Robert Bly

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Bly werd geboren op 23 december 1926 in Madison, Minnesota. Zie ook alle tags voor Robert Bly op dit blog.

 

THE LIFE OF WEEDS

The cry of those being eaten by America,
Others pale and soft being stored for later eating

And Jefferson
Who saw hope in new oats

The wild houses go on
With long hair growing from between their tots
The feet at night get up
And run down the long white roads by themselves

Dams reverse themselves and want to go stand alone in the desert

Ministers who dive headfirst into the earth
The pale flesh
Spreading guiltily into new literatures

This is why these poems are so sad
The long dead running over the fields

The mass sinking down
The light in children’s faces fading at six or seven
The world will soon break up into small colonies of the saved

 

ISEULT AND THE BADGER

The ink we use to write seeps in through our fingers.
What we call reason is the way the parasite
Learns to live in the saint’s intestinal tract.

Even the finest reason still contains the darkness
From feathers packed together; General Patton
Was a salmon who grew large in the Etruscan pool.

Poetry, being language, is woven from animal hair.
The badgers and the thrushes soak up the stain of separation,
Just as lanolin makes the shearer’s hands soft.

The old thinkers of quiddity remind us
Of the fear the hogs feel hanging by their hind legs;
For we know our throats are open to the unfaithful.

Iseult said, “I was climbing on the sounds of my lover’s
Name toward God! Then a badger ran past.
When I said, ‘Oh badger,’ I fell to earth.”

Perhaps if we used no words at all in poems
We could continue to climb, but things seep in.
We are porous to the piled leaves on the ground.

 

The Fat Old Couple Whirling Around

The drum says that the night we die will be a long night.
It says the children have time to play. Tell the grownups
They can pull the curtains around the bed tonight.

The old man wants to know how the war ended.
The young girl wants her breasts to cause the sun to rise.
The thinker wants to keep misunderstanding alive.

It’s all right if the earthly monk is buried near the altar.
It’s all right if the singer fails to turn up for her concert.
It’s good if the fat old couple keeps whirling around.

Let the parents sing over the cradle every night.
Let the pelicans go on living in their stickly nests.
Let the duck go on loving the mud around her feet.

It’s all right if the ant always remembers his way home.
It’s all right if Bach keeps reaching for the same note.
It’s all right if we knock the ladder away from the house.

Even if you are a puritan it would be all right
If you join the lovers in their ruined house tonight.
It’s good if you become a soul and then disappear.

 

Verbaasd over een opeenhoping van sneeuw

Ik had alleen in mijn verduisterde huis lopen zingen
over een man die erin toestemt te lijden.
De deur ging open, ik was verbaasd dat de lucht dik was;
het paard had zijn romp naar het noorden gekeerd.
Sneeuw glijdt langs de valleien van zijn rug.
Het witte dak stond kalm tussen de zwarte bomen.

Het is schokkend dat de sneeuw op de hele boerderij viel
terwijl de zanger alleen en op zichzelf in zijn woning bleef.
Net alsof de Afrikaanse reiger, gesneden uit een buffelhoorn,
plotseling zijn bek open zou doen en zou roepen,
of een klok onder glas die op zou stijgen en slaan.
De hoef van het paard schraapt een zeeschelp tevoorschijn
en de boer vindt een Indiaanse steen met een gat dwars er doorheen.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Robert Bly (23 december 1926 – 21 november 2021)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e december ook mijn blog van 23 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Astrid Lampe, Kenneth Rexroth

De Nederlandse dichteres en schrijfster Astrid Lampe werd geboren in Tilburg op 22 december 1955. Zie ook alle tags voor Astrid Lampe op dit blog.

 

Inktslag zwart

de anderpoot sleept hij
zwaar van de laars
– de nog éne –
want incompleet het paar

het zou de geweldenaar niet zijn
als hij – bol, bliksem aan bast –
zijn kans niet wachtte

splijt
schors met leer
het priemen van de hak zonder
gezicht
inktslag zwart
tot pek het tere binnen
zo kurkbestoft het binnen
van de boom

in een nacht

treur niet mijn meisje
– de botterik –
hij heeft zijn zweetschans
aan de wilg gehangen
die kwijnt
mét de kruin
wie zou niet treuren
de arme lede,
lam
zo moe ook daar nog bij

moe van jaren

korst, vuil,
bloed
traag als pek
spoedt weg uit mij
maak

de kruin weer vrij opdat
ik treure
en hete tranen laat
een geiser gelijk

dit
drek –
wie kon bevroeden
de ingehouden adem erachter

korst en bloed
spoedt weg van mij
opdat ik kijke en
– leze de les –
mijns gelijk

 

agressors die melkpoeder doneren

internetbruiden die zweren bij melkpoeder trilplaatfitness
en de verholen agressie van een natuur die op de drempel van bed naar bad
piketpaaltjes plaatst

het containerschip strandt

de menselijke waarden bereiken ons niet

niet eerder dan dat
het bad ezelinnenmelk met een boel tamtam leegloopt
een ik met een enkelband
de haven ontmijnt

 

Astrid Lampe (Tilburg, 22 december 1955)

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

Lucht en Engelen: Alleen deze Nacht

Maanlicht nu op Malibu
De winternacht, de paar sterren
Ver weg, miljoenen kilometers
De zee die eindeloos doorgaat
Voor altijd rond de aarde
Ver zo ver, als je lippen dichtbij zijn
Gevuld met hetzelfde licht als jouw ogen
Liefje, liefje, liefje
De toekomst is allang voorbij
En het verleden zal nooit gebeuren
We hebben alleen deze
Onze ene voor altijd
Zo klein, zo oneindig
Zo vluchtig, zo immens
Onsterfelijk als onze handen die elkaar aanraken
Onsterfelijk als de wijn die we drinken bij het vuur
Almachtig als deze ene kus
Die geen begin heeft
Die nooit
Nooit
Eindigt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e december ook mijn blog van 22 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Das Weihnachtsbäumlein (Christian Morgenstern), Ted van Lieshout

 

 

Kerstboom met kaarsjes door Rudolf Bernhard Willman, 1905

 

Das Weihnachtsbäumlein

Es war einmal ein Tännelein
mit braunen Kuchenherzlein
und Glitzergold und Äpflein fein
und vielen bunten Kerzlein:
Das war am Weihnachtsfest so grün
als fing es eben an zu blühn.

Doch nach nicht gar zu langer Zeit,
da stands im Garten unten,
und seine ganze Herrlichkeit
war, ach, dahingeschwunden.
Die grünen Nadeln war’n verdorrt,
die Herzlein und die Kerzlein fort.

Bis eines Tags der Gärtner kam,
den fror zu Haus im Dunkeln,
und es in seinen Ofen nahm –
Hei! Tat`s da sprühn und funkeln!
Und flammte jubelnd himmelwärts
in hundert Flämmlein an Gottes Herz.

 

Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)
Adventstijd in München, de geboorteplaats van Christian Morgenstern

 

De Nederlandse dichter en schrijver Ted van Lieshout werd geboren op 21 december 1955 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Ted van Lieshout op dit blog.

 

Papegaaivis

Waarorn ben jij zo
blauw, zo blauwer
nog dan de zee?

Er is geen spiegel
waarin je jezelf
kunt bewonderen,

dus wat heeft het
mooiste blauw
voor zin? Alleen

aan die andere vis
zie je hoe blauw je
zelf eigenlijk bent.

Is dat verliefd?
zien aan een ander
hoe mooi je bent

 

Vier minuten

Een vlinder spartelde tegen het raam, zocht door
de ruit een weg naar buiten. Ik vouwde mijn handen
voorzichtig om hem heen en ving wat niet te vangen

leek. Ik liep naar de tuin en deed mijn handen open
van ga! Hij bleef zitten op mijn vinger, klapte zijn
vleugels open en weer dicht, open en dicht en tijd

ging voorbij. Kostbare tijd in een vlinderleven. Na
vier minuten zei ik zacht: moet jij niet eens gaan?
Toen vloog de vlinder de lucht in en verdween.

In het grote boek der levende natuur heb ik gezocht
wat voor zeldzame vlinder het was. Een dagpauwoog.
Die komen veel voor, behalve de Dagpauwoogopmijnhand.

Dat is een van de allerzeldzaamste soorten op aarde.
In het korte leven van één ervan ben ik even,
nee, lang, heel lang een veilig huis geweest.

 

Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e december ook mijn blog van 21 september 2018 en ook mijn blog van 21 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Hans van Willigenburg, Friederike Mayröcker

De Nederlandse dichter, schrijver en journalist Hans van Willigenburg werd geboren in Utrecht op 20 december 1963. Zie ook alle tags voor Hans van Willigenburg op dit blog.

 

Dissident

Wat ik tot dusver heb gedaan met mijn leven is weinig,
ik heb het niet op straat gegooid,
niet geslagen,
niet geaaid,
niet één keer nauwkeurig bekeken.

Ik houd mijn handen thuis en sluit bij voorkeur mijn ogen.

Wat ik tot dusver heb gedaan met mijn leven is weinig,
nee schudden,
zuchten,
steunen,
uitblazen van niets,
daar ben ik grotendeels mee bezig geweest.

Ik behoor bij uitstek tot de mensensoort
die men oproept te ontwaken,
ter verbetering van het één of ander.

Met het leven weinig doen
is iets waarvan ik merk dat anderen dan ik
zich er ongemakkelijk bij voelen.

Aangezien ik niet van plan ben me ongemakkelijk te gaan voelen
ga ik gewoon door
met het leven weinig te doen.

Ik zeg: laat het maar een opdracht voor die anderen zijn
hun gevoelens van ongemak te leren beheersen
terwijl ik mijn leven alweer niet oppak
hangend in een stoel volle dagen
naar iets staar
waarvan ik niets verlang

het minste een droom of idee waaraan ik zou kunnen werken.

 

Kent u dat?

Kent u dat?
Een soortgelijk gevoel?

Niet begrijpen volwassen te zijn
op de snelweg in een auto te zitten
in nette kleren
achter het stuur
met een – voor zover bekend – naadloos kloppend hart
en het plotselinge verlangen het stuur om te gooien
een eerstvolgende afslag te nemen
om het even naar welke negorij?

Vervolgens de luxe te proeven
de tijd te hebben het stuur daadwerkelijk om te gooien
en in een vreemde omgeving met bekende attributen
– Shell station, verkeersborden, Albert Heijn, zebra’s – 
terecht te komen
alles op te nemen
ieder detail
niet te weten waarom
slechts het vermoeden iets belangrijks te doen?

En daarna
– weer terug op de snelweg –
niet weten trots of misplaatste trots te voelen
de negorij tegen alle statistieken in
en zonder aanwijsbare reden
bezocht te hebben?

Kent u dat?
Een soortgelijk gevoel?

 

Hans van Willigenburg (Utrecht, 20 december 1963)

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Friederike Mayröcker werd op 20 december 1924 in Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Friederike Mayröcker op dit blog.

 

van ’t omarmen van een aloë-, een laurierboompje in de behandelkamer van mijn fysiotherapeute

ik kan op geen plaats i bloem ik bedoel ik kan geen bloem zien in
m’n tuin in m’n huis, ook de ogen van m’n ziel die als bloemen
zijn bloeiden op geen plek op de grassen van verleden zomer
hebben gewaaid en ik heb ze aangeraakt en heb ze geplukt en
ze hebben me aangestaard en ik heb ze aangestaard en de maan
heeft de hl. grassen naar zich toegehaald en de maan heeft de golven
van de zee naar zich toegehaald namelijk aan zijn borst en de golven
van de zee hebben mijn voeten overspoeld en de golven van de zee
hebben het aloë- en laurierboompje aangehaald en de tranen
van de maan hebben mij beweend en mij in de diepe slaap / de
doodsslaap, en als i lieve tijger overvalt mij de slaap geheimzinnig
namelijk iriserend en vreemd, en de mistflard van kalmoesgeur
aan de voetjes van de onooglijk kleine bloempjes / iets van de geur
van een fijngewreven notelaarsblad

 

Vertaald door Ton Naaijkens

 

Friederike Mayröcker (20 december 1924 – 4 juni 2021)

 

Zie voor de schrijvers van de 20e december ook mijn blog van 20 december 2024 en ook mijn blog van 20 december 2021 en ook mijn blog van 20 december 2018 en ook mijn blog van 20 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Paolo Giordano, Alexander Gumz

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: Tasmanië (Vertaald door Manon Smits)

“In die tijd ging mijn kleine persoonlijke catastrofe me veel meer aan het hart dan de planetaire, dan de ophoping van broeikasgassen in de atmosfeer, de terugtrekking van de gletsjers en de stijging van de oceanen. Het was vooral om er even tussenuit te kunnen dat ik aan de Corriere della Sera vroeg of ze een accreditatie voor me wilden aanvragen bij de klimaatconferentie in Parijs, ook al was de inschrijftermijn al verstreken. Ik moest dan ook echt bij ze smeken, alsof dit iets was wat ik absoluut niet mocht missen. Ze hoefden alleen maar te betalen voor de vlucht en de artikelen die ik zou schrijven. Een slaapplaats zou ik wel regelen bij een vriend.
Giulio woonde in een donker tweekamerappartement in het veertiende, de Rue de la Gaîté. De Straat van de Vrolijkheid? zei ik toen ik binnenkwam. Niet echt toepasselijk.
Nee, inderdaad. Ik zou me maar niet te veel illusies maken als ik jou was.
Jaren eerder hadden we in Turijn een flat gedeeld, Giulio als student van buiten de stad, ik als rijkeluiszoon die graag op kamers wilde ook al was de uni maar een halfuur met de bus vanaf mijn ouders. In tegenstelling tot mij was Giulio na zijn afstuderen wel in de natuurkunde bezig gebleven. Hij had in talloze steden gewerkt, uitsluitend in Europa omdat hij politiek gezien een onoverkomelijke weerstand koesterde jegens de Verenigde Staten. Intussen was hij getrouwd en gescheiden, had een zoontje gekregen en was ten slotte in Frankrijk neergestreken, met een onderzoeksbeurs aan de École Polytechnique, waar hij zich bezighield met chaostheorieën toegepast op de financiële wereld.
We schepten allebei een bord pasta vol alsof we twintigers waren en aten aan een ongedekte tafel, terwijl ik hem vertelde over de reden van mijn bezoek, de officiële reden tenminste. Giulio ging op een schap naar een boek zoeken. Heb je dit gelezen?
Ik zei nee en liet de rand van de pagina’s onder mijn duim door glijden. Ondergang, mompelde ik, dat klinkt perfect.
Hij heeft een interessante kijk op uitsterving. Hou het maar.
Het woord ‘uitsterving’ bleef even in mijn hoofd hangen, als het label van een persoonlijk lot. Ik ruimde af terwijl Giulio me snel bijpraatte over Adriano, die alweer vier jaar was.
Ik was een beetje slaperig geworden door de koolhydraten, maar de wijn was op, dus gingen we de deur uit zodat we konden blijven drinken.”

 

Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

strak omheind groen

het einde van ons verlangen: opgetrokken
wenkbrauwen voor een rijtjeshuis.

zoveel kansen krijgt hier anders niemand.
het gras onder onze zolen wordt drie keer verkocht.

één keer aan de slager in Oberdorf, twee keer
aan kleinkinderen op de rondweg.

haal je jurk uit de kast, die strakke,
en dans met mij in het zwembad.

wij nemen nooit meer de bus van negen uur.
we zullen ons slechts alles herinneren,

toen het klein was. vóór de crashes, de gaten in het hek,
de roest in onze hand.

heb je het fornuis in de keuken aan laten staan
of wat is dat voor geur?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2018 en eveneens mijn blog van 19 december 2015 deel 2.

A. M. Homes, Gatien Lapointe

De Amerikaanse schrijfster Amy Michael Homes werd geboren op 18 december 1961 in Washington DC. Zie ook alle tags voor A. M. Homes op dit blog.

Uit: Dit boek redt je leven (Vertaald door Wim Scherpenisse en Gerda Baardman)

“Hij kwam niet op het idee iemand te roepen, wie had hij moeten roepen, wat had hij moeten zeggen, hoe had hij het moeten beschrijven — waar zat de pijn precies? Overal, desoriënterend, zweterig, duizelingwekkend. Zo snel mogelijk, nu hij het nog kon, kleedde hij zich aan. Hij liep de slaapkamer in en trok een mooie broek met een riem aan, een trui, schoenen en sokken. Hij kleedde zich alsof hij met vrienden uit zou gaan of bij iemand ging eten, iets informeels, gedempte kleuren, zachte stoffen. Onder het aankleden bedacht hij dat hij misschien de heuvel af moest, naar een dokter, zonder zich te realiseren dat iedereen op dit late uur ongetwijfeld allang naar huis was. Hij ging op de bank liggen, wat hij nog nooit had gedaan; dat was tegen de regels, de eigen persoonlijke regels die iedereen voor zichzelf opstelt: liggen mag alleen in bed en nooit overdag. Hij lag op de bank en probeerde een prettige houding te vinden; had hij op de hometrainer iets raars gedaan, een verkeerde beweging gemaakt? Had hij iets onder de leden, een virus, een griepje? De pijn bleef. Waar kwam die vandaan? Was die pa, ontstaan of was hij er altijd en viel hij hem nu pas op? Hij stond op, nam een paar ibuprofentabletten en bleef bij hei raam over de stad staan uitkijken, naar de auto’s op de boulevard beneden die de bocht namen en de heuvels in reden. De. lucht begon al te verbleken, de koplampen waren aan, de huizen lichtten op, vol leven. De coyotes huilden. De stad in de verte was tegelijk heel groot en heel klein. Hij stond voor het raam – bevangen door pijn. Alles klapte in, alle bloedvaten, alle zenuwen, alle vezels van zijn lichaam krompen ineen alsof ze uitgehongerd, uitgedroogd waren. Hij stond bij het raam en leed ondraaglijke pijn, en het vreemdste was dat hij niet wist waar het pijn deed, dat hij niets voelde. Hij begon te huilen. Hij huilde geluidloos en toen hij merkte dat hij huilde, concludeerde hij uit dat feit, of uit de angst die dat opriep, dat er iets heel erg mis was. Toen moest hij nog erger huilen. Was het dan nu zover? Ging het zo? Was hier iets aan vooraf. gegaan, iets wat hij had moeten merken, een waarschuwing? Of was dit de waarschuwing? Dit was de waarschuwing of het uur U.
Hij toetste het alarmnummer in. ‘Politie, brandweer, ambulance.’ ‘Dokter,’ zei hij. ‘Politie, brandweer, ambulance.’ ‘Noodgeval,’ zei hij. ‘Politie, brandweer, ambulance.’ Het was een computer. ‘Ambulance,’ zei hij. ‘Ogenblikje.’ Hij wachtte tot hij werd doorverbonden en in dat moment van stilte hield de pijn op. De pijn ging over en hij dacht al haast dat het een nachtmerrie was geweest, een dagdroom, een slechte maaltijd die verkeerd was gevallen.”

 

A. M. Homes (Washington DC, 18 december 1961)

 

De Canadese dichter en schrijver Gatien Lapointe werd geboren op 18 december 1931 in Québec. Zie ook alle tags voor Gathien Lapointe op dit blog.

 

Lente in Quebec

Adem van vuur in de keel van de sneeuw,
Wortels die de diepe kleur oproepen –
Uit welke ballingschap komt deze kreet van lente en bladeren?

Een woord barst los in onze vuisten in de voren van vogels,
Op paden van sterren rijst wilde hoop.
Onze handen rijden op de jonge dauw,
O, de rivier viert al eilanden en zwaluwen!
Met één enkele eeuwigheid bewonen we de wereld.
Een tak ontsproot bij de eerste stap van de tijd,
Gloeiend rood zwaard in de ogen van onze geschiedenis,
De aarde beeft tot aan onze kindertijd.
We worden geboren – horizon van levendige golven,
De dag staat in de menselijke strijd.
Voor altijd sluit de april van vuur onze wonden,
Van mond tot mond openen we de drempel van een vaderland.
Nog steeds bloedend onder de vleugel van de zon,
Met de eerste tak van het jaar,
Vindt een volk zijn vrijheid op aarde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gatien Lapointe (18 décember 1931 – 15 september 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e december ook mijn blog van 18 december 2018 en eveneens mijn blog van 18 december 2016 deel 2.

Yvonne Keuls, Rafael Alberti

De Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls werd geboren op 17 december 1931 in Batavia, toen nog een onderdeel van Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Yvonne Keuls op dit blog. Yvonne Keuls overleed op 16 november jongstleden op 93-jarige leeftijd..

Uit: Koningin van de nacht

“Toen Daan klein was, dacht hij dat er binnen in zijn hoofd plaatjes zaten, die hij in zijn droom verzamelde. Als hij zijn ogen sloot, kon hij naar binnen kijken en navertellen wat
hij zag. Dat noemden de mensen fantaseren.
‘Daan is een kleine fantast,’ zei Isabel, die voor hem en zijn vijf jaar oudere zusje Roos zorgde, en ze lachte erbij, dus vond ze het leuk. Later, toen hij al op school zat en ‘groot’
was, begreep hij dat hij die plaatjes in zijn hoofd zelf maakte. Van alle gebeurtenissen in zijn leven hield hij zo’n plaatje over. ‘Gebeurtenis’ was ook niet zomaar een woord, het
betekende: er gebeurt iets wat belangrijk genoeg is om in een nis te bewaren. Want niets mag vergeten worden. Wat gezien wordt of gevoeld, heeft betekenis en kan het leven
een andere wending geven. En als je doodging, zei Isabel, zag je die plaatjes nog één keer langskomen, dan wist je wat je op de wereld gedaan had. Er was natuurlijk niet één wereld. Er waren er twee. In de ene gebeurde er van alles met Daan en kon hij alleen maar verwonderd toekijken, en in de andere kon hij fantaseren, kon hij zélf alles laten gebeuren.
Als hij dat wilde, kon hij zelfs zijn moeder laten bestaan in álle dingen. Dan was ze overal in huis. In haar boeken, haar muziekboeken, die ze met rond appeltjeshandschrift in de
kantlijn van aantekeningen had voorzien. In de foto’s, waarin ze de tijd doorliep. In haar toneelkijker, die ze meenam naar de opera. In haar verzameling vingerhoedjes, die hij op
al zijn vingers zette, waarna hij net zolang op het tafelblad trommelde tot Isabel riep: ‘Daan, schei ermee uit en leg ze terug!’ En in de slaapkamerspiegel, waarin hij ieder ogenblik haar beeld verwachtte. In al die kleine dingen, de parfumkaartjes tussen haar zakdoeken, de gedroogde rozen, de poederdons met de onvergelijkelijke geur, maar vooral in haar klerenkast, die zo groot was dat hij erin kon lopen, haar luchtje opsnuivend – alweer die geur. Hij bevoelde de glanzende stof van haar jurken, die zij droeg wanneer ze een concert gaf. Ze waren versierd met borduursel en glitters, en terwijl hij zich er een weg doorheen baande, was het alsof zijzelf langs zijn gezicht gleed. Zie je wel, ze bestond! Omdat híj het wilde!”

 

Yvonne Keuls (17 december 1931 – 16 november 2025)

 

De Spaanse dichter en schrijver Rafael Alberti werd geboren op 16 december 1902 in El Puerto de Santa María (Cádiz). Zie ook alle tags voor Rafael Alberti op dit blog.

 

De duif

De duif vergiste zich op een dag.
Ze vergiste zich, keer op keer.

Ze ging naar het Zuiden in plaats
van het Noorden.
Ze verwarde koren met water.
Ze vergiste zich, keer op keer.

Ze dacht dat de zee de lucht was,
en de nacht, de ochtend.
Ze vergiste zich, telkens weer.

(ze dacht) dat de sterren
dauwdruppels waren
en warmte, vorst
Ze vergiste zich, keer op keer.

(ze dacht) dat je rok je blouse was,
en je hart haar huis.
Ze vergiste zich, telkens weer.

(Ze viel in slaap aan de oever;
Jij daarboven op een tak.)

 

Vertaald door Petra Pustjens

 

Rafael Alberti (16 december 1902 – 27 oktober 1999)


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e december ook mijn blog van 17 december 2018 en eveneens mijn blog van 17 december 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Adriaan van Dis, Rafael Alberti

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Indische duinen

“De meisjes wilden de kust zien. Ze hoorden opgewonden stemmen op de gang en een luidspreker galmde over alle dekken: Nederland in zicht. De stoomfluit loeide, voetstappen bonkten op de trap, meeuwen krijsten. De meisjes klommen uit hun kooi en schoven de hutkoffer voor de patrijspoort. De kleinste mocht eerst, haar twee zusters tilden haar op. Ze drukte haar neus tegen het glas en zei: ‘Alleen maar golven.’ De ruit besloeg.
In de hoek van de hut, naast de deur, waste de moeder zich boven het fonteintje, het water spatte op de plankenvloer, ze nam haar handdoek van de haak en keek in de
spiegel. Ze zuchtte, elke morgen stond ze bekaf op en het was een troost dat het dampende water ook de spiegel besloeg, zodat ze onder het afdrogen niet de diepe lijnen in haar gezicht hoefde te zien. Het was benauwd in de hut, ze liep naar de patrijspoort en draaide de vleugelmoeren los. Een zilte koude lucht stroomde de kamer binnen, de meisjes rilden en trokken een trui over hun pyjama aan. Een meeuw vloog langs, vadsiger dan het soort dat hun schip gewoonlijk volgde; dit moest een landmeeuw zijn.
‘Nu ik,’ zei het middelste meisje, ze duwde haar moeder opzij en stak haar hoofd door de patrijspoort. Ze trok een vies gezicht. Geen land te bekennen.
‘Je moet naar omlaag kijken,’ zei de oudste, ‘Nederland ligt onder de zeespiegel.’ Ze ging wijdbeens op de koffer staan, duwde haar billen naar achter en maakte een verrekijker van haar handen. Iemand klopte op de deur. Een kale man kwam binnen, hij was al aangekleed en hield een korte militaire jas in zijn hand. De kleinste rende op hem toe en sprong in zijn armen. Ze klemde haar benen om zijn middel en liet zich met uitgestoken armen achterover vallen: ‘Justin, Justin,’ riep ze, ‘ik heb de Hollandse zee gezien!’ Hij legde het kind voorzichtig op bed en knuffelde haar bruine buik. ‘Dat is de Noordzee,’ zei hij, ‘nog een paar uur en we zijn in Amsterdam.’ Hij kuste de moeder en bukte zich naar het middelste meisje. Ze dook opzij. ‘Ada,’ zei de moeder, ‘zeg dag als Justin je groet.’
‘Dag,’ snauwde Ada. Ze liep naar het fonteintje en begon haar tanden te poetsen. De kale man haalde lachend zijn schouders op en liep naar het raam: ‘Kom Jana, je vat kou’, hij sloeg zijn arm om haar heupen en drukte haar tegen zich aan, ‘je kijkt de verkeerde kant op, de kust ligt aan stuurboord.’ De moeder zag in het tegenlicht hoe mager Jana’s benen door haar pyjamabroek schenen.”

 

Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

De Spaanse dichter en schrijver Rafael Alberti werd geboren op 16 december 1902 in El Puerto de Santa María (Cádiz). Zie ook alle tags voor Rafael Alberti op dit blog.

 

De engel der vrekkigheid

Mensen op de straathoeken
van steden en landen die op geen kaait staan
bespraken het:
– Die man is gestorven
En hij weet het niet.
Hij wil de banken bestormen,
wolken, sterren, gouden kometen stelen,
het allermoeilijkste kopen:
de hemel.

En die man is gestorven.
Onderaardse schokken schudden zijn slapen.
dolzinnige echo’s,
verwarde klank van schoppen en houwelen
treffen zijn oren;
en zijn ogen
acyteleenlampen,
klamme, goudglanzende gaanderijen,
en zijn hart
explosies van stenen, gejuich, dynamiet.
Hij droomt van mijnen.

 

Vertaald door G. J. Geers

 

Rafael Alberti (16 december 1902 – 27 oktober 1999)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e december ook mijn blog van 16 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Ingo Schulze, Klaus Rifbjerg

De Duitse schrijver Ingo Schulze werd geboren in Dresden op 15 december 1962. Zie ook alle tags voor Ingo Schulze op dit blog.

Uit: Zu Gast im Westen: Aufzeichnungen aus dem Ruhrgebiet

„Prolog: Neu in Mülheim-Broich
Sonnenschein, Herbstlaub, Ende Oktober ist es hier noch einmal so warm geworden wie sonst nur in südlichen Gefilden. Lange werden die Farben nicht mehr da sein. Ich mache mich auf die Suche nach einem Supermarkt in der Nähe. »Haben Sie denn kein Auto? Auch kein Fahrrad?« Meine Nachbarn, mit denen ich von Garten zu Garten spreche, sind überrascht und bieten mir Hilfe an. Was ich Garten nenne, ist in meinem Fall von der Anmutung her ein Park im Bonsai-Format mit Brückchen und Schalen und einer Bank, es fehlen eigentlich nur Goldfische. Stattdessen steht ein riesiger Buddha auf dem Weg und lächelt durch mich hindurch. Eine stattliche Doppelhaushälfte steht mir vom Keller bis unters Dach zur Verfügung. Die Einfamilienhäuser des Broicher Waldwegs, an denen entlang ich der abfallenden Straße folge, ließen sich als »schmuck« bezeichnen, alles tipptopp. Neben alten Straßennamen (Brandenberg, Liehberg) lauten die neuen Uranusbogen oder Jupiterweg, es gibt eine Ferienwohnung namens »Saturn«. Ein Mehrfamilienhaus ist im Bau, davor steht ein alter roter Rolls-Royce, der erst beim näheren Hinsehen auffällt, weil seine Karosse nicht wie die der anderen Wagen glänzt. Es folgen ein paar dörflich anmutende Häuser, bevor sich der Weg zu einer Grünfläche öffnet, die vielleicht einmal der Dorfanger gewesen ist. Am Ende quert eine große Straße, deren Namen, Saarner Straße, ich mir einprägen will. Jenseits davon ein breiter Häuserriegel von acht oder neun Stockwerken, darunter eine Tankstelle, Busstationen auf beiden Straßenseiten, eine Apotheke an der Ecke. Der »Lindenhof« nimmt sich zwischen den anderen Häusern aus wie eine Ansichtskarte, deren Farben schon leicht verblichen sind. Der Supermarkt, so bin ich überzeugt, kann nicht mehr weit sein. Als ich einen Mann meines Alters danach frage, antwortet er grimmig und ohne aufzusehen: »Fahr ich jetzt nach Herne wegen dem Scharnier?!« Er telefoniert. Ich entschuldige mich gestenreich und will mich abwenden, da sieht er auf und weist, seinen freien Arm heftig schwenkend, als sollte ich mich beeilen, weiter in Richtung meines bisherigen Weges.“

 

Ingo Schulze (Dresden, 15 december 1962)

 

De Deense dichter en schrijver Klaus Rifbjerg werd geboren op 15 december 1931 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Klaus Rifbjerg op dit blog.

 

Finale

Nu zingen de vogels in zichzelf gekeerd.
de laatste lange klankguirlandes
worden opgerold en aan de kant gelegd
alles kan wachten.

Schuwheid verspreidt zich.
de merel laat zich pas
tegen de avond zien en huppelt op jacht
naar een verloren graankorrel bijna zijwaarts

de kwikstaart is allang vertrokken
en de kleine zangertjes knikken elkaar
verontschuldigend toe en verdwijnen
geruisloos tussen de rimpelrozen.

De energie van de zwaluw is slechts schijn
hij vliegt met zijn snavel open verder,
zonder ook maar iets te vangen.

men moet genoegen nemen met halve porties.
bescheidenheid zegeviert.
geluidloosheid concurreert
met caloriegebrek.

De windhaan kraait niet meer;
brengt alleen nog een droog gekraak voort
wanneer hij bij
het eerste beste briesje draait.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Klaus Rifbjerg (15 December 1931 – 4 April 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e december ook mijn blog van 15 december  2023 en ook mijn blog van 15 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Advent (Karl Gerok), Gerard Reve, Paul Eluard

 

 

“Neudorf im Advent (Erzgebirge)” door Dieter Jacob, 2009

 

Advent

Offenb. 3, 20.
Siehe, ich stehe vor der Tür und
klopfe an.

Ich klopfe an zum heiligen Advent
Und stehe vor der Tür!
O selig, wer des Hirten Stimme kennt,
Und eilt und öffnet mir.
Ich werde Nachtmahl mit ihm halten,
Ihm Gnade spenden, Licht entfalten,
Der ganze Himmel wird ihm aufgetan,
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, da draußen ists so kalt
In dieser Winterszeit;
Von Eise starrt der finstre Tannenwald,
Die Welt ist eingeschneit,
Auch Menschenherzen sind gefroren,
Ich stehe vor der verschlossnen Toren,
Wo ist ein Herz, den Heiland zu empfahn?
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, sähst du mir nur einmal
Ins treue Angesicht,
Den Dornenkranz, der Nägel blutig Mahl, —
O du verwärst mich nicht!
Ich trug um dich so heiß Verlangen,
Ich bin so lang dich suchen gangen,
Vom Kreuze her komm ich die blut’ge Bahn:
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, der Abend ist so traut,
So stille nah und fern,
Die Erde schläft, vom klaren Himmel schaut
Der lichte Abendstern;
In solchen heilgen Dämmerstunden
Hat manches Herz mich schon gefunden;
O denk, wie Nikodemus einst getan:
Ich klopfe an!

Ich klopfe an und bringe nichts als Heil
Und Segen für und für,
Zachäus ‘ Glück, Marias gutes Teil
Bescheert‘ ich gern auch dir,
Wie ich den Jüngern einst beschieden
In finstrer Nacht den süßen Frieden,
So möchte‘ ich dir mit holdem Gruße nahn;
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, bist, Seele du, zu Haus,
Wenn dein Geliebter pocht?
Blüht mir im Krug ein frischer Blumenstrauß,
Brennt deines Glaubens Docht?
Weißt du, wie man den Freund bewirtet?
Bist du geschürzet und gegürtet?
Bist du bereit mich bräutlich zu umsahn?
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, klopft dir dein Herze mit
Bei meiner Stimme Ton?
Schreckt dich der treusten Mutterliebe Tritt
Wie fernen Donners Drohn?
O hör‘ auch deines Herzens Pochen,
In deiner Brust hat Gott gesprochen:
Wach‘ auf, der Morgen graut, bald kräht der Hahn,
Ich klopfe an.

Ich klopfe an; spricht nicht: es ist der Wind,
Er rauscht im dürren Laub; —
Dein Heiland ists, dein Herr, dein Gott, mein Kind,
O stelle dich nicht taub;
Jetzt komm‘ ich noch im sanften Sausen,
Doch bald vielleicht im Sturmesbrausen,
O glaub‘, es ist kein eitler Kinderwahn:
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, jetzt bin ich noch dein Gast
Und steh vor deiner Tür,
Einst, Seele, wenn du hier kein Haus mehr hast,
Dann klopfest du bei mir;
Wer hier getan nach meinem Worte,
Denn öffn‘ ich dort die Friedenspforte,
Wer mich verstieß, dem wird nicht aufgetan;
Ich klopfe an.

 

Karl Gerok (30 januari 1815 – 14 januari 1890)
Advent in Vaihingen an der Enz, de geboorteplaats van Karl Gerok

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

Uit: Brief uit Berlijn

“Berlijn-Zehlendorf, Paaszondag 1962. Naarmate de trein de grens van Oost-Duitsland – waar men, zoals bekend, doorheen moet reizen om West-Berlijn te bereiken – nadert, groeit er, met mijn nieuwsgierigheid over wat ik te zien zal krijgen, ook een zonderlinge hoop: de hoop, dat alles zich veel betrekkelijker en veel minder ernstig zal laten aanzien, en dat de voorstelling die ik uit de berichtgeving van vele jaren heb opgebouwd, veel meer een projektie van mijn eigen, dikwijls zeer absoluut gestelde problematiek zal blijken te zijn, dan een met de werkelijkheid vergelijkbaar beeld.
Men kent de voorstelling van de Duitse Bondsrepubliek zoals die wordt gekoesterd door de mensen voor wie de in de bezetting ondergane verschrikking een levenvullende tijdloosheid heeft gekregen; een voorstelling waaraan ook, vooral uit gemakzucht, wordt vastgehouden door mensen die politiek nooit volwassen willen worden; een voorstelling die haar voortbestaan in veel grotere mate aan de communistiese propaganda dankt dan men in het algemeen wel vermoedt. Volgens deze voorstelling is de Westduitse democratie een schijndemocratie, waarin de nazi’s en het grootkapitaal bezig zijn een nieuwe autoritaire Duitse staat naar een nieuwe veroveringsoorlog te voeren. De kracht van deze voorstelling berust in niet geringe mate op het ontbreken van een redelijke hoeveelheid feitelijk bewijsmateriaal: materiaal dat er niet is, kan men immers niet aanvechten. In werkelijkheid wordt slechts een handvol voorvallen gebruikt om de al van te voren axiomaties aangenomen agressiviteit van West-Duitsland te illustreren. Feiten zoals de nog nooit in de Duitse geschiedenis vertoonde impopulariteit van de Westduitse dienstplicht – waarvoor iedereen zich probeert te drukken – en de verbijsterend geringe percentages stemmen, die neo-, semi-nazistiese of andere ultra-rechtse groeperingen, voordat ze bij de wet werden verboden, bij verkiezingen behaalden zelfs in die deelstaten, die indertijd de typiese voedingsbodem waren van het nationaal-socialisme – die feiten zeggen de politieke dommelaar niets. Voor het handhaven van zijn op onvruchtbare moffenhaat steunende visie heeft hij slechts een paar berichten per jaar over geschonden Joodse begraafplaatsen, op muren geschilderde hakenkruisen of over de ontmaskering van een op een verantwoordelijke post gekomen oorlogsmisdadiger nodig.”

 

Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)
Reve met Woelrat en kat op schoot

 

De Franse dichter en schrijver Paul Eluard werd geboren op 14 december 1895 in Saint Denis. Zie ook alle tags voor Paul Eluard op dit blog.

 

Ik houd van je

Ik houd van je om alle vrouwen
Die ik niet heb gekend
Ik houd van je om alle tijden
Dat ik niet heb geleefd
Om de geur van het ruime sop
En de geur van warm brood
Om de sneeuw die smelt
Om de eerste bloemen
Om de zuivere dieren
Die de mens niet verschrikt
Ik houd van je om lief te hebben
Ik houd van je om alle vrouwen
Die ik niet liefheb

Wie anders spiegelt mij dan jij zelf
Ik zie ik mij amper
Zonder jou zie ik enkel
Een verlaten vlakte
Tussen vroeger en vandaag
Waren al die doden
Waar ik doorheen
Loop op stro
Ik kon geen gat boren
In de muur van mijn spiegel
Ik moest het leven leren
Woord voor woord
Zoals men vergeet

Ik houd van je om jouw wijsheid
Die niet van mij is
Om de gezondheid houd ik
Van je ondanks alles dat enkel illusie is
Om het onsterfelijke hart
Dat ik niet beheer
Je meent twijfel te zijn
En je bent slechts rede
Je bent de grote zon
Die mij naar het hoofd stijgt
Als ik zeker ben van mezelf
Als ik zeker ben van mezelf.

 

Vertaald door Theo Festen

 

Paul Eluard (14 december 1895 – 18 november 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e december ook mijn blog van 14 december 2021 en ook mijn blog van 14 december 2018 en ook mijn blog van 14 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.