Eva Gerlach, Johannes Bobrowski

De Nederlandse dichteres en vertaalster Eva Gerlach (pseudoniem van Margaret Dijkstra) werd geboren in Amsterdam op 9 april 1948. Zie ook alle tags voor Eva Gerlach op dit blog.

 

Lievelingsdieren

Tussen de stenen hollen de platte,
brede pissebedden omlaag naar het donker. Vergeten
toen het nog koud was te kijken: hoe overwintert
een dier dat zo lijkt op herinnering,
zo afvalkleurig, met zijn hoofd naar binnen
en doodstil bij de minste aanraking.

Ik weet een kind dat van ze houdt, het streelt
hun dadelijk verstijvende stofjassen,
draagt ze tussen twee handen de kamer door.
O! zachte pootjes hebben ze, mag ik ze niet
houden in een kistje met onderaan glas?
Daar kijk ik de hele tijd naar, daar zing ik dan voor.

 

Bed

Je lichaam vast in slaap, de rest vloog weg.
Een hand ligt naast je met gekrulde vingers.
Doe ik mijn hand erin, de jouwe sluit zich,
neemt die van mij en legt hem op je hart,
je andere eroverheen. Wat heet

liefde. Zomaar zing ik iets
zonder dat ik het merk, een lied dat niet
bedacht wordt maar bestaat, ik weet van niks,
ik merk dat ik het zing terwijl ik fiets,
een trap afloop, blad hark, ik weet

niet wat ik zing tot het gezongen is.

 

Verdeeld

Gister gelopen onder de spoorbrug door,
driemaal de zon voorbij met het nieuwe kind,
tot waar je de autoweg ziet.

Hoe je verdeeld raakt, op-
gedeeld over steeds meer leven,
zoals de zon op drie plassen, over drie bruggen,
driemaal gevangen in mist, uitgerekt in water,
onderging achter ons, voor ons.

Vuurtje gestookt in een krant
onder de spoorbrug maar niet
meer kind geworden daardoor,

ouder hooguit, aan de randen
aangevreten, onleesbaar.

Zij in de wagen werd blauwig. Haar daarom even
opgepakt, haar tegen haar
gestaan. Neergelegd, terug

gegaan als altijd, iets later
misschien. Nergens meer gestopt.

 

Eva Gerlach (Amsterdam, 9 april 1948)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Hölderlin in Tübingen

Bomen aards en licht,
waarin de boot rust, geroepen,
de roeispaan tegen de oever, de prachtige
helling, voor deze deur
ging de schaduw, die is
gevallen op een rivier
Neckar, die groen was, de Neckar,
uitgestroomd
rond weilanden en oeverweiden.
Toren,
dat hij bewoonbaar mag zijn
als een dag, van de muren,
de zwaarte, de zwaarte tegen het groen,
bomen en water, om te wegen
beide in één hand:
de klok luidt van boven af
over de daken, de klok
roert zich om
de ijzeren windvaan te draaien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook mijn blog van 9 april 2020 en eveneens mijn blog van 9 april 2019 en ook mijn blog van 9 april 2018 en ook mijn blog van 9 april 2017 deel 2.

Ein Oster-Requiem (Karl Henckell), Maya Angelou

 

Bij Stille Zaterdag

 

Sint Petrus en Sint Johannes bij het lege graf door Theodore Schaepkens,
midden 19e eeuw

 

 

Ein Oster-Requiem
Der Jünger am Grabe

Was stehst du trauernd,
Ewiger Sehnsucht Freund,
Am Grab des Liebsten,
Welchen der Tod verschlang?
Was birgst dein Haupt du,
Schmerzbeschattet,
Und suchst des Menschen
Göttlich Antlitz,
Ach, vergebens?

Der selbst sein Kreuz trug,
Dornengekrönter Held,
Gepeitscht mit Ruten,
Weil in der Wahrheit Wehr
Er zeugen mußte
Wider Weltwahn
Vom innern Himmel-
Reich der Liebe,
Fürst des Lebens.

Der auch der Schönheit
Rose gesegnet – sieh!
Die Schwester brachte
Blühenden Abschiedsgruß
Dem sonnenmilden
Herzerlöser.
Betaut von Tränen
Irrt Maria
Bleich im Garten . . .

Auf Schöpferschwingen
Freudegefilden zu,
Du gramgebeugter
Freund des Erhabenen,
Schwebt der geschmähte
Menschen-Meister
Und thront zur Rechten
Gottes, wo die
Strahlend-Unsterblichen warten.

 

Karl Henckell (17 april 1864 – 30 juli 1929)
De Marktkirche St. Georgii et Jacobi in Hannover, de geboorteplaats van Karl Henckell

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Aangeraakt door een Engel

Wij, ongewend aan moed
bannelingen van het geluk
leven opgerold in eenzaamheid
totdat de liefde haar hoge heilige tempel verlaat
en in ons zicht verschijnt
om ons te bevrijden voor het leven.

De liefde arriveert
en in haar kielzog komen extases
oude herinneringen aan plezier
eeuwige geschiedenissen van pijn.
Maar als we moedig zijn,
slaat de liefde de ketenen van angst weg
van onze ziel.

We worden ontdaan van onze schroom
In de gloed van het liefdeslicht
durven we dapper te zijn
En plotseling zien we
dat liefde ons alles kost wat we zijn
en ooit zullen zijn.
Toch is het alleen de liefde
die ons bevrijdt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e april ook mijn blog van 4 april 2025 en ook mijn blog van 4 april 2023 en ook mijn blog van 4 april 2020 en eveneens mijn blog van 4 april 2019 en ook mijn blog van 4 april 2017 en ook mijn blog van 4 april 2015 deel 2.

The Feet of Judas (George Marion McC lellan), Anneke Claus, Jay Parini

 

 

Christus wast de voeten van de apostelen door Peter Paul Rubens, 1632

 

The Feet of Judas

Christ washed the feet of Judas!
The dark and evil passions of his soul,
His secret plot, and sordidness complete,
His hate, his purposing, Christ knew the whole.
And still in love he stooped and washed his feet.

Christ washed the feet of Judas!
Yet all his lurking sin was bare to him,
His bargain with the priest, and more than this,
In Olivet, beneath the moonlight dim,
Aforehand knew and felt his treacherous kiss.

Christ washed the feet of Judas!
And so ineffable his love ’twas meet,
That pity fill his great forgiving heart,
And tenderly to wash the traitor’s feet,
Who in his Lord had basely sold his part.

Christ washed the feet of Judas!
And thus a girded servant, self-abased,
Taught that no wrong this side the gate of heaven
Was ever too great to wholly be effaced,
And though unasked, in spirit be forgiven.

And so if we have ever felt the wrong
Of Trampled rights, of caste, it matters not,
What e’er the soul has felt or suffered long,
Oh, heart! this one thing should not be forgot:
Christ washed the feet of Judas.

 

George Marion McClellan (29 september 1860 – 17 mei 1934)
De Fisk University in Nashville, waar George Marion McClellan aan studeerde

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anneke Claus werd geboren op 2 april 1979 in Doetinchem. Zie ook alle tags voor Anneke Claus op dit blog.

 

Een officiële functie

Ik had een officiële functie, het paste slecht bij mij.
Jammer genoeg was ik de enige
die er zo over dacht. Mijn man was trots op me, maar wist
aan het eind van de
dag niet goed wat hij moest vragen. Voor de kinderen was
het zoiets als Waterloo.

Medailles bloesemden op mijn uniform. Langzaam maar
zeker verslapten mijn
contouren onder invloed van het zittende bestaan. Ik
maakte overuren met de lelieblanke
secretaris, hij begreep ten minste wat incasseren
betekende.

Tegen het eind van de oorlog bleek dat die rat gewoon
hetero was. Ik ontsloeg iedereen:
de secretaris, de ministers, mijn man, de kinderen en de
golden retriever.
Ik heb ze nooit meer teruggezien.

Ik ging weer sporten. De volkstribunalen kregen
hoegenaamd geen vat op mij.
Sinds ik een nieuwe markt van pensioengerechtigde
vrouwen uit de westerse
middenklasse heb aangeboord, kent mijn succes geen
grenzen meer. Pensioengerechtigde
vrouwen uit de westerse middenklasse lezen van allemaal
misschien
nog wel de meeste poëzie.

 

Heel erg hetzelfde

In veel opzichten ben je dus toch wel heel erg hetzelfde.
Ik wrijf mijn vaders grauwe
ogen uit, knijp in mijn moeders appelwang.

Ik richt me tot de man: ‘Het was de bedoeling dat ik iets
anders werd, iets volkomen
nieuws en onomwonden levensvatbaars. Zie je voor je
hoe ze erbij stonden
toen ze een tweedehandsje leverden, voorjaar 1979, op de
oprit, onder de pergola,
in hun schortjes, braaf braaf braaf, ontgoocheld,
beteuterd, voor het blok gezet?’

De man knikt en streelt de borsten van mijn oma. Hij
weet allang dat de beste dingen
verre van democratisch zijn.

 

Anneke Claus (Doetinchem, 2 april 1979)

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en essayist Jay Parini werd geboren in Pittston op 2 april 1948. Zie ook alle tags voor Jay Parini op dit blog.

 

Voorgevoel

Ik volg hem, de slak van de gedachte
Ik verlaat het spoor, sla af van dit pad
Ik hurk in de schaduw, onder varens
Ik weiger elke vogel te antwoorden
Ik zie de vloeistof glinsteren in zijn huis
Ik proef de wind
Ik ruik de rook van het vuur in het bos
Ik hoor het geknetter van duizend doornen
Ik voel de temperatuur stijgen
Ik beschouw elke optie als geldig
Ik doorloop elke fase
Ik verkruimel in natte, zwarte grond
Ik raak mijn plek kwijt in zand en grind
Ik luister naar het gekletter van onkruid
Ik vraag me af waar de slak vandaag heen zal gaan

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jay Parini (Pittston, 2 april 1948)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e april ook mijn blog van 2 april 2022 en ook mijn blog van 2 april 2020 en eveneens mijn blog van 2 april 2019 en ook  mijn blog van 2 april 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

April (M. Vasalis), Sandro Veronesi, Jay Parini

 

 

Glamis Village in April door James McIntosh Patrick, 1946

 

April

Het blinkend lemmet van het licht
sneed door de donkere gordijnen,
uit ochtendlijke feestdomeinen
zongen de vogels luid en licht.

Geurloos en koel stroomde naar binnen
ademend met verse mond
de adem van de ochtendstond.

Ontwaakt zonder herinneringen.

 

M. Vasalis (13 februari 1909 – 6 oktober 1998)
Den Haag, de geboorteplaats van M. Vasalis, in april

 

De Italiaanse schrijver Sandro Veronesi werd geboren in Florence op 1 april 1959. Zie ook alle tags voor Sandro Veronesi op dit blog.

Uit: Zwarte september (Vertaald door Welmoet Hillen)

“Voordat ik jullie dit verhaal ga vertellen, moet ik het hebben over mijn ouders. In die tijd waren zij de bewakers van mijn gemoedsrust, wat betekent dat ze goede ouders waren. Ik was twaalf jaar oud en niets in mijn leven kwam ook maar in de buurt bij hoe belangrijk zij waren. Als je kunt stellen dat mijn kindertijd een veilige haven was en dat ik een gelukkig kind was, dan is dat hun verdienste. Daarom hebben de gebeurtenissen waarover ik ga vertellen me zo diep geschokt: omdat mijn ouders me voor het eerst niet konden beschermen, integendeel: zij waren een van de oorzaken van de ontwrichtingen die mij hebben getroffen. Voor het eerst raakte de wereld me direct, zonder filter – en de wereld brandt, het is open vuur, en ik wist dat niet omdat mijn ouders zich er tot dat moment dus altijd mee hadden bemoeid. Maar dit keer waren zij zelf de wereld die tekeerging, dus als je kunt stellen dat ik vanaf een bepaalde dag níet meer gelukkig was – althans niet op die manier –, dan is dat door hun toedoen.
Mijn vader was strafrechtadvocaat. In feite was hij de enige strafrechtadvocaat in het dorp waar we woonden, en als ik de naam van dat dorp nu noem, denken jullie allemaal hetzelfde: Vinci. Maar Leonardo heeft met dit verhaal niets te maken. Ik herinner me liever iets anders dat met mijn dorp is verbonden, iets wat voor mij veel belangrijker is, al herinnert niemand zich dat ooit: het instorten van de brug over de Arno op 17 november 1966, een paar dagen na de overstroming die Florence en de hele regio eromheen had getroffen. Die instorting, meer nog dan de overstroming zelf, was het eerste trauma van mijn leven: de brug stortte in de rivier en mijn dorp, samen met andere dorpen in de buurt, raakte van de wereld afgesloten. Dat isolement duurde enkele dagen. Geen school, geen catechismus, gezinnen waren van elkaar gescheiden, en wie voor zijn werk per se naar Florence moest, zoals mijn vader, moest een lange omweg maken over gevaarlijk geworden bergwegen. Ik hoorde vertellen dat het instorten van de brug heel erg was omdat de brug pas twaalf jaar oud was. Ik was nog maar half zo oud en twaalf jaar leek me nu niet echt weinig, maar toen het zes jaar later mijn beurt was om in te storten, besefte ik dat twaalf jaar inderdaad niet veel is. Daarom kan ik me die periode van de overstroming en het instorten van die brug zo goed herinneren: die brug en ik waren even oud toen we werden getroffen, hij door de natuur, ik door mensen. Het is een leeftijd waarop bepaalde dingen niet zouden mogen gebeuren, niet met bruggen en niet met mensen. Het is te vroeg.”

 

Sandro Veronesi (Florence, 1 april 1959)

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en essayist Jay Parini werd geboren in Pittston op 2 april 1948. Zie ook alle tags voor Jay Parini op dit blog.

 

Zijn ochtendmeditaties

Mijn vader in deze eenzame gebedskamer
luistert bij het raam
in het kleine huisje van zijn eigen dromen.

Hij heeft een lange reis gemaakt, alleen maar om te luisteren,
voorbij zeeën en verdriet, door de smalle poort
van zijn verlossing.

En hij verblijft hier nu,
voorbij het dal en de schaduw,
in stilte verzameld door de dageraad.

Het is gekomen tot deze zoete afzondering
in het oog van God, de vroegste ochtend
in zijn besloten schedel, deze vorst van gedachten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jay Parini (Pittston, 2 april 1948)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e april ook mijn blog van 1 april 2020 en eveneens mijn twee blogs van 1 april 2019 en ook mijn blog van 1 april 2018 deel 2.

Stefan Hertmans, Nichita Stănescu

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

 

Onder een zinken dak

Het klopt en trekt in de nacht.
Vrieskou en stucco darmkolieken.
Het loopt over de spanten
Naar de nokbalk en terug.

Springt in het hoofd,
Trilt daar twee bouten los,
Zodat de incubus naar binnen valt.

Het raast door millimeters in de droom,
Doet daar aan kinderjaren denken,
Maar smaakt wat later toch naar lood.

Wie wakker ligt hoort hoe het gaat.
Van kwaad naar mij, die uitverkoren
Werd tot niets dan horen.

Ik ben de droesem in de goot
Die op het eerste teken
Van het virus wacht.

Icarus in het bos.
Geen tak die kraakt.
Een god is los.

 

Betovering door sneeuw

Zo onaanraakbaar valt het op ons in.
Kleine schokkende dingen zijn het,
Gestolde wolk die in het tegenlicht
Gaat dampen op een bokkenvacht.

Door op je huid te jagen
Hervindt herinnering zichzelf.
Ik zie je voor het eerst.

Helder valt je lichaam open,
Gaat met mijn ogen aan de haal.

Je vingers ijler dan
Rookpluimen in de verte.
Als ik je bijtend kus
Gloeit je doorschijnend bloed.

Rood is je ademende keel.
Je warmt de ochtend en het bos.

Nu ik mijn handen
Aan je lippen openhaal
Begrijp ik wie je bent.

Het is te laat.

Ik hoor je kleine hakbijl hakken
In de vijvers van mijn hoofd.

Ik stop mijn oren dicht.
Het sneeuwen houdt niet op.

 

Faust on tape

De boeken staan in ochtendlicht.
Hun buitenaards geluk straalt
Van hun stofbeslagen flanken af.

Alles wat ons werd bijgebracht –
De mateloosheid en de tucht –
Bedekken ze, ijdele omslachtigheid,
Als vleugels om een ronde rug.

Ik heb het beste van mezelf
Aan hen gegeven – (hij citeert).
Wat ik ervoor terugkreeg,
Betaalde ik met leven
En de minachting van mensen
Die reeds alles weten.

Ik hoor, door ramen die lang
Openstaan, hoe oud de wereld
Is geworden die ik zo lang
Jong had willen houden.

Maar het licht neemt nog niet af –
Het glinstert in stilaan ver
Ziende, bleke ogen.

Op tafel ligt het uurwerk
Dat mijn waarheid
Heeft gelogen.

 

Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook alle tags voor Nichita Stănescu op dit blog.

 

Adolescenten op zee

Deze zee is bedekt met adolescenten
die leren lopen op de golven, rechtop,
soms hun armen laten rusten op de stroming,
soms grijpen naar een felle zonnestraal.
Ik lig op het brede strand, een hoekige vorm, perfect uitgesneden,
en ik sla ze gade als reizigers die aan land komen.
Een oneindige vloot van zeilbootjes. Ik wacht op
een misstap, of op zijn minst een aanraking van de bodem
tot aan hun knieën in de doorschijnende deining
onder hun afgemeten voortgang, terwijl ze de diepte in duiken.
Maar ze zijn slank en kalm – en ook
hebben ze geleerd om op de golven te lopen – en te staan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn blog van 31 maart 2020 en eveneens mijn drie blogs van 31 maart 2019. 

Joy Ladin

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

In the Beginning

There was love.  And out of love
Came graves and mountains,
Clefts in rocks, footsteps in gardens,
Warm-blooded creatures
Taking shape in darkness,
Peppermills and grocery lists,
Squirrels scrabbling on copper roofs,
The smalls of backs, the backs of necks,
Tea lights and tapers,
Badly sewn curtains,
Sobs in the night, policemen on lawns,
IVs and ambulances,
Skies full of stars
Waiting for eyes
To see them as constellations.

 

The World at Your Feet

What is man that you are mindful of him…
laying the world at his feet?
                                             — Psalm 8

Eden eyes you from afar.  Waterbirds
Flick their white-tipped wings

Shyly as they skim
The paradise ashiver

In the river’s ripples:  palm and eucalyptus,
Animals eager to receive their names,

Sheep and oxen, wild beasts, all the birds of heaven.
The Garden that’s longed for you

From the instant longing split you
Colors like a jilted lover, flashing

The iridescent eyes of peacocks, brushing your brow
With willow fingertips,

While you, who long to lose yourself
In the world that longs to take you

Where God is imperative to blossom
And thirst for the knowledge of sorrow

Becomes the sorrow of the knowledge
There was no need to thirst,

Find yourself
With the world at your feet

Choosing again
To betray her.

 

Making Love

I reach for God
and brush your breast,

reach for you
and brush God

dangling and tipped,
gathered over years

of concealment and revelation
into this teardrop of flesh

spilling toward my lips.
I don’t know

what is entering me.
I don’t know what I’ve entered,

or when God became
a shudder of pleasure,

compressing the universe’s exploding center
into this triangle of desire

so that touching you
is touching God

swaddled in arms and legs,
shy as a new-made planet

you and I, breath-filled clay,
were created to inhabit.

 

Een klein stukje oceaan

Kinderen hurken op een luchtbed midden in het water.
Het halfvolwassen hert verdwijnt

in een bosje jeneverbes en riet. We weten dat schelpen
ooit leefden, maar het is moeilijk voor te stellen

wat stenen ooit hebben meegemaakt. Moeilijk om een aards wezen te zijn
in een wereld bedekt met water. Ik maak me geen zorgen

over gelukkig zijn. Ik wilde voelen:
Missie volbracht.

Ik wilde de schaduw die ik wierp erkennen,
meer licht dan schaduw werpen. Mijn dochter en ik

bereiken de boeien die het touw drijvende houden. Onder ons,
duisternis, die oprukt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e maart ook mijn blog van 24 maart 2021 en ook mijn blog van 24 maart 2020 en eveneens mijn blog van 24 maart 2019 en ook mijn blog van 24 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Yōko Tawada, Gary Whitehead

De Japanse dichteres en schrijfster Yōko Tawada werd geboren op 23 maart 1960 in Tokyo. Zie alle tags voor Yōko Tawada op dit blog.

Uit: De laatste kinderen van Tokyo (Vertaald door Luk Van Haute)

“Mumei, nog steeds in zijn blauwe zijden pyjama, zat met zijn achterste tegen de tatami geplakt. Dat hij wat aan een kuiken deed denken, kwam misschien doordat zijn hoofd zo groot was in verhouding tot zijn lange, smalle hals. Zijn haar, zo dun als zijdedraad, was nat van het zweet en kleefde in klitten aan zijn huid.
Hij hield zijn oogleden bijna gesloten en bewoog zijn hoofd om met zijn oren de ruimte af te tasten, en zo het geknars van de zware voetstappen buiten op het grindpad met zijn trommelvliezen op te vangen. Het geluid klonk steeds harder en hield toen plotseling op.
De schuifdeur begon te ratelen als een goederentrein en Mumei deed zijn ogen open, waarop het zonlicht kwam binnengestroomd, geel als gesmolten paardenbloemen. Mumei trok zijn schouders krachtig naar achteren, stak zijn borst vooruit en hief zijn gespreide armen de hoogte in, alsof hij zijn vleugels uitsloeg.
Yoshiro kwam hijgend in zijn richting. Een glimlach trok diepe rimpels in zijn ooghoeken. Zodra hij een been optilde en omlaagkeek om zijn schoen uit te trekken, druppelde het zweet van zijn voorhoofd.
Yoshiro huurde elke ochtend een hond bij de ‘hondenverhuurder’ aan het kruispunt voor de dijk. Met de hond aan zijn zij rende hij dan een halfuur op die dijk. De rivier was als een bundel zilveren linten. Als het waterpeil door schaarste heel laag stond, stroomde hij verrassend ver van de oever vandaan. Op die manier zomaar zonder reden hardlopen op de weg noemden de mensen vroeger ‘joggen’, maar met het verdwijnen van de leenwoorden werd het vanaf een bepaald moment ‘weglopen’ genoemd. Eerst was het een modewoord dat voor de grap werd gebruikt, in de zin van: ‘Als je hard loopt, gaat je hoge bloeddruk weg’, maar na een poosje was het ingeburgerd. Mumeis generatie had er nooit bij stilgestaan dat ‘weglopen’ vroeger ook een romantische connotatie kon hebben.
Ook al werden leenwoorden dan niet langer gebruikt, bij de hondenverhuurder waren de fonetische tekens waarin de namen van de buitenlandse rassen werden geschreven nog overvloedig aanwezig. Toen Yoshiro begon als ‘wegloper’, had hij weinig vertrouwen in de snelheid die hij aankon, en dus ging hij ervan uit dat hij het best een zo klein mogelijk hondje kon kiezen.”

 

Yōko Tawada (Tokyo, 23 maart 1960)

 

De Amerikaanse dichter Gary Joseph Whitehead werd geboren op 23 maart 1965 in Pawtucket, Rhode Island. Zie alle tags voor Gary Whitehead op dit blog.

 

Peren plukken

Ik sta op de bovenste sport en de ladder
trilt; boven me hangen de winterperen net buiten
bereik, schoon en zwaar aan de takken geregen
en wiegend als de schorten van mijn grootmoeder
die aan de waslijn hangen te drogen. Ik laat er een vallen in
de tas die ze onder me openhoudt. Ze glimlacht,
en ik word meegetrokken in de omhelzing van haar blik –
naar beneden, naar handenvol aarde, seizoenen, de lege
beker van een verloren dochter, een verloren borst.
Ik ben verweven in kilometers aan quilts, gordijnen,
tafelkleden, zomen van broeken, rokken.
Ik zit aan haar vast als een knoopje aan een borstzak,
en ik ruik zeep, tomaten, kippensoep,
Portugees zoet brood, geitenkaas, peren…
en ik laat me zakken langs de knoestige
tak, de ladder af om de volle
zak met fruit te pakken waar ik zo van houd, warm van
de zon en gevlekt als haar handen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gary Whitehead (Pawtucket, 23 maart 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e maart ook mijn blog van 23 maart 2023 en ook mijn blog van 23 maart 2020 en eveneens mijn blog van 23 maart 2019 en ook mijn blog van 23 maart 2015 deel 1 en eveneens mijn blog van 23 maart 2014 deel 1 en ook deel 2.

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Hermann Lenz

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies twintig jaar! Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog en Romenu’s eerste lustrumpagina.

 

De vrienden

Bij ’t portret van Jaap en Okke
Hun houding drukt hun diepste wezen uit
De grootste zit, in wakkren droom verloren,
Op ’t rijzen van de stem des bloeds te hooren,
De nachtegaal die in harts meinacht fluit.

Hij wond zijn arm los om zijn makker heen
In groote goedheid, niet om steun te ontvangen.
Wie luistert naar zijn innigste verlangen,
Hij vindt zijn vastheid in zichzelf alleen.

De jongste staat, zijn oogen moedig open,
Gereed om met zijn onbevlekte kracht
Het schoone leven naar zijn wil te dwingen.

Gelukkigen! Zij hebben wat zij hopen:
De reine houdt de wereld in zijn macht,
En die gelooft, bezit reeds alle dingen.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

 

Dan dooft de kleine prins het licht

We woonden nog op het kasteel
en vader stapte binnen
met wat voor ons
de eerste teletijdmachine was
een commodore
een plastic bak met vensterglas
waarachter
ik de nieuwe wereld zag
met broertjes vocht ik
om de aandacht van het ding
de gunst
van de betovering –
het spel
met de Perzische prins

We belden later
later eenzaam in
als onverbonden wezen
weifelend zocht de modem
vertraging
van het verlangen
contact

Maar we leefden net zolang
tot elk van ons
zichzelf
in de ban van het ding
volledig omringde met schijn
met de glans van de ring
met het schijnsel
van schermen
online scheen alles
onmiddellijk
nabij

Op een kleine planeet groeide toen het idee
dat je in deze wereld
helemaal
je hele zelf kan zijn
astronaut
in het diepst van je gedachten
ongebonden
tijdloos tollend om je eigen as
planeet
zonder zon

Alleen
je blijkt niet alleen zo alleen
in de ruimte woekert
oneindig
de braamstruik
ik zie het aan
en breid mijn databundel uit
schrijf
en schrijf
om
er te zijn

We tasten, we zweven
soms lijkt iets dichtbij
maar weet jij
of weet ik veel
want wat is er waar
dit hier
jij daar
zonder nabijheid
is alles verhaal

 

Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Terugblik

Geen huis gebouwd,
Geen zoon gekregen,
Alleen boeken geschreven.

Is dat genoeg?
Nee, dat is niet genoeg.

Zelfs bezittingen
zijn een lastig iets voor je,
Een twijfelachtig iets uiteraard.

Je woonde op zolder
Met meubels uit het verleden.
Die heb je lang gekend.

Wat anderen “leven” noemen,
Was hard werken voor jou.
Gelukt is het je nooit.

Als je het maar net redt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e maart ook mijn blog van 21 maart 2022 en ook mijn blog van 21 maart 2021 en ook mijn blog van 21 maart 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2019 en ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 2 en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

Ben Okri, Andreas Okopenko

De Nigeriaanse dichter en schrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook alle tags voor Ben Okri op dit blog.

Uit: Songs of Enchantment

“YES, THE SPIRIT-CHILD is an unwilling adventurer into chaos and sunlight, into the dreams of the living and the dead. But after dad’s last fight, after his magnificent dream, my adventures got deeper and stranger. My spirit-companions were the invisible causes of this deepening. They persisted in trying to lure me back to their realm, but now they chose another method, a method more terrifying than any they had employed before. They chose to draw me deeper into the horrors of ex-istence as a way of forcing me to recoil from life. But they didn’t count on the love that made me want to stay on this earth. They didn’t count on my curiosity either. It took dad a long time to recover from his mythic battle with the man from the Land of Fighting Ghosts. He became withdrawn, and something about him changed irrevocably. After dad’s fight, and after the good wind stopped blowing, a new cycle launched itself into our universe. In those days it didn’t rain, but I didn’t go to school any more. I stopped be-cause even at school my spirit-companions tormented me. Their songs distracted and confused me, and when I copied down the wrong things I got into trouble. There was a history class, for example, in which the teacher was horrified to find my exercise book covered in complex mathematical equations. I didn’t know where they had come from. When we were being taught mathematics under a dying silk-cotton tree the face of a penitent oppressor of our people stared at me from the trunk. On one day I saw the radiant face of Pharaoh Akhnaton, on another the faces of the unborn. When I stared at them, mesmerised, the teacher flogged me for not paying attention. In the English class my spirit-companions sang polyphonic chorales at me in a blending of seven traditional languages. It became impossible to concentrate. There were even times when the spirits whis-pered things in my ears and I blurted out what the teacher was going to say mo-ments before he did. The worst thing was that I seemed to know our examination questions before they were set, and I knew the answers as well. The teachers found this very peculiar. Suspicious of the accuracy of my answers, they often failed me because they thought I had been cheating. In short, my spirit-companions played havoc with my education. They made me seem strange to the other children, and so I didn’t have many friends.”

 

Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Andreas Okopenko werd in Košice (Slowakije) geboren op 15 maart 1930. Zie ook alle tags voor Andreas Okopenko op dit blog.

 

Een proces in rode inkt

Rode inkt wordt in wit water gegoten.
In het avondlicht keert Odysseus terug naar huis in Ithaca.
In zijn parken spelen de kinderen van vreemden.

Hij stelt een vraag die jullie moeten begrijpen:
Waar zijn de lichten van het uitgebrande Chicago?
Hij stelt de vraag veelbetekenend, baardig en zwaarlijvig.

Boven zijn haar zoemen muggen van de bosrand.
De lijnen die ze trekken gloeien als venkel in de wind.
Uit het bos sjouwen mannen houten emmers met boomhars.

Aan de horizon klinkt onophoudelijk een scheepshoorn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andreas Okopenko (15 maart 1930 – 27 juni 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn blog van 15 maart 2024 en ook mijn blog van 15 maart 2023 en ook mijn blog van 15 maart 2020 en eveneens mijn blog van 15 maart 2019 en ook mijn blog van 15 maart 2015 deel 2.

Jochen Schimmang, Volker von Törne

De Duitse schrijver Jochen Schimmang werd geboren op 14 maart 1948 in Northeim. Zie ook alle tags voor Jochen Schimmang op dit blog.

Uit: Mein Ostende

„Auf einer Rückreise aus dem englischen Südwesten erwischte ich in Dover nicht mehr die Fähre, die ich eigentlich hatte nehmen wollen, sondern erst die folgende, und kam damit schon am sehr fortgeschrittenen Abend in Ostende an. Dort plagte mich der Hunger, und da ich wusste, dass ich ohnehin erst mitten in der Nacht nach Hause kommen und um diese Zeit selbst in Köln wohl kaum noch etwas zu essen finden würde, fuhr ich mit dem Auto erstmals in meinem Leben die endlos lange Promenade mit ihren zahllosen Restaurants ab. Unglücklicher-weise handelte es sich gerade um die Wochen im Jahr, in denen die meisten von ihnen geschlossen hatten, bevor sie rechtzeitig vor Weihnachten zur Wintersaison wieder öffneten. Nur sehr wenige waren erleuchtet, und als ich zögernd das einladendste von ihnen betrat, den Old Fisher, wäre ich am liebsten gleich wieder gegangen, denn es saß dort kein einziger Gast. Am Meer isst man bekanntlich zeitig, weil der Appetit schon am frühen Abend kommt: eines der unabdingbaren Kapitel in der großen Erzählung von der Heilkraft des Meeres und der Seeluft. Es ging auf halb elf zu, ich war ersichtlich zu spät. Doch eine Frau in den Dreißigern, mit rötlichen Locken, wasserblauen Augen und einem leichten Rosenteint, als sei sie einem Gemälde von Franwis Boucher entsprungen, kam auf mich zu und bedeutete mir freundlich, Platz zu nehmen. Ich wählte einen Tisch direkt am Fenster und ahnte hinter der menschenleeren Promenade im Dunkel das Meer. Ich meine mich zu erinnern, dass ich ein Seezungenfilet aß. Es war nicht die ganz große Küche, aber ausgezeichnet zubereitet und präsentiert, wie in Belgien nicht anders zu erwarten, zu einer Zeit, als man in (West-)Deutschland das Essen als kulturellen Akt gerade erst zu entdecken begann. Niemand schien ungeduldig darauf zu warten, dass ich fertig wurde; auch meinen Kaffee konnte ich in aller Ruhe trinken und mich von einem sehr anstrengenden Tag erholen, der frühmorgens noch in Dorset begonnen hatte. Fast schien es mir, als sei dieses Restaurant an diesem Novemberabend nur für mich geöffnet gewesen und habe den ganzen Tag auf mich gewartet. Deshalb bleibt es für mich bis heute eines der besten der Welt. Dann fuhr ich zwei Stunden lang über die bekannten hell erleuchteten belgischen Autobahnen, verfuhr mich auch nicht im verknoteten Wirrwarr des Brüsseler Autobahnnetzes, fiel an der Grenze bei Aachen in die Dunkelheit zurück und war eine weitere Stunde später zu Hause.“

 

Jochen Schimmang (Northeim, 14 maart 1948)

 

De Duitse dichter Volker von Törne werd geboren op 14 maart 1934 in Quedlinburg. Zie ook alle tags voor Volker von Törne op dit blog.

 

ROOK

Voor Reuwen

Ooit leefde het land. Groene wagens
reden door het dorp. In het vroege licht
snoven de paarden
aan de rivier.

Waar zijn ze gebleven, de ketelmakers
en de muzikanten? Aan welke oever
grazen hun paarden? Onder welke maan zingen hun
violen?

Niemand heeft ze gezien. Spoorloos,
rook in de wolken,
zijn ze
vertrokken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Volker von Törne (14 maart 1934 – 30 december 1980)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e maart ook mijn blog van 14 maart 2020 en eveneens mijn blog van 14 maart 2019 en ook mijn blog van 14 maart 2015 deel 2.