Abbas Khider, James Merrill

De Duits-Iraakse schrijver Abbas Khider werd geboren op 3 maart 1973 in Bagdad. Zie ook alle tags voor Abbas Khider op dit blog.

Uit: Der letzte Sommer der Tauben

„Die Flammen der Anpassung
Unser Laden liegt dort, wo die Hektik des Basars auf die Stille der Medina trifft. Die Moschee al-Rahman thront über allem, ihre Minarette ein steinernes Mahnmal der Beständigkeit. Doch heute wankt selbst diese Standhaftigkeit. Rauch beißt in den Augen — riecht säuerlich nach verbranntem Stoff und geschmolzenem Kunststoff. Die Basarstraße brodelt: Pick-ups und Eselskarren stehen bereit, während Ladenbesitzer hastig ihre Auslagen sortieren. Als ich fast bei unserem Laden angekommen bin, sehe ich das Feuer und viele Menschen, die sich dort versammelt haben. Drei Männer in schlichten, uniformartigen Gewändern stehen mit Gewehren an den Schultern um das Feuer herum. Ihre Haltung ist starr, ihre Blicke sind streng, eine Aura absoluter Macht umgibt sie. Zigarettenstangen, Poster und Kleidungsstücke werden in die Flammen geworfen. Niemand schreit, niemand protestiert Es ist ein Schauspiel, dessen Premiere alle erwartet haben — der Tag, an dem die Reinheit des Glaubens alle unislamischen Farben und Formen verschlingen soll.
Am Ende der Straße entdecke ich meinen Vater. Er sitzt auf einem niedrigen Hocker vor unserem Laden, den Kopf gesenkt, die Schultern nach vorne gebeugt. Seine Hände ruhen auf den Knien. Die Sonne MIR schräg auf sein Gesicht, schneidet scharfe Linien in die Haut, die einst von Wärme und Stolz geprägt war. Jetzt wirkt er blass.
»Wo ist deine Mutter?“, fragt er, ohne den Blick zu heben.
»Bei Suad. Sie hat Bauchschmerzen. Vielleicht kommt Mutter später.“
»Allein?«
»Natürlich nicht“.
Er nickt kaum merklich, erhebt sich und verschwindet im Laden. Ich bleibe draußen stehen und betrachte das Schaufenster.
Wo einst leuchtende Stoffe und elegante Kleidung die Passanten anlocken, stehen je. Figuren, eingehüllt in Niqabs. Die Puppen wirken wie Gefangene in einem düsteren Albtraum. Ich frage mich, was passieren würde, wenn diese starren Kunststoffgestalten zum Leben erwachten. Würden sie sich auflehnen? In meinem Kopf formt sich eine Geschichte. Onkel Ali wäre begeistert, wenn ich ihm davon erzähl.. Vielleicht würde er mich sogar dazu ermutigen, sie aufzuschreiben.“

 

Abbas Khider (Bagdad, 3 maart 1973)

 

De Amerikaanse dichter James Merrill werd geboren op 3 maart 1926 in New York. Zie ook alle tags voor James Merrill op dit blog.

 

Nog een april

De ruiten flitsen, trillen door jouw spookachtige doortocht
Erdoorheen golft een röntgenachtige helderheid, en ik ben opgestaan
Maar kan niet spreken, me alleen herinnerend dat het de bedoeling was
Om op te staan en niet te spreken. Jonge storm, dit huis is van jou.
Laat onze ogen donker worden, laat je regen komen, de kaars wankelen
Diep in wat nog steeds de beheersing zelf en mij weerspiegelt.
De grote grijze, roestbruine irissen van de dageraad, nederig en trots
Langs jouw pad zullen ze hun voorhoofden in het stof hebben gelegd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e maart ook mijn blog van 3 maart 2020 en ook mijn blog van 3 maart 2019 en ook mijn blog van 3 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Godfried Bomans, James Merrill

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

 

Is het waar…?

‘Is het waar, meneer, dat gij een tijdschrift wilt oprichten?’
‘Ja, dat willen wij.’
‘En hoe is dat plan zo plotseling gekomen?’
‘Dat plan is niet plotseling gekomen. Het is gegroeid.’
‘Mijn hemel, hoe merkwaardig! Wanneer?’
‘Op een avond. Wij zaten bijeen, allemaal begaafde jonge kerels, die wat anders wilden. En opeens begrepen wij, wat het was: een tijdschrift.’
‘Een literair tijdschrift?’
‘Neen. Breder. Een tijdschrift van algemeen culturele strekking.’
‘Bestaan er van zulke tijdschriften niet reeds meerdere?’
‘Niet in de zin, waarin wij het bedoelen.’
‘In welke zin bedoelt gij het dan?’
‘In opbouwende zin.’
‘Wie van U kwam het eerst op dit idee?’
‘Niemand. Op een avond begrepen we, dat het tijd werd, de hand aan de ploeg te slaan.’
‘Uw tijdschrift heet zeker “De Ploeg”?’
‘Zeker. Hoe weet ge dit?’
‘Omdat wij gisteravond ook bij elkaar gekomen zijn.’
‘Begaafde jonge kerels?’
‘Inderdaad.’
‘Wilden zij wat anders?’
‘Ja, dat wilden wij. En opeens begrepen we, dat het een tijdschrift was dat ons ontbrak.’
‘Een letterkundig weekblad?’
‘Neen. Breder. Iets van meer algemeen culturele strekking.’
‘Ik moet U dat afraden.’
‘Waarom?’
‘Er bestaan daarvan reeds meerdere.’
‘Jawel. Maar niet in de zin waarin wij het bedoelen.’
‘U bedoelt toch niet in opbouwende zin?’
‘Zeker, dat bedoelen wij.’
‘Zeg eens, in welk café hebt gij vergaderd?’
‘In De Kring.’
‘Dank U. Wij waren in De Koepel. Er is dus wel degelijk een punt van verschil.’
‘Dat is ook mijn mening. Ik groet U.’
‘Ik groet U evenzeer.’

 

Godfried Bomans (2 maart 1913 – 22 december 1971)

 

De Amerikaanse dichter James Merrill werd geboren op 3 maart 1926 in New York. Zie ook alle tags voor James Merrill op dit blog.

 

Het land van een duizendjarige vrede

voor Hans Lodeizen (1924-1950)

Hier komen ze allemaal om te sterven,
Vloeiend, als in een vierde taal.
Maar voor een jongeman nog niet van hun ras
Was het een waanzin dat je moest liggen

Blind aan één oog en gevoed met
Het bloed van een geboend gezicht;
Het was een waanzin neer te zien
Op de speelgoedstad waar

De glinsterende neutraliteit
Van klok en chocola en meer en wolk
Elke morgen maakte tot iets
Minders dan je kon hebben;

Het doet mij hardop huilen
Om de oude meesters van de ziekte
Die hoog boven je aan een haar het zwaard
Laten bungelen dat, nooit vallend, doodt

En je nog weg wilden lokken van dat sterrenland
Onder de wereld, dat niemand ziet
Zonder een dood, de glans en ’t scherp gewicht
ervan flitsend in zijn eigen hand.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e maart ook mijn blog van 2 maart 2024 en ook mijn blog van 2 maart 2020 en ook mijn blog van 2 maart 2019 en ook mijn blog van 2 maart 2018 en ook mijn blog van 2 maart 2014 deel 2.

Christmas Tree (James Merrill), Rainer Maria Rilke

 

 

Kinderen bij de kerstboom door Leopold Graf von Kalckreuth, ca. 1912

 

Christmas Tree

To be
Brought down at last
From the cold sighing mountain
Where I and the others
Had been fed, looked after, kept still,
Meant, I knew—of course I knew—
That it would be only a matter of weeks,
That there was nothing more to do.
Warmly they took me in, made much of me,
The point from the start was to keep my spirits up.
I could assent to that. For honestly,
It did help to be wound in jewels, to send
Their colors flashing forth from vents in the deep
Fragrant sables that cloaked me head to foot.
Over me then they wove a spell of shining—
Purple and silver chains, eavesdropping tinsel,
Amulets, milagros: software of silver,
A heart, a little girl, a Model T,
Two staring eyes. Then angles, trumpets, BUD and BEA
(The children’s names) in clownlike capitals,
Somewhere a music box whose tiny song
Played and replayed I ended before long
By loving. And in shadow behind me, a primitive IV
To keep the show going. Yes, yes, what lay ahead
Was clear: the stripping, the cold street, my chemicals
Plowed back into the Earth for lives to come—
No doubt a blessing, a harvest, but one that doesn’t bear,
Now or ever, dwelling upon. To have grown so thin.
Needles and bone. The little boy’s hands meeting
About my spine. The mother’s voice: Holding up wonderfully!
No dread. No bitterness. The end beginning. Today’s
Dusk room aglow
For the last time
With candlelight.
Faces love-lit
Gifts underfoot.
Still to be so poised, so
Receptive. Still to recall, praise.

 

James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 
Kerstmis in New York, de geboorteplaats van James Merrill

 

Onafhankelijk van geboortedata

Kerstmis

Ja, Kerstmis is de stilste dag van ’t jaar.
Dan hoor je alle harten vurig slaan
als klokken die de avond doen verstaan
dat Kerstmis is de stilste dag van ’t jaar.

Dan worden alle kinderogen groot,
alsof de dingen groeiden die ze zien,
en moederlijker worden alle vrouwen
en alle kinderogen worden groot.

Dan moet je buiten in het wijde land,
wil je de kerstnacht zien, de onbezeerde,
alsof je zinnen nooit de stad begeerden,
zo moet je buiten in het wijde land.

Daar schemert menig hemel boven jou
die op de verre witte bossen staat.
Onder de schoen de weg die groeien gaat
waar menig hemel schemert boven jou.

En in de grote luchten staat een ster
die opbloeit als een felle gentiaan.
De verten rollen als een golfslag aan
en in de grote luchten staat een ster.

 

Vertaald door Piet Thomas

 

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Kerstmis in Praag, de geboorteplaats van Rainer Maria Rilke

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn blog van 26 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.