Marie Kessels, Christoph W. Bauer

De Nederlandse schrijfster Marie Kessels werd geboren in Nederweert op 11 december 1954. Zie ook alle tags voor Marie Kessels op dit blog.

Uit: Het gezicht

“Als je de hele dag een man zou horen huilen en je vond hem niet in huis of op straat en hij ging gewoon verder met huilen, ’s nachts en de volgende dag, weken achter elkaar, onstuitbaar, hoe zou je dan veranderen?
Als hij op dezelfde manier onstuitbaar zou lachen zou je zeker krankzinnig worden en hulp nodig hebben, al klonk dat lachen vrolijk en niet spottend of hatelijk.
Maar tegen zijn huilen zet je je eerder schrap, na een tijdje ‘geloof je het wel’, je leeft door alsof je het niet hoort. Zijn snikken werkt niet minder direct op de zenuwen dan dat gelach zonder reden, op een schaal van een tot tien geef je een negen aan het lachen en een twee aan het huilen als het om indringendheid gaat. Op den duur is het bladergeritsel huilen, je hoort het pas goed op het ogenblik dat het wegsterft en de plotselinge stilte je korzelig maakt.
De korven voor het mensenvervoer beginnen zo erg te slingeren in het harde licht van de middagzon dat we vlug uit onze wagens stappen om ons te verkneukelen.
Van een andere vrouw houden zonder door te stoten naar de plaats, het brandende centrum waar haar scheppende kracht aan het werk is, zonder dat brandende centrum te kunnen vinden, is een hopeloze aangelegenheid waardoor je heftig naar de dood gaat verlangen (net of je steentje voor steentje wordt afgebroken als een wrakke kathedraal).
Tot het laatst toe bewaarde de man die door het vuurpeleton zou worden gedood de ironische houding waarmee hij als televisiepresentator bekend is geworden. Ook zijn executie nam hij niet serieus, hij praatte badinerend tegen zijn publiek (dat er niet was, behalve het vuurpeloton), maakte wegwerpende gebaren, vulde de ruimte met het het spottende stemgeluid van de teleurgestelde en vermoeide oudere man, zijn glansrol: een bologige, kwakende heer zonder illusies, de draak
stekend met alles waar zijn vinger naar wees, waar zijn blik even langs streek. Zo nam hij de openbare ruimte (onafzienbaar en leeg) nog één keer in bezit, clownesk en droevig maar niet droeviger dan anders, niet droevig om zijn dood; misschien had hij te weinig verbeeldingskracht voor een voorstelling van zijn dood. Is het mogelijk dat mensen onder zulke omstandigheden niet zweten? Iedereen heeft wel eens de gewaarwording van gummi te zijn, onverwoestbaar en ook onecht, bijvoorbeeld op het ogenblik dat er op de snelweg een auto op hem af stormt. Die auto kan hem toch niets doen! De televisiepresentator had zo’n gummi-gedachte niet nodig tegen de schrik, de ironicus rekent al blindelings op de overmacht van de onwerkelijkheid. Nee, hij zweette niet en zijn zware oogleden bewogen heel snel op en neer om zijn publiek naar zich toe te zuigen, het in te palmen, op zijn hand te krijgen, aan het lachen te maken. Alles als vanouds.”

 

Marie Kessels (Nederweert, 11 december 1954)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Christoph W. Bauer werd geboren in Kolbnitz op 11 december 1968. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en ook alle tags voor Christoph W. Bauer op dit blog.

 

lawaai is een begin, geluk een simpel akkoord
achter de ogen rollen bassen dreunen
over ons heen, jaren lang heb ik gerend naar
dit concert, jij kwam uit dezelfde
richting, en de rest kan ik me voorstellen.

zeg je zo zachtjes dat ik het nauwelijks versta en
misschien alleen maar wil aannemen omdat jouw
handen de reizen aan die van mij aflezen alsof
het hun eigen reizen zijn, en de hemel rockt
en brult en blijft in alles een punk die

zijn hanenkam in regenboogkleuren
schildert, metaforisch gesproken dansen we op een
dun koord horen de surfers lasteren
geen cent waard is ons hun geblaat vivamus
atque amemus, Campino krakeelt wat telt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christoph W. Bauer (Kolbnitz, 11 december 1968)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e december ook mijn blog van 11 december 2018 en eveneens mijn blog van 11 december 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Karl Heinrich Waggerl, Emily Dickinson

De Oostenrijkse schrijver Karl Heinrich Waggerl werd geboren op 10 december 1897 in Bad Gastein. Zie ook alle tags voor Karl Heinrich Waggerl op dit blog.

Wie Ochs und Esel an die Krippe kamen

Als Josef mit Maria auf dem Weg nach Betlehem war, rief ein Engel die Tiere heimlich zusammen, um einige auszuwählen, der Heiligen Familie im Stalle zu helfen. Als erster meldete sich natürlich der Löwe: »Nur ein König ist würdig, dem Herrn der Welt zu dienen“, brüllte er, „ich werde jeden zerreißen, der dem Kind zu nahe kommt!“ “Du bist mir zu grimmig“, sagte der Engel. Darauf schlich sich der Fuchs näher. Mit unschuldiger Miene meinte er: „Ich werde sie gut versorgen. Für das Gotteskind besorge ich den süßesten Honig, und für die Wöchnerin stehle ich jeden Morgen ein Huhn!“ „Du bist mir zu verschlagen“, sagte der Engel. Da stelzte der Pfau heran. Rauschend entfaltete er sein Rad und glänzte in seinem Gefieder. „Ich will den armseligen Schafstall köstlicher schmücken als Salomon seinen Tempel!.“ „Du bist mir zu eitel“, sagte der Engel. Es kamen noch viele und priesen ihre Künste an. Vergeblich. Zuletzt blickte der strenge Engel noch einmal suchend um sich und sah Ochs und Esel draußen auf dem Felde dem Bauern dienen. Der Engel rief auch sie heran, »Was habt ihr anzubieten?“. »Nichts“, sagte der Esel und klappte traurig die Ohren herunter, „wir haben nichts gelernt außer Demut und Geduld. Denn alles andere hat uns immer noch mehr Prügel eingebracht!“. Und der Ochse warf schüchtern ein: „Aber vielleicht könnten wir dann und wann mit unseren Schwänzen die Fliegen verscheuchen!“ Da sagte der Engel: »Ihr seid die richtigen!“

 

Karl Heinrich Waggerl (10 december 1897 – 4 november 1973)

 

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

The Soul Selects her own Society

De ziel verkiest haar eigen maatschappij,
trekt dan een lijn;
dring u niet op aan zulk een goddelijk
getweeën zijn.

Onaangedaan hoort zij hoe ’t rijtuig stopt
bij haar bescheiden poort;
een keizer knielend op haar mat
wordt nauw’lijks aangehoord.

Ik weet het: uit een wereldmacht
koos zij slechts één;
toen sloot zij heel haar aandacht af
als steen.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e december ook mijn blog van 10 december 2022 en ook mijn blog van 10 december 2018 en ook mijn blog van 10 december 2017 deel 3.

Thomas Verbogt, Eileen Myles

De Nederlandse schrijver Thomas Verbogt werd op 9 december 1952 geboren in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Thomas Verbogt op dit blog.

Uit: Schrijven is ritme (De meisjes hadden wél gelijk)

“Het moment waarop ik voor het eerst een literaire tekst hoorde, herinner ik me niet. Toch was dat moment er. Mijn moeder zong een liedje dat ik later, na dat moment van heel vroeg in mijn leven, opnieuw hoorde, hoeveel later weet ik niet precies, maar wel dat het een vage herkenning opriep, ik hoorde het bewust of in ieder geval bewuster dan toen, het liedje ‘Slaap kindje slaap’. Mijn moeder zong het met zachte stem, een paar keer achter elkaar, het woord ‘kindje’ verving ze de tweede keer dat ze het zong door mijn naam. Het liedje maakte me niet alleen slaperig, het stelde me ook gerust, terwijl het nauwelijks iets in me opriep wat ik wilde begrijpen (als ik dat toen al wilde), want hoe simpel de tekst ook is, ik geloof niet dat ik begreep wat ‘zo zoetjes’ was, want het woord ‘zoet’ had ik niet gehoord. Mijn ouders gebruikten het niet ter vervanging van ‘gehoorzaam’ of ‘braaf, ze noemden mij nooit ‘een zoete jongen’, wat ik achteraf niet betreur. Het liedje kende ik wel vrij snel uit mijn hoofd, althans ik wist wat er komen ging als mijn moeder had gezongen ‘Daar buiten loopt een schaap’, hoewel wat er volgde niet rijmde op ‘slaap’: ‘Een schaap met witte voetjes’. Niet alleen mijn geheugen hielp me, ook het ritme van het liedje, weliswaar een kalm ritme, maar wel degelijk aanwezig. Behalve dat ik woorden leerde om te communiceren, leerde ik meer liedjes van mijn moeder, liedjes die ik onthield zonder dat de tekst glashelder was. Hoe het met de kinderliedjes van nu zit weet ik niet, maar in die jaren was er soms geen touw aan vast te knopen. Op de kleuterschool, waar ik hoopte te leren schrijven, wat niet het geval bleek, zongen we liedjes — tot mijn spijt toen was dat belangrijker dan schrijven —, liedjes als:

Daar kwam ene boer uit Zwitserland
Kadee, kadulleke, kada
En die had enen ezel aan zijn hand
Laberdi laberda laberdonia
Een die had enen ezel aan zijn hand
Cecilia!

Volgens mij was het een lied waaraan geen einde kwam. Waar die boer vandaan kwam, snapte ik. Ook hoe hij erbij liep, met een ezel immers. De woorden die ik niet kende en niet begreep, vond ik rare, een beetje beschamende woorden. Toch leerde ik het met betrekkelijk weinig moeite vanbuiten.”

 

Thomas Verbogt (Nijmegen, 9 december 1952)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Eileen Myles werd geboren in Boston, Massachusetts, op 9 december 1949. Zie ook alle tags voor Eileen Myles op dit blog.

 

Het verdriet van het vertrek

Alles is
zo ver weg—
mijn jas is
daar. Ik ben doodsbang
om te gaan en dat jij
me niet zult missen
Ik ben doodsbang voor het
heldere blauw van
de metro
op andere dagen ben ik

zo blij en
bereid om te geloven
dat iedereen die
door de straat loopt
iemand is die ik ken.
De ouderdom van Macy’s
maakt indruk op me. De
houten roltrappen
als je
verder boven bij de meubels komt,
krediet, lampenkappen—
Je hebt hier gewinkeld
als kind. Oh,
je verdient me! In
een film genaamd
Close Up—af en toe
de kronkelende

stangen, let op
de kronkelende blauwe
stangen van
metro-ingangen,
de korrelige schoonheid,
de vlek. Ik zal vandaag geen
zelfmoord plegen. Het is
te mooi. Mijn hart
breekt op de 23e
straat. Om dit
met jullie te delen, de
zoetheid van het
frame. Mijn lichaam
in perfecte vorm
voor niets anders dan
de dood. Ik wil
je dit laten zien.
Op het San Marcoplein
schreeuwt een gek:
mijn voetstappen, de
trommelslagen van Armageddon.

O ja, breng me
dichter bij U, Heer.
Ik wil sterven
Van Dichtbij. Een handvol
stuiterende gele
tulpen voor David. Ik
geef toe dat ik van tulpen houd
omdat ze
zo mooi sterven.
Ik
zie verlossing in
hun hangende hoofdjes.
Een prachtige uitgang. Hoe
komen ze ertoe
zich zo vrij te voelen? Ik ben
gevangen door liefde—
boven frietjes
dwalen mijn ogen af naar
De Hue Bar. Een blauw
bord. Door het
leven. Op weg om
een punt te maken,
om logica te vinden, om niet
verliefd te worden van-
nacht en
mijn pijn onverpakt
te laten – om
de machine te duwen – Paul
houdt contact, maar
oh, herinner je Jessica nog
Lange, ze zag er zo
mooi uit
helemaal
onder invloed, op weg
om King

Kong te ontmoeten. Ik zit
op mijn kleine rode
bank in februari
hoe krijgen ze het voor elkaar
om zich zo vrij te voelen
1.000.000 vrouwen
niet ik die door
de straat bewegen vanavond
van deze vage
stad & ik
kroon mezelf
keer op keer
en er
kunnen geen
twee koningen zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Eileen Myles (Boston, 9 december 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e december ook mijn blog van 9 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Jamal Ouariachi, Delmore Schwartz

De Nederlandse schrijver Jamal Ouariachi werd geboren in Amsterdam op 8 december 1978. Zie ook alle tags voor Jamal Ouariachi op dit blog.

Uit: De mogelijkheden van het onmogelijke

“Geen voorzichtige inleiding. Mijn deurmat is niet gemaakt van kokoshaar maar van de afgestroopte stekelhuid van een egel. Er staat niet ‘Welkom’ op gedrukt, maar ‘Nietzsche’.
Laat ik beginnen met een citaat uit diens De geboorte van de tragedie:
‘Er is een oude sage die zegt dat koning Midas lange tijd in het bos jacht maakte op de wijze Silenus, de metgezel van Dionysus, zonder hem te pakken te krijgen. Als hij hem ten slotte toch in handen valt, vraagt de koning wat het allerbeste en allervoortreffelijkste is voor de mens. De demon hult zich in een koppig en onverstoorbaar stilzwijgen totdat hij, door de koning gedwongen, ten slotte in lachen uitbarst en de volgende woorden spreekt: “Jullie, beklagenswaardig eendagsgeslacht, kinderen van toeval en kommer, waarom dwing je me te zeggen wat je veel beter niet kunt horen? Het allerbeste is voor jou totaal onbereikbaar, namelijk niet geboren te zijn, niet te zijn, niets te zijn. Het op één na beste echter is – zo spoedig mogelijk te sterven.”’
Puur sadisme, dat lachen van die oude sater Silenus, want zelfs het op één na beste is voor de meeste mensen geen optie. Al hangt hun leven van ellende aaneen, er een einde aan maken zien ze niet zitten. Doodsangst steekt daar een stokje voor.
Lijdzaam afwachten, meer kunnen we niet doen.
Er lopen allerlei draden van deze passage bij Nietzsche naar het werk van A.F.Th. van der Heijden. Meteen al in zijn debuut, het onder de naam Patrizio Canaponi gepubliceerde Een gondel in de Herengracht, is het Silenus-verhaal onderwerp van gesprek tussen Bruno Tirlantino en diens minnaar Simon Fringle. In de romancyclus De tandeloze tijd klinken de woorden van Silenus menigmaal, bijna als een refrein. De tekst van Nietzsche fungeert zelfs als motto bij het hoofdstuk ‘Het antwoord aan koning Midas’ in de roman Vallende ouders (De tandeloze tijd 1).
Het allerbeste is onbereikbaar, het op één na beste onwenselijk. Van der Heijdens hele oeuvre, zo schijnt het mij toe, is doordrenkt van de vraag wat dan wél een wenselijke manier is om het leven te kunnen verdragen. En in zijn zoektocht naar antwoorden op die vraag lijkt hij geïnspireerd door de onmogelijkheid van wat Silenus het allervoortreffelijkste noemt. Het onmogelijke: daarin moeten de antwoorden gezocht worden.
Leven in de breedte
In De tandeloze tijd heeft het personage Albert Egberts zo’n mogelijk-onmogelijk antwoord bedacht. Op verleidelijke wijze legt hij het voor aan zijn vriend Thjum Schwantje: ‘Er is een manier, Thjum, een truc om tijd te winnen… oneindig veel tijd te winnen en te ontginnen. Tijd die niet aan je vreet… die je niet ouder maakt. Integendeel! Het is een tijd die je het eeuwige leven kan geven… of bijna in ieder geval.’
Wie wil dat niet, een trucje leren om een bijna eeuwig leven te verkrijgen? Mijn aandacht heeft hij in ieder geval, die Egberts. Hij gaat verder: ‘Aangezien het leven zich nietsontziend in de lengte ontrolt, moet je proberen het zo breed mogelijk te maken… moet je proberen het in de breedte te laten uitdijen…”

 

Jamal Ouariachi (Amsterdam, 8 december 1978)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Delmore Schwartz werd geboren op 8 december 1913 in New York. Zie ook alle tags voor Delmore Schwarz op dit blog.

 

Betreffende de synthetische eenheid van het zelfbewustzijn

‘Quatsch, quatsch!’ zei de koning mijn oom,
‘de geest is rook en stijgt op, zwak als rook.
Zit niet tussen de doden, zit in de zon.
Eet sinaasappels! Kul! De wagen komt.

Alle geesten keerden terug. Het bevalt ze daar niet meer.
Geen zijdezacht water en geen grote bruine beer,

geen bier daarboven, geen siësta’s en ook al geen –’
‘Oom,’ zei ik, ‘wat is liefde? Ik ben zo alleen.’

Gek werd hij daarvan. Nu knoopt hij tijd
en zelfbewustzijn draad na draad aaneen.

•••

Zulke antwoorden zijn een schrale troost voor de doden
‘Wat een holle retoriek,’ zei de stilte,
‘jij leert de jongens en meisjes dat brood en wijn,
waarop hun wellust spuugt als op de macht,
binnen handbereik zijn.
Het zijn waanbeelden van je schuldgevoel
dat je tot schande strekt als een leugen die uitkomt.
De andere jongens ploften als zoutzakken op wanhopige kusten.’

‘Maar je weet toch wat voor leven ik heb geleid,
dat werkelijk alles wat ik ben geweest me afsnijdt
van normale burgermansgenoegens.
Hoe vaak ben ik niet ’s nachts langs een feest gekomen
waar goedkope minachting getoeterd werd
en klokslag twaalf de gulle lach losbarstte,
het feest waar ze het nieuwe jaar ontkurkten
als champagne of als liefde, met een knal en schuim,
terwijl ik langdurig studeerde op de kunst
waarmee je in Amerika een muur van stilte verdient.
– Ik ben een onderzoeker van de typen licht,
ik ben een dichter van de waakzame nacht,
in het nieuwe en nog ongekende Amerika.
Ik ben een onderzoeker van de gedurige nederlaag van de liefde.
Ik schonk de jongens en meisjes mijn geest en mijn kunst,
ik leerde hun over het vroege morgenlicht:
kan ik dat niet aanvoeren als enigszins goed?’

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Delmore Schwartz (8 december 1913 – 11 juli 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e december ook mijn blog van 8 december 2023 en ook mijn blog van 8 december 2020 en eveneens mijn blog van 8 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Der Täufer (Christian Morgenstern), Tatamkhulu Afrika

 

 

St. Johannes de Doper als jongen door Andrea del Sarto, ca. 1525

 

Der Täufer

Siehe! Das ist Gottes Lamm.
Dieser wird für unsre Sünde
sterben an des Kreuzes Stamm,
dass er allen Völkern künde:
Gott nimmt ihr Gebrest auf sich.
Dass fortan die Menschheit wisse:
Träger ihrer Finsternisse
ist nicht nur ihr kleines Ich.

 

Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)
Christkindlmarkt in München, de geboorteplaats van Christian Morgenstern

 

De Zuid-Afrikaanse dichter en schrijver Tatamkhulu Afrika werd geboren op 7 december 1920 in Egypte. Zie ook alle tags voor Tatamkhulu Afrika op dit blog.

 

Niets is veranderd

Kleine ronde harde stenen klikken
onder mijn hielen,
zaaiend gras duwt
baardzaadjes
in broekspijpen, blikjes,
waarop getrapt wordt, knarsen
in hoog, paars bloeiend,
vriendelijk onkruid.

District zes.
Geen bord zegt dat het zo is:
maar mijn voeten weten het,
en mijn handen,
en de huid rond mijn botten,
en het zachte gezwoeg van mijn longen,
en de hete, witte, naar binnen draaiende
woede van mijn ogen.

Ruw met glas,
naam wapperend als een vlag,
hurkt het
in het gras en onkruid,
ontluikende Port Jackson-bomen:
nieuwe, chique haute cuisine,
wachter bij de poort,
herberg alleen voor blanken.

Geen bord zegt dat het zo is:
Maar we weten waar we thuishoren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Tatamkhulu Afrika (7 december 1920 – 23 december 2002)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e december ook mijn blog van 7 december 2024 en ook mijn blog van 7 december 2023 en ook mijn blog van 7 december 2020 en eveneens mijn blog van 7 december 2018 en eveneens mijn blog van 7 december 2014 deel 2.

Julia Kasdorf

De Amerikaanse dichteres Julia Mae Spicher Kasdorf werd geboren op 6 december 1962 in Lewistown, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Julia Kasdorf op dit blog.

 

English 213: Introduction to Poetry Writing

Metaphor is made of two parts, I tell them 
because I must say something: vehicle and tenor,

and we should know the names of things we do by instinct, 
though I only half believe this. Not that kind of vehicle,

not that kind of tenor, and yet their poems must move, 
must sing. It’s confusing and hard. Aristotle said

genius sees resemblance in difference. A car is not 
a metaphor, is a machine made of countless metal parts

that keep us mindful of oil, coolant, a milk jug in the trunk 
in which to dilute it, mindful of all the ways a day can turn-

pulling into Bloomsburg State, for instance, steam blowing 
from under the hood, I asked a student for the lecture hall,

campus clock gonging the hour of my talk, but he said, 
“Look, something really bad is happening to your car.”

I have watched water run off my radiator 
as freely as the waters of birth. I have peered

into the boxy chambers of my master cylinder, drained 
of brake fluid, dark and divided as the human heart.

Unable to start some mornings, I have loosened a wing nut, 
lifted the air filter, and jabbed a pencil stub

into my butterfly valve, clenched like a catch in the throat. 
So when half the audience walked out of that reading

to attend a memorial service for some boys, killed 
in a frat house fire, I did what any of us would do:

paused until the room grew still, then continued.
In towns like that, mechanics take only cash,

but the folks who remained bought enough books 
to cover the cost of radiator hose, plus labor,

that transaction as sweet and pure as the motion 
of any of our lubricious, invisible parts.

 

Ondergronds

In die jaren werden bloemblaadjes van hun stengels geplukt.
In het begin versplinterden kasruiten
door de omhoogstaande knoppen van chrysanten;
aardepotten werden in scherven vermalen.
Bloemen op openbare pleinen
werden ondergeploegd om rapen,
radijsjes en kool te kweken voor de massa.
Zaden werden oud en machteloos in hun verpakkingen;
bollen verschrompelden en stierven in donkere kelders.
Bonsai’s stonden onder theetafels
in stille stadsappartementen
terwijl boeren slechts een slordige rij
goudsbloemen langs de lemen muren van hun huis riskeerden.
Misschien bleven de vaste planten bestaan,
hun wortels onwetend van de wet —
stengels, die zich door de aarde heen strekken
om vertrapt te worden — of stiekem bewaard,
bloemblaadjes in boeken gedrukt als iconen van vislijm.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Julia Kasdorf (Lewistown, 6 december 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e december ook mijn blog van 6 december 2023 en ook mijn blog van 6 december 2018 en ook mijn blog van 6 december 2017

Het heerlijk avondje (Simon Carmiggelt), Christina Rossetti

 

 

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)
Illustratie bij “Het heerlijk avondje” uit Carmiggelts bundel “Onzin” uit 1979

 

De Engelse dichteres en schrijfster Christina Georgina Rossetti werd geboren in Londen op 5 december 1830. Zie ook alle tags voor Christina Rossetti op dit blog.

 

Als voor mij het einde daar is
en het Licht mijn ogen sluit
wil ik geen wake en geen tranen
mijn ziel is vrij, dus draag dat uit

Mis mij gerust, maar niet te lang
niet buigen, réchtop blijven staan
denk aan de liefde die we deelden
mis mij gerust, maar laat me gaan

Want allen wacht ons deze reis
al gaat elk van ons alleen
’t hoort allemaal bij ’t Grote Plan
naar Huis en nergens anders heen

 

Vertaald door Marjos Kösters

 

Christina Rossetti (5 december 1830 – 27 december 1894)
Cover

 

Zie voor de schrijvers van de 5e december ook mijn blog van 5 december 2018.

150 jaar Rainer Maria Rilke, Geert Mak

150 jaar Rainer Maria Rilke 

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke werd als René Karel Wilhelm Johann Josef Maria Rilke op 4 december 1875 in Praag geboren. Dat is vandaag precies 150 jaar geleden. Zie ook alle tags voor Rainer Maria Rilke op dit blog.

 

Die sechste Elegie

Feigenbaum, seit wie lange schon ists mir bedeutend,
wie du die Blüte beinah ganz überschlägst
und hinein in die zeitig entschlossene Frucht,
ungerühmt, drängst dein reines Geheimnis.
Wie der Fontäne Rohr treibt dein gebognes Gezweig
abwärts den Saft und hinan: und er springt aus dem Schlaf,
fast nicht erwachend, ins Glück seiner süßesten Leistung.
Sieh: wie der Gott in den Schwan……. Wir aber verweilen,
ach, uns rühmt es zu blühn, und ins verspätete Innre
unserer endlichen Frucht gehn wir verraten hinein.
Wenigen steigt so stark der Andrang des Handelns,
dass sie schon anstehn und glühn in der Fülle des Herzens,
wenn die Verführung zum Blühn wie gelinderte Nachtluft
ihnen die Jugend des Munds, ihnen die Lider berührt:
Helden vielleicht und den frühe Hinüberbestimmten,
denen der gärtnernde Tod anders die Adern verbiegt.
Diese stürzen dahin: dem eigenen Lächeln
sind sie voran, wie das Rossegespann in den milden
muldigen Bildern von Karnak dem siegenden König.

Wunderlich nah ist der Held doch den jugendlich Toten. Dauern
ficht ihn nicht an. Sein Aufgang ist Dasein; beständig
nimmt er sich fort und tritt ins veränderte Sternbild
seiner steten Gefahr. Dort fänden ihn wenige. Aber,
das uns finster verschweigt, das plötzlich begeisterte Schicksal
singt ihn hinein in den Sturm seiner aufrauschenden Welt.
Hör ich doch keinen wie ihn. Auf einmal durchgeht mich
mit der strömenden Luft sein verdunkelter Ton.

Dann, wie verbärg ich mich gern vor der Sehnsucht: O wär ich,
wär ich ein Knabe und dürft es noch werden und säße
in die künftigen Arme gestützt und läse von Simson,
wie seine Mutter erst nichts und dann alles gebar.

War er nicht Held schon in dir, o Mutter, begann nicht
dort schon, in dir, seine herrische Auswahl?
Tausende brauten im Schoß und wollten er sein,
aber sieh: er ergriff und ließ aus -, wählte und konnte.
Und wenn er Säulen zerstieß, so wars, da er ausbrach
aus der Welt deines Leibs in die engere Welt, wo er weiter
wählte und konnte. O Mütter der Helden, o Ursprung
reißender Ströme! Ihr Schluchten, in die sich
hoch von dem Herzrand, klagend,
schon die Mädchen gestürzt, künftig die Opfer dem Sohn.

Denn hinstürmte der Held durch Aufenthalte der Liebe,
jeder hob ihn hinaus, jeder ihn meinende Herzschlag,
abgewendet schon, stand er am Ende der Lächeln, – anders.

 

De Sonnetten aan Orpheus

VI

Is hij een aardeling? Neen, zijn wijde
wezen ontsproot aan beiderlei sfeer.
Kundiger weet de loten te leiden
wie met de wortels der wilgen verkeert.

Gaat gij naar bed, laat op tafel achter
– doden trekt het – melk niet, noch brood.
Hij echter menge onder het zachte
ooglid, bezwerend, al wat als dood

aan hem verschijnt in de zichtbare dingen;
en de betoovring van wijnruit en kervel
is hem zo waar als het klaarste verband.

Niets kan het geldige beeld hem verwringen.
Gaven voor ’t leven, gaven bij ’t sterven,
love hij vingerling, haarspeld en kan.

 

Vertaald door W. Blok en C.O. Jellema

 

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

 

De Nederlandse schrijver Geert Mak werd geboren op 4 december 1946 in Vlaardingen. Zie ook alle tags voor Geert Mak op dit blog.

Uit: Wisselwachter

“Deze geschiedenis speelt zich af in een ander land. Een land waar het dienen van de publieke zaak nog gold als hoogste doel. Een land waar, dwars door al het harde onrecht, een democratische belofte gloorde. Een land dat, ondanks alle verschillen tussen de mensen, de kracht en eenheid kon opbrengen om die te verdedigen, tot in het verre Europa toe.
De president kreeg, toen alles voorbij was, zijn pleinen, straten en standbeelden, zijn bibliotheken, scholen en vliegdekschepen. Voor hem restte een kleine steen, op de begraafplaats van Grinnell, ergens ver weg in lowa. Daar kwam hij vandaan, daarheen keerde hij terug.
Harry LIoyd Hopkins. In Europa kent bijna niemand hem. Toch hoort hij bij de handvol mensen die vanuit de verte, bepalend waren voor het lot van ons continent, van ons land, van onze dierbaren en onszelf. Tijdens de oorlogsjaren gold hij in de kleine wereld van internationale diplomaten en politici als de belangrijkste Amerikaan na Roosevelt, samen met opperbevelhebber Marshall. Hopkins was een wisselwachter, niet meer dan dat, maar op cruciale momenten was hij welde man die, achter de schermen, geschiedenis schreef.
Zelf liep ik hem min of meer bij toeval tegen het lijf. Toen ik een artikel schreef over Martha Gellhorn, de legendarische oorlogsverslaggeefster, bleek dat ze haar loopbaan was begonnen in de crisisjaren, als een soortverkenner voor het Witte Huis. Zij was nog jong, ze trok door het hele land, praatte met iedereen, en brief na brief rapporteerde ze haar bevindingen aan een mistige maar altijd nieuwsgierige topfunctionaris, grote man achter de New Deal “My dear Mr.Hopkins”. Toen ik, jaren later, schreef over Engeland tijdens de Tweede Wereldoorlog, trof ik hem opnieuw.”

 

Geert Mak (Vlaardingen, 4 december 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e december ook mijn blog van 4 december 2018 en eveneens mijn blog van 4 december 2017 en ook mijn blog van 4 december 2016 deel 3.

Grace Andreacchi, Joseph Conrad

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Grace Andreacchi werd geboren op 3 december 1954 in New York. Zie ook alle tags voor Grace Andreacchi op dit blog.

 

ITHAKA

If you’re going to Ithaka
setting out empty handed
from your own bright darkness

Fear not for
the gentle gods already know
the exact moment of your arrival

In her high palace
faithful Penelope has pulled taut
the threads of your life

Upon her loom
your blood stained histories woven into
her golden web and torn

Out again with deft fingers
Yes, Ithaka has waited
a long time for you

Ageless eyes scanning the horizon
examining each white sail
upon the wine dark sea

Now you are here at last
as morning flushes
the last small dreaming birds

The gods spread
dishes of olives blue sea
water white stones

for your bed
Lie still and the gods will dance for you
the stars by night will dance for you

When you go forth from Ithaka
lighter than light
the dance goes with you

 

The Heart Doctor

I enjoy my life
I enjoy my children now
particularly they’re grown up and
not squawking
I love being with them all
perhaps not at the same time

I’m fairly hopeless grandmother
I like them when they grow up
You don’t leave small children with me!
I’d always got, as my oldest son said, ‘staff’
someone who looked after their nonsenses

I don’t like this repetitive
‘Please do this’
‘Please don’t be rude’
I can’t be dealing with all that!
Actually I tell them
I like the dog best

 

In de Gouden Kamer van Sint Ursula

Botten kronkelen naar buiten
doordrenkt met goud
klein en dun, kip of kind

Gouden chrysalis van pijn
een stilte ongebroken
door donderslagen

Die laatste nacht van Maria’s maand
druppelde de lucht vuur
en elfduizend

Sterren brandden in de grillige straten
mannen veranderden
fosforescerend in kleine klompjes klei

In ons uur van nood, o Prinses
heb je je hermelijnen mantel
wijd uitgespreid?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Grace Andreacchi (New York, 3 december 1954)

 

De Brits-Poolse schrijver Joseph Conrad werd geboren op 3 december 1857 in Berdichev, Rusland in een gezin met Poolse ouders. Zie ook alle tags voor Joseph Conrad op dit blog.

Uit: Lord Jim

To the white men in the waterside business and to the captains of ships he was just Jim–nothing more. He had, of course, another name, but he was anxious that it should not be pronounced. His incognito, which had as many holes as a sieve, was not meant to hide a personality but a fact. When the fact broke through the incognito he would leave suddenly the seaport where he happened to be at the time and go to another–generally farther east. He kept to seaports because he was a seaman in exile from the sea, and had Ability in the abstract, which is good for no other work but that of a water-clerk. He retreated in good order towards the rising sun, and the fact followed him casually but inevitably. Thus in the course of years he was known successively in Bombay, in Calcutta, in Rangoon, in Penang, in Batavia–and in each of these halting-places was just Jim the water-clerk. Afterwards, when his keen perception of the Intolerable drove him away for good from seaports and white men, even into the virgin forest, the Malays of the jungle village, where he had elected to conceal his deplorable faculty, added a word to the monosyllable of his incognito. They called him Tuan Jim: as one might say–Lord Jim.
Originally he came from a parsonage. Many commanders of fine merchant-ships come from these abodes of piety and peace. Jim’s father possessed such certain knowledge of the Unknowable as made for the righteousness of people in cottages without disturbing the ease of mind of those whom an unerring Providence enables to live in mansions. The little church on a hill had the mossy greyness of a rock seen through a ragged screen of leaves. It had stood there for centuries, but the trees around probably remembered the laying of the first stone. Below, the red front of the rectory gleamed with a warm tint in the midst of grass-plots, flower-beds, and fir-trees, with an orchard at the back, a paved stable-yard to the left, and the sloping glass of greenhouses tacked along a wall of bricks. The living had belonged to the family for generations; but Jim was one of five sons, and when after a course of light holiday literature his vocation for the sea had declared itself, he was sent at once to a “training-ship for officers of the mercantile marine.”

 

Joseph Conrad (3 december 1857 – 3 augustus 1924)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn blog van 3 december 2024 en ook mijn blog van 3 december 2021 en ook mijn blog van 3 december 2018 en eveneens mijn blog van 3 december 2017 deel 3.

Botho Strauß, Arthur Sze

De Duitse schrijver Botho Strauß werd geboren op 2 december 1944 in Naumburg an der Saale. Zie ook alle tags voor Botho Strauß op dit blog.

Uit: Das Schattengetuschel

„Auch ich erwartete den Sohn, der den Weg zu seinem Vater so lange nicht gefunden hatte. Seit bald drei Jahren war er, ein junger Architekt, in einem Züricher Planungsbüro angestellt und in dieser Funktion auf der ganzen Welt unterwegs. Da blieb für Gut Zichow, für das Haus und den Garten seiner Kindheit, kein Platz im Kalender, aber doch wohl immer in seinem Herzen. Und trotzdem hatte er nun überraschend seinen Besuch angekündigt, da er zu einer Besprechung nach Berlin mußte und sich für einen Abstecher zu seinem Vater unbedingt die nötige Zeit nehmen wollte. Ankunft Sonntag mittag; ich bereitete das Haus, im besonderen sein altes Kinderzimmer, und ein Mittagessen mit mehreren Gängen. Es war auch geplant, daß er über Nacht bliebe, um Montag früh mit dem Mietwagen zurück nach Berlin zu fahren. Nur ein Kurzbesuch, ja, eine Stippvisite. Damit mußte ich zufrieden sein. Sein Beruf — sicher auch sein persönlicher Ehrgeiz —ließ ihm wenig Zeit zum Ausruhen und für private Termine, er hatte ja selbst noch keine Familie Ihm lag daran, in seiner corporation geschätzt und entsprechend mit verantwortungsvollen Aufgaben betraut zu werden. Also wurde es Sonntag, die Stunden standen still, und ich betrat den quälenden Zeitraum der Erwartung, wenn die Minuten sich hinschleppen und nie eine Stunde füllen wollen. Sonntag vormittag, zehn Uhr zwanzig. Er müßte sich langsam auf den Weg machen. Elf Uhr sieben. Warum gibt er kein Zeichen, daß er unterwegs ist? Ich kann ihn nicht erreichen. Sein Handy ist aus. Mittag. Jonas meldet sich nicht. Ich sitze schon bei Tisch. Warum hat er das Handy ausgestellt? Dreizehn Uhr fünfunddreißig. Er hat unsere Verabredung vergessen! Er sitzt mit wichtigen Leuten zusammen und hat sein Handy ausgestellt. Und wieder das Warten. Welche Freude, ihm zu zeigen den neu gepflanzten Purpurahorn, schon bald drei Meter hoch, die Birkenreihe hinter dem Kornspeicher. Und was aus dem Ginkgo wurde, den wir zusammen in die Erde brachten. Und extra für ihn habe ich neu pflastern lassen den Brunnenplatz, wo wir einander gegenübersaßen und lange schwiegen, bevor er den Ort verließ, um nach Zürich zu ziehen. Jedenfalls kam die letzte Ankündigung seines Besuchs gegen siebzehn Uhr. Das war schon spät, viel Zeit wäre uns ohnehin nicht geblieben. Dann seine SMS eine Stunde später: Ich schaff es nicht mehr, lieber Papa. Ich muß morgen früh überraschend nach Amsterdam. Aber das nächste Mal bestimmt! Nehme mir dann mehr Zeit für Berlin und für dich. Dein dich ewig liebender Sohn.”

 

Botho Strauß (Naumburg, 2 december 1944)

 

De Chinees-Amerikaanse dichter Arthur Sze werd geboren op 1 december 1950 in New York. Zie ook alle tags voor Arthur Sze op dit blog.

 

Oolong

3

Je zeeft sluiers van rood licht
glinsterend in de novemberlucht,
zeeft de gedachten van een terende dakdekker.
Door een gang lopend sta je even stil

en zeeft de hersens in een glazen kom,
zeeft het label hangend aan de pols van een lijk,
zeeft de gevouwen vleugels van een musje.
De heersende noties van het seizoen zijn

groen gevlekte melkzwammen die in de bergen
wijdverspreid drie dagen en een uur heersen.
Wat je moet verwerpen zijn ideeën van disjunctie
en collage, verwerp ook advies, lofprijzing.

Pas dan kun je kijken naar een kaart van Hangzhou
uit de Song-dynastie en de configuratie zien
van ionkanalen in het brein. Kun je kijken
naar een aboriginal zandschildering en daarin

een kosmologie van smart zien. Kun je kijken
naar de zwaaiende beweging van een tak
en voelen wat het is om een verschroeid
verschrompeld blad te zijn hangend aan de dood.

 

Vertaald door K. Michel

 

Arthur Sze (New York, 1 december 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e december ook mijn blog van 2 december 2024 en ook mijn blog van 2 december 2023 en ook mijn blog van 2 december 2018.