenzeloze dood.
Maar zie: ik haast me sneller, naar het rood
Van de nieuwe ochtend, voor jou uit.
O kom! Ga over! Wis uit, wis uit!
Wat getekend is, belast, bevlekt
met grote moeheid, met pijn bedekt —
Verga— ik word. Sterf—en ik vermag
Op te staan: O nieuwe, reinste dag!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maria Luise Weissmann (20 augustus 1899 – 7 november 1929)
Vuurwerk boven het oude stadhuis in Schweinfurt, de geboorteplaats van Maria Luise Weissmann

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn blog van 31 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Burkhard Spinnen, Alexander Gumz

De Duitse schrijver Burkhard Spinnen werd geboren op 28 december 1956 in Mönchengladbach. Zie ook alle tags voor Burkhard Spinnen op dit blog.

Uit: Vorkriegsleben

„Montag, 14. Februar 2022. Die Mutter sitzt in ihrem Sessel, den Rücken zum Fens-ter. Sie trägt keine Maske, und sie wird keine aufsetzen; die Pandemie hat sie von Anfang an nicht verstanden. Seine eigene Maske hat Morjan schon abgenommen. Ein Besuch damit ist völlig undenkbar. Jetzt muss er es sagen, und er tut es: »Hallo, Mama!« Der Text könnte kaum simpler sein, aber er muss den richtigen Ton treffen. Es muss klingen, als käme er gerade von der Schule nach Hause. Ein freundlicher Gruß, aber eigentlich die Aufforderung, heiter zu sein, von Sorgen nicht zu reden und nicht danach zu fragen. »Hallo«, antwortet die Mutter. Es fehlt der Name. Kein Richard, das ist ein schlechtes Zeichen. Womöglich hält sie ihn heute wieder für ihren Vater oder ihren Ehemann oder ihren Bruder, alle tot seit vielen Jahren. Morjan setzt sich ihr gegenüber. Zwischen ihnen steht der runde Tisch, der noch aus dem Elternhaus stammt. Soffy legt sich darunter, den Blick zur Tür gerichtet. Sie meidet die Mutter; vielleicht weiß sie auf ihre Art, dass etwas mit der alten Frau nicht stimmt. Die Mutter ihrerseits nimmt niemals Notiz von der Hündin. Sie meidet Themen, in denen sie sich nicht auskennt, und die gibt es wahrlich zur Genüge. Morjan trägt Anzug mit Hemd und Krawatte, weil er gleich noch einen offiziellen Termin hat. Jeans, kariertes Hemd und Parka wie damals zu Schulzeiten wären besser. Manchmal helfen sie der Mutter, ihn als den zu erkennen, der er ist: ihr einziges Kind. Doch wichtiger ist sein Gesichtsausdruck. Der muss unbedingt
zum Tonfall der Begrüßung passen: ein unironisches, entspanntes Lächeln. Die Mutter missversteht die ganze Welt, aber Gesichter kann sie noch lesen, natürlich nur ohne Maske. Morjan beherrscht dieses Lächeln, aber es fühlt sich falsch an. »Ach«, sagt die Mutter. »Gut, dass du kommst« Das sagt sie immer. Was dahintersteckt, hört Morjan an der Melodie. Sie kann es sagen, als käme jemand, von dem sie einen guten Rat erhofft. Heute sagt sie es so, als hätte man sie in der Wildnis ausgesetzt. »Was gibt es denn?«, sagt Morjan durch sein Lächeln hindurch. »Die«, sagt die Mutter. Aber schon ist da eine Lücke. Man hat ihr etwas angetan, aber sie weiß nicht mehr, wer das war. »Die haben mich —« Weiter kommt sie nicht. Sie hat die Täter vergessen und die Tat Aber dass man sie verletzt oder missachtet oder beleidigt hat, das weiß sie, und davon wird sie sich nicht abbringen lassen, erst recht nicht durch Sätze wie den, etwas könne nicht schlimm sein, wenn man es so schnell vergessen habe.“

 

Burkhard Spinnen (Mönchengladbach, 28 december 1956)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

ozon in de avond

ik vind het fijn dat we ’s avonds lichter worden,
met onze groene handschoenen het weer trotseren.

ik hou van het friendly fire van de radiostations,
de hobby’s van keepers uit de regionale competitie.

wie geen tuin heeft, moet door het platteland kruipen,
de horizon verkleinen, vogelgeluiden

met ballen bekogelen. natuurlijk, het gezelschap
van bierblikjes is niet half zo fijn als vroeger.

toen elke dag zaterdag heette, telden doelpunten
dubbel. ik vind het geweldig als spitsen

de regen in stappen, hun positie uitschakelen
(de voorzetten van de dropshots). geen score

bereikt hen meer. In de schemering
sist er niets anders om onze oren dan ozon.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2018 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.

Marc-Édouard Nabe, Alexander Gumz

De Franse dichter, schrijver, schilder en musicus Marc-Édouard Nabe (eig. Alain Zannini) werd geboren in Marseille op 27 december 1958. Zie ook alle tags voor Marc-Edouard Nabe op dit blog.

Uit: L’âge du Christ

“J’ai trente-trois ans. Tous les hommes meurent à trente-trois ans, tous les hommes de trente-trois ans ressuscitent. D’abord la mort. Qu’est-ce qui est mort en moi ? Tant de choses… Il faut bien accepter que les choses meurent en vous à votre place, sinon c’est le colt sur la tempe. La multiplication des petits suicides, ça me connaît. J’en aurai tué des Moi haïssables, et même des Moi adorables ! A cet âge, je n’ai plus que trois obsessions : l’art, l’amour et la religion, dans le désordre. Il y a toujours quelque chose de vrai dans ce qu’on me reproche. Ça ne m’aide pas à mieux me connaître, ça m’aide à ne plus avoir envie de me connaître. Je gâche ce que je veux, je me suicide quand je veux, à chaque livre je me suicide. Il est trop tôt pour réfléchir. J’ai envie de foncer. Michel-Ange, en sculptant, disait : “Je hais ce marbre qui me sépare de ma statue.” D’après ce que je crois comprendre, si j’étais moins exalté, méprisant, malin, fanfaron, religieux, froid, excessif, organisé, injuste, ma littérature serait acceptable. Ça me dégoute, les gens qui se recherchent eux-mêmes. Il n’y a rien à trouver au bout de soi-même. J’aimerais bien m’intéresser à moi, mais je me tombe des mains. Souvent, je m’imagine sous la forme d’un instrument de musique : un saxophone, un trombone. Quand je mourrai, on me remettra dans ma boîte, dans mon étui. Au départ, on nous offre une mélodie, il faut l’harmoniser. Ça sonne ou ça ne sonne pas. Autour de moi, je ne rencontre que des êtres en chantier ou en ruine. Je ne vois pas l’intérêt de passer ma vie à me demander pourquoi c’est moi qui la vis. Je ne suis pas le premier homme à avoir trente-trois ans, mais j’ai le droit d’être effaré de constater que la plupart des trentenaires passent de trente-deux à trente-trois ans sans se poser de questions. Ils franchissent le cap à la légère. Ils ne ressentent pas combien ce chiffre fatidique, à la fois christique (33) et diabolique (2*33=66), desquame l’homme de sa jeunesse comme un serpent se débarrasse de sa vieille peau.”

 

Marc-Édouard Nabe (Marseille, 27 december 1958)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

Schaduwwerper

de troebele dichtheid van een glazen wand, voor het stadscentrum
geplaatst. aan zeven heuvels

hangen camera’s volgen de stand van de zon.
ze willen weten wat voor hen

brug genoemd wordt hoeveel ze voor de autoriteiten
moeten verzwijgen.

op de rivieroever verdringen zich geluidsinstallaties,
eenvoudige relais: aan of uit.

sociale woningbouwpaleisjes staan op de weide, hun daken
rood, dan bruin. natuurlijk.

zou de zuurstof erover kunnen waken,
zouden de draagbare radio’s eens even

hun bek houden, de geboorteplaatsen van de helden
niet langer naast de snelweg gebouwd worden.

zoiets moeten constructeurs toch weten! ook ratten ruiken
waar ze het goedkoopste voedsel kunnen vinden.

ze strekken hun snuiten uit, krabben met hun klauwen,
en rennen steeds weer tegen deze glazen wand aan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e december ook mijn blog van 27 december 2018 en ook mijn blog van 27 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.